Tagarchief: kabinetsformatie

Formeren per stembiljet?

StembiljetDit artikel verscheen vandaag ook op Sargasso.

Naar verwachting zal de kabinetsformatie na 12 september geen eenvoudige klus worden. Die redenering wordt veelal gebaseerd op de zetelverdeling. Er is nooit één partij zo groot, dat die alleen kan regeren. En verschillende combinaties van partijen leveren de laatste tijd maar zeer moeizaam een meerderheid in de Kamer op.

In de volksmond heet het dikwijls dat het volk de regering krijgt die het verdient. Een gezegde dat wordt gebruikt als het volk klaagt over haar wat onwelgevallige zaken, die de regering door de strot duwt. Men heeft in het stemhokje  immers zelf de regeringspartijen in het zadel geholpen.

Klopt dat gezegde wel? Nee, want formeel kiezen we de regering niet. We kennen geen (minister-)presidentverkiezingen. Ministers en staatssecretarissen worden benoemd. Door de koningin, die ook al ongekozen aan de macht is.
Maar met die benoemde macht wordt redelijk zorgvuldig omgegaan. De partijen die de meeste stemmen haalden, mogen doorgaans bij Hare Majesteit aanschuiven om het land te regeren. Vanaf de eerste verkiezingen na 1945 waren er 11 kabinetten die op een redelijke coalitiemeerderheid konden rekenen.

Als we het politieke spectrum grofweg verdelen in christelijk, “links” en liberaal, dan hebben we 5x een christelijk/links kabinet gehad, 3x een christelijk, liberaal/links kabinet, 2x een links/liberaal kabinet en 1x een christelijk/liberaal kabinet. En dat was alle keren conform het spectrum dat de verkiezingsuitslag bood. Je kunt het nazien in dit exceldocument.

Negen keer is dat dus anders gelopen. Dat is vrij veel voor een land dat geen bananenrepubliek heet te zijn. Die negen keer kwam er een christelijk/liberaal kabinet aan de macht. Dat had 8x een christelijk/links kabinet moeten zijn en 1x een links/liberaal kabinet. Althans, op grond van het groffe politieke spectrum waar de verkiezingsuitslagen op wezen.

Maar liefst 7 van die 9x leunden de coalities op de kleinste meerderheden in de Kamer. Maar doorgaans was het genoeg om zonder al te veel brokken te kunnen regeren.
Twee keer was het echter desastreus. Het kabinet Balkenende I was van christelijk/liberale signatuur. Op grond van de verkiezingsuitslag had het een christelijk/links/liberaal kabinet moeten zijn. De rechts-liberale coalitiepartner LPF bleek echter van zodanige rommel, dat het kabinet snel viel.

De tweede keer hebben we net achter de kiezen: het kabinet Rutte. Christelijk/liberale signatuur, in tegenstelling tot  het links/liberale waar de stemuitslag op wees. Ook hier kostte een onbetrouwbare partner het kabinet de kop.
Dat het bij de opkomst van de LPF en de PVV niet tot een kabinet conform de stembusuitslag leidde, mag reëel worden genoemd, gezien de grote verschillen tussen de progressieve partijen en deze twee querelanten. Dat maakte een ‘Paars met een zwart randje’-kabinetten onmogelijk.

Maar van zulke sterk opkomende nieuwelingen was bij de andere zeven mismatches geen sprake. Dat er, met Koninklijke goedkeuring, zeven keer een loopje is genomen met de stembusindicaties, mag op conto van CDA en VVD worden geschreven, die nog eens twee keer een ‘partner in crime’ voor hun coupe nodig hadden (DS’70 in 1971 en D66 in 2003).

In ons soort democratie kunnen partijen, informateurs en formateurs niet gedwongen worden tot een coalitievorming conform de politieke kleur van de stembusuitslag. In andere woorden: politici hoeven niet loyaal aan een meerderheid van de kiezers te zijn. En dat zijn ze dus ook niet altijd.
Negen keer waren CDA en VVD daar verantwoordelijk voor.  Wat er in het stemhokje nodig is om herhaling te voorkomen moge duidelijk zijn.

Wat ook een optie kan zijn, is dat kiezers de gelegenheid krijgen op het stembiljet een voorkeur voor een coalitie uit te spreken. De ene CDA’er werkt immers liever samen met een PvdA’er, een ander liever met de VVD. Of dat ook tot genoeg duidelijkheid zal leiden, betwijfel ik, maar zou zo’n experiment niet de moeite waard zijn?

