Tagarchief: natuur

Je bent een rund, als je met natuur stunt.

Heckrund Volgens het KNMI ligt de winter al weer 10 dagen achter ons, volgens de kalender duurt het nog 10 dagen voor de lente begint. Hoe dan ook, in de Oostvaardersplassen heersen tot april nog ijzige toestanden. Volgens Staatsbosbeheer is de winter in april voorbij.

Net als vorig jaar, is er commotie rond het aantal dieren dat de winter zal overleven. Een deel van de heckrunderen, konikpaarden en edelherten is al gestorven door voedseltekort. De natuurlijke dood. Een aantal is ziek, zwak en misselijk van de honger en houdt zich op de been tot ze worden afgeschoten. Natuurlijk dood je ze zo. Onnodig lijden moet voorkomen worden.

Vorig jaar kreeg Staatsbosbeheer de kritiek over zich heen dat er te weinig en te laat werd afgeschoten. Of juist dat er werd geschoten. De verenigde dierenartsen vonden dat onnodig lijden voorkomen kon worden door een derde van het Oostvaarder beestenspul
preventief om te leggen. De Dierenbescherming vond dat je de natuur zijn gang moest laten gaan. Daar hoort van de honger sterven ook bij. Andere natuurliefhebbers vonden dat er meer bijgevoerd moest worden.

Dit jaar zal weer een deel van de veestapel het loodje leggen. Nu is er onenigheid over de aantallen. Diverse kranten berichten vandaag dat er
een recordsterfte wordt verwacht. In de berichten wordt een niet met naam genoemde woordvoerder van Staatsbosbeheer geciteerd, die een afschot noemt van 15 tot 25 procent op de 3500 aanwezige dieren. Normaal gesproken, zegt-ie. Dat zijn dus 525 tot 875 dieren, die de barmhartige kogel hebben krijgen.

Staatsbosbeheer gooit er op haar website
een persbericht tegenaan, waarin een recordsterfte wordt tegen gesproken. Wel ligt het percentage afgeschoten dieren hoger. Vorig jaar werd 80 procent van de lijdende dieren een genadeschot. Nu ligt dat al op 96 procent.
Dat moet ook, want na de commotie van vorig jaar zijn de protocollen aangepast en wordt er sneller geschoten. Nu gaan die dieren eraan, waarvan zeker is dat ze de lente niet halen. Tot vorig jaar werd gewacht tot de dieren in hun allerlaatste levensfase waren. Overigens beteken die cijfers dat er altijd nog ruim 290 lijdende dieren zelf aan hun eind moeten zien te komen.

De Oostvaardersplassen is aangewezen om de natuur haar eigen gang te laten gaan. Nu blijkt: je bent een rund als je met natuur stunt. Eén van de ingrepen was het uitzetten van grote grazers. Waarom? Tja, als het gebied aan zichzelf zou zijn overgelaten, zou het binnen de kortste keren dichtgegroeid zijn. De paarden, runderen en herten deden zich tegoed aan het groen en tierden welig. Ten koste van het groen. Zozeer zelfs dat er steeds minder te grazen valt. Met een slecht gevulde buik kom je de winter niet door.
Het ligt in de natuur der mensen om onpasselijk te worden van uitgemergelde natuur. Zet een week lang een vel-over-been kindje op de buis en de donaties stromen binnen om tonnen Brinta naar hongergebieden te sturen.

Uitgemergelde herten, paarden en runderen zijn eveneens een doorn in het oog. Maar hoe je dat voorkomt, daar verschillen de meningen over. Staatsbosbeheer, die eerder zo min mogelijk wilde ingrijpen, moet nu meer dieren uit hun lijden verlossen, om het aantal foto’s van dierenleed te minimaal te houden.
Het mag duidelijk zijn dat er absoluut geen sprake van is, dat de natuur haar eigen gang mag gaan in de Oostvaardersplassen. Daarvoor ligt die natuur teveel binnen het zicht van mensen, die zo hun eigen kijk op de natuur hebben. Voorstanders van afschieten zijn even slechte natuurliefhebbers, als diegenen die er over klagen en willen bijvoeren en beschutte plekken willen aanleggen. Beiden zijn voor ingrijpen in de natuur om de natuur te redden.

