Tagarchief: duurzaamheid

Boeren pas duurzaam, als burger betaalt.

Boeren pas duurzaam, als burger betaalt De overheid nog teveel wetten, vinden sommigen. De overheid moet wel afslanken en zich niet als een despoot gedragen. Dus is het een trend geworden geen wetten te maken, maar burgers en bedrijfsleven te vragen zichzelf te reguleren. Gevolg: bijna net zoveel beroeps- en gedragscodes op, als er wetten zijn.

De boeren doen het nog wat zuinigjes aan. Het zit er voorlopig niet in dat veehouders zichzelf een duurzaamheidscode opleggen. Uit een
onderzoekje van het LEI (Landbouw Economisch Instituut) en de Wageningen Universiteit, blijkt dat boeren erg hechten aan hun eigen vrijheid. Dat verhindert wel dat de beroepsgroep maar moeizaam tot een beroepscode voor duurzaam ondernemen kunnen komen, stelt het LEI.

Moet dat dan? Misschien wel, want burgers zouden steeds meer kritiek hebben op de manier waarop boeren met dierenwelzijn en milieu omgaan. Als de boeren nou zichzelf eens reguleren, ontsnappen ze misschien aan betutteling en bemoeizucht van de overheid.
Die burgers moeten niet zeuren, zeggen de boeren. Burgers zeggen wel het dierenwelzijn belangrijk te vinden, maar ze gedragen zich daar ook niet naar.

Zo zijn burgers niet voldoende bereid meer te betalen voor duurzaam varkensvlees of bio-groenten. Dat hebben ze al onderzocht op
de Rijksuniversiteit Groningen. De gemiddelde consument wil hooguit 6% meer betalen voor een duurzaam landbouw- of veeteeltproduct. Daar schieten de boeren weinig mee op, omdat zulke producten vaak 10 tot 14% meer kosten.
Het LEI stelt dat een dialoog met de samenleving erg nuttig kan zijn, zodat boeren en burgers elkaar beter begrijpen en de boeren tot goede zelfregulerende codes komen.

De kip-of-het-ei vraag: Wie moet nu wie reguleren?
Zijn dat de burgers? Als die massaal kiezen voor duurzaam geproduceerde landbouw- en veeteeltproducten, dan laten ze de boeren geen andere keus dan met verantwoord spul te komen.
Of zijn het de boeren? Als zijn consequent duurzaam produceren, dan heeft de burger geen andere keus.

Moresprudentie

MoresprudentieCodes zijn slechts inkt op papier”, stelde bestuursvoorzitter van de Rabobank op het Sustainability Congres in Den Haag, afgelopen donderdag.
De beste voornemens staan wel eens haaks op wat in de praktijk haalbaar is. De Rabobank wil graag een wezenlijke bijdrage leveren aan een duurzame wereld, maar hoe doe je dat, als er ook zaken gedaan moeten worden in China of Brazilië?

De Rabobank gaat dan te rade bij de eigen Commissie Ethiek. De bank, voortgekomen uit wat ooit banken met slecht lokaal belang waren (de coöperatieve Raiffeisen-bank en Boerenleenbank), doet nu wereldwijd zaken. Volgens de bestuursvoorzitter krijgt de bank dan ook te maken met controversiële zaken op het gebied van dierenwelzijn, ontbossing, genetische modificatie, mensenrechten en de wapenindustrie.

De ethische commissie van de Rabobank kan dan adviseren hoe te handelen. Noem dat “moresprudentie’. “Door bekendheid te geven aan deze moresprudentie wordt geprobeerd bij te dragen aan het ethisch handelen in de Rabobank-organisatie”,
aldus de voorzitter.

Zou elke bank, of elk bedrijf dat in het buitenland opereert een ethische commissie moeten hebben, om de moresprudentie vast te stellen?
Nee, zou het antwoord kunnen zijn. Overbodig, want wat goed of slecht is zou iedereen als vanzelfsprekend dienen te weten. Maar de eigen mores kan wel eens hemelsbreed verschillen met die van andere, verre landen. De tijd is lang voorbij dat we met elk handelsschip ook een legertje missionarissen meestuurden, om ook de eigen moraal op te leggen.

