Tagarchief: tweede kamer

Rutte II moet huiswerk overdoen

Het debat over de regeringsverklaring is uitgesteld tot dinsdag 13 november. Aanleiding tot het uitstel is de paniek over de zorgpremie. Dat is slechts één maatregel uit een snel in elkaar geflanst en rammelend regeerakkoord. De Tweede Kamer zou Rutte II op moet dragen het hele huiswerk over te doen.

Rutte en Samson waren snel. Ze hebben elkaar wel het ‘vertrouwen’, maar niet ‘de ruimte en voldoende tijd’ gegeven die ze in het regeerakkoord noemen als ‘belangrijke randvoorwaarden’ om ‘Nederland uit de crisis te laten komen’ (alinea zeven en acht uit de inleiding van het regeerakkoord). Nu wordt Rutte II gedwongen de tijd te nemen niet alleen het vertrouwen van de Tweede Kamer, maar ook van een groeiend aantal ongeruste maatschappelijke organisaties en burgers te winnen.

Regeerakkoord creëert wantrouwen

Het aantal alarmerende koopkrachtplaatjes, cijfers over banenverlies en kritische reacties over onduidelijkheden in het regeerakkoord neemt met de dag toe. Is het wantrouwen van de samenleving in Rutte II terecht?

Nee, kan het antwoord zijn. Een regeerakkoord formuleert slechts algemene uitgangspunten. Als Rutte verklaart dat iedereen offers moet brengen, maar dat de regering het akkoord rechtvaardig zal uitwerken, dan zou dat voldoende moeten zijn. De regering kan aan het werk en de debatten volgen wel al onderdelen daadwerkelijk aan de orde komen.

Ja, moet het antwoord zijn, want het regeerakkoord somt 314 maatregelen op, waarvan sommigen haaks staan op wat de regering zegt te willen bereiken.

Verwarrende prioriteiten

Een regeerakkoord hoeft niet uitputtend gedetailleerd te zijn. Het moet wel duidelijke antwoorden geven op de meest prangende vragen van deze tijd. In de structuur en de aandacht die Rutte en Samson aan onderdelen gaven, gaat het al mis.

De volgorde en hoeveelheid tekst van de dertien hoofdstukken suggereren een rangorde van prioriteiten. Zo lijkt het logisch dat het eerste hoofdstuk ‘Nederland uit de crisis: solide en sociaal’ is getiteld. Met 330 woorden wordt er echter minimaal aandacht aan besteed. Het hoofdstukje somt vier concrete maatregelen op, uitgewerkt in niet meer dan 131 woorden. Is dat de hele crisisvisie van Rutte II?

Hoofdstuk zeven, ‘Zorg dichtbij’, lijkt met 2.325 woorden en 33 maatregelen (uitgewerkt in 1.585 woorden) de grootste prioriteit te hebben, gevolgd door de hoofdstukken drie en zes: ‘Duurzaamheid en vernieuwing’ en ‘Van goed naar excellent onderwijs’.
Zo bekeken is dit het prioriteitenlijstje van Rutte II.

Regeerakkoord

Dertien ambities, dertien ongelukken?

Het gaat niet om het aantal woorden, het gaat om de inhoud. Eén voorbeeld volstaat om aan te tonen dat dit regeerakkoord het land niet uit de crisis helpt. Hoofdstuk elf gaat over de arbeidsmarkt. Veertig procent van de tekst gaat over de versoepeling van het ontslagrecht en verkorting van de WW-duur. Dertig procent gaat over hervorming van de Wet Werken naar Vermogen en vierentwintig procent gaat over de kinderopvang. Nul procent gaat over stimulerende maatregelen.

Versoepeling van het ontslagrecht zou de arbeidsmarkt er bovenop helpen. In alle andere hoofdstukken zijn echter passages te vinden die de arbeidsmarkt zwaar zullen belasten. In 38% van de hoofdstukken staan maatregelen die tot banenverlies leiden in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang. natuurbeheer en bij de overheden.

Op gebied van de zorg, sociale zekerheid en inkomensbeleid en de woningmarkt (23% van de hoofdstukken) staan maatregelen die tot forse krimp van de huishoudbudgetten zullen leiden. Ook dat heeft effect op de arbeidsmarkt.

In het komende debat hoeft de Tweede Kamer waarschijnlijk het debat over de rammelende zorgpremieplannen niet meer te voeren. VVD en PvdA zijn druk bezig een weg uit die crisis te vinden.  Dat is mooi, want dan heeft de Tweede Kamer alle gelegenheid van Rutte II te eisen dat het zwaar onvoldoende huiswerk over wordt gedaan.

Nationale Ombudsman 30 jaar: klokkenluider of belhamel?

OmbudsmanDertig jaar Nationale Ombudsman is behalve dertig jaar jaarverslagen met klachten over de behoorlijkheid van het overheidsbestuur, ook dertig jaar discussie over de positie en bevoegdheden van dit onafhankelijke instituut.

Bij de presentatie van zijn eerste jaarverslag verzuchtte Jacob Rang, in 1982 benoemd tot Nationale Ombudsman, dat er veel tijd verloren ging met discussies over zijn bevoegdheden. (bron: Digibron.nl). Bij de dertigste verjaardag van de Nationale Ombudsman lijkt er niet veel veranderd. Dat bleek tijdens een Kamerdebat op 10 oktober jl., toen VVD-Kamerlid Litjens een harde aanval pleegde op dit Hoog College van Staat.