In de maakbaarheid van een natuurlijke natuur, is blijkbaar de natuur zelf over het hoofd gezien. Want grote grazers vreten veel. En heb je veel grote grazers, dan is het eten zo op.
Zonder ingrijpen is er onnodig dierenleed, dat is wel zeker. Er zijn wel andere middelen om de problemen aan te pakken. Het aantal dieren verminderen. Gewoon een paar stieren steriliseren en de beesten sterven uiteindelijk alleen nog van ouderdom. Wie dan nog een kadaver tegenkomt op de rustieke natuurwandeling, moet niet gaan blaten. Want wat is mooier dan een natuurlijke dood sterven in een natuurlijke omgeving? Dat is veel mensen niet gegeven.

Strijd tegen de verlichting.

Lichtstal Boeren tasten in het duister. Niet letterlijk, maar dat gaat er wel van komen. Dat zit zo.

Het is nog maar kort geleden dat wetenschappers ontdekten dat een koe gelukkiger wordt van
meer licht. Zo’n 16 uur per dag licht maakt een koe zo blij, dat de melkveehouder snel aan zijn melkquotum zit. De lichtstal doet zijn intrede. Prima verlichting en omdat er vaak halfopen wanden inzitten, straalt het platteland alsof het de Westlandse kassen zijn.

Nog korter geleden, gisteren om precies te zijn, werd aan een Friese gedeputeerde de onderzoeksresultaten overhandigd, waarin adviezen werden gegeven om
lichthinder te beperken. Eén van de tips: Doe het licht in de stallen vroeg in de avond uit.
Krijgen we dan weer ongelukkige koeien, met het risico van een karnemelkoverschot? Nee, stellen collega’s van de meer verlichte onderzoekers, zes tot acht uur donkerte is nodig om de koe een gezond ritme te geven. Da’s goed voor allerlei belangrijke processen in het beest. De rest van de dag is het licht weer belangrijk voor de groei, de vruchtbaarheid en de melkproductie.

Het kan dus met minder licht. In ons land is het in deze tijden wel langer donker dan zes tot acht uren. In de winter kan het wel 15 uren donker zijn. Dan zijn de resterende 9 uren licht niet genoeg, voor de aanhangers van de theorie dat een verlichte koe een gelukkige koe is.
Maar ook de stelling dat 8 uren donkerte een koe aan een gezond bioritme helpt, voorkomt niet dat er dan nog 7 uren bijgelicht moet worden.

Waar in andere delen van de maatschappij de Verlichting al lang is afgezworen, kom je er op het platteland niet zo makkelijk van af. De Friese gedeputeerde Konst weet wel dat ook Friese burgers last hebben van verlichting. Om te voorkomen dat hij zijn zetel in maart moet afstaan aan politici met duistere plannen, werpt hij zich op als strijder tegen de verlichting. Tegen lichtoverlast om precies te zijn.

Daarbij toont hij zich een man van deze tijd. Niks regelgeving, geen sturing met vergunningen. Nee, een gedragscode regelt het wel. De lichtuitstoot is zo gering, dat je er geen wetgeving op los moet laten, vindt de gedeputeerde.
Als dat klopt, waarom dan wel een duur onderzoek? Omdat de boer in het nauw zit. Teveel burgers om zich heen die maar last hebben van al dat licht. Daar zitten ook mensen tussen die zich zorgen maken over het ontregelde bioritme van de overige natuur. Zoveel hebben we daar niet meer van, dus dat moet je een beetje met rust laten.

De boer tast dus in het duister. Is hij nou boer of landschapsbeheerder? Is hij nou melkproducent of beschermheer van de ongerepte natuur? En moet het licht nu uit, of moet het aan?
De boer zal blij zijn met de gedragscode. Gedragscodes zijn geheel naar eigen inzicht op te stellen en naleven loopt zo’n vaart niet. Zoveel heeft de boer wel van de bankier geleerd.

Meer ruimte per persoon

Meer ruimte per persoon Alsof bij de individualisering de einder nog lang niet in zicht is. Zo mag je het CBS-bericht wel lezen over de verdeling van de vierkante meters Nederland. Er is in tien jaar tijd 17 duizend hectare woonterrein bijgekomen. Huishoudens namen minder ruimte in beslag, individuele personen juist meer.

Elke centimeter lijkt in Nederland nu wel op de een of andere manier benut. Ter land of ter water, alles heeft een functie. Ongerepte natuur is er niet. Toch is het nog aardig groen in Nederland. Nuttig groen, dat wel. Van de 80 procent land gaat het grootste deel op aan de agrarische sector. Slechts 10 procent gaat op aan bebouwd terrein.
Wie bij het persberichtje van het CBS doorlinkt naar de meer gespecificeerde gegevens (zie deze CBS-Statline), ziet hoe de ruimte is verdeeld.

