Tagarchief: internet

Online: het wordt nog eens je dood.

PClijkAcht op de tien Nederlanders zit elke dag wel eens ‘op de lijn’. Gemiddeld zit men 109 minuten per dag op internet. Dat valt nog reuze mee, denk ik dan. Er vanuit gaande dat men ook het normale gemiddelde van  8 uren slaap scoort, is men dus elf procent van de overige uren online.

Laten we aannemen dat in dit onderzoek niet de man is betrokken die zeker zeven weken continu online heeft gezeten. De man is blijkbaar achter de pc overleden. Daar kwam men achter dankzij zijn sociale mediavrienden.
Nederland gaat nog redelijk gezond met de online gespendeerde tijd om. Zelfs onder internetverslaafden vallen weinig slachtoffers. Hier geen verhalen over mensen die sterven na drie dagen continu internetspelletjes spelen.

Het lijken vooral Aziaten te zijn die daar een patent op hebben. En de fatale ongelukken zijn vooral gerelateerd aan spelletjes. In 2005 overleden een paar Zuid-Koreanen na dagenlang gamen op internet. Vorig jaar werden internetverslaafde ouders veroordeeld wegens fatale verwaarlozing van hun kind. In China werd in 2008 een arts ontslagen na de dood van een kind, dat aan de medische aandacht ontsnapte omdat de arts gekluisterd zat aan een onlinespelletje Go.

Bloggen kost ook aardig wat tijd, maar ik ben nog geen bericht tegengekomen dat een blogger in het harnas is gestorven. Moeten we ons zorgen maken om ongezonde effecten van online leven? Zeker wel. Het kan slecht zijn voor handen, polsen, ruggen en ogen, maar dodelijk kan het pas worden als je een erfelijke aanleg voor verslaving hebt.

Zou er een kans zijn dat de zorgkosten stijgen als de onlinetijd verder toeneemt? In een poging de zorgkosten te verminderen wil het kabinet onder andere dat de zorgsector meer gebruik gaat maken van e-health (consult en begeleiding via internet). Nog meer online tijdsbesteding dus.

Dan maar hopen dat je niet in verbinding komt met een gamende arts. Of dat er virtuele wachtkamers ontstaan, waar je de tijd dood met een online spelletje.

De wereld is een toetsenbord

ambachtBij het woord ambacht denken velen aan attracties op de zomerse braderieën. Manden vlechten, klompen hakken, je hebt er niets meer aan, maar het is leuk om naar te kijken. Maar wie denkt er bij ambachtelijkheid aan een itc-specialist?

Een gedachte die bij me opkwam bij het lezen van een artikel van Marit Overbeek op ‘de Architect’. Ze doet verslag van de Premselalezing, waar Richard Sennett een pleidooi hield voor eerherstel van de ambachtelijkheid. Heel kort door de bocht stelt Sennett dat een architect die met pen en papier werkt, een beter ontwerp maakt dan een architect die het met de computer doet.
“Door internet en andere technologie zijn steeds meer fysieke activiteiten in ons alledaagse leven vervangen door virtuele vormen daarvan’, schrijft Marit Overbeek. Dat zou ten koste gaan van allerlei vaardigheden, die onmisbaar zijn voor goed vakmanschap. In zijn lezing verwijst Sennett naar het gebruik van sociale media.  Mensen raken minder bedreven in ‘real life’ communicatie, waardoor goed luisteren, spreken of schrijven degenereren. Of, zoals in het artikel staat: Mensen worstelen met wat ze echt willen zeggen omdat ze daar de vaardigheden niet voor bezitten.

Er valt iets te zeggen voor de stelling dat de computer op tal van manieren een ambachtelijk resultaat in de weg zit. Het brood van de ambachtelijke bakker, smaakt beter dan het fabrieksbrood dat computergestuurd uit de ovens komt. Of is dat slechts een kwestie van smaak?
Ik vraag me af of het echt aan het nieuwe gereedschap ligt, dat er ‘zoveel troep’ wordt gemaakt. De schakel tussen hoofd en handen is tenslotte niet meer dan een ander instrument, dat door oefening tot even grote ambachtelijkheid kan leiden, Oefening baart kunst. Maakt het wat uit waar je mee oefent?

