Tagarchief: Cohen

Cohen maestro af.

cc Flickr PvdA's photostreamCohen vertrekt en laat ‘De Onvoltooide’ achter. Volgens sommigen omdat hij te weinig groot leiderschap vertoonde. Voor de verkiezingen van 2010 waren de verwachtingen nog groot. Cohen kon wel eens de volgende premier van Nederland worden. Er volgde echter een staatsgreep.

In de periode daarvoor liep op dit weblog de serie Leiderschap en dirigenten, waarin de vraag centraal stond wat voor politiek leiderschap Nederland nodig had. Ter herinnering aan Job Cohen en aan de tijd dat hij premier had kunnen worden, herhalen de aflevering waarin Cohen even optreedt als dirigent van het Willem Breuker Collectief. Let op Cohens uitspraak over dat dirigentschap. Had hij met de PvdA maar net zo’n goed collectief gehad als dat van Breuker?

-o-o-o-

Het stokje overdragen.

Een groot orkest vraagt om een goede dirigent. Eentje die niet alleen verstand heeft van maten en noten, maar ook de sociale cohesie weet te sturen. Dat stond vorige week zondag hier in Sax en de democratie, nadat de saxspelende Emiel Roemer het stokje overnam van Agnes Kant.

Het deed me herinneren aan de film Prova d’Orchestra van Fellini. Ook deze week was er aanleiding genoeg om naar de rol van een dirigerende lijsttrekker te kijken. Alle ogen zijn ineens gericht op Job Cohen. De sterke leider die de PvdA groot zal maken?

Ervaring als dirigent heeft hij al. Op de Amsterdamse Uitmarkt van 2006, dirigeerde hij het Willem Breuker Collectief. Net als na zijn persconferentie van afgelopen week, waren ook toen de meeste recensies positief. Ook toen wist Cohen: “Het was verschrikkelijk moeilijk, maar het is net als in mijn werk: als je met goede mensen omgaat, hoef je zelf niet zoveel te doen”.

Werken met de goede mensen. Zeker, kan een hoop gedonder schelen. Wie moeten er dan in Cohen’s droomorkestje moet zitten, was de vraag die je hier kan beantwoorden.
Cohen’s voorganger, Wouter Bos, de boel niet goed bij elkaar te kunnen houden, maar regisseerde zijn vertrek en opvolging weer heel kundig, volgens sommigen.

Mocht Cohen het tot minister-president schoppen, dan mogen we hopen dat hij meer leiderschapskwaliteiten heeft dan Balkenende. Zou hij het zelfs als vicepremier en voorman van de PvdA, beter doen dan Wouter Bos?
Bos raakte twee mensen kwijt. Ahmed Aboutaleb werd burgermeester van Rotterdam. Dat was bij Bos bekend, maar hield dat lang stil en dat leverde hem flink kritiek op van het CDA. Het vertrek van Ella Vogelaar was een meer interne kwestie, waar Bos nog goed mee wegkwam. Hij verdiende er geen schoonheidsprijs meer.

Daar moet je een goede dirigent voor zijn. Iemand als Riccardo Chailly. In VPRO’s Zomergasten van 2007, haalde SER-voorzitter Rinnooy Kan (kandidaat voor Cohen’s dreamteam?) een fragment van stal, uit de film Attrazione d’Amore van Frank Scheffer.
Pianiste Maria João Pires reageert als een aangeschoten Ella Vogelaar, als ze ontdekt dat ze een heel anders stuk heeft voorbereid, dan Chailly het orkest heeft laten inzetten. Toen Wouter Bos dat ontdekte, stuurde hij Vogelaar weg. Chailly pakt dat heel anders aan.

Kijk nog eens naar dit fragment (Youtube) en zie hoe Chailly haar bij de les krijgt. Hij legt de boel niet stil, dirigeert rustig door, negeert haar ontreddering en praat zachtjes op haar in, waarop ze de juiste noten weet te vinden.

Hebben we in de politiek wel leiders die zulke mooie dingen voor elkaar kunnen krijgen?

