Tagarchief: privacy

WOZ-waarde openbaar

BekochtStaatssecretaris Frans Weekers hoopt dat minder mensen een bezwaar zullen indienen tegen de bepaling van de WOZ-waarde van hun huis, als informatie hierover openbaar en makkelijker toegankelijker wordt.

Bij ons in de buurt is de WOZ-waarde al jaren openbaar. Elk jaar, als de ozb-aanslag in de brievenbussen valt, vraagt elke buur:aan de ander: is-ie bij jou ook zo hoog? We kijken nog eens naar onze huizen, we kijken nog eens naar de aanslag en dan kijken we elkaar aan. In ieders ogen valt te lezen: hoe komen ze erbij?

Dat gaat de staatssecretaris dus uitleggen. Hijzelf niet, maar de bedoeling is dat we zelf mogen neuzen in de gegevens van andere woningen. Maar als de staatssecretaris denkt dat er zodoende minder bezwaarschriften komen, met welke woningen kunnen we de onze dan vergelijken? Als ik de waarde van ons huis vergelijk met een villa in Bloemendaal, ja, dan krijg ik bijna medelijden met de eigenaar. Zou ik dan ook denken: het valt wel mee, ik stuur dus geen bezwaar?

Ik denk dat onze buurt komend jaar massaal bezwaar zal indienen. Dat is niet eerder vertoond. De landelijk trend is juist dat er elk jaar minder bezwaren worden ingediend. Adviesbureau Thorbecke houdt dat al sinds 2000 bij met de bezwarenmeter. In 2009 stond de teller nog op 2,39 procent bezwaren. In 2011 was het gedaald tot 2,04 procent. Ongeveer de helft van de bezwaarmakers krijgt nog gelijk ook. De staatssecretaris wil natuurlijk naar nul procent.

Dat kan. Een kleine wijziging in de Woz-wet zou heel wat bezwaren weg kunnen nemen. De peildatum voor de waardebepaling ligt namelijk een jaar voor de aanslagen worden opgesteld en verstuurd. U begrijpt het al: de woningen zijn ondertussen minder waard geworden.
De overheid hoeft alleen maar het CBS te raadplegen. De waarde van koopwoningen is gemiddeld 3 procent gedaald. Dat kunnen de gemeenten dus alvast in mindering brengen.

Het kabinet besloot de crisis- en herstelwet permanent te maken. Met deze wet kunnen allerlei regelingen aangepast of opzij worden gezet. Misschien moet staatssecretaris Weekers deze kans maar aangrijpen om de peildatum voor de WOZ-waarde meer naar de actualiteit te verleggen.

De gemeenten en de belastingdienst lopen dan wel wat inkomsten mis, maar wie weet helpt het de woningmarkt weer een beetje in beweging te krijgen. Veel burgers moeten al aardig wat inleveren en wie koopt er nou een woning, waarvoor hij een te hoge WOZ-aanslag krijgt?

Ook de kleine broertjes stalken u.

DataDat de overheid in het geniep haar burgers volgt, daar hebben velen zich bij neergelegd omdat men er op vertrouwt dat in ons soort democratie altijd verantwoording moet worden afgelegd en het in belang van ons aller veiligheid zou zijn. Big Brother is de vijand niet, Big Brother moet de vijand juist buiten de deur houden.

Vroeger liep Big Brother nog wel eens tegen de lamp. Inflitraties in clubjes als de Rode Jeugd mislukten soms omdat men de dienstdoende Broer wist te ontmaskeren. Of Broer verzamelde informatie zonder dat de bevoegde minister er iets van wist. Bijvoorbeeld  bij Edwin de Roy van Zuydewijn, wiens staatsgevaarlijkheid niet verder ging dan dat hij in 2000 het liefje van Prinses Margarita  was.

Hoe soepeltjes gaat Grote Broer tegenwoordig te werk. De eerste de beste puber die twittert dat hij de school zal opblazen, wordt binnen 24 uur na zijn mededeling in de kraag gevat. Waar Broer vroeger weken werk en ontelbare reis- en verblijfdeclaraties meer voor nodig had,  is nu in een paar uur gepiept vanachter een paar computerschermen.

