Tagarchief: aardbeving

Staatssteun voor Japan?

Nikkei Het is haast ongelofelijk hoe een natuurramp een nucleaire ramp kan worden. Dat een aardbeving gevolgen heeft voor de economie is makkelijker te geloven. De schade kan oplopen tot ruim 130 miljard euro. Wat een financiële leek dan weer ongelofelijk vindt, is dat de Centrale Japanse Bank dik 130 miljard euro in de financiële markten pompt. Zijn banken en beurzen belangrijker dan de wederopbouw van huizen, scholen en bedrijven?
De financiële experts zien aan dat laatste zinnetje meteen al dat ik er niks van snap. Daar kom ik zo nog op terug.

Dat een aardbeving gevolgen heeft voor een economie, is duidelijk. De Japanse ramp treft op de eerste plaats de Japanners zelf. Maar de economische gevolgen zullen ook hier merkbaar zijn. De produktie van tal van Japanse produkten ligt voorlopig even stil. De
autofabrieken van Toyota, Honda, Nissan en Subaru sluiten voor onbepaalde tijd. De electronicasector ligt ook op zijn gat. Zes fabrieken van electronicagigant Sony liggen plat. Bij andere ons bekende merken als Toshiba, Canon, Epson, Nikon en Sharp ligt de productie gedeeltelijk stil en wordt eerst de schade in kaart gebracht.

In hoeverre de Nederlandse handel hier op korte termijn last van zal hebben, hangt af van de voorraden die importeurs en winkeliers hebben. Op de lange termijn is het afwachten of de Japanse hebbedingetjes even goedkoop zullen blijven, als we gewend zijn.
En dan hebben we het nog niet eens over de hordes Japanse toeristen, die Amsterdam overeind houden. De aardbeving betekent misschien de doodsklap voor Amsterdam, want vorig jaar kwamen er al minder Japanners naar de Dam. Zoveel minder, dat de hoofdstad zich zorgen maakte over haar inkomsten.

De Japanse economie kwakkelt al, tengevolge van de wereldwijde kredietcrisis. Zal de aardbeving de doodsklap zijn voor wat ooit een Aziatische economisch wonder was? De wederopbouw zal lastig zijn. Er zal zeker financiële steun van andere landen komen. Maar ook die worstelen nog met de kredietcrisis, dus hoeveel kunnen ze bijdragen? De Japanners zullen ook moeite hebben op te krabbelen nu een groot deel van de
energievoorziening in gevaar is.

Maar waarom dan 130 miljard euro pompen
in de financiële markt, in plaats van dat geld te besteden aan het wegwerken van de 130 miljard schade?
Nu komen we in het gebied van de schokkende cijfers. De virtuele getallen van aandelenhandel en beurskoersen. Een economie op zichzelf, waarvan zelfs een minister van Economische Zaken niet snapte waarom de koersen bleven dalen, ondanks de staatssteun die erin werd gepompt (Maria van der Hoeven in 2008).

Maar goed, dalende beurzen leiden tot staatsingrepen en uiteindelijk tot forse bezuinigingen..Daar zal Japan zichzelf niet mee helpen. Als die emotionele beurskoersen wel van belang zijn, dan kan ik me wel andere maatregelen voorstellen.
Gooi de beurzen dicht, tot de het land weer over kan gaan tot de normale orde van de dag. Er is al paniek genoeg, daar hoeft beurssentiment niet nog eens een schep bovenop te doen.
Of verbiedt de handel in aandelen en sta alleen die handel toe, die daadwerkelijk bijdraagt aan het opruimen van de puinhopen en het herstel van Japan.

Hebben wij daar wel wat over te zeggen? Zeker wel. Voor je het weet gaat er staatssteun naar Toyota- en Sonydealers. Of naar de Amsterdamse VVV.

Ministerraad beeft mee.

Japan De vrijdagse ministerraad eindigt meestal met een persconferentie waar de premier uit de losse pols al wat van de notulen prijsgeeft. Of hij stuurt zijn plaatsvervanger, als hij zijn bezigheden buitenshuis heeft. Maar hij is niet de enige, die uit de ministerraad klapt. Vaak zijn er nog wat ministers of staatssecretarissen die ook nog wat toe te voegen hebben. Vandaag leek het wel of bijna het voltallige kabinet er op los kakelde.

