Tagarchief: Drees

Rutte de beste crisismanager?

Rutte als beste crisismanager? Vorig jaar, zo rond 9 juni, keken we terug in de geschiedenis, op zoek naar de minister-president, die de beste crisismanager aller tijden zou zijn. De lezers bepaalden dat Willem Drees als beste uit de bus kwam.

Je mag een premier natuurlijk rustige tijden wensen. De dagelijkse boel bij elkaar houden, is al een heel karwei. Wie daarnaast met oorlogen, natuurrampen, economische crisissen of andere catastrofes te maken krijgt, heeft wel een heel zware job.
Vorig jaar maar eens op een rij gezet, welke premiers met zulk onheil te maken hadden (zie dit exceldocument).

In de artikelen op dit weblog (
de aankondiging en de uitslag), verschenen ook als gastlogjes op GeenCommentaar (hier de aankondiging en daar de uitslag). Ik link ze allemaal, zodat je nog ook door de reacties kan scrollen.

Nog even, en het is weer 9 juni. Met natuurlijk weer een crisis: de kans dat Mark Rutte premier wordt. De vraag rijst dan: zal hij een goede crisismanager zijn?
Hij komt dan aan het roer, terwijl de economische crisis nog lang niet voorbij is.
Rutte wil het land er bovenop helpen, maar zijn partijgenoot
Zalm kondigde al aan dat Rutte zeer waarschijnlijk al bijna 30 miljard euro tekort gaat komen. De ABN-Amro gaat de staatsteun niet terug betalen.

Rutte is
erg openhartig over zijn kwaliteiten als “minister-president de crisismanager”. Als er een ingewikkeld kabinet wordt geformeerd, blijft hij liever in de Kamer zitten. Hij wil dus wel wat aan de economie doen, maar niet als hij ook nog een kabinet bij elkaar moet houden. Dat mag Neelie Kroes dan doen. Rutte wil dan fractievoorzitter blijven.

Zijn staat van dienst in die hoedanigheid, geeft niet het idee dat hij in die positie wel een goede crisismanager is.
In 2006 leidde hij de VVD-campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen en de partij ging er 1,5% op achteruit. Als lijsttrekker bij de 2e Kamerverkiezingen in datzelfde jaar, verloor de VVD zes zetels. Maar goed, de grillen van het electoraat zijn een lijsttrekker niet helemaal aan te rekenen.

Als fractievoorzitter kreeg Rutte wel wat crisissen voor de kiezen. De grootste was natuurlijk de
affaire Verdonk, in 2007. Verdonk had het op haar heupen gekregen, omdat ze bij de verkiezingen meer voorkeursstemmen had gekregen dan Rutte en deed een greep naar de macht. Rutte wist ternauwernood zijn huid te redden.
In 2009 kreeg hij opnieuw met wat oppositie uit eigen gelederen te maken, toen hij de vrijheid van meningsuiting wenste op te rekken door het verbod op Holocaustontkenning af te schaffen.

Maar goed, hij leeft nog en trekt wederom de VVD-kar. Nu met meer succes dan in 2006 en een kans om vader des vaderlands te worden.
Daarom vandaag de lezersvraag: Kan Mark Rutte de beste “MP als crisismanager” worden?

Welke MP is de beste crisismanager?

Welke MP is de beste crisismanager? Het Historisch Nieuwsblad heeft Gerrit Zalm uitgeroepen tot de tot beste minister van Financiën sinds 1900. Het lijkt wel of de 150 deskundigen vooral de ministers van Financiën loven, die af en toe een greep in de staatskas deden om de burgers een fooi te geven. Zalm mocht in de Paarse periode nog wel eens een meevallertje weggeven. Vlak na de Tweede Wereldoorlog deelde minister Lieftinck een tientje uit aan elke burger. Lieftinck scoorde de tweede plaats.
Zalm is blij met de eretitel en gaat nu voor “beste bankier sinds 1900”, zo zegt hij in het Historisch Nieuwsblad.

Nou had Zalm het tij redelijk mee. Wouter Bos, die in de verkiezing als zevende eindigde, heeft het wel wat zwaarder. De crisis is nog niet voorbij en of hij nog wat uit mag delen aan het volk, moeten we afwachten.
Dat brengt me op een heel andere vraag.

Regeren in tijden van rampspoed en tegenslagen is natuurlijk een veel grotere opgave, dan het land besturen met de wind mee. Dat vraagt veel van een kabinet en vooral van een minister-president. Die moet zijn kabinet op de rails houden en het volk op vertrouwenwekkende wijze door de crisis heen loodsen.

