Tagarchief: winteropvang

Daklozen ondergesneeuwd

winteropvangZodra het vriest en sneeuwt zijn verkeersproblemen, lokaal schaatsvertier en de kans op een Elfstedentocht de traditionele items die in het dagelijkse nieuws. De winteropvang voor daklozen mocht tot vorig jaar ook op grote belangstelling rekenen, al was dat niet dagelijks.

Terwijl de vorstperiode dit jaar langer duurt dan in de winter van 2011-2012, lijkt de media-aandacht voor de winterse daklozenopvang als sneeuw voor de zon verdwenen. Een crisis in de crisisnieuwsgaring?

De vorige winter schreef ik op dit weblog en op Joop.nl  en Sargasso dat er elk jaar twee momenten zijn waar de daklozen zich mogen verheugen in de belangstelling van de media: de kerstdagen en de vorstperiode. De rest van het jaar staat dakloosheid alleen in de belangstelling als er ergens wordt geprotesteerd tegen de vestiging van een opvanghuis. Nieuws dat hooguit de lokale katernen van landelijke dagbladen haalt.

De artikelen gingen verder over de aantallen daklozen. Door gerichte aanpak van gemeenten en hulpverleningsorganisaties zouden er steeds minder daklozen zijn. Dat stond haaks op mijn ervaringen als professional in de dak- en thuislozenopvang, die al sinds oktober 2010 bomvol zit en waar wekelijks nieuwe aanmeldingen binnenkomen.

In de winter van 2011-2012 stroomden de locaties voor extra winteropvang in de grote steden pas in januari vol. Het was gelukkig van korte duur. De extra voorzieningen waren zeventien nachten open.

Dat is deze winter anders. Op 8 december 2012 ging de winteropvang voor het eerst open. Na zeven nachten werd de winteropvang weer gesloten en op 11 januari werden door heel het land de diverse extra voorzieningen heropend. Omdat het winterweer tot zondag 27 januari lijkt aan te houden zal de extra winteropvang deze keer zeker vierentwintig nachten ingezet worden.

Als er daarna geen vorstperiode meer bijkomt, blijft het daarbij. Er wordt nu al gesproken over de kans dat dit de langste vorstperiode sinds 1963 zal worden. Mocht het later nog eens gaan vriezen dan geldt het record dus ook voor de winteropvang voor daklozen.

Tot nu toe is dat echter geen nieuws. De spaarzame berichten over de opening van de winteropvang worden ondergesneeuwd door files en winterpret. Omdat het aantal daklozen te verwaarlozen is? Dat zou een gotspe zijn. Het aantal daklozen neemt toe en niet dankzij de traditionele clochard.

De ‘nieuwe dakloze’ doet zijn intree. Gezinnen, maar ook alleenstaanden die voor het eerst te maken krijgen met tot huisuitzetting leidende schulden. Tel daar de zwerfjongeren bij op, waar vooral veel woorden aan worden besteed (Kamerbrieven februari 2012 en januari 2013), die nog niet tot een daling van het aantal dakloze jongeren hebben geleid.

Er is geen sprake van een ‘tsunami van daklozen’. De nieuwe daklozen druppelen binnen. Hoeveel daarvan de extra winteropvang nodig hebben, is onbekend. Ik weet wel hoeveel nieuwkomers wij tot nu toe hebben doorgestuurd naar de winteropvang, maar een landelijk beeld heb ik ook niet.

Wie wordt de eerste journalist die ‘ondergesneeuwde’ daklozen boven water weet te krijgen?

Winteropvang: verborgen dakloosheid?

WinteropvangIn 2009 waren er bijna 18 duizend daklozen in Nederland. Daarvan zwierven er 6.500 rond in de vier grote steden. Nu de kranten ineens weer zijn geïnteresseerd in daklozen, kun je de daklozen weer tellen.

