Tagarchief: bestuur

Kinderpardon en andere moties

GemeenteMet de zogenaamde ‘motie kinderpardon’ roepen gemeenteraden hun colleges van B&W op, er bij minister Leers op aan te dringen een initiatiefwet van PvdA en CU aan te nemen. Die wet beoogt een pardon voor asielkinderen die door toedoen van de overheid 8 jaar of langer in Nederland zijn.

Het is niet de enige motie die over een landelijke thema gaat en tot doel heeft bij kabinet en/of Tweede Kamer aan te kloppen. De laatste weken passeren ook moties over een statiegeldregeling voor plastic flesjes, het opslaan van kernafval en het opslaan van biometrische gegevens (bijvoorbeeld de vingerafdruk op paspoorten).
Al deze moties worden vooral ingediend door aan de landelijke oppositie verbonden partijen. PvdA, GroenLinks, CU en D66 zijn behoorlijk actief. De deelname van het CDA is erg wisselend. In sommige plaatsen mede-indiener, in andere plaatsen tegenstanders van die moties. De VVD is voor het overgrote deel tegen deze moties.

Met name VVD-raadsleden komen met het argument dat het kinderpardon een onderwerp voor de landelijke politiek is en dus niet in de gemeenteraad thuishoort. Desondanks hebben in 24 gemeenten 60 VVD’ers voor deze motie gestemd. In twee gemeenten was de VVD zelfs mede-indiener van de motie.
De VVD’ers ( en ook raadsleden van CDA en D66) die met dit specifieke argument op de proppen komen, hebben flink boter op hun hoofd. Er zijn namelijk zaken denkbaar waar de VVD wel een motie steunt of indient, betreffende een zaak die bij kabinet of parlement moet worden aangekaart.

In een overzicht van afgehandelde moties in de gemeenteraad van Hoorn vonden we een motie van 8 november 2011. Motie: Greenport Noord-Holland Noord (VVD, D66, VOCHoorn en Fractie Tonnaer. Unaniem gesteund), behandeld bij de begroting 2012. Tekst: In deze motie wordt uitgesproken: De Tweede Kamer der Staten Generaal op te roepen Noord-Holland Noord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte toe te voegen als greenport; Het college te vragen de uitspraak van de gemeenteraad van Hoorn kenbaar te maken bij de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Nog fraaier is de motie Treurige vertrekregeling (pdf), die 20 maart 2012 in de gemeenteraad Westland aan de orde kwam en ondersteund werd door de VVD.
In de motie verzoekt de raad het college van B&W de motie en een begeleidende brief naar het Kabinet en de Eerste Kamer der Staten-Generaal te sturen met het dringende verzoek om de Wet norm Topinkomens zo spoedig mogelijk te doen behandelen om buitensporige beloningen en riante vertrekregelingen voor bestuurders en leden van de Raad van Toezicht niet langer mogelijk te maken.

Niet alle moties die de VVD steunt of indient halen een meerderheid. In Gemert-Bakel komen we in de Besluitenlijst raadsvergadering 8 maart 2012 de motie St. Nicolaascomité tegen. De motie riep op uit te spreken dat het comité voor subsidie in aanmerking komt nu de doelgroep, jeugd, tot één van de doelgroepen van het subsidiebeleid behoort. De motie haalde het niet.
Geen echt landelijk thema, maar wel enigszins gerelateerd gezien de reactie van de lokale partij Dorpsbelang. Die diende een motie in waarin afkeuring wordt uitgesproken over het door de regeringspartijen CDA en VVD gevoerde bezuinigingsbeleid alsmede de door deze partijen doorgezette decentralisatie van taken zonder toereikende middelen voor de gemeenten. Deze motie werd wel aangenomen.

Met de ‘motie kinderpardon’ gaat het goed. In iets meer dan de helft van alle gemeenten is de motie aan de orde geweest. Een overzicht van die gemeenten, met cijfers, stemverhoudingen en verdere details vind je in dit exceldocument. Hieronder een samenvatting in wat het zou betekenen, als je de stemverhoudingen relateert aan het aantal inwoners.

Motie

 

Eerdere artikelen over dit onderwerp, met daarin onder andere een weerlegging van argumenten die tegenstanders hanteren:
4 april: Lokale en landelijke (e)moties.
23 maart: Gemeenten en kinderpardon.
1 maart: Gemeentelijke oneigenlijkheid over kinderpardon?
16 februari: Gemeenteraden moeten geen Tweede kamer spelen?
15 februari: Gemeenten versus Rijk.
8 februari: Pardon? Kinderpardon!

Van onderop of van Donner op?

GoereeHet CDA vindt dat herindeling alleen kan als de gemeenten er zelf voor kiezen. Het mag dus niet van bovenaf opgelegd worden. Dat staat in het rijtje standpunten waar het CDA voor staat. Het komt overeen met wat het regeerakkoord over gemeentelijke fusies zegt: Gemeentelijke herindeling komen alleen van onderaf tot stand.
Het VVD-verkiezingsprogramma, onder het kopje ‘kleine overheid’: gemeentelijke herindeling wordt gestimuleerd.

