Tagarchief: parlementair onderzoek

Democratie is onderzoek

Democratie is onderzoek

Terwijl op moment van dit schrijven Balkenende gevrijwaard lijkt van een parlementaire enquête, is het misschien aardig om de parlementaire democratie op haar onderzoeksgehalte te bekijken.

Feit is dat de laatste decennia het aantal enquêtes en onderzoeken flink is toegenomen. Sinds 1852, waarin de eerste parlementaire enquête plaatsvond, zijn we 17 enquêtes en 45 parlementaire onderzoeken verder. Zestig stuks dus, waarvan de meesten na 1990 zijn uitgevoerd: 5 enquêtes en 27 onderzoeken. Je vraagt je af wat er rond 1990 zo veranderde aan de politiek dat het parlement de dwingende behoefte aan nader onderzoek niet kon onderdrukken.

In dit overzicht (excelsheet!) kun je zien welke zaken er gespeeld hebben en welke ministeries erbij betrokken waren (Bron: Politiekcompendium.nl).

De top 3 van parlementaire enquêtes betroffen Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken en Justitie. Bij enkele enquêtes waren soms meerdere ministeries betrokken. De enquête naar de Bijlmerramp (neerstorten El-Al vliegtuig op de Bijlmer) was niet alleen een zaak van Verkeer en Waterstaat, maar evengoed van Binnenlandse Zaken, wat betreft de rampen coördinatie. En van de enquête naar de Bouwfraude kun je zeggen dat niet alleen Justitie, maar bijna alle ministeries betrokken waren omdat ook projecten in opdracht van de overheid ter sprake kwamen.

De top 3 van parlementaire onderzoeken wordt aangevoerd door de ministeries van Defensie, SVW (Sociale Zaken, volksgezondheid en welzijn) en op de gedeelde 3e plaats: Binnenlandse Zaken en Vrom (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu).

Gooien we de enquêtes en onderzoeken op één hoop dan staat (alweer) Defensie op de 1e plaats, SVW een goede 2e en Economische Zaken deelt met Justitie de 3e plaats.

De huidige Irak-kwestie valt deels onder Defensie, evenals de JSF-perikelen, die zo langzamerhand ook rijp lijken voor een onderzoek of enquête. Bij de Irak-kwestie is Buitenlandse Zaken zeker medeplichtig, zoals Economische zaken wel een vinger in de brei zal hebben bij de JSF-straaljager. Maar Defensie valt wel op met 2 enquêtes en 11 onderzoeken. Wie denkt dat de oorzaak gelegen is in het feit dat burgerministers de militairen moeten besturen heeft het mis. De eerste enquête en onderzoeken vonden plaats toen er militairen als minister van Oorlog waren aangesteld.

Opvallend aan de lijst is ook dat Financiën zo laag scoort. Eén enquête naar de zoutaccijnzen in 1852. Het was de allereerste parlementaire enquête en wie weet heeft het ministerie van Financiën toen al veel geleerd en heeft men gedacht: dat was eens, maar nooit meer. Raar eigenlijk want de belastingen alleen al, gaan zovelen aan het hart dat het wonderbaarlijk is dat er niet meer onderzoek naar is gedaan. Maar goed, we leven in andere tijden dus kunnen we misschien nog een parlementaire enquête naar het beleid rond de kredietcrisis verwachten en als de Belastingdienst over een jaar nog niet op orde is, kan dat ook op de onderzoekstafel.

Hoe nu de onderzoeksdrift van na 1990 te duiden? Ah! Ik zie het al. De schuld van Paars, zoals tegenwoordig de schuld van alles daar lijkt te liggen. Wim Kok kreeg als minister-president met maar liefst 4 enquêtes en 17 onderzoeken te maken. De enquête naar Sebrenica was wel de meest wrange. Nu erfde hij wel wat kwesties van Lubbers III, die 1 enquête en 4 onderzoeken overleefde.

