Tagarchief: Kiesraad

Nieuwe politiek: beter naamloos?

BlancoDe veertig nieuwe partijen willen een beter Nederland dan de gevestigde partijen bieden. Twee van die nieuwkomers drukken dat ook uit in hun naam. De een heet Beter Nederland, de ander Nederland Beter (NLB). De Raad van State heeft de voorkeur voor een Beter Nederland, want de NLB mag geen naam hebben, maar wel met een blanco lijst meedoen.  Een politieke uitspraak, want ergens gelooft de Raad niet dat Nederland beter wordt?

Bij de registratie van partijen kijkt de Kiesraad wel of de naam door de beugel kan. In de voorwaarden staat dat de Kiesraad een registratie kan afwijzen als “de aanduiding is verwarrend omdat hij geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een reeds geregistreerde aanduiding van een andere politieke groepering, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder een registratieverzoek is ingediend”, of “Op dezelfde dag wordt bij het centraal stembureau een verzoek ingediend tot registratie van dezelfde of nagenoeg dezelfde aanduiding”.

In juni weigerde de Kiesraad de naam “Occupy Politiek”. Te misleidend, vond de Kiesraad omdat het teveel aan de Occupybeweging doet denken. De indieners hebben geen bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing.
De lokale partij “Vereniging Keerpunt 2010” in Grave diende bij de Raad van State een bezwaar in tegen de naam Democratisch Politiek Keerpunt, de fusie van Trots en OBP (Onafhankelijke Burger Partij). De Raad wees het bezwaar af.

De Kiesraad gaat ruimhartig om met de spelregels. Het is vaker voorgekomen dat partijen onder bijna gelijkluidende namen zijn geregistreerd. In 1956 deden de “Nationale Unie” en de “Nationale Oppositie Unie” mee aan de verkiezingen. In 1971 vond de Kiesraad de term “bejaarden” niet verwarrend genoeg om  de  Algemene Bejaarden Partij Nederland”, de “Bejaarden en Arbeidspartij”, de”Bejaardenpartij 65+”, de “Bejaarden Partij Algemeen Belang” en de “Landelijke Partij van Bejaarden” toe te staan. In 1989 mochten de “Vooruitstrevende Minderheden Partij” en de “Socialistische Minderheden Partij” meedoen.

In 2006 weigerde de Kiesraad de aanduiding “Ons Fortuyn”, evenals alle ander initiatieven waar de naam van wijlen Pim in voorkwam.  Alleen de LPF mocht de naam wijzigen in “Fortuyn”. Marten Fortuyn en zijn adviseur Jos Hendriks en indiener van de naam , maakten bezwaar tegen die beslissing. Ze vonden dat alleen zij recht hadden op de merknaam ‘Fortuyn’.  maar kregen van de Raad van State nul op het rekest.

Nu staan de “Anti Euro Partij” en de “Anti Europa Partij” geregistreerd. Nog geen bezwaar gehoord van een van deze partijen.
David Pott uit Hilversum, de oprichter van “Beter Nederland”, maakte dus wel bezwaar en kreeg van de Raad van State gelijk. “Beter Nederland” stond voor 15 juni al ingeschreven, “NederlandBeter” werd op 19 juni aan het register toegevoegd. De Kiesraad volgt de uitspraak van de Raad van State en heeft de aanduiding “NederlandBeter” nu geschrapt.

Van “Beter Nederland” weten we erg weinig. De website blijkt zo dood als een pier en van David Pott weten we dat deze medewerker van een sociale werkvoorziening in Hilversum, in maart op een SP-bijeenkomst op de agenda stond en door de NOS en RTV Utrecht is geïnterviewd. Verder niets bekend. Wie is de lijsttrekker, wie zijn de overige kandidaten en wat is het verkiezingsprogramma?
NederlandBeter doet het publicitair ook beter. Dat wil zeggen: wel een toegankelijke website en om op internet in beeld te zijn lanceerde men nog een tweede website, schrijft er over op het platform Plazilla (bedoeld om met schrijven geld te verdienen bloggers!) en loopt zelfs braderieën af om de waarborgsom bijeen te sprokkelen.

De Raad van State had de heer Pott beter kunnen adviseren zich “blanco” te noemen. De andere partij maakt zeer waarschijnlijk geen kans nog een andere pakkende de naam op te voeren, omdat de inschrijftermijn is verlopen. De reactie van NLB zal voorspelbaar zijn: van zulke regelgeving wordt Nederland niet beter?

Dit artikel verscheen eerder op Sargasso.

Wij vertrouwen de stempotloden niet

Wij vertrouwen de stempotloden niet Tussen de vele reacties op weblogartikelen over de verkiezingen van vandaag, stond ineens een opmerkelijke waarneming:”Je moet dus echt je best doen om het piepkleine stemhokje duidelijk rood in te kleuren”.
De waarnemer suggereert dat de stem op slecht ingekleurde biljetten wel eens kan vervagen, als de stapels biljetten tijdens de telling heen en weer worden geschoven.

