Tagarchief: subsidie

Flickr Annelogue The Wet Dream Umbrella LED Rain Art

Regen? Staatsteun!

Wie meent dat dit kabinet lak heeft aan welk solidariteitsprincipe dan ook, heeft het mis. Festivals die dreigen om te vallen door storm en tegenwind, worden gered door minister Bussemaker. Ze heeft het aanzienlijke bedrag van 500.000 euro in het ‘Slecht Weer Fonds’ gestort.

Festivalorganisaties die door slecht weer ten onder dreigen te gaan, kunnen subsidie uit dat fonds krijgen. Zoals dat bij staatssteun hoort, dienen de getroffen organisaties de hulp terug te betalen zodra ze zichzelf weer kunnen bedruipen.

Misschien een goed voorbeeld voor andere ministeries. Minister Kamp kan een fonds volstorten ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf, voor ondernemers die dreigen te verzuipen als braderieën worden afgelast.  Minister Schippers kan sportverenigingen helpen die bij elke wolkbreuk toernooien moeten stopzetten.

Gezamenlijk kunnen de ministeries een Deltaplan tegen regeldruk regendruk opstellen. Want wie wordt er nou niet op kosten gejaagd door slecht weer?

Riagg wint rechtszaak tegen gemeente

pgbRiagg Rijnmond heeft de gelijk gekregen van de rechter. De gemeente Rotterdam mag de club geen subsidie onthouden, omdat het Riagg weigeren aan de verplichte meldcode huiselijk geweld mee te doen.

De zaak speelt al vanaf december 2009. Rotterdam vierde een feestje, omdat de 100e instelling de meldcode huiselijk geweld had ondertekend. Tegelijkertijd kondigde de gemeente aan dat wie zich niet verplichtte aan deelname, ook niet op subsidie hoefde te rekenen. Een vorm van chantage, maar voor het goede doel, zou je op het eerste gezicht zeggen.

Riagg Rotterdam was het daar niet mee eens. Bij monde van directeur Jos Lamé, verklaarde de organisatie dat ze prima zonder een opgelegde meldcode missstanden in gezinnen kon aanpakken. Daar hoefde een extra, vooral bureaucratisch middel niet aan toegevoegd te worden. De meldcode huiselijk geweld was in de ogen van Lamé een typisch product van doorgedraaide politici, die bij het eerste de beste incident meteen met gedrags- en meldcodes beginnen te zwaaien.
Lamé vond ook dat de hulpverlener hiermee de rol van opsporingsambtenaar kreeg opgedrongen. Maar hij geloofde niet in een elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling.

De gemeente Rotterdam is uiteraard teleurgesteld in de uitspraak van de rechter. Volgens de wethouder Jeugd en Gezin heeft de meldcode zich bewezen als een succesvol instrument in de aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Het vonnis zal nader worden bestudeerd, om te kijken of een hoger beroep zin heeft.
L
aat dat er maar van komen. We leven nu in een tijd waar de overheid ronduit stelt: wie betaalt, die bepaalt. Maar de overheid voert, behalve de betalingen, zelf niets uit. Het werk moet door de hulpverleners worden gedaan. De botsing tussen Riagg Rijnmond en de gemeente Rotterdam berust op principiële en ethische verschillen. De grote vraag is wie het meeste recht van spreken heeft: de professionele deskundige of de betalingsdeskundige.

De professional heeft de verplichting het werk aan te nemen en goed uit te voeren. De subsidieverstrekker heeft de verplichting dat te faciliteren. Een hoger beroep kan een prima testcase zijn, om eens uit te zoeken in hoeverre politiek klimaat daar van invloed op mag zijn.

Huiselijk geweld: feest en treurnis.

Huiselijk geweld: feest en treurnis Kon vorig jaar juni in Rotterdam de taart worden aangesneden wegens de heuglijke mededeling dat het aantal meldingen van huiselijk geweld met 50% was toegenomen, nu gaat de vlag uit omdat de 100e instelling de meldcode huiselijk geweld heeft ondertekend.

Dat is nog niet genoeg, dus past de gemeente Rotterdam een lichte vorm van geweld toe: meldcode niet ondertekenen? Dan ook
geen subsidie. Het Riagg-Rijnmond, die al vanaf het begin dwars lag, is het eerste slachtoffer.