In de nieuwsgaring zijn er elk jaar twee momenten waar de daklozen zich mogen verheugen in de belangstelling van de media: de kerstdagen en de vorstperiode. De rest van het jaar staat dakloosheid alleen in de belangstelling als er ergens wordt geprotesteerd tegen de vestiging van een opvanghuis. Nieuws dat hooguit de lokale katernen van landelijke dagbladen haalt.

Dat dakloosheid en vrieskou journalisten extra werk bezorgd, is niet alleen te danken aan de pers zelf. Gemeenten en hulpverleningorganisaties sturen flink wat persberichten rond. Zij weten ook wel dat de weersberichten meer aandacht krijgen als zich een kansje voordoet op een Elfstedentocht. Wie daar een paar daklozen tussen weet te krijgen, genereert aandacht voor de doelgroep en, niet op de laatste plaats, voor zichzelf.

De kou is een kans om reclame te maken voor al het werk dat wordt gedaan om Nederland daklozenvrij te maken. Afgaande op de berichtgeving rond de winteropvang voor daklozen, moet je constateren dat we zoveel daklozen niet meer hebben. Van de 18 duizend daklozen die het CBS in 2009 telde, zijn er enkele honderden over.

In Den Haag kwamen 100 daklozen op de winteropvang af, in Amsterdam had men het druk met 170 daklozen. De Rotterdams wethouder Hamit Karakus vertelt tegen een reporter van de NOS dat er een tijd geleden nog 2500 daklozen in Rotterdam waren, nu nog maar 20. Toch is de winteropvang door 248 mensen bezocht. Zijn dat allemaal Oost-Europenanen en mensen uit Breda, zoals in het artikel bij de NOS wordt gesuggereerd?
En waar zijn de overige 5.982 grootstedelijke daklozen van het CBS gebleven? Buiten de grote steden moet een Groningse buurtagent een twitteroproep versturen, om de hulp van de oplettende burger in re roepen, op zoek naar bevriezende dak- en thuislozen.

Dat kan maar één ding betekenen: òf het CBS zit er flink naast, òf  de rest van het jaar zijn er bedden te weinig, maar wordt dat opgelost door een toegangsprijzen te heffen en niet iedere dakloze binnen te laten.

Dan wordt er ook over thuislozen gesproken. Die zijn toch niet dakloos? Wat moeten zij dan aan de poorten van de extra winteropvang?
Thuisloos is het etiket voor mensen die geen familie, vrienden of kennissen hebben, die een helpende hand bieden. Meestal mensen die ook geen sociale vaardigheden bezitten om zo’n netwerk op te bouwen of te onderhouden. Vaak ex-daklozen. Sommigen zijn afgesloten van elektra en gas, wegens nog af te lossen schulden. Anderen hangt om diezelfde reden een huisuitzetting boven het hoofd. Dat gaat pas gebeuren als de temperatuur weer boven nul komt, want de energieleveranciers zijn wel zo coulant om nu niemand de straat op te zetten.

Thuisloos is niet dakloos. De bewoners van de sociale pensions van het Leger des Heils zijn niet dakloos. Psychiatrische patiënten die in een gedwongen opname  zitten (ruim 18.000 in 2009) zijn niet dakloos. Mensen die in RIBW-instellingen zitten (ongeveer 24.0000), zijn niet dakloos. Daarmee hebben we wel de doelgroep in beeld. Hier zitten mensen bij die ooit dakloos waren of nog steeds een gerede kans maken het te worden.
De daklozen die van de reguliere nachtopvang gebruik maken en overdag naar dagopvang en werk- en activiteitenprojecten (moeten) gaan, zijn niet echt dakloos.  Zo bekeken kan een wethouder dus stellen dat er nog maar 20 echte daklozen in zijn stad zijn.

Den Haag zegt 1500 daklozen te hebben. De gemeente kent twee nachtopvanglocaties, met een reguliere capaciteit van 80 bedden. De winteropvang telt 125 extra bedden. Tot 16 januari waren er twee dagopvanglocaties. Dankzij bezuinigingen is er nog maar één, waar 40 stoelen beschikbaar zijn voor de ruim 600 dak- en thuislozen die aldaar zijn ingeschreven.

