Tagarchief: Gerdi Verbeet

63 x 'Het ga u goed!'

63x Het ga u goed! Vandaag is de Tweede Kamer ontruimd. Omdat morgen de vers gekozen volksvertegenwoordigers hun plaats moeten zien te vinden, heeft voorzitter Verbeet maar liefst 63 zittende leden uitgezwaaid.
Da’s een behoorlijke groep. Maar liefst 42 procent van de 150 Kamerleden, keert niet meer terug. De grootste leegloop ooit?

Van een deel wisten we het al. Kamerleden die hun vertrek al lang hebben aangekondigd. Een ander deel zal de Kamer moeten verlaten, omdat hun partij het met minder zetels moet doen.
Het moet een lange laatste vergadering zijn geweest. Traditiegetrouw spreekt de Kamervoorzitter elk vertrekkend lid persoonlijk toe. Elke speech eindigend met een “Het ga u goed!”
Dat is wel een mooi gebaar. Geen algemene toespraak waarin het vertrekkend smaldeel in zijn geheel wordt bedankt, maar een individueel dankwoordje, met daarin een persoonlijke memorabele kanttekening (hier de gehele toespraak, met daarin, vanaf bladzij 7, de 63 afscheidsspeeches, pdf!).

Van de CDA-bankjes namen 27 leden afscheid. De PvdA liet 16 leden uitgeleide doen en van de SP werden 11 mensen bedankt. Verder werden van GroenLinks en de CU elk twee leden uitgezwaaid en TON en de SGP hadden elk één exit-lid.
Natuurlijk werd het langst stilgestaan bij Bas van der Vlies (SGP), die van deze club ook het langst in de Kamer heeft gezeten. Het is overigens niet zo dat het langst zittende kamerlid, ook de langste afscheidsspeech krijgt. Gerdi Verbeet bleef ook redelijk lang stilstaan bij mensen als Jan Marijnissen, Remi Poppe (SP), Pieter van Geel (CDA) en Johan Remkes (VVD).

Een paar citaten uit de afscheidswoorden van Verbeet. U mag raden (zonder te spieken in de link natuurlijk!) bij welk vertrekken Kamerlid ze horen.

1. U manifesteert u liever in de locale dan in de landelijke politiek.
2. U riep de parlementaire hoffelijkheidsprijs in het leven. Zelf voldoet u ruimschoots aan de criteria om deze prijs eens in de wacht te slepen.
3. U bent een veelzijdig man: tijdens debatten haalde u vaak toepasselijke regels uit popsongs aan.
4. Uw collega’s verraste u met een glaasje gentechvrije melk. Uw fijnzinnige humor zal in dit huis node gemist worden.
5. Op Hyves vermeldt u dat u vulpennen niet alleen verzamelt, maar ze ook zoveel mogelijk gebruikt.
6. (…) en zong u na een hoorzitting met fel protesterende Friezen als beloning een Antilliaans lied omdat zij zo goed hadden meegewerkt aan een ordentelijk verloop.
7. Als een vergadering wat al te lang naar uw zin duurde, kwam er ineens rook onder de vergadertafel vandaan.
8. Voor een voorzitter van een vergadering bent u, ik druk mij parlementair uit, een grote uitdaging.
9. Met hart en ziel, gedreven, authentiek en met verschillende gemoedstoestanden en daarbij behorende lichaamstaal voerde u het debat.
10. U bent één van de weinige Kamerleden naar wie een effect is vernoemd.
11. Ik zou niet eerlijk zijn als ik niet zou vermelden dat in deze zaal ook woorden aan uw lippen ontsnapten die, om het positief te brengen, hier voor het eerst gehoord werden.
12. In die gevallen zou je kunnen spreken van “een tandje erbij, minister”, een wijze van spreken die u kenmerkt. Uw manier van oppositie voeren had concreet effect: een tandje erbij!