Daar zit dus een meningsverschil met het CDA. Maar het CDA kent eigenheimers. Hoewel heel Goedereede, van burgemeester tot de bevolking, tegen herindeling met Flakkee is, laat minister Donner  de gemeente weten dat “het draagvlak onder de bevolking hoeft niet uniform te zijn” en omdat het vreselijk urgent is gaat de herindeling dus door.
Slikken of stikken. Een motto waar Donner wel ervaring mee heeft. Eerder hield hij er ook zo’n standpunt op na, toen een grote meerderheid van de Nederlandse gemeenten dwars lagen bij het Bestuursakkoord. Nu schoffeert hij de VVD-burgemeester van Goedereede, de complete gemeenteraad (in zetels: SGP 5, Verenigd gemeentebelang 3, CDA 2, VVD 2, PvdA2 en CU 1) en het overgrote deel van de bevolking.

Tijdens de verkiezingen voor de Tweede Kamer verkondigden vooral de christelijke partijen dat gemeentelijke herindelingen alleen ‘van onderop’ tot stand moesten komen. Ook de SGP en de CU huldigden dat standpunt. Geen gedwongen fusies.
In april liet Donner nog weten de opvattingen van een aantal gemeenten te respecteren, die betrokken waren bij controversieel verklaarde herindelingen. Drie voorgenomen fusies werden controversieel verklaard, nadat het kabinet Balkenende was gevallen. Dat betekende dat het demissionaire kabinet er geen definitieve besluiten over mocht nemen. In een brief aan de Tweede Kamer (pdf) deelde Donner mee twee fusies af te blazen, omdat een paar gemeenten (Renswoude, Bergen (L), Mook en Middelaar) tegen waren en één fusie door te laten gaan, maar daar waren alle betrokken gemeenten het wel over eens. Dit besluit was dus geheel conform het principe dat fusies voldoende draagvlak moesten hebben.

In juli kwam het kabinet met het beleidskader gemeentelijke herindelingen (pdf). Dat was nodig omdat de ervaring van de laatste jaren leert dat “gemeentelijke herindeling die niet kan rekenen op steun van de betrokken gemeenten al snel een averechts effect kan hebben”, zo schreef het kabinet in dat beleidskader.
Het beleidskader stelt drie criteria voor gemeentelijke fusies: draagvlak bij de gemeenteraden, de inwoners en de regio; inhoudelijke noodzaak (zoals de mate waarin maatschappelijke opgaven kunnen worden gerealiseerd) en urgentie. Van urgentie kan sprake zijn als een gemeente grote moeite heeft de financiën op orde te krijgen of wegens krimp het hoofd amper boven water kan houden.

Donner vindt dat er in het geval van Goedereede sprake is van een inhoudelijke noodzaak en een urgentie. Als de gemeente niet fuseert kan ze de zware maatschappelijke taken onvoldoende uitvoeren, meent Donner.
Daar denken de Goedereeders anders over. Burgmeester van de Velde-Wilde legt dat uit in een brief aan Donner. De gemeente heeft een goede bestuurskracht en is financieel gezond. Het kan de maatschappelijke taken prima aan. Van urgentie is ook geen sprake omdat er al een uitstekend samenwerkingsverband is, waarin veel is bereikt. “We delen soms werknemers, we zorgen voor vervanging indien nodig, we hebben op veel dossiers al gezamenlijke inkoop, en nog veel meer. De voorziene efficiency is dus al lang ingeboekt en uiteindelijk heeft de provincie dat in hun definitieve ontwerp ook aan u toegegeven”, zo schrijft de burgemeester.

Toevallig reis ik vandaag af naar Goedereede. Mooie gelegenheid om zelf een te kijken wat Donners arrogantie rechtvaardigt om Goedereede anders te behandelen dan Renswoude, Bergen en Mook en Middelaar. Waarom zou het doordrukken van de fusie nu geen averechts effect hebben? In ieder geval lijkt Donner absoluut geen vrees te hebben zijn christelijke broeders in Goedereede van zich te vervreemden.

Donner naar de Raad van State

DonnerMinister Donner maakt misschien het einde van Rutte I niet mee. Dat wil zeggen: als het kabinet de rit helemaal uitzit en na Prinsjesdag valt wegens een paar cruciale rekenfouten.  Donner gaat wellicht Tjeenk Willink opvolgen en wordt  hare majesteits rechterhand worden in de Raad van State.

Dat moet zeer naar genoegen zijn van de vicepremier, die geen vicepremier is. Wilders vond dat Tjeenk Willink al veel eerder de laan uit moest. Willink was maar een partijdig mannetje, dat de PVV uit wilde sluiten van de kabinetsformatie. Wilders eiste zijn ontslag. Het heeft even geduurd, maar Willink gaat vertrekken en met Donner lijkt de PVV een ideale bondgenoot in de Raad van State te krijgen. Donner was immers niet te beroerd bepaalde ideeën van de PVV over te nemen en kom daarom ook zeer gemotiveerd de nieuwe integratienota presenteren.

