Tagarchief: gedragsverandering

De bankenfluisteraar.

Fluister Gedragsverandering gaat niet zonder slag of stoot. En zelfs als mep je er op los, dan nog is het niet zeker dat je daarmee gedrag duurzaam verandert. Je moet ook niet slaan, je moet fluisteren. Wie wel eens op National Geographic naar de hondenfluisteraar heeft gekeken, ziet daar dat een simpel “psst” genoeg is om onwelwillige honden in het gareel te krijgen.

Dat is sympathiek. Liever geen stokslagen. In het algemeen bestaat er in Nederland heel wat allergie tegen dwang. De voorkeur gaat uit naar mensvriendelijke methoden als trainingen, workshops, coaching, diepgaande therapieën en gedragscodes. Maar wat als al die wondermiddelen niet helpen?

De overheid is behoorlijk lankmoedig omgegaan met de daders die ons met de kredietcrisis hebben opgezadeld. Een smak staatsteun ging gepaard met de vriendelijke mededeling dat de dames en heren zichzelf wel een beetje moesten reguleren. Geen probleem, zeiden de dames en heren en ze stelden
een gedragscode op.
Die wordt maar moeizaam nageleefd. Wat nu? De Tweede Kamer treedt op als bankenfluisteraar: ‘Psst! Ga je nou aan je gedragscode houden, anders moeten we er een wet van maken’. De banken passen hun gedrag natuurlijk binnen een dag aan.

De aarzeling om van een gedragscode een wet te maken, lijkt begrijpelijk. Wetten als dwangmiddel, dat geeft veel gevoel van onvrijheid. In de praktijk valt het reuze meer met die onvrijheid. Je blijft keuzevrijheid houden. Of je houdt je aan de wet, of niet. Heb je maling aan de wet, dan zijn er tal van mogelijkheden. Op zoek gaan naar de mazen in de wet, de wet op allerlei manieren ontduiken, de wet overtreden of gewoon niet naleven. De laatste opties zijn enigszins riskant. Je maakt kans op boetes of gevangenisstraffen. Maar de kans dat te ontlopen bestaat ook.

Een gedragscode kent die risico’s niet. Is dat de reden waarom de banken zo traag zijn met het beperken van onfatsoenlijke bonussen? Natuurlijk niet. Diep in hun hart vinden banken dat hun gedrag zo fout nog niet is. Van geld nog meer geld maken, is toch altijd hun taak geweest? Een lastige klus, dus halen banken alles uit de kast om hun taak te volbrengen. Naar de critici werd pas een beetje geluisterd, toen de boel in elkaar stortte.

Nu het weer wat beter gaat, denken sommige banken vast dat terugbetalen van de staatssteun wel voldoende schuldaflossing is. De ING gaat
2 miljard terugstorten en betaalt netjes de 1 miljard rente. Zal die 3 miljard euro voldoende zijn om de gemoederen tot bedaren te brengen? Dat zou zomaar kunnen, als het kabinet bij de volgende begroting deze ‘meevaller’ aangrijpt om minder dan 18 miljard bezuinigingen door te voeren.

De banken halen opgelucht adem. Ondanks wanprestaties, leven ze nog. De overheid is blij. De staatskas ziet er ietsjes voller uit. De burger slaapt weer in. Het komt allemaal weer goed.
De Tweede Kamer vertrouwt het nog niet. Maar of dreigen met wetgeving voldoende is? Misschien moet er eens een echte, miraculeuze bankenfluisteraar opstaan.

Voer voor nadenken.

Voer voor nadenken

Slechts een derde van de Nederlanders heeft veel behoefte tot nadenken“.
Overigens zijn de mensen die de behoefte hebben om meer na te denken niet per se hoger opgeleid; dit verband was laag“.

Twee conclusies die het ergste vrezen voor ons aller welzijn want de derde conclusie luidt: “De 30% Nederlanders die veel behoefte hebben tot nadenken hechten meer waarde aan dierenwelzijn, rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid“.

Nadenken. Ik maak er geen gewoonte van, maar ik heb er wel behoefte aan. Nou vind ik dierenwelzijn, rechtvaardigheid en milieuvriendelijkheid toevallig ook belangrijk, maar dat ik daarmee tot slechts een derde van de bevolking hoor, vind ik geen wereldnieuws.

De conclusies staan in een rapport van het LEI, dat in opdracht van het ministerie van LNV (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), onderzocht heeft of mensen wel eens stilstaan bij de waarde van hun eten.
Het LEI (Landbouw Economisch Instituut) zegt in haar persbericht dat “89% van de consumenten producten koopt uit gewoonte, zonder er bij na te denken. Meer kennis over gezondheid en duurzaamheid leidt niet per definitie tot een ander aankoopgedrag bij consumenten. Alleen de kleine groep mensen die toch al interesse heeft in deze onderwerpen laat zich hierdoor leiden“.
Het LEI concludeert niet als eerste dat het vergroten van kennis niet vanzelfsprekend tot gedragsverandering leidt. Je zou meer moeten weten over onbewuste drijfveren van de consumenten, als je wil dat ze meer gezond en milieuvriendelijk voedsel kopen.

Het klinkt bekend. A-sociaal gedrag veranderen met voorlichtingsfilmpjes werkt niet. De makers van die filmpjes hopen zo de mensen een spiegel voor te houden en aan het denken worden gezet. Psycholoog en communicatiewetenschapper, Jaap van Ginneken, stelt dat het effect minimaal zal zijn. “Gedragsverandering, en zeker duurzame gedragsverandering, is heel moeilijk“, aldus de deskundige in een Volkskrantartikel.

Ook
prof. dr. C.M.J.G. Maes, gezondheidspsycholoog aan het Leids Universitair Medisch Centrum, stelt dat campagnes die mensen adviezen voor een gezonde leefstijl tussen de oren prenten, een “bedroevend laag effect hebben“. Dus moet er meer kennis komen over “de onderliggende psychologische mechanismen die leiden tot (on)gezond gedrag” en moeten we “beseffen dat gedrag altijd het gevolg is van interactie tussen individu en omgeving“.

Tweederde van de mensen hebben geen behoefte na te denken en doen maar wat. Het lijkt voer voor psychologen, maar als die het zo eens zijn over dat verschijnsel, waarom nog geld aan nader onderzoek gedaan?
Laten we er vanuit gaan dat overheid en beleidsmakers tot die 30% nadenkende groep behoren. Ze willen immers dat iedereen gezonde, milieu- en diervriendelijke producten consumeren? Wel , als zoveel mensen niet nadenken bij hun aankopen, dan zorg je er toch voor dat er alleen nog gezonde, milieu- en diervriendelijke producten worden aangeboden?

Ethisch nadenkertje: mag je niet-denkende mensen dat van overheidswege door de strot douwen?