Bovendien zijn er conflicten binnen die eigen mores. China wel willen helpen bij de opbouw van de economie, in de verwachting dat de welvaart voor de gewone Chinees zal toenemen, is nobel. Maar wat, als dat betekent dat je er ook de wereldwijde milieuvervuiling een handje mee helpt?
Een lening verstrekken om soja te verbouwen, in de wetenschap dat daar hele bossen voor gekapt moeten worden?

Ja, zou het antwoord kunnen zijn, een ethische commissie is hard nodig. Het zal voor de Rabobank geen prettige reclame zijn, dat alleen de Triodusbank en de ASN-bank het zoveel beter doen in de controversiële thema’s. Althans, volgens de
eerlijke bankwijzer, die Oxfam Novib, Amnesty International, Milieudefensie en FNV Mondiaal hebben gelanceerd.
De Rabobank scoort voldoende op slechts 4 van de 8 thema’s als klimaat, mensenrechten of de wapenindustrie. En blijkt weinig goeds bij te dragen in sectoren als de landbouw, bossen, of visserij.

Maar of de zelf opgelegde moresprudentie er toe zal leiden bepaalde activiteiten alleen te financieren door wel de eigen mores op te leggen? Of beter nog: helemaal geen activiteiten ontwikkelen op gebieden waar het niet pluis is?
Wanneer zullen codes niet langer “inkt op papier” zijn, maar even geldig als de af te sluiten contracten?

Scheppen en knutselen.

Scheppen en knutselen Aanstaande dinsdag, 10 november houdt de Unesco weer de World Science Day for Peace and Development. Ofwel: een dag om te laten zien wat wetenschap bijdraagt aan een vreedzame en duurzame wereld (lees hier meer).
Dit jaar in het teken van de astronomie. Heel goed, je moet verder kijken dan je neus lang is. Of het wat oplevert? Ach, Jules Deelder dichtte al: het heelal, hoe verder men keek, hoe groter het leek.

Er zijn fraaie lijstjes van wat wetenschap ons aan moois heeft gebracht. De populaire overzichten halen wetenschap en knutselarij vaak door elkaar. Toevallig gevonden uitvindingen en diep doorwrochte vondsten, van de uitvinding van het vuur tot Einsteins’s relativiteitstheorie. Van de Romeinse waterwerken tot de waterkoker. Van Archimedes’ badkuip tot Niels Bohr’s atoommodel.

Het is prachtig om de
zeventig belangrijkste uitvindingen uit de oudheid eens op een rij te zien. Brian Fagan verzamelde ze en dat het vuur de Romeinse badhuizen mogelijk maakte, dat er onder stenen gereedschap ook al een naald met oog met viel, het laat zien dat één ontdekking grote gevolgen kan hebben.
Eigenlijk is het niet meer dan onderzoeken wat we met water, vuur en aarde kunnen. Geen idee wat de Romeinen zelf vonden van hun watersystemen en badhuizen, maar de moderne mens vindt nu de wc wel de belangrijkste uitvinding der mensheid. Het oeroude kleitablet is dik vergeten en nu staat de computer glansrijk tweede op de lijst van belangrijke uitvindingen (zie Trouw over een onderzoekje van BBC Focus magazine, uit 1997).

Hebben we dat aan wetenschappers, scheppers of knutselaars te danken? De uitvinder van boiler zou zonder Isaac Newton misschien nooit tot zo’n apparaat zijn gekomen. De techneuten die de kerncentrale bedachten, zouden zonder Niels Bohr nooit zover zijn gekomen. John Simmons kwam in 1997 met een
top 100 van wetenschappers, waar Newton, Einstein en Bohr de top drie vormen. De oude Griek Archimedes sluit de rij op de laatste plaats. Maar zouden we zonder zijn “eureka!” mammoettankers hebben gehad?

Uiteindelijk gaat het om de praktische toepassing van wetenschappelijke theorie. Klopt die theorie niet, of is de theorie te beperkt, dan krijg je falende toepassingen. De ontwikkeling van vuur naar Romeinse badhuizen en de hedendaagse centrale verwarming, heeft zich zonder de theoretische modellen van fysici nooit kunnen voltrekken. Het heeft comfort opgeleverd, maar ook de moderne ongemakken op gebied van milieu, waterbeheersing en klimaatperikelen.
De pijl en boog heeft zich ontwikkeld tot geavanceerde, computergestuurde raketten. De oorlogen zijn er niet minder mee geworden, noch doeltreffender. Mijns inziens allemaal het gevolg van teveel geknutsel met wetenschappelijke vondsten.