Het kan ook zonder regering

BinnenhofGriekenland en Frankrijk zoeken nu een nieuwe regering. Na 12 september wordt ook hier een poging gedaan een nieuwe regering te vormen. Tot die tijd gaan politici op verkiezingscampagne. Premier Rutte wordt weer lijsttrekker. Houdt hij wel tijd over om te regeren, ook al is dat demissionair?

De werkelijk regeertijd valt toch al zo tegen. Regeren is echt geen volcontinubedrijf. Reken maar na.
Ook ministers en Kamerleden hebben recht op vakantie. In het politieke jargon heet dat reces. Vijf maal per jaar is er een reces. Kamer en kabinet gaan tegelijkertijd op reces. We hebben het dan over 91 dagen per jaar. Niets mis mee, want politici zijn ook mensen en geen mens houdt het in alle gezondheid vol alle 365 dagen te werken.

Op de website van de Tweede Kamer lezen we dat zo’n reces geen vakantie is. Politici doen wat leeswerk of trekken het land in voor werkbezoeken. Nou doet de burger-op-vakantie dat ook. Boekje lezen, even bij familie langs, lang niet geziene vrienden bezoeken. Het is en blijft vakantie. Het echte werk blijft liggen. Dat wordt op de overige 274 dagen gedaan.

Overige 274? Mooi niet. Bewindslieden gaan vaak het land in omdat ze zijn uitgenodigd ergens een toespraak te houden. Vorig jaar constateerde ik al dat in de 318 dagen dat het kabinet toen regeerde, de bewindlieden 307 toespraken hebben gehouden. Bijna 1 per dag dus.  Dat is er niet veel minder op geworden als je bij de Rijksoverheid de lijst met toespraken bekijkt.
Stel dat men er gemiddeld een uurtje of drie mee kwijt is, dan zijn die 307 toespraken goed voor 38 volle dagen.  En toen waren er nog 236 echte regeerdagen.

Een kabinet hoort vier jaar te regeren. Dat is in de praktijk maar zelden het geval, zoals we weten. Het betekent wel dat er tijd moet worden besteed aan het formeren van kabinetten. Gerekend vanaf 1945 kostten kabinetsformaties gemiddeld 72 dagen per kabinet.
De korstdurende formaties zagen we bij Balkenende III (8 dagen), Beel II (10 dagen) en Van Agt III (17 dagen). De langste formaties gingen op aan Van Agt I (208 dagen), Den Uyl (169) en Rutte (127). In de laatste 67 jaren waren er 28 kabinetten, hetgeen op een gemiddelde regeerperiode van twee jaar neer komt.

Eens in de twee jaar gemiddeld 72 dagen aan formatietijd! Daar verdampt nog eens 31 dagen regeertijd per jaar. Toen waren er nog 205.

Bleef het daar maar bij. Niet allen bij verkiezingscampagnes voor de Tweede Kamer gaan Kamerleden en bewindslieden op pad. Dat doen ze ook bij de Provinciale Statenverkiezingen. Belangrijk, want de samenstelling van de Eerste Kamer hangt daar van af.
Een deel van het campagnewerk doet men in eigen tijd. De weekenden of tijdens een reces. Lijsttrekkers zullen het wat drukker hebben, dan de anderen. Hoeveel tijd daarmee verloren gaat is lastig te berekenen. Laten we zeggen dat het gemiddeld 6 dagen per jaar kost.

Die ene Prinsjesdag trekken we er ook van af. Zeker, het hoort bij het werk, maar een beetje de parade uithangen is puur decorum. Er blijven niet meer dan 198 daadwerkelijke regeerdagen over. De demissionaire periodes zijn niet eens meegerekend. Dat is wel degelijk regeren, maar niet meer dan het halve werk.

Zo’n 46% van het jaar zitten we zonder regering. Als dat kan, waarom kunnen we de overige 54% dan niet zonder?

Op naar Rutte II?

KabinetOpenheid is één ding, teamgeest een ander en in het gebied daartussen valt het kabinet.

