Categorie archief: Codes

Nationale Ombudsman 30 jaar: klokkenluider of belhamel?

OmbudsmanDertig jaar Nationale Ombudsman is behalve dertig jaar jaarverslagen met klachten over de behoorlijkheid van het overheidsbestuur, ook dertig jaar discussie over de positie en bevoegdheden van dit onafhankelijke instituut.

Bij de presentatie van zijn eerste jaarverslag verzuchtte Jacob Rang, in 1982 benoemd tot Nationale Ombudsman, dat er veel tijd verloren ging met discussies over zijn bevoegdheden. (bron: Digibron.nl). Bij de dertigste verjaardag van de Nationale Ombudsman lijkt er niet veel veranderd. Dat bleek tijdens een Kamerdebat op 10 oktober jl., toen VVD-Kamerlid Litjens een harde aanval pleegde op dit Hoog College van Staat.

VVD pleitbezorger en criticus.

In de zeventiger jaren was de VVD een warm pleitbezorger voor de totstandkoming van een Nationale Ombudsman. In 1971 diende VVD-kamerlid Koos Rietkerk een motie in (pdf) waarin de VVD het profiel van een nationale ombudsman scherp omlijnde.

De ombudsman moest ‘een band met het parlement’ hebben, geheel onafhankelijk kunnen functioneren over ‘een zo breed mogelijk terrein van overheidsoptreden’ en moest de vrijheid hebben ook op eigen initiatief onderzoek te verrichten.
De motie Rietkerk onderstreepte tevens dat ‘het met name gewenst is dat ieder zich met een klacht over de vervulling van de overheidstaak rechtstreeks tot de ombudsman kan wenden en dat een parlementaire zeef daarbij onnodig en ongewenst is.’

Met ‘parlementaire zeef’ werd de Kamercommissie voor verzoekschriften bedoeld. Bij die commissie kon de burger destijds klachten over overheidsoptreden indienen. De regering was van mening dat deze commissie moest bepalen welke klachten naar de ombudsman doorgestuurd konden worden. Dat vond de VVD niet nodig.

Bij het dertigjarig bestaan van de Nationale Ombudsman lijkt er nu een andere, informele parlementaire zeef te zijn opgestaan: ‘De VVD zal de Nationale ombudsman en daarbij ook de substituut ombudsmannen waaronder de Kinderombudsman, scherp in de gaten blijven houden op de depolitisering van hun uitspraken’, zo sloot Pieter Litjens zijn maidenspeech in het Kamerdebat van 10 oktober 2012 af. De Ombudsman had er op gewezen dat het kabinetsbeleid negatieve gevolgen kon hebben voor het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft.

Nationale Ombudsman een succes.

Bij elk Kamerdebat over de jaarverslagen complimenteerden de Kamerleden de Nationale Ombudsman met zijn noeste werk. Tegelijkertijd uitten de politici hun zorgen over het stijgend aantal klachten die de Ombudsman kreeg te verwerken. In die zin mag het dertig jarige  werk van de Ombudsman een “succes” worden genoemd. De eerste Ombudsman kreeg in 1982 ruim 4000 klachten binnen en handelde 3.662 klachten af. In 2011 waren dat 13.740 klachten, waarvan er 13.519 zijn afgehandeld.

De Ombudsman kon veel klachten met een enkel telefoontje of e-mailtje naar de betreffende ambtenaar of instantie helpen oplossen. Door interventie van de Ombudsman zijn er in 1982 ruim 200 klachten naar tevredenheid van de indieners afgehandeld. In 2011 werden 2.657 klachten op deze manier afgehandeld, Het scheelde de Ombudsman tijd die anders in nader onderzoek en rapportage gestoken moest worden.

In dit exceldocument een uitgebreider overzicht van deze cijfers.

Het aantal klachten is in de afgelopen dertig jaar gegroeid omdat de Nationale Ombudsman  steeds bekender is geworden en de burger de weg er naar toe beter weet te vinden. Daarnaast wordt ook de groeiende mondigheid van de burger genoemd als oorzaak van de toenemende werkdruk bij de Nationale Ombudsman.

Dertig jaar misverstanden.

Dertig jaar Ombudsman is ook dertig jaar ruzie met politiek Den Haag. Ruzie is en groot woord. Alle Ombudsmannen hielden het op “misverstanden”, die zij meestal op diplomatiek wijze de wereld uit wisten te helpen. Een greep uit meningsverschillen en aanvaringen.

De eerste Nationale Ombudsman, Jacob Rang, moest vooral zijn positie bevechten bij leidinggevende ambtenaren op ministeries, burgemeesters en sommige bewindslieden. In een antwoord op Kamervragen (pdf) naar aanleiding van zijn eerste jaarverslag schrijft de Ombudsman over een weinig loyale medewerking van burgemeesters en een even weinig coöperatieve houding van enkele ministeries. Men antwoordde erg traag op vragen van de Ombudsman of verstrekte onvolledige informatie.

