Tagarchief: ouders

Schools gedrag

Schools gedrag De school is een wereld, waar rust heerst en orde. In regelmaat rijpt er het pril intellect.
(Regel uit het lied “De school” – 1971, Toneelwerkgroep Proloog)

Ik ga op vakantie en neem mee… de kinderen.
Zelf gezegend met een kinderloos bestaan, heb ik tijdens de vakantie met respect gekeken naar de vele ouders in staat waren hun welverdiende vakantierust te genieten. Er waren zelfs leerkrachten met eigen kroost bij!
Die rust wordt de komende weken wreed verstoord, want de nu nog lege schoolpleinen gaan weer open. Menig ouder zal met weemoed denken aan het voorbeeldige gedrag van hun kinderen op vakantie. Jengelen om een ijsje, elkaar pesten in het zwembad, pubers die na de campingdisco in de bosjes elkaar zitten te tongen, waarna de hulpdiensten ingeschakeld werden omdat het kroost met de beugeltjes aan elkaar vastgeraakt waren.

Dat is toch en stuk rustiger dan jengelen om geen huiswerk te maken, elkaar pesten op het schoolplein en gevoos in het fietsenhok. Dat laatste leidt er soms toe dat de overheid met
1,5 miljoen euro moet bijspringen om wel erg jonge ouders een handje te helpen.
Ouders hebben vorig jaar de scholen nog gevraagd om hun kinderen eens wat sociale vaardigheden bij te brengen. Een aantal scholen zijn aan die wens tegemoet gekomen.

De Leidse Universiteit heeft onderzocht
wat het resultaat is: “Het gedrag van scholieren wordt niet aantoonbaar beïnvloed door Behave, een programma dat is bedoeld om hun sociale vaardigheden te vergroten door hen een gedragscode te laten opstellen”.
Het ministerie van Justitie had de opdracht gegeven tot dat onderzoek om na te pluizen of gewelddadig en agressief gedrag op de scholen aan te pakken is. Het project Codename Future bood de scholen een programma aan, waarmee de leerlingen aan een zelfbewuste gedragscode konden werken.
Het programma heeft niet veel geholpen, stellen de onderzoekers, maar dat wil niet zeggen dat een gedragscode niet helpt. De scholen hebben te weinig gedaan om een gedragscode goed te laten werken. Te weinig tijd er aan besteed, geen draagvlak gecreëerd en het programma is niet overal uitgevoerd zoals het zou moeten.

Bijna tegelijkertijd met het persbericht van de Leidse Universteit publiceert het
dagblad Trouw een artikel over de schoolse opvoeding bij onze oosterburen. Sommige Duitse scholen zijn overgegaan tot ouderwetse tucht en discipline. Opstaan als de leerkracht het klaslokaal betreedt, bijvoorbeeld.
Natuurlijk zijn vooral conservatieve politici enthousiast over die aanpak. Critici menen echter dat het aantal probleemjongeren er niet minder om zal worden. Trouw citeert een van hen, die stelt dat “de ergste probleemkinderen (…) juist uit milieus komen waar discipline en onderdrukking traditie zijn”.

Het schoolplein waar de meeste rust en orde heerst, is een leeg schoolplein. Een buurt waar het probleemloos aan toegaat, is een lege buurt. Een bedrijf waar perfect wordt gewerkt, is een bedrijf zonder werknemers. Tenzij iedereen zich schools gedraagt.
Ach, was het nog maar vakantie. Vrij van de dagelijkse beslommeringen, vrij van al die gedragscodes op school, op het werk, in de buurt en op de sportvereniging.

Sociale vaardigheden op school

Sociale vaardigheden op school

De school is een wereld, waar rust heerst en orde. In regelmaat rijpt er het pril intellect“.
(Regel uit het lied “De school” – 1971, Toneelwerkgroep Proloog)

Een belangrijke taak van het primaire onderwijs is het bijbrengen van normen en waarden. 85% van de ouders vindt dat de school hier goed in slaagt“.
Dat komt dan weer uit het
Nationaal Scholenonderzoek.
Maar het is niet genoeg. De ouders vinden dat er best nog meer aandacht aan mag worden besteed.
Dagblad Trouw nuanceert het net iets anders, dan in het onderzoek staat. Onder de kop “Ouders willen meer aandacht voor sociale vaardigheden“, stelt het dagblad dat niet rekenen of taal, maar sociale vaardigheid het onderwerp is dat volgens de meeste ouders aandacht tekort komt op de basisschool.