De PvdA en de SP vrezen een te vooringenomen, partijdige vicevoorzitter in de Raad te krijgen. Dat is nog maar de vraag. Sommige ministers veranderen hun bekende opstelling als ze van functie veranderen. Loyaliteit is ook een principe. Zal Donner loyaliteit aan de principes van de Raad van State boven de principes kunnen stellen, waarop het kabinet haar plannen baseert?

Het zal niet veel uitmaken. Donner weet ook wel dat adviezen van de Raad even makkelijk weggewuifd kunnen worden als ze aangevraagd zijn. In 2009 verwees de Raad de plannen de AOW-leeftijd pas in 2020 te verhogen, naar de prullenbak. Donner bedankte de Raad vriendelijk voor het werk en deponeerde niet zijn wetsvoorstel, maar het advies in de prullenbak.
De Raad van State geeft niet vaak een negatief advies af. Als een wetsvoorstel goed is voorbereid hoeft dat ook niet. Maar het komt voor en meestal wordt een wetsvoorstel dan aangepast, tenzij een minister eigenwijs genoeg is en het advies negeert.

Onder Kok I kwam dat tweemaal voor (afschaffing WAO-boetes en beperkingen in de nabestaandenwet), onder de kabinetten Balkenende werd vier keer een afwijzend advies genegeerd (afschaffing VUTregeling, Verdonks plannen criminele Antilliaanse en Arubaanse jongeren uit te zetten, aanpassing arbeidsrecht om bijzonder onderwijs te verbieden homosexueel personeel te weigeren en het al genoemde WAO-plan van Donner).
Onder het huidige kabinet heeft Fred Teeven de eer al gehad  een Raadsadvies te negeren. Tegen de zin van de Raad van State wil hij toch de wet op de kansspelen verruimen.

D66 en de PvdA zien de Raad van State het liefst afgeschaft. Dat werk kan ook heel goed door de Eerste Kamer worden gedaan, vinden zij. Waarschijnlijk is dat de reden dat de PVV het juist andersom wil. In het verkiezingsprogramma stelde de PVV voor de Eerste Kamer af te schaffen en juist de Raad van State al het controlerend werk te laten doen.
Zal de oppositie met de benoeming van Donner meer reden krijgen kritisch te zijn over de Raad van State?

Te jong om het volk te vertegenwoordigen?

kinderraadAnnemarie Jorritsma heeft een goede dag. Een grote meerderheid op het VNG-congres stemde in met het uitgeklede Bestuursakkoord. Bovendien werd ze herkozen als voorzitter van de VNG.
Geen motie van wantrouwen dus, ondanks de vreemde weg die Jorritsma en haar collega-bestuursleden hebben bewandeld. Op 21 april tekende ze immers het akkoord en verdedigde het tijdens de informatieronden langs de gemeenten. Pas toen haar duidelijk werd hoe groot de kritiek op het akkoord was, besloot het VNG-bestuur de sociale paragraaf uit het akkoord te halen. Heeft Jorritsma haar leden nu wel of niet goed vertegenwoordigt?

Gisteren opende ze het VNG-congres en wees de vergadering op het wat jonge gehalte van de gemeenteraden. “Ik vind dat de leeftijd van raadsleden best iets omhoog kan”, zei ze. Nu komt vergeetachtigheid vaak voor op hogere leeftijd en de 61-jarige Jorritsma lijkt daar ook last van te hebben. Zij zelf was 28 toen ze gemeenteraadslid werd. Zou ze nu vinden dat 28 eigenlijk te jong is om het volk te vertegenwoordigen?
Volgens cijfers van haar eigen VNG is de gemiddelde leeftijd van raadsleden (pdf) 52,3 jaar. Daar zat Jorritsma dus een behoorlijk stuk onder.

In haar toespraak hield ze het congres voor gebruik te maken van het groeiend aantal 65-plussers. Zou Jorritsma de jonge VVD’ers zat zijn? Mark Rutte (44) en staatssecretaris Paul de Krom (48) ventileerden al stevige kritiek op de draai van Jorritsma. Piet-Hein Donner doet dat ook en is wel van dezelfde generatie als Jorritsma, maar van het CDA. De starre opstelling van Donner had  ze wel verwacht, van haar jongere partijgenoten misschien niet.

