Tagarchief: technologie

Eerste hulp drukker door gebruik apps.

GevaarIn alle ziekenhuizen is op de afdeling spoedeisende hulp de drukte toegenomen tengevolge van het gebruik van zogenaamde apps op mobiele telefoontoestellen. Voorzitter R. Kruis van de VSHV (Vereniging van Spoedhulp Verpleegkundigen) dringt er bij de ziekenhuizen op aan,  bij te dragen aan de kosten voor de ontwikkeling van een app die juist ongelukken moet voorkomen.

Als in de maatschappij zaken veranderen, verandert de aard van het werk op de spoedeisende hulp ook. Letsel gerelateerd aan telefoongebruik waren zeldzaam, totdat de mobiele telefoon op de markt kwam. Met name in het verkeer leidt het nog regelmatig tot ongelukken onder automobilisten en fietsers.

De spoedhulpverpleegkundigen en artsen zijn daar inmiddels wel aan gewend en ziekenhuizen hebben hun technologie en roosters al jaren geleden hierop aangepast. Het aantal letsels tengevolge van het mobiele telefoongebruik bleef redelijk stabiel, maar sinds kort wordt de spoedeisende hulp verrast door een golf van been- en armbreuken, hoofdwonden en nekletsels, die te wijten waren aan het gebruik van bepaalde apps op de iPhones en androidtelefoons.

De slachtoffers vallen met name tijdens vakantiedagen en evenementen als de museumdagen, molendagen en open huis- en kijkdagen in diverse sectoren. Er zijn steeds meer apps die informatie doorgeven als de camera op de mobiele telefoon wordt gericht op de plek waar iemand is. Zo is er een museum-app die beelden laat zien van kunst die gerelateerd is aan diverse gebouwen, straten en pleinen in een stad. Er is en app die na het fotograferen van een straatnaambordje, de snelste en goedkoopste weg naar huis toont.

In het straatbeeld is de ontwikkeling van de apps goed te zien. Het bekende beeld van mensen die in de openbare ruimte hun mobiele telefoon aan hun oor houden wordt langzaam maar zeker verdrongen door het beeld van mensen die hun mobiele telefoon voor zich uit in de lucht houden.

“De ontwikkelingen in dit soort technologie hou je niet tegen”, zegt voorzitter R. Kruis, “maar je kunt er wel gebruik van maken”. De VSHV heeft een bureau in de arm genomen die nu onderzoekt of het mogelijk is alle apps die in de openbare ruimte gebruikt kunnen worden, te voorzien van een signaalwerking die de gebruiker waarschuwt voor verkeerspaaltjes, lantaarnpalen, stoepranden en trappen.

“Het is mogelijk, heeft men mij laten weten”, zegt mevrouw Kruis, “maar de kosten zijn aan de hoge kant. We zijn nu aan het berekenen of deze investering uiteindelijk de toenemende kosten van de spoedeisende hulp zullen terugdringen”.
Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid zet op de hoogte te zijn van de problematiek. Het kabinet had een wet in voorbereiding om het gebruik van apps in de openbare ruimte te verbieden. Door de val van het kabinet zal het hier echter niet van komen. De woordvoerder laat weten dat de minister het toejuicht als bedrijfsleven en ziekenhuizen inzetten op preventieve technologie en hoopt op een spoedige realisatie van de waarschuwingsapp.

Beter laat dan nooit-code.

Technologie Alle technologie keert zich op enig moment tegen de mens. Dat is niet te voorkomen, omdat in alle technologie het menselijk tekort zit gebakken. Welk menselijk tekort? Onze genialiteit. Die ingenieuze kwaliteit om voor elk probleem een technologische oplossing te kunnen bedenken. Het optimisme daarover gaat zover, dat we minder bij onze fouten stilstaan, dan bij de lonkende perspectieven die de technologie ons biedt.

Zo vinden we de uitvinding van het vuur nog steeds geweldig en denken de bijna
50 duizend branden per jaar wel te voorkomen door betere brandmelders, brandblussers en brandwerend materiaal te ontwikkelen. Ergens in een afgezonderd laboratorium zit een doorgedraaide fysicus al jaren te knutselen aan de zelfdovende vlam. Die vlam heeft-ie al, hij kan er alleen nog geen warme chocola van maken, want net voor het pannetje op het vuur gaat, is het al uit. Voorlopig moeten we het doen met de zegeningen en de rampen van vuur.