Tweede Kamer stopt taalgebruik

Tweede Kamer stopt taalgebruik In Trouw staat een fraaie zin: “Een Kamermeerderheid denkt na over een 'morele code' om het taalgebruik in de Kamer een halt toe te roepen”.
Het taalgebruik te stoppen? Wat een oplossing! Gerdi Verbeet wil helder taalgebruik, zodat iedereen een Kamerdebat kan volgen, de SP wil verhullend taalgebruik weren, de SGP wilde bepaalde woorden uit de notulen schrappen en Johan Remkes (VVD) heeft in een brief opgeroepen tot codificering van het Reglement van Orde.

De vergissing in Trouw is eigenlijk een meesterlijke vondst om al die problemen in één klap van tafel te vegen. Meer dan twee regels hoeft die code niet te bevatten.
1. Als een politicus niet aan kan tonen dat zijn informatie 100 procent juist is: hij of zij doet er het zwijgen toe.
2. Als een politicus er ook niet zeker van is of een bepaald term wel door iedereen begrepen zal worden: spreek alleen als een begrijpelijke term voorhanden is.

De eerste regel lost het grootste deel van de parlementaire taalproblemen al op. Een minister zal de Kamer volledig en met de juiste feiten de aanwezigen moeten inlichten en geen kamerlid zal nog genoodzaakt zijn de bewindsman- of vrouw voor leugenaar uit te maken. Mocht iemand desondanks menen dat een minister een tekort aan verstandelijke vermogens heeft, dan is een simpel attestje van een psychiater voldoende om dat te bewijzen.

Ontbreekt het aan zulke bewijslast dan moet die uitlating juist niet uit de notulen worden geschrapt. Daarmee zou het bewijs van het onvermogen van betreffend kamerlid weggemoffeld worden. Een kabinetslid of een parlementariër, die bij herhaling de juistheid van zijn of haar woorden niet kan aantonen, kan wegens misleiding uit de functie worden ontheven.

De tweede regel is wat lastiger. Probeer maar eens vakjargon te vermijden en toch de spreektijd binnen de perken te houden. Maar als elke politicus wat vaker het woordenboek hanteert om begrijpelijke synoniemen op te zoeken, kunnen ze een heel eind komen.

Voorstanders van het vrije woord menen dat in de Kamer alles gezegd moet kunnen worden. Liefhebbers van de felle polemiek zijn bang dat beperkende codes het debat vreselijk saai zullen maken.
Natuurlijk maakt een leuke kwinkslag en een gevatte sneer het voor het publiek aantrekkelijker een debat te volgen. Alleen: wie moet er dan oordelen of de ironie ook inhoudelijk van toepassing is? Dat lijkt mij een iets te zware taak voor de Kamervoorzitter. Die moet toch al oppassen niet op alle slakken zout te leggen, anders zal haar snel verweten worden de democratie de mond te snoeren.

Misschien is het beter het maar te laten zoals het is. Een kamerlid die in schelden vervalt, diskwalificeert zichzelf. Het mag even leuk lijken, maar als de volksvertegenwoordiger daar in volhardt, zullen steeds minder mensen hem of haar serieus nemen.
Zo zal het ook de politicus vergaan die het met de waarheid niet zo nauw neemt. De Kamerleden zullen dan wel hun werk meer dan goed moeten doen. Dat zal soms wat tijd kosten, maar er zijn genoeg nachtelijke overuurtjes bekend waar zelf hele kabinetten sneuvelden, omdat de Kamer het onderste uit de kan eiste.

Dat is dan het ergste wat er kan gebeuren. Niemand hoeft te vrezen voor hardhandige taferelen, die bekend zijn van parlementen in Azië of Spanje. Of zou Johan Remkes wel bang zijn dat het debat in de polder ooit zo uit de hand zal lopen, als zijn VVD-collega Aproot de christelijke partijen weer eens van taliban-praktijken zal beschuldigen?