Balkenende heeft nu dus eigenmachtig zijn 7e onderzoek verordonneerd. Of hij daarmee het aantal enquêtes op 0 weet te houden is nu uiterst twijfelachtig. Eigenlijk gun ik de man, nog voor hij zijn ambt als vader des vaderlands neerlegt, de eer lijstaanvoerder van het aantal enquêtes te worden.
De JSF-straaljager, de belastingen en de kredietcrisis heb ik al genoemd, maar daar kunnen wat mij betreft nog wel enquêtes bij naar het wankelmoedige beleid rond de WMO en AWBZ, de privacyschendingen, de kunstmatig laag gehouden werkloosheid en het grote stedenbeleid (inclusief de probleemwijken) bij. Samen met de Irak-kwestie zal het dan nog jaren duren voor er een minister-president is die een aantal van 8 enquêtes zal weten te evenaren.

Ondertussen zijn enquêtes en onderzoeken zo'n trend geworden, dat we ons kunnen afvragen of het parlement de gebruikelijke controle wel aankan. Misschien moeten we de parlementaire democratie vervangen door een onderzoeksdemocratie. Niet meer op politieke partijen stemmen, maar op door de wol geverfde onderzoekers.

Tot slot: Het overzicht is misschien niet volledig en wellicht voor correcties vatbaar. Die kun je in de reacties kwijt. En natuurlijk ben ik benieuwd naar jouw duiding van dit overzicht.

Proloog parlementair onderzoek Irak-oorlog

Proloog onderzoek Irak-oorlog

De regering heeft de Kamer schriftelijk geantwoord op vragen die de Eerste Kamer in mei stelde over de politiek steun aan de Irak-oorlog. Als die antwoorden niet bevredigend zijn, dan zet dat misschien de deur open naar een parlementair onderzoek, dat tot nu toe door Balkenende is tegen gehouden, met steun van de huidige coalitiepartners en partijen ter rechterzijde.

De vragenstellers zijn alvast teleurgesteld over de antwoorden. Vooral herhaling van zetten en de aan kern van de steun aan Amerika's Irak-oorlog is onveranderd: niet de zogenaamde bewijzen betreffende massavernietigingswapens was de reden, maar Saddam Hoessein's irritante en weigerachtige houding VN-reslouties te accepteren. Terwijl binnen de VN de verdeeldheid over de aanpak van Hoessein steeds groter werd, wist de regering Balkenende in 2003 heel zeker dat die vervelende rakker een oorlog waard was.

Tevens antwoordt de regering dat ze zich nooit misleid heeft gevoeld met betrekking tot informatie uit Amerika, waarvan achteraf bleek dat die op cruciale punten onjuist was. Daar gaat het ook niet om, herhaalt de regering. Voor de Nederlandse regering was het voldoende dat Hoessein een weigerachtige etterbak was.

En verder deelt de regering mee dat het niet van plan is allerlei tot nu toe achter gehouden informatie alsnog ter inzage te geven. De verantwoording die tot nu toe in de Kamer is afgelegd moet voldoende zijn want, zo stelt de regering, wat daar aan vooraf is gegaan doet niets aan de besluiten af, of voegt daar iets aan toe.

Informatie van onze inlichtingendiensten, die genuanceerder zou zijn dan die van de Amerikaanse en Britse diensten, was bij de regering bekend. Maar dat soort informatie gaan we om redenen van staatsveiligheid niet openbaar maken.
En hoe de informatie-uitwisseling en samenwerking tussen verschillende belanghebbende bewindslieden was, gaat u ook niks aan. We hebben destijds ons besluit genomen, dat was een goed besluit en daar doet u het maar mee.

Is er verder dan helemaal niks te melden, dat eerder niet aan de orde is geweest? Dat was in mei de slotvraag van de PvdA aan het kabinet (zie onder antwoord G3 in de brief van het kabinet).
Jawel, het kabinet was demissionair. Een lastige situatie om besluiten te nemen. In de ministerraad is bij het belsuit rekening gehouden met een mogelijke andere samenstelling en politieke kleur van het te vomren kabinet. Hoe? Daar wordt in het antwoord niets over gezegd.
De onderhandelaars voor de nieuwe coalitie (CDA en PvdA) hebben wel de VR-resloutie 1441 (serieuze gevolgens als Irak weigert mee te werken aan verder onderzoek) geaccepteerd als grondslag voor het besluit steun aan de inval in Irak te geven.

