Tagarchief: reclame

Hulpmiddelenreclame

BunuelVoor minstens 5000 dollar kun je reclameruimte huren op het kunstoog van de Canadees Robert Lee. De onfortuinlijke man raakte door kanker een oog kwijt. Nu mogen mensen bieden om reclame op zijn nieuwe kunstoog te laten monteren.

Het idee komt precies op tijd. Nederland is bijna net zo failliet als Griekenland. Niet door de crisis, maar door de zorg.  Er kan niet genoeg bezuinigd worden, om dit prachtige land weer gezond te krijgen. Bezuinigen betekent dat mensen zelf meer moeten betalen en dan zul je altijd zien dat er wordt gezeurd over de koopkracht.

Ons soort economie heet een economie van kansen te zijn. Als je maar ondernemerschap toont. Eigen verantwoordelijkheid en zo. De kunstsector zal zichzelf moeten zien te bedruipen. Dat kan, denken sommigen door beter reclame te maken, publiektrekkende projecten te verzinnen en sponsors aan te trekken.

Die gouden aanpak kan natuurlijk door elke burger toegepast worden. Wie een rollator nodig heeft, gaat op zoek naar bedrijven die hun reclamebordje aan het wagentje willen hangen. Krukken kunnen opgetuigd worden door reclameplaatjes en het gips om je gebroken been laat je niet meer door je vrienden vol kliederen, maar door een reclamebureau.
Het idee is wat lastiger toepasbaar op de niet zichtbare hulpmiddelen.  Mensen met een pacemaker kunnen wel een t-shirt dragen, waarop vermeld staat welk bedrijf het apparaat mede mogelijk heeft gemaakt. Beter is het om gewoon sandwichborden om te hangen. “Ik koos voor een kunstheup van ArtHipWalking, mede mogelijk gemaakt door Unileverancier”.

Het Rgb (reclamegebonden budget) heeft twee voordelen. Mensen maken hun eigen zorg betaalbaar. En iedereen kan zo zien welke burgers zo onverantwoordelijk met hun gezondheid om hebben gesprongen.

Is zelfregulering effectief?

Zelfregulering Ongeruste ouders in Utrecht halen opgelucht adem. De Reclame Code Commissie oordeelde dat bierreclame niet is toegestaan bij het sportveld waar hun kinderen spelen. Omdat meer dan een kwart van de toeschouwers uit minderjarigen bestaat, was de bierreclame in strijd was met de Reclame Code.

Leuk dat de ouders en de Reclame Code Commissie een succesje boeken. Ik vroeg me af: helpen zulke uitspraken wel? Wat is het succes van zelfregulerende zaken als de Reclame Code?
De bierreclame is inmiddels verwijderd, dus ja, wat dat betreft heeft zelfregulering geholpen. Je vraagt je wel af waarom de sportclub en de bierbrouwer vooraf niet even de gedragscode over alcoholreclame rond sportvelden er op na geslagen hebben. Nu heeft het alleen maar tot vervelende reclame geleid.

Leiden zelfregulerende gedragscodes ook tot de maatschappelijk gewenste effecten? In dit geval: zet de jeugd het minder op een zuipen? In een tijd waarin plan-do-check-act cyclussen gemeengoed zijn, zal er dus makkelijk een antwoord op die vraag gevonden kunnen worden.
Niet dus. Er wordt wel veel meer onderzoek gedaan naar de invloed van reclame op de jeugd, maar nauwelijks naar effecten van gedragscodes voor alcoholleveranciers, snoepventers en vetverkopers.

De STIVA, de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik, opgericht door de gezamenlijke producenten en importeurs van drank, stelt dat jongeren
wel minder zijn gaan drinken. De club bestreed een onderzoek naar de invloed van alcoholreclame tijdens het EK voetbal van 2008. De TU Twente had wat jongeren gevraagd of de drankreclame hen wat deed en concludeerde dat ze er best wel gevoelig voor waren.
Dat onderzoek werd verricht in opdracht van STAP, het Nederlands Instituut voor alcoholbeleid. Ook al zou STIVA gelijk hebben en er minder jongeren drinken, volgens STAP drinken ze dan wel stevig. Het aantal kids met alcoholvergiftiging is toegenomen.