Er ontstond ook een conflict tussen de tussen staatssecretaris voor Financiën en de Ombudsman. De staatssecretaris achtte de Ombudsman niet bevoegd klachten af te handelen over de Belastingdienst,  betreffende de toepassing van de hardheidsclausule en kwijtschelding van belastingschulden.
De kwestie sleepte voort tot na het vertrek van Jacob Rang in 1987 toen de staatssecretaris een compromisvoorstel (pdf) van de vaste Kamercommissies voor de Nationale Ombudsman en Financiën overnam. Als de hardheidsclausule door de staatssecretaris van Financiën zelf is toegepast, werd de Ombudsman ‘niet bevoegd’ geacht. Bij klachten over kwijtschelding van schulden werden Ombudsman wel bevoegd verklaard.

De tweede Nationale Ombudsman, Marten Oosting, kreeg één keer kritiek van de Kamer op een rapport in 1993. Die kritiek gold niet zozeer de Ombudsman zelf, maar de fracties van D66 en GroenLinks. Zij vroegen de Ombudsman onderzoek te doen naar het politie-optreden bij de studentendemonstratie op 8 mei 1993. VVD, CDA en PvdA vonden dat ongepast en vroegen zich af of verzoeken van Kamerfracties wel tot de bevoegdheden van de Ombudsman hoorden.

Marten Oosting stelde dat iedereen, dus ook Kamerfracties, om onderzoek konden vragen. Op D66 en GroenLinks na vonden de andere fracties het de verantwoordelijkheid van de Kamer de Ombudsman niet met dit soort verzoeken lastig te vallen. ‘Vooral vanwege het in de Kamer gesignaleerde risico van de politisering van het ambt van de ombudsman’, zo zei Kamerlid Van den Berg (SGP).

‘Emotioneel, niet objectief, en louter opgeschreven in superlatieven. Die harde terechtwijzing kwam van de VVD  naar aanleiding van een rapport over de opvang van asielzoekers, schreef De Volkskrant in 2001. De Tweede Kamer fakkelde Roel Fernhout, de derde Ombudsman, af omdat hij de opvang van asielzoekers in de aanmeldcentra ‘inhumaan’ en ‘mensonwaardig’ had genoemd.

De aankondiging van Roel Fernhout dat hij zijn activiteiten wilde uitbreiden door op eigen houtje en planmatig organisaties en procedures te willen doorlichten, werd weinig enthousiast ontvangen. Uit de notulen: ‘De VOS (VVD): (…) In het dagblad Trouw, maar ook in het jaarverslag, staat de ombudsman bij zijn taakvervulling stil. (…) Het zou niet gelukkig zijn indien de ombudsman zich op het terrein van de politieke controle ging begeven, omdat dit juist de taak van het parlement is.’

De huidige Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, kreeg het in 2008 aan de stok met premier Balkenende en de fracties van CDA en VVD.  De Ombudsman zou gesuggereerd hebben dat de overheid bijdraagt aan de verruwing in het maatschappelijk verkeer. CDA-Kamerlid Schinkelshoek sprak van ‘een karikatuur’ en zei geen behoefte te hebben aan een debat over de particuliere politieke overtuigingen van de ombudsman (Volkskrant 12 januari 2009).

In 2009 noemde minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) uitspraken van Brenninkmeijer over de jeugdzorg (‘gedragsgestoord’, ‘onverantwoord complex georganiseerd en hopeloos gefragmenteerd’) oppervlakkig en onzorgvuldig.
Later dat jaar kreeg de Ombudsman een draai om zijn oren van vice-premier Wouter Bos. Brenninkmeijer had zich ‘ongepast en onverantwoord’ uitgelaten over de rellen in Hoek van Holland. Op een lezing in Tilburg had Brenninkmeijer de vraag opgeworpen of de politie ‘excessieve maatregelen had gebruikt’ waardoor het aanwezige publiek gevaar liep.

Nationale belhamel?

In het Kamerdebat van 10 oktober 2012 beschuldigde VVD-parlementariër Litjens de Ombudsman van wetteloze voornemens en politiserende uitspraken. Dat de Ombudsman zich niet veel lijkt aan trekken van kritiek uit de Kamer is volgens Litjens en bewijs van gebrek aan het lerend vermogen van de Nationale Ombudsman. Brenninkmeijer nodigde Litjens uit voor een gesprek 'om de misverstanden de wereld uit te helpen’, aldus de Volkskrant.

Het valt niet mee dertig jaar lang een bevoegd klokkenluider te zijn. Zeker niet als aan die taak beperkingen worden gesteld of met “pot verwijt de ketel”-kritieken het gezag van het instituut wordt ondermijnd. Hoewel de Ombudsman en de kabinetten van de laatste jaren verbeteringen constateren in de ‘behoorlijkheid van bestuur’, is het gestegen aantal klachten een reden om nog veel werk te steken in het lerend vermogen van de overheid.

De huidige Nationale Ombudsman is vorig jaar voor zijn tweede ambtstermijn benoemd en mag nog tot 2017 de klok luiden. Of hij ook de trom mag roeren zal wel punt van discussie blijven.