VVD pleitbezorger en criticus.

In de zeventiger jaren was de VVD een warm pleitbezorger voor de totstandkoming van een Nationale Ombudsman. In 1971 diende VVD-kamerlid Koos Rietkerk een motie in (pdf) waarin de VVD het profiel van een nationale ombudsman scherp omlijnde.

De ombudsman moest ‘een band met het parlement’ hebben, geheel onafhankelijk kunnen functioneren over ‘een zo breed mogelijk terrein van overheidsoptreden’ en moest de vrijheid hebben ook op eigen initiatief onderzoek te verrichten.
De motie Rietkerk onderstreepte tevens dat ‘het met name gewenst is dat ieder zich met een klacht over de vervulling van de overheidstaak rechtstreeks tot de ombudsman kan wenden en dat een parlementaire zeef daarbij onnodig en ongewenst is.’

Met ‘parlementaire zeef’ werd de Kamercommissie voor verzoekschriften bedoeld. Bij die commissie kon de burger destijds klachten over overheidsoptreden indienen. De regering was van mening dat deze commissie moest bepalen welke klachten naar de ombudsman doorgestuurd konden worden. Dat vond de VVD niet nodig.

Bij het dertigjarig bestaan van de Nationale Ombudsman lijkt er nu een andere, informele parlementaire zeef te zijn opgestaan: ‘De VVD zal de Nationale ombudsman en daarbij ook de substituut ombudsmannen waaronder de Kinderombudsman, scherp in de gaten blijven houden op de depolitisering van hun uitspraken’, zo sloot Pieter Litjens zijn maidenspeech in het Kamerdebat van 10 oktober 2012 af. De Ombudsman had er op gewezen dat het kabinetsbeleid negatieve gevolgen kon hebben voor het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft.

Nationale Ombudsman een succes.

Bij elk Kamerdebat over de jaarverslagen complimenteerden de Kamerleden de Nationale Ombudsman met zijn noeste werk. Tegelijkertijd uitten de politici hun zorgen over het stijgend aantal klachten die de Ombudsman kreeg te verwerken. In die zin mag het dertig jarige  werk van de Ombudsman een “succes” worden genoemd. De eerste Ombudsman kreeg in 1982 ruim 4000 klachten binnen en handelde 3.662 klachten af. In 2011 waren dat 13.740 klachten, waarvan er 13.519 zijn afgehandeld.

De Ombudsman kon veel klachten met een enkel telefoontje of e-mailtje naar de betreffende ambtenaar of instantie helpen oplossen. Door interventie van de Ombudsman zijn er in 1982 ruim 200 klachten naar tevredenheid van de indieners afgehandeld. In 2011 werden 2.657 klachten op deze manier afgehandeld, Het scheelde de Ombudsman tijd die anders in nader onderzoek en rapportage gestoken moest worden.

In dit exceldocument een uitgebreider overzicht van deze cijfers.

Het aantal klachten is in de afgelopen dertig jaar gegroeid omdat de Nationale Ombudsman  steeds bekender is geworden en de burger de weg er naar toe beter weet te vinden. Daarnaast wordt ook de groeiende mondigheid van de burger genoemd als oorzaak van de toenemende werkdruk bij de Nationale Ombudsman.

Dertig jaar misverstanden.

Dertig jaar Ombudsman is ook dertig jaar ruzie met politiek Den Haag. Ruzie is en groot woord. Alle Ombudsmannen hielden het op “misverstanden”, die zij meestal op diplomatiek wijze de wereld uit wisten te helpen. Een greep uit meningsverschillen en aanvaringen.

De eerste Nationale Ombudsman, Jacob Rang, moest vooral zijn positie bevechten bij leidinggevende ambtenaren op ministeries, burgemeesters en sommige bewindslieden. In een antwoord op Kamervragen (pdf) naar aanleiding van zijn eerste jaarverslag schrijft de Ombudsman over een weinig loyale medewerking van burgemeesters en een even weinig coöperatieve houding van enkele ministeries. Men antwoordde erg traag op vragen van de Ombudsman of verstrekte onvolledige informatie.

Er ontstond ook een conflict tussen de tussen staatssecretaris voor Financiën en de Ombudsman. De staatssecretaris achtte de Ombudsman niet bevoegd klachten af te handelen over de Belastingdienst,  betreffende de toepassing van de hardheidsclausule en kwijtschelding van belastingschulden.
De kwestie sleepte voort tot na het vertrek van Jacob Rang in 1987 toen de staatssecretaris een compromisvoorstel (pdf) van de vaste Kamercommissies voor de Nationale Ombudsman en Financiën overnam. Als de hardheidsclausule door de staatssecretaris van Financiën zelf is toegepast, werd de Ombudsman ‘niet bevoegd’ geacht. Bij klachten over kwijtschelding van schulden werden Ombudsman wel bevoegd verklaard.

De tweede Nationale Ombudsman, Marten Oosting, kreeg één keer kritiek van de Kamer op een rapport in 1993. Die kritiek gold niet zozeer de Ombudsman zelf, maar de fracties van D66 en GroenLinks. Zij vroegen de Ombudsman onderzoek te doen naar het politie-optreden bij de studentendemonstratie op 8 mei 1993. VVD, CDA en PvdA vonden dat ongepast en vroegen zich af of verzoeken van Kamerfracties wel tot de bevoegdheden van de Ombudsman hoorden.

