Tagarchief: opvang

cc Flickr directie voorlichting venj photostream Busvervoer van en naar asielcomplex Ter Apel

Vluchteling aftrekbaar van de belasting

Wie in Duitsland een vluchteling in huis opvangt of voorziet in zijn levensonderhoud, kan de kosten daarvan aftrekken van de belasting, meldt De Volkskrant.

De krant verwijst naar een artikel in Die Welt, waarin een belastingdeskundige deze regeling voor buitengewone lasten  uit de doeken doet.
Iemand die een vluchteling ondersteunt kan kosten aftrekbaar maken als de vluchteling volledig wordt ondersteund. Dat moet wel met schriftelijke bewijzen worden aangetoond. Die verplichting geldt niet als de vluchteling tot het huishouden van de belastingbetaler hoort.

In Nederland bestaat zo’n regeling niet.

Op Sargasso schreef ik In Kleine gastvrijheid al:
De opvang van vluchtelingen lag vroeger vooral in handen van particuliere organisaties en burgers. Wellicht komt dat weer terug. Steeds meer mensen nemen een vluchteling in huis, berichtte de NOS vorige maand. Dat vind deze regering natuurlijk prima. Ik zou zeggen: faciliteer dat dan met belastingvoordeeltjes (geen voordeurdelerskorting bijvoorbeeld)”.

Ondenkbaar in Nederland? Vroeger niet.

Lees verder

Winteropvang: verborgen dakloosheid?

WinteropvangIn 2009 waren er bijna 18 duizend daklozen in Nederland. Daarvan zwierven er 6.500 rond in de vier grote steden. Nu de kranten ineens weer zijn geïnteresseerd in daklozen, kun je de daklozen weer tellen.

In de nieuwsgaring zijn er elk jaar twee momenten waar de daklozen zich mogen verheugen in de belangstelling van de media: de kerstdagen en de vorstperiode. De rest van het jaar staat dakloosheid alleen in de belangstelling als er ergens wordt geprotesteerd tegen de vestiging van een opvanghuis. Nieuws dat hooguit de lokale katernen van landelijke dagbladen haalt.

Dat dakloosheid en vrieskou journalisten extra werk bezorgd, is niet alleen te danken aan de pers zelf. Gemeenten en hulpverleningorganisaties sturen flink wat persberichten rond. Zij weten ook wel dat de weersberichten meer aandacht krijgen als zich een kansje voordoet op een Elfstedentocht. Wie daar een paar daklozen tussen weet te krijgen, genereert aandacht voor de doelgroep en, niet op de laatste plaats, voor zichzelf.

De kou is een kans om reclame te maken voor al het werk dat wordt gedaan om Nederland daklozenvrij te maken. Afgaande op de berichtgeving rond de winteropvang voor daklozen, moet je constateren dat we zoveel daklozen niet meer hebben. Van de 18 duizend daklozen die het CBS in 2009 telde, zijn er enkele honderden over.

In Den Haag kwamen 100 daklozen op de winteropvang af, in Amsterdam had men het druk met 170 daklozen. De Rotterdams wethouder Hamit Karakus vertelt tegen een reporter van de NOS dat er een tijd geleden nog 2500 daklozen in Rotterdam waren, nu nog maar 20. Toch is de winteropvang door 248 mensen bezocht. Zijn dat allemaal Oost-Europenanen en mensen uit Breda, zoals in het artikel bij de NOS wordt gesuggereerd?
En waar zijn de overige 5.982 grootstedelijke daklozen van het CBS gebleven? Buiten de grote steden moet een Groningse buurtagent een twitteroproep versturen, om de hulp van de oplettende burger in re roepen, op zoek naar bevriezende dak- en thuislozen.

Dat kan maar één ding betekenen: òf het CBS zit er flink naast, òf  de rest van het jaar zijn er bedden te weinig, maar wordt dat opgelost door een toegangsprijzen te heffen en niet iedere dakloze binnen te laten.

Dan wordt er ook over thuislozen gesproken. Die zijn toch niet dakloos? Wat moeten zij dan aan de poorten van de extra winteropvang?
Thuisloos is het etiket voor mensen die geen familie, vrienden of kennissen hebben, die een helpende hand bieden. Meestal mensen die ook geen sociale vaardigheden bezitten om zo’n netwerk op te bouwen of te onderhouden. Vaak ex-daklozen. Sommigen zijn afgesloten van elektra en gas, wegens nog af te lossen schulden. Anderen hangt om diezelfde reden een huisuitzetting boven het hoofd. Dat gaat pas gebeuren als de temperatuur weer boven nul komt, want de energieleveranciers zijn wel zo coulant om nu niemand de straat op te zetten.