Censuur op Ombudsman?

OmbudsmanDe Nationale Ombudsman moet op zijn woorden letten. Hij mag van alles over de overheid zeggen, zolang het geen kritiek is op kabinet of Tweede Kamer. Daar komt de bijdrage van het kersverse VVD-kamerlid Litjens op neer.

De Tweede Kamer debatteerde vandaag over de laatste twee jaarrapporten van de Nationale Ombudsman. Voor de VVD mocht Pieter Litjens het woord voeren, daarmee in de gelegenheid gesteld zijn ‘maidenspeech’ te houden.

Hij was erg tevreden over zijn entree in het parlement en gaf in zijn inleiding al een voorschotje op het feitelijke onderwerp: “De manier waarop wij de afgelopen tijd hier zijn ontvangen, zou model kunnen staan voor de manier waarop de overheid met haar burgers om dient te gaan, namelijk professioneel en efficiënt en tegelijkertijd zeer menselijk en warm ”.

Burgers kunnen bij de Nationale Ombudsman terecht als de overheid niet zo “professioneel en efficiënt” blijkt en klachten daarover niet worden gehoord door de overheid. Dat vindt ook de heer Litjens belangrijk en noemde drie voorbeelden uit de Ombudsmanrapporten, waarvan ook de VVD vindt dat de overheid er werk van moet maken.

De voorbeelden gingen echter vooraf door een sneer aan het adres van de Ombudsman. De heer Litjens denkt dat de Ombudsman zich niet aan de wet zou willen houden. Uit de notulen: “(…) put ik graag uit een artikel in NRC Handelsblad van 7 april van dit jaar waarin de Ombudsman aangeeft dat de wet hem tot taak geeft het oordeel “behoorlijk” of “onbehoorlijk” uit te spreken: “Daarmee dreig je een 'boekhouder van de behoorlijkheid' te worden. Dat wil ik niet.” De Ombudsman geeft daarmee met zoveel woorden aan dat hij zich eigenlijk niet aan die wet zou willen houden. Dat zou toch niet zo horen te zijn”.

Er zat de heer Litjens nog meer dwars: het lerend vermogen van de Ombudsman schiet tekort. Litjens: “liever had ik gehoopt dat het lerend vermogen van de Ombudsman zodanig was geweest dat ik hier niet over hoefde te beginnen”.

De Ombudsman stelt zich, naar de zin van de VVD, niet onafhankelijk op. Een uitspraak dat het minderheidskabinet-Rutte “opereert op het scherp van de snede van het politieke vertrouwen”, vindt Litjens veel te ver gaan. Hij wees er tevens op dat een Kamermeerderheid eerder dit jaar de Ombudsman bekritiseerde toen deze het boerkaverbod, het verbod op de dubbele nationaliteit en de dierenpolitie symbolische wetsvoorstellen noemde.

En dus sloot Litjens zijn maidenspeech af met: “De VVD zal de Nationale ombudsman en daarbij ook de substituut ombudsmannen waaronder de Kinderombudsman, scherp in de gaten blijven houden op de depolitisering van hun uitspraken, juist om te waken over het recht van de burger op een onafhankelijke en onpartijdige ombudsman”.

De depolitisering van de uitspraken van Ombudsmannen? Dat kan helemaal niet! Elk woord, elke maatregel van een kabinet of Tweede Kamer heeft gevolgen voor het dagelijks leven van alle Nederlanders. Ofwel: alles is politiek. Als de Ombudsman kan aantonen dat die gevolgen minder goed uitpakken, dat is immers zijn taak, mag hij er alleen wat van zeggen als het overeenkomt met de politieke agenda van de VVD?

De Nationale Ombudsman mag, gevraagd en ongevraagd, onderzoek doen naar de “gedragingen van bestuursorganen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aangewezen bestuursorganen” (artikel 78a van de Grondwet). Wie onderzoekt, zal vinden. Soms meer dan gevraagd is. Moet een Ombudsman daar over zwijgen?

Minister Spies zei in het debat: “De Nationale ombudsman is vooral een instituut dat de overheid de spiegel voorhoudt. Soms zul je er blij mee zijn en andere keren zul je er minder blij mee zijn, maar het is een buitengewoon nuttige spiegel”.

Wie in die spiegel kijkt en tot de conclusie komt dat de Ombudsman zijn mond moet houden over zaken die een politieke partij niet zo goed uitkomt, laat zien absoluut geen lerend vermogen te willen hebben. Wie dat als beginnend Kamerlid in zijn maidenspeech durft te zeggen, diskwalificeert zichzelf tot een politicus die niet beseft hoe je het vertrouwen tussen burger en politiek kunt verbeteren.

Gedragscode voor geheime releaties

stemmenGemeenten doen er goed aan om een bestuurlijke gedragscode te ontwikkelen voor liefdesaffaires in het gemeentehuis“. Zo citeert Binnenlands Bestuur hoogleraar Kaptein, deskundig op het gebied van bedrijfsethiek en integriteitsmanagement.

