Tagarchief: kinderen

De kleine dingen

Kleine dingen Goedenavond luisteraars. In ‘waar zullen we het nu weer eens over hebben’, vanavond aandacht voor de kleine dingen. Het spreekwoord zegt: het zijn de kleine dingen, die het doen. Wij gaan opzoek naar de kleine dingen die voor u belangrijk zijn. U kunt weer bellen en wie weet maken we met uw kleine dingen een grootse avond.

Luisteraars, in de redaktie hebben we een klein meningsverschil over het thema van vanavond. De hoofdredacteur is er van overtuigd dat een spreekwoord zegt dat het de kleine dingen zijn die het doen. Zijn vrouw beweert echter dat het om een liedje gaat. Wat denkt U? Ook daar kunt u over belllen. Een meningsverschil van niks, maar het gaat vanavond juist om die
kleine dingen.

We hebben aan de lijn mevrouw De Reus. Zegt u het maar?
“Ja, ik ben het er niet mee eens hoor?”
Hoe bedoelt u?
“Groots moeten we leven. Dingen groots aanpakken. Niet dat benauwde. Als je ergens in gelooft, moet je dat de ruimte geven”.
Ik volg u niet helemaal.
“Ons pastoor heeft grootse gedachten
Over kleine mensjes toch?
“Bah, wat bent u een viezerik! Het is heel vervelend dat er dwaalgeesten zij die het geloof niet zonder handen kunnen belijden. Maar niet alle monniken hebben geen gelijke kappen”.
Het spreekwoord zegt heel iets anders.
“Kijk, u bent een sprekend voorbeeld van dat benauwde. Vaste tradities, ijzeren stramiens, geketend aan verstikkende kaders. Wie ook maar een beetje geloof heeft, moet dat groots uitdragen”.

Dank u wel, Komen we toch weer bij de kleine dingen. Een beetje geloof. We gaan er even uit voor
wat muziek.

Wie hebben we nu aan de lijn?
“Goedenavond, met Grimm hier. Ik wilde even zeggen dat de kleine dingen je leven toch ook erg zuur kunnen maken”.
Nou, meneer Grom, even serieus….
“Grimm is de naam. En ik wil op een zeer serieus onderzoek wijzen. Van kleine kinderen worden mensen helemaal niet gelukkig”.
Ach kom, meneer Gram, kinderen krijgen is toch het mooiste…
“Nogmaals, Grimm is de naam. Luister, ik heb zelf kinderen dus ik weet waar ik het over heb. De eerste jaartjes kan je stank voor dank krijgen en sjouw je je een ongeluk naar de pampercontainer en zodra ze op de eigen beentjes beginnen te staan, rijzen de kosten helemaal de pan uit. Mijn vrouw en ik hebben allebei twee banen om dan weer een borgsom te betalen als ze opgepakt zijn voor spijbelen, dan moet je het ziekenhuis weer betalen waar ze voor comazuipen zijn behandeld en nu kunnen we voor de oudste, die is 12 inmiddels, weer dokken voor het kind dat ze gaat krijgen. Een klein ongelukje noemde ze dat”.

Dat was meneer Grimmig met klein leed. Misschien toepasselijk om van het album Little Creatures, bekend van Talking Heads waar je nooit meer wat van hoort,
dit nummer te draaien.

Zegt u het maar.
“Halloooo, met mevrouw van Oranje”
Majesteit! Wat een eer!
“Ha, ha, ik ben mijn schoonmoeder niet, hoor. Zegt u maar gewoon Mabel”.
Dank u. En welke kleine dingen zijn voor u belangrijk?
“Dat ik met de groten der aarde ’kleine acties met grote gevolgen’ mag doen”.
Ah, gelukkig. U bent positief over de kleine dingen die het doen, zo te horen? U gelooft in een betere wereld?
“Zeker. De wereld verandert niet door stil te zitten”.
Neemt u me niet kwalijk, mevrouw Mabel, maar is er niet een hoop leed, juist omdat mensen niet stil zitten?
“Ik kan u zeggen: wij zitten niet stil en maken kleine stapjes voorwaarts. Een mens is te klein om alles in een keer te veranderen”.
Daarvoor is het leed te groot, hè?
“Nou, nou, niet zo somber”.
Ik bedoel mevrouw, dat je wel een put kan dempen, waar het kalf in is verdronken, maar het resultaat is dan dat je het kalf hebt begraven.
“Daar heeft u een punt, maar wij hebben wel belangrijker zaken aan het hoofd dan de reanimatie van kalveren”.
Ik hoorde iemand eens zeggen: als niets helpt, doe niets! Wat denkt u daarvan?
“Ik denk niet. Dat is niet de gewoonte in onze familie. En grote woorden klinken fraai, maar het kleine gebaar, daar gaat het om”.