Dat het toetsenbord steeds prominenter tussen mens en werkelijkheid komt te staan mag een feit genoemd worden. Het is interessant te bedenken welke gevolgen dat heeft voor zintuiglijke ervaringen en bijbehorende vaardigheden. Gaat ambachtelijkheid echt verloren omdat we alleen nog me onze neus bovenop de iPad zitten? Verdwijnt “het verlangen om werk goed te doen omwille van het werk zelf”, zoals Sennett in zijn boek ‘The Craftsmen’ betoogt?
Laat ik er in dit verband wat lukrake stellingen tegenaan gooien, waar je lustig op los mag schieten.

1. Al ben je nog zo goed bij je hoofd, als je handen het laten afweten ben je nergens.

2. Het toetsenbord wordt ten onrechte gehanteerd als de missing link tussen hoofd en werkelijkheid.

3. We staan niet meer in de stront, dus maken we stront.

4. De wereld gaat aan computervaardigheid ten onder.

5. De nieuwe ambachtelijkheid: de laptop gaat over van vader op zoon.

6. Kennis en kunde: de wereld is niet meer dan een toetsenbord.

Eénrichtingscode.

QR Code Op dit weblog is al vaker over tamelijk nutteloze codes geschreven. Vandaag iets over codes die het gemak moeten dienen. Een grote hoeveelheid informatie kan worden gecodeerd. In het pré-computertijdperk had je al codes, die een grotere boodschap kort en bondig samenvatten. Die techniek leeft nog voort in chatboxen, sms’jes en e-mails.

De laatste tijd wordt steeds vake de QR code gepromoot. QR staat voor quick response. Geen gecodeerde tekst, maar een plaatje waarachter een bom informatie schuil gaat. Het is vooral een reclamedingetje. Je kan er ook kunst, boeken en films mee samenvatten.
Het plaatje kun je met je mobieltje fotograferen en als je mobieltje een qr-lezer heeft brengt de afbeelding je rap naar de informatie die er achter zit. Meestal is dat een website. “Deze methode bespaart de gebruiker het moeizaam op een telefoon intypen van een URL”, zegt Wikipedia.

Dat geloof ik meteen, want voor een digibeet als ik, die amper met zijn mobieltje het internet opgaat, is nogal een gepiel op de virtuele toetsenborden van smartphones. Maar zou een beetje geroutineerde gebruiker niet net zo snel een webadres intikken, als de camera activeren, de camera richten, de foto nemen en de qr-applicatie starten? De juichkreten over dit ‘snelle gemak’ zijn dus zwaar overdreven.

Er zou nog een voordeel zijn. Waar je ook bent, als je je mobieltje bij je hebt kun je met de QR-code overal toegang tot interessante informatie krijgen. Wat je er ook over leest, in veruit de meeste gevallen bedoelt men met interessante informatie: reclame. QR-codes op de reclameposters langs de weg, op de borden die makelaars op te koop-huizen hangen, op de uit-agenda in de lokale uitgaansmagazines, noem maar op. De qr code linksboven zou je meteen naar dit weblog moeten sturen.

Er ontbreekt volgens mij nog iets aan deze techniek. Het is eenrichtingsverkeer. Je kunt pas communiceren met de qr-code verspreider, als je op de website bent beland. Het zou toch mogelijke moeten zijn na het scannen van de code meteen je eigen boodschap er aan toe te voegen? Een paar voorbeeldjes.

Je ziet een reclameposter met de qr code. Waarom opent de code niet meteen een tekstvakje waar je je ‘feedback’ op de reclame kunt geven? Ik zie vaak genoeg reclameposters langs de weg, waarvan ik denk: haal die maar weg. Het zou toch aardig zijn voor de marketingjongens- en meisjes als ze een ‘quick response’ van hun potentiële klanten krijgen? Dat scheelt al gauw een duur en tijdrovend marktonderzoek.

Of neem de qr codes op de borden van de makelaars. Als ze het een beetje goed doen, zie je na het scannen informatie over de bouwkundige kwaliteit van het huis en de vraagprijs. Meestal zie je alleen het telefoonnummer van de makelaar. Dat is iets te weinig informatie. Maar zou het niet aardig zijn als de qr code ook hier meteen een tekstvakje opent, waarin jij dan tikt: te duur. Weet de makelaar ook weer genoeg.