Hoe geheim het ook is, we leven in de wetenschap dat het gebeurt en dat er enige controlemechanismen op staan zoals de vaste Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Maar Grote Broer is al lang niet meer alleen. Vele kleine broeders willen alles van ons weten. Grote Broer moet nog speciaal toestemming moet vragen aan officieren van justitie, de rechter of de minister om een telefoontap of inzage in computerdata te verkrijgen. De kleine broertjes hebben het veel handiger opgelost. We kopen hun mobiele apparatuur.

En dan weten ze wanneer we bellen, wie we bellen en waar we bellen. Op de meest moderne mobieltjes kun je ook internetten. De kleine broertjes houden ook dat in de gaten. Met elke toetsaanslag weten ze wat het op het web te zoeken hebt. Er gaan geruchten dat de AIVD aan minister Teeven heeft voorgesteld van staatswege gratis i-phones aan alle burgers te verstrekken. Natuurlijk voorzien van de geheime apps, waarmee de kleine broertjes te werk gaan.

Niet alleen kunnen we met  al dan niet geheime applicaties gevolgd worden, RIFD-chips in schoenen of kleding kunnen informatie doorgeven aan Twitter of Facebook.  Leuk als speeltje, maar het betekent dat het ook naar andere bestemmingen kan worden verzonden. Naar reclamebureaus die het hebben bedacht, bijvoorbeeld.

Zijn dit soort ontwikkelingen te tegen te houden? Waarschijnlijk niet. Bescherming tegen ongewenst gebruik van ons dataverkeer vraagt om een uiterst omvangrijke en complexe regelgeving en toezicht. Zadel daar de AIVD mee op en de dienst zal moeten worden uitgebreid (weg kleinere overheid) en de dienst heeft geen tijd meer voor echte staatsgevaarlijke elementen.

Toch zijn een paar maatregelen voldoende om dit uitgebreide gespioneer aan banden te leggen. Het moet bedrijven simpelweg verboden worden geheime apps in te bouwen. En dataverkeer mag niet langer dan een paar uur bewaard blijven en moet automatisch vernietigd worden. Als bij controle blijkt dat een bedrijf zich daar niet aan houdt, dan riskeert het torenhoge boetes of zelfs intrekking van vergunningen voor gebruik van datatcentra en satellietverkeer.

Dat zal er niet van komen, want voor Grote Broer is het veel goedkoper even bij kleine broer langs te gaan. De AIVD heeft al voorgesteld vrijelijk te willen neuzen in alle telefoon- en dataverkeer. Daar heeft de dienst alleen wat aan als bedrijven verplicht worden de data langere tijd te bewaren. Zijn wij dan allemaal bij voorbaat staatsgevaarlijk verdacht?

Gooi je medisch dossier zelf op straat.

MedDossierWie graag zijn medisch dossier altijd bij zich wil hebben, moet gauw de iPhone-app kopen die zorgorganisaties in Friesland hebben gelanceerd. Met MedDossier maak je van je smartphone een Medphone. Broodje app-verhaal?

Neee, op initiatief van twee bobo’s van GGZ Friesland komt deze applicatie op de markt, waarmee medische informatie op het beginscherm van je slimme mobieltje te plaatsen is. In geval van nood kunnen omstanders dan zien welk nummer ze moeten bellen. Er is ook meteen te zien of de patiënt s allergisch voor bepaalde medicijnen is. Je kunt er ook je eigen medisch dossier mee aanleggen en bijhouden.

Ook voor hulpverleners kan het prettig zijn als iemand zijn medisch dossier bij zich heeft. “Wanneer iemand helemaal in de war raakt en spoedhulp nodig heeft, is het heel prettig om meteen te zien welke psychische aandoening hij heeft en wie gebeld kan worden. Je kunt als patiënt ook in het programma aangeven dat als het niet goed gaat, rustig praten of een prikkelarme omgeving je kan helpen”, zo stellen de initiatiefnemers.

