Tagarchief: scp

Geld opdweilen

Geld opdweilen De zorg: het is dweilen met de kraan open. Maar wie goed dweilt, houdt wel eens wat over. Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) heeft berekend wat de Wmo-kosten voor huishoudelijke hulp waren in 2008. Die kosten zouden namelijk het uitgangspunt vormen voor de berekening van het Wmo-budget voor 2010.

Wat blijkt? De gemeenten hebben ruim 80 procent uitgegeven, waardoor een overschot is ontstaan van ruim 257 miljoen euro. Dat zou dus een reden kunnen zijn het Wmo-budget voor 2010 te verlagen. Het SCP stelt echter in een
voorlopig advies (pdf!), dat geld toe te voegen aan het budget van 2010.

Waarom adviseert het SCP het opgedweilde geld niet met het badwater weg te gooien?
Dat zit 'm vooral in de ontwikkelingen rond de bekostiging van de thuishulp. Daar is de afgelopen jaren veel om te doen geweest. De duurdere HH2-hulp (huis schoonhouden plus diverse extra's) is in veel gevallen terug gebracht tot de eenvoudiger HH1-hulp (puur huishoudelijk werk). Dat ging onder het motto: we houden het bij zorg, welzijn gaat er uit.
Verder werd er beknibbeld op thuishulpen met verpleeg-kwalificaties. In de praktijk leidde dat er toe, dat alfahulpen ook wel eens een verbandje gingen verschonen.

Ook werd de marktwerking in gang gezet. Gemeenten gingen op zoek naar de goedkoopste aanbieders van thuiszorg. Eén van de gevolgen was dat beter gekwalificeerde hulpen zich genoodzaakt zagen werk aan te nemen dat voorheen door alfahulpen werd gedaan. Uiteraard tegen het lagere salaris. Er dreigde een massale uitloop van personeel, die op zoek ging naar ander, beter betaald werk. Onder druk uit de Tweede Kamer heeft het kabinet extra geld toegezegd, om die ontwikkeling tegen te houden.

Al met al heeft dat van 2005 tot 2008 wel geleid tot een prijsdaling van de hulp in natura met gemiddeld 7% per jaar. Het SCP constateert wel behoorlijke verschillen per gemeente: “Gemeenten met relatief lage tarieven en gemeenten met relatief veel HH1-hulp houden het meeste over van het hen toegemeten budget voor huishoudelijke hulp“.

Die ontwikkelingen resulteerde dus in een overschot, maar zijn ook de reden het geld in de knip te houden voor 2010. Het SCP voert hiervoor twee argumenten aan.
1. De prijsvorming op de markt voor huishoudelijke hulp heeft geleid heeft tot niet kostendekkende tarieven. Zorgaanbieders kunnen de prijzen nog wel enigszins in de hand houden door overheadkosten te beperken. Bijvoorbeeld door het terugdringen van ziekteverzuim en te besparen op scholing.
Dat laatste is wat vreemd, want thuiszorgaanbieders dienen aan hogere kwaliteitsnormen te voldoen, wil men een serieuze kans hebben bij een gemeentelijke aanbesteding. Reden voor het kabinet om in 2008 toch maar
wel subsidie vrij te maken voor om-, her- en bijscholing van thuishulpen.

2. Met ingang van 1 januari 2010 is het de bedoeling dat de alfahulp alleen via een financiële vergoeding wordt geregeld. De hulpontvanger en de hulpverlener moeten een arbeidsovereenkomst sluiten in het kader van de regeling dienstverlening aan huis.
In een eerder SCP-advies voor het 2009-budget werd voorgerekend dat elke 25%-alfahulp die in 2010 vervangen wordt door zorg in natura, een extra kostenpost van circa 80 miljoen euro zal genereren. Dit komt omdat de kostprijs van een verzorg(st)er in dienst bij een zorgaanbieder aanzienlijk hoger is dan de kostprijs van een alfahulp die direct in dienst is bij een cliënt.

Het SCP stelt dat “de verwachte onhoudbaarheid van de huidige lage tarieven voor huishoudelijke hulp en de gevolgen van de introductie van de financiële vergoeding ter vervanging van de alfahulp als in natura voorziening“, in 2010 toch op zo'n 210 miljoen euro meer moet worden gerekend. Dat kan dus met het overschot van 2008 betaald worden.

Zal het kabinet dat advies zal opvolgen?