Zoals de qr code zich nu verspreidt, is het vooral een van de vele speeltjes, die handig lijken, maar niet echt voordeel biedt voor de afnemers. Het is niet sneller dan een url intikken en als gebruiker kun je alleen maar consumeren in plaats van communiceren. Daarmee is de qr code een van de vele overbodige gadgets, die de wereld ‘rijk’ is. Jammer, maar maak met die code op zijn minst tweerichtingsverkeer mogelijk.
Ik hou me overigens aanbevolen voor voorbeelden, die de gebruiker, materieel of immaterieel, echt rijker maakt.

Grote Broer schaamt zich nergens meer voor.

Cybercrime Weet je wat, dacht ergens een ambtenaar, ze willen openbaarheid, dan krijgen ze openbaarheid. Maar toch niet alle openbaarheid, jammerde zijn baas nog. Tuurlijk niet, zei de ambtenaar. Gewoon wat ‘bits and pieces’. Kinderporno en pubers, dat werk.
Denk je dat ze dat pikken, vroeg de baas, toch wat ongerust. Man, zei de ambtenaar, heb je tot nu toe ook maar één klacht gehad?

Niet dus. Ja, een paar verdwaalde idealisten mekkeren wat over de reikwijdte van Grote Broer’s ogen, maar verder lijkt iedereen het wel best te vinden. Men denkt dat het wel meevalt met die Grote Broer. Iets uit spannende tv-thrillers of hooguit iets wat alleen in Amerika of China voorkomt. En de mensen die moeten toegeven dat we wel erg in de gaten worden gehouden, verzuchten dat het toch alleen om anti-terreurmaatregelen gaat en de aanpak van kinderporno. Die pubers, moeten trouwens helemaal niet lopen klieren op internet.

Nu had de cyberpolitie akelig snel een stagiaire in de kraag, die wat onzin op twitter gooide. Het meiske plaatste een bommelding en tiwtterde: “en nu maar wachten”. Dat mocht ze in een politiecel doen. Inmiddels is de trots
van HP/DeTijd weer vrij. Deze rebelse meid had tijdens haar snuffelstage bij HP/DeTijd al eens iemand tegen de haren gestreken, maar dat was volkomen terecht, meende de Raad voor Journalistiek. De succesvolle stagiaire is nu in afwachting van een fikse boete.

Justitie had eerder nog zo wat pubers te pakken. Jongens die meenden mee te moeten doen aan het platleggen van websites van bedrijven die het Wikileaks lastig wilden malen. De cyberpolitie had ze
zo te grazen.
Waar ze tijd vandaan halen om uit al dat internetverkeer juist deze gevallen te lichten. Want de cyberpolitie had het al druk om, ook probleemjeugd in de gaten te houden. Kijk eens aan, daar zal niemand moeite mee hebben.

Men had het toch zo druk met echte terroristen en kinderpornografen? Nou, er mag dan geen enkele terrorist gepakt zijn, viezerds hebben ze wel gevonden. Niet door het koekeloeren op internet. Dat dan weer niet. De vunzigerds kwamen boven drijven naar aanleiding tips van
buitenlandse collega’s of bij andere delicten. In de wandelgangen gaat het gerucht dat kinderporno veel moeilijker is te detecteren op internet dan een scheitlollig tweetje van een stagiaire.

Wat in ieder geval duidelijk is: je internetverkeer en je telefoongesprekken worden in de gaten gehouden. En wat men over het hoofd ziet, vraagt de cyberpolitie gewoon op bij je provider. Vorig jaar werd
2,6 miljoen keer ip-adressen, mailadressen en telefoonnummers gecheckt. Niet dat er 2,6 miljoen inbraken waren. Dat waren er ruim 72 duizend. Veel te veel, maar geen miljoenen.
En er waren ook geen 2,6 miljoen bommeldingen. In 2009 waren er op Schiphol alleen al 62! Er worden door heel het land veel vaker valse bommeldingen gedaan, zoals van die HP/DeTijd-stagiaire. Hoeveel precies wil men niet bekend maken, omdat bekendmakingen tot nieuwe, valse bommeldingen leiden. Zieke grappen zijn besmettelijk, maar komen ook geen 2,6 miljoen keer voor.