In Rotterdam is, ook wegens bezuinigingen, vorig jaar een nachtopvang gesloten. Dat moeten we zien in het kader van klinkende afspraken, die de vier grote steden hebben gemaakt, om te voorkomen dat 20.000 mensen dakloos worden. Preventie en doelgerichte begeleiding moeten mensen van de straat houden. Toch staan er wekelijks mensen aan de deuren van de opvang, die net of alweer dakloos zijn geworden.

Zowel de GGZ als de politie waarschuwden voor meer daklozen op straat, als gevolg van bezuinigingen in de GGZ en maatschappelijke opvang. Wie zijn ogen openhoudt, ziet nu al een toename van daklozen op staat. En dat zijn niet alleen Oost-Europeanen.

Als de statistieken van het CBS er naast zaten, dan is de kans groot dat ze eind van dit jaar wel blijken te kloppen. Ondertussen zouden de journalisten eens op zoek moeten gaan naar de daklozen, die door het jaar heen worden geweigerd bij opvanginstellingen die vol zitten, of door gemeentelijk beleid achter het sociale vangnet vissen.

Warme belangstelling voor dakloosheid.

Dakloos December staat al bol van de tradities. Sinterklaas, Kerst, de jaarwisseling en de hoop op een Elfstedentocht. Sinds een paar jaar kunnen we er een traditie aan toevoegen: de belangstelling voor dakloosheid.
Over tradities gesproken: van oudsher mogen daklozen van een brede belangstelling genieten rond de Kerst. De burger wordt buitengewoon genereus en schenkt kerstpakketten, organiseert maaltijden of gaat een dagje met heel het gezin vrijwilligerswerk doen op een van de kerstdagen.
De koude temperaturen genereerde ook altijd enige belangstelling. De pers schreef verhalen over daklozen die kou trotseren of de extra opvang indook.

De trouwe lezer weet dat ik in een daklozenopvang werk. Elk jaar weer kunnen we in deze tijden het journaille aan de deur verwachten. Dit jaar is de belangstelling groter dan ooit. Bijna dagelijks staan er in de kranten berichten over de extra winteropvang die diverse gemeenten hebben georganiseerd.
Het wekt dan ook geen verbazing dat de cijfertjesboer, het CBS, ook wat geeft te melden over Neerlands dakloosheid.

We hebben ongeveer 17,5 duizend zwervers. Veel, hè? Toch is dat maar 0,11 procent van de bevolking. Dat haalt het niet bij de 1,47% daklozen die er
volgens de VN op heel de wereld zijn. Amerika (0,98%) en heel Europa (0,36%) tellen niet alleen in percentages, maar ook in werkelijke aantallen veel meer daklozen. Landen als Frankrijk, Duitsland. Groot-Brittanië en Spanje verslaan ons landje eveneens met groot gemak. Al gauw zo’n 30 tot 70 duizend meer daklozen. België telt slechts 500 minder daklozen, Zweden heeft er weer zo’n 300 meer.

Die cijfers moeten we niet te nauw (of te ruim) nemen. Elk land heeft moeite de daklozen keurig in beeld te krijgen. Alleen al omdat de definitie van dakloosheid kan verschillen.
De Federatie voor Opvang zegt dat de CBS-cijfers slechts een topje van de ijsberg zijn. Terecht zegt de Federatie dat de warme belangstelling voor daklozen niet moet stijgen als de temperatuur bijna evenredig daalt. De Federatie stelt vervolgens de CBS-telling aan de lage kant is.
Dat heeft te maken met de definitie die in Nederland wordt gehanteerd. Hier hebben we het over dak- en thuislozen. Een term die ik talloze keren moet uitleggen aan buitenstaanders. Want wat is het verschil tussen geen dak boven je hoofd hebben of geen thuis onder je kont?