Van de Reclame Code Commissie wordt je niet wijzer. Daar zijn alleen de uitspraken te vinden, die naar aanleiding van klachten zijn gedaan. Geen gegevens over de impact van de commissie, wat betreft de gewenste maatschappelijke resultaten.
Maar waarom niet? De Stichting Reclame Code is tenslotte opgericht door adverteerders, reclamebureaus en media. Bedoeld om verantwoord reclame maken te bevorderen. Okee, dat is een wat ander doel dan jongeren redden van de drank. Toch denken overheid en bezorgde ouders dat verantwoorde reclame kan bijdragen aan een gezonde opvoeding. Een onderzoek dat die stelling bewijst, komt toch ten goede aan de gezamenlijke adverteerders en hun eigen gedragscodes?
Het feit dat de Reclame Code Commissie het redelijk druk heeft, zegt iets over het beperkte effect van de preventieve werking die gedragscodes beogen. Misschien dat daarom nog geen grondige evaluatie heeft plaatsgevonden?

In Europees verband wordt er nog nader op gestudeerd. De
voorlopige conclusies (pdf!) zijn dat de lidstaten wel geloven in positieve effecten van zelfregulering, maar echte bewijzen over het verband tussen zelfregulering en maatschappelijke resultaten zijn er niet.

Nu staat drank en jeugd centraal in dit artikel, maar gedragscodes vinden we tegenwoordig op alle terreinen. Maar nergens iets te vinden over de effecten op de samenleving. De vraag is relevanter dan ooit, want de komende vier jaar worden we geregeerd door een kabinet dat sterk in zelfregulering gelooft.
Misschien heb ik nog niet ver genoeg gezocht. Wie kent een voorbeeld van een grondig geëvalueerde gedragscode en wat waren dan de bevindingen? Is er in het woud van gedragscode ergens een bloeiend boompje te vinden of is het allemaal dood hout?

Oranje stroom verboden?

Oranje stroom verboden? Quote van de week: “Wij handhaven de Wet op de kansspelen, niet de reclame code commissie”. (aldus een woordvoerder van Justitie in De Volkskrant).

Ook die reclame al gezien waar een energieleverancier een jaar lang gratis stroom aanbiedt, als Oranje wereldkampioen voetbal wordt? Dat wil zeggen: sluit je voor een bepaalde datum een contract en ‘onze jongens’ winnen de finale, dan maak je kans op een jaar gratis stroom. Dat is dus twee keer gokken. Eerst op de finale-uitslag. Vervolgens maar hopen dat je een van de gelukkig abonnementhouders zult worden.

Het ministerie van Justitie ziet dat als een kansspelletje en de energiemaatschappij heeft verzuimd de spelregels op te stellen volgens de wet op de kansspelen. De leverancier zegt in alle eer en geweten de reclame opgezet te hebben. Men heeft zelfs de Reclame Code Commissie geraadpleegd, die er geen misleidende reclame in zag.
Die commissie zegt dat de voorzitter (de reclame code commissaris) een voorlopige, niet bindend uitspraakje heeft gedaan en de leverancier zich er dus niet op kan beroepen.

Het is op zich een beetje vreemd dat Justitie niet eerder een energieleverancier als kansspelprovider heeft aangemerkt. Er bestaat immers altijd een kans dat je, bijvoorbeeld, Nederland – Brazilië hebt gemist, omdat er
geen stroom is.
Ook vreemd dat nu deze energieleverancier wordt aangepakt, terwijl andere bedrijven soortgelijke aanbiedingen op de markt hebben, volgens de Volkskrant.

Volgens Justitie moet de aanbieder snel duidelijk maken dat het om een kansspelletje gaat, waar hooguit 222 nieuwe abonnementhouders de prijs in de wacht zullen slepen. Bij een promotioneel kansspel mag er niet meer dan 100 duizend euro worden uitgeloofd.
Volgens de stroomuitbater hebben zich al duizenden mensen aangemeld. Zouden die niet door hebben dat het om een kansje gaat?