Het zijn rare tijden. Het kabinet moet dit land door de crisis loodsen. Het is dan een heikele klus elk jaar met een goed doortimmerde begroting te komen. In de aanloop naar de voorjaarsnota lijkt het wel of sommige leden van het kabinet aan hun spreektijd binnen de wekelijkse ministerraad niet genoeg te hebben. Dat kan, maar waarom zagen ze aan de poten onder dit toch al zo breekbare kabinet?

In de Volkskrant wordt zelfs over de tussenformatie gerept. Alsof het kabinet opnieuw wordt samengesteld en er een nieuw regeerakkoord moet komen. Leuke vondst en misschien doet Rutte er verstandig aan een externe tussenformateur aan te wijzen. Eentje die de misëre enigszins objectief kan bekijken en het kabinet door deze zware tijd heen kan helpen.

Nu kan, zoals bij elke gewone formatie, ook een tussenformatie mislukken. Verschillende betrokkenen doen erg hun best daarop aan te sturen. Dat geldt met name voor het CDA en de PVV.
Het CDA zoekt een weg uit haar eigen crisis en heeft behoefte aan nieuwe leider. “Ikke!”, roept Bleker, om dat vervolgens te ontkennen. Een traditie binnen het CDA, waarvan we bij Piet-Hein Donner hebben kunnen zien waar dat toe leidt. Hoe groter de ontkenning, hoe zekerder het aanvankelijke statement.

Zowel CDA als PVV doen hun best de eenheid binnen de gedoogconstructie te ondermijnen. CDA stelt een soort vlaktaks voor, met gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek. Wilder eist echter een garantie dat er nooit aan dat belastingvoordeel getornd zal worden. Die zal hij van de VVD wel krijgen, maar als dan ook nog meer geld van ontwikkelingshulp afgaat, zit het CDA in een lastige positie.

De zogenaamde tussenformatie kan dus stranden omdat het CDA zich genoodzaakt ziet op te stappen. Echt opstappen zal de partij niet, maar ze heeft ruime ervaring in het opblazen van kabinetten. Zodanig, dat een andere partij de schuld ervan krijgt. Geen ongevaarlijke strategie, want de laatste keer dat het CDA zoiets flikte, moest de partij een behoorlijk stemmenverlies incasseren.

Waar nog niemand aan heeft gedacht, is dat Rutte zelf het ineens niet meer ziet zitten. Hoe onvermoeibaar de jonge vader des vaderlands ook lijkt, ergens moet ook hij een breekpunt hebben en het wankele CDA en de provocerende PVV spuugzat zijn.
Het hoeft niet het definitieve einde van een kabinet Rutte te zijn. Rutte heeft al een aanbod gekregen van de SP.  Natuurlijk ontkent Rutte de mogelijkheid met de SP te regeren, maar die ontkenning ontkent hij nog in hetzelfde interview.  “Je moet nooit iemand uitsluiten”, zo hield hij de deur op een kiertje open.

Op naar Rutte II, een minderheidskabinet met een blauwrood randje?

Eenmalige bijdrage bezuinigingen

Eenmalige bijdrage bezuinigingen De rijkste ter aarde gaan de barmhartige Samaritaan uithangen. Al 34 Amerikaanse miljardairs hebben beloofd de helft van hun vermogen aan goede doelen te schenken. Initiatiefje van Bill Gates. Dat brengt me op een idee.

Het is onbekend hoeveel miljardairs Nederland telt. Maar het aantal miljonairs is, ondanks economische rampspoed, weer toegenomen. Ruim 120 duizend mensen mogen zich stinkend rijk noemen. Da’s mooi. Allemaal van harte gefeliciteerd.

Nu wil de rechtse coalitie in de dop 18 miljard bezuinigen. Voordat u mij al verdenkt dat ik daar die miljonairs voor op wil laten draaien, moet u toch even verder lezen.
Met de CBS gegevens over inkomensklassen in Nederland bij de hand, is uit te rekenen welke eenmalige bijdrage nodig is om die 18 miljard bij elkaar te sprokkelen. In dit exceldocumentje een voorbeeld.

De miljonairs dokken wel het meest, maar verder draagt elke inkomensklasse wat bij. Gewoon omdat het landsbelang ons allemaal aangaat.
Hoeft er ook niet bezuinigd te worden en verdwijnt de belangrijkste bindende grondslag voor de minderheidscoalitie in wording. Of ze gaan wel regeren en kunnen zich op belangrijker zaken richten.