Ik geef toe, dit is een wel erg beknopte samenvatting van de antwoorden, maar ik daag u uit er iets anders in te lezen.

En nu eens kijken of het parlement zich voldoende geschoffeerd voelt door dit gebrek aan respect voor de Kamer, dat ze alsnog een nader onderzoek gaat eisen.
Op zijn minst zou eens nader bekeken moeten worden hoe ver de bevoegdheden van een demissionair kabinet horen te gaan. Wat bewoog het kabinet ertoe een ernstig en cruciaal besluit er door te drukken tijdens de wisseling van de wacht?

Masterclass toezichthouder

Masterclass toezichthouder

Ben ik enthousiast over de financiële sector? Zeker wel. Het zijn uitermate boeiende tijden en mijn kennis over die markt ondergaat een gigantische update. Jammer dat ik niet veel eerder de uitnodiging heb gezien van de DNB (De Nederlandsche Bank).

De DNB houdt vandaag een masterclass. Thema: Kruip in de rol van de toezichthouder. Bedoeld voor studenten in de laatste fase HBO of WO (ben ik niet), economen, juristen en econometristen (ben ik ook niet) of mensen die enthousiast zijn over de financiële sector (dat ben ik wel).

Nou ben ik vooral enthousiast over het feit dat bravoure-jongens en meisjes op die markt onderuit gaan. Niet leuk voor de consumenten, maar wel spannend om te zien hoe het nou allemaal verder moet.

Wat zou ik nu graag aan die masterclass meedoen. Net op het moment dat er op het Binnenhof wordt geruzied over een onderzoek naar de kredietcrisis, waarbij de rol van de toezichthouders ook onder de loep moet worden genomen.
De DNB is toezichthouder. De bewaker van de financiële stabiliteit die, zo staat het op de website, snel en adequaat moet reageren.

Nou, snel zijn ze wel bij de DNB. Directeur Nout Wellink werd bij elk rimpeltje in de geldvijver uitgenodigd voor menig interview en altijd had hij wel zijn statements klaar. Zo zei hij 18 september in Nova dat we wel wat hinder van de Amerikaanse perikelen zullen krijgen, maar dat het geen reden tot ongerustheid is. Want de DNB is “een hele lastige toezichthouder”, die flink wat verplichtingen stelt, dus de nederlandse banken “kunnen wel tegen een stootje”.

Met dat laatste doelt hij waarschijnlijk op het adequaat reageren van de toezichthouder. Om er zeker van te zijn dat onze banken tegen dat stootje kunnen heeft Wellink Wouter Bos gesouffleerd een paar euro's ter beschikking te stellen. Fortis is “gered”. De rest van de bedelaars volgen en houden hun hand op bij vadertje Staat.

Als vandaag in die masterclass de prangende vraag wordt gesteld hoe het in hemelsnaam toch allemaal zo ver heeft kunnen komen, zal de “master” ongetwijfeld Nout Wellink citeren, die in juni een interview gaf ter gelegenheid van zijn eredoctoraat aan de Universiteit van Utrecht: “Meer afspraken over transparantie hadden mogelijk de kredietcrisis kunnen voorkomen”.

Met andere woorden: de DNB kan ook niet alles weten. Als de banken hun boeken gesloten houden, valt er weinig toezicht te houden.

Heeft de toezichthouder die transparantie dan niet geëist? Heeft de toezichthouder niet met fikse sancties gedreigd als men niet aan de benodigde transparantie voldoet?

Je zou zo langzamerhand Neelie Kroes liever als directeur van de DNB willen zien. Transparantie of niet, ze krijgt het toch elke keer weer voor elkaar kartelvorming aan het licht te brengen en snel en adequaat mega-boetes aan de daders op te leggen.

Dat onderzoek moet er komen. Omwille van de transparantie. Niet door een parlementaire commissie. Het lijkt me meer iets voor de FIOD-ECD. Die is er tenslotte voor om financiële en economische fraude tegen te gaan en een integer beroeps- en bedrijfsleven te waarborgen.