Verhagen mocht namens Rutte verklaren dat hij
geschokt was door de ramp in Japan. We begrijpen de goede bedoelingen, maar hoe groot de kracht op de schaal van Richter ook was, het kabinet kan niet echt geschokt zijn. Bedroefd, jawel. Geschrokken, zeker. Ontdaan, natuurlijk. En dat Rutte zijn medeleven toont, prima. Maar medebeven?

En dan de snelle reacties van andere leden van het kabinet. Minister
Schultz van Haegen biedt de pompen en expertise van haar Rijkswaterstaat aan. Niet dat ze wat aan pompen hebben, zegt ze, maar wij zijn wel experts in watermanagement. Dat weten de Japanners heus wel, dus als ze er om vragen, reizen we af.
Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) staat ook in de startblokken. Klaar om hulpteams te sturen, als Japan daar om vraagt. En wat doet Japan? Die vraagt eerst hulp van de V.S. Of men de in Japan gelegerde militairen aan het werk wil zetten, a.u.b.

Minister
Hillen van Defensie vond het spectaculaire maar verschrikkelijke beelden. Geen woord over gereed staande helikopters die Japan in zullen vliegen om mensen uit de rampgebieden te redden. Daar heeft hij natuurlijk vrij recent vervelende ervaringen mee.
Minister van Buitenlandse zaken, Rosenthal, vindt het vanzelfsprekend aan Japan te vragen waar we het land mee van dienst kunnen zijn.
Minister van Financiën, De Jager, had als eerste door dat Japan niet meteen hulp van Nederland zal vragen. Er zijn nog geen verzoeken binnengekomen, zei hij, maar “we zullen zien wat we eventueel kunnen doen en daarover eerst contact opnemen met de Japanse autoriteiten”.

Zoveel ministers hebben we niet aan het woord gehad, toen duidelijk werd welke ramp zich in Libië voltrekt. Zoveel bereidheid hulp te geven ook niet. Nederland en de internationale gemeenschap worstelt met Libië meer, dan met Japan.
Historisch gezien niet vreemd. Natuurrampen hebben altijd al zoveel tot de verbeelding gesproken, dat ze meer hulp genereerden dan andere rampen. Naar aanleiding van de aardbeving in Haïti, schreef ik vorig jaar dat de Nederlandse charitas gemiddeld zo’n 22 miljoen euro waard is. Burgers en overheid tastten het vaakst en het diepst in de buidel bij aardbevingen en overstromingen. Aan armoede en honger geven we ook wat minder en aan de gevolgen van oorlogen nog iets minder (zie uitgebreid overzicht in dit exceldocument).

Wat oorlogen betreft, gaat de gulheid natuurlijk naar de slachtoffers. Slechts één keer is er geld gegeven aan democratisering. In 1994 bracht de actie ‘Geef Zuid-Afrika een eerlijke kans’ 1,7 miljoen euro op. Een bijdrage om de eerste, echt vrije verkiezingen een handje te helpen.
Maar er waren ook wel acties die hulp boden bij situaties die enigszins vergelijkbaar zijn met de ontwikkelingen in de Noord-Afrikaanse en Arabische landen. In 1969 werd er geld ingezameld voor de slachtoffers en vluchtelingen, die de dupe waren van de oorlog die ontstond toen Biafra onafhankelijk wilde worden van Nigeria. In 1972 werd hulp geboden, toen er na de onafhankelijkheidsverklaring van Bangladesh een vluchtelingenstroom op gang kwam.
In 1989 viel de dictatuur in Roemenië en we boden hulp bij de economische malaise die er op volgde. Verder is er ruimhartig gedoneerd voor slachtoffers van diverse burgeroorlogen in Afrika en op de Balkan. Zie ook dit
exceldocument met een overzicht van hulp bij (burger-)oorlogen.

Op dit moment is de hulp aan vluchtelingen uit Tunesië en Libië maar magertjes. De tsunami van democratiseringsbewegingen spreekt blijkbaar minder tot de verbeelding, dan echte tsunamis.
De Japanners kunnen op mijn geld rekenen. Maar waar kan ik ook geld storten voor hulp aan de burgers in Noord-Afrika en Arabië?

