Tagarchief: Riagg-Rijnmond

Riagg wint rechtszaak tegen gemeente

pgbRiagg Rijnmond heeft de gelijk gekregen van de rechter. De gemeente Rotterdam mag de club geen subsidie onthouden, omdat het Riagg weigeren aan de verplichte meldcode huiselijk geweld mee te doen.

De zaak speelt al vanaf december 2009. Rotterdam vierde een feestje, omdat de 100e instelling de meldcode huiselijk geweld had ondertekend. Tegelijkertijd kondigde de gemeente aan dat wie zich niet verplichtte aan deelname, ook niet op subsidie hoefde te rekenen. Een vorm van chantage, maar voor het goede doel, zou je op het eerste gezicht zeggen.

Riagg Rotterdam was het daar niet mee eens. Bij monde van directeur Jos Lamé, verklaarde de organisatie dat ze prima zonder een opgelegde meldcode missstanden in gezinnen kon aanpakken. Daar hoefde een extra, vooral bureaucratisch middel niet aan toegevoegd te worden. De meldcode huiselijk geweld was in de ogen van Lamé een typisch product van doorgedraaide politici, die bij het eerste de beste incident meteen met gedrags- en meldcodes beginnen te zwaaien.
Lamé vond ook dat de hulpverlener hiermee de rol van opsporingsambtenaar kreeg opgedrongen. Maar hij geloofde niet in een elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling.

De gemeente Rotterdam is uiteraard teleurgesteld in de uitspraak van de rechter. Volgens de wethouder Jeugd en Gezin heeft de meldcode zich bewezen als een succesvol instrument in de aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Het vonnis zal nader worden bestudeerd, om te kijken of een hoger beroep zin heeft.
L
aat dat er maar van komen. We leven nu in een tijd waar de overheid ronduit stelt: wie betaalt, die bepaalt. Maar de overheid voert, behalve de betalingen, zelf niets uit. Het werk moet door de hulpverleners worden gedaan. De botsing tussen Riagg Rijnmond en de gemeente Rotterdam berust op principiële en ethische verschillen. De grote vraag is wie het meeste recht van spreken heeft: de professionele deskundige of de betalingsdeskundige.

De professional heeft de verplichting het werk aan te nemen en goed uit te voeren. De subsidieverstrekker heeft de verplichting dat te faciliteren. Een hoger beroep kan een prima testcase zijn, om eens uit te zoeken in hoeverre politiek klimaat daar van invloed op mag zijn.

Huiselijk geweld: feest en treurnis.

Huiselijk geweld: feest en treurnis Kon vorig jaar juni in Rotterdam de taart worden aangesneden wegens de heuglijke mededeling dat het aantal meldingen van huiselijk geweld met 50% was toegenomen, nu gaat de vlag uit omdat de 100e instelling de meldcode huiselijk geweld heeft ondertekend.

Dat is nog niet genoeg, dus past de gemeente Rotterdam een lichte vorm van geweld toe: meldcode niet ondertekenen? Dan ook
geen subsidie. Het Riagg-Rijnmond, die al vanaf het begin dwars lag, is het eerste slachtoffer.

Rotterdam was de eerste gemeente die met de meldcode voor huiselijk geweld is begonnen. Het pilotproject moest als voorbeeld dienen voor een
landelijk in te voeren meldcode.
De meldcode is een soort stappenplan, die zorgvuldig melden van huiselijk geweld en kindermishandeling moet bevorderen. Niet alleen voor gezinshulpverleners en huis- en kinderartsen, ook voor personeel in het onderwijs, de kinderopvang, politie en instellingen in de maatschappelijke opvang.

De meldcode moet geen verplichting tot melding bevatten, maar moet het makkelijker maken dat diverse professionals met elkaar kunnen overleggen en samenwerken.
Een eerste evaluatie van de invoering van de meldcode, valt voorzichtig positie uit. Het Verwey-Jonker Instituut constateerde dat de betrokken instellingen de meldcode geschikt vonden voor alle werksoorten. Er waren wel wat knelpunten.

Zo kost de invoering van de code meer tijd dat men verwachtte. Het Verwey-Jonker Instituut schrijft: “Het is niet een kwestie van een meldcode ondertekenen en de werknemers een cursus geven”.
Verder ontbreekt een kwaliteits- en registratiesysteem dat toezicht moet bieden op een juist gebruik van de meldcode.
Een bijzonder knelpunt voor de invoering van de code, vormen de vele reorganisaties en fusies, waardoor de invoering sterke vertraging oploopt (meer te lezen in het rapport van het Verwey-Jonker Instituut – pdf!).

Ligt het Riagg-Rijnmond daarom dwars? Nee, de invoering van de meldcode stuit op principiële bezwaren.
Vorig jaar noemde Riagg-directeur Jos Lamé
in een interview in het NRC, de meldcode één van de gedrochten van het “absurd stalinistisch, megalomaan” beleid dat Jeugdminister Rouvoet en zijn stad Rotterdam voorstaan.
Hij kondigde in 2008 al aan de meldcode huiselijk geweld niet te ondertekenen, omdat hij niet gelooft in “elektronische registratie, snelle gegevensuitwisseling tussen hulpverleners en één transparante behandeling”.

In het NRC-interview stelde hij dat het “juist heel belangrijk is, dat ideeën van professionals met elkaar botsen, dan blijft het debat gaande over de oplossing van de razend complexe problemen waarin mensen en gezinnen verkeren. Het is dus juist goed dat er schotten in de zorg bestaan”.
De Riagg-directeur meent dat de diverse hulpverleners en instellingen elkaar best goed weten te vinden, als ze dat nodig vinden. En toezicht op de hulpverlening is voldoende geregeld omdat verantwoording aan de inspectie moet worden afgelegd en er ook een intercollegiale toetsing bestaat.

Nu gaat het Riagg-Rijnmond dus de tol betalen voor de rebelse houding. Terecht?
Dat lijkt me te vroeg. In Rotterdam is alleen nog de implementatie geëvalueerd en daar valt nog wat aan te verbeteren, zoals het Verwey-Jonker Instituut concludeerde. Over de feitelijke, praktische toepassing van de meldcode is nog niets bekend. Behalve dan dat de verantwoordelijke wethouder juicht over de toename van meldingen, zelfs van zeer lichte gevallen van huiselijk geweld.
Dat lijkt mooi, maar kan tevens al signaal worden gezien dat er lukraak wordt gemeld om de subsidiegever tevreden te stellen. Of de betrokken gezinnen er ook goed mee geholpen zijn, is nog maar de vraag en veel te weinig over bekend.

De gemeente Rotterdam is wel een heel voortvarende regisseur van de plannen van Rouvoet en Hirsch Ballin. Dwang uitoefenen om alle betrokken instellingen tot ondertekening te krijgen, is een vorm van bestuurlijk geweld waar nog geen meldcode voor bestaat.

Update: zie nu dat er ook al een prima stuk over deze kwestie op Sargasso staat: Hulpverlening en de meldterreur.