Tagarchief: Rinnooy Kan

Koopzondagen helpen mantelzorgers

Koopzondagen helpen mantelzorgers Het CDA aarzelt om de koopzondagen terug te dringen, want da's misschien niet zo handig in tijden van economisch malheur. De CU rekent er op dat er wel minder gewinkeld gaat worden op zondag, want zo is dat immers afgesproken in het regeerakkoord.

Waar het CDA dus enig mededogen voor de noodlijdende economie wil overwegen, lijkt de CU te kiezen voor consequentie. Geen gesjoemel met afspraken. Welk van die twee opvattingen past het meest bij christelijke principes?

De voorzitter van de SER biedt de partijen een uitweg. Steun mantelzorgers door uitbreiding van de openingstijden van publieke diensten en zorgvoorzieningen. Bijvoorbeeld, zegt de heer Rinnooy Kan, om je vader na werktijd naar het ziekenhuis te begeleiden.
In zijn toespraak voor de
Nationale Mantelzorglezing, noemt hij een aantal oplossingen, die de werk- en tijdsdruk van mantelzorgers kunnen verlichten. Dat is hard nodig, want het aantal mantelzorgers met een baan, zullen de komende jaren toenemen.

Mantelzorg. Deze regering ziet graag dat iedereen meer verantwoordelijkheid neemt voor de zorg van zieke en ouder wordende familieleden en bekenden. Eén van de manieren om de stijgende zorgkosten te beperken.
Het CDA en de CU roemen de mantelzorgers als toonbeeld van wat de christelijke partijen praktische naastenliefde noemen.

Terecht wijst Rinnooy Kan er op dat het bieden van flexibiliteit de druk voor mantelzorgers kan verlichten. Het scheelt een hoop als je de keuze hebt je werk ook op tijden te doen, buiten de uurtjes dat je zieke familie naar de specialist moet brengen of van een maaltijd moet voorzien.

Maar naast hun eigen werk en de zorg, moeten mantelzorgers natuurlijk ook tijd zien te vinden hun eigen huishouden te runnen. Het is dus een heel goede suggestie die Rinnooy Kan aan het eind van zijn speech doet: avondopenstelling van publieke diensten en zorginstellingen. Niet alleen om je vader na werktijd bij de specialist af te leveren, ook om zelf je nieuwe rijbewijs af te halen.

Jammer dat Rinnooy Kan de winkeltijden niet noemt. Zou menig mantelzorger niet blij zijn als elke zondag de winkels open waren?
Ik geef het CDA en de CU in overweging dat eens te betrekken in de verlichting van de werkdruk van mantelzorgers. Dat zal de Heer toch wel als christelijke naastenliefde zien?

De taart raakt op, meer taart!

De taart is op, meer taart!

Het komt wel vaker voor dat er taart wordt opgediend als deskundigen de economie begrijpelijk willen maken. De taart is een begrijpelijk model. Je kan er goed mee laten zien, dat als de taart op is er slechts wat kruimels over blijven. En stel dat je die ook nog onder alle liefhebbers wil verdelen, kom je voor heel ongemakkelijke keuzes te staan.

Strategieadviseur Jurriaan Pröpper presenteerde gisteren zijn boek over de onaangename keuzes waar we voor komen te staan als we slecht op de toekomst zijn voorbereid. In een interview met de Volkskrant waarschuwt hij dat de overheid een heilloze weg is ingeslagen, want “Wat de politiek, de overheid, doet is de bestaande taart almaar verdelen en herverdelen. En dat in steeds kleinere partjes“. Willen we ook in de toekomst welvaart en gelijke kansen voor iedereen, dan zal die taart groter moeten worden.
Over die taart wil Pröpper het eens uitvoerig over hebben. Het liefst in een publiek debat, want de politici zijn voor slechts vier jaar aangesteld en een probleem als de vergrijzing duurt wel wat langer.

Welke onaangename knopen moeten worden doorgehakt, volgens Pröpper?
De vergrijzing betekent dat er minder mensen aan het werk zullen zijn. Die moeten dus meer en langer werken, En ze zullen wat meer moeten verdienen, anders hebben we te weinig belastinginkomsten om goed onderwijs en goede zorg te garanderen. De inkomensverschillen zullen groter moeten worden. Denivellering, met als doel de nederlandse principes van gelijkwaardigheid overeind te houden. De vlaktaks zou een goed instrument zijn, naast een lagere belasting voor bedrijven die meer inkomen genereren. Zo hou je economie namelijk draaiende. Bedrijven houden dan meer over voor innovatie.