Dank u, mevrouw Van Oranje. Luisteraars, de tijd is weer om. U kunt de kleine dingen die voor u belangrijk zijn nog in de reacties op onze website kwijt.
Bedankt voor het luisteren. Bedankt voor het bellen. We gaan er uit met Linkin Park en
Little things give you away.

Naar een opvoeddiploma

Naar een opvoeddiploma Daar is-tie dan! De Haagse opvoedcanon. Geen produkt van het Haagse Opvoedburo van Rouvoet, maar van de gemeente Den Haag, die de lokale ouders wil bijstaan. Ontwikkeld door René Diekstra en nu in de winkel verkrijgbaar.

Tijdens de voorbereiding van
de opvoedcanon konden ouders vragenlijsten invullen en zelfs de best scorende respondent had nog 10 vragen fout. Zo erbarmelijk is het in Den Haag gesteld met de opvoedkennis.
Op de website van de opvoedcanon kun je je eigen pedagogische inzichten testen door ook zo;n vragenlijst in te vullen (alleen na verkrijging van een inlogcode).

Kijk wel uit of je zoon of dochter niet zo’n computernerd is die jouw vragenlijst hackt om achter je opvoedkundige competenties te komen. Vanaf hun 12e gaan ze immers al
zelfstandig denken, zonder anderen iets te vragen. En sta ze dan maar eens fatsoenlijk te woord als ze hun mening ventileren over jouw antwoorden.
Je zou je nog kunnen verdedigen dat je hersenen zich slechts tot je 25ste ontwikkelen, dus dat je kroost je gebrek aan moderne kennis maar niet kwalijk moet nemen. Maar je kids zitten nog volop in die ontwikkeling en snappen dus niet waarom ze daar genoegen mee zouden moeten nemen.

Ik weet niet hoe het in andere gemeenten er voor staat, maar ik vrees dat als daar vragenlijsten worden losgelaten, ook menig antwoord niet door de deskundigen geaccepteerd zal worden. Ik zou graag eens de antwoorden uit Staphorst, naast die van Den Haag of Maastricht willen zien.

Nu op naar de volgende fase: mensen die ouders willen worden krijgen ook eerst de vragenlijst voorgeschoteld. Hebben ze 10 fouten, dan geen kinderen.
En natuurlijk moeten eenmaal verwekte kinderen om de vijf jaar een vragenlijst invullen om te bepalen of het wel voorbeeldige kinderen zijn.

Opvoeden doe je in de beschermende handen van de overheid. Ik vind daar heel wat voor te zeggen. Alleen wil ik dan eerst een andere overheid.

Jeugd zwaar onder medicatie?

Jeugd zwaar onder medicatie?

Terwijl er nogal wat klachten zijn dat de jeugd van tegenwoordig pedagogisch gezien, veel te weinig met de paplepel krijgt ingegoten, wordt die jeugd wel een flinke dosis medicatie toegediend. In tien jaar tijd is het aantal burgertjes tot 20 jaar toegenomen met slechts 1,74 procent. De top-tien van aan de jeugd verstrekte medicijnen laat een groei van 50,99 procent zien.

Volgens kinderarts Offringa, in het NRC, geen echt negatieve ontwikkeling, want de toename kan worden toegeschreven aan verbeterde diagnostiek en de groeiende behoefte van ouders en artsen medische klachten te verlichten.
Wat er wel aan ontbreekt, is dat er nauwelijks iets bekend is over de effectiviteit, hoe de dosis te bepalen en wat de gevolgen van eventuele bijwerkingen zijn. Een jong lichaam reageert anders op medicatie dan een volwassen lijf en hoe dat werkt zou beter onderzocht moeten worden.
(In de
digitale versie meer, helaas alleen betaald toegankelijk).