Marten Oosting stelde dat iedereen, dus ook Kamerfracties, om onderzoek konden vragen. Op D66 en GroenLinks na vonden de andere fracties het de verantwoordelijkheid van de Kamer de Ombudsman niet met dit soort verzoeken lastig te vallen. ‘Vooral vanwege het in de Kamer gesignaleerde risico van de politisering van het ambt van de ombudsman’, zo zei Kamerlid Van den Berg (SGP).

‘Emotioneel, niet objectief, en louter opgeschreven in superlatieven. Die harde terechtwijzing kwam van de VVD  naar aanleiding van een rapport over de opvang van asielzoekers, schreef De Volkskrant in 2001. De Tweede Kamer fakkelde Roel Fernhout, de derde Ombudsman, af omdat hij de opvang van asielzoekers in de aanmeldcentra ‘inhumaan’ en ‘mensonwaardig’ had genoemd.

De aankondiging van Roel Fernhout dat hij zijn activiteiten wilde uitbreiden door op eigen houtje en planmatig organisaties en procedures te willen doorlichten, werd weinig enthousiast ontvangen. Uit de notulen: ‘De VOS (VVD): (…) In het dagblad Trouw, maar ook in het jaarverslag, staat de ombudsman bij zijn taakvervulling stil. (…) Het zou niet gelukkig zijn indien de ombudsman zich op het terrein van de politieke controle ging begeven, omdat dit juist de taak van het parlement is.’

De huidige Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, kreeg het in 2008 aan de stok met premier Balkenende en de fracties van CDA en VVD.  De Ombudsman zou gesuggereerd hebben dat de overheid bijdraagt aan de verruwing in het maatschappelijk verkeer. CDA-Kamerlid Schinkelshoek sprak van ‘een karikatuur’ en zei geen behoefte te hebben aan een debat over de particuliere politieke overtuigingen van de ombudsman (Volkskrant 12 januari 2009).

In 2009 noemde minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) uitspraken van Brenninkmeijer over de jeugdzorg (‘gedragsgestoord’, ‘onverantwoord complex georganiseerd en hopeloos gefragmenteerd’) oppervlakkig en onzorgvuldig.
Later dat jaar kreeg de Ombudsman een draai om zijn oren van vice-premier Wouter Bos. Brenninkmeijer had zich ‘ongepast en onverantwoord’ uitgelaten over de rellen in Hoek van Holland. Op een lezing in Tilburg had Brenninkmeijer de vraag opgeworpen of de politie ‘excessieve maatregelen had gebruikt’ waardoor het aanwezige publiek gevaar liep.

Nationale belhamel?

In het Kamerdebat van 10 oktober 2012 beschuldigde VVD-parlementariër Litjens de Ombudsman van wetteloze voornemens en politiserende uitspraken. Dat de Ombudsman zich niet veel lijkt aan trekken van kritiek uit de Kamer is volgens Litjens en bewijs van gebrek aan het lerend vermogen van de Nationale Ombudsman. Brenninkmeijer nodigde Litjens uit voor een gesprek 'om de misverstanden de wereld uit te helpen’, aldus de Volkskrant.

Het valt niet mee dertig jaar lang een bevoegd klokkenluider te zijn. Zeker niet als aan die taak beperkingen worden gesteld of met “pot verwijt de ketel”-kritieken het gezag van het instituut wordt ondermijnd. Hoewel de Ombudsman en de kabinetten van de laatste jaren verbeteringen constateren in de ‘behoorlijkheid van bestuur’, is het gestegen aantal klachten een reden om nog veel werk te steken in het lerend vermogen van de overheid.

De huidige Nationale Ombudsman is vorig jaar voor zijn tweede ambtstermijn benoemd en mag nog tot 2017 de klok luiden. Of hij ook de trom mag roeren zal wel punt van discussie blijven.

Censuur op Ombudsman?

OmbudsmanDe Nationale Ombudsman moet op zijn woorden letten. Hij mag van alles over de overheid zeggen, zolang het geen kritiek is op kabinet of Tweede Kamer. Daar komt de bijdrage van het kersverse VVD-kamerlid Litjens op neer.

De Tweede Kamer debatteerde vandaag over de laatste twee jaarrapporten van de Nationale Ombudsman. Voor de VVD mocht Pieter Litjens het woord voeren, daarmee in de gelegenheid gesteld zijn ‘maidenspeech’ te houden.

Hij was erg tevreden over zijn entree in het parlement en gaf in zijn inleiding al een voorschotje op het feitelijke onderwerp: “De manier waarop wij de afgelopen tijd hier zijn ontvangen, zou model kunnen staan voor de manier waarop de overheid met haar burgers om dient te gaan, namelijk professioneel en efficiënt en tegelijkertijd zeer menselijk en warm ”.

Burgers kunnen bij de Nationale Ombudsman terecht als de overheid niet zo “professioneel en efficiënt” blijkt en klachten daarover niet worden gehoord door de overheid. Dat vindt ook de heer Litjens belangrijk en noemde drie voorbeelden uit de Ombudsmanrapporten, waarvan ook de VVD vindt dat de overheid er werk van moet maken.