Om te beginnen is er een fractie ruimte bijgekomen. Nederland is tussen 1996 en 2006 maar liefst 0,04% groter geworden.
Het heeft de agrarische sector niet mogen baten. Dat is de enige functie die aan oppervlakte heeft verloren (-3,26%). Dat verlies is deels opgegaan aan water, waarvan het oppervlakte met 1,44% is toegenomen. Maar de landbouw heeft natuurlijk ook ingeleverd op bijna elk ander terrein.

Opvallend is de grote groei van semi-bebouwd terrein. Daarmee wordt bedoeld: begraafplaatsen, vuilstortplaatsen en wrakkenopslagplaatsen. Maar ook delfstofwinplaatsen en bouwterreinen, waar nog niet wordt gewoond of gewerkt. Die categorie bewijst dat Nederland maakbaar blijft, want die nam steeds meer hectares in beslag. Ook de begraafplaatsen en de wrakkenopslagplaatsen groeiden.
Vuilstort en delfstofwinning namen minder ruimte in.

Een tweede ruimtevreter zijn de recreatieterreinen. Dat zal ook menig boer in het nauw hebben gebracht. Ruim 10,5% meer vierkante meters zijn tot ontspanningsoorden omgetoverd.
Daartoe rekenen we parken, plantsoenen, sportterreinen, volkstuintjes, campings, wandelgebieden, enzovoorts. De volkstuintjes hebben ingeleverd, de rest is gegroeid. Opvallend hierbij is dat parken en plantsoenen aardig zijn uitgedijd.

Pas op de derde plaats komt de functie wonen en werken. Er is 9,8% meer hectare aan opgegaan aan wonen, winkels, bedrijven, openbare en sociaal-culturele voorzieningen.
Die laatste twee categorieën zijn nauwelijks of niet gegroeid. Wonen, winkels en bedrijven wel. U snapt waarom menig Nederlanders als een gestresste kip op die paar vierkante leefruimte rondloopt. Voor ontspanning moet-ie de scharrelruimte uit. Naar de recreatieterreinen die hierboven zijn genoemd.

De CBS-cijfers zijn in
deze excelsheet samengevat. Het aandeel bebouwd terrein neemt nog geen 10 procent van alle oppervlakte in gebruik. Maar wat groen (land) of blauw (water) is, heeft wel vaak een functie waar mensen op de een of andere manier gebruik van maken. Of dat nou per huishouden, of per persoon is.
Maar goed, ongerepte natuur, daar hebben we niks aan. Het is maar goed dat die paar stukjes land waar wij niet mogen komen, door staatsbosbeheer onder controle worden gehouden. We willen niet aan onkruid ten onder.

Natuur en ijs.

Natuur en ijs Natuurlijk staat menig liefhebber nu voor de keuze: gaan we d’r op, of zakken we d’r onder?
Pogingen om te zien of het ijs het houdt, kunnen echter de pret flink bederven, Is het ijs te zwak, stap je er zomaar doorheen. Dat wordt langer wachten tot de wakken van ongeduld zijn hersteld tot prachtig, solide natuurijs.

Niet te vroeg met je poten op het ijs dus. Maar hoe kom je er nou achter wanneer het ijs wel goed genoeg is? Elke dag op tv het nieuws bekijken? Wachtend op het weerbericht wordt je dan eerst geconfronteerd met de klimaattop in Kopenhagen. Waar is die ook al weer voor? Oh ja, de opwarming van het klimaat en zo. Nou, dan zal het van sterk ijs wel niet meer komen.

Teleurgesteld zoekt de ijsliefhebber zijn vertier op weblogs. Daar gloort ineens hoop. Hele drommen reakteurs beweren dat het wel meevalt met die opwarming. De schaatsgek rent naar zolder en haalt de ijzers te voorschijn. Maar zeker weten doet-ie het toch niet.

In afwachting van de kuren van de natuur (gaat-ie vriezen, gaat-ie dooien?) even de lokale krant doorgenomen.
Krijgen we nou? “IJs slecht door reddingen”, kopt een Brabants blaadje. Het Zwanenmeer is verpest door een domme gans. De brandweer heeft de stoethaspel uit het ijs moeten bikken. Resultaat: de ideale schaatsplas is onbetrouwbaar geworden.
Dat wordt niks meer, denkt de schaatsfanaat. Stomme ganzen ook, eerst het gras onder de boer’s voeten wegvreten en nu het ijs verstieren. Waarom zijn ze niet massaal geruimd?