Aardbeving, tsunami en gevolgen

Aardbeving, tsunami en gevolgen Het leven is een film. Dat wil zeggen, volgens verhalen met een hoog broodje aap gehalte, speelt die film zich vaak af, net voor je geconfronteerd wordt met einde van dat leven, als je getroffen wordt door een ongeluk of een ramp.

Ik vraag me nu af of in landen rond de Grote Oceaan zich op dit moment taferelen afspelen, die doen denken aan rampenfilms. Films waarin de autoriteiten weten wat er op ze afkomt en de kijker in spanning wordt gehouden of ze de bevolking wel op tijd kunnen evacueren.

Na de
aardbeving in Chili, geldt nu een tsunami-alarm. Binnen 17 tot 31 uur kan de tsunami de andere kant van de Grote Oceaan bereiken, De eilandengroep Juan Fernandez, tussen de Chileense kust en de Paaseilanden is al flink geraakt. Ook de Galaposeilanden zijn al getroffen en daar is het gelukkig meegevallen, Hoe het er aan toe zal gaan in Samoa, dat vorig jaar september al een tsunami over zich heen kreeg en Hawaï of Japan, moeten we afwachten en zullen we pas morgen weten.

Op CNN is de hele dag al nieuws over en uit Chili te volgen. Met ter afwisseling informatie over hoe de tsunami zich vermoedelijk zal ontwikkelen. De eerste beelden van de gevolgen van de aardbeving worden inmiddels vertoond. Echter (nog) geen beelden uit de landen waar men zich moet voorbereiden op de tsunami. Zijn de CNN-teams al lang vertrokken uit de bedreigde gebieden?

Of is het niet rampzalig genoeg? De
eerste berichten melden dat het meevalt met de gevolgen van deze tsunami. In Australië is het alarm zelfs ingetrokken. Nu maar hopen dat het verder rustig blijft.
Dat er vooral veel materiële schade is en relatief weinig mensen zijn omgekomen, naar tot nu toe bekend is, mag misschien wel te danken zijn aan een combinatie van ervaring, geld en voortschrijdende techniek.

In Chili en Japan heeft men heel wat ervaring met aardbevingen en heeft men de mogelijkheid gehad diverse preventieve maatregelen te nemen tegen gevolgen van aardschokken. Zoals het maken van gebouwen die een schok kunnen verduren en waarschuwingssystemen.
Na de tsunami in Azië (2004) is aardig wat geïnvesteerd in verbetering van een waarschuwingssysteem. Maar of verschillende landen er ook wat mee kunnen? Dat hangt natuurlijk sterk af van hoe goed organisatie, menskracht en ondersteunende techniek ter plaats is geregeld.

De rijkste landen (o.a. Japan) zullen er meer mee kunnen, dan de armste landen. We zijn nog niet zover dat we aardbevingen en tsunami’s kunnen voorkomen. Afhankelijk van de kracht van deze natuurfenomenen, zullen ook nooit slachtoffers te voorkomen zijn. Wat wel kan is de welvaart mondiaal zo verdelen, dat wereldwijd iedereen zich zo goed mogelijk kan voorbereiden om het aantal slachtoffers te beperken.

Maar ja, het geeft natuurlijk wel een heel goed gevoel ruimhartig de portemonnee te trekken, als een land niet zo goed in staat is voorbereiding en adequate hulpverlening achteraf zelf te bekostigen.

Tussen hulp en geloof

Tussen hulp en geloofGod is een irritant menneke. Er vanuit gaande dat er een god is en dat het een man is. Waarmee aardig wat foutjes in de creatie zijn te verklaren.
Je zou denken dat op Haïti nu veel mensen van hun geloof vallen. Het tegendeel is waar. Begrijpelijk. Als je plotsklaps niets meer hebt, blijft er weinig anders dan god over.

De
NOS publiceert verhalen uit het weblog van Willemien Krul. Getrouwd met een piloot van de Mission Aviation Fellowship (MAF), een club die zendings- en ontwikkelingsorganisaties bijstaat met hun vliegtuigjes. Het geeft een kijkje in haar verwoeste keuken èn een blik in haar ongehavende, rotsvaste geloof in de Heer.