Onderwijsvernieuwingen??

KlaslokaalDe parlementaire onderzoekscommissie Onderwijsvernieuwingen gaat deze week aan de schoolslag. De 2e Kamer wil nou wel eens weten waarom er nog zoveel kritiek op het onderwijs is, ook al is dat vele malen vernieuwd.
Oud-onderwijsministers, leraren, leerlingen, ouders worden uitgenodigd hun kijk op neerlands educatieve geschiedenis te geven. Nu ben ik niet uitgenodigd. Terwijl ik toch ex-scholier, afgestudeerd Pabo-student, op mijn 30ste nog een tweede kans pakte en een HBO-diploma scoorde, leraar ROC en vbmo/mavo/havo ben geweest en nu op mijn werk praktijkbegeleider ben van mbo- en hbo stagiaires.
Maar goed, op dit weblog ga ik wel vaker onuitgenodigd op allerlei zaken in, dus laat ik de onderzoekscommissie even vertellen dat de term onderwijsvernieuwingen geheel misplaatst is.
Veranderingen, ja, die zijn er volop geweest. Na de Tweede Wereldoorlog begon men hier aan de wederopbouw. Reden voor de sociaal-democratische onderwijsminister Gerard van der Leeuw ook wat onderwijsvernieuwingen op gebied van onderwijs en cultuur in te voeren. Meer dan een eerste aanzet was het niet, omdat het eerste na-oorlogse kabinet (Schermerhorn/Drees) van 1945 tot 1946 een soort overgangskabinet was om de democratie weer op gang te brengen. In het eerste 'echte' kabinet (1946-1948) maakte KVP-onderwijsminister Jos Gielen meteen korte metten met de vernieuwingsdrang.
Ruim 25 jaar later herhaalt de geschiedenis zich. Jos van Kemenade (PvdA-onderwijsminister) komt met de Contourennota. In de geest van het kabinet den Uyl, dat spreiding van kennis, macht en inkomen beoogt, levert van Kemenade hiermee een discussiestuk dat tot een visie op onderwijs moet leiden waar men zeker zo'n 25 jaar mee vooruit kan. De middenschool, de 'moeder'-mavo (volwasseneneducatie en tweede kans onderwijs) en de partiële leerplicht zijn producten van deze Contourennota. Het zou de gemiste kans in de nederlandse onderwijsgeschiedenis worden.
Overigens was het basisonderwijs en de middenschool niet uitsluitend een sociaal-democratisch stokpaardje. KVP-onderwijsminister Theo Rutten maakte in het kabinet Drees/van Schaik (1948-1951) al een Onderwijsnota, waarin hij een meer integrale aanpak van het voortgezet onderwijs voorstelde. Zijn partijgenoot en collega Jo Cals rondde dat in 1963 af met de Mammoetwet. De Mulo, MMS en HBS maakten plaats voor mavo, havo en vwo. Doorstroming van het ene naar het andere onderwijs moest zo een stuk makkelijker worden. Wie voor een dubbeltje geboren was, moest de kans krijgen genoeg leerstof tot zich te nemen om een kwartje te worden.
Maar goed, na het idealisme van van Kemenade was het drie kabinetten lang (van Agt III, Lubbers I en II) de beurt aan CDA-er Wim Deetman. En dat hebben we geweten. Hij verhoogde de collegegelden en verkorte de studieduur. Ook HBO-ers moesten collegegeld gaan betalen (Harmonisatiewet, 1988). Zomaar studeren waar je zin in had was voorbij. De arbeidsmarkt werd als criterium ingevoerd om te bepalen hoeveel studenten er bij een bepaalde studierichting ingeschreven diende te worden (Machtigingswet).
En ook al was de leerplicht inmiddels uitgebreid tot de 18-jarige leeftijd, met een lesgeldwetje verplichtte Deetman de ouders die uitbreiding wel zelf te betalen (Les- en cursugeldwet, 1987). Onderaan langer naar school, bovenaan korter studeren en allemaal zwaar dokken.
In 1982 had Deetman al aardig wat geld verdiend door invoering van de HOS (Harmonisatiewet Onderwijs Salarisstructuur). Die salarisstrucuur was aan vernieuwing toe. Het oude systeem van loon naar aktebezit en leeftijd werd vervangen door loon naar ervaring en functie. In de praktijk betekende het dat de meeste lerarensalarissen zo'n 18% lager gingen uitvallen.