Ja, hoor eens hier, zul je denken, die branden ontstaan niet door het vuur, maar door menselijke fouten met vuur. Het is een algemeen aanvaard idee dat technologie niet fout kan zijn. Mensen kunnen er wel foute dingen mee doen. Er zijn optimisten zijn, die dat probleem willen oplossen door de mens dan maar door technologie te vervangen. Dat idee is dan weer niet algemeen aanvaard. We gaan onszelf niet opheffen.

Hoe komen we dan uit die pijnlijke spagaat van genialiteit en brokkenmakerij? Door wat meer bij onze fouten stil te staan. Het ‘van je fouten kun te leren’, is meer een wandtegeltjeswijsheid dan een alledaagse bezigheid. Toch ligt daar de oplossing. Jammer alleen dat de brokken soms zo groot moeten zijn, voor de les geleerd is. Maar er is hoop. Een mooi voorbeeldje uit het nieuws van vandaag.
Minister Rosenthal pleit voor restricties op de export van internetfilters naar dictatoriaal geregeerde landen. In Brussel kwam de IDEA (International Digital Economy Accords ) bijeen en de minister mocht de mooie jongen uithangen, door de vrijheid van digitale meningsuiting te verdedigen. Daarbij refererend naar de opstanden in Tunesië, Egypte en Libië (hier
de hele toespraak).

Rosenthal roemt een aantal gedragscodes, die handel met obscure regimes moeten beperken. Zijn collega Bleker overweegt de Kamer te betrekken bij het verlenen van vergunningen voor wapenexport.
Ook op dat gebied is een akelige les geleerd. Nederland had immers al eens technologie, in de vorm van allerhande wapentuig, geëxporteerd naar die landen? Naast internetfilters zijn wapens ook een geliefd middel tegen vrijheid van wat voor uiting dan ook. Nu Nederland meedoet aan het handhaven van de no-fly zone boven Libië, is het natuurlijk oppassen dat die technologie zich niet tegen ons keert. Bleker wil nu de
regels voor wapenexport aanscherpen.

Mooie boodschappen. We gaan onze technologische speeltjes niet in de handen geven van kwajongens. We stoppen echter niet met het maken van dat soort technologie. Je weet maar nooit voor welke goede doelen je het zelf kan gebruiken. De technologie zelf is immers niet fout?
Nee, het is al heel wat dat gedragscodes en regels worden aangescherpt. Beter laat dan nooit, toch? De technologische genieën komen ooit nog wel met een slim stukje software, waarmee verstandige beslissingen eerder vroeg dan ooit worden genomen.

Insecten redden de mensheid

Insecten redden de mensheid Wie vindt dat we te veel ingrijpen in de natuur, moet er eens bij stilstaan hoe wreed de natuur ingrijpt op ons voortbestaan. Nu de lente in volle glorie losbarst, vindt er grootschalige voedselvernietiging plaats. Vogels vreten complete insectenkolonies leeg. En dan moet het nog zomer worden, wanneer de mens zelf voedsel platmept of vernietigt met mierenlokdoosjes en anti-muggenspray.

Aanstaande dinsdag, 18 mei, is er weer een Spinoza te Paard. Elke derde dinsdag van de maand worden in het Paard van Troje (Den Haag) leuke lezingen gehouden over tal van wetenschappelijke onderwerpen. Een initiatief van het NWO ((Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek).
Op 18 mei kun je van Marcel Dicke, winnaar van de Spinozaprijs 2007, horen wat het nut van insecten is. Om te illustreren dat ons voortbestaan van ongedierte af kan hangen, zijn er ook insecten te eten. Het publiek mag de beste insectensnack kiezen.

In april maakte minister Verburg bekend
1 miljoen euro uit te trekken voor onderzoek naar insecten als voedsel. Vorig jaar organiseerde de Wageningse Universiteit een serie lezingen, om duidelijk te maken dat insecten niet alleen voor onze voedselvoorziening belangrijk zijn.
Natuurlijk, je kunt ze eten en er wordt hoog opgegeven van de eiwitrijke kwaliteiten. Maar insecten spelen ook een rol als bestrijdingsmiddel. Wie een gifvrije landbouw wil, moet insecten met rust laten. Verder zijn de beestjes ook een bron van inspiratie voor de technologie. Zo helpen kakkerlakken en mieren bij het oplossen van vervoersproblemen.