Thuisloos is niet dakloos. De bewoners van de sociale pensions van het Leger des Heils zijn niet dakloos. Psychiatrische patiënten die in een gedwongen opname  zitten (ruim 18.000 in 2009) zijn niet dakloos. Mensen die in RIBW-instellingen zitten (ongeveer 24.0000), zijn niet dakloos. Daarmee hebben we wel de doelgroep in beeld. Hier zitten mensen bij die ooit dakloos waren of nog steeds een gerede kans maken het te worden.
De daklozen die van de reguliere nachtopvang gebruik maken en overdag naar dagopvang en werk- en activiteitenprojecten (moeten) gaan, zijn niet echt dakloos.  Zo bekeken kan een wethouder dus stellen dat er nog maar 20 echte daklozen in zijn stad zijn.

Den Haag zegt 1500 daklozen te hebben. De gemeente kent twee nachtopvanglocaties, met een reguliere capaciteit van 80 bedden. De winteropvang telt 125 extra bedden. Tot 16 januari waren er twee dagopvanglocaties. Dankzij bezuinigingen is er nog maar één, waar 40 stoelen beschikbaar zijn voor de ruim 600 dak- en thuislozen die aldaar zijn ingeschreven.

In Rotterdam is, ook wegens bezuinigingen, vorig jaar een nachtopvang gesloten. Dat moeten we zien in het kader van klinkende afspraken, die de vier grote steden hebben gemaakt, om te voorkomen dat 20.000 mensen dakloos worden. Preventie en doelgerichte begeleiding moeten mensen van de straat houden. Toch staan er wekelijks mensen aan de deuren van de opvang, die net of alweer dakloos zijn geworden.

Zowel de GGZ als de politie waarschuwden voor meer daklozen op straat, als gevolg van bezuinigingen in de GGZ en maatschappelijke opvang. Wie zijn ogen openhoudt, ziet nu al een toename van daklozen op staat. En dat zijn niet alleen Oost-Europeanen.

Als de statistieken van het CBS er naast zaten, dan is de kans groot dat ze eind van dit jaar wel blijken te kloppen. Ondertussen zouden de journalisten eens op zoek moeten gaan naar de daklozen, die door het jaar heen worden geweigerd bij opvanginstellingen die vol zitten, of door gemeentelijk beleid achter het sociale vangnet vissen.

Bezuinigingen en dilemma's

Daklozen Wat u hier links ziet, kunt u de komende maanden vaker verwachten. In ieder geval in Den Haag. Ik schrijf hier niet zo gek veel over mijn werk. Een van die dagopvanglocaties voor dak- en thuislozen. Vandaag kan ik het niet laten, want de bezuinigingen beginnen hun tol te eisen. Op de eerste plaats van mijn collega’s, maar binnenkort ook van ‘de doelgroep’ zelf.
In Den Haag zijn er twee locaties voor dagopvang. Die locaties kampen sinds twee maanden met personeelstekort. De eerste bezuinigingsmaatregelen zijn een feit. Een vacaturestop, een verbod op het inzetten van uitzendkrachten en alle collega’s met een tijdelijk contract kregen te horen dat die contracten niet verlengd zullen worden. Op de locatie waar ik werk zijn om die reden drie collega’s vertrokken. De laatste ging vorige week weg.

Het betekende elke week het dienstrooster bij elkaar puzzelen. Want ja, er was ook wel eens een collega een paar dagen ziek. Eén keer lukte het niet en hebben we de opvang een paar uur eerder dichtgedaan. Op de andere locatie gebeurde dat nu al vier keer.
Het is duidelijk dat we met de huidige bezetting de opvang niet meer van 8 uur ’s morgen tot 10 uur ’s avond open kunnen houden. Dat is het management ook duidelijk geworden en de volgende maatregel gaat over 2 weken van kracht worden: de avonddiensten worden afgeschaft.
Dat is tamelijk ingrijpend voor mijn collega’s. Hun onregelmatigheidstoeslag dreigt te verdwijnen. Wie een studie, een hobby, oppas voor kinderen of zieke familie heeft geregeld omdat het door de wisseldiensten mogelijk was, kan zijn agenda herzien. We gaan de toko om 4 uur ’s middags sluiten. Dat zou geen probleem voor de doelgroep moeten zijn, want op die tijd gaan de 2 nachtopvanglocaties open.