De voorbeelden gingen echter vooraf door een sneer aan het adres van de Ombudsman. De heer Litjens denkt dat de Ombudsman zich niet aan de wet zou willen houden. Uit de notulen: “(…) put ik graag uit een artikel in NRC Handelsblad van 7 april van dit jaar waarin de Ombudsman aangeeft dat de wet hem tot taak geeft het oordeel “behoorlijk” of “onbehoorlijk” uit te spreken: “Daarmee dreig je een 'boekhouder van de behoorlijkheid' te worden. Dat wil ik niet.” De Ombudsman geeft daarmee met zoveel woorden aan dat hij zich eigenlijk niet aan die wet zou willen houden. Dat zou toch niet zo horen te zijn”.

Er zat de heer Litjens nog meer dwars: het lerend vermogen van de Ombudsman schiet tekort. Litjens: “liever had ik gehoopt dat het lerend vermogen van de Ombudsman zodanig was geweest dat ik hier niet over hoefde te beginnen”.

De Ombudsman stelt zich, naar de zin van de VVD, niet onafhankelijk op. Een uitspraak dat het minderheidskabinet-Rutte “opereert op het scherp van de snede van het politieke vertrouwen”, vindt Litjens veel te ver gaan. Hij wees er tevens op dat een Kamermeerderheid eerder dit jaar de Ombudsman bekritiseerde toen deze het boerkaverbod, het verbod op de dubbele nationaliteit en de dierenpolitie symbolische wetsvoorstellen noemde.

En dus sloot Litjens zijn maidenspeech af met: “De VVD zal de Nationale ombudsman en daarbij ook de substituut ombudsmannen waaronder de Kinderombudsman, scherp in de gaten blijven houden op de depolitisering van hun uitspraken, juist om te waken over het recht van de burger op een onafhankelijke en onpartijdige ombudsman”.

De depolitisering van de uitspraken van Ombudsmannen? Dat kan helemaal niet! Elk woord, elke maatregel van een kabinet of Tweede Kamer heeft gevolgen voor het dagelijks leven van alle Nederlanders. Ofwel: alles is politiek. Als de Ombudsman kan aantonen dat die gevolgen minder goed uitpakken, dat is immers zijn taak, mag hij er alleen wat van zeggen als het overeenkomt met de politieke agenda van de VVD?

De Nationale Ombudsman mag, gevraagd en ongevraagd, onderzoek doen naar de “gedragingen van bestuursorganen van het Rijk en van andere bij of krachtens de wet aangewezen bestuursorganen” (artikel 78a van de Grondwet). Wie onderzoekt, zal vinden. Soms meer dan gevraagd is. Moet een Ombudsman daar over zwijgen?

Minister Spies zei in het debat: “De Nationale ombudsman is vooral een instituut dat de overheid de spiegel voorhoudt. Soms zul je er blij mee zijn en andere keren zul je er minder blij mee zijn, maar het is een buitengewoon nuttige spiegel”.

Wie in die spiegel kijkt en tot de conclusie komt dat de Ombudsman zijn mond moet houden over zaken die een politieke partij niet zo goed uitkomt, laat zien absoluut geen lerend vermogen te willen hebben. Wie dat als beginnend Kamerlid in zijn maidenspeech durft te zeggen, diskwalificeert zichzelf tot een politicus die niet beseft hoe je het vertrouwen tussen burger en politiek kunt verbeteren.

De bankenfluisteraar.

Fluister Gedragsverandering gaat niet zonder slag of stoot. En zelfs als mep je er op los, dan nog is het niet zeker dat je daarmee gedrag duurzaam verandert. Je moet ook niet slaan, je moet fluisteren. Wie wel eens op National Geographic naar de hondenfluisteraar heeft gekeken, ziet daar dat een simpel “psst” genoeg is om onwelwillige honden in het gareel te krijgen.

Dat is sympathiek. Liever geen stokslagen. In het algemeen bestaat er in Nederland heel wat allergie tegen dwang. De voorkeur gaat uit naar mensvriendelijke methoden als trainingen, workshops, coaching, diepgaande therapieën en gedragscodes. Maar wat als al die wondermiddelen niet helpen?

De overheid is behoorlijk lankmoedig omgegaan met de daders die ons met de kredietcrisis hebben opgezadeld. Een smak staatsteun ging gepaard met de vriendelijke mededeling dat de dames en heren zichzelf wel een beetje moesten reguleren. Geen probleem, zeiden de dames en heren en ze stelden
een gedragscode op.
Die wordt maar moeizaam nageleefd. Wat nu? De Tweede Kamer treedt op als bankenfluisteraar: ‘Psst! Ga je nou aan je gedragscode houden, anders moeten we er een wet van maken’. De banken passen hun gedrag natuurlijk binnen een dag aan.

De aarzeling om van een gedragscode een wet te maken, lijkt begrijpelijk. Wetten als dwangmiddel, dat geeft veel gevoel van onvrijheid. In de praktijk valt het reuze meer met die onvrijheid. Je blijft keuzevrijheid houden. Of je houdt je aan de wet, of niet. Heb je maling aan de wet, dan zijn er tal van mogelijkheden. Op zoek gaan naar de mazen in de wet, de wet op allerlei manieren ontduiken, de wet overtreden of gewoon niet naleven. De laatste opties zijn enigszins riskant. Je maakt kans op boetes of gevangenisstraffen. Maar de kans dat te ontlopen bestaat ook.

Een gedragscode kent die risico’s niet. Is dat de reden waarom de banken zo traag zijn met het beperken van onfatsoenlijke bonussen? Natuurlijk niet. Diep in hun hart vinden banken dat hun gedrag zo fout nog niet is. Van geld nog meer geld maken, is toch altijd hun taak geweest? Een lastige klus, dus halen banken alles uit de kast om hun taak te volbrengen. Naar de critici werd pas een beetje geluisterd, toen de boel in elkaar stortte.