De initiatiefnemers hebben uitgevogeld dat zo’n 70 procent van de mensen hun smartphone niet heeft beveiligd met een toegangscode en ze vinden het geen probleem van die slordigheid gebruik te maken. Je kunt er levens mee redden, zeg maar.
Wat krijgen we nu? Is het EPD net afgefakkeld wegens het schrikbarende gebrek aan privacybescherming, komt de GGZ Friesland met een applicatie, die even lek zal blijken als het EPD. De applicatie komt ook voor androidtoestellen beschikbaar en daarvan weten we dat die vrij makkelijk je sms’jes van je bank prijsgeven aan kwaadwillenden. Al eerder was ontdekt dat applicaties voor androidtoestellen vaak zo lek zijn als een mandje.
Maar goed, net als in de discussie rond het EPD, kun je stellen dat je gezondheid belangrijker is dan je privacy. Zeker als je leven gered moet worden. want gebeurt dat niet, dan heb je ook niet veel meer aan je privacy.

De GGZ Friesland vindt het teleurstellend dat met het stopzetten van het EPD de voordelen van zo’n voorziening ook verdwenen zijn. Op Psy.nl zegt men dan ook: “We vonden dat we een tegengeluid moesten laten horen, door in het gat te springen dat is ontstaan door het sneuvelen van het landelijk EPD. Samen met de drie andere Friese zorgorganisaties willen we nu met MedDossier de patiënt een persoonlijk EPD bieden, waarmee hij zelf bepaalt welke gegevens hij met wie deelt. Daarmee geeft deze app de regie aan de patiënt”.

Die daarmee ook het risico loopt de regie over de rest van zijn smartphone-inhoud kwijt te raken. Gelukkig is daar nog de onvolprezen ‘eigen verantwoordelijkheid’. Opnieuw krijg je de mogelijkheid te kiezen voor spelen met je leven of spelen met je privacy.

Misdaad bestrijden met OCPS?

dataKan een obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis leiden tot het terugdringen van de misdaad? Een vraag die zich opdringt als je bedenkt wat de overheid allemaal aan gegevens wil bewaren, in de verwachting daar de criminaliteit mee aan te kunnen pakken. Van bergen DNA-materiaal tot tienduizenden telecom- en internetdata, om nog maar te zwijgen over ieders vingerafdrukken.

De Tweede Kamer debatteerde vandaag met staatsecretaris van Justitie, Fred Teeven. Het kabinet wil dat telecom- en internetdata 6 tot 12 maanden bewaard blijven, ten dienste van opsporingsonderzoeken. Zijn eigen partij, de VVD en CDA en PVV zijn daar wel voor. Oppositiepartijen als GroenLinks en de SP zien daar niet veel heil in en zien de bewaarplicht het liefst afgeschaft.
Teeven deelde mee dat in de tweede helft van vorig jaar 24 duizend keer gegevens over telefoon- en internetverkeer zijn opgevraagd. Vorig jaar december beantwoordde de minister van Veiligheid, Opstelten, vragen van Marianne Thiemen (PvdD) en bevestigde dat in 2009 maar liefst bijna 3 miljoen keer de telecom- en internetbedrijven zijn benaderd door de opsporingsdiensten.
Hoeveel zaken ermee zijn opgelost kon Teeven niet zeggen, want “dat is heel moeilijk, zo niet onmogelijk te achterhalen”, zei hij.

Dat is raar. Er zal op zijn minst toch een aanleiding moeten zijn om gegevens op te vragen. Een geconstateerd misdrijf en een verdenking dus. De opsporingsdiensten zullen toch niet dit kabinet een paar stappen voor zijn geweest met het verminderen van de regeldruk?
Of hoort dat tot de onvolkomenheden die het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) constateerde? De opsporingsdiensten nemen de wet niet zo nauw, bij het opvragen van telecom- en internetgegevens en daardoor de privacy van burgers wordt geschonden.

Ik kan me voorstellen dat het kabinet de misdaad spuugzat is. Wie niet, behalve het misdaadgilde zelf? Maar de je moet daar niet in doorschieten en wetten bedenken, waardoor elke burger bij voorbaat verdacht lijkt.
Als Teeven niet kan verklaren hoeveel zaken er mee zijn opgelost, maar toch een nog onvolmaakt middel wil inzetten, begint de verzamelwoede meer te lijken op OCPS (Obsessieve-compulsieve persoonlijkheidsstoornis). De middelen schieten het doel ver voorbij en worden een doel op zich.

