Tagarchief: surrealisme

Weer kunst op de A7?

PalletIn augustus uitte ik hier het vermoeden dat een surrealistische kunstenaar de A7 onveilig maakte. Op de snelweg tussen Abbekerk en Den Oever werden al vanaf februari voorwerpen aangetroffen, die niet tot het gangbare snelwegmeubilair hoorden.  Een plastic geit, een fiets, een keramieken koe. Een televisie, een klikobak, een magnetron en een betonblok op een stoel, om precies te zijn.
Het leek wel of iemand La Jeunesse Illustrée van Magritte kopieerde.

Ook al zette de politie een rechercheteam op de affaire, we hebben er sindsdien niets meer gehoord. Zou de ‘dader’ zich betrapt hebben gevoeld door het artikel op Codes, keuzes en maakbaarheid?
Tot vorige week. In de nacht van donderdag 3 november op vrijdag 4 november werd op de toerit Wieringerwerf een pallet aangetroffen. Nadat een vrachtwagen een eerste confrontatie met het hout had, is het voorwerp daarna door andere auto’s aan splinters gereden. Het rechercheteam werd er bij gehaald, maar vond ook deze keer niets relevants.

Een pallet? Een verband met de andere voorwerpen? Kom op, zeg. De politie heeft wel wat beters te doen. Hoewel?
Ik heb ooit eens als suppoost in een museum gewerkt en heel wat kunstwerken werden op pallets aangevoerd. Als het hier om de A7-surrealist zou gaan, dan had er ook een ander voorwerp gevonden moeten zijn. Maar daar wordt in het nieuws niets over vermeld.
Zonde trouwens, dat de pallet aan gort is gereden. Je zou dat, met enig surrealistische fantasie, het vernietigen van een kunstwerk in wording kunnen noemen.

Eind 2010 liet het Cobra Museum  de Amerikaanse kunstenaar Mike Bouchet een installatie bouwen, getiteld ‘Sir Walter Scott, 2010’. Genoemd naar een type eengezinshuis, opgebouwd met goedkope materialen, dat in Amerikaanse voorsteden te vinden is. De installatie bestond uit 15 componenten; pallets met opgestapeld bouwmateriaal, elke pallet is geplaatst op een tapijt.
Wie weet wilde de A7-surrealist een pallethuis bouwen en een statement maken over de door de crisis in verval geraakte woningmarkt.

Wanneer precies weet ik niet, maar  kunstenaar Filip Jonker maakte ooit de ‘Ode aan de Europallet’. Deze kunstenaar neemt pianos, kerken, boten, hooibundels en pallets als uitgangspunt voor zijn werk. Door materiaal uit hun normale context te plaatsen wil hij een nieuwe waardering voor de voorwerpen tot stand brengen, zoals hij op zijn website stelt.
De ‘Ode aan de Europallet’ is niets anders dan een gewone pallet, maar dan wel gemaakt van duur hout. De A7-surrealist wilde misschien de euro-crisis op een pallet tentoonstellen.

In 2010 besteedde NRC.next een artikel aan palletkunst. Van kunstenaars die sculpturen van pallets maken tot designers die er meubels mee bouwen.
Dus misschien had het Noord-Hollandse rechercheteam de vrachtwagenchauffeur moeten inrekenen, die een beginnend kunstwerk van de A7-surrealist heeft overreden.

Voor de aardigheid tot slot een plaatje van het Pallet Paviljoen, in 2005 gemaakt door Matthias Loebermann, voor een ski-evenement in Duitsland.

 

PalletPaviljoen

De surrealistische A7

JeunesseIn Noord-Holland, op de snelweg A7, is een surrealist aan het werk. Iemand lijkt La Jeunesse Illustrée van Magritte (afbeelding hier links) te kopiëren.
Op La Jeunesse Illustrée (De geïllustreerde jeugd) zien we in ieder geval een regenton, een torso, een leeuw, een biljarttafel, een tuba, een psalmenstandaard en een fiets geplaatst op een landweg. Aan beide zijden van de weg strekt zich een vlak landschap uit.

Op de A7 beleven automobilisten al een tijdje de vreemdste ontmoetingen. Met een plastic geit, een fiets en een keramieken koe. Eerder werden een televisie, een klikobak, een magnetron en een betonblok op een stoel aangetroffen. In een paar gevallen kwam het tot een aanrijding met de voorwerpen. Het bleef gelukkig beperk tot schade aan voertuigen en voorwerpen, maar de politie neemt de zaak hoog op. Er kunnen evengoed slachtoffers vallen, meent de politie. De politie houdt de A7 extra in de gaten. Met name het stuk tussen Abbekerk en Den Oever, het traject waar de voorwerpen werden geplaatst.

