Tagarchief: Ab Klink

Ach Heer, waarom hebt gij mij verlaten?

Ach Heer, waarom hebt gij mij verlaten De kruisgang van Klink is volbracht. Als gepokt en gemazeld CDA’er weet hij natuurlijk waar de grenzen liggen van een rein geweten. Met compromissen valt heel goed te leven, zo lang ze binnen de rekbare grenzen van het goed rentmeesterschap vallen.

Als minister van gezondheidszorg balanceert hij continu tussen rentmeesterschap en markmeesterschap. Lastig. Barmhartigheid is duur geworden en dat kan de samenleving niet betalen. Maar zolang er nog een beetje zorg overblijft, is het woekeren met talenten nog te doen.
Jammer, dat hij daarin niet altijd goed begrepen wordt. Schimpscheuten en laster vallen hem menigmaal ten deel. In het heilige geloof dat hij de zorg redt, houdt Klink stand.

Dan is er ineens toch de druppel. De maat is vol, de emmer loopt over. De
laatste kritieken waren ook van een hypocriete dubbelhartigheid, daar kan zelfs een gereformeerde niet aan tippen. Sommige CDA-collega’s zijn het vertrouwen in hem kwijt, Klink vertrouwt nu ook sommige collega’s niet langer. Hij gelooft er niet meer in.

Doodzonde, roept
partijvoorzitter Bleker, doodzonde. Als gepokt en gemazeld CDA’er weet hij natuurlijk wat een doodzonde is. Pleeg geen overspel, zegt het zevende gebod. Voor een ongelovige buitenstaander is niet duidelijk wat dat inhoudt. Heulen met de PVV? Is dat overspel? Of je hand overspelen met een brief vol gewetensnood? Ja, dat is natuurlijk overspel.
En op een doodzonde staat natuurlijk een fikse straf. Maar moet dat broedermoord zijn? Het zesde gebod (gij zult niet doden) verbiedt dat immers? Zolang we niet weten of Klink, of Bleker hier al te lichtzinnig is omgesprongen met het negende gebod (gij zult over een ander geen valse getuigenis afleggen), kunnen de ongelovigen daar geen oordeel over vellen. Dat is aan God.

Ach Heer, waarom hebt gij mij verlaten, roepen
de Farizeeërs, Ab Klink nu toe. De een nog luider dan de ander. Klink is de Heer niet, Klink is ook maar een mens.
Ook maar een mens moet nu toch ook denken: ach Heer, waarom hebt gij mij verlaten, nu juist degenen die hem laten vallen de loftrompet laten schallen. Daar wordt de grens van een rein geweten overschreden. Broeders hielden hem het voor, zijn geweten zegt het na: ik ben niet te vertrouwen.
De keuze van Klink: dan stap je dus op als Kamerlid en blijft, in devote bescheidenheid, de partij trouw.

Zelfzorghulpmiddelen

Zelfzorghulpmiddelen In een poging de zorgkosten te drukken, wordt meer zorg aan de mensen zelf overgelaten. Terecht natuurlijk. Een beetje volwassen patiënt kan beter voor zichzelf zorgen dan een net op het mbo afgestudeerde puber, die dan weer wel protocollair verantwoord de pleisters weet te vinden.
Met zelfzorg stimuleer je de zelfredzaamheid en daarmee blijft nog aardig wat eigenwaarde van de lijdende mens overeind.

Dan zijn er ook nog mensen die zoveel eigenwaarde kennen, dat ze het niet nodig vinden de dokter te visiteren als er een kuchje opsteekt. Die mensen gaan zelf dokteren.
De zelfzorg gaat het helemaal worden. De maatschappelijk verantwoord ondernemende patiënt zal er alles aan doen de samenleving zo min mogelijk op kosten te jagen en gaat zelf aan het klussen. Of huurt een Roemeense verpleegster in, maar die moet wel goed geïnstrueerd worden.

De ondersteuning van de zelfzorgende patiënt wordt op het internet verzorgd. Al jaren kennen we de digitale medische encyclopedietjes, waar een leek kan opzoeken wat hij of zij allemaal onder de leden heeft als er een onverwachte pukkel de kop op steekt. Da’s mooi, want wie leest dat de pukkel gewoon acne is, rent naar de drogist voor een zalfje. Wie er uit opmaakt kanker te hebben gaat niet naar de dokter want dat heeft dan geen zin meer. In allebei de gevallen kostenbesparend.

