Tagarchief: welvaart

Grijs en rijk.

BankjeAls de AOW-leeftijd van 65 jaar zelfs voor de SP geen breekpunt meer is, dan gaan we een toekomst met lege park- en pleinbankjes tegemoet. Want als we tot op hoge leeftijd moeten doorwerken, is luierend genieten van je oude dag er niet meer bij.

De vergrijzing is een probleem, zo wordt beweerd. Dat geldt niet overal in het land. In de top-10 van rijkste gemeenten staan vijf gemeenten die ook tot de top-10 van meeste vergrijsde gemeenten behoren. Hoe grijzer, hoe rijker?

Dat is betrekkelijk. De overige vijf die in de top-10 meeste van rijkste gemeenten staan, komen op de ranglijst van vergrijsde gemeenten op plaats 19, 52, 53, 148 en 209. Maar het gemiddelde inkomen van de top-10 vergrijsde gemeenten is wel bijna tienduizend euro hoger, dan die van de 10 minst vergrijsde gemeenten.
Een overzicht met deze cijfertjes vind je in dit exceldocument.

Natuurlijk is het niet zo dat hoe grijzer de bevolking is, hoe rijker de gemeente is waar ze wonen. Gemeenten als Bloemendaal, Wassenaar, Laren en Blaricum waren ook voor de vergrijzing aardig welvarend. En wie al werkend rijk is, zal vast een fortuinlijke oude dag hebben.

Toch is het niet helemaal toeval dat de rijkste gemeenten ook een grotere grijze druk kennen, dan armere gemeenten. De levensverwachting van mensen die onder de lage-inkomensgrens leven, is ongeveer 5 jaar lager dan bij mensen die boven die grens leven.
Dan is er ook nog een verband tussen opleiding en levensverwachting. Hoogopgeleide mensen leven 6 tot 7 jaar langer dan laagopgeleiden. U begrijpt dat het gemiddelde opleidingsniveau in Bloemendaal wel wat boven ongeschooldheid of vmbo-niveau ligt.

Als de oorzaak van een lage grijze druk dan toch moet worden gezocht in de relatie tussen inkomen en opleiding, dan is ‘de politiek’ op de goede weg. Doorgaan met bezuinigen, vooral op lonen en onderwijs. De crisis los je er niet mee op, maar het is wel een begin om de vergrijzing te vertragen. Nog even en een verhoogde AOW-leeftijd is helemaal niet nodig.

De omgekeerde weg, de AOW-leeftijd omlaag, durft niemand te gaan. Omdat we onvermijdelijk grijs worden, maar dat willen we wel zo rijk mogelijk. Maar langer doorwerken druist tegen de menselijke natuur in. Sinds mensenheugenis wordt alles in het werkgesteld om juist minder en korter te ploeteren voor het dagelijks brood. Het vuur, het wiel, de lopende band, de automatisering zijn juist bedacht om werk zo licht en zo kort mogelijk te houden.

De conclusie is tweeledig. Zorg ervoor dat iedereen rijker wordt en investeer ruimschoots in innovatie. Die innovatie moet ons meer en betere middelen verschaffen om werk nog lichter en korter van duur te maken. En rijker kan iedereen worden als meer geïnvesteerd wordt in onderwijs en de welvaart beter wordt verdeeld.

Dan rest nog één probleempje. Als iedereen grijs en rijk is, wie doet dan het resterende vuile werk?

Shariabankieren beter voor de wereld?

Shariabank“Bankieren volgens 'islamitische' codes maakt de mondiale welvaart stabieler en eerlijker”, zo citeert dagblad Trouw Mahmoud Mohieldin, een van de Wereldbankmanagers.

De  'islamitische' codes, die tot een stabielere en welvarender wereld leiden zijn, onder andere, een verbod op investeringen in alcohol, tabak en gokken. Een hele interessante is het verbod op rente en het nemen van financiële risico’s. Excessieve korte termijnrisico’s worden vermeden, aldus Trouw.

Grappig om zoiets te lezen in een christelijk dagblad. De redactie had er aan toe kunnen voegen dat christelijk bankieren ook goed is voor een mooie wereld. Was het niet Jezus die de woekeraars de tempel uit smeet? Geldt  voor christenen niet het ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’? Twee voorbeelden op grond waarvan christelijk bankieren nooit tot enige ellende kan leiden. Toch?