Nu het weer wat beter gaat, denken sommige banken vast dat terugbetalen van de staatssteun wel voldoende schuldaflossing is. De ING gaat
2 miljard terugstorten en betaalt netjes de 1 miljard rente. Zal die 3 miljard euro voldoende zijn om de gemoederen tot bedaren te brengen? Dat zou zomaar kunnen, als het kabinet bij de volgende begroting deze ‘meevaller’ aangrijpt om minder dan 18 miljard bezuinigingen door te voeren.

De banken halen opgelucht adem. Ondanks wanprestaties, leven ze nog. De overheid is blij. De staatskas ziet er ietsjes voller uit. De burger slaapt weer in. Het komt allemaal weer goed.
De Tweede Kamer vertrouwt het nog niet. Maar of dreigen met wetgeving voldoende is? Misschien moet er eens een echte, miraculeuze bankenfluisteraar opstaan.

63 x 'Het ga u goed!'

63x Het ga u goed! Vandaag is de Tweede Kamer ontruimd. Omdat morgen de vers gekozen volksvertegenwoordigers hun plaats moeten zien te vinden, heeft voorzitter Verbeet maar liefst 63 zittende leden uitgezwaaid.
Da’s een behoorlijke groep. Maar liefst 42 procent van de 150 Kamerleden, keert niet meer terug. De grootste leegloop ooit?

Van een deel wisten we het al. Kamerleden die hun vertrek al lang hebben aangekondigd. Een ander deel zal de Kamer moeten verlaten, omdat hun partij het met minder zetels moet doen.
Het moet een lange laatste vergadering zijn geweest. Traditiegetrouw spreekt de Kamervoorzitter elk vertrekkend lid persoonlijk toe. Elke speech eindigend met een “Het ga u goed!”
Dat is wel een mooi gebaar. Geen algemene toespraak waarin het vertrekkend smaldeel in zijn geheel wordt bedankt, maar een individueel dankwoordje, met daarin een persoonlijke memorabele kanttekening (hier de gehele toespraak, met daarin, vanaf bladzij 7, de 63 afscheidsspeeches, pdf!).

Van de CDA-bankjes namen 27 leden afscheid. De PvdA liet 16 leden uitgeleide doen en van de SP werden 11 mensen bedankt. Verder werden van GroenLinks en de CU elk twee leden uitgezwaaid en TON en de SGP hadden elk één exit-lid.
Natuurlijk werd het langst stilgestaan bij Bas van der Vlies (SGP), die van deze club ook het langst in de Kamer heeft gezeten. Het is overigens niet zo dat het langst zittende kamerlid, ook de langste afscheidsspeech krijgt. Gerdi Verbeet bleef ook redelijk lang stilstaan bij mensen als Jan Marijnissen, Remi Poppe (SP), Pieter van Geel (CDA) en Johan Remkes (VVD).

Een paar citaten uit de afscheidswoorden van Verbeet. U mag raden (zonder te spieken in de link natuurlijk!) bij welk vertrekken Kamerlid ze horen.

1. U manifesteert u liever in de locale dan in de landelijke politiek.
2. U riep de parlementaire hoffelijkheidsprijs in het leven. Zelf voldoet u ruimschoots aan de criteria om deze prijs eens in de wacht te slepen.
3. U bent een veelzijdig man: tijdens debatten haalde u vaak toepasselijke regels uit popsongs aan.
4. Uw collega’s verraste u met een glaasje gentechvrije melk. Uw fijnzinnige humor zal in dit huis node gemist worden.
5. Op Hyves vermeldt u dat u vulpennen niet alleen verzamelt, maar ze ook zoveel mogelijk gebruikt.
6. (…) en zong u na een hoorzitting met fel protesterende Friezen als beloning een Antilliaans lied omdat zij zo goed hadden meegewerkt aan een ordentelijk verloop.
7. Als een vergadering wat al te lang naar uw zin duurde, kwam er ineens rook onder de vergadertafel vandaan.
8. Voor een voorzitter van een vergadering bent u, ik druk mij parlementair uit, een grote uitdaging.
9. Met hart en ziel, gedreven, authentiek en met verschillende gemoedstoestanden en daarbij behorende lichaamstaal voerde u het debat.
10. U bent één van de weinige Kamerleden naar wie een effect is vernoemd.
11. Ik zou niet eerlijk zijn als ik niet zou vermelden dat in deze zaal ook woorden aan uw lippen ontsnapten die, om het positief te brengen, hier voor het eerst gehoord werden.
12. In die gevallen zou je kunnen spreken van “een tandje erbij, minister”, een wijze van spreken die u kenmerkt. Uw manier van oppositie voeren had concreet effect: een tandje erbij!

Aan allen die zich in Nederland bevinden

Aan allen die zich in Nederland bevinden Niet iedereen heeft gestemd, maar voor allen die zich in Nederland bevinden gaat er wel wat veranderen.
Eerst wordt donderdag het zittende parlement ontbonden en vervangen door de nieuwe. Dat ritueel vindt natuurlijk altijd plaats na verkiezingen. Verplichte kost. Deze keer extra bijzonder, omdat de Tweede Kamer ook ontbonden moet worden in verband met een mogelijke wijziging van de Grondwet.