De mensen die zo verstandig zijn wel de dokter te raadplegen, drukken zwaar op ’s lands begroting. Zeker als de arts besluit de pukkel met medicatie te bestrijden. Zijn de pilletjes afgehaald bij de apotheek, leest de zelfbewuste patiënt natuurlijk eerst de bijsluiter. Waarna alweer de dokter geraadpleegd moet worden, want er staan bijverschijnselen op die verdacht veel lijken op de onrust die de patiënt voelt.
Het ergste van alles is dat er mogelijke complicaties staan vermeld, in een taaltje waar de patiënt niets van snapt. Bijna een kwart van de Nederlanders vind de bijsluiter ingewikkeld leesvoer, heeft TNS Nipo uitgevogeld.

Daar is nu snelle en goedkope hulp voor bedacht. Het
bijsluiterwoordenboek. Er staan nu 604 woorden in waar mensen moeite mee blijken te hebben. Worden als coeliakie, loperamide en nervus opticus. Maar ook complexe termen als plas, wond en zweet.
Een korte test toont aan dat lang niet alle bijlsluiterlatijn in het on-line woordenboekje staan. Ik tikte ‘sedativa’ in en kreeg de mededeling dat het woord er niet in stond en of ik soms ‘hematoom’ bedoelde. Het hematoom aangeklikt en dat blijkt een blauwe plek te zijn.
Mooi. Via sedativa op hematoom gekomen, maar mijn medische
bewustzijn is er niet veel groter door geworden.

Dat is geen ramp want de bedoeling is wel dat het woordenboek compleet gemakt wordt door de zelfinbreng van de gebruikers. Ontbreekt er een woord dan stuur jet op naar de redactie, die je vervolgens bedankt en laat weten het woord
te beoordelen en mogelijk in het woordenboek op te nemen.
Prachtig. Maar wat als je de bijsluiter kwijt bent? Geen nood. Gezondheidsnet.nl heeft een database waar je jouw medicatie kunt opzoeken en gebruiksaanwijzing of bijverschijnselen kun opzoeken. Daarna moet je wel terug naar het bijsluiterwoordenboek, wil je er iets van begrijpen.

Leuker is zelfzorg.nl, die hulp belooft bij het maken van een verantwoorde keuze uit de vele zelfzorgproducten. Je kunt er bijvoorbeeld een iPhone applicatie downloaden, waarmee je in de winkel de streepjescode op een medicijnverpakking kunt scannen. Zo kun je de bijsluiter al lezen voor de aankoop, tettert de website.
De website biedt ook de charmante assistente Anouk. Ze praat je aan wanneer je wel of niet naar de dokter moet. Na wat doorklikken kom je ook bij zelfzorgmedicatie. Waar wel weer wat taal in staat die om het bijsluiterwoordenboekje vraagt.

De website zelfzorg.nl en het woordenboekje blijken produkten te zijn van Neprofram, de brancheorganisatie voor zelfzorggeneesmiddelen. Neprofarm’s iPhone applicatie werd in mei van harte gepromoot door minister Ab Klink. De man die ruzie heeft met de medische specialisten. Klink wil hun salaris beperken.

De minister heeft nog even wat demissionaire tijd om de medici werkloos te maken. Want reken maar dat hij even enthousiast een digitaal initiatief zal steunen, waarop je instructies krijgt hoe je zelf je blindedarm kan verwijderen als je wat buikpijn hebt.

Reclame of informatie?

Reclame of informatie?Ik ben van mening dat het een onmogelijke taak is om te komen tot een helder juridisch houdbaar onderscheid tussen informatie en reclame“.
Een opvallend antwoord uit de
beantwoording van kamervragen, waarin de overheid wordt verzocht op te treden tegen symptoomreclame.

Symptoomreclame zijn spotjes of advertenties waarin meestal veel voorkomende kwaaltjes worden getoond en waarin wordt gesteld dat je er toch prima van af kan komen. Critici menen dat dit soort reclame eigenlijk reclame voor medicijngebruik is. De reclame wordt gefinancierd door bedrijven in de farmaceutische industrie.
Reclame voor geneesmiddelen is in Nederland verboden. Symptoomreclame wordt gezien als truc om de wet te omzeilen. Reden voor de Consumentenbond een petitie te starten om de overheid onder druk te zetten een verbod op dit soort reclame in te stellen.