Zorgelijke sportkosten

Zorgelijke sportkosten Quote van de week: “Wanneer de kosten van de gezondheidszorg als gevolg van een onvoldoende actieve leefstijl, 907 miljoen euro in 2007, worden afgezet tegen een besparing van 230 miljoen euro door alle sportblessures te voorkomen, dan genereert niet of onvoldoende bewegen minimaal 677 miljoen euro aan zorgkosten per jaar“.
(Uit persbericht Sociaal Cultureel Planbureau bij de presentatie van
Rapportage sport 2008, vandaag aangeboden aan staatssecretaris Bussemaker van VWS).

Met een fraai staaltje boekhoudkunde laat het SCP zien dat meer bewegen loont. Gooi geblesseerde sportievelingen op één hoop met mensen die onvoldoende actief leven, reken uit wat je kan besparen aan kosten voor sportblessures en dan heb je ineens 230 miljoen minder kosten die onvoldoende bewegende mensen veroorzaken.

Het SCP zegt wel dat bewegen goed is, maar dat er rekening moet worden gehouden met de blessures die dat op kan leveren. Het rapport meldt dat meer mensen zijn gaan sporten (aandeel sporters in de Nederlandse bevolking is gestegen van 61% in 2003 naar 65% in 2007). Ze doen dat echter vaker op eigen houtje dan in clubverband. Fitness, zwemmen, fietsen en hardlopen zijn de meest gekozen sporten.

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) kwam in 2005 met een paar feitjes over sportblessures. Ongeveer 1 op de 5 actievelingen heeft wel eens een blessure. De kosten die dat met zich meebrengt kwamen neer op een gemiddelde van 570 miljoen euro per jaar. Bij sommige sporten was een afname van blessures, maar bij andere sporten nam het aantal gewonden juist weer toe. Opvallend: fietsen (wielrennen en mountainbiken) bleek blessuregevoeliger. En trampolinespringen. Dat was volgens het RIVM te wijten aan de toegenomen aanschaf van tuintrampolines.

Preventie kan het aantal blessures terugdringen en mogelijk tot 6 miljoen per jaar besparen aan directe kosten (zorg) en indirecte kosten (arbeidsverzuim). Met andere woorden: een actieve leefstijl zonder blessures is goed voor de mens en goed voor het beperken van de zorgkosten. Op korte termijn.

Datzelfde RIVM heeft namelijk ook berekend dat gezond gedrag op de langere termijn tot duurdere zorg leidt.
Zou iedereen stoppen met roken, dan wordt de zorg over 100 jaar 6,2 procent duurder. Zou niemand meer overgewicht hebben, dan stijgen de kosten met 2 procent. Gaat iedereen lekker bewegen, dan levert dat een stijging van 2,1 procent op.

Gezond gedrag leidt tot een langer leven. Meer ouderdomsziektes, die je niet met sporten kan bestrijden, maar wel dure behandelmethodes kennen. Zo geredeneerd zou er geen geld gepompt moeten worden in campagnes die tot meer bewegen oproepen en preventieve acties die sportblessures helpen terugdringen. Nee, (nog) meer geld naar onderzoek om Alzheimer en Parkinson de wereld uit te helpen, naar preventieve middelen om botontkalking uit te stellen en naar innovaties die beter horen en zien bevorderen. Om maar eens een paar zaken te noemen.

Meer bewegen loont, stelt het SCP. Die beweging zal dan vooral moeten plaatsvinden in het denken over een gezonde toekomst op de lange termijn. De overheid steekt nu veel geld in sport (de uitgaven van de totale overheid, gemeente, provincie en rijk, stegen tussen 2003 en 2006 met 14% tot ruim 1 miljard euro), maar misschien is het beter een deel daarvan toe te voegen aan de budgetten ter bestrijding van ouderdomskwaaltjes.

Met de complimenten van de burger

Met de complimenten van de burger

Het SCP (Sociaal en Cultureel Planbureau) deelde gisteren, namens de burgers, de complimenten uit aan de overheidsdiensten. “De burger”, zo stelt het SCP, is best blij met de kwaliteit van allerlei publieksdiensten.

Balkenende had het, in mei dit jaar, dus goed mis dat er teveel werd geklaagd. Maar goed, daarmee doelde hij vooral op “de stuurlui aan wal”. Het SCP stelt hem nu gerust: juist de gebruikers van publieke diensten zijn positiever dan de niet-gebruikers.