Wie nu gaat roepen dat menig bankier van christelijke huize aardig hypocriete hypotheken heeft verstrekt, zal in een aantal gevallen gelijk hebben. Een verdediging tegen die aantijging is dat elk principe zijn hypocrisie kent. De basisgedachten mogen heel fraai zijn, het gaat al snel fout als je die in regels gaat vatten. Principes moet je dan ook vooral als filosofische uitgangspunten zien en niet als huishoudelijk reglement.

Dat mag overigens geen vrijbrief zijn om dan maar wat aan te rommelen. Laten we optimistisch blijven en er van uitgaan dat als we streven naar het goede, er veel mis gaat maar er ook wel iets van terecht zal komen.

Als ‘islamitisch’ bankieren echt zo goed voor de wereld is als de Wereldbankmanager beweert, dan moeten dat zeker nader bestuderen, nu de noodzaak voor een ander financieel stelsel toch wel dik is aangetoond.

Ga er maar rustig vanuit dat ook aan shariabankieren nadelen kleven. Maar als het beter is voor ons geld en voor een betere wereld, dan moeten we het vandaag nog invoeren. Helaas eindigt het artikel in Trouw met een opmerking van de Franse hoogleraar Guy Sorman: “Islamitisch bankieren verschilt nog weinig van de westerse manier”.

Ja zeg, de westerse manier ligt toch op zijn gat? Als shariabankieren er zoveel op lijkt, wat hebben we daar dan aan?
Awel, zegt de heer Mohieldin, ook voor shariabankieren moet een sterke regulering gelden. En hij noemt het screenen van potentiële klanten. Verrek, dat doen christelijke en ongelovige bankiers ook al. Ze zijn er wel strenger in geworden. Zo makkelijk krijg je vandaag een hypotheek niet meer.

En nog wat, stelt Mohieldin: “Belastingvoordelen voor schulden moeten op de schop”. Toch de hypotheekrenteaftrek aanpakken? U begrijpt nu waarom de PVV daar zo tegen is. Veel te sharia voor de islamofobe angsthazen.

Het idee van shariabankieren zou voor degenen die geld het belangrijkste principe vinden een interessante optie kunnen zijn. De  ‘islamitische’ banken lijken weinig last  te hebben van de crisis. Of dat ook zo zal blijven als die sector net zo groot wordt als het christelijk financieel complex? Daar komen we alleen achter als we het eens wereldwijd uitproberen.
Of moeten we juist streven naar de scheiding van geld en geloof.

Voor welvaart en vrijheid.

Spandoek Waar in Nederland hebben we nou een mediamiek plein, waar alle maatschappelijke onrust bij elkaar kan komen om Rutte tot de orde te roepen? Het Plein in Den Haag is wekelijks al een plek waar petities worden aangeboden en een enkele demonstratie wordt toegelaten, maar dat plein is veel te klein. Het Malieveld of het Museumplein zijn wat groter en traditioneel ook verzamelpunten van Neerlands onvrede. Beide plekken zijn weer wel geschikt om tenten op te slaan.

Maar zie je het al voor je dat hier duizenden mensen een week of twee elke dag bij elkaar komen om de regering tot andere gedachten te dwingen? Nee? Toch is dat al bijna 3 maanden aan de gang.
Er zijn natuurlijk grote verschillen met Tunesië, Algerije, Egypte, Jemen, Bahrein en Iran. De belangrijkste verschillen zijn dat je hier niet van de straat geknuppeld wordt en dat het hier om behoud van welvaart gaat, in plaats van een gevecht tegen de armoede.

Vrijheid en welvaart. Waarom zouden wij de straat opgaan, als we daar meer dan genoeg van hebben? Het lijkt ver gezocht, maar juist nu zouden we de straat op moeten gaan, om daarmee ook duidelijk te maken aan de Egyptenaren en hun buren dat het de moeite waar is voor vrijheid en welvaart te op te komen. Om te laten zien dat er niet zomaar op vrijheid en welvaart te beknibbelen valt.
Voor alle duidelijkheid: ik vind elke centimeter vrijheid en welvaart die de Noord-Afrikanen nu binnen weten te slepen belangrijker, dan dat mijn seniorenverlof uit de cao wordt gekieperd. Wat ik wel even belangrijk vind, is dat er nooit mensen getroffen moeten worden door maatregelen, die voortkomen uit een toestand waar zij geen debet aan hebben, laat staan iets over te zeggen hebben.