Ineens besef ik me dat dit artikeltje beter niet op het internet geplempd moet worden. Ik heb nu al vier keer het woord ‘bommelding’ gebruikt (dit was dus de vijfde). Het zal wel nergens toe leiden, omdat ik niemand dood wens, maar al dat gekoekeloer achter de schermen, maakt toch voorzichtig. Het woordje ‘bommelding’ kunnen we missen als kiespijn. Daar wordt de taal niet armer van. De eerste de beste terrorist weet er wel een ander woord voor te verzinnen. Eentje die de cyberpolitie nog niet in verband met een aanslagdreiging brengt.

Ik heb geen idee waarom ik er toch kriegel wordt van het idee dat er nu iemand of een computer mee zit te loeren. Vroeger, toen ik wel eens een echte krant of een echt boek las, vond ik het ook vervelend als,iemand over mijn schouder meelas. Daar zal het wel mee te maken hebben, denk je niet?

Wat zeg je? Je denkt niet? Dat kan ik me nu gloeiend voorstellen. Dat er geen enkele schaamte meer is om jan en alleman in de gaten te houden is één ding. Dat niemand zich daar zorgen over maakt is wat anders. Is het dan zo normaal dat de overheid alles van iedereen wil weten, om een paar wetsovertreders en wat pestende pubers op te snorren?

Het voordeel de Wikileaks-affaire?

Opstelten Een voordeel heeft de hele heisa rond Wikileaks wel: u kunt binnenkort veilig internetbankieren. U heeft voortaan geen last meer van misbruik van uw pc en internetverbinding. Minister Opstelten kondigt aan dat justitie nu zeer alert is en zeker de misdadigers zal pakken die vandaag de website van het Openbaar Ministerie wisten plat te krijgen.

Die alertheid resulteerde gisteren al in de snelle arrestatie van een 16-jarige Hagenaar (zie ook het
artikel van gisteren). De jongen deed mee aan een dos-aanval op de website van Mastercard, uit protest tegen de actie van Mastercard om betalingen aan Wikileaks onmogelijk te maken.
Een dos-aanval (Denial Of Service) betekent dat op een bepaald moment een website buitensporig veel wordt aangeroepen. Het internetverkeer naar die site kan dan zo druk worden, dat de site een poosje onbereikbaar wordt. Sinds 1 september 2006 is dat strafbaar en kan tot cel- en taakstraffen leiden.

De arrestatie van de jonge Hagenaar was aanleiding voor de Wikileaks-symphatisanten een dos-aanval op de website van het Openbaar Ministerie uit te voeren.
Minister Opstelten vindt dat natuurlijk onacceptabel en verklaart dat de daders zeer binnenkort in hun kraag gevat zullen worden.”''We moeten er een antwoord op hebben, we zullen met het cyberbeleid ook het goede antwoord blijken te hebben”, zo zegt hij in Nu.nl.

Dat is goed nieuws. Volgens de minister is het dus wel mogelijk cybercriminelen snel op te pakken. Mogen we dan binnenkort een grote hoeveelheid rechtszaken verwachten tegen de hackers die u om de tuin leiden, als u denkt op de website te zijn van uw internetbank?
Mogen we dan ook verwachten dat lieden die onze e-mail en url’s misbruiken, snel en hard worden aangepakt?

De vraag is: waarom is er eerder niet net zo kordaat opgetreden tegen cybercriminelen? Of is dit slechts een staaltje misleiding van de minister, die eigenlijk door de Reclame Code Commissie moet worden afgestraft, zoals reacteur Henk van S tot S
eerder hier voorstelde? Want met propaganda alleen, maak je internet niet veiliger.
De maakbaarheid van een veilige openbare ruimte lijkt nu wel erg selectief van aard.

Wachtwoord als poortwachter

Wachtwoord De overheid verzoekt u dringend deze week uw wachtwoord te wisselen. Bij voorkeur door uw veel te eenvoudige wachtwoord te veranderen in een heel erg moeilijke. Zo gezegd, zo gedaan. Mijn oude wachtwoord was dus ‘eenvoudig’. Via de optie ‘wijzig uw wachtwoord’, heb ik dat nu veranderd in ‘heelergmoeilijk’. Aan elkaar, want spaties in een wachtwoord lukt niet.