Even in een ander krantje kijken. Daar is hoop! “Dieren redden zich goed”. Oh? En die ganzen in Brabant dan? Nou, ook
in het oosten van het landis de dierenambulance wel watervogels te hulp geschoten die waren vastgevroren”. De schaatsgek voelt de opwelling bovendrijven het ambulancepersoneel te lijf te gaan. Maar wacht even, “gezonde vogels vriezen niet vast hoor”, zegt een dierenambulancebroeder.
Ah! Dat idee ongezonde vogels te ruimen, is zo gek nog niet, denkt de ijsfreak. Maar dat moeten ze dan wel voor de winter doen.

Maar goed, gaat het nog wat worden met dat ijs, of niet? Van de nieuwsgaring wordt de ijspretmaker niet vrolijker. Het zijn namelijk niet alleen zwakke vogels die de aanmaak van natuurijs verstoren.
In het noorden van het land parkeerde iemand zijn auto op het zo prille en onschuldige ijs. Moest ook gered worden en dus lag ook hier het ijs er schots en scheef bij.

Ook de criminaliteit hakt er stevig in.
In Gouda lezen we: “Zij (de politie) hoorden vanachter het pand het geluid van brekend ijs”. De politie zat twee boeven na, die door een bevroren sloot vluchtten. Een agent maakte de ravage in het ijs nog wat groter, door er doorheen te springen om de achtervolging voort te zetten.

Het kan dus nog even duren. Mocht het blijven vriezen, dan moet het grootste uitstel van schaatslol nog komen. Als iedereen met eigen ogen heeft gezien, dat het water al dagen dicht zit, gaan ze proberen of het ijs houdt. Scheurtje hier, wakje daar en het ijs is voor dagen nog niet klaar.

Leuk, dat verhitte enthousiasme bij het eerste serieuze winterse weer. Een advies aan de schaatsliefhebber: Blijf koel, heb geduld en laat de natuur met rust. Dan komt dat ijs vanzelf wel.
Vraagje aan de deskundigen: is het klimaat rijp voor een elfstedentochtje?

Het einde der mannen.

Het einde der mannen Aan allerlei gedoe tussen mannen en vrouwen komt pas over zo'n 375 duizend jaar een einde. Omdat mannen ten onder gaan aan de kuren van hun Y-chromosoom. Maarten Keulemans wordt op VPRO's Noorderlicht ondervraagd over mogelijke scenario's waar de mensheid aan ten onder kan gaan.

Eén daarvan is de teloorgang van het mannelijk Y-chromosoom. “Het aantal werkzame genen op het mannenchromosoom is in miljoenen jaren teruggelopen van ruim duizend tot enkele tientallen“, zegt Keulemans. Op de website Exit Mundi licht hij dat met de nodige nuances toe. Zo denken onderzoekers dat het Y-chromosoom zich ooit eens danig heeft geweerd tegen aanvallen van het X-chromosoom (lees de
Engelstalige uitleg op Exit Mundi). Het Y-chromosoom is dus veel weerbaarder dan sommigen denken. In de natuur zijn echter ook voorbeelden gevonden van populaties waar de mannen zo goed als verdwenen zijn.

Afijn, misschien kan het een evolutionaire verklaring zijn voor het vrouwenoverschot. Dat overschot valt in Nederland nog wel mee (in 2004 ruim 160 duizend vrouwen meer dan mannen, volgens het CBS). Het overschot bestaat overigens alleen in het oudere bevolkingsdeel. Vanaf 30-jarige leeftijd zie je het overschot licht groeien.

Nu hebben mensen de bijzondere gewoonte de natuur niet op haar beloop te laten. Dus treffen ze allerlei maatregelen tegen alles wat als ongerief wordt ervaren. Zo zijn er te weinig vrouwen in topfuncties. Met afspraken, desnoods wetten, zou dat ongemak bestreden kunnen worden.
Niet doen, zegt Marike Stellinga
in de Volkskrant. De Elsevier-journaliste meent dat het najagen van zoveel ambitie niet in de natuur van de vrouw zit. Het komt voor, zeker, maar Marike Stellinga gelooft niet dat de vrouwen die wel torenhoge ambities hebben, ook maar een strobreed in de weg wordt gelegd.