Hier hebben we het over de gevolgen van de kredietcrisis. Toen deze volop “floreerde” hoorde je nog wel eens verzuchten dat het huidige economische stelsel zijn failliet heeft bewezen en eens flink op de schop moest. Daar hoor je nu nauwelijks meer iets over. Dat heeft plaats gemaakt voor de ‘dringende noodzaak tot bezuinigingen’.
Toch lijkt lang niet iedereen overtuigd van de mate waarin en de manier waarop er bezuinigd moet worden. Sinds Rutte verkondigde dat “iedereen er wel iets van zal merken”, lijkt iedereen die boodschap retour te zenden.

Vorig jaar waren er zeker 34 acties die voor maatschappelijke onrust zorgden. Een gemiddelde van 2,8 per maand. Het hoogtepunt lag in december met 10 acties, waarvan er 6 de bezuinigingen betroffen. Over heel 2010 waren er 17 acties die arbeidsconflicten betroffen, 16 die over de bezuinigingen gingen en 1 die over vrijheid ging. Dat was de hackersactie tegen instellingen die het Wikileaks moeilijk probeerde te maken (zie ook
dit artikel).

We zijn anderhalve maand verder in 2011 en met de acties in het openbaar vervoer, lijken januari en februari het hoogtepunt van de hete december te overtreffen. Studentenacties, acties tegen bezuinigingen op natuurbeheer, protesterende militairen, ouders die protesteren tegen de bezuinigingen in het speciaal onderwijs en continu oplopende arbeidsconflicten brengen de teller op 14 manifestaties van maatschappelijke onrust.
Het gemiddelde staat al op 7 per maand. Acht acties tegen de bezuinigingen, vijf arbeidsconflicten en een andere actie. Een actie van varkensboeren tegen de prijsverlagingen die slachterijen en supermarkten doorvoerden.
In deze excelsheet een overzicht. Links de acties van 2011, scroll in het document naar rechts voor het overzicht van 2010.

Al bijna drie maanden lang is er volk in beweging. Hoe lang moet dat duren voor Rutte buigt? Het volk is nog niet verzameld op het Binnenhof, dat trouwens bij een beetje demonstratie al wordt afgegrendeld. Ook hier zijn grenzen aan bepaalde vrijheden. Zoals ook de internetactivisten merkten, toen ze meededen aan de Anonymousacties voor Wikileaks. Minister Opstelten kondigde meteen
beperking van internetvrijheden aan.
We krijgen de vrijheid om ons met een vaartje van 130 km per uur voort te snellen naar de eerstvolgende file. Een vrijheid die scherp in de gaten wordt gehouden, als het aan het kabinet ligt. Gewoon, omdat ook u een crimineel kan zijn.

Of op weg naar het Binnenhof?

Luxe massaal gerecyled.

Afval Vol trots complimenteert de stichting die afgedankte huishoudelijke apparaten inzamelt, ons met onze properheid. In 2010 hebben we meer dan 100 miljoen kilo’s ingeleverd bij het recyclebedrijf. Ruim 22 miljoen kilo’s meer dan in 2009.

Da’s mooi, want je moet er niet aan denken als we dat allemaal in de sloten achter de huizen hadden geflikkerd. We zijn dus een keurig volk. Nog niet netjes genoeg, want kleine elektrische apparaten verdwijnen na gebruik nog teveel tussen het gewone afval. Niet meer doen, jongens en meisjes! Help dat bedrijf nou een beetje en lever ook de koffiezetapparaten, de staafmixers en het elektrisch broodmes in.

De grootste stijging is behaald met witgoedapparaten. De wasmachines en de drogers. Ruim 31 miljoen kilo van dat spul is weggedaan. Een gemiddelde wasmachine weegt 83,5 kilo, dus dan hebben het over ruim 375 duizend witwassers.
De bijna 25 miljoen kilo aan koel- en vrieskasten staan gelijk aan een dikke 663 duizend koelkasten. Gooien we echt meer dan 1 miljoen van die apparaten weg?

In 2010 is er in totaal 27 procent meer aan diverse apparaten naar de recycling gegaan. Volgens
inzamelaar Wecyle is dat te danken aan de moeite die winkeliers en gemeenten doen om de spullen bij de burgers weg te krijgen.
Nou moet die burger wel afstand doen van de apparatuur en dat doet hij alleen als hij een nieuwe koopt. Mij maak je niet wijs dat er in 2010 ruim een miljoen wasmachines en koelkasten kapot zijn gegaan. Dus we recyclen niet alleen ons afval, we recyclen ook doodleuk onze luxe.

