Tagarchief: overbodig

Democratie ontspoort

Het kabinet is samen aan de slag. Het parlement is ook hard aan het werk. Zo hard zelfs dat de Kamervoorzitster behoorlijk moeite heeft met het spoorboekje van de politieke agenda soepeltjes uit te voeren. Het dienstrooster van het kabinet ziet er aardig uit, maar het is nog maar de vraag of de ambitieuze eindstations op tijd gehaald worden. Men wil graag samen met de Tweede Kamer op reis, maar dwarsliggers plaatsen obstakels op het spoor der democratie.
En zo stond het treinverkeer ineens stil danzkij een Zuid-Limburgse vuilcontainer op het spoor. Eerst dacht men dat het een container met bouwpuin was, maar nader onderzoek leerde dat het om gewoon vuilnis ging. U kent dat wel: de rottende resten van de welvaartmaatschappij. De derrie afkomstig van onderbuikgevoelens die om ecologische redenen niet door de wc gespoeld mogen worden. Behalve ergerlijk egoïsme, trof men ook haat, discriminatie, volksverlakkerij en complete gezinsverpakkingen dommigheid aan.
De vuilniscontainer bleek door zo''n 57490 vandalen op het spoor geplaatst. Zij vormen 5,89% van de kiezers die menen dat de wissels in Nederland verzet moeten worden. Zolang het spoormanagment dat niet doet, is men kennelijk niet te beroerd om het democratische spoorwegverkeer bijna dagelijks te ontregelen met een stortvloed aan onwelriekende moties.
De onfortuinlijke treinmachinist is nu nog met de schrik vrij gekomen van de botsing met de vuilcontainer. Maar meer van dit soort aanslagen op het democratische spoorwegnet zijn volstrekt overbodig. Want wie weet, vallen er bij een vollgende aanslag zwaardere slachtoffers.

Topzegeltjes

KoopzegelsMogen bijzondere prestaties beloond worden? Tuurlijk wel! De beloning moet echter wel daar terecht komen, waar dat hoort. Een aardig salaris is al een heel redelijke beloning voor mannetjes die een bedrijf opstuwen in de vaart der economie. Het lijkt me ook niet meer dan redelijk dat zo'n mannetje vriendelijk bedankt wordt, als hij daar ruimschoots in slaagt. Een bloemetje, een cadeaubon en een benoeming tot ere-lid van het bestuur zijn leuke extraatjes. Tenslotte kunnen die mannetjes van het opgestreken salaris, de rest van hun leven in een tropisch paradijs doorbrengen. Dat is op zichzelf al een beloning. Als het bedrijfsleven meent dat er verder nog iemand moet worden beloond, is dat niemand meer en mindere dan….. de klant.
Ja hoor, denken vele lezers hier. Daar heb je hem weer. Wat heeft die klant dan helemaal gepresteerd? Nou, laat ik dat even op een rijtje zetten.
Om te beginnen moeten we er van uit gaan dat een vrije markt absoluut niets voorstelt als er geen klanten zijn. In ons economisch systeem wordt het dogma hoog gehouden dat klanten vrij zijn om te kiezen welk product of bedrijf ze vertrouwen, vrij om te kiezen bij wie ze willen kopen en vrij om te kiezen hoeveel men er voor over heeft. De prestaties van de klanten zijn dus: vertrouwen schenken, de moeite nemen om naar de winkel te gaan en een substantieel deel van hun inkomen te investeren in de economie door ook daadwerkelijk een aantal produkten in die winkel te kopen.
Kijk, klanten kunnen er ook voor kiezen bij de groenteboer wat worteltjes te kopen, die thuis fijn te hakken en dat hun zuigelingen door de strot te stampen. Een stuk goedkoper, veel gezonder en het stimuleert de onderlinge band in het gezin. Maar wat doen de klanten? In een vlaag van verstandsverheldering slikken ze de boodschap dat de economie er baat bij heeft als de consument wat dieper in de portomonnee grijpt en gaat babyvoeding kopen. Ze kijken wat rond in de winkel en hoppa….. die leuke potjes van Numeco lijken ze wel wat. De klant wordt bedankt en krijgt in de ochtenkrant bij zijn ontbijt voorgeschoteld dat de heer Bennink 12 miljoen euro extra krijgt. Ja, daar lusten wij wel pap van.
De rest van de voorbeelden kent u ondertussen ook. Bedrijven van allerlei electronische apparatuur, die er voor kiezen de nederlandse economie een impuls te geven door de chips van Philips noodgedwongen elders in te kopen, zien hun investeringen beloond in de vorm van bonussen aan de Philips-top. En milieubewust als de hedendaagse consument inmiddels is, wordt er meer gebruik gemaakt van de trein. Om het de NS niet al te lastig te maken, rent men zich suf om de trein te halen, zodat die op tijd kan vertrekken. Bovendien is men niet te beroerd zich solidair te verklaren met de NS, ook al gaat er nog steeds aardig wat mis. De inzet van de treinreiziger wordt beloond met een symbolisch gebaar naar het NS-personeel.
Hoe kan dat anders? Simpel: voer de bonuszegeltjes in. Met een kleine aanpassing van het syteem dat u wel kent van uw groenteboer of supermarkt, kunnen de bonussen terecht komen waar ze horen: bij de klant. Het is en blijft tenslotte de klant die, in al zijn vrijheid, de moeite neemt produkten en diensten in te kopen van Numeco, Philips en de NS.
Hoe werkt het? Wat hetzelfde blijft, is dat elke klant één of meerdere zegeltjes krijgt bij de aankoop. Als aan het einde van het boekjaar blijkt dat een bedrijf flinke winst heeft gemaakt, kunnen de bonuszegeltjes ingeruild worden voor aandelen of obligaties. De voordelen zijn: de klant krijgt wat terug voor zijn investeringen en kan met die aandelen meer zeggenschap krijgen over het bedrijfsleven.
Ik vrees dat het bedrijfsleven met name dat laatste niet zo wenselijk vindt. Maar laat dat bedrijfsleven me eerst eens uitleggen waarom die bonussen alleen naar de top-bestuurders moeten en niet naar de klanten. Bovendien mag men ook uitleggen waarom er ook bonussen uitgedeeld worden als de prestaties wat minder zijn. In zo''n geval zou een bestuurder toch juist een deel van dat riante inkomen moeten inleveren?
Elke lezer die meer verstand heeft van economie dan de redaktie hier, mag natuurlijk ook komen vertellen wat er hij/zij vindt van de bonuszegeltjes voor klanten. Of zijn die net zo overbodig als de bonussen van de topbestuurders?