De overheid moet er voor zorgen dat de taart uit kan dijen. Dus “groei, ambitie en ondernemingszin stimuleren. Burgers niet langer als melkkoeien zien. Ruimte scheppen door een bevrijding en versimpeling van dichtgeregelde systemen, zoals belastingen, uitkeringen en onderwijs“.

Jurriaan Pröpper beseft dat niet iedereen het met zijn oplossingen eens zal zijn, maar wil daarom met zijn boek de discussie losweken, als “we er maar met zijn allen van overtuigd zijn dat wij onze gelijke kansen koste wat het kost moeten behouden“.
SER-voorzitter, Rinnooy Kan, is het grotendeels met hem eens, maar meent dat overheid en de sociale partners al
heel positief bezig zijn. Zo komt de arbeidsparticipatie, ook van ouderen, al aardig op gang. Ook een deel van de oplossing.

Bij Pröpper ligt de nadruk dus op werk als geldgenerator, belasting als fonds voor de collectieve verworvenheden en het bedrijfsleven als leverancier van groei en werkgelegenheid. Ofwel de principes waar onze economie al eeuwen op gebaseerd is.

We kunnen natuurlijk niet ontkennen dat er een paar heftige problemen liggen, die alleen maar erger lijken te worden als we er niets aan doen. De vergrijzing zal tot een kleiner arbeidspotentieel leiden, de zorg wordt alsmaar duurder en willen nog beter onderwijs om iedereen betere kansen te geven, dan wordt ook dat bijna onbetaalbaar.

Pröpper heeft gelijk als hij stelt dat het huidige overheidsbeleid op de lange termijn een doodlopende weg is. Maar de overheid denkt al lang na over Pröpper's oplossingen. Soepeler ontslagrecht om een flexibeler arbeidsmarkt te creëren, doorwerken na je 65e, hogere pensioenen belastbaar maken en meer mensen aan het werk zien te krijgen (o.a. het participatiebeleid). En ook de vlaktaks lijkt steeds meer bespreekbaar te worden.

Veel verschil is er dus niet en in ieder geval zijn de parameters gelijk. Misschien moeten we eens af van de taart als symbool van ons soort economie. Een taart is lekker, maar wel een luxesymbool. Ik wil daarmee niet zeggen dat zorg en onderwijs luxe is. Wel dat er heel wat arbeidzame handen vrij komen als we wat overbodigheid verwijderen van de schaal met gebakjes.

Waarom een iPod en een mobiele telefoon optuigen met nieuwe gadgets, als met hetzelfde arbeidsvermogen er werk gemaakt kan worden van technologische voorzieningen in de zorg? Waarom geld steken in ruimtevaart, als met hetzelfde kapitaal innovaties voor de landbouw kunnen worden ontwikkeld? Waarom mensen opleiden tot strategieadviseurs, als voor hetzelfde geld er meer leerkrachten voor het onderwijs kunnen worden opgeleid?

Wordt het niet de hoogste tijd dat soort vragen nu eens serieus te nemen in de discussie? Er kan nog heel wat in prioriteiten worden geschoven, lijkt mij.

Hoe sloop je het glazen plafond?

Ramen lappen

(Zie ook de update over de nederlandse Female Board Index, onderaan dit artikel)
Het moet eens afgelopen zijn dat vrouwen niet verder dan het
glazen plafond mogen komen en dan nog vaak alleen om de ramen te lappen. Dat is volstrekt overbodig werk, dankzij het bestaan van zelfreinigend glas.
Met het zelfreinigend vermogen van het 'old-boys-network' is het zo bar en boos gesteld dat er zo langzamerhand eens maatregelen moeten komen om dat glazen plafond te slopen. Maar hoe krijg je dat goed voor elkaar?

Je kan natuurlijk helemaal niks doen. Tijden veranderen dus de geschiedenis wellicht ook wel. De grote ziener Herman Wijffels, mede-aanstichter van het huidige kabinet, zei bij zijn afscheid als voorzitter van de SER, dat we naar een tijd gaan waar masculiene waarden meer plaats maken voor feminiene waarden. Wel, als het zover is zul je ongetwijfeld meer vrouwen in de bestuurskamers van grote bedrijven op de stoelen der commissarissen zien zitten.