Die wijziging staat donderdag natuurlijk niet meteen op de agenda. Eerst mogen de Kamerleden hun eed afleggen. En dan is het afwachten hoe de agenda er uit zal zien. Zolang er geen nieuw kabinet is, zal de 2e Kamer alleen nog de laatste afhandelingen van het demissionaire kabinetje mogen controleren. Er
passeren nog wat wetswijzigingen en een enkel debatje over gedane zaken.

Het
wetsvoorstel van Femke Halsema, waarmee de rechter bevoegdheid krijgt wetten te toetsen aan de Grondwet, staat voorlopig nog niet op de agenda.
Kiezers hebben nauwelijks in de gaten gehad dat ze ook op een nieuw parlement stemden om die grondwetswijziging al dan niet mogelijk te maken. Het is ook geen thema geweest in de verkiezingsdebatten. Jammer, want met de recente stembusuitslag is aanname van dat wetsvoorstel ineens op losse schroeven komen te staan.

Eerder was een ruime Kamermeerderheid voor indiening van Halsema’s voorstel. Alleen in de 1e Kamer was flink tegenstand en haalde het voorstel slechts een meerderheid van één stem.
Als dit jaar het voorstel op de agenda komt, is het afwachten wat bijvoorbeeld de VVD, nu de grootste partij, zal doen.
De VVD heeft in het verkiezingsprogramma geen standpunt hierover opgenomen. Nu de partij meer macht heeft gekregen, is de vraag of zij die gedeeltelijk in handen van de rechterlijke macht zal willen leggen. Ook de PvdA, de tweede grootste partij, heeft zich in verkiezingstijd niet uitgelaten over de grondwetswijziging.
Het weblog Publiekrecht en politiek gaf Halsema’s initiatiewet op 18 mei nog 51 procent kans. Het weblog heeft trouwens een serie lezenswaardige artikelen over Halsema’s voorstel.

Mocht de grondwetswijziging binnenkort aangenomen worden, dan bestaat de kans dat een kabinet en het parlement gecorrigeerd kan worden door de rechter. Een rechter kan een nieuwe wet bijvoorbeeld toetsen aan artikel 1 van
de Grondwet (allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld, etcetera).

Allen die zich in Nederland bevinden. Dat zijn dus mensen met een Nederlands paspoort èn mensen zonder zo’n document, maar die hier zijn om enige jaren te werken of in afwachting zijn van een verblijfsvergunning of gezinshereniging.
Ik voorspel interessante discussies over de onpartijdigheid van de rechterlijke macht. Die zullen alleen uitblijven als VVD en PVV, eerst voorstander van de grondwetswijziging, daar nu ineens anders over denken en Halsema’s voorstel de prullenbak in wordt gestemd.

Tweede Kamer stopt taalgebruik

Tweede Kamer stopt taalgebruik In Trouw staat een fraaie zin: “Een Kamermeerderheid denkt na over een 'morele code' om het taalgebruik in de Kamer een halt toe te roepen”.
Het taalgebruik te stoppen? Wat een oplossing! Gerdi Verbeet wil helder taalgebruik, zodat iedereen een Kamerdebat kan volgen, de SP wil verhullend taalgebruik weren, de SGP wilde bepaalde woorden uit de notulen schrappen en Johan Remkes (VVD) heeft in een brief opgeroepen tot codificering van het Reglement van Orde.

De vergissing in Trouw is eigenlijk een meesterlijke vondst om al die problemen in één klap van tafel te vegen. Meer dan twee regels hoeft die code niet te bevatten.
1. Als een politicus niet aan kan tonen dat zijn informatie 100 procent juist is: hij of zij doet er het zwijgen toe.
2. Als een politicus er ook niet zeker van is of een bepaald term wel door iedereen begrepen zal worden: spreek alleen als een begrijpelijke term voorhanden is.

De eerste regel lost het grootste deel van de parlementaire taalproblemen al op. Een minister zal de Kamer volledig en met de juiste feiten de aanwezigen moeten inlichten en geen kamerlid zal nog genoodzaakt zijn de bewindsman- of vrouw voor leugenaar uit te maken. Mocht iemand desondanks menen dat een minister een tekort aan verstandelijke vermogens heeft, dan is een simpel attestje van een psychiater voldoende om dat te bewijzen.

Ontbreekt het aan zulke bewijslast dan moet die uitlating juist niet uit de notulen worden geschrapt. Daarmee zou het bewijs van het onvermogen van betreffend kamerlid weggemoffeld worden. Een kabinetslid of een parlementariër, die bij herhaling de juistheid van zijn of haar woorden niet kan aantonen, kan wegens misleiding uit de functie worden ontheven.

De tweede regel is wat lastiger. Probeer maar eens vakjargon te vermijden en toch de spreektijd binnen de perken te houden. Maar als elke politicus wat vaker het woordenboek hanteert om begrijpelijke synoniemen op te zoeken, kunnen ze een heel eind komen.

Voorstanders van het vrije woord menen dat in de Kamer alles gezegd moet kunnen worden. Liefhebbers van de felle polemiek zijn bang dat beperkende codes het debat vreselijk saai zullen maken.
Natuurlijk maakt een leuke kwinkslag en een gevatte sneer het voor het publiek aantrekkelijker een debat te volgen. Alleen: wie moet er dan oordelen of de ironie ook inhoudelijk van toepassing is? Dat lijkt mij een iets te zware taak voor de Kamervoorzitter. Die moet toch al oppassen niet op alle slakken zout te leggen, anders zal haar snel verweten worden de democratie de mond te snoeren.