Voor de daklozen. De thuislozen konden nog tot 10 uur ’s avonds van wat warmte en gezelligheid genieten in onze opvang. Daarna keerden ze huiswaarts. Naar de eenzaamheid van hun kamers, soms onverwarmd. Want er zijn er bij met een mooi schuldhulpverleningstrajekt, Ze krijgen net genoeg leefgeld om van te eten en eigenlijk zouden ze daar ook de electra en gas van moeten betalen. Sommigen kiezen ervoor dat niet te doen, om sneller van hun schulden af te zijn.
Maar er zijn er ook die nog niet in zo’n traject zitten. Zij zijn van elektra en gas afgesloten, als ze schulden bij een van de energieleveranciers hebben. Geen verwarming, koud water.

Wij vangen elke dag ruim 140 mensen op. Vijf jaar geleden kwamen er nog maar 80 tot 90 mensen per dag over de vloer. Twee jaar geleden was dat al gemiddeld 100 per dag. Al twee jaar lang hebben we gemiddeld 2 nieuwe aanmeldingen per week. Minstens 104 per jaar dus.
Nu raken er gelukkig ook heel wat mensen weer op het goede spoor. Toch bezoeken er elke maand tussen de 500 en 600 individuen onze opvang. Jaarlijks betekent de hele in- en uitstroom, dat er tussen de 3 en 5 duizend mensen voor kortere of langere tijd ons centrum nodig hebben.

Ondanks die drukte heeft mijn locatie geen dit jaar geen verlies gedraaid, hetgeen van andere hulpverleningsprojecten niet gezegd kan worden. Toch gaat onze werkgever tot pijnlijke maatregelen over. Ten eerste omdat de totale organisatie al in oktober door het gemeentelijke budget heen was en de gemeente niet wenst bij te spijkeren. Ten tweede omdat de gemeente voor volgend jaar een bezuiniging van minimaal 7, maximaal 12 procent heeft aangekondigd. En dan moeten de gevolgen van Rutte’s bezuinigingen nog volgen.

Maar wat is nu het dilemma? Wel, aan het besluit de openingstijden in te krimpen, heb ik zelf meegewerkt. Een ander optie was de bezetting van drie collega’s terug te brengen naar twee per dienst en het aanbod van diensten en ondersteuning te minimaliseren. Daar ben ik fel op tegen. Niet alleen de drukte, ook het complexe karakter van de doelgroep, maakt het werk zwaar en regelmatig onveilig. Dat hebben we altijd goed kunnen aanpakken met teams van drie mensen.
Ook al zou het aanbod geminimaliseerd worden (minder handelingen), dan nog zal het druk blijven en vallen complexe en soms gevaarlijke situaties niet te vermijden.

Als we minder lang open zijn, kan de bezetting van drie collega’s overeind blijven. Dat punt heb ik dus gewonnen. Maar daardoor verandert het privéleven en de inkomsten van mijn collega’s wel. En erger: de dak- en thuislozen worden eerder de kou in gestuurd.
Nu kan dit besluit het “beste van het slechtste” worden genoemd. Maar dit voelt niet goed. Eén ding is duidelijk: aan bezuinigingen en onplezierige maatregelen valt niet te ontkomen. Alle verzoeken om ons centrum te sparen zijn afgewezen door de gemeenten en de hoogste leiding van onze organisatie. Toch twijfel ik al dagen over het vorige week genomen besluit, dat mede was ingegeven door mijn standvastigheid niet te torenen aan de teamomvang per dienst.

Morgen bespreken we met het hele team deze nieuwe maatregel. Ik ben benieuwd naar de reacties van de collega’s. Ik hou mijn hart vast voor de reacties van de cliënten, als die daarna het nieuws te horen krijgen.

Excuses voor het lange stuk, maar ik moest het even kwijt.

Nauwelijks nog rapaille op straat

Nauwelijks nog rapaille op straat Waar is het schorremorrie? Het tuig van der richel, de rioolratten? Het rapaille lijkt zo goed als verdwenen. Het buro voor toerisme vreest aantasting van het Hollandse folkloristische imago, door het ontbreken van de pittoreske clochards.

Koopt u nog wel eens een daklozenkrantje? Nee, want je ziet de verkopers niet meer op straat. Wordt u bij het winkelen nog wel eens lastig gevallen door een bedelaar? Nee, want ze zijn er niet meer. Rent u wel eens in paniek over de Dam? Niet meer, want er zijn geen dakloze damschreeuwers meer.