Ik zag dat collega weblogger
Verbal Jam een moordaanslag zelf ongemoeid liet om er fraaie foto’s van te maken. Hij liet zijn huisspin ongestoord een wesp vangen. Terwijl wespen juist hun jonkies voeren met bladluizen en ruspen, die een gevaar voor onze voedselgewassen zijn.
Ingrijpen dus! Zie je een vogel op zoek naar onze eiwitvoorraad, verjaag het beestje onmiddellijk uit je tuin.

En ga dinsdag naar Spinoza te Paard (toegang € 8,50). Wie de kinderen op insecteneducatie wil trakteren, kan in de week van de biodiversiteit (22 tot 30 mei) naar de kriebelende beestjes in dierenpark de Oliemeulen in Tilburg.

Dan maar de lucht in…

Dan maar de lucht in...

Wie hoopt dat Nederland ooit weer gouden VOC-tijden zal beleven, koestert misschien de romantische gedachte dat het ideaal ook nu weer zeevarend zal worden verwezenlijkt. Zeevaart is voor nostalgische dromers. Het visionaire kabinet herneemt de koers die een historische zeeheld ooit inzette met een 'dan maar de lucht in'.

In dat kader lanceerde de minister van economische zaken vandaag zelfs een compleet 'office'. Het NSO (Netherlands Space Office) heeft van het rijk de opdracht gekregen het nationale ruimtevaartprogramma tot grote hoogten op te stuwen.
NSO-directeur Ger Nieuwpoort meent dat de ruimtevaart “de samenleving ongelofelijk veel te bieden heeft“. Hij somt de verworvenheden die ruimtevaart ons bracht nog eens op: “Boeren kunnen tegenwoordig hun akker al monitoren met satellieten, schepen kiezen hun routes op basis van satellietinformatie over stromingen, om maar te zwijgen over alle mogelijkheden die satellietnavigatie meebrengt“.

Je ziet het al voor je: de files in de gaten houden en bijsturen dankzij een complete file satellieten in de ruimte. Het fileprobleem is het niet het enige waar Nederland sterk in is en de NSO-directeur ziet kansen voor de ruimtevaart als die aansluit “bij de Nederlandse sterktes, zoals landbouw, water en energie“.
Samen met het NWO en de KNAW wil hij dolgraag “kijken op welke wetenschapsgebieden ruimtevaart nog meer van toegevoegde waarde is”.

Maar waarom alleen met wetenschappelijke of economische gebieden? Waarom niet met zaken dien evenzeer belangrijk zijn voor het nationaal geluk? Zo heeft de Russische ruimtevaart al aansluiting gevonden bij humor en schoot vandaag een clown de ruimte in. De stichter van Cirque du Soleil, Guy Laliberté, kocht een ticket van 35 miljoen dollar om een feestje te gaan bouwen op het ruimtestation ISS. Hij is daarmee de zevende ruimtetoerist die met een Russische Soyoez meevliegt. Niet alleen voor de lol. Hij wil hiermee ook het groeiende tekort aan schoon water aan de orde stellen.

Aan humor ontbrak het ook niet bij het Nederlandse Space Office. De toekomst van de ruimtevaart werd gesymboliseerd door een caravan. Studenten hadden het ding tot een heuse ruimteclausule omgebouwd. Of was dat serieus bedoeld? Zullen we het nog meemaken dat de jaarlijkse vakantiespits op de route naar het zuiden tot het verleden behoort? Gaan we met onze caravans massaal naar de maan?

Ruimtevaart kost een lieve duit. De kosten worden nog wel eens verdedigd met het argument dat veel bijproducten heel nuttig zijn voor de samenleving. Niet alleen de navigator in uw auto, ook levensbelangrijke medische technologie hebben we er aan te danken.
Ziet u nog meer toegevoegde waarde voor de ruimtevaart? En welke clowns ziet u graag het helaal ingeschoten?