Zolang het mannelijk Y-chromosoom niet volledig is gedegenereerd, moet de gelijkheid tussen vrouwen en mannen misschien afgedwongen worden door de wetenschap. Knutselen aan de natuur kunnen we al. Knutselen aan de menselijke natuur vordert ook gestaag.
Wellicht zou de zwangere man kunnen leiden tot meer gelijkwaardigheid?

Nederland rommelmarkt

Nederland rommelmarkt “De ruimtelijke inrichting van Nederland verandert, dat is zeker. Maar om te weten of zij rommeliger wordt, moet je voor ogen hebben hoe Nederland eruit behoort te zien”. Dat zei Wim Derksen, directeur van het Ruimtelijk Planbureau, in een artikel van de VNG in 2007.

Misschien moet dat anders worden geformuleerd worden. De rommeligheid van het Nederlandse landschap wordt bepaald door wat iemand zich voor zijn ogen ziet afspelen. Zo vindt minister Cramer, verantwoordelijk voor Mooi Nederland, een snelweg natuurlijk niet het fraaiste element van het landschap, maar het is wel de locatie van waaruit je een mooi uitzicht hebt op zeer gewaardeerde panorama's.
Ze schreef een burgerraadpleging uit en distilleerde daar een top-tien van de
favoriete snelwegpanorama's die door filerijders zijn aangewezen. Behalve de Veluwe, werden ook de Moerdijkbrug, de Brienenoordbrug en de Afsluitdijk bestempeld als hemelse uitzichten.
Ook
vier provinciale bestuurders deden mee. De commissarissen der koningin kozen natuurlijk voor hun eigen provinciale asfalt, waar nog aardig wat natuur langs ligt.

De gezamenlijke Provinciale Milieufederaties doen de burgerraadpleging nog eens over. Tot juli kun je stemmen op één van de zes genomineerde rommeligheden in jouw provincie. Op de website verknipt landschap konden burgers plekken melden die hun een doorn in het oog waren. Tevens kon met oplossingen aandragen om die rommel op te ruimen. In oktober willen de Provinciale Milieufederaties aan de slag met het opschonen van de meest verrommelde plekken.

Hoewel minister Cramer met 13 miljoen euro zuinig ruimtegebruik wil stimuleren, verrommeling wil tegengaan en mooiere steden en landschappen wil creëren, vinden de Provinciale Milieufederaties dat de bestaande verrommeling ons landschap blijft ontsieren en ontstaat er nog steeds nieuwe verrommeling. Ze vinden het hoog tijd dat de verrommeling van Nederland echt wordt aangepakt en opgeruimd.

Wie wil stemmen moet op de website op een wat ingewikkelde manier de genomineerde plekken zien te vinden. En dan zie je dat er net zo verschilend over rommelig landschap wordt gedacht, als voer snelwegpanorama's.
Zo wordt een
bouwlocatie bij Pijnacker (Zuid-Holland) een lastige puinhoop gevonden, die met geluidswallen en schermen aan gehoor en gezicht onttrokken zou moeten worden. Een recreatiepark in het Lauwersmeergebied (Friesland) mag nog zulke fraaie bungalows hebben, maar het aantal moet beperkt worden. In Zeeland zouden de borden weggehaald moeten worden, die actievoerders van de Groene Leugen in de akkers hebben geplaatst. De Groene Leugen is een initiatief van ondernemers die zich zwaar gehinderd voelen door milieuorganisaties.

Tja, de een zijn rommel is de ander zijn brood. Nederland is zo klein dat het niet veel moeite moet kosten het een beetje netjes te houden. Toch is dat tot één van de belangrijke problemen van dit land gebombardeerd.
Werken, recreëren en natuurbehoud moet samen gaan. Dat wordt dus puzzelen op de vierkante centimeter. En hoe lovend het ook is dat minister Cramer en de Provinciale Milieufederaties de burger raadplegen, zo kom je er niet uit. De “wisdom of the crowds” werk hier niet. Iemand die de Randstad ontvlucht om landschappelijk te gaan wonen, ziet natuurlijk liever geen loods van een betonbedrijf naast zich. En de boer, hij ploegt voort en ziet zijn akker niet graag onder water gezet.

Is Nederland te klein voor natuur? Of moeten we “rommel” tot onze natuur rekenen?