De crisis zal wel voorbij zijn.

Geluk wordt niet meer zo gewoon

Geluk wordt niet meer zo gewoon Er was een tijd dat pril geluk heel gewoon was. Zo tussen 1945 en 1965 werd er stevig aan de toekomst gebouwd, Door heel wat nieuwe mensjes op de wereld te zetten. De jeugd heeft immers de toekomst?
Nu is pril geluk zo gewoon niet meer en wat er aan jong volk nog op de aarde wordt gezet, stevent op een enorme ramp af: de vergrijzing. Het nieuwe woord voor de babyboomers. De ouders van toen hebben er niet bij stil gestaan dat hun kroost zo vreselijk lang zou leven. En hoe!

De babyboomers zijn rijk. Je treft ze vaker aan in de hoogste inkomensgroepen. Ze hebben ook vaker een behoorlijk vermogen opgebouwd. En ze geven ook aardig wat uit,
volgens het CBS.
Dat is de media ook niet ontgaan. Met de nadruk op de vermelde rijkdom koppen de media de babyboomers de lucht in. Logisch, zou je denken, want in de discussies over wie de kosten van de vergrijzing moet betalen, wordt steeds priemender naar de babyboomers gewezen.
Is dat terecht? Misschien wel. Als je geld nodig hebt, moet je het halen waar het zit. Of het veel oplevert is nog maar de vraag. Het CBS stelt dat slechts 27 procent van alle huishoudens in de hoogste inkomensgroepen zitten. Dat clubje wordt voor 43% vertegenwoordigt door de babyboomers. Minder dan de helft dus.

Het CBS lanceert op deze maandag nog
een tweede bericht. De hoogste inkomensgroepen dragen ook de meeste lasten. De statistieken meteen bekeken op de babyboomers. Met het eerste bericht in het achterhoofd zou je denken dat die dus al veel bijdragen aan ziektekosten- en inkomensverzekeringen en inkomstenbelasting.
Klik en lees meer in CBS bericht

Dat valt mee. Of tegen. De verschillen tussen de diverse leeftijdsgroepen is niet zo heel groot, wat betreft het betalen van ziektekostenverzekeringen. De groep 45 tot 55 jarigen betalen wel meer inkomstenbelasting. De groep 55 tot 65 jarigen betalen aan belastingen maar een beetje meer dan de groep 35 tot 45 jarigen.

Maar goed, alle bij elkaar dragen ze dus meer bij. Geen reden om nou alleen de babyboomers te plukken?
Als dat de bedoeling is, dan is er wel voorzichtigheid geboden. In het derde maandagbericht van het CBS wordt gemeld dat het aantal bijstandsuitkeringen is gestegen. Meer werkelozen dus. Vooral de allerjongsten zijn de dupe. Je ziet het hier in een oogopslag.
Klik en lees meer in CBS bericht (pdf)

Meer details in dit exceldocument.

Wat opvalt is dat de groep 55 tot 65 jarigen de laatste twee kwartalen in dit overzicht, ook ineens vaker in de bijstand komt. De 45 tot 55 jarigen kennen al die tijd ook een stijging. Stukken minder dan de jongeren, maar wel gestaag stijgend.
Keert het tij voor de babyboomers? Worden ook zij de dupe van de crisis? Als dat zo is, dan valt er ook bij hen niet zo veel te halen.

U vermoedde het al. Ik behoor tot die babyboom-generatie. Echter niet tot de hoogste inkomensgroepen, laat staan dat ik ook nog een godsvermogen achter de hand heb. Toch is er enige empathie met mijn leeftijdgenoten.
Het is mooi dat een groep daarvan tot het welvarend deel der natie behoort. En zeker, wie het breed heeft, mag best wat betalen. Maar ik heb er wel moeite mee ze de rekening te presenteren van het vruchtbare optimisme van hun ouders. Daarnaast: echt stinkend rijken heb je altijd gehad, Voor, tijdens en na de babyboom. Dat alleen is een reden om niet alleen naar deze club te wijzen.