Rechtvaardigt die conclusie de keuze van de Unesco onze aandacht dit jaar maar eens op de sterren te focussen? In het aardse hebben we het niet gevonden, dus dan maar de lucht in?
Je weet maar nooit. In ieder geval is tot wetenschappers al lang doorgedrongen dat grensoverschrijdende wetenschap nodig is om een duurzame wereld in vrede te bereiken. Wetenschappers moeten ook buiten hun vakspecifieke kaders kunnen treden en samenwerken.

De nieuwe Archimedesen wentelen zich niet langer alleen in het water van hun eigen badkuip. Zal dat dè duurzaamste en meest pacificerende ontdekking aller tijden opleveren?
Dat zal afhangen van de vragen die tot nieuwe exploratie leiden. Je kunt concluderen dat de ontdekking van het vuur tot veel goeds en zeker tot veel kwaads heeft geleid. Dan zou een belangrijke vraag kunnen zijn: kunnen we zonder vuur?

Twee vragen tot slot.
Moeten de knutselaars zorgvuldiger omgaan met de wetenschappelijke theorieën? En: welke belangrijke vragen moet de wetenschap als uitgangspunt nemen voor de toekomst?

Voer voor nadenken.

Voer voor nadenken

Slechts een derde van de Nederlanders heeft veel behoefte tot nadenken“.
Overigens zijn de mensen die de behoefte hebben om meer na te denken niet per se hoger opgeleid; dit verband was laag“.

Twee conclusies die het ergste vrezen voor ons aller welzijn want de derde conclusie luidt: “De 30% Nederlanders die veel behoefte hebben tot nadenken hechten meer waarde aan dierenwelzijn, rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid“.

Nadenken. Ik maak er geen gewoonte van, maar ik heb er wel behoefte aan. Nou vind ik dierenwelzijn, rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid toevallig ook belangrijk, maar dat ik daarmee tot slechts een derde van de bevolking hoor, vind ik geen wereldnieuws.

De conclusies staan in een rapport van het LEI, dat in opdracht van het ministerie van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), onderzocht heeft of mensen wel eens stilstaan bij de waarde van hun eten.
Het LEI (Landbouw Economisch Instituut) zegt in haar persbericht dat “89% van de consumenten producten koopt uit gewoonte, zonder er bij na te denken. Meer kennis over gezondheid en duurzaamheid leidt niet per definitie tot een ander aankoopgedrag bij consumenten. Alleen de kleine groep mensen die toch al interesse heeft in deze onderwerpen laat zich hierdoor leiden“.
Het LEI concludeert niet als eerste dat het vergroten van kennis niet vanzelfsprekend tot gedragsverandering leidt. Je zou meer moeten weten over onbewuste drijfveren van de consumenten, als je wil dat ze meer gezond en milieuvriendelijk voedsel kopen.

Het klinkt bekend. A-sociaal gedrag veranderen met voorlichtingsfilmpjes werkt niet. De makers van die filmpjes hopen zo de mensen een spiegel voor te houden en aan het denken worden gezet. Psycholoog en communicatiewetenschapper, Jaap van Ginneken, stelt dat het effect minimaal zal zijn. “Gedragsverandering, en zeker duurzame gedragsverandering, is heel moeilijk“, aldus de deskundige in een Volkskrantartikel.

Ook
prof. dr. C.M.J.G. Maes, gezondheidspsycholoog aan het Leids Universitair Medisch Centrum, stelt dat campagnes die mensen adviezen voor een gezonde leefstijl tussen de oren prenten, een “bedroevend laag effect hebben“. Dus moet er meer kennis komen over “de onderliggende psychologische mechanismen die leiden tot (on)gezond gedrag” en moeten we “beseffen dat gedrag altijd het gevolg is van interactie tussen individu en omgeving“.

Tweederde van de mensen hebben geen behoefte na te denken en doen maar wat. Het lijkt voer voor psychologen, maar als die het zo eens zijn over dat verschijnsel, waarom nog geld aan nader onderzoek gedaan?
Laten we er vanuit gaan dat overheid en beleidsmakers tot die 30% nadenkende groep behoren. Ze willen immers dat iedereen gezonde, milieu- en diervriendelijke producten consumeren? Wel , als zoveel mensen niet nadenken bij hun aankopen, dan zorg je er toch voor dat er alleen nog gezonde, milieu- en diervriendelijke producten worden aangeboden?

