Tagarchief: Edith Schippers

Steun dissidenten

Crisisberaad over het wegstemmen het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De PvdA-senatoren Guusje ter Horst, Marijke Linthorst en Adri Duivesteijn stemden tegen de zorgwet en deze drie stemmen waren voldoende om de wet af te keuren.

Daarmee werd de wet verworpen met 33 stemmen voor en 38 stemmen tegen. Zouden de drie PvdA-dissidenten (zoals ze nu gelabeld worden) voor hebben gestemd dan zou de wet met slechts één stem meerderheid zijn aangenomen. Natuurlijk tellen het aantal individuele stemmen, maar het is tenslotte ook zo dat zes fracties tegen stemden, vier fracties voor en de PvdA dus verdeeld bleek.

Awel, er wordt grote druk op de PvdA gelegd om een uitweg te vinden. Binnen de PvdA zullen Guusje ter Horst, Adri Duijvesteijn en Marijke Linthorst wel onder druk worden gezet.

We gaan het hoe dan ook oplossen, beweren Rutte en Samson. Terwijl het in vijf minuten kan worden opgelost. Handhaaf de vrije artsenkeuze. De aangepaste wet zal dan opnieuw langs Raad van State, Tweede Kamer en Eerste kamer moeten, maar omdat dit het meest heikele punt bleek zal zo’n gewijzigd voorstel het wel halen.

Om duidelijk te maken dat het die kant op moet verdienen de drie senatoren onze steun. Verspreid op twitter de boodschap #zorgwet @guusjeterhorst @adriduivesteijn #marijkelinthorst Hou nu je rug recht. Blijf bij je stem. #vrijeartsenkeuze

Hoe meer tweets (en jawel, ook maar via Facebook) hoe duidelijker het Schippers, Rutte en Samson zal worden dat er echt geen andere uitweg uit deze crisis is.

Niet te gek om los te lopen.

Ambulante hulpMinister Schippers van Volksgezondheid heeft een demissionair succesje behaald. Met veel tromgeroffel is het bestuurlijk akkoord voor de toekomst van de GGZ gepresenteerd.

De minister is er trots op dat deze keer GGZ-instellingen. beroepsgroepen, patiëntenvertegenwoordigers en zorgverzekeraars op één lijn naast haar staan. Maar zoals dat met bestuurlijke akkoorden wel vaker het geval is: de ondertekening vond plaats “onder voorbehoud van goedkeuring van hun achterban”.

Die achterban zal tevreden zijn met het inhoudelijke deel van het akkoord (pdf). Minder klinische opnamen, minder dwangmaatregelen en meer ambulante zorg. Dat is overigens geen noviteit, of zoals  de voorzitter van GGZ Nederland tegenover de NOS zei: “veel ontwikkelingen die in het akkoord zijn afgesproken in de praktijk al aan de gang”.

Of de achterban ook zo tevreden zal zijn over de bekostiging, is de vraag, want die wordt teruggeschroefd naar het niveau van vijf tot zeven jaar geleden. In 2007 werd er ruim 4,6 miljoen euro aan GGZ-zorg uitgegeven. Het akkoord stelt dat deze zorg in 2012 nog 4 miljoen mag kosten (het niveau van 2005), oplopend tot 4,4 miljoen in 2014. In 2010 bedroegen de kosten ruim 5,4 miljoen euro.

Uitbreiding van de ambulante zorg moet uitkomst bieden. Wie de GGZ-tabellen van het Trimbos Instituut er op na slaat, samengevat in dit exceldocument, ziet dat de ambulante zorg al jaren stevig groeit. Met een gemiddelde groei van 15,36% over 10 jaren steekt de ambulante zorg met kop en schouders uit boven de klinische opnames en verblijf in beschermd wonen.

Toch zat er ook nog groei in de beddencapaciteit  van de GGZ-instellingen. Het aantal instellingen nam af (van 106 in 2005 tot 98 in 2010), het aantal bedden nam toe van ruim 30 duizend in 2005 tot iets meer dan 37 duizend in 2009. De sterke toename van ambulante zorg heeft dus niet geleid tot een afname van het aantal bedden. Die hoeveelheid moet met een derde worden verminderd, is afgesproken in het GGZ-akkoord.

En wel omdat bijna iedereen het er over eens is dat de patiënt het beste af is, als hij of zij in eigen omgeving kan worden geholpen. Ook de zwaarst zieke psychiatrische patiënten. Niemand is te gek om los te lopen. Projecten met intensieve ambulante zorg lijken deze stelling te bevestigen en, mooi meegenomen, op termijn is deze vorm van zorg goedkoper dan klinische zorg.