Als de leeftijd van Jorritsma en haar stelling over 65-plussers een maatgevend criterium zou zijn in het profiel van de hedendaagse politici, dan worden we nu door broekies bestuurd en vertegenwoordigd. Maar dat was ook al zo ten tijde van Jorritsma’s publieke functies.
Mark Rutte is de op één na jongste premier. De gemiddelde leeftijd van alle premiers na 1945 is 49,7. Tot premier heeft Jorritsma het nooit geschopt. Ze mocht wel op 48-jarige leeftijd vice-premier worden en was toen 1 jaar jonger dan het gemiddelde. Dat kan nog.
De gemiddelde leeftijd van Tweede Kamerleden is 45. Annemarie was 32 toen ze parlementariër werd, maar liefst 13 jaar jonger. De senioren in de Eerste Kamer zijn gemiddeld 56,3 jaar. Nog lang geen 65 dus.
Burgemeesters zijn gemiddeld 57,3 jaar en wethouders 53,9. Jorritsma was 53 toen ze burgemeester werd. Vier jaar jonger. En raadsleden zijn, zoals gezegd, gemiddeld 52,3. Negen jaar ouder dan de 28 lentes die Jorritsma telde, toen ze in de gemeenteraad van Bolsward zitting nam.

Annemarie Jorritsma heeft dus nooit het wijze geduld op kunnen brengen, tot haar 65e te wachten om het volk te vertegenwoordigen of te besturen. Haar oproep om ouwe knarren te werven, is door de ‘jonge’ vijftigers in de VNG-zaal alvast beloond met haar herbenoeming tot voorzitter van de VNG.
Een mens is nooit te oud om te leren. Zal Jorritsma de komende tijd haar leden beter vertegenwoordigen dan een jaar geleden, toen ze aan de onderhandelingen over het Bestuursakkoord begon?

Old boys in Eerste Kamer.

Old boys Wie zit er in een bestuur? Onder de lezers zitten vast mensen die voorzitter zijn van een sportclub of secretaris van een harmonievereniging. Zijn er onder hen die beide functies combineren? Dat kan dan handig zijn als de sportclub de competitie wint, een rondje door het dorp moet maken en op het plein verwelkomd moet worden met wat live muziek.

Wie wil er eigenlijk in een of ander bestuur zitten? Zijn er genoeg vrijwilligers om alle bestuursfuncties te vervullen? Geen idee. Maar ik vermoed dat op professioneel niveau er een ernstig tekort aan bestuursleden is. Heb je een vacature dan ligt het voor de hand als je iemand met bestuurservaring tegenkomt en die nog een gaatje vrij heeft zijn zij of haar agenda.
En zo gaat dat ook. Er is een groep mensen die van besturen hun dagelijks werk maken. In de commerciële sector bij tal van bedrijven, in de non-profit sector bij zorg-, onderwijs-, of belangenverenigingen. Om maar een deel te noemen.

Een bestuur komt niet dagelijks bij elkaar. Misschien ook niet wekelijks. Maar je mag er vanuit gaan dat de meeste besturen minstens maandelijks bij elkaar komen. Blijven er dus zo’n dag of 22 over voor de liefhebbers die dagelijks willen besturen. In de weekends wordt er niet bestuurd, natuurlijk. Dan is het toch niet gek dat iemand 22 bestuursfuncties heeft?
En zijn de vergoedingen een beetje redelijk, haal je er een even redelijk inkomen uit. Je kan wel gewoon werk doen, maar waar zouden we zonder bestuurders zijn?

Wie zijn er dol op besturen? Politici. Zelfs naast hun werk als volksvertegenwoordiger, hebben ze verschillende bestuursfuncties. Het volk vertegenwoordig je ook niet iedere dag, zeker de Eerste Kamerleden niet. Dus waarom het volk niet gediend door die broodnodige bestuursfuncties te vervullen? Hulde voor de betrokkenheid bij de samenleving, zou je zeggen.

Alles goed en wel, zegt de SP, maar het moet niet te gek worden. Ruim een jaar geleden nam de Tweede kamer een amendement van de SP aan, om het aantal nevenfuncties, dat een Kamerlid er op na mag houden, te beperken. Deels om belangenverstrengelingen te voorkomen, deels om te bevorderen dat bestuursleden en commissarissen hun werk goed kunnen doen. Een bestuurder met een overvolle agenda, kan bij een bedrijf of een organisatie wel eens iets over het hoofd zien. Gaat het dan fout, is hij of zij wel verantwoordelijk.
Bovendien, als al die bestuursfuncties maar door een beperkte groep mensen wordt bezet, krijg je concentratie van invloed en macht. En naar bijverschijnsel van het ‘old boys’ netwerk.

De SP ging de nevenfuncties van de Eerste Kamerleden na en kwam met een
fraai overzicht (pdf!). Zes Eerste Kamerleden zitten aan het maximum aantal (neven)functies of gaan daar overheen. “Dat is 8 procent van alle senatoren; niet een te verwaarlozen percentage”, stelt de SP.
Die zes mogen er dus geen nieuwe functies meer bij aannemen, sommigen zullen zelf enkele functies moeten inleveren. Komen daardoor bedrijven of organisaties in problemen? Nee, stelt de SP, “van een ‘kaalslag’ absoluut geen sprake. Negenenzestig van de vijfenzeventig Eerste Kamerleden illustreren dit”.