Bovendien ben ik van mening dat een deel der babyboomers een poging hebben gedaan de toekomst op meerdere fronten veilig te stellen. Er is echter weinig naar die groep geluisterd.
Om te beginnen zagen ze wel in dat je niet eindeloos pril geluk op de wereld kon zetten. Het is de babyboomgeneratie, die een eind aan de ongebreidelde bevolkingsaanwas maakte. Het waren ook babyboomers die waarschuwden voor problemen op gebied van grondstoffen, energie en milieu.
Nu worden babyboomers weggezet als oude hippies, linkse kerkgangers of wat voor cartooneske figuren ook.

En dan betalen voor de kosten waar ze zelf absoluut niet verantwoordelijk voor zijn?

Aardbeving, tsunami en gevolgen

Aardbeving, tsunami en gevolgen Het leven is een film. Dat wil zeggen, volgens verhalen met een hoog broodje aap gehalte, speelt die film zich vaak af, net voor je geconfronteerd wordt met einde van dat leven, als je getroffen wordt door een ongeluk of een ramp.

Ik vraag me nu af of in landen rond de Grote Oceaan zich op dit moment taferelen afspelen, die doen denken aan rampenfilms. Films waarin de autoriteiten weten wat er op ze afkomt en de kijker in spanning wordt gehouden of ze de bevolking wel op tijd kunnen evacueren.

Na de
aardbeving in Chili, geldt nu een tsunami-alarm. Binnen 17 tot 31 uur kan de tsunami de andere kant van de Grote Oceaan bereiken, De eilandengroep Juan Fernandez, tussen de Chileense kust en de Paaseilanden is al flink geraakt. Ook de Galaposeilanden zijn al getroffen en daar is het gelukkig meegevallen, Hoe het er aan toe zal gaan in Samoa, dat vorig jaar september al een tsunami over zich heen kreeg en Hawaï of Japan, moeten we afwachten en zullen we pas morgen weten.

Op CNN is de hele dag al nieuws over en uit Chili te volgen. Met ter afwisseling informatie over hoe de tsunami zich vermoedelijk zal ontwikkelen. De eerste beelden van de gevolgen van de aardbeving worden inmiddels vertoond. Echter (nog) geen beelden uit de landen waar men zich moet voorbereiden op de tsunami. Zijn de CNN-teams al lang vertrokken uit de bedreigde gebieden?

Of is het niet rampzalig genoeg? De
eerste berichten melden dat het meevalt met de gevolgen van deze tsunami. In Australië is het alarm zelfs ingetrokken. Nu maar hopen dat het verder rustig blijft.
Dat er vooral veel materiële schade is en relatief weinig mensen zijn omgekomen, naar tot nu toe bekend is, mag misschien wel te danken zijn aan een combinatie van ervaring, geld en voortschrijdende techniek.

In Chili en Japan heeft men heel wat ervaring met aardbevingen en heeft men de mogelijkheid gehad diverse preventieve maatregelen te nemen tegen gevolgen van aardschokken. Zoals het maken van gebouwen die een schok kunnen verduren en waarschuwingssystemen.
Na de tsunami in Azië (2004) is aardig wat geïnvesteerd in verbetering van een waarschuwingssysteem. Maar of verschillende landen er ook wat mee kunnen? Dat hangt natuurlijk sterk af van hoe goed organisatie, menskracht en ondersteunende techniek ter plaats is geregeld.

De rijkste landen (o.a. Japan) zullen er meer mee kunnen, dan de armste landen. We zijn nog niet zover dat we aardbevingen en tsunami’s kunnen voorkomen. Afhankelijk van de kracht van deze natuurfenomenen, zullen ook nooit slachtoffers te voorkomen zijn. Wat wel kan is de welvaart mondiaal zo verdelen, dat wereldwijd iedereen zich zo goed mogelijk kan voorbereiden om het aantal slachtoffers te beperken.

Maar ja, het geeft natuurlijk wel een heel goed gevoel ruimhartig de portemonnee te trekken, als een land niet zo goed in staat is voorbereiding en adequate hulpverlening achteraf zelf te bekostigen.

Bestek '09

Bestek '09

Hoe lastig het is de wereld zo in te richten dat we van alle problemen zijn verlost, wil ik illustreren met een mijmering over bestek.