De hoogleraar zal het goed bedoelen, maar het artikel suggereert dat het vooral om geheim liefdesleven gaat. Vreemdgaande ambtenaren en politici doen er verstandig aan dit zo snel mogelijk aan de grote klok te hangen.

Het probleem met geheime relaties is dat ze toch vaak uitlekken. Het publiek neemt de betrokkenen de  geheimhouding kwalijk en heeft geen vertrouwen meer in de integriteit van de stiekem verliefde politicus. Dat is de strekking van het artikel.

Het is een delicate kwestie, want het gaat ook nog eens om meer dan een intieme verstrengeling. Een wethouder die het met een politiecommissaris doet. Een burgemeester die met een subsidieaanvrager onder tafel rommelt. Een coalitiepartner die met een lid van de oppositie speelt. (uit privacyoverwegingen zijn de voorbeelden anoniem gehouden en “at random” door elkaar geschud).

Maar wat moet de voorgestelde gedragscode dan inhouden? Zodra je in het geniep je man of vrouw bedriegt, een persconferentie beleggen en de zaak opbiechten?

In het artikel wordt ook de VVD-burgemeester van Alphen aan den Rijn geciteerd, die wegens de partijdiscipline moet zeggen dat alweer een gedragscode haaks staat op de vermindering van de regeldruk, maar wel “snelle openheid van de geliefden bepleit”.

Ik weet niet hoe lang mensen over doen voor ze hun overspeligheden kenbaar maken aan hun vaste partner, maar ik ga er vanuit dat het in de meeste gevallen toch enige tijd duurt. Zodra het wordt opgebiecht, gaat het in veel gevallen ook fout. Dat wil zeggen: voor de vaste relatie.
Heeft dat ook te maken met de geheimhouding? Ik denk het niet. De gehele affaire wordt kwalijk genomen en de koffers kunnen worden gepakt.

Dat zal bij politici niet veel anders gaan. Eén verschil met “gewone” burgers: ze moeten ook hun bestuurlijke relatie opzeggen.
Maar waarom zou een ongetrouwde politicus, die stelselmatig liegt minister-president mogen blijven en een moet een wethouder opstappen die zijn bestuurlijke zaakjes prima op orde heeft, maar een amoureuze misstap maakt?

Openbaarheid van bestuur is een groot goed. Het ontbreekt er nog genoeg aan, maar die openbaarheid moet alleen de bestuurlijke zaken betreffen. Iemand die met de onkostenvergoeding rommelt mag meteen vertrekken. Iemand die weigert antwoorden van volksvertegenwoordigers te beantwoorden, hoort niet langer in functie te blijven. Iemand die in het geheim coalities smeed, zou niet door het electoraat vertrouwd moeten worden.

Maar iemand die zijn bestuurlijke plicht volstrekt verantwoord uitvoert, zou op moeten krassen omdat hij of zij verzwijgt de  hormonen niet in toom te kunnen houden? Kom zeg, zo’n crisis moeten we niet groter maken dan het is.

Nieuwe politiek: beter naamloos?

BlancoDe veertig nieuwe partijen willen een beter Nederland dan de gevestigde partijen bieden. Twee van die nieuwkomers drukken dat ook uit in hun naam. De een heet Beter Nederland, de ander Nederland Beter (NLB). De Raad van State heeft de voorkeur voor een Beter Nederland, want de NLB mag geen naam hebben, maar wel met een blanco lijst meedoen.  Een politieke uitspraak, want ergens gelooft de Raad niet dat Nederland beter wordt?

Bij de registratie van partijen kijkt de Kiesraad wel of de naam door de beugel kan. In de voorwaarden staat dat de Kiesraad een registratie kan afwijzen als “de aanduiding is verwarrend omdat hij geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder een registratieverzoek is ingediend”, of “Op dezelfde dag wordt bij het centraal stembureau een verzoek ingediend tot registratie van dezelfde of nagenoeg dezelfde aanduiding”.

In juni weigerde de Kiesraad de naam “Occupy Politiek”. Te misleidend, vond de Kiesraad omdat het teveel aan de Occupybeweging doet denken. De indieners hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing.
De lokale partij “Vereniging Keerpunt 2010” in Grave diende bij de Raad van State een bezwaar in tegen de naam Democratisch Politiek Keerpunt, de fusie van Trots en OBP (Onafhankelijke Burger Partij). De Raad wees het bezwaar af.

De Kiesraad gaat ruimhartig om met de spelregels. Het is vaker voorgekomen dat partijen onder bijna gelijkluidende namen zijn geregistreerd. In 1956 deden de “Nationale Unie” en de “Nationale Oppositie Unie” mee aan de verkiezingen. In 1971 vond de Kiesraad de term “bejaarden” niet verwarrend genoeg om  de  Algemene Bejaarden Partij Nederland”, de “Bejaarden en Arbeidspartij”, de”Bejaardenpartij 65+”, de “Bejaarden Partij Algemeen Belang” en de “Landelijke Partij van Bejaarden” toe te staan. In 1989 mochten de “Vooruitstrevende Minderheden Partij” en de “Socialistische Minderheden Partij” meedoen.