De Federatie heeft het vorig jaar zelf ook onnodig ingewikkeld gemaakt door juichend te roepen dat er bijna geen daklozen meer op straat zijn. Hebben we dan ook minder thuislozen? Of juist meer?
In de reactie op de CBS-cijfers zegt de Federatie dat een groot aantal mensen op de rand van dakloosheid balanceert. Dat mag ook wel wat beter worden uitgelegd. Niet iedereen is continu dakloos. In de echte zin van het woord. Geen huis, maar op straat. Niet dat we ze daar nog veel zien. Dat klopt, want ze bivakkeren in grote getallen en steeds vaker in de dag- en nachtopvangcentra. Ze hebben dus een maatschappelijk dak boven hun hoofd en zijn dan volgens sommige statistieken niet langer echt dakloos.

De groep thuislozen is aanzienlijk groter. Een thuisloze is iemand zonder sociaal netwerk en die moeite heeft zelfstandig en zonder begeleiding voor zichzelf te zorgen. Een hedendaags stereotype voorbeeld: uw paranoïde schizofrene buurman. Zorgt regelmatig voor overlast. Vervuilt zijn huis of staat ineens van zijn dak te schreeuwen. Net zo vaak tot de hele buurt het wel genoeg vindt en de vele aanklachten tot een gedwongen opname leiden.
De man krijgt een adequate behandeling. Dat wil zeggen: in een week tijd wordt uitgezocht welke pilletjes het best aanslaan. Nog een week wordt bekeken of meneer de pilletjes wel slikt en of ze een beetje helpen. Als dat goed gaat wordt de rest verstrekt, inclusief in afsprakenkaartje waarop staat wanneer hij voor zijn herhalingsrecept moet terugkomen, en meneer mag naar buiten.
Inmiddels is hij wel door de woningbouwvereniging uit zijn huis gezet, wegens de talloze klachten. Dat is één manier om dakloos te worden.

De draaideurdakloze. Soms gaat het een poosje goed en woont hij op zichzelf of in enige vorm van begeleid wonen. Tot de mafkees weer doordraait of zich niet aan de regels kan houden en hij weer op straat staat.
Zo vergaat het ook veel mensen die net geen psychiatrische ziekte hebben. Ook mensen met een zeer lage intellectuele en emotionele intelligentie, vervallen bij herhaling in dakloosheid. Eigenlijk hebben we het over mensen met een chronische ziekte en/of handicap.
Nou zijn er voor tal van chronische aandoeningen uitstekende voorzieningen. Voor de dak- en thuisloze is er de maatschappelijke opvang. Nooit ruim bedeeld met subsidies en waar de komende tijd aardig op bezuinigd gaat worden. Waarom? Omdat alle hulp van de afgelopen jaren toch niet blijkt te werken.
Hebben ze eindelijk geleerd te vegen en te schoffelen, zijn ze nog niet capabel voor een normale baan. Zitten ze eindelijk in een leuke creatieve dagbesteding, gooien zo nog de klei tegen het plafond. En als je daar wat van zegt reageren ze met een grote bek en gaan weer aan de drank en drugs. A-sociale sodemieters zijn het. Met dat gedrag kiezen ze zelf voor armoe en dakloosheid.

Zo zit dat niet. Natuurlijk is het mooi als ze, net als elke andere zieke of gehandicapte, zoveel mogelijk participeren in de maatschappij. Maar net als elke andere chronisch zieke of gehandicapte zijn er specifieke beperkingen, waardoor dat nooit helemaal zal lukken.
De hulpverlening en begeleiding zal anders moeten en dat kan als wordt erkend dat het om chronisch zieke mensen gaat. Of de financiering dan ook beter wordt, valt te betwijfelen. Want we leven in een tijd waarin het lijkt of elke kwaal de schuld van de patiënt zelf is.

Ondertussen bedankt voor alle belangstelling in deze dagen. Leuk dat de gemeente geen doodgevroren dakloze op haar geweten wil hebben. Extra opvang met overwerkend personeel, extra uitzendkrachten en beveiligingspersoneel. Mag ik uw belangstelling ook als al dat extra’s wordt teruggetrokken en de bezuinigingen ons werk in de kou laten staan?