 

Die duizenden, miljoenen data maken het opsporingswerk niet echt veel makkelijker. Er zullen, behalve wat telefoongesprekken of e-mailtjes, ook harde bewijzen aan de rechter voorgelegd moeten worden, om tot een juiste veroordeling te komen.
Zolang het kabinet niet kan bewijzen dat speurwerk in telecom- en internetdata correct en veilig kan worden uitgevoerd èn het ook tot veel meer resultaat leidt, moet die achtervolgingswaanzin achterwege blijven.

We moeten meer naar elkaar (af)luisteren.

Afluisteren Oh oor, o hoor (Lucebert).

Lieverd, ik hoop dat je dit berichtje nog hoort, voor je boodschappen gaat doen. Het wordt wat later want die etterbak van een … (naam verwijderd op last van het College Bescherming Persoonsgegevens) heeft net een spoeddebat aangevraagd om een no-fly zone voor muggen in te stellen, omdat in de Koran staat dat Allah het niet onwaardig vindt, die stekebeestjes als voorbeeld te stellen. Ik eet dus niet mee vanavond, sorry schat.

Een van de vele berichtjes die zijn uitgelekt, nu iedereen weet hoe je de voicemails van politici
kan afluisteren. Het levert interessante informatie op. Morgen zullen we bijvoorbeeld meer weten over hoe Mark Rutte de luis in de pels denkt aan te pakken. Of niet, want de voicemails zullen nu wel onbereikbaar gemaakt zijn voor de nieuwsgierige burger.

Sinds Balkendende’s normen en waarden is ‘luisteren naar elkaar’ een van de zaken die prioriteit heeft gekregen bij de overheid. Bij Balkenende begon dat met de 100-dagen-luistertour en groeide uit tot het afluisteren van meer dan
2000 telefoongesprekken van burgers. Waaronder een paar Telegraafjournalisten, die dat maar niks vonden. De rechter besloot dat de AIVD het journaille terecht heeft afgeluisterd.

Nu blijkt dat de transparantie van de overheid op slordige beveiliging van de voicemails berust, wil men de boel weer op slot gooien. Dat lijkt een terechte maatregel, maar het zal geen zoden aan de dijk zetten.
Er wordt op een immens grote schaal afgeluisterd. In de openbare ruimte kun je meegenieten van de vele telefoongesprekken, waaronder het inspreken van voicemails. Dat doen de sprekers geheel uit eigen, vrije wil. Het afluisteren van die 2000 telefoongesprekken valt daar niet onder, maar is volstrekt legaal verklaard.

Maar waarom zouden de mogelijkheden van de digitale communicatie alleen door de overheid benut mogen worden? Diezelfde overheid die wil dat we meer naar elkaar luisteren en ondertussen Kamervragen maar half beantwoord. Dat kan beter, sneller en veel openlijker. De
Dagelijkse Standaard sluit zich aan bij het koor dat de voicemail-lek een schande vindt. Maar in een van de reacties staat een voorstel, waar ik me bij aansluit: “Ik stel zelfs voor om het wettelijk te regelen dat ministers en ambtenaren zulke communicatieapparatuur krijgen dat die openlijk via bijvoorbeeld een internetsite, af te luisteren zijn. Zeg maar een uitzending gemist, maar dan voor gesprekken van ambtenaren”.

We moeten meer naar elkaar (af)luisteren.

Big Brother waarschuwt voor broertje

Big Brother waarschuwt voor broertje De AIVD (algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst) zorgt voor ons aller veiligheid. Dat doet de dienst door ons inlichtingen te verstrekken. Over je kwetsbaarheid, als je een baantje hebt waar ‘gevoelige’ informatie bij aan te pas komt.

De AIVD waarschuwt onder andere voor
digitale spionage. Wel eens een gratis usb-stick gekregen van een zakenrelatie? Zo’n stick kan een paard van troje zijn. Eenmaal op je pc gestoken, zou een of andere veiligheidsdienst ineens toegang tot je digitaliteit kunnen krijgen.