In 2006 weigerde de Kiesraad de aanduiding “Ons Fortuyn”, evenals alle ander initiatieven waar de naam van wijlen Pim in voorkwam.  Alleen de LPF mocht de naam wijzigen in “Fortuyn”. Marten Fortuyn en zijn adviseur Jos Hendriks en indiener van de naam , maakten bezwaar tegen die beslissing. Ze vonden dat alleen zij recht hadden op de merknaam ‘Fortuyn’.  maar kregen van de Raad van State nul op het rekest.

Nu staan de “Anti Euro Partij” en de “Anti Europa Partij” geregistreerd. Nog geen bezwaar gehoord van een van deze partijen.
David Pott uit Hilversum, de oprichter van “Beter Nederland”, maakte dus wel bezwaar en kreeg van de Raad van State gelijk. “Beter Nederland” stond voor 15 juni al ingeschreven, “NederlandBeter” werd op 19 juni aan het register toegevoegd. De Kiesraad volgt de uitspraak van de Raad van State en heeft de aanduiding “NederlandBeter” nu geschrapt.

Van “Beter Nederland” weten we erg weinig. De website blijkt zo dood als een pier en van David Pott weten we dat deze medewerker van een sociale werkvoorziening in Hilversum, in maart op een SP-bijeenkomst op de agenda stond en door de NOS en RTV Utrecht is geïnterviewd. Verder niets bekend. Wie is de lijsttrekker, wie zijn de overige kandidaten en wat is het verkiezingsprogramma?
NederlandBeter doet het publicitair ook beter. Dat wil zeggen: wel een toegankelijke website en om op internet in beeld te zijn lanceerde men nog een tweede website, schrijft er over op het platform Plazilla (bedoeld om met schrijven geld te verdienen bloggers!) en loopt zelfs braderieën af om de waarborgsom bijeen te sprokkelen.

De Raad van State had de heer Pott beter kunnen adviseren zich “blanco” te noemen. De andere partij maakt zeer waarschijnlijk geen kans nog een andere pakkende de naam op te voeren, omdat de inschrijftermijn is verlopen. De reactie van NLB zal voorspelbaar zijn: van zulke regelgeving wordt Nederland niet beter?

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.

Eerste hulp drukker door gebruik apps.

GevaarIn alle ziekenhuizen is op de afdeling spoedeisende hulp de drukte toegenomen tengevolge van het gebruik van zogenaamde apps op mobiele telefoontoestellen. Voorzitter R. Kruis van de VSHV (Vereniging van Spoedhulp Verpleegkundigen) dringt er bij de ziekenhuizen op aan,  bij te dragen aan de kosten voor de ontwikkeling van een app die juist ongelukken moet voorkomen.

Als in de maatschappij zaken veranderen, verandert de aard van het werk op de spoedeisende hulp ook. Letsel gerelateerd aan telefoongebruik waren zeldzaam, totdat de mobiele telefoon op de markt kwam. Met name in het verkeer leidt het nog regelmatig tot ongelukken onder automobilisten en fietsers.

De spoedhulpverpleegkundigen en artsen zijn daar inmiddels wel aan gewend en ziekenhuizen hebben hun technologie en roosters al jaren geleden hierop aangepast. Het aantal letsels tengevolge van het mobiele telefoongebruik bleef redelijk stabiel, maar sinds kort wordt de spoedeisende hulp verrast door een golf van been- en armbreuken, hoofdwonden en nekletsels, die te wijten waren aan het gebruik van bepaalde apps op de iPhones en androidtelefoons.

De slachtoffers vallen met name tijdens vakantiedagen en evenementen als de museumdagen, molendagen en open huis- en kijkdagen in diverse sectoren. Er zijn steeds meer apps die informatie doorgeven als de camera op de mobiele telefoon wordt gericht op de plek waar iemand is. Zo is er een museum-app die beelden laat zien van kunst die gerelateerd is aan diverse gebouwen, straten en pleinen in een stad. Er is en app die na het fotograferen van een straatnaambordje, de snelste en goedkoopste weg naar huis toont.

In het straatbeeld is de ontwikkeling van de apps goed te zien. Het bekende beeld van mensen die in de openbare ruimte hun mobiele telefoon aan hun oor houden wordt langzaam maar zeker verdrongen door het beeld van mensen die hun mobiele telefoon voor zich uit in de lucht houden.

“De ontwikkelingen in dit soort technologie hou je niet tegen”, zegt voorzitter R. Kruis, “maar je kunt er wel gebruik van maken”. De VSHV heeft een bureau in de arm genomen die nu onderzoekt of het mogelijk is alle apps die in de openbare ruimte gebruikt kunnen worden, te voorzien van een signaalwerking die de gebruiker waarschuwt voor verkeerspaaltjes, lantaarnpalen, stoepranden en trappen.

