Tagarchief: dodenherdenking

De beste trompettist.

Taptoe Het is volbracht. Dit jaar zonder schreeuwer. Gewoon weer zoals het hoort. Devoot en twee mooie minuten stilte. Wie niet bij de Nationale Herdenking kon zijn, of bij een van de vele anderen, heeft het ongetwijfeld samen met de televisie herdacht. Daar wil ik het even met u over hebben.

Het is misschien ongepast televisieregistraties van de dodenherdenking te recenseren, dus dat ga ik ook niet doen. De herdenking op de
Waalsdorpervlakte, uitgezonden door RTL4, heeft altijd mijn voorkeur gehad. Op de een of andere manier vind ik de soberheid van die plechtigheid veel beter passen bij het herdenkingsmoment. Een enkele klok en een zandduin als monument. Een paar mannen in overalls er om heen en een vrij alledaags publiek.
Hierbij vergeleken heeft de herdenking op de Dam het karakter van een groots gala en het is dat je als kijker wel beter weet, maar je mist in die entourage toch een beetje applaus en gejoel na de toespraken en de kransleggingen. Een gedachte die bij de Waalsdorpervlakte geen seconde in je op zal komen.

Vlak voor de twee minuten stilte gebeurt er elk jaar iets spannends en dat is het enige moment dat ik van de ene uitzending naar de andere zap. De taptoe.
Niet dat ik dat muziekje zo prachtig vind. Eigenlijk is het een saai deuntje, dat historische gezien ook nog een volledig misplaatst is op een dodenherdenking. Deze Taptoe, ook bekend als de Last Post, was ooit een trompetsignaal waarmee in kazernes duidelijk werd gemaakt dat het de hoogste tijd was om de brits op te zoeken. De kroegbazen moesten
de tap sluiten en de soldaten naar de kazernes sturen. Nu wordt het melodietje vooral bij herdenkingen getoeterd.

Op de Dam zie je altijd een muzikant met een ventieltrompet, op de Waalsdorpervlakte een natuurtrompet, zonder knopjes. Het maakt niet uit, want de Taptoe wordt ook op een ventieltrompet geblazen zonder de knoppen te gebruiken. Met louter variatie in lipspanning en blaastechniek, komt de melodie tot stand. Een beetje geoefende trompettist krijgt het deuntje er wel uit. Maar bij de dodenherdenking zijn er omstandigheden die het de muzikant behoorlijk lastig maken.

Het meest lastige is de temperatuur. Vaak staat er een erg fris briesje tijdens de dodenherdenking op 4 mei. De muzikant staat enige tijd te wachten en heeft amper gelegenheid de trompet op te warmen. Dat is link bij een koperinstrument. De solist heeft ook geen tijd even een opwarmend introotje te spelen. De Taptoe moet er in één keer uit. En natuurlijk zo zuiver mogelijk, want al zijn collega-muzikanten luisteren mee, het publiek staat boven op zijn lippen en hij is ook nog eens vol in beeld bij duizenden kijkers. Dat is lastigheid nummer twee: de zenuwen voor de voorstelling.
Ik weet niet of u ervaring heeft met een trompet. Ik wel en ik verzeker u dat je er stukken lastiger geluid uitkrijgt dan uit een vuvuzela.

Het grootste gedeelte van de melodie is gelukkig redelijk makkelijk. Het ligt keurig in het middenregister van het instrument. Alleen zitten er af en toe wat snelle ritmes in. Een paar noten die kort achter elkaar geblazen worden. Daar kun je met koude lippen gauw over struikelen.
Aan het eind loert het grootste gevaar. Tot drie keer toe moet een lage noot worden gespeeld. Een noot die al die tijd nog niet voorkwam in het stukkie en dat einde vraagt het meeste van de lip- en blaastechniek van de trompettist.

Dit jaar was de blazer op de Waalsdorpervlakte de beste trompettist. Die op de Dam was niet onaardig, maar hij had net iets teveel vibrato en die laatste noten waren blubber. Het is de man waarschijnlijk niet eens kwalijk te nemen. Misschien stond hij op de Dam meer in de wind, dan zijn collega op de Waalsdorpervlakte. Of had hij meer last van de zenuwen omdat hij een groter en sjieker publiek voor zijn snufferd had.
Hulde dus voor beide trompettisten, maar de beste was die op de Waalsdorpervlakte.

Voor wie het eens wil proberen: regel een trompet zonder ventielen, zoek op een kille avond een duintopje op en probeer dit dan eens te blazen.
Taptoe

De idioot op de Dam

De idioot op de Dam Excuses mensen, echt, sorry, het spijt me verschrikkelijk dat u gisteravond zo geschrokken bent. U weet niet half hoe graag ik wil, dat het anders gelopen zou zijn. Maar helaas, helaas, we hebben hem ook niet hier binnen kunnen houden.