Maar ook zonder allerlei gadgets vinden buitenlandse spionnen je wel. Op het internet, het worldwide web waar zo langzamerhand iedereen in verstrikt is geraakt. Volgens de AIVD zijn digitale netwerken als Hyves, LinkedIn en Facebook sites, waar ze zo personen kunnen vinden die, gezien hun profiel, kandidaten kunnen zijn om nader te bespioneren.

De AIVD waarschuwt nu vooral zakenmensen en wetenschappers voorzichtig te zijn. Ga gerust met je gezicht op Facebook, maar zet er dan niet dat je bij de kerncentrale in Borssele werkt, bijvoorbeeld. En wees achterdochtig als je een gratis laptop krijgt aangeboden.
De AIVD heeft zelf vervelende ervaring genoeg. De waarschuwende brochures heeft de AIVD als pdf-documenten op hun website staan. Volgens Security.nl zijn ze echter een tijdje er van af gehaald, omdat er een foutje in zat, waardoor identiteit en e-mailadressen van AIVD-medewerkers waren te achterhalen. Een foutje waarvan onlangs Google slachtoffer was.

Een AIVD die zelf niet voorzichtig genoeg is, hoe veilig is die voor onze veiligheid?
Dat informatie over het eigen personeel naar buiten kan, is niet handig maar het geeft aan hoe snel en makkelijk een fout is gemaakt. En dus geen garantie gegeven kan worden dat ook informatie van burgers verkeerd terecht kan komen.
In opdracht van het huidige kabinet verzamelt de AIVD wel erg veel informatie van burgers. Die verzamelwoede in combinatie met technologische tekortkomingen, is reden om er juist terughoudend mee te zijn.
De hoogste politieke baas van de AIVD, minister Ter Horst, heeft net de
Big Brother-award (initiatief van Bits of Freedom) gewonnen. Wegens een al te gemakzuchtige houding betreffende digitale verzameling en opslag van persoonsgegevens.

Tja, met zo’n baas zou de AIVD zelf gewaarschuwd moeten zijn en eerst eens de veiligheid van haar eigen digitaliteit onder de loep moeten nemen.
Overigens krijg ik zo langzamerhand de indruk dat het world wide web beduidend meer riskanter is, dan de real life open ruimte. Ik zou het jammer vinden, maar misschien is het veiliger het internet te slopen en terug te keren naar de analoge waan van de dag?

Publieke privacy.

Publieke privacy

Heb je in de publieke ruimte recht op enige privacy? Stel je loopt te winkelen en je wordt aangesproken door een frisse jongeman, in een flitsend jasje, die ineens roept: “Hé, daar hebben we meneer Jansen uit de Huppeldepupstraat! Alvast gefeliciteerd met uw verjaardag volgende week, meneer Jansen! Ik heb hier iets leuks voor uw verjaardag. Ik dacht dat u op zoek bent naar een alweer-een -nieuw-dingetje, toch?”
Als die jongeman nou je neefje of je buurman is, zou het nog kunnen. Maar die gozer is een wildvreemde! Hoe kan hij nou weten wie je bent en dat je inderdaad graag dat nieuwe dingetje wil hebben?

Kan dat? Nee, dat kan niet. Is het mogelijk? Ja, het zou zomaar kunnen.
Een trend in de commercie is persoonlijk gerichte reclame. Dat werkt alleen als men het nodige van je weet. Zolang men daarbij gebruik maakt van studies naar kenmerken van doelgroepen, ben je nog een redelijk anoniem lid van een afgebakende groep. De gebruikelijke, doorsnee reclame wordt op je losgelaten.
Nu al wordt die doorsnee reclame wel meer en meer persoonlijker geadresseerd. Reclamefolders met je naam en adres kennen we al. Noviteiten zijn boodschappen naar je e-mail of mobieltje sturen. Daarvoor moet men minstens je persoonlijk e-mail adres of telefoonnummer hebben. Die gegevens zijn makkelijk op te sporen, maar dan weet men verder niet gek veel over je doen en laten.