Het SCP lijkt hiermee ook een oude vete tussen de Nationale Ombudsman en Balkenende te beslechten in het voordeel van de laatste. In maart hekelde de premier een rapport van de Ombudsman, die durfde beweren dat lakse dienstverlening van de overheid tot botte burgers leidde.

De vrolijke conclusies van het SCP zijn gebaseerd op een onderzoek in 2006. Laten we eens kijken hoe het nou “werkelijk” zit.

Kwaliteit van de zorg.
In 2006 was ruim driekwart van de respondenten tevreden over de medische zorg in het algemeen. Ziekenhuizen komen er ook goed af, hoewel de hygiëne wel wat beter kan, maar de bejegening was prima. Over de kwaliteit van de thuiszorg is ook een grote meerderheid (70 tot 80%) zeer te spreken. Over verpleeg- en verzorgingshuizen, gehandicaptenzorg een geestelijke gezondheidszorg is men stukken minder positief: slechts 35% tot 50% van de respondenten oordeelt positief. Aldus het SCP.

De Nationale Ombudsman kwam in 2006 tot een wat ander beeld. Naast allerlei gegronde klachten over bejegening, maakte de ombudsman zich ook zorgen over het lange wachten op toewijzing van zorg. Een definitieve beslissing komt soms zo laat, dat mensen de nodige zorg niet meer kunnen krijgen. Het gaat hier om thuiszorg en het persoongebonden budget.
Nou niet zeuren. Het SCP stelde immers dat juist de gebruikers (de mensen die dus wel op tijd de zorg kregen toegewezen) uiterst tevreden waren over de thuiszorg.

Bij de kwaliteit van uitvoerende overheidsdiensten komen politie en justitie er bekaaid af. Het SCP ontdekte dat in 2006 bijna de helft van de respondenten de dienstverlening in die sectoren als slecht tot matig ervaart. Bijna de helft! Dus iets meer dan de helft is wel positief? Waarom op dit punt met de neagtieve minderheid beginnen?

De Nationale Ombudsman was in 2006 ook niet zo te spreken over een aantal zaken bij politie of justitie. Zo zou de controleerbaarheid van politieverhoren verbeterd moeten worden, evenals het doen en laten van de ME. Verder was een bepaalde regio herhaaldelijk het mikpunt van het ombudsman's onderscheidingvermogen.

De gemeenten komen er, aldus het SCP, een stuk beter af: “Het burgerloket en de gemeentereiniging worden het meest positief beoordeeld (slechts 3% beoordeelt ze als slecht), gevolgd door het onderhoud van het openbaar groen (12% slecht) en het aanvragen van een vergunning (14% slecht)”.

De Nationale Ombudsman had heel andere ervaringen. Vooral de communicatie tussen gemeente en burger liet te wensen over. Brieven naar de lokale overheden worden soms niet beantwoord en wie wel een teken van leven krijgt moet er erg lang op wachten. De ombudsman kreeg in 2005 ruim 1000 klachten over gemeenten en in 2006 waren dat er alweer ruim 1300.

Dan had het SCP ook lovende woorden over het onderwijs: “In 2006 bleek een meerderheid van de respondenten (ruim 60%) tevreden met het onderwijs in het algemeen”. Nuancering: “Tegenover een ruime groep tevreden gebruikers staat echter ook een niet te verwaarlozen groep ontevreden gebruikers, die bij sommige kwaliteitsaspecten kan oplopen tot 50%”.

Mag ik op dit punt de Ombudsman even passeren en verwijzen naar de commissie Dijsselbloem, die constateerde dat als gevolg van vele en snel opeenvolgende vernieuwingen het onderwijs er op dit moment erbarmelijk aan toe is?

Het SCP constateert dat de overheid zich vooral richt op verbetering van de productkwaliteit. De burger wil echter ook meer proces- en structuurkwaliteit. Een aardige bejegening aan het loket is prima, maar zonder te lange wachttijden of onbeantwoorde brieven graag. Dat zou een aardige bijdrage aan het geschetste positieve beeld leveren.

De Ombudsman constateerde dat er in 2006 25 procent meer klachten waren over allerlei overheidsdiensten. Dit jaar meldde de ombudsman dat er in 2007 een lichte daling te zien was, maar dat de overheid toch veel meer moest “investeren in de burger” om te voorkomen dat de verhouding tussen overheid en burger zich zou verharden. Toen waren de rapen gaar en werd hij door Balkenende op het matje geroepen.