Stelling: bestek is een overbodig product.
In dit geval wordt met bestek bedoeld het trio waarmee we de dagelijkse hap naar binnen werken. Mes, vork en lepel. In deze mijmering laat ik attributen als het keukenmes, de roerspaan en de vleesvork buiten beschouwing, als zijnde noodzakelijk bij de voorbereiding van de maaltijd.

Is de maaltijd eenmaal op je bord gekieperd, dan kun je het verder wel met je handen af. Bestek is niet echt noodzakelijk. En al helemaal niet in de oneindige variaties waarin het verkrijgbaar is. Laat staan dat je bestek nodig hebt, dat tevens als balpen te gebruiken is. De gadget is nog niet op de markt, maar Italiaanse ontwerpers hebben het Bic-bestek al in de la liggen.

Of neem bestek dat gebaseerd is op de Nederlandse eetcultuur: prakbestek. Een
kunstzinnig ideetje, maar volstrekt overbodig. De Nederlandse prakcultuur bestaat amper nog. En om dat bestek ook nog eens van hout te maken, mag gerust een bijdrage aan de ontbossing door eetcultuur genoemd worden.

De productie van zo iets simpels als bestek, is een voorbeeld van een uit de hand gelopen maakbaarheidsindustrie. Het is geen supernoodzakelijk gebruiksvoorwerp. Het wordt in grote hoeveelheden gemaakt. En er verschijnen steeds nieuwere vormen, alleen om het aanbod aantrekkelijk te houden.
Al dat bestek maakt het leven wel leuker, maar doet een aanslag op het milieu en economische verhoudingen. De produktie en gebruik kost grondstoffen, lucht, water en energie. En heel wat bestek wordt gefabriceerd in lage lonen landen.

Dus wat dan? Je kan alleen recyclebaar bestek gebruiken. Er zijn al vorken en lepels die je op kan eten. Gemaakt van aardappels en sojaolie. Aardig idee, want zo hou je de werkgelegenheid in stand en het is milieuvriendelijker.

Want het bestek helemaal afschaffen lijkt geen optie. Sluit je één bestekfabriek, dan dondert er een hele keten aan werkgelegenheid er omheen, ook in elkaar.
Dan zouden we nog kunnen kiezen om alleen zeer duurzaam bestek te maken. In een enkele vorm, in plaats van in al die varianten. Ook dan stort een stukje industrie in elkaar. Bestek dat onbuigzaam en onbreekbaar jaren meegaat, heeft tot gevolg dat de fabriek op een laag pitje moet draaien. Misschien zelfs delen van het jaar stil zal liggen.
Het zal het milieu flink sparen, maar de economie niet.

Ik geef het maar even aan, om te laten zien dat een simpele oplossing, complexe gevolgen kan hebben. Natuurlijk zijn er voor die gevolgen wel oplossingen te bedenken, maar willen we die wel? Als de bestekindustrie wordt afgeschaft, komt er arbeidskracht vrij voor sectoren waar we die tekort komen. Dat schaadt echter de roemruchte keuzevrijheid. Iemand die dolgraag lepeltjes wil maken, is misschien minder gepassioneerd om verpleger in een of ander tehuis te worden.

De hoop is gevestigd op hele bataljons innovators, die op zoek zijn naar veranderingen die wel goed zijn voor milieu, gezondheid, beheersbaarheid van kosten en die tegelijkertijd een welvarend leven, vol gadgets, luxe en onnodigheid in stand kan houden.
Gaan we het met die insteek redden of moet het bestek eens op de schop?

Rijkste landen vergrijzen minder

Rijkste landen vergrijzen minder Opa's en oma's worden steeds duurder. De kosten van de vergrijzing heet dat. Hoewel die vergrijzing zich nog niet in de totale desastreuze omvang heeft gemanifesteerd, worden nu al seniorenverloven afgebouwd, is langer werken zo goed als een feit en krijgen oppasoma's en opa's geen vergoeding meer voor hun informele kinderopvang.

Dat laatste heeft niks met de vergrijzing te maken. Het is een maatregel om grootouders te dwingen hun opvangkwaliteiten te bewijzen. Kunnen ze dat niet, geen vergoeding.
Wat wel met de vergrijzing te maken heeft, is dat er straks zoveel opa's en oma's zijn, dat er misschien ook op de gekwalificeerden bezuinigd gaat worden. Bovendien doet de marktwerking de prijs van opa's en oma's dalen. Hoe groter het aanbod, hoe lager de prijs.