Schiet u maar los op dit idee.

Een illuster driemanschap

Een illuster driemanschap Ooit was er een trio dat meende dat “voor naar Nederland uitgeweken (…) een regeling noodzakelijk was. Maatregelen tegen (…) wier familie al generaties in Nederland woonden achtten zij onnodig en ongewenst”. Aldus de Wikipedia over het driemanschap dat in 1940 de Nederlandsche Unie oprichtte “tot doelbewuste arbeid voor het behoud en de versterking van vaderland en volksgemeenschap en tot voorbereiding van de voorwaarden en de wegen van hun bestaan en welzijn in de toekomst”.

In “
Triumviraat nieuwe stijl” werd naar een ander trio verwezen, dat ook al aan een toekomst na de 2e wereldoorlog werkte. Het zijn hoogst ongelukkig vergelijkingen met het illustere trio dat nu aan de weg timmert. De enige vergelijking is dat er nu slechts een economische crisis gaande is en dat ‘het volk’ in een zekere staat van verwarring lijkt te leven. Althans, dat mag je toch uit de verkiezingsuitslag van 9 juni concluderen.

De drie leiders van de Nederlandse Unie kregen al snel onenigheid. Omdat de conservatieve liberaal
Linthorst Homan (links op het plaatje hierboven) iets te veel moeite deed de NSB bij de Unie te betrellen, gooiden zijn companen er bijna het bijltje bij neer.
Het driemanschap bestond verder uit Louis Einthoven (midden afgebeeld), een politiecommissaris met een bloedhekel aan Chinezen in zijn stad en ervaring met het deporteren van “overtollige”Chinezen” en de KVP’er Jan de Quay (rechts op het plaatje), die in de onderhandelingen met de NSB wel respect bleek te hebben voor types als Arnold Meijer en ondanks zijn ambivalente houding tijdens de oorlogsjaren het later nog tot minister-president wist te schoppen.

En nu is het godzijdank geen oorlog. Waarom hebben we dan toch een naar rechts opgeschoven liberaal en een katholieke CDA’er die verklaren de
opvattingen te respecteren van iemand die een bloedhekel aan overtollige islamieten heeft?
De onderlinge verschillen op dat punt worden gerespecteerd en wel om “het sterker, veiliger en welvarender maken van Nederland”, zo hebben de heren verklaard. Lijkt dat niet een beetje op die “doelbewuste arbeid voor het behoud en de versterking van vaderland en volksgemeenschap” waar De Quay, Linthorst Homan en Einthoven het ooit over hadden?

Het huidige trio zit ook nog eens een uiterst ondemocratische variant van “regeren met zijn drieën” te bekokstoven. Ondemocratisch omdat de PVV de regeringsverantwoordelijkheid uit de weg gaat die de vele kiezers haar toch hadden toebedeeld. Ondemocratisch en niet van deze tijd, omdat we pas inzicht in de gemaakte afspraken krijgen als de heren alles al kant en klaar hebben. Tot dan
houden ze hun mond.

Eén groot voordeel is er wel, als deze constructie werkelijkheid wordt. We kunnen het daarna nog jaren hebben over de puinhopen van rechts.

Triumviraat nieuwe stijl

Triumviraat nieuwe stijl Om te regeren hoeft men niet een plaats aan de ovalen tafel van de ministerraad te hebben. We stevenen af op de uniek situatie dat er ook vanuit de 2e Kamer geregeerd gaat worden. Het lijkt er tenminste sterk op.

De heren hebben ineens wel vertrouwen in elkaar. Genoeg vertrouwen om te onderhandelen
over een minderheidskabinet met gedoogsteun. Komt er dan, naast een regeerakkoord, ook een gedoogakkoord?
Dat is wel het minste waar het publiek recht op heeft. Een regeerakkoord laat zien waar we de komende vier jaar aan toe zijn. Hopelijk staat er in de gedoogbijlage vermeld, waar de gedogende partij zich aan zal binden.

Rutte, Verhagen en Wilders zijn natuurlijk niet te vergelijken met Churchill, Roosevelt en Stalin, die het eens met elkaar wilden worden over de toekomst, nadat ze een wel grotere crisis dan de huidige hadden overwonnen.
Churchill en Roosevelt rekenden op Stalin’s betrouwbaarheid, waarvan ze diep in hun hart wel wisten, dat die betrouwbaarheid grillige trekjes vertoonde. Hetgeen Stalin ook bewees nadat het akkoord van Jalta was ondertekend. Ondanks de gemaakte afspraken ging Stalin door met zijn eigen agenda. Met een verdeeld Europa tot gevolg en een langslepende Koude Oorlog als toetje.