Rotterdam was de eerste gemeente die met de meldcode voor huiselijk geweld is begonnen. Het pilotproject moest als voorbeeld dienen voor een
landelijk in te voeren meldcode.
De meldcode is een soort stappenplan, die zorgvuldig melden van huiselijk geweld en kindermishandeling moet bevorderen. Niet alleen voor gezinshulpverleners en huis- en kinderartsen, ook voor personeel in het onderwijs, de kinderopvang, politie en instellingen in de maatschappelijke opvang.

De meldcode moet geen verplichting tot melding bevatten, maar moet het makkelijker maken dat diverse professionals met elkaar kunnen overleggen en samenwerken.
Een eerste evaluatie van de invoering van de meldcode, valt voorzichtig positie uit. Het Verwey-Jonker Instituut constateerde dat de betrokken instellingen de meldcode geschikt vonden voor alle werksoorten. Er waren wel wat knelpunten.

Zo kost de invoering van de code meer tijd dat men verwachtte. Het Verwey-Jonker Instituut schrijft: “Het is niet een kwestie van een meldcode ondertekenen en de werknemers een cursus geven”.
Verder ontbreekt een kwaliteits- en registratiesysteem dat toezicht moet bieden op een juist gebruik van de meldcode.
Een bijzonder knelpunt voor de invoering van de code, vormen de vele reorganisaties en fusies, waardoor de invoering sterke vertraging oploopt (meer te lezen in het rapport van het Verwey-Jonker Instituut – pdf!).

Ligt het Riagg-Rijnmond daarom dwars? Nee, de invoering van de meldcode stuit op principiële bezwaren.
Vorig jaar noemde Riagg-directeur Jos Lamé
in een interview in het NRC, de meldcode één van de gedrochten van het “absurd stalinistisch, megalomaan” beleid dat Jeugdminister Rouvoet en zijn stad Rotterdam voorstaan.
Hij kondigde in 2008 al aan de meldcode huiselijk geweld niet te ondertekenen, omdat hij niet gelooft in “elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling”.

In het NRC-interview stelde hij dat het “juist heel belangrijk is, dat ideeën van professionals met elkaar botsen, dan blijft het debat gaande over de oplossing van de razend complexe problemen waarin mensen en gezinnen verkeren. Het is dus juist goed dat er schotten in de zorg bestaan”.
De Riagg-directeur meent dat de diverse hulpverleners en instellingen elkaar best goed weten te vinden, als ze dat nodig vinden. En toezicht op de hulpverlening is voldoende geregeld omdat verantwoording aan de inspectie moet worden afgelegd en er ook een intercollegiale toetsing bestaat.

Nu gaat het Riagg-Rijnmond dus de tol betalen voor de rebelse houding. Terecht?
Dat lijkt me te vroeg. In Rotterdam is alleen nog de implementatie geëvalueerd en daar valt nog wat aan te verbeteren, zoals het Verwey-Jonker Instituut concludeerde. Over de feitelijke, praktische toepassing van de meldcode is nog niets bekend. Behalve dan dat de verantwoordelijke wethouder juicht over de toename van meldingen, zelfs van zeer lichte gevallen van huiselijk geweld.
Dat lijkt mooi, maar kan tevens al signaal worden gezien dat er lukraak wordt gemeld om de subsidiegever tevreden te stellen. Of de betrokken gezinnen er ook goed mee geholpen zijn, is nog maar de vraag en veel te weinig over bekend.

De gemeente Rotterdam is wel een heel voortvarende regisseur van de plannen van Rouvoet en Hirsch Ballin. Dwang uitoefenen om alle betrokken instellingen tot ondertekening te krijgen, is een vorm van bestuurlijk geweld waar nog geen meldcode voor bestaat.

Update: zie nu dat er ook al een prima stuk over deze kwestie op Sargasso staat: Hulpverlening en de meldterreur.