Uit de beantwoording van de kamervragen blijkt dat een verbod er niet echt in zit. Over mogelijke aanscherping van de regels wordt nog nagedacht. Maar goed, intrigerend is dat zinnetje, waarmee minister Klink zegt dat het heel lastig is om juridisch vast te leggen wat het verschil tussen reclame en informatie is.

In de dagelijkse praktijk is het inderdaad lastig dat onderscheid altijd goed waar te nemen. Neem het persbericht van de Consumentenbond, waarin wordt geroepen dat de petitie voor een verbod op symptoomreclame al 12.000 handtekeningen heeft opgeleverd. Die mededeling is natuurlijk informatie. Maar het lijkt me tevens wervend bedoeld: al 12 duizend mensen gingen u voor, nu u nog! Dat mag je dan toch reclame noemen, of niet?

Veel reclame is meteen als zodanig te herkennen. Door informatie te tonen in de reclameblokken op televisie of in kranten het woordje reclame of advertentie te plaatsen, weet je meteen dat het meer om verleiding dan om informatie gaat.
Het wordt al lastiger als je een brief in de bus krijgt, waarin je hoogst persoonlijk wordt geïnformeerd over een leuke prijs doe je gewonnen hebt. Nadere informatie leert dan dat je er echter extra loten in de loterij voor moet kopen, wil je een kans maken op die prijs. Dat is dus regelrechte werving. De zogenaamde informatie is op een misleidende manier verhullend.

Geldt dat ook voor symptoomreclame? De informatie over kalknagels en schimmelvoeten voegt niets toe. Iedereen weet dat het fenomeen bestaat. Dat je er een heuse medische behandeling voor nodig hebt, om het enigszins effectief te bestrijden, blijkt pas als je in de reclame genoemde websites bezoekt. Daar lees je dan dat je met je klachten naar de huisarts moet.
Is dat nou informatie over een kwaal? Of reclame voor de huisarts? Of een manier om je, via je huisarts, de weg naar medicatie te wijzen? Wat dan weer reclame is.

Goed. Reclame en informatie is niet altijd goed uit elkaar te houden. Je kan natuurlijk afspreken dat informatie alleen juiste en te toetsen feiten bevat. Informatie die voor iedereen beschikbaar is en door iedereen gebruikt mag worden, zonder enige bijbedoelingen. Het enige doel is alleen het verstrekken van die informatie.
Het vervelende is dat niet alleen in reclame informatie wordt verstrekt, die meer tot doel heeft dan louter feiten aan te bieden. Iedereen gebruikt informatie wel eens ter ondersteuning van hoogst particuliere doelen. Zo willen we in een discussie een ander wel eens overtuigen met een “maar wist je dan niet dat….”, waarna er en paar echte feiten worden opgesomd.

Reclame probeert altijd een ander te overtuigen. Al dan niet met feitelijke informatie. De keuze om op basis van die informatie daadwerkelijk iets te doen, is aan de individuen in de aangesproken doelgroep. Maar dat geldt ook voor echte, keiharde informatie. Je kan nog met duizend feiten en cijfers komen, wat mensen ermee doen bepalen ze zelf.
Heeft minister Klink dus groot gelijk dat er geen juridisch onderscheid tussen reclame en informatie te maken is?

Het lijkt me wel een nader onderzoek waard. Informatie kan wervend werken, mensen op ideeën brengen, waarmee ze ook iets gaan doen. Reclame gaat om werving alleen. En werving op zich is geen informatie. Kunt u daar wat mee?

Het moet niet gekker worden

Het moet niet gekker worden Er wordt wat afgerekend in Nederland. Zorgwekkend veel zelfs. Een op de acht Nederlanders is niet echt gezond. Dat zegt het NIPED, een club die het preventiekompas heeft ontwikkeld. Een jaarlijkse preventieve check van de gezondheid kan de zorgkosten drukken, meent het NIPED. Je ontdekt kwaaltjes in een vroeg stadium. Dan is er nog veel aan te doen, bijvoorbeeld adviezen om de leefstijl aan te passen, zodat misschien dure behandelingen of medicatie voorkomen kan worden.