De draaglijke lichtheid van het werk.

De draaglijke lichtheid van het werk Het doorwerken tot je 67e gaat er komen. Alleen nog even een oplossing zoeken voor de zware beroepen. Tuurlijk, zegt Wouter Bos, komt helemaal in orde. We gaan werkgevers verplichten het werk zo licht te maken, dat niemand meer tot op de draad versleten raakt, lang voor het 67e levensjaar is bereikt.

Je kan de reactie van werkgeverszijde wel voorspellen: da's goed, meneer Bos, maar geef ons dan geld om het mogelijk te maken. Alle hoop is gevestigd op technologie. Dat levert vooralsnog erg dure speeltjes op, die bovendien nog niet optimaal zijn ontwikkeld. Hoewel er al wel mooie praktijkvoorbeelden zijn.

De Multistrater wordt de stratenmaker van de toekomst. De machine lijkt alles te kunnen (bekijk ook dit filmpje). Maakt oude stenen schoon, sorteert ze keurig op maat en kan ze in de meest fraai patronen neerleggen. Een soortgelijke machine, de Streetwise 1200, zullen we niet snel in het straatbeeld zien. De Nederlandse firma Robostreet is vorig jaar failliet verklaard. De oorzaak daarvan is op het internet niet te vinden, maar wellicht kan Robostreet met staatssteun nieuw leven ingeblazen worden?

Stratenmaker hoeft dus geen zwaar beroep meer te zijn. Maar hoe zit het dan met alle andere beroepen die gebukt gaan onder versleten ruggen, knieën, schouders en handen?

Zolang er nog geen robots zijn die het volledig overnemen, kan de mens zich wel in een robotpak hijsen. Het zogenaamde exoskelet ondersteunt de lichamelijke functies, die van zwaar werk te lijden kunnen hebben. Loop- en tilbewegingen worden lichter omdat in het robotpak acht motoren zitten die knieën, ellebogen en schouders ondersteunen (hier op dit filmpje te zien).

Met dat idee speelt ook de Universiteit Twente, maar dan met een heel ander doel: fysiotherapie. Ook hier ondersteunt robotica de noodzakelijke bewegingen. De
robot LOPES, kan mensen die door een hersenbloeding gedeeltelijk zijn verlamd, helpen sneller te revalideren.
Het project heeft net 1,6 miljoen euro subsidie gekregen om de robot geschikt te maken voor gebruik in de revalidatiecentra.

Kijk, met zulke technieken kun je wel doorwerken tot je er definitief bij neervalt. Want waarom zouden ook niet de broze skeletten van 80-jarigen niet in een robotpak gehesen kunnen worden? Kunnen ze weer zelf hun bed opmaken.
De vergrijzing hoeft helemaal geen probleem te zijn. Al we maar half mens, half robot worden.

Ziekzoek en beter maken robots

Ziekzoek en beter maken robots De robots rukken op. Over een jaar of vijf zal een robot de zieke bollen uit de velden bij Lisse weten te halen. Nu is dat een zenuwslopend karweitje dat door mensen wordt gedaan. En zenuwslopend werk willen we van af. Daar zijn robots veel beter tegen bestand.

Wie van zenuwslopend werk moet revalideren wordt geholpen door een robot.
Revalidatierobots hebben de toekomst. Wegens de vergrijzing zal er een tekort aan fysiotherapeuten zijn. Met één robot kan de fysiotherapeut drie mensen tegelijk helpen en de machines zullen efficiënter zijn dan de peut zelf.

De robots kunnen een arbeidzame toekomst tegemoet zien. Hoewel? Zijn er inmiddels, dankzij de crisis, niet wat robots werkloos geworden in de auto-industrie? Die stop je niet zomaar in een reïntegratieproject. Wie zijn hele automatische leven auto's geassembleerd, zal niet in een handomdraai RSI-patiënten kunnen revalideren. Tuurlijk, door één chip te vervangen heb je een robot zo omgeschoold, maar of dan de grijpers met laspunten ook een darmperforatie kunnen dichten?

Maar dat komt helemaal goed. De robotindustrie zal zich op andere markten moeten richten. De leveranciers van handige hulpjes in producties zien wel wat in de voedingsbusiness. Nu nog een klein afzetgebied voor robotica, maar nu het in de autofabricage stilletjes wordt, gaat men dat gat in de markt aanboren.