Deze ervaring komt van
Yevgeny Podorkin, reacteur op Sargasso en hier bekend als de 3e prijswinnaar van de Blogparel van het jaar 2009, in de categorie reacteurs.
Toen ik het las, dacht ik meteen: da’s waar! Ik moest ook erg mijn best doen een duidelijk rood vakje te maken.

Krijgen we nou? De actiegroep
Wij vertrouwen de stemcomputers niet boekte succes, want stemmen met de computer zit er de komende jaren niet meer in. We zitten vast aan het stempotlood. Maar is de combinatie van glad papier en de kwaliteit van het potlood wel zo geweldig? Geen fraude mogelijk, maar wel het gevaar van stemmenverlies?

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen. De waarneming van Yevgeny Podorkin heb ik per e-mail naar de Kiesraad gestuurd met de vraag hier op te reageren.

De partijen zijn geteld

De partijen zijn geteld Op 9 juni zul je, bijna zeker, 17 tot 18 partijen op je stembiljet zien staan. Naast de elf die nu in de 2e Kamer zitten, nog 6 tot 7 anderen. Waaronder de Partij voor de Mens en alle andere aardbewoners en de Piratenpartij. Na controle van de formaliteiten, valt de Evangelische Partij Nederland waarschijnlijk buiten de boot.

De Kiesraad heeft de partijen
van hun rugnummers voorzien en natuurlijk staat het CDA op één. De nummers worden toebedeeld op grond van het aantal stemmen dat vorige keer is gehaald. De partij met de meeste stemmen krijgt nummer 1. Opvallend is dat van de nieuwkomers de Partij voor de Mens en alle ander aardbewoners en de partij Nieuw Nederland een plaats boven Trots van Verdonk hebben gekregen.

Het aantal partijen valt nog mee, want
61 partijen hebben zich voor de 2e Kamerverkiezingen laten registreren. Bijna 30 procent kreeg het niet voor elkaar genoeg steunbetuigingen en inschrijfgeld te verzamelen en die zien we op 9 juni dan ook niet terug.
Er zijn altijd wel meer politieke liefhebbers die zich voor de verkiezingen laten registreren, dan er uiteindelijk op een kieslijst terecht komen, laat staan dat ze ook een zetel in de Kamer halen. Dat er nu 19 partijen op de voorlopige kieslijst staan, is tamelijk laag. Van 1918 tot vandaag stonden er gemiddeld 24 partijen op de kieslijst. Daarvan haalden er, ook weer gemiddeld, 10 tot 11 partijen de 2e Kamer.

De animo om zich in de politieke arena te willen storten is altijd al groot geweest. Er is in zoverre niets mis met Neerlands democratie. Of je kan zeggen: de burgers denken het altijd beter te weten dan de politici en stellen zich in drommen verkiesbaar. Voor de 2e Wereldoorlog was de zeteldrang stukken hoger, dan in de jaren erna. Zoals te zien is in dit plaatje en
in dit overzicht (excelsheet).
Deelnemende partijen
In 1922 en 1933 deden respectievelijk 53 en 54 partijen mee. Dat is nooit meer voorgekomen. In 1922 kregen vrouwen kiesrecht en wellicht was dat een reden dat zoveel politiek ambitieuzen een kans zagen. De verkiezingen van 1933 vonden plaats in de roerige 30’er jaren, waar het oorlogzuchtige gebral van Hitler de sfeer bepaalde en de Beurskrach tot ellende leidde. Reden waarom de Anti-crisis Partij zich meldde. Ook de partij Marktkooplieden deed mee. Geen van beiden haalden de Kamer.

Vlak na de oorlog leek de democratie stil te liggen. In 1946 deden maar zeven partijen mee, die allemaal in de Kamer kwamen. Pas in 1967 kreeg de kiezer weer een volle kieslijst te zien. Pas in de roemruchte jaren van provo’s, ‘geen woning, geen kroning’ en een bouwvakkersoproer, kreeg de kiezer weer een overvolle kieslijst te zien. In 1967 deden 23 partijen mee, waarvan D66 de verrassende nieuwkomer was.

Dat aantal is slechts zeven keer overtroffen. In 1972 deden 29 partijen mee, met kabinet Den Uyl tot gevolg. In 1971 kwam van de 28 meedingende partijen ook een nieuwkomer verrassend uit de bus: DS’70 van de jonge Willem Drees. Ook in 1989 deden er 29 partijen en weer verraste D66, die van 8 naar 17 zetels ging.
Dat is niet elke nieuwe of jonge partij gegeven. De SP deed, naast 26 anderen, in 1994 voor het eerst mee, maar haalde maar 2 zetels.