“Het is mogelijk, heeft men mij laten weten”, zegt mevrouw Kruis, “maar de kosten zijn aan de hoge kant. We zijn nu aan het berekenen of deze investering uiteindelijk de toenemende kosten van de spoedeisende hulp zullen terugdringen”.
Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid zet op de hoogte te zijn van de problematiek. Het kabinet had een wet in voorbereiding om het gebruik van apps in de openbare ruimte te verbieden. Door de val van het kabinet zal het hier echter niet van komen. De woordvoerder laat weten dat de minister het toejuicht als bedrijfsleven en ziekenhuizen inzetten op preventieve technologie en hoopt op een spoedige realisatie van de waarschuwingsapp.

Spookbeleid.

SpookjagerHet kabinet Rutte maakt vaart om op de demissionaire valreep nog wat hobby’s veilig te stellen en jaagt nog wat spoken na.

De spookburger, om concreet te zijn. Op voorstel van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het kabinet ingestemd met een wijziging van het Besluit SUWI waardoor gegevensuitwisseling met het UWV mogelijk wordt. De wijziging treedt in werking op 1 juli 2012, meldt de ministerraad. Lokale overheden krijgen zo een extra instrument om zogeheten 'spookburgers' aan te pakken.

Hoewel het jaarlijks om krap 0,4% van de bevolking gaat, moeten we eens van die spokende burgers af. De meeste spoken duiken binnen een half jaar na uitschrijving uit een gemeente weer op. (Bron: CBS november 2011). En ook al blijkt dat maar een zeer beperkt deel der burgers spookt om duistere motieven (bron: Rijksoverheid november 2011). spoken zijn eng en ambtenaren raken gestresst als hun administratie niet op orde is.

De wetswijziging is ingegeven door de hobby’s van VVD en CDA: fraude en uitkeringen. Hoog op hun agenda en speerpunten van Rutte I. Natuurlijk is elk fraudegeval met uitkeringen er één teveel. De vraag is echter of de wetswijziging het gewenste effect zal sorteren. Gemeenten mogen dan een paar burgers per jaar kwijt zijn, maar vinden ze die wel bij het UWV?

Het UWV zegt er nog jaren over te doen voor ze hun chaotische administratie op orde hebben. In reactie op een rapport van de Nationale Ombudsman zegt het UWV dat in augustus 2011 nieuwe beleidsregels zijn opgesteld voor de adrescontrole. Uitgangspunt is: “uitgaan van het GBA-adres, tenzij…”. Lees het eens na in hoofdstuk 4 van het rapport van de Nationale Ombudsman (pdf).

Pardon? Uitgaan van de gemeentelijke basisadministratie? Maar de reden voor de wetswijziging was toch dat het in de GBA spookt?

Per 1 juli kunnen gemeenten dus individuele gevallen natrekken bij het UWV, maar vanaf 1 januari 2013 kunnen gemeenten ook de bij het UWV aanwezige adressen van al hun inwoners opvragen om hun totale administratie te controleren.
Het is te hopen dat de lokale overheden tegen die tijd een perfect werkende basisadministratie heeft, maar daar is men nog allerminst zeker over. De huidige GBA’s worden vervangen door een landelijke database. De overgang gaat gepaard met veel onzekerheden en de kans op fouten is nog groot, volgens een rapport dat minister Spies naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De erfenis van van Rutte I: hobby's die nog jaren zullen rondspoken.

Niet te gek om los te lopen.

Ambulante hulpMinister Schippers van Volksgezondheid heeft een demissionair succesje behaald. Met veel tromgeroffel is het bestuurlijk akkoord voor de toekomst van de GGZ gepresenteerd.

De minister is er trots op dat deze keer GGZ-instellingen. beroepsgroepen, patiëntenvertegenwoordigers en zorgverzekeraars op één lijn naast haar staan. Maar zoals dat met bestuurlijke akkoorden wel vaker het geval is: de ondertekening vond plaats “onder voorbehoud van goedkeuring van hun achterban”.

Die achterban zal tevreden zijn met het inhoudelijke deel van het akkoord (pdf). Minder klinische opnamen, minder dwangmaatregelen en meer ambulante zorg. Dat is overigens geen noviteit, of zoals  de voorzitter van GGZ Nederland tegenover de NOS zei: “veel ontwikkelingen die in het akkoord zijn afgesproken in de praktijk al aan de gang”.

Of de achterban ook zo tevreden zal zijn over de bekostiging, is de vraag, want die wordt teruggeschroefd naar het niveau van vijf tot zeven jaar geleden. In 2007 werd er ruim 4,6 miljoen euro aan GGZ-zorg uitgegeven. Het akkoord stelt dat deze zorg in 2012 nog 4 miljoen mag kosten (het niveau van 2005), oplopend tot 4,4 miljoen in 2014. In 2010 bedroegen de kosten ruim 5,4 miljoen euro.

