Tag archieven: AFM

Kopers versus verkopers.

Kopers versus verkopers Er moet een nieuwe politieke partij komen. De PvdC (Politieke partij voor de Consument) moet de strijd aanbinden met “te hebzuchtige geldbedrijven, waken over de integriteit van politici, en zorgen dat de markt er is voor de consument, in plaats van andersom”. Dat stelt Erica Verdegaal in nrc.next.

Blijkbaar heeft ze weinig vertrouwen in de zittende partijen, die toch flink over de rooie zijn en vinden dat de zelfregulering in de financiële sector nog veel te weinig voorstelt.
Dat zal menig consument ook denken, aldus Erica Verdegaal. Diezelfde consument zal ook weinig vertrouwen in de huidige politieke partijen hebben, omdat nogal wat partijcoryfeeën nauwe banden onderhouden met de geld- en vastgoedwereld.

In het artikel wordt een bestuurder van toezichthouder AFM (Autoriteit Financiële Markten) geciteerd, die vindt dat geldbedrijven de consument
knollen voor citroenen blijven verkopen. De toezichthouder wil meer bevoegdheden om de sjacheraars aan te pakken.

Moet de consument maar voor zichzelf opkomen en een politieke partij oprichten? Het lijkt me een ingewikkelde omweg, om veranderingen tot stand te brengen.
De consument is wel een belangrijk radertje in de economie. Eén oproep om spaargeld van een bank te halen, bleek voldoende om een bank om zeep te helpen. En heeft de consument het idee knollen voor citroenen aangesmeerd te krijgen, dan is kan de koper dus besluiten die handel gewoon niet aan te schaffen.

De hebzucht van de verkopers kan aan banden worden gelegd als de kopers hun hebzucht een paar dagen stilleggen. Iets wat in de gangbare markteconomie wel plaatsvindt. Als het consumentenvertrouwen daalt, kan zich dat manifesteren in het uitstellen van dure aankopen. Met vervelende gevolgen voor verkopers van luxe artikelen.

De consument heeft geen politieke partij nodig om voor kopersbelangen op te komen. Als één oproep spaargeld weg te halen genoeg is om één bank minder te hebben, die knollen voor citroenen verkoopt, dan kan één keer massaal verzekeringen opzeggen ook die wildgroeihandel onderuit schoffelen.

Natuurlijk zal van diverse kanten worden geroepen, dat het niet verstandig is, want desastreus voor de economie. Maar het uitblijven van adequate maatregelen is dat ook. Zoveel heeft de kredietcrisis ons wel geleerd. Dus één keer flink op de strepen staan, moet toch afdoende zijn om politieke partijen, toezichthouders en de trage bedrijven tot de orde te roepen?

Zo zal het niet gaan. Gisteren ging de consument immers massaal achter Sinterklaas aan?

Vrijblijvende codes onder toezicht

Vrijblijvende codes onder toezicht

Het is voorbij met vrijblijvende gedragscodes. Wie zich onfatsoenlijk gedraagt kan op een confrontatie met de overheid rekenen.
Dat is menig burger al lang bekend. Drinken op straat, peuken weggooien, een krachtterm naar een ambtenaar in functie gooien, het mag niet en wie het toch doet kan op een boete rekenen. Uiteraard geldt dat ook voor zelfverrijkende onbeschoftheden als de belasting om de tuin leiden, een greep in de kassa van de supermarkt doen of een zak rollen.

Buiten de burger liet de overheid complete bedrijven en organisaties tot nu toe ongemoeid. Het bleef bij een vermanende vinger en een oproep het in een gedragscode onderling wat netter te regelen. Daar lijkt nu een eind aan te komen.
De financiële sector en de woningbouwcorporaties zijn als eerste de klos. De toezichthouders krijgen, op
aandringen van de 2e Kamer, meer bevoegdheden. De waakhond voor de woningbouwcorporaties is de overheid zelf. De corporaties werken aan een voorstel om ongewenst gedrag, zoals buitensporige bonussen, middels zelfregulering uit te bannen. Minister van der Laan vindt dat niet genoeg en wil dit jaar nog met een scherpe wetgeving komen.

De AFM (Autoriteit Financiële Markten) is de waakhond voor de geldsector. Minister Bos heeft in de Kamer toegezegd de bevoegdheden voor de AFM uit te breiden.
Voor 1 mei zal de Nederlandsche Bank (DNB) met een nieuwe regeling voor beloningen en de AFM krijgt juridische middelen om sancties op te leggen als een bank of verzekeraar zich daar niet aan houdt.

Het werd tijd, zullen sommigen zeggen. De wet is tenslotte de ultieme gedragscode, dient voor iedereen gelijke werking te hebben en regelt alles wat een samenleving aan uitwassen aangepakt wenst te zien.
Tegelijkertijd wordt de overheid te vergaande bemoeizucht en betutteling verweten.
Hoewel de overheid de burger ook vooral met oproepen, gedragscodes en voorlichtingscampagnes in het gareel probeert te krijgen, aarzelt de overheid niet met wetgeving te komen als dat allemaal niet zo snel helpt. Dat heeft het nodige geklaag over aantasting de individuele vrijheid tot gevolg en gaf een gevoel van ongelijke behandeling, waar het gaat om graaiende ondernemers.