Ach, er zijn drie-partijen coalities geweest, waarin men ook twijfels had over elkanders betrouwbaarheid. Maar daar waar de twijfel vooraf het grootste was, sneuvelden die coalities dan ook jammerlijk. Niet allemaal in hetzelfde tempo, maar de grootste twijfelgevallen haalden nooit de eindstreep.
Ook nu zijn er twijfels. Maar nu gaat één partij met losse handen regeren. Vrij en ongebonden. En dat moet, volgens Verhagen, een stabiele politieke samenwerking opleveren. Gelooft u dat?

Hopelijk hebben de leden van CDA en VVD genoeg gezond verstand om hun leiders terug te fluiten.

Geld maakt niet gezond

Geld maakt niet gezond Geen paars-plus. Daar valt heel wat over te zeggen en dat gebeurt dan ook volop. De betrokkenen voeren het hoogste woord om het publiek voor te lichten over hoe ze toch hun stinkende best hebben gedaan er wat van te maken. Daar gaan de analytici weer overheen.

Terwijl het land nog langer demissionair bestuurd zal moeten worden trekt de orde van de dag gewoon aan ons voorbij. Al is het dan komkommertijd, de VVD is alert en heeft een appeltje te schillen met de minister van Buitenlandse Zaken. De vraag is of Maxime Verhagen daar wel tijd voor heeft, nu hij zich hoogstwaarschijnlijk moet voorbereiden op de volgende informatieronde.

De immer wakkere VVD is boos. Natuurlijk gaat het over geld. Juist nu de VVD de hakken in het zand zet en vasthoudt aan 18 miljard bezuinigen, valt
Kamerlid Han ten Broeke over 13,8 miljoen euro die de Europese Unie uitgaf aan appels. Aan twee appels om precies te zijn.

Een appel per dag en de dokter krijgt ontslag. De Europese Unie liet uitzoeken hoe waar dat is en of het misschien ook nog beter kan. Er volgde een onderzoek, de rekening van 13,8 miljoen euro werd betaald en daar krijgen we de wetenschap voor terug dat niet één, maar twee appels per dag de burger gezond houdt. Twee appels en het cholestorolgehalte kan 10 procent omlaag. Het onderzoek wees ook uit hoe je appels na de pluk goed kan houden zonder pesticiden te gebruiken.

Gezonder kan het niet, zou je zeggen en de 13,8 miljoen euro mogen een bijdrage heten aan reductie van de zorgkosten en aan een ecologisch verantwoorde appelpluk. Zo kan er toch een leuk appeltje voor de dorst worden gespaard?
Niet volgens Han ten Broeke. Die beweert ten stelligste dat het onderzoek iets heeft aangetoond, wat we allang wisten. Het is niet meer dan je reinste fruitreclame. Ten Broeke fulmineert: “De volkswijsheid ’snoep verstandig eet een appel’ hoeven we niet nog een keer uit Brussel te horen. Het kan niet waar zijn dat Europa op deze manier fruit moet promoten”.
Zonde van het geld, dat beter gebruikt kan worden om de economie weer gezond te krijgen.

Hij heeft natuurlijk volkomen gelijk. De burgers gaan van een wetenschappelijk onderzoekje niet meteen overstag en ineens gezond eten. Dat geldt ook voor landbouwministers, boeren en supermarkten. Ook al wordt met de mond een gifvrije fruitteelt beleden, zover is het nog lang niet en de uitkomsten van dit onderzoek zal er van de een op de andere dag niets aan veranderen.


Eigenlijk zegt Han ten Broeke dus dat het geldverspilling is om met wetenschappelijk onderzoek burgers en politici te overtuigen om gewenst gedrag en beleid tot stand te brengen.
Ook een volkswijsheid, die we allang weten?

Wiens tijd zal de formatie wel duren?

Wiens tijd zal de formatie wel duren? Nu informateur Rosenthal na twee pogingen in 18 dagen, de derde gok gaat nemen, tijd voor wat formatie-weetjes.
Natuurlijk zijn we benieuwd of Rosenthal de geschiedenis in wil als de informateur met de meeste pogingen in de kortste tijd. Maar dat is nog geen feit.

