Tagarchief: Europees Parlement

EU-verkiezingen ongeldig verklaard

EU-verkiezingen ongeldig verklaard

Je kunt allerlei analyses loslaten op de Europese stembusuitslagen, feit is dat dankzij drievoudig kiezersbedrog de rechterflank van het Europees Parlement flink is versterkt. Op twee blokken na (de niet ingeschrevenen en de Groenen) is iedereen er op achteruit gegaan. De sociaal-democraten het meest van allemaal.

Als je in aanmerking neemt dat er deze keer zo'n 6% minder zetels te verdelen waren, zouden de sociaal-democraten bij een verlies van 14 zetels even sterk zijn gebleven als in 2004. Ze verloren echter 58 zetels. De liberalen en democraten zouden met een verlies van 6 zetels op peil zijn gebleven. Ze moeten er nu 19 inleveren. Dat is aanzienlijk meer dan de christen-democraten moeten loslaten. Bij een achteruitgang van 18 zetels zouden ze op sterkte zijn gebleven, maar met het huidige verlies van 21 zetels is de schade reuze beperkt gebleven.

Nog even uitgaand van die 6%-norm, blijken de niet-ingeschrevenen (waaronder de PVV) een winst van 62 zetels behaald te hebben. De Groenen winnen ook (11 zetels), maar dat zet geen zoden aan de dijk (alles op een rij in deze excel-sheet, gebaseerd op de cijfers uit dit NRC-artikel).
Maar waar zit het kiezersbedrog nu in?

Wel, die komt van drie kanten. Om te beginnen van een deel der politieke partijen. Hoe het in andere landen is gegaan kan ik niet overzien, maar in Nederland zijn een aantal partijen (waaronder Libertas en de PVV) met hun eigen nationale thema's op verkiezingscampagne gegaan. Eigenzinnige (niks mis mee) tot soms bizarre (da's wel een tikkeltje vreemd) opvattingen over veiligheid, identiteit en anti-Europese sentimenten. Een enkele partij maakt het dan ook nog eens zo bont een icoon op de lijst te zetten, die bij voorbaat al aankondigt niet in het Europese Parlement te gaan zitten.

Dan het tweede element: de media. Die moet je niet van alles de schuld geven, maar continu de prognoses, peilingen en uitslagen vertalen naar landelijke zetelverdelingen geef een argeloze kiezer natuurlijk het idee dat een stem op een nationaal groeiende partij, van invloedrijke betekenis zou zijn in Europa.
Conclusie: het ging nauwelijks over Europa, de kiezer is onder valse voorwendselen naar de stembus gelokt.

In het derde element zit misschien het grootste venijn: de grootste bedrieger is de kiezer zelf. Als kiezers zich al niet door de media laten beïnvloeden, meent een groot deel zijn/haar zelfstandige keuze uit stemwijzers te kunnen halen. Zelfs op de dag van de verkiezingen peilden duizenden kiezers nog snel even hun voorkeur. Wie weet heeft zo een rechtgeaarde SP'er alsnog gekozen voor een meer liberale koers. Dat zou eens onafhankelijk onderzocht moeten worden.

Verder durf ik te stellen: de meeste mensen zijn niet wat ze kiezen. Men wil graag zichzelf zijn, wat dat voor een ieder ook mag betekenen.
Natuurlijk, men wil een veilig leventje. En dat leeft men ook. Het bezoek aan de Ikea's is niet teruggelopen omdat er een vermeende islamitische terreurdreiging was. Stranden zijn vol met mooi weer en de winkelstraten nog steeds gezellig druk op de koopzondagen.
Men wil ook kunnen rekenen op een redelijk pensioen en goede zorg. Dat wil men voor zichzelf, voor de familie en voor de naaste buren, bij wie men graag op verjaardagbezoek wil blijven komen.
Men bedriegt zichzelf door dan toch een stem uit te brengen op partijen die de schuld van onverkwikkelijke zaken in de schoenen schuiven van anonieme, verre buren.

Deze verkiezingen zouden ongeldig verklaard moeten worden, wegens drievoudig kiezersbedrog.

Onrustdag

Onrustdag

Genietend van de zondagsrust nog even een beschouwing over arbeidsonrust.

Vakbonden uit heel Europa gaan aanstaande dinsdag wat arbeidsonrust organiseren op de stoep voor het Europees Parlement. De vakbonden hopen met een grote demonstratie het parlement over te halen een besluit van Europese ministers van Sociale Zaken ongedaan te maken.

De ministers hebben besloten dat het de lidstaten vrij staat om 60 uren per gemiddelde werkweek als norm in de arbeidstijdenwetten op te nemen.

De nederlandse arbeidstijdenwet kent sinds 1 april 2007 ook een werkweek van 60 uur, maar bij 16 aaneengesloten weken noeste arbeid, mag het niet meer dan 48 uren gemiddeld per week zijn. (zie artikel 5:7 uit de Arbeidstijdenwet).

De Europese ministers hebben dus de weg vrij gemaakt voor een toename aan arbeidsonrust.
Onder de noemer “flexibele arbeidstijden” wordt langer werken verstaan. Dan ligt het gevaar op de loer dat ontspanning (vrije tijd) en reproductieve arbeid (huishouden, boodschappen doen, zorg voor kinderen) in de knel komen. Dat moet wel tot de nodige onrust leiden.

Ja maar, zeggen de Europese overheden, als we dit niet goed regelen dan krijgen we grote problemen als de vergrijzing eenmaal een feit is. Vanwaar dan naar een eendimensionale en verhullende wetgeving gegrepen?

Verhullend, omdat ze net zo goed een wet had een kunnen bedenken waar een maximum aan vrije tijd is vastgelegd. Dat had duidelijker geweest, maar zeker tot grotere protesten geleid dan de vakbonden dinsdag waarschijnlijk op de been kunnen krijgen.

Eendimensionaal, want er zijn meerdere oplossingen. Bijvoorbeeld eens nagaan of alle werk dat er nu is, allemaal wel zo nodig is. Schrap je de productie van onzinnige, onnuttige hebbedingetjes, dan kunnen de zo vrij gekomen werkende handen ingezet worden bij de wel nuttige en zinvolle arbeid.

Maar ook dat zal tot protesten leiden waar de Europese ministers liever niet mee te maken willen hebben. Ze worden niet graag beschuldigd van staatsbemoeienis met de vrije markt.

Je kan het de minister niet kwalijk nemen dat ze hen dan maar één oplossing rest: we moeten langer werken.