Het SCP lijkt nu dus alsnog Balkenende in het gelijk te stellen. Het zijn vooral de gebruikers van publieke diensten die tevreden zijn. De ervaringsdeskundigen dus.

Maar de Ombudsman neemt toch alleen klachten in behandeling van mensen die een ervaring rijker zijn geworden? Zijn die door de SCP-onderzoekers over het hoofd gezien? Of komen er bij de Ombudsman zo weinig klagers langs, dat ze geen significante invloed op de SCP-resultaten kunnen hebben?

Wat denkt u?

Het gras is groener bij europese buren

Europa burenVanmiddag (Europadag) presenteert het SCP (Sociaal Cultureel Planburo) deel 6 van hun Europese verkenningen. Deze keer gaat het over Europese buren en Europees nabuurschap.
Met Europees nabuurschap
wordt bedoeld: “Een bevoorrechte relatie op te bouwen met de buurlanden in Oost-Europa, ten zuiden van de Middellandse Zee en in de zuidelijke Kaukasus die geen uitzicht op toetreding hebben. Het nabuurschapsbeleid, dat sinds 2003 wordt gevoerd om met de buurlanden de voordelen van de uitbreiding te delen en nieuwe verdeeldheid te voorkomen, past in de Europese veiligheidsstrategie”.
In dat kader zijn de buren Bulgarije en Roemenië tot de EU toegelaten en gaat men af en toe op de koffie bij de buren Kroatië, Macedonië en Turkije om te babbelen over hun toetreding tot de EU.

Het SCP zal ook iets melden over de publieke opinie over de EU. Wat europees nabuurschap betreft heb ik een klein onderzoekje gedaan, naar wat die opinie zou kunnen zijn. Daaruit blijkt dat veel Nederlanders denken dat het gras veel groener is bij de dichtsbijzijnde europese buren.

In 2007 emigreerden ruim 91.000 nederlanders. De meesten, ruim 57 procent, vertrokken naar europese landen. België scoort het hoogst, gevolgd door Duitsland, Groot-Brittanië en Spanje.

Wie niet in het buitenland wil wonen en werken, maar voor de lol erheen gaat, kiest ook op de eerste plaats een europees land om vakantie te houden. Bij buitenlandse vakantiebestemmingen scoorden de europese landen een dikke 81 procent. Frankrijk nog steeds op koppositie, met Duitsland, België en Spanje in het kielzog.

Niet alleen het vakantiegeld wordt massaal bij de buren besteed, ook spaargeld wordt over de grens ondergebracht. Er wordt geschat dat 50 miljard euro aan nederlands vermogen op bankrekeningen in Zwitserland, Lichtenstein en Duitsland staat. Reden voor de belastingdienst om de spaarders met een zogenaamde inkeerregeling over te halen dat onbekende vermogen aan te melden, zodat ook onze schatkist er wat wijzer van wordt.

Het bedrijsleven pakt het iets anders aan. Voor de import heeft men een sterke voorkeur voor de Europese buren, exporteren doet men liever wat verder weg.
Er wordt meer uit landen binnen de EU geïmporteerd en veel meer geëxporteerd naar landen buiten de EU (invoerwaarde binnen EU 57 procent tegen 42 procent buiten de EU; exportwaarde: 23 procent binnen de EU tegen 77 procent buiten de EU).
Maar zo hebben de gezamenlijke europese buren wel een leuk exportoverschot.

Conclusie: er mag dan verschillend worden gedacht over de Europese Unie, de gemiddelde nederlandse burger heeft geen enkel probleem met zijn buren, mits die binnen de grenzen van de huidige eu wonen.
Of dat zal veranderen als de EU zelf nieuwe buren binnenhaalt met dat nabuurschapsbeleid, valt te betwijfelen. De potentiële kandidaten worden gescreend op hun democratisch gehalte en mensenrechterlijke apecten. Maar zelfs als dat in orde is, zal een beetje nederlander wel balen van buren die het eu-songfestival hebben overgenomen.

Mag ik een hind geven? Misschien kunnen we beter met de buren overweg als nederlanders niet luid lallend hun gezang aanheffen in menig vakantieoord. Het schijnt dat onze buren daar een behoorlijke hekel aan hebben, als nederlanders op bezoek bij de europese buren gaan.