Hoe dan ook, kijken we naar de geschiedenis dan blijkt dat er toch veel mensen zijn die politieke verantwoordelijkheid op hun schouders willen nemen. Onder klinkende namen als de Anti-stemdwang Partij (1929) en de Rapaille Partij (1925), die
wel gemeenteraadszetels wisten te halen, maar voor wie de Kamer een brug te ver was.
En natuurlijk de vele one-issue belangenpartijen. Zoals de Politiepartij (1918), de Partij voor ongehuwden (1967), de Partij voor de Belastingbetaler (1977) of de 5 (!) bejaardenpartijen, die in 1971 meededen.
Wie denkt dat op de huidige kieslijst namen als de Partij voor de Mens en alle ander aardbewoners en de Piratenpartij bijzonder zijn, is vast vergeten dat er ooit een Wereld Welzijns Bewustwording en een Partij Likwidatie van Nederland meedeed (1981).

Nee, geen gezeur ovr burgers die geen verantwoordelijkheid willen nemen. Nederland kent een zeer levendige democratie.

Gedrgagscode stembureaus

Gedragscode stembureaus Dat een stembureau niet gesponserd mag worden, lijkt me duidelijk. Maar mag een stembureau zelf aan sponsoring doen? Er is met sponsoring misschien een probleempje op te lossen: de bemensing van de stembureaus.

Op de website van
de Kiesraad staat: “Op een stembureau dienen permanent minimaal drie leden aanwezig te zijn. Met het oog op de lange openingstijden is het raadzaam om voldoende plaatsvervangende leden te benoemen, zodat gerouleerd kan worden“.
De gemeenteraadsverkiezingen kennen een wat lage opkomst van kiezers. Voor het uitbrengen van een stem, hoeft de kiezer echter niet de hele dag in de weer te zijn. Maar wie heeft er belangstelling om een hele dag op het stembureau door te brengen?

De vergoeding is minimaal en als de opkomst tegenvalt, kan het ook een hele saaie dag worden. De gemeente Noordoostpolder heeft een fraai aanbod. Leden van sportverenigingen, die een dagje stembureau doen, kunnen daarmee € 100,- (per vrijwilliger) verdienen voor de clubkas.
Voetbalvereniging Flevoboys roept dus enthousiast alle leden op zich aan te melden.

Nou ja, het is voor een goed doel, dus deze vorm van omkoperij zullen we maar gedogen. Zoveel trammelant zal dat in en rond de stembureaus niet geven.
Hoewel? Maken gepensioneerden, die wat bij willen verdienen aan de democratie, dan nog wel een kans het stembureau te beheren? In de gemeente Wolde had B&W besloten 70-plussers het baantje niet meer te gunnen. Ze zijn te traag, tellen de stemmen vaak verkeerd. Dat moest maar eens afgelopen zijn.

Het besluit gaf meteen gesodemieter in Wolde en de burgemeester heeft het besluit weer ingetrokken.
De Kiesraad stelt: “De wet stelt geen leeftijdsgrens voor leden van stembureaus, onder- noch bovengrens. Wel wordt verondersteld dat een lid van een stembureau in staat is om de verantwoordelijkheid te nemen die bij die functie past. Bij die beoordeling kan leeftijd een rol spelen. Het komt daarom zelden of niet voor dat iemand die jonger is dan achttien jaar tot lid wordt benoemd“. Over 70-plussers geen woord.

Zij zijn voorlopig gered. Gemeenteraadsleden niet. Ook zij mogen een stembureau bestieren, hoewel de Kiesraad adviseert terughoudend te zijn met raadsleden, die nu verkiesbaar zijn: “Zij hebben immers belang bij de uitkomsten van de stemming“.
Een advies, geen verplichting. Elke gemeente mag het zelf bepalen. Een aanpassing van de Kieswet om raadsleden (verkiesbaar of niet) uit te sluiten van is nog in voorbereiding, maar in Midden-Delfland en Nunspeet zul je geen wethouders of raadsleden achter de tafel in het stembureau zien zitten.
De lokale raadsleden vinden het flauwekul. De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) vindt het ook een wat doorgeschoten blijk van wantrouwen. Minister ter Horst blijft echter bij het voornemen de Kieswet bij te stellen (lees meer op Binnenlandsbestuur.nl).

Sponsoring, leeftijdsdiscriminatie en politieke belangenverstrengeling in de stembureaus. Tel daar bij op dat er elke gemeenteraadsverkiezing
altijd wel weer sprake is van het al dan niet ronselen van stemmen en frauduleuze inschrijvingen, dan vraag je je af waarom het kabinet op dit gebied niet een gedragscode eist van de gemeenten.