Nogmaals, dat is begrijpelijk. Als de grond onder je voeten wankelt, zoek je het hogerop. Een paar waarnemingen uit haar weblogstukken, zijn opmerkelijk. Vlak nadat de eerste schokken hun vernietigend werk hebben gedaan, roept een buurvrouw: “Vanaf nu gaan mijn kinderen altijd naar de kerk. En ik ga al mijn geld schenken aan de kerk. Help ons nou God alsjeblieft!”
De blogster, ruim ervaring met het werk van god, brengt buurvrouw enige realiteitszin bij: “Jezus hoeft je geld niet. Hij wil je hart”.

Kan het wreder? Het is dat de buurvrouw verlamd van angst is, anders had ze zeker met beide handen haar hart uitgerukt en op een offerschaal aangeboden. Maar goed, buurvrouw is bekeerd en kan zich voegen bij de gelovige Haïtiaanse gemeenschap.
De blogster meldt: “In Haïti heb ik nog nooit een atheïst ontmoet. Hoewel velen allerlei vormen van bijgeloof hebben, geloof iedereen dat er een God is Die de hele schepping beheerst. Ze zijn niet geïnteresseerd in de wetenschappelijke verklaringen hoe een aardbeving ontstaat. God beweegt de aarde. Ze vragen ook niet en zijn niet boos. Ze zingen en prijzen Hem. Ik voel een rilling langs mijn rug gaan als ik naar hen kijk en luister. Zelfs midden in de vernieling is God aanwezig en kan ik Hem voelen”.

Die voelbare aanwezigheid benadrukt de blogster, als ze de eerste avond na het gedonder, met haar het gezin bij elkaar zit en Psalm 18 erbij haalt: “Vers 7 zegt: Toen dreunde de aarde en beefde; de grondvesten van de bergen sidderden en daverden, omdat Hij in toorn ontbrand was. Nooit eerder is dit zo echt voor me geweest”.

Wakker geschud door haar eigen geloof? Dat is nog de minst belangrijke vraag. Intrigerender is de vraag waarom gods toorn dan Haïti treft, omdat er geen enkele atheïst zou rondlopen. Logisch antwoord is misschien dat god geen boodschap heeft aan ongelovigen en zich alleen met zijn trouwe volgelingen bezig houdt. En ja, heeft-ie een humeurig dagje, dan zijn zij de pineut.
Wel een misselijke streek. God is natuurlijk nooit op een cursus “emotion control” geweest, waar je leert dat je je woede bij jezelf moet houden.

De blogster schreef over de getroffen Haïtianen: “Ze vragen ook niet en zijn niet boos. Ze zingen en prijzen Hem”. Een fraai statement, dat exemplarisch is voor hoe geloof werkt. Want de Haïtianen vragen echt wel wat en ze zijn
behoorlijk boos. En dan krijgt god er niet van langs, maar de hulpverlening.

God is een kreng. Er vanuit gaande dat er een god bestaat en dat het een vrouw kan zijn. Waarmee aardig wat foutjes in de creatie zijn te verklaren. Die schepping is zo beroerd in elkaar geknutseld, dat er af en toe wat in elkaar dondert. En de puinhopen die daarmee ontstaan, mogen opgeruimd worden door de mens, eveneens met de nodige constructiefouten geschapen. En wat doet de getroffen mens dan? De woede op elkaar richten.

En bidden tot god, met het vriendelijk verzoek ook te denken aan allen die getroffen zijn. Een gebed aan dovemans oren gericht natuurlijk. God had wis en waarachtig wel aan de Haïtianen gedacht. God had net nog zijn toornige vinger op de hen gericht.

Hulp en begrip

Hulp en begrip Ik snap dat de hulp aan het verwoeste Haïti een logistieke nachtmerrie zal zijn. Ik begrijp dat de Haïtianen gek worden van het nieuws dat de hulp onderweg is, maar ze er zelf nog weinig van merken.

Ik kan het ook nog volgen, dat al die ingevlogen hulp, niet meteen vanaf het vliegveld overal in Haïti
aan de gang kan gaan. Je zou willen dat het anders was, maar hulp zal voor veel Haïtianen te laat komen. Triest dieptreurig, maar met enig voorstellingsvermogen is te begrijpen waarom.

Er zijn gelukkig al wat mensen uit die puinhoop op weg naar huis.
Nederlanders die via Curaçao aan de logistieke nachtmerrie zijn ontsnapt. Belgen die zondag al thuis zullen zijn. Dat is heel mooi voor die mensen.

Maar ik begrijp het niet.