Natuurlijk mag ook een parlementslid naast zij of haar werk een bestuursfunctie hebben. Elke andere ‘hardwerkende burger’ mag dat ook. Maar ik ben het eens met de SP dat de vrije tijd niet overladen moet zijn met nevenfuncties. Als ik, naast het bloggen, ook nog een stuk of tien bestuursvergaderingen moet afwerken, ben ik bang dat ik elke dag als een dweil op mijn werk arriveer.
En we moeten ook eens af van het begrip nevenfuncties. In sommige culturen is het heel gewoon de neven in de familie aan baantjes te helpen. Dat is helaas ook vaak de gewoonte in landen, die bekend staan om corruptie. Waarom wordt dat door velen veroordeeld, terwijl we hier precies dezelfde gang van zaken kennen. Het mag dan niet direct om familieleden gaan, maar ik denk dat de ‘old boys’ wel heel familiair met elkaar omgaan.

Lokale integriteit.

Klokkenluider U dacht dat Wikileaks bewezen heeft, wat u altijd al dacht? Namelijk dat diplomaten en wereldleiders er zo hun eigen idee over integriteit op na houden? Op kleiner schaal is het mogelijk even erg. Dat denken de plaatselijke klokkenluiders in ieder geval wel. In elf gemeenten zijn lokale wikileaks geopend. De komende week zullen nog 39 gemeenten volgen.

Tja, een politieke carrière begint natuurlijk onderop. En als geslotenheid tot de gangbare ethiek van het bestuurlijke métier hoort, dan probeer je dat als lokaal bestuurder je meteen eigen te maken. Dat is niet altijd even gemakkelijk, want waart moet een wetouder of burgemeester open en eerlijk over zijn en waarover niet?
Met het opzetten van plaatselijke wikileaks wordt het nog vervelender voor de bestuurders. Zij hebben al te maken met klachtenloketten, gemeentelijke ombudsmannen, bezwaarprocedures of boze burgers die de ruiten inkinkelen, nu komen daar ook de klokkenluiders aan.

Waar hebben gemeentebesturen dat nou aan verdiend. Ze waren zelf al lekker bezig hun eigen integriteit te onderzoeken. Maar vier procent van de gemeenten heeft nog geen integriteitsbeleid. Vier procent! Dat zijn niet meer dan negen gemeenten. Waarom dan toch nog 50 lokale wikileaks opgericht?
Zijn de zelfregulerende gedragscodes voor de ambtenaren van Maarssen of B & W van Achtkarspelen niet genoeg? Bovendien hebben we nog BING, het Bureau Integriteit waarmee de Nederlandse gemeenten de hand in eigen boezem steken. Doet prima werk. De gemeente Alphen aan de Rijn schakelde het bureau in, toen boze burgers het bestuur ervan verdachten dat ambtenaren werden voorgetrokken bij het toewijzen van woningen.

BING onderzocht de kwestie en het
gemeentebestuur meldt nu trots dat “individuele bestuurders en het college van burgemeester en wethouders hebben niet in strijd gehandeld met de bestuurlijke gedragsregels van de gemeente”.
Keurig, zou je zeggen. In hetzelfde bericht, zegt de gemeente ook: “Betrokken ambtenaren hebben wel gedragsregels van de gemeente geschonden”. Pardon? Wel regels geschonden, maar niet in strijd daarmee gehandeld?
Maakt niet uit, want BING heeft ook geconcludeerd dat “er geen sprake is van strafrechtelijke overtredingen”.

Ja, op die manier lijkt Alphen aan de Rijn wel rijp voor de klokkenluiders van Ope(N)u. En
die krijgt de gemeente ook. Na 21 december luidt het niet BING maar BENG in Alphen.
Bing, beng, beieren. Ik ben benieuwd wat de Ope(N)u-klokkenluiders aan de integriteit van het lokale bestuur zullen toevoegen. Of denkt u dat ook deze belhamels boven water krijgen, wat u al lang wist?

Zwaar weer management

Zwaar weer Ambities, uitdagingen, creativiteit. Bezuinigingen zullen heel wat teweeg brengen, maar we moeten het vooral zien als een kans voor mooie veranderingen.

Alle gemeenten bezuinigen. Voor 2011 zijn in totaal een dikke 4 miljard maatregelen verzonnen Vooral cultuur, welzijn en sport zullen het met gemiddeld 7 procent minder moeten doen. Daarnaast wordt de ambtenarij uitgekleed. Dat is het begin, want de gemeenten vrezen ook het snoeimes van Rutte.
Organisatie- en adviesbureau Berenschot inventariseerde de gemeentelijke bezuinigingen en ontmoetten toch veel ambitieuze gemeentesecretarissen, die hier een prachtige kans op “meer creativiteit, innovatie en samenwerking”.
Dat zijn nog eens andere woorden dan ‘roeien met de riemen die je hebt’. Wie blijven binnen boord, wie valt uit de boot en wie gaan de boot missen? De stuurlui van al die organisaties die nu in zwaar weer terecht komen, moeten heftige keuzes maken.
Dat bestuurders en managers alles uit de kast halen om hun medewerkers op sleeptouw te nemen en gemotiveerd te houden, is begrijpelijk. Het zal zeker veel creativiteit vragen door deze woelige tijden te navigeren. Dat betekent niet dat er geen vragen gesteld mogen worden over de aard van die creativiteit.
Tot nu toe heb ik alleen maatregelen volgens de kaasschaafmethode langs zien komen. Zo zijn er gemeenten die op alle culturele voorzieningen en organisaties bezuinigen. Zo zijn er organisaties die op alle afdelingen snoeien.