Het kan ook zijn dat de robotindustrie met een dipje te maken krijgt nu het economisch tij tegen zit. Willen ze bij Bos en Donner enige steun kunnen claimen dan moeten de minister Klink voor hun karretje zien te spannen. Die ziet een florissante toekomst voor robots in de zorg.
We hebben ook al
een hoogleraar voor technologie in de zorg. Ook hij ziet een zonnige toekomst voor die handige hulpjes aan het ziekbed. Robots zullen zelfs in staat zijn ethische dilemma's waar artsen of verpleging mee te maken hebben, op te lossen.

Wordt het niet de hoogste tijd cao's voor robots te maken? En gedragscodes? Zodat de robots zich een beetje ethisch verantwoord gedragen?

Onbeheersbare migratiemachine?

Onbeheersbare migratiemachine? Morgen mag staatssecretaris Albayrak het boek De Migratiemachine in ontvangst nemen. Een bundel essays waarin kritische vragen worden gesteld bij de technologieën die worden gebruikt om de stroom migranten te beheersen.

Zoals bij andere ITC-projecten bij de overheid, wordt ook bij instanties als het IND (Immigratie en Naturalisatie Dienst), politie en de COA (Centrale Opvang Asielzoekers) allerlei software onvoldoende beheerst en werken systemen nog veel te slecht samen.
Eén van auteurs en co-redacteur van het boek, Albert Meijer, legt een relatie tussen de politieke verantwoordelijkheid en die van de uitvoerende instanties.

De overheid voert een beleid waarbij strengere controle over de aantallen en aard van de immigratie-aanvragen de instroom dient te bepreken, en tegelijkertijd betere kostenbeheersing en grotere efficiency nastreeft. Dat laatste kan bijvoorbeeld lange procedures voorkomen, waarbij asielaanvragers te lang op een beslissing moeten wachten.

Dat heeft in het verleden tot een herverdeling van taken bij de uitvoerende diensten geleid en tot een uitdijend technologisch instrumentarium. Een voorbeeld uit de bijdrage (pdf-document!) van Albert Meijer, is de IND.

In 2005 rapporteerde de Algemene Rekenkamer over onzorgvuldig gebruik van ICT-systemen. Systemen sloten niet goed op elkaar aan en gegevensbestanden waren vervuild. Het IND was het overigens eens met de Algemene Rekenkamer dat de problemen onder andere waren ontstaan door een politieke besluit taken van de Vreemdelingendienst over te hevelen naar de IND. Daarmee werd de IND met een grote hoeveelheid extra werk opgezadeld, waarvoor hun systemen en denkwijze nog onvoldoende was uitgerust. Signalen over niet goed werkende systemen werden door de politiek verantwoordelijken genegeerd.

De beslisambtenaren bij het IND hebben met diverse systemen te maken. Met INDIS verwerkt men de administratieve afhandeling van aanvragen. Een systeem dat ook een database met informatie over alle vreemdelingen bevat en het Beslis Ondersteunend Systeem (BOS). De IND werkt daarnaast met allerlei andere systemen zoals het landeninformatiesysteem. Maar omdat diverse databases niet aan elkaar gekoppeld zijn, kunnen oorzaken vann eventuele fouten slecht getraceerd worden. Tevens is er een koppeling met de GBA (de Gemeentelijke Basis Administratie), maar er was onvoldoende kennis over te gebruiken coderingen, wat tot rare zaken leidde. Als het geboorteland onbekend was, werd dat in het systeem vermeld als “Boveteilanden” of werd een geboorteplaats als Amsterdam vertaald in “Simonshaven”.

Hert zal ook wel de werkdruk zijn, die er toe leidt dat ambtenaren bij hun besluiten vaker blind varen op het geautomatiseerde beslissysteem (de BOS). Het systeem is bedoeld als adviserende ondersteuning, maar het komt vaker voor dat de ambtenaren het geautomatiseerde advies als bindend zien. Daarmee dreigen individuele parameters, die niet te vatten zijn binnen in de algemene richtlijnen waarop het BOS is gebaseerd, buiten beschouwing te worden gelaten. Dat kan ten koste gaan van details die net het verschil tussen goedkeuring of afwijzing uitmaken.

