Tagarchief: GBA

Spookbeleid.

SpookjagerHet kabinet Rutte maakt vaart om op de demissionaire valreep nog wat hobby’s veilig te stellen en jaagt nog wat spoken na.

De spookburger, om concreet te zijn. Op voorstel van minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het kabinet ingestemd met een wijziging van het Besluit SUWI waardoor gegevensuitwisseling met het UWV mogelijk wordt. De wijziging treedt in werking op 1 juli 2012, meldt de ministerraad. Lokale overheden krijgen zo een extra instrument om zogeheten 'spookburgers' aan te pakken.

Hoewel het jaarlijks om krap 0,4% van de bevolking gaat, moeten we eens van die spokende burgers af. De meeste spoken duiken binnen een half jaar na uitschrijving uit een gemeente weer op. (Bron: CBS november 2011). En ook al blijkt dat maar een zeer beperkt deel der burgers spookt om duistere motieven (bron: Rijksoverheid november 2011). spoken zijn eng en ambtenaren raken gestresst als hun administratie niet op orde is.

De wetswijziging is ingegeven door de hobby’s van VVD en CDA: fraude en uitkeringen. Hoog op hun agenda en speerpunten van Rutte I. Natuurlijk is elk fraudegeval met uitkeringen er één teveel. De vraag is echter of de wetswijziging het gewenste effect zal sorteren. Gemeenten mogen dan een paar burgers per jaar kwijt zijn, maar vinden ze die wel bij het UWV?

Het UWV zegt er nog jaren over te doen voor ze hun chaotische administratie op orde hebben. In reactie op een rapport van de Nationale Ombudsman zegt het UWV dat in augustus 2011 nieuwe beleidsregels zijn opgesteld voor de adrescontrole. Uitgangspunt is: “uitgaan van het GBA-adres, tenzij…”. Lees het eens na in hoofdstuk 4 van het rapport van de Nationale Ombudsman (pdf).

Pardon? Uitgaan van de gemeentelijke basisadministratie? Maar de reden voor de wetswijziging was toch dat het in de GBA spookt?

Per 1 juli kunnen gemeenten dus individuele gevallen natrekken bij het UWV, maar vanaf 1 januari 2013 kunnen gemeenten ook de bij het UWV aanwezige adressen van al hun inwoners opvragen om hun totale administratie te controleren.
Het is te hopen dat de lokale overheden tegen die tijd een perfect werkende basisadministratie heeft, maar daar is men nog allerminst zeker over. De huidige GBA’s worden vervangen door een landelijke database. De overgang gaat gepaard met veel onzekerheden en de kans op fouten is nog groot, volgens een rapport dat minister Spies naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De erfenis van van Rutte I: hobby's die nog jaren zullen rondspoken.

Die, deze of mevrouw Jansen.

Probleemjeugd Van Rotterdam tot Slochteren heeft, men moeite met crowd control, omdat het principe wordt gehuldigd dat een massa uit te onderscheiden individuen bestaat. Lastig voor een overheid die van de maatschappij een samenleving wil maken. In de benadering van die maatschappij worden soms merkwaardige keuzes gemaakt tussen “de samenleving’ enerzijds, en “die, deze of mevrouw Jansen’ anderzijds. Naamgeving heeft soms de kenmerken van etikettering. Dat kan per maatschappelijk onderwerp aardig verschillen.

Als je de naam niet kent, zeg je maar meneer. Met dat zinnetje, ben ik opgevoed. Mijn ouders vonden het niet gepast, anderen te benoemen als “die schele”, “die kale” of “die troela”. Meneer kon natuurlijk ook een mevrouw zijn en het stamt waarschijnlijk nog uit die tijd, dat je ook nu nog soms brieven ontvangt met de aanhef: “Geachte mijnheer/mevrouw”. De cynicus in onze familie, de grappige oom Gerard zaliger, placht daar altijd van te zeggen: “Als ze niet kunnen kiezen, moeten ze niet verwachten dat ik daar op reageer”.

De tijden zijn veranderd. Van overheden en bedrijven krijg je steeds vaker correspondentie, met in de aanhef jouw naam. Van de belastingdienst kan ik dat begrijpen. Ik ben al jaren bekend bij deze dienst. Van de Sponsor Bingo Loterij snap ik dat niet. Ik heb daar nooit aan meegedaan, wil daar ook niet aan meedoen en toch krijg ik soms een brief, die begint met “Geachte meneer Peter, u heeft 20.000 euro gewonnen”. Dat blijkt niet eens waar te zijn, blijkt bij nalezing van het episteltje.

De overheid moet toch eens voorzichtiger worden met het verstrekken van gegevens uit de gemeentelijke basisdadministratie. Niet alleen omdat ongewenste reclame vervelend is. Ook omdat bij een grote hoeveelheid opgeslagen gegevens, iets fout kan gaan als de overheid werk moet uit besteden aan een of ander bedrijf. Op zich is het al vreemd dat een overheid moet afslanken, maar het gevolg is dat het particulier bedrijfsleven kan worden uitgebreid. Ik heb me laten vertellen dat zulks goed is voor de economie.

De relatie tussen overheid en bedrijfsleven leidde tot een
gedenkwaardig moment in Slochteren. De gemeente wil dat de inwoners meedoen aan het Burgernet. Elke inwoner ontving een brief, met een persoonlijke aanhef. Het bedrijf dat de brieven mocht drukken, moet wel uit China komen. Chinezen maken, denk ik, hetzelfde onderscheid tussen Nederlanders, als Nederlanders tussen Chinezen maken. Elke Slochtenaar heette ineens ‘mevrouw Jansen’.
Volgens het telefoonboek zijn er zeker drie Jansens in Slochteren. Ik durf te wedden dat er onder de overige 15.566 inwoners, minstens één cynische oom zit, die zijn medewerking aan het Burgernet gaat weigeren.

De Rotterdamse deelgemeente
Charlois werd voor een ander foutje op de vingers getikt. Het schijnt zo te zijn dat heel Nederland soms akelig last heeft van “die jongeren”. In Charlois dacht men het probleem voortvarend aan te pakken, door er “deze jongeren” uit pakken. Dus registreerde men de jeugd onder etiketten als “die Antillianen” of “die Marokkanen”. De gemeente zegt dat dit heel goed werkt. Voor zover bekend heeft nog nooit een jongere een brief gekregen met de mededeling: ‘Geachte mevrouw Jansen, wilt u zich maandag melden bij het jongerenloket”.

Het CBP (College Bescherming Persoonsgegevens) denkt daar anders over. De gemeente heeft niet kunnen bewijzen dat deze aanpak werkt en moet deze registratie stoppen. De gemeente overweegt in beroep te gaan. Ook al hebben we het niet kunnen bewijzen,
het werkt wel, zegt de gemeente. Het is immers goed om een Antilliaanse coach af te sturen op een Antilliaanse probleemjongere. En op een lastig Marokkaantje moet je natuurlijk een Marokkaanse buurtvader afsturen.
Als je al in dat soort opvoedkundige termen denkt, zou het dan soms niet beter zijn een Marokkaanse buurtvader juist op een Antilliaans jongetje af te sturen? Beter is natuurlijk gewoon per problematisch kind de beste opvoeder te zoeken.

Maar het zou voor de overheid een stuk makkelijker worden jongeren in de maakbare samenleving op te laten klimmen, als we allemaal mevrouw Jansen zijn.