Dat zou kunnen als men de voorwaarden niet leest. Onder de kop “Nu 1 jaar gratis stroom” (aangeboden door niemand minder dan Maurice de Hond, bekend van tal van andere misleidingen), staat: “… en als Oranje wereldkampioen wordt dan krijgt u 1 jaar gratis stroom. Stap direct over”. Met meteen de “Ja, ik meld me aan”-knop (zie de
bewuste reclame).
Even naar beneden gescrolld en daar staat dan in de voorwaarden dat het slechts om een kans gaat.
Nu leest iemand met gezond verstand altijd de kleine lettertjes, maar de hele opzet van de reclame is van de welbekende misleidende fuik, waar al velen eerder zijn ingetrapt.

Niet doen, zou ik zeggen. Bovendien, wie wil er nou Oranje stroom?

Publieke privacy.

Publieke privacy

Heb je in de publieke ruimte recht op enige privacy? Stel je loopt te winkelen en je wordt aangesproken door een frisse jongeman, in een flitsend jasje, die ineens roept: “Hé, daar hebben we meneer Jansen uit de Huppeldepupstraat! Alvast gefeliciteerd met uw verjaardag volgende week, meneer Jansen! Ik heb hier iets leuks voor uw verjaardag. Ik dacht dat u op zoek bent naar een alweer-een -nieuw-dingetje, toch?”
Als die jongeman nou je neefje of je buurman is, zou het nog kunnen. Maar die gozer is een wildvreemde! Hoe kan hij nou weten wie je bent en dat je inderdaad graag dat nieuwe dingetje wil hebben?

Kan dat? Nee, dat kan niet. Is het mogelijk? Ja, het zou zomaar kunnen.
Een trend in de commercie is persoonlijk gerichte reclame. Dat werkt alleen als men het nodige van je weet. Zolang men daarbij gebruik maakt van studies naar kenmerken van doelgroepen, ben je nog een redelijk anoniem lid van een afgebakende groep. De gebruikelijke, doorsnee reclame wordt op je losgelaten.
Nu al wordt die doorsnee reclame wel meer en meer persoonlijker geadresseerd. Reclamefolders met je naam en adres kennen we al. Noviteiten zijn boodschappen naar je e-mail of mobieltje sturen. Daarvoor moet men minstens je persoonlijk e-mail adres of telefoonnummer hebben. Die gegevens zijn makkelijk op te sporen, maar dan weet men verder niet gek veel over je doen en laten.

Dat is voor de commercie niet genoeg. Dankzij technieken als gezichtsherkenning, gedragsanalyses met behulp van bewakingscamera's, biometrische profilering en het natrekken van onze winkelgewoontes wordt het steeds makkelijker onze hoogst persoonlijke trekjes te onthullen. Het kan voor een fabrikant van papieren zakdoekjes interessant zijn te weten dat jij een notoire neuspulker bent.
Het zou zomaar kunnen dat je een reclamebord bekijkt en ondertussen de neus vingert. Waarop het reclamebord ineens tegen je zegt: “Als u dat nou eens met ons frisse tissue doet? Veiliger voor uw neus en de rest van de straat hoeft niet mee te genieten van uw vieze nagels”.
Je dacht even een momentje voor jezelf te hebben, maar camera's, verbogen in het reclamebord, hebben je in de smiezen. De camera herkent bekend gedrag en de computer koppelt dat aan een vooraf opgenomen boodschap.

Volgens een artikel op BBC News behoort dat in de toekomst tot de mogelijkheden. De technologie is er al. Het Japanse bedrijf NEC verkoopt techniek voor gezichtsherkenning, die het mogelijk maakt te bepalen wat voor reclame er op een digitaal billboard verschijnt, afhankelijk van de kenmerken van de passant, zoals leeftijd en sekse.
In Duitsland experimenteert men met camera's in straatreclame om de emotionele reacties te registreren van passanten die een blik op het geadverteerde werpen. Uiteraard met de bedoeling daar nieuwe marketingkennis uit te kunnen peuteren.

De Daily Mail meldt enige beroering in Engeland. De firma Castrol plaatste billboards, waarop je kenteken verschijnt en een advies welke Castrol-olie geschikt is voor jouw wagentje. Camera's die een aantal meters voor zo'n billboard staan, hebben jouw kenteken gefilmd en de opname is gekoppeld aan de kentekengegevens, waarover Castrol lijkt te beschikken.
De DVLA, het officiële bureau voor kentekenregistratie, ontkent dat zij de gegevens hebben doorgespeeld, maar zou nu wel willen weten hoe Castrol aan die informatie is gekomen.