Vraag voor vandaag: kunt u ook zo goed overweg met uw europese buren of zoekt u het liever wat verder weg?

God in de klas

GodsdienstlesUiteindelijk krijgen de opstandige scholieren toch hun zin. En wat voor zin. De loze uurtjes die geleid hebben tot dwalingen op de openbare weg, moeten gevuld worden met zingeving van de hoogste orde: godsdienstles. Dat wil zeggen, alleen op de openbare scholen. De coalitiegenoten stellen voor om de resterende kabinetsperiode 10 miljoen euro op de onderwijsbegroting te reserveren voor lesbevoegde voorgangers. Hallelujallah! De regering wil niet dat alleen kindertjes die naar religieuze scholen gestuurd worden toegang hebben tot kennis van het hogere. De wegbezuinigde godsdienstleraar moet terug voor de klas.
Het moet misschien gezien worden als een eerste keiharde maatregel om de gevolgen van privatiseringen terug te dringen en weer binnen het overheidsdomein te halen. Nu penningmeester Bos heeft gezegd dat de overheid weer meer zaken van publieke belang naar zich toe moet trekken, denken zijn collega's wellicht dat Bos deze keer de hand niet op de knip zal houden. Eerdere onderwijsveranderingen moesten immers binnen de begroting van Plasterk zelf gevonden worden. Bos wilde er geen dubbeltje meer aan besteden.
En dus is de kans nu groter dat hij met die 10 miljoen euro over de brug komt. Tenslotte zitten er allerlei gevaren aan godsdienstonderwijs binnen de muren van religieuze instituties. Daar wordt verteld dat de almachtige geen dinosaurus was, maar een intelligente ontwerper die slechts zeven dagen nodig had om een hele aarde te bouwen en uit de klei een mens maakte.
Misschien is het kabinet ook geschrokken van de populaire bijbelkursussen die gegeven worden. Een
seculier clubje krijgt van ProRail en de NS in januari volop de ruimte om godsdienstlessen te promoten. Er is een stijgende belangstelling voor die lessen, maar de naam van de club suggereert dat godsdienst alleen iets is voor alpha's. Wil het kabinet ook de beta's bekeren?
Of is het kabinet in paniek geraakt door de
lage opkomst bij het afscheid van neerlands oppersinterklaas? Aartsbisschop Simonis werd door wel erg weinig mensen over de drempel van zijn penionering heen geholpen. Het gaat niet goed met de katholieken.
Tien miljoen om dominees, pastoors en imams voor de klas te krijgen zal een aardige bijdrage zijn aan de terugdringing van het lerarentekort, maar is het dan niet goedkoper het openbaar onderwijs meteen af te schaffen en de educatie over te laten aan de predikers?
Nu ben ik van mening dat iedereen moet geloven wat hij/zij wil en dat vooral helemaal zelf moet uitzoeken. Als iemand denkt daar de hulp van een deskundige bij nodig te hebben, dan weet men die wel te vinden. Maar als het kabinet vindt dat het openbaar onderwijs daar een rol in moet spelen, laat die lessen dan niet door de missionarissen van de religieuze instituten verzorgen. Hun belang ligt tenslotte ook in zieltjes winnen voor hun slinkende kuddes.
Nee, geef dan de leraar maatschappijleraar wat extra geld om alle sprirituele stromingen uit te leggen. Het mag dan zo zijn dat er nog steeds minder mensen ter kerke gaan, geloven blijven veel mensen wel. En ze zijn zoekende naar een eigen vorm voor dat geloof. Vorig jaar publiceerden het Sociaal Cultureel Planbureau en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoeken waaruit bleek dat de gang naar de traditionele gebedsruimten steeds meer plaats maakt voor andere vormen van religieuze belevingen (lees meer
hier en daar). Enig verschil van mening hadden beide instellingen wel. Het SCP meende dat een groter deel van de gelovigen het is gaan zoeken in onorthodoxe rituelen (van indiaanse zweethut tot azteekse geluksamuletten), terwijl de WRR een revival van het christendom ziet, maar dan wel op zeer individuele basis ingevuld.
Het zij zo. De verantwoordelijkheid van het openbaar onderwijs ligt dan hooguit in kennis aanbieden van al dat er op de schappen van de spirituele supermarkt ligt. De keuzes maken de leerlingen zelf. Dus geen prediker voor de klas, maar een onafhankelijke leraar.