Ethisch nadenkertje: mag je niet-denkende mensen dat van overheidswege door de strot douwen?

Wij doen het goed, nu zij nog

Wij doen het goed, nu zij nog

We doen erg ons best een goed en duurzaam leven op te bouwen. Dat lukt ons ook aardig. Het zou wel helpen als de rest van de wereld ook een beetje ging meewerken. Vooral op het gebied van klimaatverandering en biodiversiteit.

Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) komt met een update van de Monitor Duurzaam Nederland. Op veel terreinen gaat het goed. Het gemiddelde inkomen en het niveau van gezondheid en onderwijs zijn toegenomen. De meeste burgers vertrouwen elkaar en de instituties van dit land. We zijn hardwerkende burgers en we leven in een steeds schoner wordende omgeving.

We zijn ook in staat de grootste duurzaamheidsproblemen op te lossen. Echter, de rest van de wereld ligt dwars. Wat het klimaat betreft moet het mogelijke zijn de opwarming te bepreken tot twee graden. Maar, zo stelt het SCP, “het is vooralsnog niet gelukt om de hiervoor noodzakelijke mondiale afspraken te maken”.

Met de biodiversiteit is het ook niet zo best gesteld. Er is nog maar 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit over. Minder vleesconsumptie kan bijdragen aan het behoud van biodiversiteit, ware het niet dat in zich ontwikkelende landen de vleesconsumptie juist toeneemt.
We willen het wel anders, maar “voor klimaatverandering en biodiversiteit is de internationale coördinatie een grote complicerende factor”, aldus het SCP.

Zo gesteld, zou het buitenlandbeleid wellicht een andere koers kunnen varen. Bijvoorbeeld: de VS wil dat we wat gedetineerden uit Guantánamo Bay overnemen? Da's best, maar eerst laten zien dat de VS de CO2-uitstoot substantieel vermindert. Wat extra troepen naar een of andere brandhaard? Prima, maar we gaan er pas heen als het groen goed op orde is. Ontwikkelingshulp? Alleen als van dat geld onze roetfilters, spaarlampen en windmolens wordt gekocht.

Wij willen best duurzaam vergrijzen, maar wil de rest van de wereld dan een beetje meewerken, alstublieft?

Zie het zonnig

ZonnelampWij kennen hier een Taskoforce verlichting, die ons massaal aan de spaarlamp moet helpen. Nu is er nog zo'n taskforce: Philips en Bert Koenders.
De minister van ontwikkelingsamenwerking steunt de lampengigant om
de zonnelamp op grote schaal in Afrika te introduceren.

Veel mensen in Afrika hebben nog steeds geen electriciteit. 's Avonds kunnen ze dus niet doorwerken, kinderen kunnen hun huiswerk niet lezen, dus als ze wat worden bijgelicht kan dat een bijdrage aan hun ontwikkeling zijn, zo is de redenering.
Dat kan met de zonnelamp. Hier vooral bekend als tuinverlichting.

Dat zijn mooie ideeën. Met kleine uitvindingen gebruik maken van wat er volop aanwezig is. In Afrika is gebrek aan electra, maar volop zon.
Die zonnelamp is niet de enige vondst om Afrika uit het slop te halen. Want gebrek aan electra wil niet zeggen dat de huishoudens daar de luxe die wij kennen moeten missen.

Op GeenCommentaar las ik dat er een koelkast is die zonder stroom kan. En kent u de stroomloze pc nog? Het CDA wil dat in de ontwikkelingslanden elk kind zijn eigen laptop krijgt. Het liefst de laptop die zelf aangeslingerd kan worden als de batterij leeg is of er geen elctra in de buurt is.
En Siemens heeft
een telefoontoestel ontwikkeld, die niet alleen van biologisch afbreekbaar materiaal is gemaakt, maar ook van een zonnepaneeltje is voorzien en dus geen stopcontact meer nodig heeft.

Al dat soort apparaten zijn dus zuinig in energiegebruik en dankzij de zon kan de Afrikaanse burger dus opstomen naar het soort luxe leventje dat wij hier kennen.
Alleen: waarom blijven wij hier dat stopcontact toch gebruiken? Terwijl minister Koenders convenanten sluit met bedrijven om duurzame oplossingen in de arme landen te ontwikkelen, kan de minister van economische zaken datzelfde toch doen voor soortgelijke produkten hier?