Het artikel op BBC News eindigt met de opmerking dat het verstandig zou zijn nu te bepalen hoe ver commercie en overheid mogen gaan om al onze facetten in de gaten te houden, nu we nog enige privacy hebben om te beschermen. Ik vrees dat het daarvoor te laat is. Omdat nog teveel mensen geloven dat het inleveren van privacy hen ook wat oplevert.
Niet alle mensen die autorijden weten altijd welke motorolie ze precies moeten gebruiken. Dus wat dondert het dat Castrol je er even aan herinnert welke type je in je cabrioletje moet gieten. Makkelijk toch?

En zo verkoopt de overheid veiligheid en betalen we privacy. In de EU is de laatste drie jaar het aantal terreuraanslagen rond de 500 gevallen blijven schommelen. In 2008 is het echter slechts tot 384 veroordelingen gekomen, maar zijn er wel 1009 mensen gearresteerd, tegenover ruim 700 in 2006 (gegevens te danken aan een artikeltje op GeenCommentaar, waar één van de reaguurders wees op een Europol rapport (pdf!). Moet daarvoor je e-mail gelezen worden?

Privé en publiek ben je steeds meer het bezit van commercie en overheid.

Reclame of informatie?

Reclame of informatie?Ik ben van mening dat het een onmogelijke taak is om te komen tot een helder juridisch houdbaar onderscheid tussen informatie en reclame“.
Een opvallend antwoord uit de
beantwoording van kamervragen, waarin de overheid wordt verzocht op te treden tegen symptoomreclame.

Symptoomreclame zijn spotjes of advertenties waarin meestal veel voorkomende kwaaltjes worden getoond en waarin wordt gesteld dat je er toch prima van af kan komen. Critici menen dat dit soort reclame eigenlijk reclame voor medicijngebruik is. De reclame wordt gefinancierd door bedrijven in de farmaceutische industrie.
Reclame voor geneesmiddelen is in Nederland verboden. Symptoomreclame wordt gezien als truc om de wet te omzeilen. Reden voor de Consumentenbond een petitie te starten om de overheid onder druk te zetten een verbod op dit soort reclame in te stellen.

Uit de beantwoording van de kamervragen blijkt dat een verbod er niet echt in zit. Over mogelijke aanscherping van de regels wordt nog nagedacht. Maar goed, intrigerend is dat zinnetje, waarmee minister Klink zegt dat het heel lastig is om juridisch vast te leggen wat het verschil tussen reclame en informatie is.

In de dagelijkse praktijk is het inderdaad lastig dat onderscheid altijd goed waar te nemen. Neem het persbericht van de Consumentenbond, waarin wordt geroepen dat de petitie voor een verbod op symptoomreclame al 12.000 handtekeningen heeft opgeleverd. Die mededeling is natuurlijk informatie. Maar het lijkt me tevens wervend bedoeld: al 12 duizend mensen gingen u voor, nu u nog! Dat mag je dan toch reclame noemen, of niet?

Veel reclame is meteen als zodanig te herkennen. Door informatie te tonen in de reclameblokken op televisie of in kranten het woordje reclame of advertentie te plaatsen, weet je meteen dat het meer om verleiding dan om informatie gaat.
Het wordt al lastiger als je een brief in de bus krijgt, waarin je hoogst persoonlijk wordt geïnformeerd over een leuke prijs doe je gewonnen hebt. Nadere informatie leert dan dat je er echter extra loten in de loterij voor moet kopen, wil je een kans maken op die prijs. Dat is dus regelrechte werving. De zogenaamde informatie is op een misleidende manier verhullend.

Geldt dat ook voor symptoomreclame? De informatie over kalknagels en schimmelvoeten voegt niets toe. Iedereen weet dat het fenomeen bestaat. Dat je er een heuse medische behandeling voor nodig hebt, om het enigszins effectief te bestrijden, blijkt pas als je in de reclame genoemde websites bezoekt. Daar lees je dan dat je met je klachten naar de huisarts moet.
Is dat nou informatie over een kwaal? Of reclame voor de huisarts? Of een manier om je, via je huisarts, de weg naar medicatie te wijzen? Wat dan weer reclame is.