Een op de vier Nederlanders krijgt een psychische stoornis. Dat wil de GGZ ons doen geloven met een voorlichtingscampagne. De campagne wordt grotendeels online gevoerd. Wie de website 1opde4 bezoekt moet we de hersens er goed bijhouden, want je raakt er snel in de war.
Ook de GGZ gelooft in preventie. Dat zou gemiddeld het 20- tot zelfs 30-voudige aan indirecte kosten kunnen besparen.

En dan horen vier van de vijf bezoekers van de eerst hulp daar helemaal niet thuis. Dat zegt zorgminister Ab Klink. Ze zouden bij de huisartsenpost moeten zijn. De maatregel die Klink in petto heeft (zonder verwijsbriefje van huisarts, krijg je de eerste hulp niet vergoed), is verschuiven van de kosten. Het wordt dan drukker bij de huisartsenposten en hoe wordt dat dan betaald?

Een op de acht, een op de vier, vier van de vijf. Het moet niet gekker worden. Wellicht is dat reden voor de RIVM om een landelijk onderzoek naar onze gezondheid en leefstijl te starten.
Reikhalzend kijken we uit naar de uitslagen van dat onderzoek. Want wat maakt zoveel Nederlanders ziek, zwak en gestoord?

Is dat het internet? Je hebt wat buikpijn, tikt de klacht in de zoekmachine en binnen drie minuten heb je een acute blinde darmontsteking te pakken. Uiteraard op je vrije zondagmiddag, dus dan ga je voor de zekerheid maar naar de eerste hulp van het ziekenhuis.
Of je laat google opzoeken waar de dagenlange vermoeidheid mee te maken heeft en ja hoor, ook jij hebt een burn-out of minstens een depressie. Dus maandag meteen een afspraak geregeld met de plaatselijke ggz-fabriek.

Is het die leefstijl? Je at al geen vet spul meer, je rookt absoluut niet en drinkt amper. Zaterdagochtend ga je in het bos hardlopen, maar glijdt uit over een hondendrol, je knie schiet alle kanten op en hangt er wat raar bij. Dan laat je dus naar het ziekenhuis brengen.
Of je bent regelmatig benauwd en kortademig. Op onverwachte momenten, dat wel, met hartkloppingen en zweten. Dat lijkt verdacht veel op een paniekaanval, want je hart kan het niet zijn, dankzij je gezonde leefstijl. Dus ook naar de psychiater.

Een op de acht, een op de vier, vier van de vijf. Zijn we echt in zulke grote getale ziek? Eist de hedendaagse leefstijl haar tol? Urenlang achter pc's, fijnstof in de steden, de jacht naar geluk, het feit dat de milieudoelen maar niet gehaald worden, onzekerheden wegens de crisis, partydrugs, overdreven sporten, ergernis en uitlaatgassen in de files. En zweven er misschien meer onbekende virussen in de lucht, behalve Mexicaanse rakkertjes?
Of is het gewoon de marktwerking? Elke medicus, elke psychiater doet zijn best de targets te halen en ontvangt ook de mensen met de minste klachten met open armen.

Waar worden wij zo ziek van? En nog belangrijker: hoe worden we weer gezond?
Ik zou zeggen dat als vet zo ongezond is, verbiedt dan alle productie en verkoop van vet spul. Dat kan natuurlijk niet. Je zult zien dat er dan altijd mensen zijn die het recht op vrijheid van vetconsumptie opeisen. En zolang die er zijn heeft, heeft iedereen in dit vrije ondernemersklimaat, natuurlijk het recht een vetfabriek te runnen. Toch?
Dat is je vrije keuze. Daar kan een overheid niets aan doen. Doen ze het wel dan heet de overheid een dictatuur te zijn. Dus de overheid doet niets. Of, ja toch, ze brengen je leefstijl in kaart en rekenen je daar op af. Aan je portemonnee kunnen ze alles doen, zonder voor potentaat te worden versleten.

Natuurlijk begint je gezondheid bij jezelf. Als fijnstof en uitlaatgassen het aantal longaandoeningen doet groeien, gaan we natuurlijk minder autorijden. Als de vette hap zo schadelijk is, raken we het spul nooit meer aan. Als werkstress en economische onzekerheid ons gek maakt, dan reorganiseren we de economie natuurlijk grondig. En we stemmen natuurlijk op politici die ons als overheid daar bij helpen en steunen.