-0-0-0-

Behalve dit stukje verschenen in 2010 verschenen in de serie Leiderschap en dirigenten: 7 maart: Sax en de democratie, over Emile Roemer; 4 april: Rammelende partituur, klinkend resultaat?, met nog de open vraag wie de premier zou worden; 1 mei: Democratie op afstand, over de behoefte aan nieuw leiderschap; 22 mei: Het magische moment van de politieke leider, waar Balkenende het podium verlaat en Neelie Kroes als VVD-prmier wordt genoemd.  Op 23 juli 2010 volgde nog een korte special over Willem Breuker, naar aanleiding van diens overlijden.

Twee heren

HerenHeer 1 (voor de kijkers rechts): Ik daag je uit het Europa-pakket niet te steunen.
Heer 2 (voor de kijkers links) : Joh, trek zelf de stekker er uit.

Heer 1: Ik heb niks te trekken, want ik zit nergens in.
Heer 2: Hou dan op met gedogen.

Heer 1: Dat kan niet.
Heer 2:  Waarom niet?

Heer 1: We hebben een herenakkoord.
Heer 2: Daar staat toch in dat jullie het niet over alles eens zijn?

Heer 1: Aan je ogen mankeert niks.
Heer 2: Nou dan…..

Heer 1: Niks, nou dan. We hebben ook afgesproken elkaar te respecteren.
Heer 2: Ja, ten koste van Henk en Ingrid.

Heer 1: Van wie?
Heer 2: Henk en Ingrid.

Heer 1: Oh ja, die was ik even vergeten.
Heer 2: Ze zijn wel jouw Henk en Ingrid.

Heer 1: Ja, ja, dat weet ik heus nog wel.
Heer 2: Die worden behoorlijk genaaid.

Heer 1: Ja hoor eens, iedereen moet er wat van voelen.
Heer 2: Hé, da’s jouw tekst niet!

Heer 1: Nou en?
Heer 2: Henk en Ingrid zullen zich wel goed beroerd voelen.

Heer 1: Geeft niks, ik heb extra verplegend personeel voor ze geregeld. Ze worden goed verzorgd.
Heer 2: Ben jij er van af.

Heer 1: Als je dat zo erg vindt, waarom steun je dan al dat geld dat naar de nieuwe moslims gaat?
Heer 2: Hè? Zijn er nieuwe moslims?

Heer 1: Jawel. De Grieken!
Heer 2: Man, dat zijn helemaal geen moslims.

Heer 1: Kan zijn, maar er gaat een hoop geld aan op. En jij doet daar niks aan.
Heer 2: Waarom doe je dat zelf niet? Jij kunt toch zeggen: tot hier en niet verder?

Heer 1: Dat zeg ik ook.
Heer 2: Maar je verbind er geen consequenties aan.

Heer 1: Nee, dat mag jij doen.
Heer 2: Ik zit niet in een positie om consequenties af te dwingen.

Heer 1: Nee, jammer hè? Lekker puh!
Heer 2: Als je een vent bent, trek je de stekker er uit.

Heer 1: Ik wacht gewoon op 2012. Het jaar van de waarheid.
Heer 2: De waarheid? Was dat niet een communistisch krantje?

Ich bin auch etwas.

Badeendjes Wie ben ik? Gelukkig zijn zij, die daar een ferm antwoord op kunnen geven. Ich bin ein Langstudierder, sprak Alexander Pechtold op 21 januari, toen studenten protesteerden tegen kabinetsplannen de studieduur te verkorten door paal en perk te stellen aan de studieleningen.

Het onderwijs roert zich. Vandaag kwamen ouders en leerkachten uit het ‘passend onderwijs’ bij elkaar om tegen de bezuinigingen te protesteren. Passend onderwijs heette vroeger speciaal onderwijs. Maar om gehandicapte kinderen zich niet al te speciaal te laten voelen, heeft men daar een passender term voor gevonden.
Pechtold was er weer bij. Samen met Job Cohen en Ton Elias. Meneer Elias kreeg, net als de minister van Onderwijs, een lading badeendjes naar zijn hoofd geslingerd.

Pechtold: “Weet je al wat je ga zeggen, Jobbie?”
Cohen: “Nou, ik dacht zoiets van Ich bin ein mongooltje”.
Pechtold: “Zou ik niet doen, Jobbie.”
Cohen: “Hoezo? Jij bent toch ook razend populair geworden met dat mavo-duits van je?”