Goed. Reclame en informatie is niet altijd goed uit elkaar te houden. Je kan natuurlijk afspreken dat informatie alleen juiste en te toetsen feiten bevat. Informatie die voor iedereen beschikbaar is en door iedereen gebruikt mag worden, zonder enige bijbedoelingen. Het enige doel is alleen het verstrekken van die informatie.
Het vervelende is dat niet alleen in reclame informatie wordt verstrekt, die meer tot doel heeft dan louter feiten aan te bieden. Iedereen gebruikt informatie wel eens ter ondersteuning van hoogst particuliere doelen. Zo willen we in een discussie een ander wel eens overtuigen met een “maar wist je dan niet dat….”, waarna er en paar echte feiten worden opgesomd.

Reclame probeert altijd een ander te overtuigen. Al dan niet met feitelijke informatie. De keuze om op basis van die informatie daadwerkelijk iets te doen, is aan de individuen in de aangesproken doelgroep. Maar dat geldt ook voor echte, keiharde informatie. Je kan nog met duizend feiten en cijfers komen, wat mensen ermee doen bepalen ze zelf.
Heeft minister Klink dus groot gelijk dat er geen juridisch onderscheid tussen reclame en informatie te maken is?

Het lijkt me wel een nader onderzoek waard. Informatie kan wervend werken, mensen op ideeën brengen, waarmee ze ook iets gaan doen. Reclame gaat om werving alleen. En werving op zich is geen informatie. Kunt u daar wat mee?

Geestdodelijkheid

TV kijken'Hoe gaat het met je?'
'Nou, ik mag niet klagen.Ik doe het wel, maar het mag niet!'

Klagende mensen wordt vaak voorgehouden dat ze toch echt zelf verantwoordelijk zijn voor hun keuzes. Dus mogen ze niet klagen. Mooi voorbeeldje: klachten over reclame. Laatste nieuws: 30 procent van de klachten die SRC (Stichting Reclame Code) ontvangt, betreffen de reclames op internet. Nog eens 30 procent gaat over reclamebrieven.
Voor alle duidelijkheid: de SRC heeft het over klachten die wel gegrond zijn verklaard omdat er sprake is van onduidelijkheid of misleiding.

Nu zouden er natuurlijk helemaal geen klachten zijn, als iedereen de reclame zou negeren. Veel mensen vinden reclame toch al vervelend. De reclames op tv zijn meestal goed voor een gang naar de wc of de koelkast.
En dat mensen toch in misleidende reclame trappen is eigen schuld. Moet je maar beter opletten. Reclame is is per definitie misleidend. Je hebt nooit de behoefte gehad aan een stuk zeep die je de hele dag naar een orchidee uit het Amazonegebied laat ruiken. De reclame zegt dat je die behoefte wel hebt. Wie daardoor aan zichzelf gaat twijfelen en gelooft dat-ie ineens wel behoefte heeft aan dat zeepje, mag niet klagen.

Waarom is dan toch een SRC en een code Oneerlijke Handelspraktijken nodig? Louter voor de werkgelegenheid? Misschien valt het te verklaren op grond van geestdodelijkheid. Wetenschappers hebben ontdekt dat mensen vooral bij herhalend en geestdodend werk fouten maken. Een hersenscan liet zien dat bij dat soort activiteit de hersens af en toe in ruststand schieten en mensen in de fout.
Dat kan dus heel goed verklaren waarom mensen, tegen beter weten in, verkeerd reageren op reclames. Je hangt voor de tv, hersens op nul, blik op alweer diezelfde reclame en voor je het weet heb je toch dat sms-nummer getoetst en zit je vast een ringtone met duur abonnement.
Of je zit wat online te gamen en 100 toetsaanslagen verder klik je op een grappig icoontje en ben je ineens deelnemer aan een lotto en de bezitter van een dure creditcard.