Deze week is er de Wachtwoord Wissel Week. Een campagne die uitstekend past in de opvattingen die overheid en bedrijfsleven hebben over ‘eigen verantwoordelijkheid’. Dat is namelijk uw verantwoordelijkheid. In een vrije samenleving gaat de overheid dat natuurlijk niet van u overnemen. In een vrije markt blijft het bedrijfsleven evenzeer van uw verantwoordelijkheid af. In dit geval betekent het dat u zelf verantwoordelijk bent voor de veiligheid van uw computer en software.

U heeft er misschien wel eens van gehoord dat er van die rakkers zijn, die het op uw digitale gegevens hebben voorzien. Willen ze uw e-mail, internetbank of Digidale accounts overnemen, proberen ze uw wachtwoorden te kapen. Daar hebben ze listige programmaatjes voor en je kunt er donder op zeggen dat iedereen die Jansen heet en die naam ook als wachtwoord heeft, inmiddels flink gehackt, misbruikt en bestolen is. De slimmeriken die dachten met Janssen een sterkere beveiliging te hebben, zijn ook bedrogen uitgekomen. Zelfs het geniale ‘nesnaJ’ is niet voldoende om boeven buiten uw digitale territorium te houden.

De
Wachtwoord Wissel Week is een van de initiatieven die de overheid onderneemt om burgers op te voeden tot veilig digitaal verkeer. Op een speciale website kunt u uw digivaardigheid bijspijkeren. De bewustwordingscampagne wordt mede ondersteund door partners als de NVB (Nederlandse Vereniging van Banken) en Microsoft.
Fraaie samenwerking. De overheid is bekend van digitale miskleunen met de Digid. Microsoft is wereldberoemd om het achteraf dichten van lekken in hun producten en de digitale veiligheid van de Nederlandse banken werd doorgeprikt in het televisieprogramma Reporter.

U begrijpt nu ook waarom de veiligheid van uw digitale existentie uw verantwoordelijkheid is. Overheid en bedrijfsleven hebben daar geen enkel benul van. En leveren dus onveilige producten. Als u uw wachtwoord wisselt, knappen die producten daar een stuk van op!

Het web afstoffen

Het web afstoffen Afgelopen week was er wat commotie over, hopelijk, een laatste demissionaire stuiptrekking van het kabinet Balkenende. Het Openbaar Ministerie zou de bevoegdheid moeten krijgen strafbare informatie meteen van het internet te verwijderen of te blokkeren. Zonder dat er een rechter aan te pas komt.

Tot nu toe moet een officier van justitie een rechter zien te overtuigen of een gebeurtenis een strafbaar feit is. Volkomen terecht wordt er van diverse kanten bezwaar gemaakt tegen het verruimen van de wet. Maar enig begrip is wel op zijn plaats. Want een rechtszaak kost nogal wat. Tijd en geld. Daarom duurt het ook zo ontzettend lang, voordat de samenleving dat rechtschapen, ordelijke en veilige paradijs wordt, dat idealisten als Balkenende en Hirsch Ballin voor ogen staat.

Want behalve overduidelijke criminaliteit als moord en diefstal, is er nog zo veel mis, waar amper grip op te krijgen is. Criminaliteit kost een fractie, vergeleken bij zaken die ook de samenleving ontwrichten. Een paar voorbeelden, waarbij het wetsvoorstel een uitkomst kan zijn.

We dreigen failliet te gaan aan de kosten van de gezondheidszorg. Een regelrechte bedreiging, onder andere omdat mensen te veel vette troep eten.
De websites van Burger King en McDonald’s? Blokkeren die hap!

De economie lijdt onder de grillen van goklustige aandeelhouders. Zakken de koersen, dan volgt er een paniekerige reactie en kondigen de media de volgende crisis al weer aan. Regeringen zien zich genoodzaakt tot harde maatregelen en de consument raakt in de war.
Dus beursinformatie? Verwijderen!

En verder mag alle reclame, zeker in de vorm van irritante pop-ups, zonder meer verboden worden. Een mens moet toch in alle rust en zonder enige hinder alle legale informatie op het web door kunnen nemen?