Nu zijn er ouders die menen dat hun 13-jarige dochter die vaardigheden onder de knie krijgt, als ze alleen over 's wereld woele wateren zeilt. Anderen denken dat het wel goed komt, want hun kind heeft immers duizenden vriendjes en vriendinnetjes op de pc staan?
Weer anderen hebben al hun hoop gevestigd op het Rouvoet's Jeugdbureau.

Maar ruim 5800 ouders willen dus dat de basisschool de normen en waarden er in stampt. Normen en waarden is wel iets anders dan sociale vaardigheden. Enige kennis van normen en waarden is wel handig voor je sociale vaardigheid. Vooral als die kennis je leert dat er nogal wat verschillende normen en waarden op de wereld te koop zijn.

Zouden de ouders dat wel willen? Op wat nihilisten na, zullen de meeste ouders toch graag zien dat de school de normen en waarden uitdraagt, die zij zelf er op na houden.
Willen de scholen het wel? De fundamentalistische scholen zeker. Het openbaar onderwijs beperkt zich tot wat stukjes maatschappijleer en geschiedenis, hoewel menig meester en juf graag ziet dat het klasje zijn of haar normen en waarden opvolgt. Maar da's meer van praktische aard, om 60 door elkaar kakelende kinderen een beetje bij de les te houden.

Sociale vaardigheid kan wel uitstekend onderwezen worden. Kun je kinderen leren hoe je van luisteren tot begrijpen komt? Dat praten met elkaar een heuse dialoog zou moeten zijn?
Dialoog is helaas een besmet woord geworden, dankzij de eenrichtingsweg die het kabinet er bijvoorbeeld van maakt. Maar goed, zouden de onderwijzers van vandaag hun pupillen tot meesters in sociale vaardigheid kunnen opleiden?

In de tijd waar de school nog een wereld was, waar rust en orde heerste, bakten de onderwijzers er niks van. Kreeg je een vraag, antwoordde je bijvoorbeeld “ja“, zei de mees of juf op strenge toon: “Met twee woorden spreken!
Als je jezelf dan corrigeerde met een “ja, ja“, zeilde je zo de klas uit, richting hoofdmeester. Dat is de reden waarom ik vandaag nog steeds zo sociaal onbeholpen ben.

Dat zal vandaag wel anders gaan. Hoewel ik vrees dat sociale vaardigheid nog teveel wordt verward met burgermansfatsoen.

Pedacode

Pedacode

Je mag van geluk spreken als je kind in Rotterdam bent. De wethouder voor jeugd zorgt ervoor dat het helemaal goed met je komt. Vorig jaar kondigde hij een opvoedkundig A4-tje aan en die pedagogische code is er nu.
Wethouder Geluk (CDA) noemt het overigens geen gedragscode. De tien regeltjes zijn, zo zegt hij, “vanzelfsprekendheden“.

Tot die vanzelfsprekendheden horen onder andere: het kind een warm en veilig huis bieden, kleden naar de weersomstandigheden, voor het 12e jaar van seksuele voorlichting voorzien en regelmatig met de school bespreken hoe het daar gaat.

Door gans het land vinden bestuurders dat ouders wel een steuntje in de rug kunnen hebben bij dat o zo ingewikkelde opvoeden. Denk nu niet dat het alleen een CDA of CU stokpaardje is. In Amsterdam maakt de PvdA zich hard voor pedagogische ondersteuning van de ouders.

PvdA-wethouder voor de jeugd, Lodewijk Asscher, kwam ook al tot de “formulering van minimale eisen“. Geen staatopvoeding, nee, ook van die vanzelfsprekendheden als ontbijt en warme kleren, grenzen stellen en handhaven, recht op ouders die warmte en liefde geven, moeilijke thema’s bespreekbaar maken en vaardigheden bijbrengen (Nederlandse taal).

In Den Haag heeft de VVD-wethouder Sander Dekker de opvoedprofessor René Diekstra ingeschakeld om tot een opvoedcanon te komen. De wethouder meent dat “kennis en opvoedvaardigheden van ouders essentieel zijn voor de ontwikkelingskansen van kinderen. Met het onderzoek, de Haagse Canon van de Opvoeding en de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin helpen wij ouders en aanstaande ouders bij hun opvoedingstaak”.

Wim de Bie schoot de wethouder te hulp door op zijn Bieslog al de eerste regeltjes aan te bieden. In het welbekende haagse taaltje, zodat de lokale ouders het ook echt zouden begrijpen. Haags pedagogische richtlijn om zeurende kindertjes aan te pakken: “En wie nâh nog z'n bek opendoet krègt un ongeloâflèk pak op z'n sodemieteâhr”.

Nou mag het prijzenswaardig heten om een complete bibliotheek aan opvoedkundige boekwerken terug te brengen tot een tiental regels, maar schieten we er wat mee op?