Het succes is te danken aan multidisciplinaire teams, die met intensieve bemoeizorg kunnen voorkomen dat iemand moet worden opgenomen. Een methode die bij de GGZ Noord-Holland al tot beddenreductie heeft geleid. Vanaf 2000 begin men voorzichtig met deze nieuwe aanpak en de positieve ervaringen leiden ertoe dat nu steeds meer intensieve ambulante zorg wordt toegepast.

Voor Zorgvisie.nl  schreef voorzitter Remmers van Veldhuizen van CCAF, het certificeringscentrum voor intensieve ambulante zorg, in 2011 dat er veel minder mensen uit de zorg vallen en dat er ook minder dwangopnames nodig zijn. Die laatste constatering bleek niet uit een rapport (2007) van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. In Noord-Holland, waar men in 2000 begon met de nieuwe aanpak en deze in 2004 uitbreidde, steeg tot in 2006 het aantal dwangopnames en was deze regio samen met Zuid-Holland koploper op dit gebied.

Dat kan gelegen hebben aan de beginperikelen en de nog kleine schaal waarop intensieve ambulante zorg werd toegepast. Het zou mooi zijn als niet alleen het aantal bedden, maar ook het aantal dwangopnames kan worden gereduceerd. Tot nu te groeit landelijk ook dat aantal, van gemiddeld 36 per dag in 2002, tot 51 per dag in 2009.

Remmers van Veldhuizen waarschuwde wel voor bezuinigingen op ambulante zorg. In Australië leidde afbouw van ambulante zorg leidde tot marginale maatschappelijke situaties en overlast en meer patiënten verdwenen in de forensische kanalen.
En dat is iets waar de achterban van de ondertekenaars van het GGZ-akkoord wel even stil bij mogen blijven staan. Intensieve ambulante zorg is duur en pas op langere termijn zal de beddenreductie die kosten enigszins kunnen compenseren. Dus niet de komende twee, drie jaren.

Ook dit akkoord is, net als het Bestuursakkoord voor de decentralisatie, een mooi verpakte bezuinigingsmaatregel. De gemeenten, de achterban van de VNG, floot destijds de ondertekenaars terug. Hoe zal de GGZ-achterban reageren?

Dag van de Nagtegaaltjes.

Verpleging Nog een paar uurtjes avonddienst en de dag van de Floortjes Nagtegalen is weer voorbij. De Internationale Dag van de Verpleging wordt altijd op 12 mei gehouden, de geboortedag van Florence Nightingale, symbool van de onbaatzuchtige verpleegster.
Een pittig beroep en toch populairder dan ooit, getuige het groeiend aantal studenten dat een diploma in een zorgopleiding haalt. Na de studie begint het echte werk.

“Verpleegkundigen en verzorgenden moeten hun werk op niveau uitvoeren, genoeg opleidingsmogelijkheden krijgen en samenwerken met voldoende en vakbekwame collega's. Zo kunnen zij excellente zorg aan patiënten bieden”, zei minister Schippers van Volksgezondheid, die de Dag van de Verpleging mocht aftrappen.
Ze vergat helaas een cadeautje mee te nemen op deze heuglijke dag. Het zou mooi zijn geweest een garantie af te geven dat er geen cent bezuinigd zal worden op de zorg.
Ziekenhuizen vrezen banen te
moeten schrappen, verpleeghuizen sluiten afdelingen en werkgevers willen het onregelmatige werk niet langer met een toeslag belonen. Dat laatste gaat niet door, gelukkig. Het verplegend personeel mag onbaatzuchtig zijn, het moet niet te gek worden. Dankzij een stevige actie is de afschaffing van de onregelmatigheidstoeslag in academische ziekenhuizen van de baan.

Ondanks werkdruk, personeelstekorten, reorganisaties en een niet al te riante beloning, vinden de verplegenden en verzorgenden toch dat ze een prachtig beroep hebben. In een
poll op Nursing.nl zegt een meerderheid met plezier naar het werk te gaan, maar de arbeidsvoorwaarden beter kunnen.
Het is “het mooiste rotberoep” dat er is, schrijft Marcellino Bogers, ook op Nursing.nl. “Zo was er de boze patiënt die wilde opstappen, maar per abuis de kast inliep, in de lach schoot en toch maar bleef. Was er die totaal ondervoede en vervuilde zwerver, die ik in een bad met olie zette en die later in een pak van een overleden medepatiënt zat te glimmen aan het kerstdiner”, zo beschrijft Bogers de tijd dat hij als jonge verpleegkundige in een verpleeghuis werkte.

Het is natuurlijk ook een mooi beroep. En nog mooier is het dat er weer meer jongeren voor dat vak willen kiezen. Het mooiste zou zijn dat het niet met een symbolische feestdag wordt beloond, maar met de waarde die dat vak verdient.