Uitbreiding van de ambulante zorg moet uitkomst bieden. Wie de GGZ-tabellen van het Trimbos Instituut er op na slaat, samengevat in dit exceldocument, ziet dat de ambulante zorg al jaren stevig groeit. Met een gemiddelde groei van 15,36% over 10 jaren steekt de ambulante zorg met kop en schouders uit boven de klinische opnames en verblijf in beschermd wonen.

Toch zat er ook nog groei in de beddencapaciteit  van de GGZ-instellingen. Het aantal instellingen nam af (van 106 in 2005 tot 98 in 2010), het aantal bedden nam toe van ruim 30 duizend in 2005 tot iets meer dan 37 duizend in 2009. De sterke toename van ambulante zorg heeft dus niet geleid tot een afname van het aantal bedden. Die hoeveelheid moet met een derde worden verminderd, is afgesproken in het GGZ-akkoord.

En wel omdat bijna iedereen het er over eens is dat de patiënt het beste af is, als hij of zij in eigen omgeving kan worden geholpen. Ook de zwaarst zieke psychiatrische patiënten. Niemand is te gek om los te lopen. Projecten met intensieve ambulante zorg lijken deze stelling te bevestigen en, mooi meegenomen, op termijn is deze vorm van zorg goedkoper dan klinische zorg.

Het succes is te danken aan multidisciplinaire teams, die met intensieve bemoeizorg kunnen voorkomen dat iemand moet worden opgenomen. Een methode die bij de GGZ Noord-Holland al tot beddenreductie heeft geleid. Vanaf 2000 begin men voorzichtig met deze nieuwe aanpak en de positieve ervaringen leiden ertoe dat nu steeds meer intensieve ambulante zorg wordt toegepast.

Voor Zorgvisie.nl  schreef voorzitter Remmers van Veldhuizen van CCAF, het certificeringscentrum voor intensieve ambulante zorg, in 2011 dat er veel minder mensen uit de zorg vallen en dat er ook minder dwangopnames nodig zijn. Die laatste constatering bleek niet uit een rapport (2007) van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In Noord-Holland, waar men in 2000 begon met de nieuwe aanpak en deze in 2004 uitbreidde, steeg tot in 2006 het aantal dwangopnames en was deze regio samen met Zuid-Holland koploper op dit gebied.

Dat kan gelegen hebben aan de beginperikelen en de nog kleine schaal waarop intensieve ambulante zorg werd toegepast. Het zou mooi zijn als niet alleen het aantal bedden, maar ook het aantal dwangopnames kan worden gereduceerd. Tot nu te groeit landelijk ook dat aantal, van gemiddeld 36 per dag in 2002, tot 51 per dag in 2009.

Remmers van Veldhuizen waarschuwde wel voor bezuinigingen op ambulante zorg. In Australië leidde afbouw van ambulante zorg leidde tot marginale maatschappelijke situaties en overlast en meer patiënten verdwenen in de forensische kanalen.
En dat is iets waar de achterban van de ondertekenaars van het GGZ-akkoord wel even stil bij mogen blijven staan. Intensieve ambulante zorg is duur en pas op langere termijn zal de beddenreductie die kosten enigszins kunnen compenseren. Dus niet de komende twee, drie jaren.

Ook dit akkoord is, net als het Bestuursakkoord voor de decentralisatie, een mooi verpakte bezuinigingsmaatregel. De gemeenten, de achterban van de VNG, floot destijds de ondertekenaars terug. Hoe zal de GGZ-achterban reageren?

Minister Kamp bestrijdt uitbuiting stagiaires

StagemisbruikArme minister Kamp. Juist de man die zo tegen uitbuiting is krijgt hekel wat over zich heen omdat illegale mbo’ers wat hem betreft geen stages mogen lopen. In het tumult wordt waarschijnlijk over het hoofd gezien wat de goede bedoelingen van de minister zijn.

Natuurlijk gaat het hem niet om de illegaliteit van de mbo’ers. Hij weet ook wel wat de afspraken zijn. Zolang ze nog niet uitgezet kunnen worden, mogen ze naar school. Maar niet naar stages, want dat is werk, zo stelt Kamp.

Juist. En wat voor werk! Zijn stages niet een mooi woord voor kinderarbeid? Stagiaires mogen de rotklussen opknappen. Koffie zetten en rondbrengen valt onder kennismaken met het bedrijf. Van een dag kopiëren leren ze documenten kennen. Schoonmaken valt onder de competentie ordelijk werken. Papieren dossiers in de shredder vernietigen heet structuur aanbrengen. Invallen voor zieke medewerkers is een bijdrage aan de competentie zelfstandig werken.

Zeker in tijden van crisis is de stagiaire populair. Om te werken en niet om te leren. Dat is dus uitbuiting en daar strijdt de minister nu tegen. In februari kwam hij al op voor goedkope arbeidskrachten in de champignonteelt. Zelf werd hij door schoonmakers van uitbuiting beschuldigt, maar dat gelooft toch geen mens? Dat viel gewoon onder de bezuinigingen en bezuinigen heeft niets met uitbuiting te maken, toch?