Vroege vogels code

Vroege vogels code Elke burger wordt geacht de wet te kennen. Da's geen doen. Niet alleen zijn er talloze wetten, ze veranderen aan de lopende band. Reken maar dat de per 1 mei veranderde verkeerswet het komende jaar nieuwe overtredingen zal opleveren.

Vara's Vroege Vogels en een aantal natuurverenigingen maken het hun leden makkelijk de Flora- en Faunawet na te leven. Uit die wet destilleerde men de Vroege Vogels Natuurfotografencode. Tien geboden voor mensen die vrije vogels liever vangen in hun digitale foto- en videokastjes.
En zo hebben we er weer een gedragscode bij. Het aantal gedragscodes die je na te leven hebt op werk, vrije tijdsvereniging en in de openbare ruimte zijn net zo min te onthouden als de wet zelf.

De wetsteksten van de Flora- en Faunawet, gekoppeld aan gezond verstand leiden tot de volgende praktische aanbevelingen en die vormen de basis van onze 10 Gouden Regels“, zo stelt de redaktie van Vroege Vogels.
Bekijken we die regels, dan lijkt het er sterk op dat het gezonde verstand van natuurliefhebbers schadelijk is voor de natuur. Want op het eerste oog lijken het regeltjes die je, met een normaal functionerend verstand, vanzelfsprekend vindt. De regels zijn nu blijkbaar nodig, omdat die vanzelfsprekendheid niet wordt nageleefd. Of er mankeert wat aan dat gezonde verstand.

De gedragscode begint met een regel, die mij niet zo rustgevend lijkt voor de natuur: Fotografeer dieren en planten alleen in hun leefomgeving. Dat is een oproep om vooral wel door het struikgewas te banjeren, door sloten en plassen te bevaren of de boom in te klimmen, op zoek naar een vogelnestje.

De overige regels roepen evenzeer vraagtekens op.
Regel 2: Vang of verontrust geen dieren. De natuurliefhebber wordt voor het ethische dilemma geplaatst een dier te vangen of te verontrusten. Het dier wordt evenzeer in vertwijfeling gebracht bij de nadering van een mens: gaat-ie me nou vangen of maakt-ie me alleen maar een beetje bang. Beter zou zijn: vang èn verontrust geen dieren.

Regel 3: Bied geen voedsel aan speciaal voor de foto. Hier had men wel een gouden tip aan toe kunnen voegen. Wil je een beestje fotogeniek op de plaat, hou je dan aan de regels die bijvoorbeeld in de modewereld gelden. Daar worden de modellen ook niet vetgemest, eerder uitgehongerd, voor een fraai resultaat.

Regel 4: Fotografeer alleen nesten als dit de dieren niet verstoort. Dan moet je wel weten welke dieren genoeg narcistische ijdelheid bezitten om hun eieren of pasgeboren kroost aan gans de wereld te tonen. De trotse pauw? De glimworm? De meeste dieren zijn al druk genoeg hun nest te beschermen tegen de natuurlijke vijanden. Moet daar een legertje fotografen bij?

Regel 7: Natuurfoto’s zijn niet geënsceneerd en gemanipuleerd. Dit is een hele fraaie. Uiteraard behoudt de natuurliefhebber de vrijheid thuis het materiaal te fotoshoppen. Een nadere toelichting maakt duidelijk, wat niet de bedoeling is: Manipulatie van dieren (vasthouden, verplaatsen) en van planten (vastklemmen) is in de regel niet gewenst, vaak af te raden, en soms helemaal uit te sluiten.

Niet gewenst? Af te raden? Soms uit te sluiten? Overbodig advies. Want wie zou nou de natuur willens en wetens willen manipuleren? Het ligt niet in de natuur der mensen daar aan te denken, toch?

Exotisch Nederland

Exotisch Nederland Ook de natuur globaliseert. Met als gevolg dat we hier steeds meer planten en dieren zien, die we eerder niet voor mogelijk hielden. Dat wordt niet overal gewaardeerd. In het midden van Nederland wordt bekeken hoe de Amerikaanse rivierkreeft aangepakt kan worden. Die beesten horen hier niet thuis, zegt het Hoogheemraadschap Rijnlanden. Hoe ze hier komen is onbekend, maar ze doen zich wel te goed aan viseitjes en waterplanten. Voorlopig gaat men eerst 50 duizend euro besteden aan literatuuronderzoek en veldexperimenten om te kijken hoe de delicatesse bestreden kan worden.