Misschien is het beter het maar te laten zoals het is. Een kamerlid die in schelden vervalt, diskwalificeert zichzelf. Het mag even leuk lijken, maar als de volksvertegenwoordiger daar in volhardt, zullen steeds minder mensen hem of haar serieus nemen.
Zo zal het ook de politicus vergaan die het met de waarheid niet zo nauw neemt. De Kamerleden zullen dan wel hun werk meer dan goed moeten doen. Dat zal soms wat tijd kosten, maar er zijn genoeg nachtelijke overuurtjes bekend waar zelf hele kabinetten sneuvelden, omdat de Kamer het onderste uit de kan eiste.

Dat is dan het ergste wat er kan gebeuren. Niemand hoeft te vrezen voor hardhandige taferelen, die bekend zijn van parlementen in Azië of Spanje. Of zou Johan Remkes wel bang zijn dat het debat in de polder ooit zo uit de hand zal lopen, als zijn VVD-collega Aproot de christelijke partijen weer eens van taliban-praktijken zal beschuldigen?

Het Debat

DebatterenHet woord is aan de geachte afgevaardigden.

– Welles.
– Nietes.
– Welles.
– Nietes.
– Nietes?
– Ja, nietes.
– Mag ik u dan een handreiking doen?
– U blijft met uw handen van mij af!

– Nietes dan.
– Huh?
– Nietes toch?
– Dat heb ik nooit gezegd!
– Nooit?
– Dat zeg ik: dat heb ik altijd nooit gezegd.

– Nietes!
– Welles.
– Nietes.
– Welles!
– Ah! Of ik lieg of u liegt!
– U liegt.

– Nou, we hebben net dit verslag onder ogen gekregen…..
– Dat verslag kan niet bestaan.
– Nietes?
– Nee, hier in dit verslag, staat bij de tweede paragraaf: 31 november. Die dag bestaat niet. Ik zeg nooit wat op dagen die niet bestaan.

– Dat bestaat niet!
– Oh nee?
– Nee!
– Welles.
– Nietes.

– U zegt altijd wat!
– Dat is mijn goed recht.
– Ja, maar wat u zegt is krom.
– U zegt maar wat u wilt.
– Dat doet u ook. Dat mag. Maar wilt u bij de feiten blijven?
– Wat ik zeg is feitelijk juist omdat zes op de tien nederlanders mij gelijk geven. Zes op de tien! Dat is een meerderheid, mevrouw de voorzitter.

– De meerderheid is niet voor het verbranden van telefoonboeken.
– Welles.
– Nietes.
– Welles!
– Welneeeee…..
– Best wel.

– Wat wilt u eigenlijk? Kunt u daar eens concreet over worden?
– Wat zegt u?
– Concreet. Cee oo en cee er…..
– Momentje, dat zoek ik even op (…..) Ah! Concreet!
– Ja, en?
– Wel, ik eis concreet excuses!
– Voor wat?
– Dat men niet eens 1 seconde van mijn werkstuk heeft willen zien.
– Nee maar! U zou excuses moeten aanbieden!
– Nietes.
– Welles.

– Ik heb recht op excuses.
– Zoals geachte afgevaardigde al eerder stipuleerde: Uw recht is tamelijk krom.
– Ik verdien dit niet.
– Oh? Wat verdient u dan wel?
– Een Oscar voor mijn cinematografisch opus.
– Weljaaaaa. U meent het.
– Zeker! En de Nobelprijs.

– De Nobelprijs???!!!
– Zeker wel.
– Nietes.
– Welles.
– Nietes!
– Wel, wel, welles, welles!!!

– Waarvoor dan?
– Voor het redden van de democratie in het algemeen en Het Debat in het bijzonder!
(geroffel op de bankjes)

Voorzitter: Zo. En nou nog even stemmen.
(….)
Met 148 nietes en 7 welles is de motie van geachte afgevaardigde om het kabinet op zijn laatste leugentje te betrappen verworpen.
En nu weer over tot de orde van de dag.

Dialogen in de polder

(g.l.t. 4 min.; geen links)