Wethouder Geluk uit Rotterdam weet niet eens of hij de pedacode zelf wel zal toepassen. Stel je ziet dat je buurkind veel te vet rondloopt. De wethouder weet niet zeker of hij de ouders er op aan zal spreken. Daarmee houdt hij zich nu al niet aan regeltje 8: Ouders zijn aanspreekbaar op hun omgang met hun kind en op het gedrag van hun kind.

Wethouder Asscher schreef in 2005 op zijn weblog al dat regels niet genoeg zijn. Wel veel geld (5 miljoen euro) voor een ambitieus plan, met gezinscoaches, centra voor ouder en kind en, om het leuk te houden, bezoekjes aan kindercircus Elleboog.

In Den Haag is wethouder Dekker er nog niet uit. Begin dit jaar zouden de resultaten gepresenteerd worden van een onderzoek naar wat de ouders zelf missen om goede opvoeders te worden. De te hulp geroepen professor is nog steeds bezig de pedagogische wereldliteratuur door te spitten en die tot een handzame samenvatting te minimaliseren. Nog even wachten dus op de opvoedcanon.

Ondertussen krijg je wel het gevoel dat zich de laatste decennia een pedagogische ramp heeft voltrokken, die nu met gedragscodes, richtlijnen en overheidscontrole opgelost moet worden. Niet met een doorwrochte visie, niet met een nieuwe pedagogisch geschrift van formaat, nee, met een A4-tje afspraken die de ouders worden opgedrongen.

Die ouders waren ooit zelf kinderen, wiens ouders maar wat aanklooiden met wat de dominee of dr. Spock ze voorhield. En de ouders van die generatie moesten het doen met katholieke canons, terwijl hun ouders weer, helemaal geen tijd hadden om grote gezinnen op te voeden. Dat gebeurde wel in de fabrieken en de landbouw, waar kinderen naar hun volwassenheid werkten.

Dat al die ouders er zo'n rommeltje van maakten is natuurlijk terug te voeren op de oude Grieken. Althans, op één oude Griek: Aristoteles. Die vond de heersende
Spartaanse opvoeding maar niks en bedacht een opvoeding die meer gericht is op een minder materiële, meer vormende opvoeding.

Sindsdien slingeren opvoeders heen en weer tussen dressuur (tucht, straf en beloning) en een geestelijke opvoeding (lees eens een goed boek, laat kinderen zelf wat ontdekken). Met alle gevolgen van dien. Er is geen periode voorbij gegaan, of er waren wel kinderen die zich niet aan de geldende normen en waarden hielden en pedagogen voorschreven wat je daarmee aan moest.

Zo gaat dat met opvoeding. Kinderen doen daar hun eigen ding mee. Of om Clarence Darrow, amerikaans jurist en agnosticus, te parafraseren: De ouders verpesten je jeugd, de kinderen doen de rest.

Blijkbaar bestaat opvoeding niet. In ieder geval niet in de vorm van klassieke pedagogische geschriften, want die worden continu herschreven. En zeker niet als handzame A4-tjes, waar je jaren mee vooruit zou kunnen, want elke generatie bedenkt haar eigen passende codes.

De hele opvoedkunde zou misschien beter tot één stelregel terug gebracht kunnen worden: herinnert u zich kind te zijn.

Stereotypen tegen ontsporing.