Er is maar een manier om onder de vervelende gevolgen van vergrijzing uit te komen: stinkend rijk worden. Nederland hoort tot de groep van allerrijkste landen en opvallend is dat daar het gemiddelde kindertal stijgt, zo lezen we op VPRO's Noorderlicht.

Normaal gesproken daalt het kindertal als landen zich ontwikkelen en welvarender worden. Nu gaat het er wereldwijd steeds beter aan toe en leeft de helft van de wereldbevolking in regio's waar het gemiddelde kindertal onder de 2,1 per vrouw ligt.

De onderzoekers die Noorderlicht aanhaalt, hebben de HDI-meetlat (human development index) nog eens langs de wereld gelegd om te kijken of de stijgende welvaart, die in de 20e eeuw in steeds meer landen doorzette, invloed heeft op de vruchtbaarheid.
De verst ontwikkelde landen lieten een trendbreuk zien: het geboortecijfer neem toe. Dat biedt perspectieven voor de naderende vergrijzing, stelt Noorderlicht. In de allerrijkste landen zou het best wel eens mee kunnen vallen.

De onderzoekers tasten echter nog in het duister naar de oorzaken voor het verschijnsel. Waarom stijgt het geboortecijfer als landen een bepaalde grens aan rijkdom passeren?
Worden mensen ineens een stuk onvoorzichtiger en denkt men: met zoveel welvaart kan ons niks gebeuren dus hup, we nemen er nog wat kindertjes bij? Of zijn de allerrijksten een rolmodel? In Nederland is het koningshuis bijvoorbeeld niet onbemiddeld en heeft al jaren de gewoonte de vruchtbaarheid de vrije loop te laten.

Laten we de onderzoekers een handje helpen. Wie kan een verklaring geven voor de gesignaleerde trendbreuk?

Update: volg ook de discussie hierover op Sargasso.

Wij doen het goed, nu zij nog

Wij doen het goed, nu zij nog

We doen erg ons best een goed en duurzaam leven op te bouwen. Dat lukt ons ook aardig. Het zou wel helpen als de rest van de wereld ook een beetje ging meewerken. Vooral op het gebied van klimaatverandering en biodiversiteit.

Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) komt met een update van de Monitor Duurzaam Nederland. Op veel terreinen gaat het goed. Het gemiddelde inkomen en het niveau van gezondheid en onderwijs zijn toegenomen. De meeste burgers vertrouwen elkaar en de instituties van dit land. We zijn hardwerkende burgers en we leven in een steeds schoner wordende omgeving.

We zijn ook in staat de grootste duurzaamheidsproblemen op te lossen. Echter, de rest van de wereld ligt dwars. Wat het klimaat betreft moet het mogelijke zijn de opwarming te bepreken tot twee graden. Maar, zo stelt het SCP, “het is vooralsnog niet gelukt om de hiervoor noodzakelijke mondiale afspraken te maken”.

Met de biodiversiteit is het ook niet zo best gesteld. Er is nog maar 15 procent van de oorspronkelijke biodiversiteit over. Minder vleesconsumptie kan bijdragen aan het behoud van biodiversiteit, ware het niet dat in zich ontwikkelende landen de vleesconsumptie juist toeneemt.
We willen het wel anders, maar “voor klimaatverandering en biodiversiteit is de internationale coördinatie een grote complicerende factor”, aldus het SCP.

Zo gesteld, zou het buitenlandbeleid wellicht een andere koers kunnen varen. Bijvoorbeeld: de VS wil dat we wat gedetineerden uit Guantánamo Bay overnemen? Da's best, maar eerst laten zien dat de VS de CO2-uitstoot substantieel vermindert. Wat extra troepen naar een of andere brandhaard? Prima, maar we gaan er pas heen als het groen goed op orde is. Ontwikkelingshulp? Alleen als van dat geld onze roetfilters, spaarlampen en windmolens wordt gekocht.

Wij willen best duurzaam vergrijzen, maar wil de rest van de wereld dan een beetje meewerken, alstublieft?

Landmeters ten strijde tegen armoe

LandmeterHet Kadaster bestaat 175 jaar en gaat dat aanstaande donderdag vieren met een symposium over kadastrale armoebestrijding. Tegelijkertijd voert het een wervingscampagne om aan landmeters te komen.
De landmeter kent u wel. Mensen die door een kijkertje staan te gluren naar een paaltje verderop, hooggehouden door een collega. Voor een leek is het volstrekt onduidelijk wat ze nou staan te doen. Vooral ook omdat ze vaak kris kras op straat hun meetpunten schijnen te nemen.