Ondertussen draait de migratiemachine, het complexe stelsel aan ICT-toepassingen, op volle toeren. Beslissingen over menselijke factoren worden steeds meer over gelaten aan de technologie, die nog aan alle kanten tekortschiet. De overheid faciliteert een IND niet genoeg om èn de werkwijzen te verbeteren, èn ook nog eens in steeds kortere tijd de immigratie-aanvragen te beoordelen.

De procedure van aanvraag tot beoordeling moet nog sneller. In de toekomst zal binnen 8 dagen bekeken moeten zijn of een aanvraag gehonoreerd kan worden. Dat lijkt goed voor de aanvragers. Als je uit onveilige, onzekere gebieden komt wil je natuurlijk snel zekerheid over je nieuwe toekomst. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd. Van diverse kanten is er kritiek op de versnelde procedure, omdat er te grote risico's op onzorgvuldigheid zijn en er te weinig tijd is voor de uitvoerende diensten gedegen onderzoek te doen (zie de bezwaren geuit door VluchtelingenWerk Nederland).

De technologie, zo betoogt Albert Meijer, kan voordelen hebben om de effectiviteit en de efficiency van het migratiebeleid te versterken, evenals de rechtvaardigheid op individueel niveau. Het beleid is tot nu toe echter te veel gericht op het verdere ontwikkelingen van deze complexe machine, waarbij er meer aandacht is voor de positieve effecten, als effectiviteit en efficiency, en minder voor de negatieve effecten zoals verkeerde registratie, schending van privacy en onterechte behandeling.

En dus zullen er voorlopig nog wel migranten rondlopen met de identiteit van hun broer of worden er mensen terug gestuurd naar onveilige landen, omdat een koppeling tussen de juiste bestanden niet werd gerealiseerd.
Nederland als grote broer voor de zwakkeren in de wereld, laat het werk over aan big brother-systemen. Volautomatisch de toekomst in.

(De migratiemachine, onder redactie van H. Dijstelbloem en A. Meijer, uitgeverij Van Gennep, ISBN: 9789055159543, genre: sociale wetenschappen)

Change? What change?

Change? What change?

Nog even iets over het nieuwe van dit kersverse jaar en dan hou ik erover op. Het is tenslotte sneller kerst dan je denkt en daar moeten we goed op voorbereid zijn.

De eerste 8 dagen van dit jaar laten nog een spectaculaire veranderingen zien. Veel hetzelfde als vorig jaar. Israël begon de Gazastrook iets later onder vuur te nemen en de kredietcrisis begon goed op stoom te komen.
Eigenlijk is alleen het weer anders. Vorig jaar waren slechts de eerste drie dagen echt winters en was januari een relatief warme maand. Dat is de laatste dagen weer wel nieuw (of wel nieuw weer?)

Wel was Obama, het eerste teken van hoop op verandering en dit jaar zullen we zien wat daar van terechtkomt. Wordt dit het jaar van Obama?
Voorlopig moeten we het doen met het Calvijnjaar en het jaar van Darwin. Ook al niks nieuws. Deze historische figuren hebben wel de wereld veranderd,

Calvijn, de man die bedacht had dat je nog zo je best kon doen, het is geen garantie dat dan god's rechtvaardigheid je ten deel zal vallen. Wie wel of niet god's genade zou ontvangen staat in god's geheime agenda. Wij kunnen ons slechts troosten, aldus Calvijn, met de gedachte dat zijn god alles regeert. Na Calvijn veranderde de wereld zo, dat er vandaag nog mensen zijn die zonder die troost niet kunnen functioneren.

Na Darwin veranderde de wetenschappelijke wereld en de opvattingen over de oorspong van de schepping. Zijn evolutieleer heeft zo lang sterk stand gehouden dat Calvijn's volgelingen dachten dat ze er iets anders tegenover moesten stellen: het creationisme.

Afijn, dat weten we allemaal wel. De vraag wat alles de komende tijd zal veranderen, is de vraag van dit jaar op de website Edge, die zich ook wel het World Question Centre noemt. Wetenschappers geven hun kijk op het nieuwe jaar en wat zal volgen. Op VPRO's Noorderlicht staan een paar aardige voorbeelden.