Als het een onbeheersbaar rommeltje begint te worden, de boel uit de hand gaat lopen, de hele sameneleving dreigt te ontsporen, ontstaat er bij sommigen een grote behoefte stereotypen van stal te halen. Stereotypen waarvan verwacht wordt dat die de boel weer in het gareel kunnen krijgen. Vaak gaat het om wat stoffige stereotypen die nieuw leven ingeblazen wordt, onder het motto: ''Vroeger was het misschien zo slecht nog niet''.
Groeien de onzekerheden over de toekomst van de maatschappij dan is er behoefte aan sterke en duidelijke leiders. En als die onzekerheden ook zijn weerslag hebben op de vraag ''wie zijn we nou helemaal en waar zijn we eigenlijk mee bezig?'', dan grijpt men weer massaal terug op god. En daar maken tal van obscure types aardig misbruik van.
Obscure types (ook een stereotype) zijn behalve leiders van trendy politieke partijen en geestelijke stromingen, ook de vele deskundigen die overal op moeten draven om ons duidelijkheid te verschaffen. Wij weten niet van het hoe en het wat. Een deskundige heeft er voor geleerd, dus die kan het wel weten. En zo hoort het ook. Als een gewone trein ontspoort, haal je daar ook vaklui bij. Dus een ontspoorde samenleving mag door De Deskundige op de rails worden gezet.
Bijvoorbeeld Ger Groot, docent filosofie aan de Erasmus Universiteit. In het tijdschrift Filosofie Magazine van mei zei hij dat het tijd wordt de traditionele vaderrol weer van stal te halen, als middel tegen de ontspoorde jeugd. De klassieke rolverdeling van de streng doch rechtvaardige vader en de zorgzame en koesterende moeder mag geheel uit de tijd lijken, maar dat is dan een grote vergissing volgens Ger Groot. Tuurlijk, zegt Ger, het is een wat ouderwets en bekrompen beeld, maar zo''n rolverdeling is wel effectief bij de opvoeding. De vader vertegenwoordigt de wet en de moeder de liefde. Ouders moeten niet de beste vriendjes van hun kinderen willen zijn. Dat schiet niet op en voor je het weet krijg je kinderen maar wat rondhangen of ontsporen.
Veel van dat soort kinderen komen uit vaderloze gezinnen. En dat bedoelt-ie niet alleen letterlijk. Met vaderloos bedoelt meneer Groot ook dat veel mannen de klassieke ''streng-doch-rechtvaardige'' rol hebben afgelegd en zijn zelfs een beetje ''de moeder'' gaan uitgangen. Resultaat? “De gevolgen van een vaderloze opvoeding – of de vader nu fysiek afwezig is of zijn symbolische vaderrol naast zich neer heeft gelegd – zijn desastreus. In een dergelijk gezin zal het kind nauwelijks ervaren hoe het is om tegenover de wet te staan, om de wet gesteld te krijgen. Dit is van het grootste belang, omdat dit na de opvoeding in de samenleving hoe dan ook zal gebeuren: tegenover de werkgever, de overheid en de samenleving als geheel. Op het moment dat in de vormende fase van de persoonlijkheid niet is aangeleerd hoe hiermee omgegaan dient te worden, zal de ontzetting die toeslaat op het moment dat die botsing plaatsvindt bijna onoverkomelijk worden. Dan ben je reeds zo ver gevormd – of beter gezegd: misvormd – dat het heel veel moeite zal kosten en met veel pijn gepaard zal gaan om dit herstellen”. (citaat uit Filosofie Magazine).
Nu kunnen we ook de filosoof gaan uithangen en Ger wijzen op de ontspoorde jeugd die opgevoed was door traditionele vaders en moeders, maar wij zijn geen deskundigen. Hij zal dus wel gelijk hebben. Zijn gedachtengoed zal in ieder geval in goede aarde vallen bij het christelijk deel van het huidige kabinet. Misschien kan Ger Groot wel adviseur van de minister voor jeugd worden.
Ik zal niet ontkennen dat er heel wat mankeert aan sommige jongeren. En ongetwijfeld zal bij een deel daarvan de oorzaak bij de ouders gezocht kunnen worden. Maar een beetje filosoof kan weten dat het dan niet volstaat je op de klassieken te beroepen. Zo zit de geschiedenis niet in elkaar. Wie weet had de jeugd van vandaag er veel beter voorgestaan als we die klassieke vader- en moederollen nooit gehad zouden hebben. Okee, da''s een filosofische stelling. En zoiets verwacht je eerder van een deskundig filosoof. Daar verwacht je geen opvoedmodel van.
Ik denk ook niet dat een klassieke ouderverdeling de schade kan herstellen waar Ger Groot het in het begin van het artikel over heeft. Daar verklaart hij de hedendaagse menselijke ellende van allerlei wangedrag. Een prestatiegerichte, competitieve economie vraagt de mensen het beste uit zichzelf te halen. Maar competitie haalt ook uit slechtste uit de mens naar boven. Het leidt tot morele onevenwichtigheid bij mensen.
Juist, en dat leren de kindertjes van hun ouders. Mijn vader was het rolmodel waar filosoof Groot het over heeft. De goeie man moest knalhard werken en ''s avonds mocht hij het disciplinaire gedeelte van de opvoeding van moeders overnemen. Naar dat klassieke eer en geweten hebben mijn ouders gehandeld en zie wat er van me geworden is: een blogger! Ben je dan ontspoort of niet?
Jammer dat alleen stereotypen uit het verleden zo duidelijk zijn, maar klassieke modellen hebben hun nut bewezen in een verleden die op geen enkele manier lijkt op de tijd waarin we nu leven. Dat vraagt dus om nieuwe inzichten en die zullen we nog met elkaar moeten uitvinden. Ger Groot''s opvattingen vallen onder de categorie ''overbodig''.