Dat is voor de commercie niet genoeg. Dankzij technieken als gezichtsherkenning, gedragsanalyses met behulp van bewakingscamera's, biometrische profilering en het natrekken van onze winkelgewoontes wordt het steeds makkelijker onze hoogst persoonlijke trekjes te onthullen. Het kan voor een fabrikant van papieren zakdoekjes interessant zijn te weten dat jij een notoire neuspulker bent.
Het zou zomaar kunnen dat je een reclamebord bekijkt en ondertussen de neus vingert. Waarop het reclamebord ineens tegen je zegt: “Als u dat nou eens met ons frisse tissue doet? Veiliger voor uw neus en de rest van de straat hoeft niet mee te genieten van uw vieze nagels”.
Je dacht even een momentje voor jezelf te hebben, maar camera's, verbogen in het reclamebord, hebben je in de smiezen. De camera herkent bekend gedrag en de computer koppelt dat aan een vooraf opgenomen boodschap.

Volgens een artikel op BBC News behoort dat in de toekomst tot de mogelijkheden. De technologie is er al. Het Japanse bedrijf NEC verkoopt techniek voor gezichtsherkenning, die het mogelijk maakt te bepalen wat voor reclame er op een digitaal billboard verschijnt, afhankelijk van de kenmerken van de passant, zoals leeftijd en sekse.
In Duitsland experimenteert men met camera's in straatreclame om de emotionele reacties te registreren van passanten die een blik op het geadverteerde werpen. Uiteraard met de bedoeling daar nieuwe marketingkennis uit te kunnen peuteren.

De Daily Mail meldt enige beroering in Engeland. De firma Castrol plaatste billboards, waarop je kenteken verschijnt en een advies welke Castrol-olie geschikt is voor jouw wagentje. Camera's die een aantal meters voor zo'n billboard staan, hebben jouw kenteken gefilmd en de opname is gekoppeld aan de kentekengegevens, waarover Castrol lijkt te beschikken.
De DVLA, het officiële bureau voor kentekenregistratie, ontkent dat zij de gegevens hebben doorgespeeld, maar zou nu wel willen weten hoe Castrol aan die informatie is gekomen.

Het artikel op BBC News eindigt met de opmerking dat het verstandig zou zijn nu te bepalen hoe ver commercie en overheid mogen gaan om al onze facetten in de gaten te houden, nu we nog enige privacy hebben om te beschermen. Ik vrees dat het daarvoor te laat is. Omdat nog teveel mensen geloven dat het inleveren van privacy hen ook wat oplevert.
Niet alle mensen die autorijden weten altijd welke motorolie ze precies moeten gebruiken. Dus wat dondert het dat Castrol je er even aan herinnert welke type je in je cabrioletje moet gieten. Makkelijk toch?

En zo verkoopt de overheid veiligheid en betalen we privacy. In de EU is de laatste drie jaar het aantal terreuraanslagen rond de 500 gevallen blijven schommelen. In 2008 is het echter slechts tot 384 veroordelingen gekomen, maar zijn er wel 1009 mensen gearresteerd, tegenover ruim 700 in 2006 (gegevens te danken aan een artikeltje op GeenCommentaar, waar één van de reaguurders wees op een Europol rapport (pdf!). Moet daarvoor je e-mail gelezen worden?

Privé en publiek ben je steeds meer het bezit van commercie en overheid.

Klasse privacy

Klasse pirvacy

Okee, er is al genoeg over geschreven en gediscussieerd. Maar nog even iets over de foto hier links.

Hoewel dit weblog geen enkel contract met de RVD (Rijksvoorlichtingsdienst) heeft ondertekend, ziet u toch een foto van het aanstaande koningspaar, maar dan zodanig bewerkt dat de redactie geen kans loopt voor de rechter te worden gesleept.

Mag ik wijzen op een stuk van Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam, in de NRC?
Behalve een paar steekhoudende argumenten, waarmee hij de RVD van staatscensuur beticht, lezen we ook dat er enige jurisprudentie is over de privacy van publieke personen. Zij hebben wel degelijk recht op een stukje beschutting van de persoonlijke levensfeer.