Geestdodelijkheid. Is dat de reden waarom er teveel misgaat? Als dat echt zo is, dan zouden geestdodende activiteiten hoog op de lijst van veiligheidsrisico's moeten staan. Niet dat overheden dan meteen miljoenen moeten pompen in anti-geestdodelijheidsbrigades. Laat staan dat ze geestodende acticviteiten gaan verbieden. Vrijheid is veel belangrijker, zelfs al doden sommige vrijheden de geest.
Maar een SGC (Stichting Geestdodelijke Codes) en waarschuwingsicoontjes op tv en internetreclame zou toch wel het minste zijn om ons te beschermen.

(Het citaat hier bovenaan komt uit de show 'Neerlands Hoop Code' van Neerlands Hoop, 1978)

Update linkdump

Zo schrijf je wat over de Reclame Code Commissie of even later handelt Verbal Jam de klachten af van CDA en VVD over reclame van de SP die misleidend zou zijn.
En net als we het er niet meer over zullen hebben, wordt op
iamzero aangetoond dat het programma van P.R.de V. je reinste plagiaat is, en wel van het NCRV-programma Taxi.
Ik geef het maar even door……

Elastieken codes

Misleidende reclameVorige week was hier al te lezen hoe het misleiden schadelijke gevolgen voor kinderen kan hebben. Maar onderschat ook niet hoeveel volwassenen de dupe zijn van OHP.
Jazeker, OHP. Toegepast in b-to-c en ook in b-to-b reclame. Schrik niet, dit soort codes hoeft u niet te onthouden. De Reclame Code Commissie wel, want met ingang van deze maand heeft de commissie haar
regelgeving uitgebreid met europese richtlijnen. Men gaat strenger toezien op oneerlijke handelspraktijken (OHP) bij business to consumer-reclame (b-to-c) en business to business-reclame (b-to-b).

Dit soort gedragscodes zijn net elastiek. Ze kunnen bijzonder knellend ervaren worden door degenen die zich er aan dienen te houden. Ze zijn tevens voor meerdere interpretaties vatbaar. Gebruikers proberen ze op te rekken en de toezichthouders breiden de regels dan weer uit. Het elastiek wordt eindeloos uitgerekt.
Regels moeten wel van elastiek zijn, want o wee als ze van stalen kettingen zouden zijn. Dat zou teveel doen denken aan slavernij of dictatoriaal bestuur en daar hebben we al lang tabak van.

Onder OHP wordt bijvoorbeeld verstaan dat in een reclame niet de suggestie mag worden gewekt dat iets gratis is, terwijl er uiteindelijk toch flink voor betaald moet worden. Je mag ook niet liegen over de geneeskrachtige eigenschappen van een product, als die dat helemaal niet heeft.
Ook mogen reclamemakers de concurrentie niet oneerlijk bejegenen. Geen flauwekul dus meer dat een product de enige, echte, zaligmakende oplossing is voor haaruitval of dat eindeloze gat in je huishoudbegroting.

Met de uitbreiding van het reglement van de Reclame Code Commissie zullen we nu dus verlost zijn van ruim driekwart van alle reclame: alle reclame waarin valse beloftes worden gedaan, alle reclame waarin stereotype figuren in voorkomen die in de alledaagse menselijkheid helemaal niet bestaan, alle quasi-wetenschappelijkheid die door geen enkel onderzoek ooit is bevestigd.

En verder alle reclame die, hoe fantasierijk en leuk ze ook mogen zijn, op geen enkele manier een weerspiegeling zijn van de werkelijkheid. Het is lachen geblazen als iemand zijn auto, op aanwijzing van de navigator, de tuin van de buren instuurt, maar de consument wordt hiermee als een hersenloze zombie afgeschilderd en dat is niet eerlijk.
Dat kinderen van die schatjes zijn als ze een boterham met choco-pasta krijgen geserveerd is een foute voorstelling van zaken. Onderzoek heeft juist uitgewezen dat ze van al dat zoet juist zo onhandelbaar als de pest worden.

Mooi dus, die anti-OHP aanpak. Of is dit weer zo'n anti-aanbaklaag, die er na twee keer koken en afwassen al weer af is?