Zeker, een begin is al gemaakt. Zonnepanelen worden weer gesusidiëerd. Maar slechts tijdelijk. Dat schiet niet op. Gooi er wat geld tegenaan om alle apparaten zonnige energie te laten gebruiken. Volgens het KNMI gaan we extreem warmere dagen krijgen aan het einde van deze eeuw. Ik neem aan dat de zon daar mede verantwoordelijk voor is.

Dus ga je scheren in de tuin als de zon daar schijnt. Het zonnecollectortje helpt je aan een gladde bakkes. De waterkoker zet je in de vensterbank bij het keukenraam. De keukenmixer staat op een tafeltje op het balkon. En ga zo maar door.

We moeten het gewoon allemaal wat zonniger inzien.

Duurzaam samen werken?

Wat maak je menu?

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is wereldwijd 20.000 mensen ontslaan omdat de winst, vorig jaar nog € 4.745.000.000, maar niet boven zo'n slordige € 5.000.000.000 wil groeien. Het eerste kwartaal van dit jaar was boven verwachting erg goed, maar het is niet zeker dat het zo zal blijven.Ook al profiteert het Brits-Nederlandse Unilever aardig van de stijgende voedselprijzen, ook al is het nummer drie op de lijst van grootste voedingsbedrijven, de aandeelhouders zeuren dat Unilever nu zo'n zeven jaar geen spectaculaire winstgroei meer beleeft.

Unilever heeft het er maar moeilijk mee. Het heeft het begrip 'duurzaamheid' hoog in het publicitaire vaandel staan. Unilever eist dat ook van hun ketenpartners, reden waarom ze genomineerd is voor een leuk prijsje. Maar die 474 werknemers van de drie fabrieken die dicht moeten, dachten dat zij duurzaam aan het werk zouden zijn. Niet dus en daarom zijn ze nu al tweeënhalve week boos.

'Penauts', moet de Unileverdirectie gedacht hebben. In Nederland hebben we slechts 6 fabrieken, niemand die er iets van merkt als we daar de helft van dichtgooien.
'Helaas effe geen pindakaas', antwoordden de werknemers en gingen de straat op. Voor een garantie om nog drie jaar aan het werk te blijven, voor een betere afvloeiïngsregeling en meer zeggenschap over de saneringen. Waar vind je zulke betrokken, meedenkende werknemers nog? Moet Unilever die nou echt laten gaan?

Waarom wil de winst van Unilever niet de door de aandeelhouders gewenste groei doormaken? Wel, dat was onder andere de schuld van de supermarkten. Die waren in een prijzenoorlog verwikkeld en boden de Unileverspulletjes voor onverantwoord lage prijzen aan. Dat gedoe van de superkruideniers is nu wel voorbij, reden waarom dat 1e kwartaal zo goed uitviel.

En net als iedereen had ook Unilever last van stijgende grondstoffenprijzen. Maar ook dat blijkt geen probleem te zijn. Gewoon je produkten in heel Europa duurder maken en geen consument die er een potje pindakaas minder om eet of een huidzalfje links laat liggen.
Wel problematisch is dat de mensen niet meer pindakaas gaan eten. En aangezien Unilever niet verwacht dat de consument dat wel gaat doen, gaat de fabriek in Delft dus dicht. Geen groei is stilstand en als het stil staat kun je het net zo goed helemaal sluiten.

Ander probleempje is dat de oorlog tegen het terrorrisme Unilever slecht uitkomt. De VS eisen dat niemand zaken doet met bedrijven of landen die door Bush aangemerkt zijn als terroristenvriendjes. Het Saoedische concern Binladingroup staat natuurlijk bovenaan de zwarte lijst en da's nou sneu voor Unilever. Via een dochteronderneming van dat concern had Unilever een leuke afzetmarkt in Syrië en Libanon. Maar dat is dankzij Bush dus afgelopen.
Maar goed, dat scheelt wereldwijd maar twee afzetgebieden, dus dat kan toch niet echt de reden zijn voor de beperkte winstgroei. Hoe ik ook zoek: ik vind nergens een echte, dwingende reden waarom Unilever nou wereldwijd 20.000 mensen er uit wil knikkeren, inclusief die 474 nederlandse werknemers. Het groeit langzaam, maar slecht gaat het absoluut niet met Unilever.