Was dat Ruijs de Berenbroek, die in 1918 met Troelstra’s revolutie te maken kreeg en in 1929 tijdens de wereldwijde economische crisis dit land moest leiden?
En hoe deed Gerbrandy het tijdens de Tweede Wereldoorlog? Dat is toch een crisis van heel andere orde, dan een paar vallende banken.
Willem Drees kreeg niet alleen de taak de democratie weer op te starten in 1945, maar was crisismanager tijdens de politionele acties in Indonesië (1948) en zat in zwaar weer met het Nieuw-Guinea beleid (1951).
Premier De Quay mocht in de 60’er jaren de woningnood tackelen.

Den Uyl kreeg in de 70’er jaren met de oliecrisis te maken met een kabinet dat soms rollenbollend over straat lag.
In de 80’er jaren had Van Agt het moeilijk met de werkloosheid en de onrust onder de burgers wegens de kruisraketten.
Lubbers nam die fakkel over en kwam in economisch slechtere tijden terecht.
Onder Wim Kok ging het dan allemaal wat florissanter, hoewel hij op de valreep nog aan de Sebrenicacrisis onderuit ging.
En nu mag Balkenende zich kredietcrisismanager noemen.

Welke premier is de beste crisismanager sinds 1900? Wie slaagde (slaagt) er het beste in het land door woelige tijden te loodsen? Jouw reactie graag, met natuurlijk een motivatie waarom je een van de negen de beste crisispremier vindt.
Noem 1, maximaal 3 MP's (gerangschikt naar beste, ook wel goed en op je 3e plaats nog een redelijke kandidaat) en volgende week kom ik er op terug om dan de top-drie te presenteren.
In dit document (excel-sheet!) vind je de MP'snog eens op een rij met extra informatie.

Sterkste schouders, zwaarste lasten

Dali Rinoceronte

Kabinet en 2e Kamer filosofeerden de afgelopen week over het thema De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
Heldere stelling. Toch voor meerdere uitleg vatbaar, zoals uit de Algemene Beschouwingen bleek.

Neem de AOW. Ruim een eeuw geleden brak het inzicht door dat mensen niet moesten werken tot ze er dood bij neervielen. Als werkgever werd je op de meest onverwachte momenten met vacatures geconfronteerd. De oudere werknemers maakten het personeelsbestand tamelijk onstabiel. De vraag was wel: hoe ga je om met mensen die vanwege hun hoge leeftijd eruit gebonjourd worden? Die moesten toch enig inkomen hebben, want zo behield je ze wel als consument, de klant die een bedrijf nodig heeft om overeind te blijven.

Lange tijd was het pensioen een kwestie van particulier initiatief. Bedrijven die zelf een pensioenfonds creëerden, zoals hier de firma Stork (1881). Pas in 1917 werd een pensioenfonds opgericht die voor een hele bedrijfstak was bedoeld.
Het eerste staatpensioen, de voorloper van de AOW, werd in 1889 wettelijk geregeld in Duitsland door kanselier Otto von Bismarck.
De AOW zoals wij die kennen, stamt van 1957 en was een upgrade van de Noodwet Ouderdomsvoorziening, die onder Willem Drees tot stand kwam.

Nu, ruim honderd jaar na de eerste initiatieven en 51 jaar na de invoering van de AOW, wordt er dus opnieuw over deze ouderdomsvoorziening gefilosofeerd.
De oppositie ziet kennelijk in dat de plannen van dit kabinet niet tegen zijn te houden. Een Kamerbreed gesteunde motie om dit onderdeel van het beleid compleet van tafel te vegen heb ik niet langs zien komen.

Er is voor een andere tactiek gekozen: het op onderdelen rommelen aan de AOW-plannen. Of die tactiek vruchten af gaat werpen, moeten we nog afwachten. Balkenende verklaarde zich bereid een voorstel van GroenLinks bespreekbaar te maken. GroenLinks stelde voor om mensen die een zwaar beroep uitoefenen na 40 jaar wel een AOW te geven.

Minister Donner vindt dat maar niks. Het is, zegt hij, niet eerlijk tegenover mensen die korter hebben gewerkt. Bijvoorbeeld vrouwen die gekozen hebben een deel van hun leven te besteden aan de zorg voor hun kinderen.
's Mans wereldbeeld is duidelijk. Zorg voor kinderen is geen werk en zeker geen zwaar beroep. Sjouwen met boodschappen is een makkie, huishoudelijk werk is met de huidige technologische middelen zo licht als een veertje en eventuele geestelijke belasting valt natuurlijk niet onder zwaar werk.