Misleiding

Misleiding

Misleiding van kinderen is al zo oud als de weg naar Rome. Eigenlijk nog ouder. Neem de oude Grieken. Plato verhaalt in zijn boek Politeia, hoe Socrates ter dood wordt veroordeeld wegens het introduceren van nieuwe goden en, jawel, het misleiden van de jeugd.
Socrates doet in het schijnproces nog een poging zijn hachje te redden en vraagt zijn rechters of hij ze met argumenten op andere gedachten kan brengen. Als antwoord vragen de rechters Socrates hoe hij dat denkt te bereiken als zij niet luisteren. De rechtbank maakt duidelijk niet voor rede vatbaar te zijn, althans niet voor de rede van Socrates. De komische filosoof mocht de gifbeker ledigen tot de dood er op volgde.

Vandaag de dag is misleiding van kinderen nog steeds dagelijkse kost. Maar gelukkig zijn er nieuwe Socratessen, die hun best doen de jeugd en hun ouders te wijzen op de vele leugenachtige verleidingen waar de mensheid aan wordt blootgesteld.

De stichting Mijn Kind Online komt op een weblog met fraaie voorbeelden van verlokkingen op het internet, die speciaal voor kinderen zijn bedoeld. Niets is reclamemakers te dol. Gratis ringtones waar dure abonnementen aan vast blijken te zitten, een europese commissie die kinderen belooft dat ze slim en sterk zullen worden als ze vis en vlees eten en grappige varkentjes die de jeugd een worst voorhouden.

Zelfs het gegeven dat kinderen nog wel eens een foutje maken bij het intikken van zoektermen, wordt uitgebuit. In Amerika is zo'n kinderlokker al veroordeeld voor het opzetten van websites met verkeerd gespelde namen van populaire kinderthema's. Wie Disney World verhaspelde, kon op zeer dubieuze sites terecht komen.

Mijn Kind Online doet nu een beroep op minister Plasterk de misleiding eens flink aan te pakken. Het valt te betwijfelen of de minister voor meer rede vatbaar is dan destijds de rechters van Socrates. Plasterk vindt het tot nu toe voldoende media en reclamemakers op te roepen tot zelfregulering. De keuze is aan hen zonder te hoeven vrezen dat de minister ze tot de gifbeker zal veroordelen.

Daar komt-ie nog goed mee weg, omdat niet de hele bevolking massaal moord en brand schreeuwt bij welke praktijken van misleiding dan ook. Dat doen we niet, omdat we verdomd goed weten dat we allemaal wel eens zijn misleid en zelf ook niet vies zijn van een trucje hier of een leugentje daar. Het is alledaagse gemeengoed en we gaan van onszelf natuurlijk niet zeggen dat we er slechter van zijn geworden. Dus zal Mijn Kind Online niet op zoveel steun kunnen rekenen dat Plasterk wel zal moeten zwichten en misleidende kinderverlokkingen in de ban moet doen. Er is tenslotte nog altijd de Reclame Code Commissie. Die moet ook aan het werk kunnen blijven. De stichting Mijn Kind Online meent dat die commissie wel meer regels moet krijgen om de digitale reclame te kunnen controleren.

En laten we eerlijk zijn (als dat nog mogelijk is): een leven zonder misleiding is vreselijk saai. Je moet er toch niet aan denken dat we een wereld krijgen waarin we niet meer kunnen genieten van goochelaars, waar geloof in goddelijke wonderen zijn verboden is, waar hopen op een berg geld geen enkele kans meer maakt en het hiernamaals slechts een hilarische mucical van Joop van den Ende is.

Toch ben ik wel benieuwd wat voor volwassenen de hedendaagse kinderen zullen worden als ze de eerste twaalf jaar geen enkele reclame te zien krijgen. En dat ze geen sprookjes meer te lezen krijgen. En dat ze op elke vraag een eerlijk antwoord krijgen van hun ouders, ooms, tantes en onderwijzers.

Waar zou dat experiment toe leiden?

Het merk maakbaarheid

reclame en maakbaarheidDe huidige regering wordt steeds meer verweten de samenleving naar heur hand te willen zetten. Neo-maakbaarheid. Een veel door de regering gehanteerd instrument is het gesprek. Dat mocht bij aanvang van de regeerperiode zelfs 100 dagen duren. Het meest recente maakbaarheidsgesprek is het constructieve onderhoud dat staatssecretaris van economische zaken Heemskerk (PvdA) had met het Centrum voor Merk en Comunicatie (CMC).