Jonge onderzoekers krijgen 36 miljoen euro

Jonge onderzoekers krijgen 36 miljoen euro Tegen een uurloon ter grootte van de gemiddelde voorrijkosten van een servicemonteur, kunnen jonge, pas afgestudeerde onderzoekers drie jaar verder met hun onderzoeken.
De NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) heeft uit 809 aanvragen 143 jonge wetenschappers geselecteerd, die elk 250 duizend euro krijgen. Volgens de NWO gaat het om jonge onderzoekers die “een opvallend talent hebben voor het doen van wetenschappelijk onderzoek“.

De aanvragers mochten hun onderzoeksvoorstel voorzien van een alinea waarin ze een eventuele benutting van hun onderzoeksresultaten konden uitleggen. Die toevoeging zou alleen in de beoordeling meegenomen worden, als dat het voorstel positief zou beïnvloeden. Van de 809 aanvragers hebben 700 die mogelijkheid aan gegrepen. Bij slechts 37 van de 147 toekenningen bleek de alinea van positieve waarde te zijn.

De manier van kiezen is aan de jury. Je kunt je afvragen waarom het niet verplicht is gesteld de benutting van de onderzoeksresultaten te motiveren. Wetenschappelijk onderzoek moet natuurlijk op de een of andere manier van waarde zijn voor de samenleving. Zo niet, dan is het aardig hobbyisme. Zo heb ik ooit, met de op een verjaardag verkregen chemiedoos, de meest fantastische experimenten gedaan. Maar het spreekt vanzelf dat alleen de verzekering er aan te pas kwam toen er het een en ander moest worden uitbetaald. Hetgeen tot opluchting van mijn ouders ver onder de 250 duizend euro bleef.

Gelukkig gaat het bij de NWO om serieus onderzoek. De NWO publiceert op de website een overzicht van de toegekende onderzoeken. Of die allemaal de 250 duizend euro waard zijn, omdat ze ons van nut kunnen zijn, valt hier en daar te betwijfelen. Soms omdat sommige onderwerpen al flink onderzocht worden, soms omdat het onderwerp nauwelijks enige maatschappelijke relevantie lijkt te hebben. Maakt niet uit, want het gaat erom dat van de geselecteerde jonge onderzoekers wordt verwacht dat ze met “
hun opvallende en originele talent” misschien tot onverwacht mooie en betekenisvolle resultaten komen.

Een aantal onderzoeken spraken tot mijn onwetenschappelijke verbeelding. Ik licht er een paar uit, omdat ze me op de eerste plaats “leuk” lijken. En ook een vaag idee heb dat we er op zijn minst stof tot verder nadenken mee kunnen krijgen.

Bijvoorbeeld het onderzoek van Dr. Bas van Leeuwen: Menselijk kapitaal in Europa. Uitgangspunt is dat algemeen wordt aangenomen dat onderwijs van belang is voor economische groei. De onderzoeker stelt dat stimulering van het onderwijs tijdens het socialisme niet tot hogere groei leidde. Daar wil-ie meer van weten.
Nu kan ik meteen wat mogelijke factoren bedenken, waarom onder het socialisme de economie niet groeide en die niet met onderwijs te maken hebben. Ik zou eerder focussen op dat menselijk kapitaal. Tegenwoordig zo fraai benoemt als human resource. Zoals met alle grondstoffelijkheden, hangen de resultaten sterk af van hoe je ermee omspringt. Human resource kun je ook uitputten, met alle vervelende gevolgen vandien. En vergelijkend onderzoek tussen socialisme en kapitalisme lijkt me leuker.

Nog eentje: Een positief gevecht tegen onrecht van dr. Martijn van Zomeren. De aanname hier is dat van collectieve acties tegen onrecht wordt gedacht dat die door de onderbuik worden gemotiveerd. Van Zomeren gaat uitzoeken of positieve emoties niet veel belangrijker zijn, “omdat ze hoop, optimisme en weerbaarheid opbouwen”.
Kijk, dat spreekt een ouwe hippie natuurlijk aan. Dat gechagrijn tegenwoordig van tegenbewegingen als de PVV en TON heb ik niks mee. Mede omdat uit die hoek nog wel eens wordt beweerd dat het positivisme uit de jaren 60 en 70 dit land heeft verziekt. Ik mag hopen dat Van Zomeren nu eens en voor altijd het tegendeel zal bewijzen.

Kijk eens in de NWO-overzichten (
alhier en aldaar) of er iets tussen zit wat jou tot de verbeelding spreekt.