Nou is niet iedereen zeker van de grillen van de tijdgeest en vind dat er concretere maatregelen nodig zijn. De heer Rinnooy Kan, huidige voorzitter van de SER, schaamt zich kapot dat in nederland slechts zeven procent der commissarissen een vrouw is. Dat moet anders en dolenthousiast heeft hij dan ook zitting genomen in een commissie die minister Plasterk en staatssecretaris Heemskerk gaat adviseren hoe hij bedrijven kan vertellen wat ze aan hun glazen plafond moeten doen.

Dat is niet zomaar een commissie, nee, het is een heuse Taskforce. Vorige week is dat clubje gepresenteerd en dat was meteen een groot succes: drie vrouwen en zeven mannen. Een fraaie weerspiegeling van de bestuurswereld, inclusief die van het kabinet zelf.
Eerder kon u
hier al lezen dat de enorme ambities van de regering, aangaande de arbeidsparticipatie van vrouwen, zeer waarschijnlijk niet van toepassing zijn op het bestuur van het land. Binnen het kabinet doen meer vrouwen secretariaatswerk dan dat ze ministeriële verantwoordelijkheid krijgen toebedeeld. Het 'old-boys-network' is in de politiek minstens zo'n sterk fort als in het bedrijfsleven.
Te verwachten valt dat die Taskforce, in de lijn van het kabinetsbeleid, met een gedragscode op de proppen zal komen. Geen verplichtingen, maar zelfregulering. Vrijheid leidt immers tot blijheid? En laten we vrolijk zijn: gedragscodes hebben al tot veel lollige dingen geleid.

Maar ook daar heeft niet iedereen vertrouwen in. De Taskforce 'Vrouwen aan de top' ook niet en die is op het lumineuze idee gekomen een charter op te stellen. Een pakket bindende maatregelen. Dat lijkt verder te gaan dan zelfregulerende gedragscodes, maar de charter wordt niet opgelegd. Het bedrijfsleven mag dat stuk vrijwillig ondertekenen.

En zelfs daar heeft niet iedereen alle vertrouwen in. Dat wil zeggen: in nederland misschien wel, maar in Noorwegen heeft men dat anders aangepakt. In 2003 steunde een flinke meerderheid van het parlement een wetsvoorstel van de toenmalige minister van economische zaken om beursgenoteerde bedrijven te verplichten 40 procent van de bestuurzetels aan vrouwen ter beschikking te stellen. Men kreeg vijf jaar de tijd om dat percentage te halen en op 1 januari van dit jaar moest aan de wettelijke verplichting zijn voldaan. En jawel hoor, 38 procent van de commissarissen in NV's is een vrouw.
Het succes is evident. De Noorse economie is niet in elkaar gestort en de meeste bedrijven staan nog steeds als een huis. Hoewel, wat er van de noorse economie terecht komt als de 77 bedrijven die de score niet hebben gehaald, hun deuren moeten sluiten, moeten we afwachten.

Een code, een charter of een wet. Eigenlijk onzin dat zulke instrumenten nodig zijn. Om te beginnen zijn er meer vrouwen dan mannen in dit land. En als je dan nagaat dat van alle werkenden, vrouwen gemiddeld hoger zijn opgeleid dan mannen, dan moet dat toch al genoeg zijn om een einde te maken aan de deplorabele diversiteit in leidinggevende functies. Het bedrijfsleven telt slechts 13 procent vrouwelijke managers en 7 procent commissarissen.

Laat in de poll zien hoe jij erover denkt.
(poll gesloten op 21 februari, hier de uitslag)
Het glazen plafond sloop je het beste met ….
1. een gedragscode: 17%
2. met een charter: 0%
3. met een wet: 33%
4. niks, het komt vanzelf wel goed: 50%

Update 17 januari: De beursgenoteerde bedrijven in nederland doen het nog veel slechter dan de noren. Lees hier meer over de Female Board Index. Niet meer dan 5 procent vrouwen in de top. Ahold heeft de meeste vrouwen aan de top, Philips helemaal geen.
Ik heb de samenstelster van de index, Mijntje Lückerath-Rovers, om haar visie op dit artikel te geven en uitgenodigd hier een gastlog te schrijven.
Mocht dat er van komen, dan lees je dat natuurlijk weer op dit weblog.