Zorg voor verpleegkundigen

Zorg voor verpleegkundigen

Het ziekenhuis zorgt goed voor het imago, maar wat minder voor het personeel dat jarenlange ervaring heeft. Verpleegkundigen van 50 jaar en ouder verlaten massaal het hospitaal. Gezondheidsminister Klink kon de 2e Kamer vertellen dat zeker 6600 vijftig-plus verplegers de tent verlaten. Toch gaan een ruime 2000 daarvan elders in de zorg werken. De rest kiest voor ander werk of gaat op de welverdiende lauweren rusten.

Blijkbaar volgt deze groep al het advies op dat Balkenende en Donner gaven aan mensen die zware beroepen uitoefenen: verruil dat zware werk op tijd voor lichter werk. Een advies dat werd gedaan om mensen langer aan het werk te houden, omdat de penioengerechtigde leeftijd omhoog zou moeten.

We kunnen zonder meer stellen dat verpleging een zwaar beroep is. Onregelmatige diensten, patiënten tillen, langdurig op de been zijn, continu alert blijven en het nodige leed voorbij zien komen, trekken een wissel op het uithoudingsvermogen van verpleegkundigen. En dan mogen zie niet eens klagen ook, vinden sommigen. Ze hebben immers zelf voor dat beroep gekozen?
Zeker, maar ik wil nog wel eens zien wie er gaan klagen als er nergens meer een verpleegkundige te zien is.

Nu het spook van de vergrijzing opdoemt, zou het probleem van 50-plus verpleegkundigen die de zaal verlaten, nog een stuk groter kunnen worden. Zo groot dat, ondanks een schitterend imago, de aanwas van jongeren niet toereikend zal zijn om de vacatures te vervullen.
Hoe los je dat op?

Om te beginnen zou de vraag gesteld kunnen worden of het wel verstandig is verpleegkundigen op hoger leeftijd door te laten werken. De ervaring en routine is zeer bruikbaar, maar zou een 65-jarige verpleger nog wel even alert, up-to-date en sterk genoeg zijn om het fysieke werk naar behoren uit te voeren?
Technologie kan een hulpmiddel zijn. Behalve de reeds bekende tilmachines en electronisch verstelbare bedden, zouden er wel meer robots bij kunnen springen. Maar als de technologie even hapert door een stroom- of computerstoring moeten menselijke handen het kunnen overnemen.

Alleen een loopbaantraject, die oudere werknemers aan lichter werk helpt, is ook niet genoeg. Natuurlijk heb je senioren nodig om de jonkies het vak bij te brengen. Maar, straks zijn er dus meer seniors dan juniors en heeft het ziekenhuis wel een heel leger coaches en opleiders, maar nauwelijks kandidaten die onder hun hoede kunnen vallen.

De oplossing zal meervoudig moeten zijn.
Het redelijke salaris wat omhoog, zodat het loon niet de drempel zal zijn voor nieuwe aanwas. Overigens zal dat salaris zeker omhoog gaan als het tekort te nijpend wordt. Zo werkt de markt toch?
Ook geen geknibbel op oudejaars-verlof (boven een bepaalde leeftijd minder uren werken).
En verder hulp uit het buitenland.

Eerdere experimenten met verpleegkundigen uit Zuid-Afrika en de Filippijnen mislukten en nu mogen Poolse verpleegkundigen bijspringen.

Maar dit mag wel nader bekeken worden. Geef mensen uit landen waar de zorgkunde nog verbeterd kan worden, een goed opleiding hier. Met het salaris dat we hier zijn gewend. Laat ze een aantal jaren hier werken en daarna mogen ze het zorgpeil in hun eigen land helpen verbeteren.

Daar moeten we niet zuinig in zijn. Nederland straks koploper in mondiale zorg? Zouden we er trots op kunnen zijn als we daar numero uno in worden?

Update: Het Tilburgse TweeSteden ziekenhuis gaat gastteams inzetten. De gastteam medewerker beantwoord niet-medsiche vragen van de patiënt, helpt het bed opmaken, verzorgt het eten en drinken, haalt tijdschriften, houdt de kamer schoon en kan de patiënt naar onderzoeken vervoeren.
De gastteam medewerkers worden opgeleid tot helpende niveau 2.
Het ziekenhuis wil zo de persoonlijke aandacht voor de patiënt verbeteren.
Zo kan je het werk van de verpleegkundigen ook wat verlichten en hopen dat ze het wat langer volhouden.