Pechtold: “Je moet ’t zelf weten, maar het is niet bijster origineel en ik zou dat mongooltje weg laten”.
Cohen: “Maar het gaat toch om die arme kindertjes?”
Pechtold: “Jawel, maar we noemen ze al lang niet meer zo en we mogen ze ook niet meer als arme kindertjes zien”.
Cohen: “Waarom niet?”

Pechtold: “Als we dat wel doen dan wordt dat onderwijs nog duurder, dus spreken we van passende kindertjes. Mooie term, die aan twee kanten snijdt. Je kunt die kids zo overal inpassen waar je ze hebben wil en dat houdt de kosten beheersbaar. Als wij nog eens komen te regeren, zitten wij niet met duur onderwijs opgescheept”.
Cohen: “Hm, da’s waar. Ik zie het al voor me Alex, dat jij dan ineens zou moeten zeggen: Ich bin ein Käsemesser”.

Elias: “Scheisse!”
Cohen: “Huh?”
Pechtold: “Da’s duits voor fuckaduck”.

Elias: “Fuc a duck? Ik kreeg de kans niet eens!”
Pechtold: “Had je maar moeten bukken”.
Cohen: “Dat kennen ze niet bij de VVD”.

Pechtold: “Jawel, let maar eens op als de Amerikanen om een missie in Iran vragen”.
Elias: “Mwah, jij bent ook niet vies van een missie”.
Cohen: “Ha,ha, da’s waar, Du bist ein Missionar, hè Alex?”

Pechtold: “Leuk hoor, maar jouw standpunt heeft je ook niets opgeleverd”.
Elias: “Jahaaa, Jobbie, Balkenende laten ploffen en tegen blauw in Afghanistan, allemaal mooi, maar dankzij jullie principes zitten wij nu in de regering. Het was allemaal voor niets”.
Pechtold: “Precies, ganzumsonst”.

Cohen:
Ich bin der Ganzumsonst
Für mich kommt nichts in Frage
Ich bin der Mangelmensch
mich grauen alle Tage

Ich habe keine eigene Weise
Das Leitmotiv ist mir verstorben
Mit dem Suchen aller Arten
Habe ich mir die Lust verdorben

Weshalb? denke ich immerzu ein Ganzumsonst
Noch so oft ein Fragezeichen?
Könnte es nicht ein Anderer sein?
Warum ich?

Die Abwesendheit die meinen Alltag stört
Sie ist nicht erwünscht
Unerzwinglich,
Ganz niedrig
Ohne Gegenstand

Umsonst, umsonst,umsonst und ewig immer

Mein Anteil an dem Dasein (Pechtold, Elias: Unwichtig!)
Jede Tat und jede Leistung (Pechtold, Elias: Nichtig!)
Alle Mühe all das Trachten (Pechtold, Elias: Vergeblich)
Die Unfähigkeit jedoch erheblich


Ich kann nicht durchhalten
Beschlüsse kommen nimmer
Und wie einfach auch die Frage ist
Die Antwort fehlt mir immer

Brakke eendracht.

Eendracht Deze middag zijn vier oppositiepartijen bijeen, om eendrachtig een vuist te maken tegen het beleid van kabinet Rutte. De vier partijen heten in de media (de roeptoeter van de volksmond?) links te zijn. Met een duur woord: progressief. De bijeenkomst vindt plaats in de Brakke Grond, een etablissement in het pittoreske dorpje Amsterdam.

De brakke grond. Symbolischer kan het niet. Brak staat voor de vermenging van zout en zoet water. Een overgangstoestand. Brak staat ook voor de conditie waarin men verkeert na een nacht doorhijsen in de kroeg. De Brakke Grond is een Vlaams cultureel centrum. Het ideaal een eendrachtige coöperatie te smeden, is gedoemd te sneuvelen op brakke grond.

Het zoetzuur van de PvdA, het zout van de SP, het zoet van GL en het vleesch noch visch van D66 laat zich niet makkelijk vermengen tot een smaakmakend gerecht, waar de volksmond wel pap van lust.
Dat zo’n bijeenkomst wordt gemanifesteerd in het Vlaams cultureel centrum, is een strategische misser. Onze zuiderburen hebben nog veel meer moeite, met eendracht. Hebben ze daar ondertussen al een kabinet?
Nee, zulke initiatieven moet je niet op grootschalige bijeenkomsten bespreken. Een grotere kans van slagen bestaat als men zich met een klein gezelschap terugtrekt in een of andere kroeg.