Voor wat het waard is.

BrinkmanHero Brinkman garandeert dat hij niet uit de PVV stapt. Dat was in 2010. De garantie blijkt een beperkte levensduur te hebben. Niet gezeurd, want waar zit tegenwoordig nog levenslange garantie op?

Brinkman gaf die garantie af, toen Mark Rutte wilde weten waar hij met de PVV aan toe zou zijn als hij de partij bij zijn snode plannen zou betrekken. Rutte had aan de koningin belooft de kwestie Brinkman duidelijk te krijgen en Brinkman was niet te beroerd Rutte en Wilders een loze verklaring te overhandigen.

Hij moest wel, want zijn politiek carrière zou misschien snel afgelopen zijn. Hij had PVV-stemmers opgeroepen op hem te stemmen, zodat hij de PVV wat democratischer kon maken. Brinkman rekende op 400.000 voorkeursstemmen. Het werden er 18.865, waarmee hij behalve Wilders zelf, ook Fleur Agema boven zich moest dulden.

De man heeft nu zelf zijn politieke carrière beëindigd, maar zal de tijd dat hij nog even op het pluche mag zitten, het kabinet blijven steunen. Mark Rutte mag hopen dat die garantie net zo lang overeind blijft als de zittingsduur van het kabinet. Er moet immers nog een prachtig land aan ons worden terug gegeven?

Als Rutte het eindelijk behaagt van die belofte praktijk te maken, zullen we zien wat er van dat prachtige land nog over is. Net zoveel als garanties van loyale Brinkmannetjes?

Het achterkamertje open voor publiek.

cc Flickr Minister-president’s photostreamRutte, Verhagen en Wilders gaan het de komende dagen over ons hebben. Traditiegetrouw gebeurt dat achter gesloten deuren. Ze sluiten zich op in het Catshuis. Als je het over anderen wilt hebben, kun je daar geen pottenkijkers bij gebruiken natuurlijk.

Ze gaan het niet over ons, maar over cijfertjes hebben? Jawel, en de cijfertjes die het illustere trio op hun rij zet, bepalen hoe ons leven de komende tijd er uit gaat zien. Toen Rutte I in oktober 2010 aan het werk toog, waren er 394 duizend werklozen. In januari van dit jaar waren er 487 duizend werklozen. Zo’n 93 duizend mensen hebben dus ervaren wat het voor hen betekent als het kabinet het over cijfertjes heeft.

En dan hebben we het maar niet over de duizenden mensen wiens koopkracht achteruit is gegaan. Of de duizenden mensen die hun bibliotheken, buurthuizen, kinderspeelplaatsen of zwembaden zagen verdwijnen. Het is maar een greep uit de vele gevolgen van Ruttes cijfertjes.

Ondertussen speculeren de media wat de heren zullen doen. Wie sluit welke compromissen? Hoe groot zullen de volgende bezuinigingen zijn? Zodra dat bekend is, volgen de analyses, die grotendeels ook speculatief zullen zijn. Omdat de heren er erg goed in zijn niet het achterste van hun tong te laten zien.

Er is maar één manier om zelf een onafhankelijk oordeel van de besprekingen te maken: we moeten er zelf bij kunnen zijn.
Bij andere democratische vergaderingen is dat heel gewoon. De Tweede Kamer kent de publiek tribune en plenaire vergaderingen worden ook rechtstreeks uitgezonden. Ook sommige commissievergaderingen zijn online direct bekijken.

De Eerste Kamer kent ook een publieke tribune, maar geen online optie. Commissievergaderingen zijn niet openbaar.
Bij Provinciale Staten en gemeenten is de openbare toegankelijkheid wisselend. Raadsvergaderingen zijn altijd openbaar, maar de vergaderingen van Gedeputeerde Staten en colleges van B&W weer niet. Wel is het in toenemende mate mogelijk vergaderingen van PS en gemeenteraden live te volgen.

Kortom: de geïnteresseerde en betrokken burger heeft aardig wat mogelijkheden met zijn neus boven op besluitvorming te zitten. Grote uitzonderingen: de ministerraad en bijeenkomsten zoals die de komende week plaats zullen vinden.

Het kabinet gaat over het landsbelang en moet uitermate belangrijke beslissingen nemen. Je kunt je voorstellen dat de concentratie te lijden heeft onder continu flitsende en zoemende camera’s. En stel je voor dat eventueel aanwezig “volk” gaat zitten morren. Als Rutte elke keer de zaal tot orde moet roepen, komt er van regeren weinig terecht.

Maar daar zijn twee elegante oplossingen voor. De vergaderzaal kan met een geluidswerende glazen wand worden afgescheiden. En de beste oplossing is natuurlijk een live online registratie.

We hebben er recht op te weten wat er over ons wordt beslist. En ook: hoe er over ons wordt beslist. Tenslotte kijkt Big Brother-overheid op steeds meer manieren naar ons.  Het is wel zo democratisch en transparant, dat wij het recht krijgen terug te kijken.
Alle achterkamertjes openbaar!