Het
Trimbosinstituut meldt dat de aanwezigheid van en de overlast door dak- en thuislozen sinds 2007 afneemt. Er zijn amper nog dak- en thuislozen. Dat wil zeggen: op straat. Verschillende kranten brengen het nieuws onder de kop “Nauwelijks nog daklozen in de grote steden”.
Ze zijn er natuurlijk wel. Eerder schreef ik hier al dat ik ze ook minder op straat zie, maar wel veel vaker en in grotere getale op mijn werk mag ontmoeten (dagopvang voor deze ‘doelgroep’).

Het mag tot het succes van het beleid der grote gemeenten gerekend worden dat de verschillende vormen van 24-uurs opvang aardig vol zitten. En dat er vormen van wonen zijn ontwikkeld, waar voormalig daklozen het wat langer uithouden, bijvoorbeeld omdat ze er wel een biertje mogen drinken. Het aantal echte daklozen, de mensen die dag in, dag uit op straat leven en daar ook slapen, is inderdaad iets minder geworden.

Maar niet veel minder dan men doet geloven. Bovendien betekent het dat de groep thuislozen groeit. Dat begrip ‘thuisloos’ begrijpt niet iedereen. In de vakterminologie is een thuisloze iemand die wel over enige vorm van wonen beschikt (zelfstandig of onder begeleiding), maar geen sociaal netwerk heeft. Geen contacten met familie, geen vriendenkring, geen collega’s. Een van de redenen waarom deze mensen vaak in problemen komen, want ze staan er alleen voor om die op te lossen. In de meeste gevallen hebben ze daar ook de capaciteiten niet voor.

Vroeger kon een dakloze het nog wel eens tot gemeenteraadslid schoppen. Bekend is het verhaal van de Amsterdamse clochard
Hadt-je-me-maar, die in de 20’er jaren, dankzij een actie van anarchistisch ingestelde kunstenaars, een zetel in de raad haalde voor de Rapaille-partij. Nog voor hij er ook echt op kon gaan zitten, was hij alweer opgepakt wegens openbare dronkenschap, dus tot een prachtige carrière als politicus is het niet gekomen.

Tegenwoordig moet een dakloze zich de longen uit zijn lijf schreeuwen om nog een beetje landelijke aandacht te krijgen. De aanwezigheid van daklozen op straat is blijkbaar zo minimaal, dat de eerste de beste juffrouw die er eentje op de Dam tegenkomt, het op een gillen zet. De details van het verhaal kent u natuurlijk. Het verhaal van de man zelf is
hier te vinden.

Minder daklozen op straat betekent eigenlijk meer verborgen dakloosheid. Het is leuk dat er meer voorzieningen zijn waarin de daklozen, al dan niet gedwongen, in zijn opgenomen. Maar velen redden het daar niet. Waardoor ze weer enige tijd op straat leven, tot ze in het volgende project terecht kunnen.
Daarnaast neemt het aantal huisuitzettingen op dit moment weer toe. Ook die mensen staan vaak eerst op straat, omdat er behoorlijke wachtlijsten in de opvang zijn. Bovendien nemen Oost-Europese mensen de op straat leeg gekomen plekken massaal in. Met de bijbehorende overlast: dronkenschap, vechtpartijtjes op straat en winkeldiefstal.

Nee, voorlopig bent u nog niet af van het rapaille. En dat gaat erger worden. In Den Haag hebben drie grote opvangorganisaties de gemeente laten weten dat het geld voor dit jaar al na de zomer op is. Geen geld voor de huidige opvang, laat staan voor uitbreiding of fraaie succesvolle projecten. Met de bezuinigingen, die een nieuw kabinet onder leiding van de VVD zal invoeren, is de kans klein dat de tekorten in de opvang aangevuld zullen worden.

U kunt straks niet alleen uw portemonnee trekken voor Rutte’s snoeiplannen, maar ook voor de bedelaars die terugkeren op straat.

De idioot op de Dam

De idioot op de Dam Excuses mensen, echt, sorry, het spijt me verschrikkelijk dat u gisteravond zo geschrokken bent. U weet niet half hoe graag ik wil, dat het anders gelopen zou zijn. Maar helaas, helaas, we hebben hem ook niet hier binnen kunnen houden.