Het Kabinet: ''Goedemorgen, dames en heren, ik ben blij dat ik even tijd vrij heb kunnen maken om eens een hartig woordje met u te wisselen. Gaat u zitten, koffie? Thee?''
De Samenleving: ''Ook goedemorgen. Eh…., die koekjes, zijn die gratis?''
Het Kabinet: ''Natuurlijk, tast u toe. Dan kan ik u ondertussen uitleggen wat de bedoeling is.''
De Samenleving: ''Neemt u mij niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar was het niet de opzet dat ik u ging vertellen wat de bedoeling is?''
Het Kabinet: ''Ah! Daar heeft u in zekere zin gelijk mee. Er zijn natuurlijk wel een paar spelregels.''
De Samenleving: ''Spelregels? Ik dacht dat dit een serieus gesprek zou worden en niet een of ander gezelschapsspelletje?''
Het Kabinet: ''Wat treffend dat u het zo benoemd! Ons motto “Samen leven” staat voor een hechter verband tussen de leden van dit gezelschap. Ik zou graag zien dat men in de beschermende sfeer van het gezin weer eens een gezellig spelletje met elkander doet.''
De Samenleving: ''Ah, zo! En al die mensen die geen gezin hebben? Die mogen zeker buiten spelen?''
Het Kabinet: ''Wel, er zijn talloze mogelijkheden om saamhorig te zijn. De sportverenigingen, de fitnessclubs, de …..''
De Samenleving: ''…de happy hours!''
Het Kabinet: ''Nouwwwww, die dan weer niet. Kijk, ik gun iedereen natuurlijk een uurtje geluk. Maar het happy hour-gebeuren schiet ernstig zijn doel voorbij. Reeds nu kunt u radeloze ouders langs de kroegen zien zwerven op zoek naar hun kroost. Hebben ze die eenmaal gevonden dan zie je te vaak wat een problemen het geeft, hun laveloze, lallende en brallende kinderen mee huiswaarts te krijgen voor de avondmaaltijd.''
De Samenleving: ''En dat gaat u dus aanpakken?''
Het Kabinet: ''Jazeker! Er staat al een campagne op touw die de mensen er bewust van gaat maken dat het ook anders kan. Volgende week al komt er een cd uit waarop de minister van Jeugd samen met Ali B. een alleraardigste rapversie doet van ''Ach, kindjelief, toe drink niet meer.''
De Samenleving: ''En verder?''
Het Kabinet: ''Huh? Hoe bedoel u?''
De Samenleving: ''Nou, u ging het probleem toch aanpakken? Een liedje lijkt mij dan niet genoeg.''
Het Kabinet: ''Kijk, had u mij toch eerst de spelregels even moeten laten uitleggen. Het is mijn taak te signaleren, de lijnen uit te zetten en de kaders aan te geven. Vervolgens moet u het doen! Ik ben de samenleving niet. De samenleving, dat bent uzelf! Als ik maatregelen tref, dan wordt dat als overheidsbemoeienis gezien en ik dacht dat u daar de buik wel vol van had.''
De Samenleving: ''Aha! Dus de komende jaren gaat het zoals ik het wil?''
Het Kabinet: ''Dat hang er van af.''
De Samenleving: ''Pardon? Nog meer spelregels?''
Het Kabinet: ''Ja, nog een paar kleinigheden. Het moet altijd gaan om zaken die men samen kan doen, verder moet iedereen er baat bij hebben en, last but not least, het mag geen gevolgen hebben voor het positieve saldo van de staatskas.''
De Samenleving: ''Even een vraagje, wie bepaalt welke zaken er onder die kriteria vallen?''
Het Kabinet: ''Daarvoor zitten we nu gezellig bij elkaar! Dat bepalen we samen. Heeft u nog genoeg koekjes?''
De Samenleving: ''Ja, dank u. Aan de catering mankeert hier werkelijk niets. Aan die kriteria kennelijk wel, want dat gaat toch niet helemaal gesmeerd.''
Het Kabinet: ''Meent u dat echt? Heb ik iets gemist?''
De Samenleving: ''Nou, neem nu eens de vaststelling van het aantal probleemwijken. Nu al blijken bepaalde buurten daarbuiten te vallen, terwijl de bewoners zelf menen dat hun nood toch erg hoog is. Het lijstje probleemwijken lijkt alsmaar kleiner te worden.''
Het Kabinet: ''Oh, dat bedoelt u. Toen onze minister voor probleemwijken op pad ging om uit te zoeken waar er nou echt problemen waren trok ineens iedereen aan de bel. Van stadswijken tot dorpskernen, van winkeliersverenigingen tot verenigingen van huiseigenaren, van welzijnswerkers tot pastoors. Dat werkt zo niet. Als ik met iedereen in gesprek moet, die meent binnen een door mij aangegeven kader te vallen, dan heb ik aan die honderd dagen niet genoeg. U wilt toch ook niet dat we vier jaar lang alleen maar in gesprek zijn?''
De Samenleving: ''Nee, nee, zeker niet. Die honderd dagen kosten al dure minuten, waarin de meest voor de hand liggende zaken al aangepakt hadden kunnen worden. Ik zou heel graag zien dat u ook daadwerkelijk wat doet. Maar nu dreigen er toch wat mensen buiten de boot te vallen.''
Het Kabinet: ''Welneeeeeee. Kijkt u eens hier, ik ben kapitein op het schip van Staat. Mensen moeten dat niet verwarren met de stoomboot van Sinterklaas. Ik ga geen kadootjes weggeven. Ik ga die mensen belonen, die zelf en vooral samen, hun probleempjes gaan oplossen. Dat is geen kwestie van de hand ophouden en een beetje bij mij komen bedelen. Dat is samen hard aan het werk. Steekt men de handen daadwerkelijk uit de mouwen, dan ben ik best bereid een bijdrage te leveren uit het beperkte budget van de staatskas.''
De Samenleving: ''En wanneer wordt ik dan ingelicht over de stappen die u verder denkt te ondernemen?''
Het Kabinet: ''(grote zucht) Laat ik het nog één keer duidelijk maken. Ik geef alleen maar politieke steun. U moet samen leven, u moet samen werken. U hoeft alleen maar ingelicht te worden over verzoeken, als ik van plan ben wel stappen te ondernemen. Anders heeft inlichten geen zin.''
De Samenleving: ''Dus?''
Het Kabinet: ''Dus dank ik u voor dit genoeglijke onderhoud. Ik moet helaas weer verder. Er wachten mij nog meer gesprekken. Neemt u nog wat koffie en vergeet u de koekjes niet.''