Er leven meer exotische gerechten in neerlands wateren. De Chinese wolhandkrab bijvoorbeeld. Het lokale Chinese restaurant is wel blij met de krab, maar het waterschap Hollandse Delta maakt zich toch een beetje zorgen. Logisch, want de krab maakt fuiken van vissers kapot of steekt wel eens massaal een weg over en dan kan je met de auto alleen nog voort door er een paar honderd naar het hiernamaals te rijden (lees hier meer).

En wat dacht u van de Japanse oester. Ooit hier uitgezet omdat het me de inheemse oester niet zo best ging, maar nu concurreert de Japanner andere schelpdieren weg. Lekker eten in onze wateren is mooi, maar niet zo best voor de biodiversiteit.

Maar goed, je kunt de oesters, krabben en kreeften eten en dat kan bijdragen aan een wat evenwichtiger natuur. In Engeland denkt men er over de consumptie van de Chinese wolhandkrab te promoten, zodat er voldoende worden gevangen en de schade die ze aan de oevers van de Theems toebrengen tot een minimum beperkt kan worden (met dank aan Sargasso).

Ruim 10 procent van de dieren is van buitenlandse herkomst. Hoewel de laatste eeuw de exoten sterk toenemen, zitten er ook beestjes bij die hier al heel lang verblijven. De paalworm en de muskusrat bijvoorbeeld. Die zijn ook nog eens lastig omdat ze onze verdediging tegen het water kunnen ondermijnen. Samen met de bescherming van inheemse soorten, is met de aanpak van exotische dieren ruim 1 miljard euro gemoeid.
Dat is dan buiten de kosten die Haagse ambtenaren kwijt zijn
aan de stomerij als ze ondergepoept zijn door de halsbandparkiet.

Wie denkt dat de stad eigenlijk niet zo geschikt is voor biologische evolutie, vergist zich. Niet alleen die papegaai gedijt goed, ook exotische planten als de mediterrane kransmuur en het afrikaanse straatliefdegras tieren welig tussen steen en beton.
Ach, zoveel natuurlijke import, het is teveel om op te noemen. De natuur gaat haar gang. Niet leuk voor de donderpad las de grondel binnen komt zwemmen en of iedereen net zo vrolijk als de Zoogdierenvereniging zal worden van de naderende wolf, is nog maar de vraag.

Maar tijden veranderen. Door het klimaat, door de globalisering. En de natuur doet daar lustig aan mee. Het lijkt me een volstrekt vanzelfsprekende ontwikkeling dat dieren en gewassen de kop op steken in een biotoop waar het goed vertoeven is. Mensen pakken dat anders aan. Althans, sommige mensen in Nederland. Die klagen over regen en kou, maar vestigen zich pas in zonniger oorden als ze uitgewerkt zijn en hun pensioentje dat toelaat. Terwijl ze natuurlijk een hartverzakking van de chagrijnigheid hadden kunnen voorkomen door al veel eerder een zonniger humeur op te zoeken.

Bedrijvige natuur

Bedrijvige natuur

Als het aan ingenieur Robbert Snep ligt, worden ook bedrijventerreinen tot natuurgebied verklaard. Omdat veel van die terreinen verouderd zijn en aan herstructurering toe zijn, is er een mooie gelegenheid die fantasieloze, soms troosteloze area's op te pimpen en een “meerwaarde voor hun omgeving” mee te geven.

Aanstaande vrijdag promoveert de ingenieur op zijn onderzoek naar het behoud van biodiversiteit op bedrijventerreinen. Uit zijn onderzoek is gebleken dat bijzondere broedvogels en amfibieën al op die terreinen voorkomen en met een beetje aanpassing kan de natuurlijke meerwaarde nog vergroot worden.

En dat geldt niet alleen voor de bedrijventerreinen die diep in de polder liggen. Ook de complexen aan de stadsrand kunnen als “bron voor meer natuur in de stad dienen, zodat bewoners van aangrenzende wijken meer vlinders en vogels in hun tuin krijgen”.
De gebruikers van de terreinen zijn welwillend en onderschrijven de meerwaarde van natuur op hun grondgebied. Maar dan moet het wel passen bij de gewenste uitstraling van hun business en gezond en leefbaar zijn voor werknemers en omwonenden.

Groene daken en gevels, tijdelijke natuur op braakliggende stukken grond, ecologische verbindingzones en meer ecologisch groen in plaats van het steriele bedrijfsgroen zijn middelen om tot een biodivers bedrijfsterrein te komen, stelt Robbert Snep. Nederland loopt op dat gebied nog achter bij het buitenland, waar veel meer bedrijven aan natuurbehoud op hun eigen terreinen doen.