Die top-tien is een bijzonder rijtje (zie meer in deze excelsheet).
De grootste stijger in de afgelopen tien jaar betreft virale vaccins (onder andere voor verkoudheid, griep en bronchitis). Toch is dat nog het minst verstrekte middel. Het meest verstrekt zijn de anticonceptiepil en luchtwegverbreders, die echter niet tot de grootste stijgers behoren.
Naast de virale vaccins, zijn ritalin (bij ADHD), antipsychotica (bij autisme) en maagzuurremmers in sterk toegenomen mate verstrekt. Daarvan hoort ritalin wel tot de top-drie verstrekte middelen.

Juist omdat kinderen anders kunnen reageren op bepaalde medicatie, dan volwassenen, en het testen van medicijnen op kinderen als bezwaarlijk wordt gezien, zijn er geen regels die de farmaceutische industrie verplicht onderzoek te doen naar de effecten van medicijnen op kinderen.
Toen in Amerika bekend werd dat antidepressiva bij kinderen soms desastreuze effecten konden hebben, heeft de Food and Drug Administration bepaald, dat extra onderzoek in bepaalde gevallen verplicht kan worden gesteld.
In Europa studeert men nog op aanpassing van de regels. De farmaceuten, bij monde van koepelorganisatie Nefarma, vindt dat best, als er maar wel een financiële vergoeding komt voor dat extra onderzoek (lees ook
dit artikel uit 2004 in het NRC).

Maar hoe kom je dan aan de juiste resultaten? Bij de ontwikkeling van nieuwe medicijnen worden in de laatste fase volwassenen getest op de werking. Moet je kinderen daar ook aan onderwerpen?
Ik zou zeggen: gezien de toename aan verstrekte medicatie, wordt dat nu al volop gedaan. Een goed onderzoek onder de gebruikers kan relevante informatie opleveren.

Zulk onderzoek gebeurt nu op vrijwillige basis. Kinderarts Offringa pleit voor een wettelijke regeling.
Wat mij betreft kan onderzoek naar de toename van bepaalde medicatie ook een forse injectie krijgen. Want is het nou louter betere diagnostiek dat er meer ritalin aan ADHD-kinderen wordt verstrekt? Wat ligt er nou precies ten grondslag aan de toename van antipsychotica en maagzuurremmers?

Betekent dat soms dat de kinderen in de voetsporen van hun ouders treden, die in toenemende mate hulp zoeken bij de GGZ (zie CBS-info)? Hoe zit dat toch met de “state of mind” van dit volk? Zijn wij gek geworden?

KOT-kinderen

KOT-kinderen Die jeugd van tegenwoordig toch. Wat een mensengeschiedenis lang een probleem is, heeft nu meer dan ooit de aandacht.
In 2007 werden er 10.600 kinderen onder toezicht gesteld, waarmee het totaal aantal op 29.500 Kinderen-Onder-Toezicht kwam. Volgens
het CBS is dat ruim 40 procent meer dan zeven jaar geleden.

Ongeveer 0,8 procent van alle minderjarigen zijn dus van die KOT-kinderen. Dat valt nog mee, als je bedenkt dat er 350.000 kinderen onder de armoedegrens worden groot gebracht en dat een half miljoen kinderen om overwegend financiële redenen sociaal zijn uitgesloten. Dat wil zeggen: ze zitten niet op sport, muziekles of wat voor club dan ook (lees meer over maatschappelijke participatie van kinderen, in persbericht van het SCP).

Een woordvoerster van het Jeugd Cultuurfonds zegt dat die sociale uitsluiting helemaal niet nodig is. Gemeentes krijgen wel geld voor armoedebestrijding, maar veel daarvan komt niet bij de kinderen terecht, stelt het vorig jaar opgerichte Jeugd Cultuurfonds.
De regering heeft eind 2007 besloten voor 2008 en 2009 veertig miljoen per jaar aan de gemeenten om deelname van arme kinderen aan maatschappelijke activiteiten te bevorderen. In een brief aan de Tweede Kamer zei de toenmalige staatssecretaris Aboutaleb dat begin 2008 nadere afspraken over de besteding van dat geld zouden worden gemaakt.
Inmiddels is de staatssecretaris vervangen door mevrouw Kleinsma en die wisseling van de wacht zal wel voor enige vertraging hebben gezorgd. De kinderen moeten nog heel eventjes wachten voor ze zich kunnen aanmelden om zich onder toezicht van een sportmees of muziekjuf te stellen.