Toen het slecht ging met het CDA, dat wonderlijke samenraapsel van katholieken, gereformeerden en hervormden, trokken enkele CDA’ers zich terug in het Haagse café Schlemmer. Het
Schlemmerberaad resulteerde in de opkomst van Balkenende. Het CDA werd trouwens in de steigers gezet tijdens bijeenkomsten in hotel De Pays Bas te Utrecht, door de ‘groep van achttien’. Twee historische horecasessies, die eenheid smeedden in politiek-christelijk Nederland.

Iets dergelijks is slechts één keer gelukt buiten het CDA om. In een deftige salon in het Haagse Des Indes kregen PvdA, VVD en D66 het voor elkaar een antwoord op de macht van het CDA te formuleren. De JOVD, de jongerenclub van de VVD, had het initiatief genomen en het
Des Indes-beraad resulteerde in twee kabinetten van links-liberale samenwerking.

Zo doe je dat dus, Cohen! De man denkt te groots. Hij gooit zijn voorstellen meteen in de openbaarheid en roept op tot grote manifestaties en probeert op nu in de Brakke Grond een groot gebaar te maken. En hij trekt zich teveel aan van de tijdgeest. In deze tijd krijg je er flink van langs als je achterkamertjespolitiek bedrijft.
De geschiedenis leert dat je gewoon in kleine clubjes wat sjiekere kroegen op moet zoeken. Dat praat heel anders. Veel gemoedelijker. Veel veiliger ook, want uit de spotlights van de paparazzi.

Wil Cohen een ‘links’ antwoord op Rutte, dan moet hij ook minder groots denken. Als het al tot een actieprogramma komt, is de kans groot dat het publiek denkt dat er knollen voor citroenen worden verkocht.
Het thema van Cohen's coöperatieve eendracht, 'tegen Rutte', is veel te breed. Vroeger organiseerden boeren en arbeiders zich rond hun eigen belang. Verbouwden ze aardappels dan stichtten ze de coöperatie De Volharding om hun waren goed in de markt te zetten.

Het organisatiemodel van
coöperaties mogen dan marxistische fossielen zijn, het werkt wel beter om mensen rond één belang te organiseren. Vorig jaar behaalden de gezamenlijke schoonmakers zo ook hun succes. Eendracht maakt macht. Maar als de samenwerking daartoe niet van de brakke grond wil komen, moeten we het in kleinschaliger vormen zoeken.

Wiens tijd zal de formatie wel duren?

Wiens tijd zal de formatie wel duren? Nu informateur Rosenthal na twee pogingen in 18 dagen, de derde gok gaat nemen, tijd voor wat formatie-weetjes.
Natuurlijk zijn we benieuwd of Rosenthal de geschiedenis in wil als de informateur met de meeste pogingen in de kortste tijd. Maar dat is nog geen feit.

Dat Rutte de tweede poging heeft gesaboteerd is enigszins wonderlijk. Dat wil zeggen: hij wilde toch heel graag
uiterlijk 1 juli zijn nieuwe kabinet op het bordes presenteren? Of hij is zijn diepste wens vergeten,òf Rosenthal draait hem een loer.
Goed, er is nog een heel kleine kans dat Rutte 1 juli haalt. Dan zou hij, net op tijd, de jongste premier in de naoorlogse geschiedenis zijn. En we zouden dan ook de kortste formatie kunnen boeken.

De eretitel “jongste premier” staat nu op naam van Ruud Lubbers. De kortste formatieperiode ging vooraf aan het kabinet Drees-van Schaik. Slechts 31 dagen waren nodig om deze PvdA, CDA, VVD coalitie te smeden. Rosenthal moet dus in een paar dagen regelen dat die combinatie het nu gaat worden, om een formateur nog genoeg tijd te geven om op 30 juni klaar te zijn. Zou Rutte premier worden van een kabinet met slechts 26 dagen formatietijd.