Welke mensen zullen de volgende groep zijn, die de harde hand van de wetgever zullen treffen?
De
medische specialisten wellicht? Die declareren honderden miljoenen teveel. Tijd dus voor minister Klink in het voetspoor van collega's van der Laan en Bos te treden, zou je zo zeggen.

De vraag is nu: gaat de overheid te ver? Als een gedragscode niet werkt, is aangescherpte wetgeving dan het enige alternatief?
Of gaat de overheid niet ver genoeg? Overal een waakhond met vergaande bevoegdheden neerzetten.
Zegt u het maar.

Transparante codes

Hoeveel wilt u weten om voldoende inzicht in de handel en wandel van een bedrijf te hebben? En wat wilt u dan precies weten? In 2003 werd de code Tabaksblat ingevoerd. Een gedragscode die beursgenoteerde bedrijven verplichtte de aandeelhouders meer inzicht te geven in de werkwijze van het bedrijf en de beloningen van bestuurders en commissarissen. Inmiddels is er een tussenstand opgemaakt. De meeste bedrijven (zo''n 96%) leeft de code na. Opvallend is wel dat de transparantie op het gebied van het beloningsbeleid nog veel te wensen over laat.
De vraag moet dus anders gesteld worden. Hoeveel kunt u weten van een bedrijf? Een mooi jaarverslag is leuk, maar als daar zaken achterwege gelaten wordt, dan is er eerder sprake van een rookgordijn dan van transparantie.
Gisteren werd er een symposium gehouden over de commissie Frijns (de commissie die de naleving van de code Tabaksblat in de gaten houdt). Tijdens dit genoeglijk samenzijn opperde Paul Koster van de AFM (Autoriteit Financiële markten) of men niet te ver is gegaan met al die tranparantie. Quote van Koster: “De aandeelhouders zijn nauwelijks geïnteresseerd in aspecten waar wij ons druk over maken”.
Leest die man de kranten niet? Het publiek, waaronder ook een aantal aandeelhouders, maken zich behoorlijk druk over de beloningen van bestuurders en commissarissen. En juist op dat punt schiet men nog tekort. Het gaat er dus niet om waar deskundigen als Paul Koster zich druk over maken. Het zou de transparantie ten goede komen als men ook informatie verstrekte op gebieden waar de aandeelhouders en de klanten zich druk over maken.
De directeur van de organisatie waar ik werk, verzuchtte ooit dat hij niet meer wist hoe hij alle werknemers van voldoende informatie kon voorzien. Hij had zo langzamerhand werkelijk alles geprobeerd: iedereen kreeg het jaarverslag toegstuurd, iedereen heeft het missie en visieplan ontvangen, er waren tal van informatieve bulletins bedacht en met regelmaat werden er informatieve bijeenkomsten georganiseerd. Toch wordt door veel werknemers nog steeds geklaagd dat men te weinig weet van de organisatie. Men heeft het gevoel niet het onderste uit de kan te krijgen. Hoe kan dat als de organisatie voor bijna 100% voldoet aan de eisen om gegevens transparant te maken?
Zijn de cijfers uit jaarverslagen relevant genoeg? Mits juist opgesteld geeft dat inderdaad inzicht in de resultaten. Maar geeft dat ook kennis over hoe die resultaten zijn bereikt? Een voorbeeldje uit eigen praktijk: de organisatie bood de gemeente een nieuw produkt aan maar kreeg de benodigde subsidie niet. In het jaarverslag gemeld dat de gemeente voor een concurrerende instelling had gekozen. Er werd verder niet vermeld hoe en wat men precies had gedaan om de subsidie in de wacht te slepen. Hoe zat het met de kennis van de markt, wat stond er precies in de subsidie-aanvraag, klopte de timing en wat is er tijdens de onderhandelingen aan de orde geweest? Het missen van de subsidie leidde tot de afbouw van het project. De betrokken medewerkers en hun cliënten wisten niet meer dan dat de subsidie was misgelopen. Als het eenmaal fout is gegaan dan helpt meer informatie achteraf ook niet meer. Dus waarom zou die dan gegeven moeten worden?
Die informatie had natuurlijk tijdens het hele proces gegeven moeten worden, maar zelfs achteraf had het nog kunnen bijdragen aan het begrip over de ontstane situatie. Niets van dat alles met als gevolg: een ontevreden gevoel bij de betrokkenen en zelfs enig wantrouwen over de informatieverstrekking.
Transparant ben je pas als je ook het achterste van je tong durft te laten zien. Transparantie wint ook aan kwaliteit als je niet alleen de informatie prijs geeft die de bestuurders en commissarissen zo belangrijk vinden, maar ook volledige openheid geeft naar aanleiding van vragen die er bij je aandeelhouders, medewerkers en klanten leven.
De code Tabaksblat werkt. Als een papieren tijger. De eerder genoemde Paul Koster zei gisteren dat “de code Tabaksblat een levende code is, die kan worden aangepast”. Kijk, da''s mooi. Na drie jaren papieren ontwikkeling, kan die code de komende drie jaar dus aangepast worden aan de praktijk: de vragen die er opkomen, naar tevredenheid van de vragenstellers beantwoorden.