Wacht even, Abbekerk? Dat ligt 6,5 kilometer boven Wognum en ook ongeveer even ver ten oosten van Opmeer en Spanbroek.
In Wognum stond het hoofdkantoor van Dick Scheringas DSB-bank. In Spanbroek stond Dick Scheringas Museum voor Realisme, waarvoor nieuwbouw was gepland in Opmeer. Zover is het niet gekomen. Niet aleen de DSB-bank ging failliet, ook het museum ging ten onder. Het museum had, onder andere, werk van Magritte in bezit. De ABN Amro heeft in 2009 beslag gelegd op de collectie.

Citeert nu iemand Magritte om ons iets duidelijk te maken? Is het een protest tegen het grijpen en graaien van banken, met name de ABN Amro, waardoor een prachtig museum verloren is gegaan? Of is het doorgedraaide gelovige, die terroriseert tegen goddelijke losbandigheid, beschreven in Les chants de Maldoror door Comte de Lautréamont, pseudoniem voor Isidore Lucien Ducasse?
Les chants de Maldoror  was volgens museum Boymans een inspiratiebron voor vele surrealisten. Magritte zou een citaat uit dat werk hebben verbeeld op de prent die je hier linksboven ziet.

Op dit gedeelte van de A7 mag men sinds kort 130 km. per uur rijden. Dat is veel te snel om eens te mijmeren over andere surrealistische verklaringen?

In het rijk der lichten

In het rijk der lichten

In de duisterheid die de waan van de dag soms is, schittert vaak genoeg een licht die de donkere poel doet flonkeren. Een waanzinnig cliché en of daar enige waarheid in zit, mag een ieder zelf beoordelen.

Het zou misschien van toepassing kunnen zijn op René Magritte. In bijna elke biografie (zie hier de engelse wikipedia, die uitgebreider is dan de nederlandse), wordt verwezen naar de zelfmoord van zijn moeder. Wat Magritte toen op 15-jarige leeftijd heeft beleefd, zou in tal van zijn werken terug te zien zijn.

Bijvoorbeeld in zijn schilderij Het rijk der lichten. De blauwe wolkenhemel, die er toch zonnig uitziet, verlicht blijkbaar niet de duisternis beneden, waar slechts een schamel schijnsel van een straatlantaarn het enige glimpje is. Waar de een daarin Magritte's kijk op het aardse bestaan in ziet, meent een ander dat hij België met een paar kwaststreken heeft samengevat.

Maar de surrealist Magritte is toch meer bekend om werken, die bij menigeen een glimlach provoceren. Dat is misschien ook Magritte's bedoeling geweest.
In 1946 schreef hij mee aan het manifest “Surrealisme en plein soleil” (Surrealisme in de volle zon). Een reactie op het
Surrealistisch Manifest van André Breton en kornuiten. Door Magritte te zwaar op de hand en veel te dramatisch bevonden. Tegen de “schreeuw van de geest die tegen zichzelf keert en vastbesloten is om haar ketenen te verbreken, ook al moet dit gebeuren met behulp van materiële hamers!“, van Breton en zijn maten, wilde Magritte de lichtheid van vreugde en plezier stellen.
Het leverde hem hoon op van de serieuze surrealisten en Magritte hield zijn zonnige kijk ook maar kort vol. Tussen 1943 en 1947 maakte hij meer impressionistisch getinte doeken, licht als lucht en zon. om later toch ook meer dramatischer werken te maken. Zoals het hierboven afgebeelde Rijk der lichten, uit 1954.

België eert hem nu eindelijk met een museum. In het huis waar hij 24 jaren heeft gewoond, is gisteren, 20 mei, het Magritte Museum geopend door koning Albert en zijn eega Paola. Bijna het complete oeuvre bij elkaar. En dat mag toch een lichtende aanwinst heten.
Het museum is dan officieel geopend, het blijft voor het publiek dicht tot 2 juni. Pas dan gaat het regulier open, al mag het volk erop 30 mei ook een dagje gratis in. Niet gezeurd, het museum is er en Brussel ligt dicht genoeg in de buurt om er eens een bezoek te brengen (alhier
de openingstijden).

Of België nu met recht het rijk der lichten kan worden genoemd? Zeker wel. De koninklijke opening gaf aanleiding voor twee reacties in Belgische kranten, die minstens zo vrolijk stemmen als sommige van Magritte's werken.

In De Standaard staat onder aan het artikel deze comment: “Albert en Paola in een museum, definitie van surrealisme, of een practical joke?”

In Het Laatste Nieuws wijst een zuiderbuur op de verstrekkende culturele waarde van een koningshuis: “Al goed dat we nog een koning hebben om een museum te openen. Anders bleef het misschien dicht“.

Die lichtjes geef ik maar even door.