De langste formatie, 208 dagen, leidde tot het kabinet Van Agt I, een coalitie van CDA en VVD. Korte of lange formaties zeggen overigens niets over de houdbaarheid van een kabinet. De drie kortst zittende kabinetten, Van Agt II, Balkenende I en Biesheuvel I, werden geformeerd in respectievelijk 108, 67 en 69 dagen.
De drie langst zittende kabinetten, Lubbers III, Den Uyl en De Jong hadden 54, 163 en 48 dagen nodig om in elkaar getimmerd te worden.
In dit exceldocument een overzicht, waarin de rompkabinetten buiten beschouwing zijn gelaten.

De gemiddelde formatieduur staat op 82 dagen. Als een formatie van heel gemiddelde kwaliteit wordt, dan staat het nieuwe kabinet pas op 1 september op het bordes. Rutte heeft dan niet de kortste formatie beleef en is zeker niet de jongste premier. Als-ie al premier wordt. Die kans heeft hij vandaag een
stuk kleiner gemaakt.

Nu er een poging wordt gedaan het CDA er weer bij te betrekken, stijgt de kans wel om tot een korte formatie te komen. De tien kortste formaties hebben geleid tot kabinetten met CDA, PvdA en VVD er in. Waarbij CDA en VVD elkaar 4 keer snel vonden, CDA en PvdA 3 keer vlot van formeren waren en slechts 2 keer alle drie de partijen het snel eens waren. Uitzondering in dat rijtje is de formatie van het CDA, VVD, LPF kabinet.

Alleen als de betrokken partijen rap hun principes inleveren, kan er nog vlot worden geformeerd. Maar blijken de fractieleiders van hetzelfde principiële hout gesneden als ooit Van Agt en Den Uyl, dan wordt het nog een hele lange rit.
De maakbaarheid van kabinetten kent geen tijd.

De democratie is dood, leve de democratie

De democratie is dood, leve de democratie Dames en heren,
Wij zijn vandaag bijeen om de te jong gestorven democratie te gedenken. In de knop gebroken, in de bloei van haar leven geknakt. Er hangt een sluier over de ontluikende lente. De eerste zonnestralen van het prille voorjaar, doen ons opleven. De democratie is echter dood verklaard, door hen die smachtend uitzien naar een zinderende zomerdag op 9 juni aanstaande.

Job Cohen wil het huis van Thorbecke renoveren en wil een
Nationaal Akkoord voor de democratie. Jan Marijnissen sprak in zijn Thorbecke-lezing over een problematische democratie. Tjeenk Willink presenteerde het jaarverslag van de Raad van State en mijmerde ook wat over ons politieke stelsel. In elk verkiezingsprogramma staan wel een paar regels over bestuurlijke vernieuwing.

Terecht merkt heer Willink op dat de verkiezingsprogramma’s bestuurlijke vernieuwing vooral in het kader van bezuinigingen plaatsen. Minder overheid, dus minder ambtenaren en bestuurders.
Maar, evenals de heer Cohen, wordt de rol van de burgers niet vergeten. Betrokken moeten ze zijn. Verantwoordelijkheid nemen. De democratie is dood, maar met een vernieuwd burgerschap zouden we er niet om hoeven treuren.

Dames en heren, wat zojuist ten grave is gedragen, is het resultaat van een democratie dat een leven is gaan leiden, die niet naar ieders idealistische zin is. Met name zij die het over bestuurlijke vernieuwing hebben, mogen we verdenken van een aanslag op onze jonge democratie.
Je kunt het hebben over een groot of een klein bestuur, over de wijze waarop een bestuur kan worden gekozen of benoemd, over wie dat bestuur mag kiezen of benoemen, over wat en bestuur mag kosten en wie afgevaardigd mag worden om het bestuur te controleren. Maar dan heb je het nog altijd over het bestuur en niet over de democratie.

Was democratie bij haar geboorte niet bedoeld als een staat geregeerd door velen? Een volksheerschappij? Wel, dat betekent dat de democratie de laatste eeuwen alleen nog in naam levend was. De ‘velen’ zijn vervangen door selecte groepjes bestuurders. Daar waar ‘het volk’ een poging deed haar heerschappij terug te vorderen, werd het afgestraft met bloedige repressie of met de meer humane repressieve tolerantie. Het ontmoedigde en terneergeslagen 'volk' kreeg tenslotte de laatste slagen toegediend. Het kreeg normen en waarden en verantwoordelijk burgerschap gedicteerd. De democratische ruimte is er niet groter op geworden.