Klagen via de dertigjarige Kindertelefoon zal niet veel helpen. Maar dat ligt ook een beetje aan de kids zelf. Zo'n dertig jaar waren gezinsproblemen nog het meest voorkomende gespreksonderwerp. Nu gaat het vooral over seksualiteit.
Betekent die verandering dat kinderen falende ouders een zo vanzelfsprekend en onoplosbaar probleem zijn gaan vinden, dat ze zich liever op hun eigen, intieme vragen richten? Of vermijden ze het onderwerp omdat ze om zich heen zien hoe het ene na het andere vriendje onder toezicht werd gesteld?

De Kindertelefoon heeft een directe verbinding met Jeugdzorg, die alleen ingeschakeld kan worden als het kind dat zelf wil. Maar goed, misschien is zo'n kind paranoia genoeg om te bedenken dat zijn dataverkeer wel eens gevolgd kan worden door een van de Rouvoet-brigades. Met het risico dat Jeugdzorg ineens voor de deur staat, want die wil niet opnieuw afgerekend worden op verdenking van ontoereikend toezicht.

De jeugd heeft de toekomst, is een wijsheid die alleen al door de vergrijzing achterhaald is. Maar wie daar nog in gelooft, zal moeten investeren. De regering zou dus met spoed de gemeentes moeten aanmanen de 80 miljoen voor 2008 en 2009 volledig aan de arme kinderen te besteden. Wellicht scheelt dat een paar KOT-kinderen.

Oranje kinderen

Kind

De waarde van oranje. Daar zal in deze tijden verschillend over worden gedacht en vooral met sport geassocieerd worden. Even de dagelijkse sores laten voor wat het is en je overgeven aan het plezier van een leuk potje voetbal.
Nu zijn er in de kleurensymboliek de meest uiteenlopende opvattingen over de waarde van oranje. Plezier wordt er mee geassocieerd, maar het kan net zo goed voor verdriet staan.
De treurige kanten van sportieve gebeurtenissen zou in augustus wel eens onder de aandacht gebracht kunnen worden. Een deense kunstenaar wil oranje
als protestkleur wil bij de Olympische Spelen in China.

Maar goed, da's allemaal gedoe van volwassenen. Bij oranje en kinderen spelen heel andere zaken. De meeste mensen zullen onmiddellijk aan het nageslacht van de koninklijke familie denken. De één krijgt dan een vlaag van vertedering, een ander zal verzuchten dat het jammer is dat Rouvoet de oranje-selectie vooral in god's hand wil houden.

In Gelderland hebben ze oranje kinderen in een wel heel bijzonder daglicht gezet. Oranje kinderen zijn probleemkids of afkomstig uit een ongelukkig gezin. Met die vaststelling zullen niet blij zijn in het koninklijk huis.

De politie in Gelderland heeft een systeem ontwikkeld om zo vroeg mogelijk kinderen met criminele ambities in kaart te brengen. Dat systeem wordt nu landelijk ingevoerd en kan op een staatssubsidie van 270.000 euro rekenen.

Met het systeem wordt geregistreerd welke kinderen in aanraking met oom agent komt en welk probleemgedrag het vertoont. Die informatie wordt gelinkt aan de thuissituatie. Komen daar criminele broertjes of zusjes voor of zijn er andere problemen, dan heeft men genoeg gegevens om het kind een code te geven.
En dat wordt op een wel heel creatieve manier gedaan. Wit staat voor geen risico, geel is opkomend risico. Ben je oranje dan ben je dus een probleemkind. Rood is crimineel.

Codes zijn bedoeld om bepaalde zaken simpel en overzichtelijk te houden. Maar had men in dit geval niet wat beter kunnen nadenken? Los van wat er in de diverse theorieën over de symboliek van kleuren wordt vermeld, is hier sprake van een codering die sterk stigmatiserende trekjes heeft. Of mogen we nog blij zijn dat zwart niet in het kleurenspectrum van het registratiesysteem voorkomt?

Nou mag de koningin zich niet al te veel met de keuzes van het kabinet bemoeien, maar hopelijk voelt ze zich nu zo zeer in haar oranje waarde aangetast dat ze in deze kwestie stevig ingrijpt.