Ondanks dat Deetman's onderwijskassa rinkelde, meende hij in 1983 nog een korting van 1,85% op de onderwijssalarissen te moeten doorvoeren. Begrijpt u nou waarom het lerarenvak ineens een stuk minder populair werd? En je kunt ook nagaan dat van werkelijke vernieuwingen of verbeteringen geen sprake is dankzij de bezuinigingen die Deetman ook nog eens toepaste (in 1983 bijvoorbeeld bijna 1,2 miljard gulden).
Sindsdien is het nooit meer helemaal goed gekomen met het onderwijs. Natuurlijk, dat heeft Deetman niet alleen op zijn geweten. Maar een aantal van zijn maatregelen kunnen maar moeizaam worden teruggedraaid. Hoewel er vanaf de 90-er jaren weer in positieve zin gesleuteld wordt aan de onderwijssalarissen, het stelt nog steeds niet veel voor.
Na een geschiedenis van 4 PvdA-ers, 3 VVD-ers en 9 confessionele onderwijsministers zijn we eigenlijk niet veel verder dan de plannen van vlak na 1945. Het onderwijs is meer integraal geworden: van mul-mavo/lts naar vmbo, van Mammoetonderwijs naar middenschool naar studiehuis. De leerplicht is behoorlijk opgerekt, maar de de kosten zijn vooral afgwenteld op de deelnemers. En de salarissen van de mensen die elke verandering moeten waarmaken? Die gaan omhoog als ze maar betaald worden door het 1e kansonderwijs te beperken voor de minst draagkrachtigen, want die verhoging moet uit de afschaffing van de basisbeurs komen.
Dat obscene idee komt dan van de huidige PvdA-onderwijsminister. De goeie man wil heus wel, maar wordt dwars gezeten door een partijgenoot die op Financiën zit.
Stel dat de parlementaire onderzoekscommissie werkelijk de vinger op de zere plekken weet te leggen en met een paar fraaie aanbevelingen komt waar Plasterk serieus mee aan de nieuwe schoolslag wil, dan valt te vrezen dat opnieuw het confessionele deel der regering op de rem gaat staan. Dat deel beoogt een soort onderwijs dat Proloog (maatschappijkritische theatergroep in de 70-er jaren) bezong: “De school is een wereld waar rust heerst en orde, in regelmaat rijpt er het pril intellect. Slechts klinkt er de heldere stem van de meester, als aan 't jonge volkje wordt uitgelegd…”
Het was bedoeld om het strenge, klassikale onderwijs aan de kaak te stellen. Vanuit een idealisme dat beter onderwijs voor iedereen haalbaar en betaalbaar zou worden.
Tja, dat was een links ideaal en weer heeft links verloren. Het klassikale is er wel van af maar de problemen zijn er niet minder om. De school moet vooral weer een wereld worden waar rust eerst en orde. Dat is de belangrijkste drijfveer tot het parlemenaire onderzoek, Ik denk dat de commissie voorbij zal gaan aan die paar gemiste kansen in onze onderwijsgeschiedenis. Kansen die vooral niet konden bloeien omdat vooral confessionele onderwijsministers die weer afzwakten.

Uitruktijden

BrandweervrouwHet CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) kwam vandaag met twee statistiekjes: De brandweer is steeds langer onderweg. De rijtijden zijn slechts licht toegenomen, maar de uitruktijden zijn flink opgelopen.
Dan volgt het bericht dat er
tweemaal zoveel vrouwen bij de brandweer werken. Toch, zo stelt het CBS, is de brandweer nog altijd een mannenwereld.
Is het toeval dat de langere uitruktijden gelijkertijd vermeld worden met de opkomst van brandweervrouwen of is dat de uitkomst van een verborgen statisitiek waaruit blijkt dat ook het CBS “nog altijd een mannenwereld” is?