Dat is interessant. Want als er één publiek persoon is, dan is dat wel “de burger”. Die burger duikt op in tal van onderzoeken, statistieken, politieke discussies en is speerpunt van de ambities van dit kabinet.
Daartoe wordt de burger tijdens het avondeten gebeld, wordt hem gedragscodes en regelgeving opgedrongen en wordt hij opgeslagen in tal van digitale databanken.

Het is te hopen dat het koninklijk paar de strijd om de privacy glansrijk zal winnen. Daarmee wordt immers de jurisprudentie duidelijker en krijgt de publieke persoon bij uitstek, de burger, een handvat om zijn privacy te heroveren.
Want het zal toch niet zo zijn dat privacy alleen voor bepaalde klassen geldt?

Ongeval dodelijker dan moord

Ongeval dodelijker dan moord Het is al jaren bekend dat privé-ongevallen koploper zijn in de statistieken van de niet-natuurlijke dood. Ook vorig jaar liet het fenomeen zich niet van de eerste plaats verdringen door de andere deelnemers in de fatale competitie. Zelfdoding is wel een grote tweede, gevolgd door ongevallen in het wegverkeer, moord- en doodslag en bedrijfsongevallen (zie deze excelsheet voor een samenvattend overzicht).

Hoe goed het CBS het ook in kaart probeert te brengen, op de vierde plaats prijkt nog altijd de categorie “onbekend”. Waarschijnlijk is er niets mysterieus aan de bijna 500 duizend sterfgevallen, maar raar is het wel dat in een zo gecontroleerde en geïnspecteerde samenleving, van zoveel gevallen de doodsoorzaak in het ongewisse blijft. Sterker nog: dat aantal stijgt.

Bedrijfsongevallen vormen de hekkensluiter. Da's mooi, maar in 2008 zit het aantal opvallend genoeg weer bijna op het niveau van tien jaar geleden, na een daling ten opzichte van de vorige acht jaar. Ook dat is vreemd, want er is behoorlijk veel geïnvesteerd in bedrijfsveiligheid. En grote rampen waren er ook niet in 2008.
Zou de bedrijfsveiligheid in gevaar zijn gekomen door de kredietcrisis?

De veiligheid in de samenleving staat in ieder geval niet onder druk door moord- en doodslag. Hoewel er de laatste twee jaar weer een toename is te zien, is het nog steeds lager dan tien jaar geleden. Maar het blijft ver achter bij de privé-ongevallen.

Het totaal onnatuurlijke sterfgevallen is niet spectaculair toegenomen, ondanks de bevolkingsgroei en de toenemende vergrijzing. Dat laatste zorgt wel voor een stijging in de privé-ongevallen, want daar worden heel wat ouderen onder gerekend, waarvan veel aan een val overlijden.
Vallen is in stijgende mate de oorzaak van veel sterfgevallen. Als dat doorzet, zul je nog meemaken dat de overheid valhelm, kniebeschermers en dikke, rubberen pakken verplicht stelt aan iedereen boven de 70 jaar, om de kosten van de gezondheidszorg te drukken.

Hoewel de meeste dodelijke privé-ongevallen nog steeds in en rond het huis plaatsvinden, zien we ook een stijgende trend in de verpleeg- en ziekenhuizen. Dat roept vraagtekens op. Ik kan me voorstellen dat vallende bejaarden vaker in een verpleegtehuis voorkomen. Maar waarom vermeld het CBS ook de ziekenhuizen als locatie van privé-ongevallen?
Ik dacht dat een foutje bij een operatie wordt weggeschreven als bedrijfsongeval. Laten we er maar vanuit gaan dat veel privé-ongevallen zo ernstig zijn, dat er ook in het ziekenhuis niet veel meer is aan te doen.

Het privé-domein is dus levensgevaarlijk. De overheid heeft wel zoveel respect voor de privacy, dat ze hiervoor dat privé-domein niet betreedt. Wat een beetje hypocriet lijkt, want voor doodsoorzaken waar hier in Nederland nauwelijks slachtoffers bij vallen (terreur), wordt de privacy steeds verder uitgehold.
Maar ja, de burger is dan ook verantwoordelijk voor zijn privé-leed, de overheid voor terreur terrorismebestrijding.