Kinderen beetje dom op internet

Aap noot miesOngeduldig, slecht met zoeken en nauwelijks lezen wat ze bij elkaar googlen. Zo gaan kinderen om met het internet . De stichting Mijn Kind Online heeft blijkbaar bijgehouden wat bezorgde ouders zoal ontdekt hebben toen ze hun kids bespioneerden bij hun pc-activiteiten.

Te vrezen valt dat als de hedendaagse jeugd in de toekomst het voor het zeggen krijgt, de wereld nog louter uit beroerd plak- en knipwerk bestaat. De zo keurige, in vakjes verdeelde wereld van het Aap-noot-mies zal nog slechts een hersenschim zijn.
Want zo ziet tegenwoordig een opstelletje over de vaderlandse geschiedenis er uit:

Toen in februari 1953 de Duitsers ons land bevrijdden wilde de Lamme Koning het land uitvluchten. Maar ze kregen hem te pakken in de Nieuwe Kerk in Delft, alwaar hij werd neergeschoten. Ze legden hem naast de andere duitsers die daar begraven lagen.
De bevrijding betekende niet veel goeds voor Nederland. Er braken zeven plagen uit. Eerst werd ons land overspoeld onder de
polio, later door files.
Hansje Brinker die met 1 vinger de files wilde tegenhouden, werd verpletterd door Jan van Schaffelaar die op een toren op de uitkijk stond.
En net toen het land er een beetje bovenop kwam, werd het getroffen door het
calvinisme, de opstand der haatzaaiers en volksmisleiding.
Na de zeven magere jaren landden
de Vikingen aan de kust om ons land te redden. Ze voerden tal van nieuwe producten in zoals de filtersigaretten, de cola en de burger king.
Dankzij deze dingen
bloeide de economie op en mede door de invoering van het internet zijn we nu altijd veilig.

Ongeduldig, slecht met zoeken en nauwelijks lezen wat ze bij elkaar googlen. Zo gaan kinderen om met het internet. Waar zouden ze dat nou geleerd hebben?

Misleiding

Misleiding

Misleiding van kinderen is al zo oud als de weg naar Rome. Eigenlijk nog ouder. Neem de oude Grieken. Plato verhaalt in zijn boek Politeia, hoe Socrates ter dood wordt veroordeeld wegens het introduceren van nieuwe goden en, jawel, het misleiden van de jeugd.
Socrates doet in het schijnproces nog een poging zijn hachje te redden en vraagt zijn rechters of hij ze met argumenten op andere gedachten kan brengen. Als antwoord vragen de rechters Socrates hoe hij dat denkt te bereiken als zij niet luisteren. De rechtbank maakt duidelijk niet voor rede vatbaar te zijn, althans niet voor de rede van Socrates. De komische filosoof mocht de gifbeker ledigen tot de dood er op volgde.

Vandaag de dag is misleiding van kinderen nog steeds dagelijkse kost. Maar gelukkig zijn er nieuwe Socratessen, die hun best doen de jeugd en hun ouders te wijzen op de vele leugenachtige verleidingen waar de mensheid aan wordt blootgesteld.

De stichting Mijn Kind Online komt op een weblog met fraaie voorbeelden van verlokkingen op het internet, die speciaal voor kinderen zijn bedoeld. Niets is reclamemakers te dol. Gratis ringtones waar dure abonnementen aan vast blijken te zitten, een europese commissie die kinderen belooft dat ze slim en sterk zullen worden als ze vis en vlees eten en grappige varkentjes die de jeugd een worst voorhouden.

Zelfs het gegeven dat kinderen nog wel eens een foutje maken bij het intikken van zoektermen, wordt uitgebuit. In Amerika is zo'n kinderlokker al veroordeeld voor het opzetten van websites met verkeerd gespelde namen van populaire kinderthema's. Wie Disney World verhaspelde, kon op zeer dubieuze sites terecht komen.

Mijn Kind Online doet nu een beroep op minister Plasterk de misleiding eens flink aan te pakken. Het valt te betwijfelen of de minister voor meer rede vatbaar is dan destijds de rechters van Socrates. Plasterk vindt het tot nu toe voldoende media en reclamemakers op te roepen tot zelfregulering. De keuze is aan hen zonder te hoeven vrezen dat de minister ze tot de gifbeker zal veroordelen.