Een tevreden roker is geen onruststoker

PipeNederland bereidt zich voor op het rookverbod. Terwijl we hier aardig achterlopen op een aantal andere europese landen, is het rookverbod in de horeca en bepaalde zorginstellingen nog geen voldongen feit. Wat wel erg aardig is van minister Klink is dat hij eventuele maatschappelijke onrust in de kiem wil smoren.
Die onrust komt wellicht van rokers die met zichzelf geen raad weten als ze helemaal nergens mogen roken. Nou, dan stoppen die toch met roken? Jawel, maar de hardcore nicotineverslaafden onder ons weten met wat voor problemen dat gepaard kan gaan. Ze weten heus wel dat het niet goed voor de gezondheid is en ook een heel smerige gewoonte. Stoppen, ja, dat wilen ze (bijna) allemaal wel. Maar van afkicken kan je aardig doordraaien.
Minister Klink wil de stumpers een handje helpen. De
nicotinepleister en kursussen waar je kunt leren stoppen met roken komen in het basispakket van de ziektekostenverzekering. Zo hoeft er niemand gek te worden en niemand heeft nog een reden zijn/haar eigen menselijk tekort aan te voeren als reden waarom het maar niet wil lukken.
Klink's pleister op de wonde moet dus voorkomen dat straks de uitgaansgelegenheden vol zitten met chagrijnige, depressieve en onrustige ex-rokers. Nu wordt er wel wat gesputterd tegen dat rookverbod, maar er zijn volgens mij echt geen tekenen dat het tot een rokersoproer zal komen. Het komt misschien pas tot een opstand als de nicotinepleister over een paar jaar om wat voor reden dan ook, weer uit het basispakket wordt geschrapt. Want zo fantastisch helpen die dingen nou ook weer niet. Veel rokers hebben wel
wat baat bij die pleister maar vallen na enige tijd weer terug in het oude, vertrouwde gedrag. Die hebben jarenlang nicotinepleisters nodig.
Hartpatiënten en zangere vrouwen moeten so-wie-so oppassen voor nare bijverschijnselen. Het middel is dus omstreden en de vraag blijft dan ook waarom de overheid het vertikt om de tabaksindustrie zelf definitief goed aan te pakken. Okee, de tabaksfabrikant mag geen verslavende stoffen meer toevoegen aan de sigaret. En de reclame is verregaand beperkt. En de tabaksfabrikant is verplicht op de verpakkingen te vermelden wat roken al zo kan doen met je gezondheid. Da's al heel wat.
Nog leuker zou zijn als de fabrikanten verplicht worden mee te betalen aan de toekomstige gedoogzones in horeca, op stations en coffeeshops. De discussie over of een roker wel of niet medische hulp mag krijgen kan afgerond worden door de tabaksindustrie te verplichten de zorg voor hun cliënten te betalen. En, hoewel niemand in dit vrijheidslievende, enigzins liberaal-anarchistsiche land voor zulke drastische overheidsingrepen is, een totaal verbod op de productie zou pas echt zoden aan de dijk zetten. Mocht de straffe roker daarmee de illegaliteit in gedreven worden, zal dat zeker wat problemen geven. Maar zelfs het het vrije, blije hippietijdperk en de latere drugsgedoogcultuur heeft er niet toe geleid dat alle 16 miljoen inwoners hier aan de genotsmiddelen verslaafd zijn en elkaars zakken rollen om aan het spul te komen.
Ab Klink weet dat een tevreden roker geen onruststoker is. Het lapmiddeltje – ceci n'est pas une pipe – zachte pleisters maken stinkende wonden (sorry, maar mijn frans is nooit zo geweldig geweest) dat hij nu wil inzetten moet de gemoederen ook bij het stopppen met roken rustig houden, zodat het rookverbod een succes mag worden.
Ik moet eerlijk zijn: na wat schampere pogingen tot stoppen, rook ik nog steeds. Dus als de walmende dampen van dit stukje u tot meeroken heeft gedwongen: excuses. Ik streef naar een rookvrij blog. De planning is om, na alle veranderingen die dit weblog reeds heeft ondergaan, deze wijziging eind augustus in te voeren.