Ja, hij is gestoord, Al een heel leven lang. Altijd anderen tot last. Irritant mannetje. Vooral als hij wat op heeft. Nuchter gaat-ie nog wel. Eigenlijk is-ie dan best wel aardig, maar dat soort momenten heeft-ie helaas te weinig. Nee, als hij onder wat voor invloed dan ook is, valt er geen land met hem te bezeilen.

Toen ik de eerste berichten las, over de toedracht van dat verschrikkelijke moment, wist ik meteen: dat is er een van ons.
Een van ons, niet van u natuurlijk. Ook niet echt van mij, maar een van de vele mensen waar wij mee werken. De daklozen, de a-socialen, de paupers, de eeuwige criminelen. Draaideurtype? Nou, hij wel.

We konden hem niet binnenhouden omdat de opvang vol zat. Zeker tijdens dit soort dagen worden ze massaal de opvang ingejaagd. En normaal gesproken laten we er een paar meer binnen, dan eigenlijk mag, maar hij stond al compleet van de wereld voor de deur te tieren. Om veiligheidsredenen hebben we hem weer weggestuurd. We waren al onderbezet en moesten ook nog met twee onervaren uitzendkrachten draaien. En ik wilde graag zonder al te veel incidenten mijn dienst doen.

Daarom mijn excuses. Even niet aan al die mensen op de Dam gedacht. Want dat gekke Henkie voor overlast zou zorgen, was wel zeker. Alleen er niet bij stil gestaan dat-ie dat daar zou doen. Normaal gesproken hebben ze hem al in zijn kraag, hier op de hoek van de straat, omdat-ie staat te schreeuwen, of in een portiek plast, of in het openbaar zijn biertje drinkt. Maar ja, ik begrijp ook wel dat de politie het nu te druk met andere zaken had.

Ik noem hem gekke Henkie, maar ik zal u eerlijk vertellen: ik weet ook niet hoe hij heet. Jaren geleden kende ik elke gast hier van naam. Maar dat is de laatste twee jaar niet meer te doen. Het is zo druk hier. Er komen zoveel mensen. De luitjes die al jaren hier komen ken ik wel. Maar er zitten zoveel nieuwe gezichten bij. En vroeger waren ze of alcoholist, of junk, of gewoon simpel. De alcoholisten en de junks werden na een aantal jaren knettergek, omdat hun hersens bezweken onder het gebruik.
Tegenwoordig komen ze al gestoord binnen. Meer dan de helft van wat nu binnenkomt is “afdeling psychiatrie’, zoals wij dat hier noemen.

Tijd om iedereen te leren kennen, hebben we niet. Want het overlastbeleid is dan wel succesvol, minder gekke Henkies op straat, maar meer collega’s hebben we er niet bij gekregen. Sterker nog, we hebben minder personeel. Vroeger hadden we nog ruim huishoudelijk personeel. Nu moeten we zelf ook in de keuken staan en de natte groep schoonhouden. En alles rapporteren natuurlijk.
Zelf vinden we dat daardoor de tijd voor persoonlijk contact met onze gasten, zwaar is achteruit gegaan. We hadden wel geleerd dat persoonlijk contact veel hielp, om die mensen een beetje op de rails te houden. Maar ja, gaan we minder rapporteren, krijgen we minder subsidie, zegt de chef.

Het spijt me zo verschrikkelijk dat we deze ene knakker niet de aandacht hebben kunnen geven, die hij nu ineens volop heeft. Dat is dan weer wel een geruststellende gedachte. Voorlopig zit hij wel binnen en reken maar dat in dit geval er alles aan wordt gedaan om hem een poosje binnen te houden.

Ik vind het wel wat jammer dat onze minister-president zo snel wist te vertellen dat gekke Henkie bewust de herdenking heeft verstoord. Je moet dat bewustzijn van ons soort gasten eens van dichtbij bekijken. Overgaar gekookte spaghetti lijkt er nog het meeste op.
Als er al een min of meer bewuste reactie is geweest, dan zijn er twee mogelijkheden. Of hij moet gedacht hebben: wat nou stil, toen iedereen om hen heen dat zei. Of hij hoorde in die stilte de stemmen in zijn hoofd. Ineens geen afleiding, geen omgevingsruis dus stond-ie daar alleen met zijn oorverdovende stemmen. Toen is-ie terug gaan schreeuwen.

Jammer. Verkeerde tijd, verkeerde plaats. En allemaal onze schuld, omdat we ze niet allemaal 24 uur per dag binnen kunnen houden, laat staan ze de aandacht geven, die ze verder nooit krijgen.
Dus, beste mensen, veel heeft u er niet aan, maar toch excuses.