Ik vind dat niet de creatiefste methode. Het is eerder gebrek aan een doortimmerde visie en lef, waarmee ook heftige, maar wellicht veel slimmere keuzes gemaakt kunnen worden. Het is nobel om te stellen dat alles en iedereen geraakt zal moeten worden. Of je dan ook de solidariteit overeind houdt, die nodig is om elkaar te steunen? Het zal zuur zijn in te moeten leveren, als je op een plek zit waar al jaren met weinig middelen wel goede prestaties worden geleverd. Voor mensen die in zo’n situatie zitten, zal het een hele uitdaging zijn de teleurstelling over de bezuinigingen niet te projecteren op minder goed presterende collega’s of slecht draaiende concurrenten.

Nieuwsgierig naar de resultaten van de gevraagde creativiteit, ben ik benieuwd of er ergens in het land briljante oplossingen worden gevonden. Heb jij zulke oplossingen gezien in je gemeente of in jouw organisatie? Meld ze hier in de reacties. Heb je ze niet gezien, maar zelf heb je wel een goed idee? Meld ze hier in de reacties. De komende tijd zal ik er dn zeker op terugkomen.

Nederland zonder waterhoofd

Nederland zonder waterhoofd Hoewel er een mediacode is afgesproken, lekt er natuurlijk toch wat uit de informatiebesprekingen. De echte pijnpunten moeten nog aan de orde komen, maar blijkbaar vinden de aspirant paarse partijen het wel aardig alvast wat positief nieuws naar buiten te brengen.

Nederland zal het zonder waterhoofd moeten stellen. Daarmee wordt dan niet bedoeld, dat Willem-Alexander naar zijn de functie van koning kan fluiten. Nee, het land kent, volgens sommigen, een te groot bestuur, en de paarse coalitie snijdt alvast in eigen vlees.
Een kernkabinet moet er komen. Met niet meer dan acht tot tien ministers. Als men het aantal staatssecretarissen ook een beetje in de hand weet te houden, zou dit het kleinste kabinet in de na-oorlogse geschiedenis kunnen worden.

Den Uyl had de grootste ploeg. Met 17 ministers en 12 staatssecretarissen had hij net één meer in dienst dan Biesheuvel (17 en 11) en Van Agt (16 en 12). Balkenende’s tweede kabinet telt ook 17 ministers, maar slechts 9 staatssecretarissen. Zie verder
dit overzicht (excelsheet!).

Minder ministers dus. Laat dat nou het enige puntje zijn waar de partijen al voor de verkiezingen het roerend met elkaar eens waren. Leggen we de verkiezingsprogramma’s van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks nog eens naast elkaar en kijken we naar de voorstellen op gebied van democratische en bestuurlijke hervorming, dat de vier partijen het alleen hier eens over zijn. Ze kunnen op een Kamermeerderheid van 109 zetels rekenen.

Een ander idee is om taken van de provincie over te hevelen naar de gemeenten. Ook dat zal een paarse coalitie zonder moeite door het parlement kunnen krijgen. In ruil daarvoor krijgen de provincies dan de waterschappen onder hun hoede.
Of het Rijk het met nog minder ambtenaren gaat doen, hangt af van de PvdA. Ik verwacht echter niet dat Cohen op dit punt gaat dwarsliggen. Ook op dit punt zal men het snel eens zijn en op een Kamermeerderheid kunnen rekenen.

Alle andere punten uit de diverse verkiezingsprogramma’s (o.a. koningshuis uit het centrale bestuur en meer decentralisatie) zullen we zeer waarschijnlijk niet in een regeerakkoord terugvinden.
Zie dit overzicht (excelsheet!) voor de punten uit de verkiezingsprogramma’s van de paarse partners. In het overzicht is ook vermeld welke partijen voor of tegen zijn en naar zetelverdeling gerangschikt.

Ook wat democratische hervormingen betreft moeten we niet teveel van verwachten. Grote dwarsligger is de VVD. Die zal misschien nog moeten zwichten voor een Kamermeerderheid, als er een wetsvoorstel voor een correctie referendum wordt ingediend. Maar alle andere punten die tot de kroonjuwelen van D66 horen, zullen het niet halen.
Om de democratie wat soepeler te laten verlopen willen D66 en GroenLinks de Eerste Kamer afschaffen. Ook een stukje verkleining van het waterhoofd. PvdA en VVD zijn echter tegen.