Zij weten wel beter. Een straat, een heg of hek geeft voor ons duidelijke grenzen tussen gebieden, wijken en huizen aan. Toch zijn dat niet altijd de echte grenzen. Die zijn voor ons op straat onzichtbaar, maar in het kadaster kunt u zien hoe de lijntjes echt lopen. Soms dwars door huizen, bomen, vijvers, spoorwegen en kruispunten.

Het kadaster houdt de lijntjes bij die het grondbezit aanduiden. Tegen een kleine vergoeding kunt u zelf zien of uw woning keurig binnen een vastgesteld gebiedje ligt of dat onder uw vloer de grond eigenlijk verdeeld is tussen twee eigenaren. Zulke informatie kan nuttig zijn bij conflicten die ontstaan als de buurman zijn schuurtje uit wil bouwen of als een vastgoedontwikkelaar ineens plannen heeft met uw volkstuintje.

Sinds Napoleon verordonneerde dat ook dit land keurig in kaart gebracht moest worden, houdt het kadaster dat dus allemaal bij. Maar ja, Napoleon is niet overal ter wereld geweest en menig land kent zulke keurige kadastrale gegevens niet. Dat kan in armere landen leiden tot onenigheid tussen overheid, projectontwikkelaars en lokale boeren. Die boeren kunnen vaak niet aantonen dat hun lapje grond al vanaf hun groot-grootouders familiebezit is en worden vervolgens verjaagd om plaats te maken voor de megalomane plannen van overheden die hun arme natie in de vaart der groeiende economie willen opstuwen.

Nu is het in onze ontwikkelingshlup al een tijdje gewoonte om niet zomaar geld in een arm land te pompen maar diensten en kennis te leveren, zoals de expertise van het Kadaster. Op het feestelijke symposium zal het Kadaster de stelling poneren dat grondbezit de basis is voor welvaart en welzijn.

Het Kadaster biedt al enige tijd hulp aan de opbouw van een kadaster in India en China. Het zal niet alleen aan het Kadaster gelegen hebben dat die twee landen nu aan een aardige economische opmars bezig zijn en de vraag is dan ook wat het Kadaster daar nog doet. Wel, zoals wel vaker het geval bij ontwikkelingshulp, werkt het Kadaster eigenlijk mee aan “het veiligstellen van economische belangen. Het mensenrechtenaspect voert weliswaar de boventoon, maar op termijn is een goedwerkend kadaster ook gunstig voor het Nederlandse bedrijfsleven. Volgens Peter Ho zouden ook Nederlandse en Chinese vastgoedbedrijven bij dit project betrokken kunnen worden. Een aardig detail is het feit dat het Nederlandse ministerie van Economische Zaken het project deels financiert”. Aldus Mirjam Vossen in een artikel op indianet.com.

Wat de betekenis ook moge zijn van 175 jaar kadaster, het heeft niet kunnen tegenhouden dat het rijke westen zich van een agrarische naar een industriële maatschappij heeft ontwikkeld. Het heeft de groei van de bevolking niet kunnen reguleren. Daar gaat het Kadaster ook helemaal niet over. Net zo min als het Kadaster hier of in China helemaal geen invloed heeft op bescherming van de zo nodige natuurgebieden of behoud van landbouwgrond. Het Kadaster brengt die grond in kaart en als een regering of projectontwikkelaar het nodig vind wat aan die kaart te veranderen, dan gebeurt dat ook.

India en China zullen dus doorgroeien en met dezelfde problemen geconfronteerd worden die wij ook kennen: vinexlocaties in het groene hart, expansie van bedrijfsterreinen die op gegeven moment grotendeels leegstaan en van mileuproblemen heeft men inmiddels al genoeg last.

Het is mooi en ongetwijfeld goed bedoeld dat het Kadaster een steentje wil bijdragen aan de armoedebestrijding. Maar het Kadaster overschat haar rol en al werft men een heel leger aan armoe bestrijdende landmeters, de hebzucht van mensen is te groot om op een keurige kaart vast te leggen.

Laat ik het Kadaster dan ook van harte feliciteren en voor haar verjaardag de 9e nominatie voor de Donkey Shocking Award geven.