Rolmodel voor internetvrijheid

Rolmodel voor internetvrijheid Nederland en Frankrijk, samen sterk voor internationale internetvrijheid. Demissionair minister Verhagen en zijn Franse collega Kouchner, hebben afgesproken samen te werken aan concrete maatregelen tegen internetcensuur.

De heren maken zich ongerust over het toenemend aantal landen dat internetcensuur toepast: “Geconfronteerd met deze nieuwe kwalijke ontwikkelingen moeten we concrete maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat internet een universeel en open medium is en blijft waar de fundamentele vrijheden worden beschermd”. Zie hier hun
gezamenlijke verklaring.

Een van de concrete maatregelen is “het opstellen van een gedragscode waaraan particuliere ondernemingen die technologieën voor het filteren en blokkeren van internet exporteren, zich kunnen verbinden”.
Okee, stelt BOF (Bits of Freedom), begin dan eerst zelf het goede voorbeeld te geven. Ook de Nederlandse overheid werkt aan internetfilters. De kritiek van BOF komt er op neer, dat er geen goed werkende filters te maken zijn. Er kunnen onbedoelde, of juist wel bedoelde neveneffecten optreden. Bijvoorbeeld het blokkeren van content, waarvoor het filter niet is bedoeld.

Nu is het wel zo dat onze vrijheden behoorlijk ver gaan. We mogen aardig wat opzoeken en roeptoeteren op het internet. En Verhagen heeft helaas gelijk. Dat is in sommige andere landen helemaal niet zo goed gesteld.
Maar Verhagen kent zijn bijbel toch nog wel? Waarin de fraaie moraal staat van de splinter in andermans oog en de balk in de eigen kijkertjes? Want overheidscontrole betreft hier niet alleen internet, maar ook andere hedendaagse digitaliteit.

Dat kan leuke weetjes opleveren (lees
meer op Noorderlicht). Wist u dat rijke mensen ongeveer net zoveel bellen als arme mensen? Maar dat de rijken een veel grotere beldiversiteit hebben dan de armen? Dat kom je toch alleen te weten als je het telefoonverkeer in de gaten houdt?
En het bewaren van niet verdachte kentekennummers, gefilmd op de openbare weg, moet in de toekomst wel kunnen, zo stelde het kabinet vorig jaar voor.
Om maar wat ander zaken te noemen, waar onze overheid graag controle over heeft.

Wie vrijheid predikt, moet natuurlijk zelf een onbevlekt
kazuifel dragen.

Wormen en maden

Wormen en maden Het wordt steeds drukker op het internet. Ondanks het gekrioel aan data, blijft het een bron van inspiratie. Helaas zijn is er ook wat irritatie.

1. Ik begrijp dat de boel betaald moet worden en dat reclame ertoe bijdraagt dat ik redelijk goedkoop door het web mag struinen. Maar er is al een tijdje een irritant verschijnsel gaande.
De reclame wordt steeds prominenter in beeld gebracht. Geen pop-upje meer ergens in een hoekje, maar pontificaal over de informatie, die ik eigenlijk wil lezen. Tot nu toe was dat snel op te lossen, want in de rechterbovenhoek van de reclame was snel het kruisje te vinden, waarmee je het weg kon klikken.

Dat moet dan weer irritant zijn geweest voor de reclamemakers. En die zijn vindingrijk, want nu gebeurt het steeds vaker dat het kruisje ergens anders staat en dan ook nog eens zo gekleurd dat het niet onmiddellijk opvalt. Al zoekende met de muis, blijft de reclame voor je ogen dansen. Dat valt niet onder het zo geroemde begrip ‘gebruikersvriendelijkheid’.
Wordt het niet eens tijd dat je bij de Reclamecodecommissie ook klachten kan indienen over hinderlijke, opdringerige reclame?

2. Met regelmaat publiceren beveiligingsfirma’s cijfers over onveilig spul, dat op het wereldwijde web rondspookt. Het gaat niet meer om een paar kritische studenten die een overheidssite belagen. Het gaat om
miljoenen aanvallen van wormen en Trojaanse paarden en ander dierlijk ongerief.
Het opvallende is dat de beveiligers in hun berichtgeving stellen dat een gemiddelde pc-gebruiker er weinig last van heeft. Maar het kan geen kwaad je toch van stevige beveiligingssoftware te voorzien.