Met het voorstel minder ministers aan te stellen, masseert men volk en vaderland om de natie op te warmen voor de paarse coalitie. Of iedereen ook instemmend knikt als de onderhandelingen over de bezuinigingen achter de rug zijn, moeten we afwachten. Op dat gebied zijn er immers grote verschillen.

Tot slot: minder ministers, minder ambtenaren. Het klinkt leuk en zal zeker positief uitwerken op de begroting. Maar misschien is er wel zoveel werk aan de winkel dat het helemaal niet verstandig is de bezetting zo drastisch te verkleinen.

De nieuwe kleren van de onderkoning

De nieuwe kleren van de onderkoning Tjeenk Willink heeft gesproken. Paars-plus moet het worden. Maar de informateur kon het niet laten er wat adviezen aan toe te voegen. Regeren over het advies heen?

In een eindverslag van
vier kantjes (pdf) legt hij uit waarom het paars-plus moet worden. In een bijlage van ruim 5 A-viertjes voegt hij echter wel wat commentaar toe. De eerste helft gaat over zijn motivering van de keuze voor een paars-plus koers in de formatie. Dat hoort bij zijn opdracht. Dan volgen er twee extra adviezen. Ik ben benieuwd of Hare Majesteit dat op prijs stelt.

De adviezen-plus gaan over de verhouding tussen kabinet en parlement en over de kwaliteit van het openbaar bestuur (zie hier de
bewuste bijlage – pdf). Uit die twee onderdelen een paar citaten, die de vraag oproepen waarom Willink niet een zakenkabinet adviseert.

“Een homogeen kabinet wordt bevorderd door onder meer: Afspraken over de eisen waaraan de bewindslieden, individueel en collectief, moeten voldoen, waaronder financieel-economische geletterdheid. Daarbij ware te bedenken dat wanneer er meer ruimte wordt gelaten aan de Kamer, ervaren Kamerleden meer dan ooit in de Kamer zelf nodig zijn, al was het maar om de invloed van ambtenaren, belangengroepen en adviseurs terug te dringen”.

Let op die “financieel-economische geletterdheid”, die Willink van een nieuw kabinet verwacht. Heeft hij zo zijn twijfels over de deskundigheid? Je zou zeggen dat een kabinet moet kunnen steunen op de deskundigheid van haar ambtenaren. Daar zegt Willink over:
“Om zijn verantwoordelijkheden bij het bestrijden van de crises waar te kunnen maken, moet het kabinet kunnen rekenen op inhoudelijk deskundige ambtenaren. Die deskundigheid is binnen het openbaar bestuur de laatste decennia teruggelopen”.

Nou, dat ziet er niet best uit. Waar moet de deskundigheid dan vandaan komen? Willink weet het: “Door de verantwoordelijkheid van deze professionele uitvoerders voorop te stellen, kan ook de betrokkenheid van burgers worden gestimuleerd”, want de noodzakelijke vernieuwingen om de crises het hoofd te bieden moet het kabinet halen bij “ondernemers, in het onderwijs, in de zorg, in de landbouw, in de sociale zekerheid”. Want “zij representeren een andere werkelijkheid en doorbreken ingesleten patronen. Zij zijn vaak beter én toch goedkoper”.

Willink wil dat politici en ambtenaren hun inhoudelijke oppimpen door te rade te gaan bij de mensen die het dagelijks werk doen.
Daar is niets op tegen. Maar als dat de oplossing is, waarom dan niet meteen ook een zakenkabinet geadviseerd? Een clubje echte vakmensen, die kunnen begrijpen wat er wordt gezegd als de werkvloer spreekt.

Ik vrees dat dit deel van Willink’s eindadvies niet in een nieuwe regeerakkoord terug te vinden zal zijn. Hooguit komt er een reprise van de 100 dagen tournee leidt, waarmee Balkenende het vorige kabinet van start liet gaan. Twee pagina’s die een nieuw kabinet zal dragen als ware zij de denkbeeldige kleren van de onderkoning.

Naar de ark van Thorbecke?

Naar de ark van Thorbecke Wie mist u hier links? De beste stuurlui, natuurlijk. Staan aan wal wat te roepen. De roergangers van het schip van staat willen die stuurlui binnenboord te halen. Het schip van staat moet daarom op de helling en verbouwd worden tot de ark van Thorbecke. De burger mag aan boord.

Dat idee wordt gewekt, als je de vele berichten leest over bestuurlijke vernieuwing (lees ook mijn
gastlog op GeenCommentaar, zelfde onderwerp, andere invalshoek). De politiek moet dichter bij de burger en andersom. En de burger zou meer invloed moeten hebben.
De motivatie om aan het bestuurlijk stelsel te gaan sleutelen, ligt in de angst voor opkomend populisme sinds Fortuyn. Vreemd, want democratie betekent van oorsprong een staat gestuurd door het volk. Nu de vox populi zich roert zou je dus denken dat de democratie op haar best functioneert.