Sommigen voorspellen verdere stappen in de menselijke evolutie. Bijvoorbeeld ontwikkelingen rond ons bewustzijn en technologie: ons brein aansluiten op de computer en dan maar meerdere versies van onszelf maken. Of door consequent ons gedrag te verbeteren kunnen we onze erfelijkheid positief beïnvloeden. Dean Ornish, adviseur gezondheidsbeleid van Obama, denkt dat gezond blijven bewegen uiteindelijk mensen kan verlossen van erfelijke hartkwalen.

De nanotechnologie zou een geheel nieuwe dimensie aan de begrippen evolutie of creationisme kunnen geven. Wetenschappers achten het mogelijk dat we met nanotechnologie de schepping van de grond af aan opnieuw kunnen opbouwen.

Een aantal wetenschappers denkt dat niet de technologie voor invloedrijke veranderingen zal zorgen, maar wijzigingen in een aantal conceptuele opvattingen. Brian Eno denkt dat we het idee van vooruitgang zullen kwijtraken en steeds meer er vanuit zullen gaan dat alles slechter zal worden.

Of het allemaal waar zal worden? De tijd, ook zo'n concept zal het leren. Theoretisch natuurkundige Lee Smolin zegt echter dat ons idee van tijd moet veranderen. Hij wil af van de gedachte dat tijd een illusie is en dat de werkelijkheid tijdloos is. Alleen het heden bestaat, zo stel hij. Eeuwige waarheden bestaan dan ook niet, alleen de waarheden van dit moment.

Vermakelijke site, die Edge. Neem vooral ook de vragen van de voorgaande jaren eens door.

Indammen en opbouwen

Aarde en maan

Maakbaarheid optima forma! Denkt iemand hier de gevolgen van de opwarming van de aarde met een grote dam te kunnen bestrijden, gaan anderen de maan opwarmen door er een kernreactor neer te zetten.

Dat van die dam, die noordpoolijs moet beschermen, is een Nederlands ideetje. Dat van die kernreactor, die een toekomstig lunapark van energie moet voorzien, is een Amerikaans ideetje.

Het is wel typisch nederlands om met beide benen op de aarde te blijven. Het is typisch Amerikaans om te denken: dan maar met zijn allen naar de maan.
En ik maar denken dat ik de enige ben met gekke ideeën. Zo zie je maar, een mens is nooit alleen.

Het lijkt mij dat het idee van een dam rond het noordpoolijs en de kernreactor op de maan onvoorspelbare gevolgen kunnen hebben voor de ecologie op aarde en maan. Zul je zien dat het noordpoolijs in tact blijft, maar de gigantische dam de oceaanstromen zodanig dereguleert, dat we alsnog aan een wereldwijde tsunami ten onder gaan.
En op de maan slaat de warmte van de kernreactor gecondenseerd neer op de koudere gedeelten van de maan en ontstaat daar ook een poolkap.

Nou is een kernreactor op de maan niet zo'n opzienbarend idee. Er liepen al mensen rond, er rijden karretjes rond, dus een gebouw neerzetten moet niet zo'n kunst zijn. Hoe een kernreactor werkt, weten we ook al. Gewoon alledaags denkwerk.

Die dam, da's buiten vaste kaders denken. De godvader van het idee geeft toe dat er nog heel wat uitgevogeld moet worden voor zo'n dam een realistische optie wordt, maar het is minstens van dezelfde fantasie die de mens ook op de maan heeft gebracht. Eventuele (ijs)beren op de weg kunnen opgelost worden.

Beide ideeën tonen opnieuw aan hoe hoog mensen de maakbaarheid van hun universum inschatten. The sky is allang the limit niet meer.
Nu nog een soort Afsluitdijk die aarde en maan zal verbinden. Of een soort ruimtetunnel. Wel van zeer flexibel materiaal, tenzij we dat gedraai van aarde en maan weten te stoppen.

Wat denkt u? Gaat de mensheid, met al haar maakbaarheid, uiteindelijk als lemmingen ten onder in haar eigen zee van creativiteit?
Of gaat de mensheid met technologie en bizarre ideeën haar eeuwige toekomst maakbaar maken?