Je hoort het bedrijfsleven al bijna opgelucht zuchten dat Milieudefensie nu hun actie “Teken tegen nieuwe bedrijfsterreinen” wel in de prullenbak kan gooien. Zo slecht is alle bedrijvigheid niet voor de kleine watersalamander. Dat diertje is wel slecht voor de bedrijvigheid. Want er hoeft maar één salamander, korenwolf of rugstreeppad gesignaleerd te zijn of bouwplannen lopen vertraging op. Minister Verburg (LNV) heeft zelf een professor aangesteld als Gegevensautorteit Natuur, die er voor moet zorgen dat ontwikkelaars niet ineens een onverwacht beestje op hun pad treffen.

Wat nieuwe bedrijventerreinen betreft zal nog enige waakzaamheid op zijn plaats zijn. Dat Milieudefensie als kritische tegenhanger van de Gegevensautoriteit Natuur optreedt, mag voorlopig dan ook behouden blijven als de noodzakelijke “kwaden” der democratie.

De herstructurering van bestaande terreinen zouden ook op vertraging kunnen rekenen, omdat daar toch ook diertjes blijken te leven die onder bescherming van de Flora- en Faunawet vallen en tot de zo gewenste biodiversiteit van dit land behoren.
De ideeën van ingenieur Snep bieden ruimte voor de bedrijven. Maar ik kan me voorstellen dat men het terrein niet graag overwoekerd ziet door allerlei wildgroei dat bescherming biedt aan elke willekeurige vlinder of koekoek. En bovendien, moet een bedrijventerrein afgesloten worden als de daar opgegroeide padden aan hun jaarlijkse trek beginnen? Het is toch geen representatief gezicht als het asfalt bezaaid ligt met paddenlijkjes.

Het zal nog wel praktijk blijven dat, in de strijd om elke vierkante centimeter, er zowel een bedrijfsterrein hier als een korenwolf daar zullen sneuvelen. Op de weg naar een grotere integratie van menselijke bedrijvigheid en noodzakelijk groen bieden ideeën als die van ingenieur Snep voorlopig minimale winst en hoeven we voorlopig geen keuze te maken hoeveel natuur ongerept dient te blijven ten behoeve van onze overleving.

Buitenhuisje en filosofie

Buitenhuisje en filosofieAls je wat langer de rust van het buitenhuisje-leven ondergaat, onthaast je zover dat het uiteindelijk nergens meer over gaat. En dan verval je in filosofie.
Een paar filosofietjes die hier boven kwamen drijven.

1. Vogels. Als je ze goed bekijkt, hebben vogels helemaal niks met mensen te maken. Die lichaambouw en wat ze met dat lijf kunnen…
Vogels moet wel nazaten zijn van wezens die ooit van andere planeten hier een buitenhuisje zochten.

2. Hoe meer je van iets hebt, des te minder respect je er voor houdt.
Bij wandelingen rond het buitenhuis, viel het me op hoeveel natuur er eigenlijk nog is. Veel paden waren echter kapoptgereden door traktors en van bladblazers hebben ze hier nog nooit gehoord. De bossen liggen bezaaid met hopen bladeren, waar je doorheen moet waden.
Kortom: een zootje. Maar ja, de mensen hier zien die natuur elke dag. Ze vinden het zo gewoon, dat er blijkbaar geen buitengwoon respekt voor nodig is.

3. Mensen moeten meer met elkaar praten, meer naar elkaar luisteren, beter met elkaar communiceren, elkaar beter verstaan. Dat is toch de heersende gedachte die tot een betere wereld zou moeten leiden.
En hoe meer kennis van zaken men heeft, des te beter oordeel kan men zich van die zaken vormen. Ook goed voor die betere wereld.

Kennis is volop aanwezig en zo langzamerhand heeft iedereen wel en middagje communicatietraining gehad. En: schiet het al op met die betere wereld? Niet echt, he?
Hoe meer men praat, hoe ingewikkelder het wordt te luisteren.
Hoe meer men weet, hoe meer problemen men ziet.

De oplossing is dus niet praten, niet luisteren, geen kennis vergaren.
Wie niet praat kan nooit een onvertogen woord zeggen.
Wie niet luistert, hoort nooit iets waar-ie boos over kan worden.
En wie niets weet kan niets oplossen, noch iets aanrichten.