Beeldrecht betaalt zorg

Beeldrecht betaalt zorg

Als in een soapserie Katja Schuurman een beetje ziek ligt te doen in een nepziekenhuis, weten we wel dat ze niet echt lijdt en bovendien er goed voor wordt betaald. Als een close-up van de hartmonitor aangeeft dat het gedaan is met Katja, liggen we er niet wakker van, want de volgende dag mogen we haar in de volgende goed betaalde media-klus aanschouwen.

Bij reality-series ligt dat anders. Echte mensen, die met echte ziektes en verwondingen op de buis komen in series als Traumacentrum of Ingang Oost. Een stuk spannender, want levensecht. Daar zou je wel wakker van kunnen liggen, want had je buurman niet diezelfde kwaal of was je nichtje ook niet eens onder een auto gekomen?

De RVZ (Raad voor de Volksgezondheid) heeft de ministers Klink (zorg) en Plasterk (media) aangeschreven en er op gewezen dat soms een onaanvaardbare schending van de privacy van patiënten plaatsvindt. Er moet gewaakt worden voor beïnvloeding: “Als de camera al aanwezig is, zullen patiënten geneigd zijn ja te zeggen. De implicaties – zoals beelden die op internet een tweede leven krijgen – worden hen vaak pas later duidelijk“.
Niet alleen de televisiemakers hebben belang bij kijkcijfers trekkende beelden. De RVZ stelt dat ook andere partijen belangen hebben bij dit soort programma's: “Zorginstellingen concurreren via reality-shows. Patiëntenverenigingen dragen veelvuldig financieel bij aan programma’s, om ‘hun’ ziekte onder de aandacht te brengen. Professionals willen begrip voor hun positie. Wetenschappers willen onderzoeksresultaten onder de aandacht brengen“.

Dan wil de ethiek wel eens het kind van de rekening worden en daarom is het nu tijd voor reflectie en een inhaalslag. Daarbij stelt de RVZ zich onder andere een code voor, waarin zorginstellingen hun mediabeleid duidelijk maken. Onaanvaardbare situaties, als het filmen van een bewusteloze patiënt, zouden met zo'n code in de zorgpraktijk niet langer worden toegestaan.
Het CEG (Centrum voor Ethiek en Gezondheid) ziet wel dat “de aanwezigheid van media op zelfs de meest intieme momenten van ons dagelijks leven is steeds normaler geworden” en dat ook de
medialisering van de gezondheidszorg de privacy van patiënten blootlegt.

Het is natuurlijk een wonderlijk verschijnsel dat mensen hun ziel en zaligheid, hun lief en leed, openbaren voor elke willekeurige camera. Voor de meesten geldt echter dat ze er met hun volle, gezonde verstand bij zijn en kunnen beslissen of ze zich in een mediamiek moment willen scharen in de rijen der Beroemde Nederlanders. Iemand die net total-loss is gereden op een zebrapad of van de dokter hoort welke dodelijke ziekte is geconstateerd, mag minder toerekeningsvatbaar worden geacht. Daar hebben de RVZ en het CEG wel een punt.

Nu zou je met een gedragscode daar paal en perk aan kunnen stellen, maar laat in die code wel een mogelijkheid open ook een patiënt zijn lijden tot stardom te verheffen. Het is ethisch niet verantwoord, wat ik nu ga voorstellen, maar toch een poging gewaagd.
Is een patiënt volledig bij zinnen dan is toestemming op een normale manier te regelen. Bij andere patiënten vraagt men toestemming als de genezing is geslaagd. En voor de opnames en verspreiding van de beelden wordt betaald. Ik stel voor de Balkenende-norm te hanteren. De behandelingen kunnen zo dik worden bekostigd.

Beeldrecht draagt zo bij aan beperking van de zorgkosten. Van alle patiënten die niet genezen, wordt het beeldmateriaal vernietigd. Het kan zijn dat progammamakers helemaal geen zin hebben in zulke voorwaarden en stoppen met zorg-reality. Ook goed. Want ik geloof niet dat die programma's ook maar iets toevoegen aan opwaardering voor de zorg.