Ik heb weinig verstand van wat er allemaal mogelijk is, daarom een vraagje aan de lezers. Is er nou een handjevol nerds bezig die overstelpende hoeveelheid malware rond te sturen? Of zijn er miljoenen internetgebruikers bezig met irritante hobby’s?
En natuurlijk de hamvraag: wat valt er tegen te doen?

Je zou zeggen dat hier een schone taak is weggelegd voor de overheid. Niet te beroerd om de normen en waarden veilig te stellen met wetten, gedragscodes en het in de smiezen houden van het digitale verkeer. Dan zou die overheid toch ook de wormen en maden eruit kunnen plukken?
Nu wil ik niet alles in de schoenen van de overheid schuiven, maar ook de overheid dwingt ons steeds meer de digitale snelweg op en ik vind het niet teveel gevraagd een veilige ruimte te verwachten.

Ik begrijp de haken en ogen die er aan een oplossing zitten. Maar omdat internet toch best te vergelijken valt met welke andere openbare ruimte dan ook, mogen we toch wel meer actie verwachten van de overheid?
En dan bedoel ik niet het lukraak meekoekeloeren in de bestanden van argeloze burgers.

Big Brother waarschuwt voor broertje

Big Brother waarschuwt voor broertje De AIVD (algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst) zorgt voor ons aller veiligheid. Dat doet de dienst door ons inlichtingen te verstrekken. Over je kwetsbaarheid, als je een baantje hebt waar ‘gevoelige’ informatie bij aan te pas komt.

De AIVD waarschuwt onder andere voor
digitale spionage. Wel eens een gratis usb-stick gekregen van een zakenrelatie? Zo’n stick kan een paard van troje zijn. Eenmaal op je pc gestoken, zou een of andere veiligheidsdienst ineens toegang tot je digitaliteit kunnen krijgen.

Maar ook zonder allerlei gadgets vinden buitenlandse spionnen je wel. Op het internet, het worldwide web waar zo langzamerhand iedereen in verstrikt is geraakt. Volgens de AIVD zijn digitale netwerken als Hyves, LinkedIn en Facebook sites, waar ze zo personen kunnen vinden die, gezien hun profiel, kandidaten kunnen zijn om nader te bespioneren.

De AIVD waarschuwt nu vooral zakenmensen en wetenschappers voorzichtig te zijn. Ga gerust met je gezicht op Facebook, maar zet er dan niet dat je bij de kerncentrale in Borssele werkt, bijvoorbeeld. En wees achterdochtig als je een gratis laptop krijgt aangeboden.
De AIVD heeft zelf vervelende ervaring genoeg. De waarschuwende brochures heeft de AIVD als pdf-documenten op hun website staan. Volgens Security.nl zijn ze echter een tijdje er van af gehaald, omdat er een foutje in zat, waardoor identiteit en e-mailadressen van AIVD-medewerkers waren te achterhalen. Een foutje waarvan onlangs Google slachtoffer was.

Een AIVD die zelf niet voorzichtig genoeg is, hoe veilig is die voor onze veiligheid?
Dat informatie over het eigen personeel naar buiten kan, is niet handig maar het geeft aan hoe snel en makkelijk een fout is gemaakt. En dus geen garantie gegeven kan worden dat ook informatie van burgers verkeerd terecht kan komen.
In opdracht van het huidige kabinet verzamelt de AIVD wel erg veel informatie van burgers. Die verzamelwoede in combinatie met technologische tekortkomingen, is reden om er juist terughoudend mee te zijn.
De hoogste politieke baas van de AIVD, minister Ter Horst, heeft net de
Big Brother-award (initiatief van Bits of Freedom) gewonnen. Wegens een al te gemakzuchtige houding betreffende digitale verzameling en opslag van persoonsgegevens.

Tja, met zo’n baas zou de AIVD zelf gewaarschuwd moeten zijn en eerst eens de veiligheid van haar eigen digitaliteit onder de loep moeten nemen.
Overigens krijg ik zo langzamerhand de indruk dat het world wide web beduidend meer riskanter is, dan de real life open ruimte. Ik zou het jammer vinden, maar misschien is het veiliger het internet te slopen en terug te keren naar de analoge waan van de dag?