Donner heeft wel het hart op de goede plaats, Hij adviseert mensen met zware beroepen op tijd naar lichter werk te solliciteren. Ik mag aannemen dat hij zijn collega's van Onderwijs en Economische Zaken op hun hart drukt dat ze het mogelijk maken dat mensen zich kunnen omscholen en dat bedrijven die mensen dan ook aan een baan helpen.
Dat zal geld kosten, maar daar heeft Donner dan weer een collega voor op Financiën, die de impopulaire maatregelen mag bedenken om de begroting dekkend te houden.

De volgende stap in de onderhandelingen is dan te bepalen wat zware beroepen zijn. Zijn dat alleen beroepen waarbij lasten van meer dan 60 kg. worden gedragen? Mogen dat ook beroepen zijn waarbij geestelijke belasting meetelt?
En moeten die 40 werkzame jaren aaneengesloten worden doorgebracht in een en hetzelfde beroep?

Mochten Balkenende en Donner de oppositie tegemoet willen komen dan moet er nog flink gesteggeld worden over de voorwaarden.
Ik heb er nu al spijt van dat ik op 14-jarige leeftijd mijn krantenwijkje zwart heb gedaan. Dat telt dus niet mee. Vijf dagen in de week, in weer en wind met een paar kilo kranten rondfietsen was heus wel zwaar werk. Zeker als je in aanmerking nam dat ik toen op de Mulo zat en een schooltas vol zware boeken voor alle veertien vakken mee moest nemen.

En al die vakantiebaantjes. In de ongezonde lucht van de frituur van een snackbar gewerkt. Balen meel gesjouwd in een margarinefabriek, uren op de been gestaan als suppoost in een groot museum. En dan nu, ondanks alle scholing, in een baan waar de geestelijke belasting aan de orde van de dag is (personeelstekort dus overwerken, complexe problemen oplossen, agressie van bezoekers).

Iedereen kan alvast zijn of haar arbeidzame zegeningen gaan tellen. Want stel je eens voor dat het kabinet serieus werk maakt van het voorstel van GroenLinks. Dan ga ik gauw de maten en spierkracht van mijn schouders opgeven met een lijst van alle zware werkzaamheden erbij, die deze dunne schouders op zich hebben genomen.

Maar even serieus: ik mag niet klagen. Ik vrees meer voor de mensen die echt zwaar werk doen. Hoe het kabinet het voorstel van GroenLinks ook zal integreren in de gedeconstrueerde AOW, ik ben bang dat voor de stratenmakers, bouwvakkers en verhuizers het Beatles-deuntje zal gelden dat nu maar in mijn hoofd blijft jengelen: Boy, you gotta carry that weight, carry that weight a long time…..

Want al die zware beroepen hebben we met zijn allen wel nodig. Er wordt niet voor niets gejammerd over het tekort aan zulke vakkrachten.
Maar wie daarvoor “kiest” en ruim op tijd naar lichter werk wil zoeken om er zeker van te zijn überhaupt de nieuwe pensioengerechtigde leeftijd in gezondheid te halen, draagt daar natuurlijk zijn “eigen verantwoordelijkheid” voor. De escape voor het kabinet om de kosten “beheersbaar” te houden.