Pakkend gesprek

Pratende verpakking

Pakje 1: “Zo, liggen we dan…”

Pakje 2: “Mwah, stank voor dank, hè.”

Pakje 1: “Zeg dat wel.”

Pakje 2: “Maar ja, aan alles komt een eind. En we hadden het kunnen weten.”

Pakje 1: “Hoezo? Wat nou, we hadden het kunnen weten?”

Pakje 2: “Nou, hoe vaak ben jij gerecycled?”

Pakje 1: “Tss, ik denk wel een stuk of vier keer.”

Pakje 2: “Zie je wel, je had toch niet gedacht dat je het eeuwig leven hebt, hè? Er komt een keer dat ze je echt niet meer kunnen gebruiken.”

Pakje 1: “Mwah, ik voel me anders nog vitaal genoeg hoor!”

Pakje 2: “Jawel, maar je hebt het zelf niet voor het zeggen, nietwaar?”

Pakje 1: “Tja, dat is nu wel gebleken. Ik had nog enige hoop dat er met die geprinte speakertjes eindelijk eens naar ons zou worden geluisterd.”

Pakje 2: “Valse hoop. Hoop is altijd vals.”

Pakje 1: “Dat we hier op die hoop liggen, dat is vals!”

Pakje 2: “Toe maar, gooi het er maar uit. Lucht je hart nog maar een keer voor we naar de vuilverbranding gaan.”

Pakje 1: “Wat? Ook dat nog! Mogen we na een leven van hard werken niet eens rustig weg liggen teren en langzaam tot stof wederkeren?”

Pakje 2: “Is dat van jezelf? Of heb je dat ergens op één van je collega's gelezen?”

Pakje 1: “Wat nou? Het is toch zeker zo?!”

Pakje 2: “Nou, het klinkt nogal hoogdravend.”

Pakje 1: “Luister eens hier, als je een stem hebt gekregen dan moet je die ook goed gebruiken.”

Pakje 2: “Alsof dat helpt. Ik bedoel maar, nu liggen we toch mooi op de puinhopen der welvarendheid.”

Pakje 1: “Snoever! Over hoogdravend gesproken!”

Pakje 2: “In ieder geval: of je nou een stem hebt of niet, je gaat dood nog voor er iemand naar je heeft geluisterd.”

Pakje 1: “Tja, uiteindelijk zijn we allemaal niet meer dan omhulsels, hè?”

Pakje 2: “Wij wel, ja.”

Pakje 1: “Wij niet alleen hoor. Je wil toch niet zeggen dat al onze gebruikers meer inhoud hadden dan wij?”

Pakje 2: “Nou, ze hadden wel meer volume, maar ik moet toegeven: met onze inhoud kon je tenminste wat. Dat kan je van onze gebruikers niet zeggen.”

Pakje 1: “Juistem! Mensen moesten eens wat meer naar de dingen luisteren. Maar ze hebben het veel te druk zich zelf zo verstaanbaar te maken, dat ze niet eens naar elkaar kunnen luisteren!”

Pakje 2: “Dat bedoel ik dus met we hadden het kunnen weten.”

Pakje 1: “Huh?”

Pakje 2: “Nou, je denkt toch niet dat ze dan ook maar een fractie van een seconde tijd hebben om ons eens aan te horen?”

Pakje 1: “Hm, daar heb je een punt. Toch is het een hele teleurstelling.”

Pakje 2: “Jij dacht zeker: ik heb een stem dus ik besta.”

Pakje 1: “Zoiets ja.”

Pakje 2: “Joh, dat gaat niet eens op onder de mensen zelf, dus dat het voor ons zou gelden is echt van een naïviteit die een volwaardige verpakking misstaat.”

Pakje 1: “Al goed, al goed. Maar eh…. zie je er tegen op de vuilverbranding in te moeten?”

Pakje 2: “Hm, een beetje. Maar ik zal nog één keer van me laten horen.”

Pakje 1:”Hoe dan?”

Pakje 2: “Nou, als ik in vlammen opga dan schreeuw ik moord en brand!”

Pakje 1: “Mooi! En zal dat helpen, denk je?”

Pakje 2: “…………”