Het enige probleem zijn dus de hebzuchtige aandeelhouders. Nou snap ik ook wel dat 474 arbeidsplaatsen zo'n druppel op de gloeiende plaat van de prima draaiende economie is, dat de regering zich hier niet mee gaat bemoeien. Maar je zou bijna wensen dat ze het leger op vredesoperatie sturen om de terreur van de aandeelhouders te beëindigen. En dan natuurlijk meteen beginnen aan de wederopbouw van de mentaliteit die de multinational er op na houdt. Duurzaam samen doen en samen werken. Samen dus, inclusief die 20.000 mensen die Unilever aan zo'n prima positie op de wereldmarkt hebben geholpen. Misschien wordt het tijd massaal de pindakaas te steunen. Of zal het u UnoxHemaworst wezen?

Hergebruikcodes

HergebruikEen beetje bedrijf doet zijn best om het milieu te sparen. En waar mogelijk maakt men daar ook reclame mee. Goed voor het merk en consumenten gebruiken de producten ook met een schoner geweten.
Zo
publiceert Daf Trucks sinds kort recyclinggidsen op haar website om het hergebruik van onderdelen te stimuleren. Volgens het bedrijf zelf zet men de bedrijfswagen zo in elkaar dat 80% van de kunststofdelen en 90% van de metalen delen geschikt zijn voor hergebruik. Wie denkt in een gloednieuwe truck rond te karren, kan dus voor 85% bedrogen uitkomen, maar wel 100% tevreden zijn over het gespaarde milieu.
In de recyclinggidsen van Daf valt te zien welke onderdelen voor een tweede leven geschikt zijn. De onderdelen zijn voorzien van codes, zodat reparateurs en opbouwers ze makkelijk kunnen vinden en op de juiste manier kunnen toepassen.
Goed voorbeeld doet goed volgen? Om te beginnen kan de overheid normen opstellen die elk bedrijf verplichten hun product minstens net zo hergebruik-vriendelijk te maken als een Daftruck. Om de nationale trots wat op te poetsen mag dat gerust de Daf-norm genoemd worden. Met daarbovenop een commitment-verdrag om over uiterlijk 10 jaar alle producten 100% recyclinggeschikt te maken. Nu is recycling natuurlijk uitstel van executie. Ik weet niet hoe lang je een product veilig kunt reconsumeren, maar ik veronderstel dat er toch een keer een punt komt dat onderdelen alsnog naar de afvalverwerking gaan. Tenzij een of andere Willie Wortel materialen verzint die het eeuwige leven hebben. Dan kunnen we ons luxe leventje eindelijk duurzaam voortzetten zonder dat we het milieu belasten met bergen afval. Die mogelijkheid tart de fantasie.
Het zou in principe kunnen betekenen dat er helemaal geen nieuwe producten meer gemaakt hoeven worden. Einde aan de groei. Van elke total loss gereden auto kan weer een nieuwe worden gemaakt. Elke koelkast kan gerestyled worden tot een diepvriezertje die bij je nieuwe interieur past. Elk kledingstuk kan aangepast worden aan de volgende modetrend.
Zou allemaal kunnen, als er één factor ook wordt gerecycled: de mens. Als de bevokingsgroei blijft stijgen, hebben we niet genoeg aan louter hergebruikte producten om in ieders behoeften te voorzien. Tenzij ook de mens voor hergebruik geschikt wordt gemaakt. Met een beetje genetische manipulatie moet het toch mogelijk zijn huid, haren en organen te upgraden. Vervolgens wereldwijd het donorschap verplichten en wie dan nog aan gezinsuitbreiding denkt kan op internet recyclinggidsen raadplegen om uit die databases een nazaat samen te stellen. Met de juiste codes bij de hand kun je een erfgenaam krijgen die volledig matcht bij je stamboom. De levertijd houden we op 9 maanden. Dat moet ruim genoeg zijn om het model te testen op levensvatbaarheid, duurzaamheid en de normen en waarden die de samenleving aan een nieuwe burger stelt.
Een toekomst zonder schroothopen, afvalbergen en begraafplaatsen. Zo houden we meer dan genoeg ruimte over voor het eeuwige leven, zonder de aarde te plunderen en de omgeving te verzieken. De hergebruikcode als de science fiction van de maakbaarheid.