Daar komt-ie nog goed mee weg, omdat niet de hele bevolking massaal moord en brand schreeuwt bij welke praktijken van misleiding dan ook. Dat doen we niet, omdat we verdomd goed weten dat we allemaal wel eens zijn misleid en zelf ook niet vies zijn van een trucje hier of een leugentje daar. Het is alledaagse gemeengoed en we gaan van onszelf natuurlijk niet zeggen dat we er slechter van zijn geworden. Dus zal Mijn Kind Online niet op zoveel steun kunnen rekenen dat Plasterk wel zal moeten zwichten en misleidende kinderverlokkingen in de ban moet doen. Er is tenslotte nog altijd de Reclame Code Commissie. Die moet ook aan het werk kunnen blijven. De stichting Mijn Kind Online meent dat die commissie wel meer regels moet krijgen om de digitale reclame te kunnen controleren.

En laten we eerlijk zijn (als dat nog mogelijk is): een leven zonder misleiding is vreselijk saai. Je moet er toch niet aan denken dat we een wereld krijgen waarin we niet meer kunnen genieten van goochelaars, waar geloof in goddelijke wonderen zijn verboden is, waar hopen op een berg geld geen enkele kans meer maakt en het hiernamaals slechts een hilarische mucical van Joop van den Ende is.

Toch ben ik wel benieuwd wat voor volwassenen de hedendaagse kinderen zullen worden als ze de eerste twaalf jaar geen enkele reclame te zien krijgen. En dat ze geen sprookjes meer te lezen krijgen. En dat ze op elke vraag een eerlijk antwoord krijgen van hun ouders, ooms, tantes en onderwijzers.

Waar zou dat experiment toe leiden?

De toekomst van een kind

KerstverhaalEr was dus een kindeke, geboren op aard' …..
Wat zou er van dat kind terecht zijn gekomen als het bevlekt ontvangen was, niet in een stal maar een in riante woning geboren was en niet door allerlei figuren omringd en bewonderd, waaronder drie heuse koningen?
Het schijnt zo te zijn dat we onze eerste vier levensjaren amper kunnen herinneren. Wel voltrekt zich de ontwikkeling van je hersenpan, waarmee de basis wordt gelegd voor wie je zal worden en wat je zal kunnen.
Of allerlei invloeden van buitenaf, tijdens de zwangerschap of je eerste levensjaren, ook nog medebepalend zijn, daar verschillen de meningen flink over. Maar het lijkt erg aannemelijk dat allerlei omstandigheden een neo-natus niet onberoerd laten.
Neem nou onze oranjekinderen. Geboren in een paleisje, onder het oog van de massamedia ten doop gebracht en overal horen dat je moeder een koningin is. Dat je dan, ondanks een normale bevalling toch eindigt als waterhoofd, is helemaal niet zo raar.
En, veel ernstiger, we weten donders goed dat kinderen die in armoedige omstandigheden ter wereld komen, nauwelijks te eten krijgen, de rest van hun leven vaak lichamelijk en soms geestelijke mismaakt opgroeien.
Dus wat moet dat worden met een jochie dat tussen een ezel en een os wordt geboren, twee doodvermoeide ouders aan zijn zijde, die ook nog eens lastig gevallen worden door allerlei nieuwsgierige figuren die in adoratie naast het kind neerknielen? Juist, die wordt de Verlosser, dat kan bijna niet anders.
Hoe dat verder is afgelopen met de arme jongen weten we maar al te goed. Vre-se-lijk! Niemand die dat zijn kind wil aandoen.
Sindsdien is het wachten op zijn terugkeer. Nou hebben aardig wat figuren erg hun best gedaan de mensheid opnieuw te verlossen, maar niemand heeft het idee gehad dat het om de reïncarnatie ging van de Verloren Zoon. Van alle historische helden kwamen Gandhi, Martin Luther King en Nelson Mandela misschien nog het dichtst in de buurt. Al Gore doet nu weer een poging, maar zolang er geen paus is die ze tot de ultieme wereldredder benoemt, lijkt het of we nog steeds in verwachting zijn van het nieuwe kindeke Jezus.
Ik snap Rouvoet wel, die met zijn rijksjeugdburo alle gezinnen in de gaten wil houden. Die wil natuurlijk de kans niet mislopen dat hij de terugkeer van dat kindeke over het hoofd ziet. En hij wil er ook zeker van zijn dat zo'n kind dan de juiste opvoeding tot verlosser zal krijgen. Hij heeft niks aan ouders die hun kind voor het rijksopvoedburo verborgen houden, indachtig het liedje van Boudwijn de Groot: “als-ie maar geen verlosser wordt, ze nagelen hem misschien halfdood…”
Begrijpt u nu waarom we zo voorzichtig moeten zijn met kinderen? Of zou de verlosser
niet als mensenkind ter wereld komen en hebben we vorig jaar een komodovaraan over het hoofd gezien?
Prettige kerst verder……