Toch is er onder gevestigde politici en bestuurders behoefte dat met regels en wetten te organiseren, De stem des volks is gehoord, nu nog een nieuw reglement van orde. Daarbij valt veelvuldig de naam van Thorbecke, de liberale staatsman die geldt als de architect van onze grondwet en parlementaire democratie, ook wel het Huis van Thorbecke genoemd.
Vanuit de gedachte dat het volk dichterbij dat huis moet staan, soms zelfs toegang tot dat huis moet hebben, willen sommige politici overgaan tot renovatie van het Huis van Thorbecke. Nogmaals: wie daarover meer wil weten, bekijkt de links in mijn gastlog, onder het pseudoniem P.J, Cokema, op GeenCommentaar.

Ik beperk me hier tot wat de politieke partijen in hun verkiezingsprogramma’s hebben staan over democratie en bestuur. Dat heb ik samengevat in
deze excelsheet. Hier is te zien om welke voorstellen het gaat en op welke punten partijen het met elkaar eens of oneens zijn. Links naar de verkiezingsprogramma’s staan in dat exceldocument.
De voorstellen heb ik verdeel in de categorieën democratie en bestuur. In elke categorie zijn ze gerangschikt naar het aantal zetels dat de partijen volgens de laatste peilingen zouden halen. Een voorstel dat veel zetels scoort, zou dus best eens werkelijkheid kunnen worden na 9 juni.

De vraag is echter: zal de kiezer, de burger, warm lopen voor deze voorstellen? Of anders gezegd: wil het ‘populus’, wel meer democratie en wat zal het vinden van de voorgestelde bestuurlijke veranderingen?

Met betrekking tot meer democratie: Er zou na 9 juni een Kamermeerderheid te vinden zijn
voor referenda. Leuk, maar de recente geschiedenis laat zien dat het volk daar niet warm voor loopt. Niet dat we er veel ervaring mee hebben. Er is één referendum over de Europese grondwet geweest. Daarbij was er een opkomst van 63,3%, net iets lager dan de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen (gemiddeld 64%) en stukken lager dan de gemiddelde opkomst bij de landelijke verkiezingen (81%).
Daarnaast zijn er een aantal burgemeestersreferenda gehouden. De respons daarop was nog bedroevender en in 2008 werd besloten dit soort referenda maar af te schaffen.

Het is heel aardig van de zittende politici dat ze de kiezers via referenda vaker naar de stembus willen sturen. Het lijkt er echter op dat het volk daar niet zoveel zin in heeft.
Ligt dat aan de soort en inhoud van de tot nu toe gehouden referenda? Zou het anders liggen als er bijvoorbeeld een referendum wordt gehouden waar voor of tegen de bouw van kerncentrales kan worden gestemd? Of, dichter bij de portemonnee van de kiezer, referenda over ingrijpende wijzigingen in het belastingstelsel.

Met betrekking tot bestuur: De meeste voorstellen gaan over een kleinere overheid. Zo hoopt men natuurlijk tegemoet te komen aan het geklaag over een logge, in efficiënte en peperdure overheid. Minder ambtenaren bijvoorbeeld. De kiezer zal misschien geneigd zijn daarin mee te gaan, hopend op een belastingvoordeeltje. Tot men er achter komt dat allerlei diensten minder toegankelijk worden, omdat diverse loketten minder vaak geopend zijn en procedures langer duren dan we nu zijn gewend.
Het voorstel wat na 9 juni op een fikse Kamermeerderheid kan rekenen is het verminderen van het aantal ministeries. Direkt daaruit volgt de overheid het ook wel met minder ministers, staatssecretarissen en ambtenaren kan doen. Ook dat zal de kiezer wellicht aantrekkelijk overkomen.

Samengevat: aan een kleinere overheid zal met de instemming van de kiezer gewerkt kunnen worden. Maar of de kiezer ook bereid is een actievere democraat te worden?
Ik denk dat de meerderheid der kiezers het wel best vinden om voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer naar de stembus te gaan, maar dat verdere participatie alleen door een handjevol enthousiastelingen wordt geambieerd. De kiezer consumeert de democratie alsof het een supermarkt is. Wat er aan produkten in de schappen ligt, heeft de consument nauwelijks een binding mee. Ze worden door anderen gemaakt en de directie van de supermarkt beslist wat er wel of niet te koop is.Is de consument er niet tevreden mee, dan loopt hij naar een andere winkel, in plaats van een actieve stem op te eisen in de leiding.

Dat is jammer, maar verklaarbaar. Het tanende enthousiasme voor deelname aan ondernemingsraden mag als exemplarisch voorbeeld gelden. Wel mee mogen praten over vooral randvoorwaardelijke zaken, maar geen beslissende stem hebben. De invloed is uiterst beperkt. En ja, dan trekt de burger zich dus terug en roept hooguit nog wat als het aan de wal staat.
Voor een meer actieve, democratisch participerende burger zullen er dus veel verdergaande voorstellen moeten komen, waarbij de vox populi niet slechts een adviseur zonder enige status is.