Buitenreclame

De reclame moet eens verlost worden uit de benauwende advertenties in bladen en die luttele minuten zendtijd waarmee tv-programma''s worden onderbroken. Ook de reclame die gevangen zit achter de glaswand van bus-en tramhokjes moet worden bevrijd. Ja, reclame moet de ruimte krijgen. En die is er ook! In de openbare ruimte is nog plek genoeg. Hoe die ruimte voor reclame kan worden benut, kunt u zien op een tentoonstelling in het Arcam (Architectuurcentrum Amsterdam – te zien tot 27 januari). Het moet natuurlijk geen rommeltje worden, aldus Maarten Kloos, directeur van het Arcam. Als architecten, reclameburo''s en beleidsmakers een beetje zorgvuldig nadenken kan buitenreclame flink de ruimte krijgen, zonder dat het storend wordt. Nu wordt er nog teveel lukraak reclame gekwakt op gebouwen, rondrijdende bussen, billboards, lantarenpalen en abri''s. Je moet dat een beetje doseren, zegt Kloos. De overdonderende reclame-uitingen op Times Square (New York) vindt hij overigens een mooi voorbeeld.
Reclame in het algemeen en buitenreclame in het bijzonder zijn voorbeelden van volstrekte overbodigheid. Eigenlijk is reclame helemaal niet nodig. De consument weet zelf wel wat hij/zij nodig heeft. Het argument dat reclame nodig is om de consument er op te wijzen uit welke mogelijkheden hij de keuze heeft, is een schijnheilig argument. Reclame is slechts een middel om de vraag naar producten, waar niemand nog om heeft gevraagd, te creëren. Succesvoorbeelden zijn de route-navigatoren als de TomToms. Iedereen kon de weg best zelf wel vinden. Inmiddels lijkt niemand meer zonder te kunnen. Voor producten waar wel een normale vraag naar is, werkt reclame als een slagveld waar vele merken elkaar bestrijden om de gunst van de consument te winnen. Volkomen overbodig. In de winkel kan de consument zelf zien welke producten er zijn. Zo werkt dat met ons dagelijks brood ook. Daar wordt nauwelijks reclame voor gemaakt en toch wordt het elke dag gekocht.
Buitenreclame is er al in tal van irritante voorbeelden. Niet alleen de opdringerige billboards, ook de schapen in weilanden langs de weg, met een reclamekleedje op hun rug. De reclamewereld denkt er verder over flatgebouwen te versieren. Da''s natuurlijk om de mond-tot-mond-reclame een impuls te geven. Als je moet uitleggen waar je woont of werkt, kun je vertellen dat je in de ''Volkswagen''-flat te vinden bent.
In plaats van te bedenken hoe reclame nog meer de ruimte krijgt, zou er nagedacht moeten worden of er niet veel minder reclame gemaakt kan worden. Voor bestaande producten is het voldoende om die te laten beoordelen door organisaties die zich met consumentenvoorlichting bezig houden. Wil een fabrikant iets nieuws op de markt brengen dan kunnen diezelfe organisaties de noviteit beoordelen op nut, duurzaamheid en prijs. De consument bepaalt vervolgens of het produkt welkom is op de markt.
Reclame beperken tot louter de aanwezigheid van produkten in de winkels en de consument het verder mond-tot-mond laten doorvertellen zou meer dan genoeg moeten zijn. De al aanwezige reclame kunnen we wellicht niet meer terugdringen. We hebben zelf daar nog enige keuze in, hoe we ermee omgaan. TV-commercials zappen we weg en de folders in onze postbus flikkeren we meteen in de doos ''te verwijderen items''. Dat is de reclamemakers een doorn in het oog. Of zoals directeur Fred Kuhlman, directeur van het Nationaal Adviesbureau Buitenreclame, het zegt: ''de fragmentatie in mediagedrag zorgt ervoor dat de traditionele massamedia als kranten en tv steeds minder invloed op de massa hebben en dus minder geschikt zijn om een reclameboodschap uit te dragen. Als je in één keer een grote groep wilt bereiken kun je dat tegenwoordig het best op straat doen. Buitenreclame is niet weg te zappen''.
De plannen om de openbare ruimte nog meer te voorzien van allerlei reclame moet snel het afkeurmerk ''Overbodig'' krijgen. Die ruimte is van iedereen. In een democratisch land zou het niet mogelijk moeten zijn dat de openbare ruimte wordt overgeleverd aan de dictatuur van de commercie.