Dat Rutte de tweede poging heeft gesaboteerd is enigszins wonderlijk. Dat wil zeggen: hij wilde toch heel graag
uiterlijk 1 juli zijn nieuwe kabinet op het bordes presenteren? Of hij is zijn diepste wens vergeten,òf Rosenthal draait hem een loer.
Goed, er is nog een heel kleine kans dat Rutte 1 juli haalt. Dan zou hij, net op tijd, de jongste premier in de naoorlogse geschiedenis zijn. En we zouden dan ook de kortste formatie kunnen boeken.

De eretitel “jongste premier” staat nu op naam van Ruud Lubbers. De kortste formatieperiode ging vooraf aan het kabinet Drees-van Schaik. Slechts 31 dagen waren nodig om deze PvdA, CDA, VVD coalitie te smeden. Rosenthal moet dus in een paar dagen regelen dat die combinatie het nu gaat worden, om een formateur nog genoeg tijd te geven om op 30 juni klaar te zijn. Zou Rutte premier worden van een kabinet met slechts 26 dagen formatietijd.

De langste formatie, 208 dagen, leidde tot het kabinet Van Agt I, een coalitie van CDA en VVD. Korte of lange formaties zeggen overigens niets over de houdbaarheid van een kabinet. De drie kortst zittende kabinetten, Van Agt II, Balkenende I en Biesheuvel I, werden geformeerd in respectievelijk 108, 67 en 69 dagen.
De drie langst zittende kabinetten, Lubbers III, Den Uyl en De Jong hadden 54, 163 en 48 dagen nodig om in elkaar getimmerd te worden.
In dit exceldocument een overzicht, waarin de rompkabinetten buiten beschouwing zijn gelaten.

De gemiddelde formatieduur staat op 82 dagen. Als een formatie van heel gemiddelde kwaliteit wordt, dan staat het nieuwe kabinet pas op 1 september op het bordes. Rutte heeft dan niet de kortste formatie beleef en is zeker niet de jongste premier. Als-ie al premier wordt. Die kans heeft hij vandaag een
stuk kleiner gemaakt.

Nu er een poging wordt gedaan het CDA er weer bij te betrekken, stijgt de kans wel om tot een korte formatie te komen. De tien kortste formaties hebben geleid tot kabinetten met CDA, PvdA en VVD er in. Waarbij CDA en VVD elkaar 4 keer snel vonden, CDA en PvdA 3 keer vlot van formeren waren en slechts 2 keer alle drie de partijen het snel eens waren. Uitzondering in dat rijtje is de formatie van het CDA, VVD, LPF kabinet.

Alleen als de betrokken partijen rap hun principes inleveren, kan er nog vlot worden geformeerd. Maar blijken de fractieleiders van hetzelfde principiële hout gesneden als ooit Van Agt en Den Uyl, dan wordt het nog een hele lange rit.
De maakbaarheid van kabinetten kent geen tijd.

Strikt en deftig

Strikt en deftig Maandag gaat de informateur even uitzoeken of een paars-plus coalitie haalbaar is. Dat is het natuurlijk niet, maar stel dat er wel een kabinet met VVD, PvdA, D66 en GroenLinks zou komen. Wie moet dat kabinet dan gaan leiden?

Omdat de tegenstellingen tussen de VVD en de andere drie erg groot zijn, is het al een raadsel waarom PvdA, D66 en GroenLinks er heil in zien met Rutte samen te werken. Rutte zelf heeft al aangegeven er niets in te zien. Waarom niet? Omdat het dan uitgesloten is dat hijzelf premier wordt. Hij gaf voor de verkiezingen al aan dat hij voor het
fractieleiderschap kiest, als er een ingewikkeld kabinet komt.

Nou, dat paars-plus mag gerust een ingewikkeld kabinetje heten. Rutte zei in zo’n geval mevrouw Kroes aan het roer te zien. Maar hij benadrukte ook dat de VVD meer geschikte kandidaten heeft. Ik verwacht dat Rutte er alles aan zal doen een paars-plus te verhinderen. Niet zozeer om de programmatische tegenstellingen, eerder omdat het premierschap dan aan zijn neus voorbij gaat.