Laat kinderen niet zwemmen, leer ze kiezen.

Kinderenteevee

Gelukkig hebben we hier heel andere zorgen om onze kinderen dan in menig ander werelddeeltje. Terwijl elders 6 miljoen kinderen aan ondervoeding bezwijken, is er hier eten in zo'n overvloed dat kinderen verveeld naar de fles grijpen en het risico op alcoholvergiftiging voor lief nemen. Nou kan ik me voorstellen dat als je als mondige peuter er voor kiest het leven te willen sparen van alle schattige kuikentjes en je dan de CDA'er Joop Atsma over je heen krijgt, acuut aan de drank gaat. Peuters hebben geen mening, maar zodra ze wakker worden uit de slaap der onschuldigen horen ze natuurlijk de opvattingen van het CDA te hebben. Nou komt het CDA hier nog goed mee weg want valse meldingen van kindermishandeling worden niet strafbaar gesteld.

Het CDA is niet de enige partij die zich zorgen maakt om de meningsvorming van kinderen. GroenLinks-parlementariër Tofik Dibi schaart zich in in de rijen roependen die kinderen willen beschermen tegen schadelijke invloeden van de media. Nou hoeft dat niet door naar censuur riekende maatregelen die het CDA voorstelt, maar door een betere opvoeding. Het blijft de verantwoordelijkheid van de ouders om hun kroost enige media-wijsheid bij te brengen en het onderwijs kan de ouders daar een handje bij helpen. Op basisscholen zou het vak media-educatie verplicht moeten worden.

Tofik Dibi krijgt hierbij de steun van jeugd-en-media specialist Peter Nikken. Die zegt in het dagblad Trouw: “We leren kinderen ook zwemmen, omdat ze anders verdrinken. Dus waarom zouden we ze niet leren omgaan met de media?”

Daar valt wat voor te zeggen. Tenslotte gaat ook menig volwassene kopje onder in de vloedgolf aan informatie die televisie, kranten en internet over hen heen storten. De media-educatie die Tofik Dibi voorstelt, moet kinderen leren uit dat media-aanbod weloverwogen keuzes te maken, zonder censuur of moralisme.

Mooi voorstel, maar wat zijn “weloverwogen keuzes”? De ongebreidelde nieuwsgierigheid van kinderen houdt op zodra er weloverwogen keuzes gemaakt worden. Want op basis waarvan worden keuzes gewogen? Veel keuzes worden toch beïnvloed door de normen en waarden die je van huis uit meekrijgt? Of anders gezegd: het moralisme van je ouders, onderwijzers of je peer-groep geven richting aan je keuzes. En maak je keuzes die dwars staan op heersende normen en waarden, dan wordt je “weloverwogenheid” in twijfel getrokkken.

Moeten kinderen dan niet leren te kiezen? Zeker wel. Leer ze dat keuzes niet uit de lucht komen vallen. Leer ze welke factoren een keuze kunnen beïnvloeden. Leer ze dat er altijd meer te kiezen valt dan uit wat anderen je aanbieden.

Mocht die verplichte media-educatie er komen en op een goede manier gegeven worden, dan kan kinderen geleerd worden dat je je niet vast hoeft te leggen op de keuze van de persfotograaf die net zoveel vastlegt als hij buiten beeld houdt. Dat keuzes niet alleen bepaald worden het aantal woorden in een krantenartikel, maar ook door de hoeveelheid informatie die weg wordt gelaten. Leer ze vooral nieuwsgierig te blijven en te blijven zoeken naar wat er achter de horizon nog meer te ontdekken valt. Leer ze vooral dat het beeldscherm die horizon niet is.