Ouder worden is rijker worden

AOW DreesWillem Drees is nu wel lang genoeg dood om ook de AOW bij te zetten in zijn graf. De goeie man zou nu met lede ogen moeten toezien hoe die AOW van al zijn franje wordt ontdaan. De uitvinding van de AOW gold in zijn tijd als een knap staaltje 'regeren is vooruitzien', maar zelfs Drees had de oldies-boom niet kunnen voorspellen. Hij had nooit gedacht dat het zo grijs zou worden dat die generatie een leuke bron van inkomsten wordt. Het CBS beweert dat iemand die 65 wordt een koopkrachtstijging van 2,5 procent kado krijgt. De laagste inkomens mogen zelfs op 5 procent koopkrachtstijging rekenen.
Het CBS begint hiermee meer op het Centraal Buro Staatspropaganda te lijken en het land op te warmen om steun te verkrijgen voor allerlei maatregelen die 'de vergrijzing' betaalbaar moeten maken. Een idee is om de AOW-ers zelf mee te laten betalen en het CBS rekent nu voor dat ze daar dus wel de koopkracht voor hebben.
Ik weet niet wat er de laatste jaren is veranderd, maar zo'n
7 tot 8 jaar geleden had je, volgens datzelfde CBS, op je 65ste met een koopkrachtdaling te maken van 7 procent. Dat kon overigens nog verschillen per regio. AOW-ers in het noorden van het land en Rotterdam gingen er op achteruit. In het Gooi, stukjes van de Veluwe en rond Eindhoven ging men er op vooruit.
Maar goed, blijkbaar geldt ondertussen: hoe ouder, hoe rijker. Dus het is niet zo'n beroerd idee om de koopkrachtstijging van AOW-ers deels aan te wenden om hun eigen oude dag mee te betalen.
In februari had het CBS uitgevogeld dat zeker 1 op de 10 AOW-ers komen in aanmerking voor een fiscale heffing omdat ze met een aanvullend pensioen genoeg inkomen hebben om mee te betalen aan de kabinetsplannen.
Maar
vorig jaar deelde het CBS nog mee dat 1 op de 7 inwoners van nederland geen recht heeft op een volledige AOW. Een AOW moet je namelijk bij elkaar sparen en als je niet lang genoeg hebt gewerkt of voor een deel in het buitenland hebt gewerkt, kan die AOW-opbouw aardig tegenvallen.
Ik kan niet rekenen, maar mijn lekenverstand zegt dat een groot deel van de AOW-ers helemaal geen koopkrachtstijging zal meemaken. Ook niet in de laagste inkomens. Een cliënt op mijn werk gaat dit jaar van de bijstand naar de AOW. Hij en zijn vrouw krijgen nu een gezamenlijke bijstandsuitkering van netto € 1060,- per maand en dat gaat in december naar ongeveer € 900,- per maand. Dat moet met een heffingskorting worden bijgespijkerd.
Zelf hou ik mijn hart vast voor mijn oude dag. Mijn pensioenfonds bericht elk jaar dat ik op mijn 65ste zo'n € 1100,- per maand zal krijgen (AOW en pensioen). Mijn huidige salaris: € 1600,- netto.
Het CBS wordt bedankt. Mensen blij maken met een dode mus. Tja, dat wordt dan blijven werken tot in het graf. En maar hopen dat de loonontwikkelingen zo voorspoedig zullen verlopen dat ik koopkracht genoeg overhou om de vergrijzing van Balkenende en Bos mee te betalen. Tenzij het CBS met weer andere cijfers komt……

De liefde van Drees

StenoliefdeHet is jammer dat ook vandaag nog veel belangrijke informatie in archieven zit opgesloten en we nog jaren moeten wachten tot het vrij wordt gegeven. Maar als er dan eindelijk iets aan de openbaarheid wordt prijsgegeven, tref je soms ook heel mooie zaken aan. In het Nationaal Archief mogen we nu de in stenografie geschreven liefdesbrieven van Willem Drees bewonderen. Drees hield niet alleen van de sociaal zwakkeren in de samenleving, hij hield ook van een goed glas druivensap en van bijzondere vormen van communicatie. Zo was hij erelid van de Universala Esperanto-Asicio. Esperanto is een kunstmatig taaltje, bedoeld om mensen uit verschillende culturen met elkaar te laten communiceren. De taalbarrières overwinnen voor een betere wereld.
Hij was ook erevoorzitter van de Federatie voor Stenografie.
Stenografie is een soort gecodeerd vlugschrift, dat op het eerste gezicht een beetje op het oeroude spijkerschrift lijkt of op het arabische schrift. Het werd gebruikt om in sneltempo verslagen te maken van vergaderingen en besprekingen. Zowel Drees als zijn vrouw beheersten dat goed en hun liefde werd in stenografie bedreven. Willen wij nu weten hoe intiem ze waren, dan zullen we die steno-code moeten leren.
Wat zou Vadertje Drees gevonden hebben van de hedendaagse ontwikkelingen? Zou hij nog steeds lid zijn van de PvdA, die best bereid is de AOW te hervormen? Ach, hij was voldoende politicus om te beseffen dat niet alle idealen haalbaar zijn.
Maar wellicht zou het jammer vinden dat het esperanto nooit de wereldtaal is geworden die de mensen bij elkaar heeft gebracht. Misschien zou hij nog wel verheugd zijn over de neo-variant van het kortschrift: de sms-taal.
Of het Nationaal Archief daar ook blij mee is valt te betwijfelen. Want hoe sla je de liefdes-sms-jes op, die Willem Alexander en Maxima hebben uitgewisseld? Straks heb je eindelijk een taal die iedereen begrijpt, maar zullen de oranje-fans de zieleroerselen van het beminde paar nooit te zien krijgen, dankzij de delete-knop.
Gelukkig maar dat echt politiek belangrijke zaken nog steeds anders worden genoteerd en bewaard. Hopelijk wordt ook alles veel makkelijker en sneller toegankelijk, zodat we niet op het Nationaal Archief hoeven te wachten of tot er om een parlementair onderzoek moet worden gevraagd.