Dat moet een genoeglijk onderonsje zijn geweest want Heemskerk kwam daar natuurlijk de uit de politiek bekende CMC-directeur Bert Bakker en CMC-voorzitter Hans Hillen tegen. Bert Bakker moest de politieke arena verlaten omdat hij een met voorkeursstemmen gekozen D66-collega voor moest laten gaan. Hans Hillen zit nog wel in het parlement, als CDA-senator in de 1e Kamer. Communicatieproblemen zullen de heren dan ook niet gehad hebben want men kent elkaars taal uitstekend.

CMC-voorzitter Hillen begin dit jaar de regering opgroepen deel te nemen aan een communicatie-denktank van reclameprofessionals en beleidsmakers. Doel: mogelijkheden van gewenste gedragsverandering in kaart brengen en analyseren.

In februari reageerde Balkenende postitief op dat voorstel maar waarschuwde Hillen wel. Gedrag is moeilijk veranderen. Toch zag Balkenende in communicatie een prima instrument om de samenleving maakbaar te maken.

En nu was er dan dat constructieve gesprek tussen overheid en de reclamedeskundigen. Staatssecretaris had ook een paar ideetjes: Holland-branding, nederland moet een ijzersterk merk worden. En europa meer tussen de oren van de burgers krijgen was ook een gespreksthema. Ik mag qannemen dat de heren het ook nog even hebben gehad over de reuring betreffende mogelijke reclameverboden voor alcohol en snoepgoed. De staatssecretaris weet ook wel dat een verbod op de nodige maatschappelijke onrust zal leiden, dus wie weet kan de denktank hem aan ideetjes helpen hoe je dan wel van dikke kinderen af kan komen.

Ooit leek dat te lukken met de Snoep-verstandig-eet-een-appel campagne, maar sinds bekend is dat een appel je gebit ook aardig kan verwoesten, hoor je die slogan niet meer. Dat is het lastige van maakbaarheid: met alle goede bedoelingen start je een reclamecampagne, maar door door gebrek aan kennis mislukt de actie. Soms helpt het wel een beetje, maar dan heb je daar wel een club als Sire voor nodig. Er lijken inderdaad minder vuurwerkslachtoffers te vallen na een campagne die de kudde opriep niet te lopen dollen met feestelijke explosieven.

Sire wil graag onafhankelijk blijven en zal dus niet gauw aan de denktank van CMC meedoen. De regering is daar ook terughoudend over. Bewindslieden in zo'n denktank ziet Balkenende vooralsnog niet zitten. Maar misschien kunnen er wel wat ambtenaren in. Er zijn tenslotte al uiterst creatieve persvoorlichters die uitstekend weten hoe ze de internetkanalen moeten gebruiken om communicatie naar hun hand te zetten.

Dat reclame de wereld maakbaar kan maken kunnen we elke dag om ons heen zien. Je kunt dan wel een beroep doen op de zo geprezen keuzevrijheid van mensen, maar die staat sterk onder druk van die reclame. Met zo'n denktank van ambtelijke whizzkids en reclameprofessionals moet het toch mogelijk zijn de samenleving er uit te laten zien conform de normen en waarden van Balkenende en consorten. Behalve het merk Holland zo sterk op de internationale kaart zetten dat we hier weer een gouden eeuw tegemoet gaan, zien we straks jongeren enthousiast rondhangen bij de ingang van een bejaardentehuis, in afwachtig van een bewoner die geholpen moet worden met een wandelingetje naar het winkelcentrum. Of jeugd die geen auto's in de fik steekt maar zich bij de brandweer meldt omdat daar een tekort aan vrijwilligers is. En we zijn ook definitief verlost van de reclames waar jonge meisjes geheel verkeerde rolmodellen voorgeschoteld krijgen.

Ik ben zeer benieuwd naar de resultaten van de denktank, hoewel ik vrees dat er een dikke kans is, dat de denktank deze beeltenis van een naaimachine-fabrikant weer van stal haalt:
Reclame Pfaff