Als hij strikt is. Dat moeten we nog even afwachten, want ambitie kan een belofte aardig in de weg zitten. Heeft Rutte de kwaliteiten om een paars-plus te leiden?
Ach, waarom niet. Als hij het goed voorbereid, is het een kwestie van losjes uit de pols de maat aangeven. In de muziek gaat dat ook zo. Rutte moet daar, als begenadigd pianist, mee bekend zijn.

Neem een voorbeeld aan Frank Zappa, zou ik zeggen. Hij leidde vaker bezettingen waarin vogels van diverse pluimage zaten. Hij eiste wel alle inzet van zijn muzikanten en eenmaal op het podium waren kleine aanwijzingen genoeg, om de boel bij elkaar te houden.
De bandleider nam ook wel een de dirigeerstok ter hand. Meer symbolisch natuurlijk, want de band kent de partijen uit het hoofd. Zappa volstaat met de maat slaan, zoals in het Youtube-filmpje, waarin hij het nummer Strictly genteel dirigeert.

Kijk Rutte, zo doe je dat. Wel voor een degelijke compositie zorgen en op de repetities je mannetje staan. Rutte is alleen te deftig om de allure van Frank Zappa te halen. Jammer, want wat leuk kan zijn aan een paars-plus kabinet, wordt dan inderdaad nodeloos ingewikkeld gemaakt.

In de serie Leiderschap en dirigenten verscheen eerder:
7 maart: Sax en de democratie; 14 maart Het stokje overdragen; 4 april: Rammelende partituur, klinkend resultaat?; 1 mei: Democratie op afstand; 22 mei: Het magische moment van de politieke leider.

Buitenhuisje en politiek

Buitenhuisje en politiek Neem ook eens een poosje je intrek in een buitenhuisje en de wereldvrede ligt binnen handbereik. Komt dat door de rust van het buitenleven? Of brengt een buitenhuisje een mens so-wie-so op andere gedachten?

Je moet dan wel een buitenhuis zoeken die qua formaat past bij de omvang van het probleem.
Grote problemen heb ik niet, heel soms valt er wel eens een venijnig woordje tussen mijn levenspartner en mijzelve. Nu we alweer ruim vier dagen in een bescheiden, maar comfortabel buitenhuisje vertoeven, is er nog geen onvertogen woord gevallen. Een en al harmonie.

De grote problemen verdwijnen ook als sneeuw voor de zon, zodra de belanghebbenden een buitenhuisje opzoeken.
Het einde van de Tweede Wereldoorlog werd voorbereid in het
Livadia paleis, een riant en luxe buitenhuis van één van de Russische tsaren. Zo’n ruim buiten hoort natuurlijk ook bij zo’n groot probleem en grote namen als Stalin, Roosevelt en Churchill.

Mannen van iets kleiner formaat zoeken wat kleiners. Het koetshuis op landgoed Lauswolt bijvoorbeeld. Of villa Zwaluwenhof. Maar dan wordt er wel een kabinetje in elkaar getimmerd, dat een duurzaamheidsperiode van vier volle jaren aan lijkt te kunnen. Ook hier resulteerde het buitenverblijf in een vrij snelle harmonisering van de onderlinge betrekkingen.

Sommigen zullen nu zeggen: dat ligt niet aan een buitenhuisje. Dat ligt aan de mensen en hun wil om tot wat voor oplossing dan ook te komen. Maar waar is die wil dan zodra diezelfde mensen zich niet meer ophouden in een recreatiewoning of vakantielandgoed? De waslijst van onvertogen woorden en conflicten tussen de genoemden is te lang om hier te voegen. Bovendien roept de rust van dit buitenhuisje me weer tot de orde van de dag alhier.

Opvallend is het wel. Wil men een oplossing, dan zoekt men eerst een buitenhuisje.
Wat ook opvalt, is dat er op dit moment heel wat dagen per jaar een flink aantal buitenhuisjes onbenut zijn. Misschien beter om die te vorderen en een weekje ter beschikking te stellen aan alle burgers die een of ander conflict hebben op te lossen? Waarom zouden die dat in het buurthuis om de hoek moeten doen of in het kantongerecht?

Er is al een groeiende politieke wil om het volkstuintje onderdeel te maken van grote stadsproblematiek. Nu het buitenhuisje nog op de agenda.