Wat als volksheerschappij geboren was, is van regentendom tot bestuurderschap verworden. Als men die democratie dood wenst te verklaren, dan kan men toch alleen nog roepen: de democratie is dood, leve de democratie?
Wat is er zo verschrikkelijk aan 'het volk', dat haar zeggenschap wordt verbannen naar dialoogtafels en de vierjaarlijkse stembusgang? Waarom is 'het volk' nu 'de burger' en niet de verzameling stratenmakers, verplegenden, rijwielhandelaren, boeren, wetenschappers, ouders, studenten, schoonmakers, boekhouders en al wat een individu kan zijn?

Waarom hebben al die individuen niet meer zeggenschap en heerschappij, dan nu het geval is? Moet dat niet de vraag zijn, als we de democratie willen reanimeren?

Het stokje overdragen

Het stokje overdragen Een groot orkest vraagt om een goede dirigent. Eentje die niet alleen verstand heeft van maten en noten, maar ook de sociale cohesie weet te sturen. Dat stond vorige week zondag hier in Sax en de democratie, nadat de saxspelende Emiel Roemer het stokje overnam van Agnes Kant.

Het deed me herinneren aan de film Prova d’Orchestra van Fellini. Ook deze week was er aanleiding genoeg om naar de rol van een dirigerende lijsttrekker te kijken. Alle ogen zijn ineens gericht op Job Cohen. De sterke leider die de PvdA groot zal maken?
Ervaring als dirigent heeft hij al. Op de Amsterdamse Uitmarkt van 2006, dirigeerde hij het Willem Breuker Collectief. Net als na zijn persconferentie van afgelopen week, waren ook toen de meeste recensies positief. Ook toen wist Cohen: “Het was verschrikkelijk moeilijk, maar het is net als in mijn werk: als je met goede mensen omgaat, hoef je zelf niet zoveel te doen”.

Werken met de goede mensen. Zeker, kan een hoop gedonder schelen. Wie moeten er dan in Cohen’s droomorkestje moet zitten, was de vraag die je
hier kan beantwoorden.
Cohen’s voorganger, Wouter Bos, de boel niet goed bij elkaar te kunnen houden, maar regisseerde zijn vertrek en opvolging weer heel kundig, volgens sommigen.

Mocht Cohen het tot minister-president schoppen, dan mogen we hopen dat hij meer leiderschapskwaliteiten heeft dan Balkenende. Zou hij het zelfs als vicepremier en voorman van de PvdA, beter doen dan Wouter Bos?
Bos raakte twee mensen kwijt. Ahmed Aboutaleb werd burgermeester van Rotterdam. Dat was bij Bos bekend, maar hield dat lang stil en dat leverde hem flink kritiek op van het CDA.
Het vertrek van Ella Vogelaar was een meer interne kwestie, waar Bos nog goed mee wegkwam. Hij verdiende er geen schoonheidsprijs meer.

Daar moet je een goede dirigent voor zijn. Iemand als Riccardo Chailly. In
VPRO’s Zomergasten van 2007, haalde SER-voorzitter Rinnooy Kan (kandidaat voor Cohen’s dreamteam?) een fragment van stal, uit de film Attrazione d’Amore van Frank Scheffer.
Pianiste Maria João Pires reageert als een aangeschoten Ella Vogelaar, als ze ontdekt dat ze een heel anders stuk heeft voorbereid, dan Chailly het orkest heeft laten inzetten. Toen Wouter Bos dat ontdekte, stuurde hij Vogelaar weg. Chailly pakt dat heel anders aan.

Kijk nog eens naar de eerste 4 minuten
van dit fragment (Youtube) en zie hoe Chailly haar bij de les krijgt. Hij legt de boel niet stil, dirigeert rustig door, negeert haar ontreddering en praat zachtjes op haar in, waarop ze de juiste noten weet te vinden.
Hebben we in de politiek wel leiders die zulke mooie dingen voor elkaar kunnen krijgen?