Ja, hij is gestoord, Al een heel leven lang. Altijd anderen tot last. Irritant mannetje. Vooral als hij wat op heeft. Nuchter gaat-ie nog wel. Eigenlijk is-ie dan best wel aardig, maar dat soort momenten heeft-ie helaas te weinig. Nee, als hij onder wat voor invloed dan ook is, valt er geen land met hem te bezeilen.

Toen ik de eerste berichten las, over de toedracht van dat verschrikkelijke moment, wist ik meteen: dat is er een van ons.
Een van ons, niet van u natuurlijk. Ook niet echt van mij, maar een van de vele mensen waar wij mee werken. De daklozen, de a-socialen, de paupers, de eeuwige criminelen. Draaideurtype? Nou, hij wel.

We konden hem niet binnenhouden omdat de opvang vol zat. Zeker tijdens dit soort dagen worden ze massaal de opvang ingejaagd. En normaal gesproken laten we er een paar meer binnen, dan eigenlijk mag, maar hij stond al compleet van de wereld voor de deur te tieren. Om veiligheidsredenen hebben we hem weer weggestuurd. We waren al onderbezet en moesten ook nog met twee onervaren uitzendkrachten draaien. En ik wilde graag zonder al te veel incidenten mijn dienst doen.

Daarom mijn excuses. Even niet aan al die mensen op de Dam gedacht. Want dat gekke Henkie voor overlast zou zorgen, was wel zeker. Alleen er niet bij stil gestaan dat-ie dat daar zou doen. Normaal gesproken hebben ze hem al in zijn kraag, hier op de hoek van de straat, omdat-ie staat te schreeuwen, of in een portiek plast, of in het openbaar zijn biertje drinkt. Maar ja, ik begrijp ook wel dat de politie het nu te druk met andere zaken had.

Ik noem hem gekke Henkie, maar ik zal u eerlijk vertellen: ik weet ook niet hoe hij heet. Jaren geleden kende ik elke gast hier van naam. Maar dat is de laatste twee jaar niet meer te doen. Het is zo druk hier. Er komen zoveel mensen. De luitjes die al jaren hier komen ken ik wel. Maar er zitten zoveel nieuwe gezichten bij. En vroeger waren ze of alcoholist, of junk, of gewoon simpel. De alcoholisten en de junks werden na een aantal jaren knettergek, omdat hun hersens bezweken onder het gebruik.
Tegenwoordig komen ze al gestoord binnen. Meer dan de helft van wat nu binnenkomt is “afdeling psychiatrie’, zoals wij dat hier noemen.

Tijd om iedereen te leren kennen, hebben we niet. Want het overlastbeleid is dan wel succesvol, minder gekke Henkies op straat, maar meer collega’s hebben we er niet bij gekregen. Sterker nog, we hebben minder personeel. Vroeger hadden we nog ruim huishoudelijk personeel. Nu moeten we zelf ook in de keuken staan en de natte groep schoonhouden. En alles rapporteren natuurlijk.
Zelf vinden we dat daardoor de tijd voor persoonlijk contact met onze gasten, zwaar is achteruit gegaan. We hadden wel geleerd dat persoonlijk contact veel hielp, om die mensen een beetje op de rails te houden. Maar ja, gaan we minder rapporteren, krijgen we minder subsidie, zegt de chef.

Het spijt me zo verschrikkelijk dat we deze ene knakker niet de aandacht hebben kunnen geven, die hij nu ineens volop heeft. Dat is dan weer wel een geruststellende gedachte. Voorlopig zit hij wel binnen en reken maar dat in dit geval er alles aan wordt gedaan om hem een poosje binnen te houden.

Ik vind het wel wat jammer dat onze minister-president zo snel wist te vertellen dat gekke Henkie bewust de herdenking heeft verstoord. Je moet dat bewustzijn van ons soort gasten eens van dichtbij bekijken. Overgaar gekookte spaghetti lijkt er nog het meeste op.
Als er al een min of meer bewuste reactie is geweest, dan zijn er twee mogelijkheden. Of hij moet gedacht hebben: wat nou stil, toen iedereen om hen heen dat zei. Of hij hoorde in die stilte de stemmen in zijn hoofd. Ineens geen afleiding, geen omgevingsruis dus stond-ie daar alleen met zijn oorverdovende stemmen. Toen is-ie terug gaan schreeuwen.

Jammer. Verkeerde tijd, verkeerde plaats. En allemaal onze schuld, omdat we ze niet allemaal 24 uur per dag binnen kunnen houden, laat staan ze de aandacht geven, die ze verder nooit krijgen.
Dus, beste mensen, veel heeft u er niet aan, maar toch excuses.