Tagarchief: boeren

Strijd tegen de verlichting.

Lichtstal Boeren tasten in het duister. Niet letterlijk, maar dat gaat er wel van komen. Dat zit zo.

Het is nog maar kort geleden dat wetenschappers ontdekten dat een koe gelukkiger wordt van
meer licht. Zo’n 16 uur per dag licht maakt een koe zo blij, dat de melkveehouder snel aan zijn melkquotum zit. De lichtstal doet zijn intrede. Prima verlichting en omdat er vaak halfopen wanden inzitten, straalt het platteland alsof het de Westlandse kassen zijn.

Nog korter geleden, gisteren om precies te zijn, werd aan een Friese gedeputeerde de onderzoeksresultaten overhandigd, waarin adviezen werden gegeven om
lichthinder te beperken. Eén van de tips: Doe het licht in de stallen vroeg in de avond uit.
Krijgen we dan weer ongelukkige koeien, met het risico van een karnemelkoverschot? Nee, stellen collega’s van de meer verlichte onderzoekers, zes tot acht uur donkerte is nodig om de koe een gezond ritme te geven. Da’s goed voor allerlei belangrijke processen in het beest. De rest van de dag is het licht weer belangrijk voor de groei, de vruchtbaarheid en de melkproductie.

Het kan dus met minder licht. In ons land is het in deze tijden wel langer donker dan zes tot acht uren. In de winter kan het wel 15 uren donker zijn. Dan zijn de resterende 9 uren licht niet genoeg, voor de aanhangers van de theorie dat een verlichte koe een gelukkige koe is.
Maar ook de stelling dat 8 uren donkerte een koe aan een gezond bioritme helpt, voorkomt niet dat er dan nog 7 uren bijgelicht moet worden.

Waar in andere delen van de maatschappij de Verlichting al lang is afgezworen, kom je er op het platteland niet zo makkelijk van af. De Friese gedeputeerde Konst weet wel dat ook Friese burgers last hebben van verlichting. Om te voorkomen dat hij zijn zetel in maart moet afstaan aan politici met duistere plannen, werpt hij zich op als strijder tegen de verlichting. Tegen lichtoverlast om precies te zijn.

Daarbij toont hij zich een man van deze tijd. Niks regelgeving, geen sturing met vergunningen. Nee, een gedragscode regelt het wel. De lichtuitstoot is zo gering, dat je er geen wetgeving op los moet laten, vindt de gedeputeerde.
Als dat klopt, waarom dan wel een duur onderzoek? Omdat de boer in het nauw zit. Teveel burgers om zich heen die maar last hebben van al dat licht. Daar zitten ook mensen tussen die zich zorgen maken over het ontregelde bioritme van de overige natuur. Zoveel hebben we daar niet meer van, dus dat moet je een beetje met rust laten.

De boer tast dus in het duister. Is hij nou boer of landschapsbeheerder? Is hij nou melkproducent of beschermheer van de ongerepte natuur? En moet het licht nu uit, of moet het aan?
De boer zal blij zijn met de gedragscode. Gedragscodes zijn geheel naar eigen inzicht op te stellen en naleven loopt zo’n vaart niet. Zoveel heeft de boer wel van de bankier geleerd.

Met welke prestaties maak je bezuinigingen ongedaan?

Boerenmelk Boerenland wordt onder water gezet. Uit landsbelang. Boeren zetten land onder melk. Uit eigen belang. Welke van de twee is de grootste maatschappelijke prestatie?

Een overheid zit natuurlijk niet te wachten op protesterend volk. Met de beloofde 3000 man extra politie knuppel je dat zo weer van het Malieveld af, maar zulke taferelen leiden alleen maar tot imagoschade. De overheid wil twee dingen: 18 miljard bezuinigen en 0 imagoschade.
Naast vervelende bezuinigingen komt de overheid dan ook graag op voor bevolkingsgroepen die het toch al zo moeilijke hebben. De boeren bijvoorbeeld.

Het maatschappelijk belang van de Nederlandse boer wordt steeds kleiner. Dat wil zeggen: als het om hun oorspronkelijke functie gaat. Elk nadeel heeft een voordeel. Als een boer minder voort moet ploegen, houdt hij tijd over voor maatschappelijke prestaties. Dat is dus niet het volk voorzien van boter, kaas en eieren. Maar, bijvoorbeeld, landschapbeheer. Goed voor de natuur in het algemeen en de biodiversiteit in het bijzonder.
Afgelopen vrijdag klapte het kabinet uit de ministerraad: De bestaande directe betalingen aan de boeren moeten doelgerichte betalingen worden. Agrariërs worden dan beloond voor prestaties op het gebied van milieu, dierenwelzijn of landschap- en waterbeheer.

Bedoeld wordt dat de Europese subsidies om de boerenstand overeind te houden, direct gerelateerd worden aan maatschappelijke prestaties die juist boeren zouden kunnen leveren.
Maatschappelijke prestaties zijn bijdragen die worden geleverd aan maatschappelijk relevant geachte zaken en tot het werkterrein van een bepaalde sector kunnen worden gerekend. Zo is verbetering van de leefbaarheid van wijken en buurten een maatschappelijke prestatie die woningbouwcoörporaties kunnen leveren. Banken die niet investeren in wapenhandel of door kinderarbeid gedreven industrieën, maar juist in handel die zulke zaken vermijden, leveren daarmee ook een maatschappelijke prestatie.

Het kabinet wil een beloning voor maatschappelijke prestaties van boeren, begin het persbericht uit de ministerraad. Bij het woord ‘beloning’ denk je aan iets extra’s. Dat is hier dus niet het geval. Een deel van de al bestaande subsidies, moeten verstrekt worden als boeren een maatschappelijke prestatie leveren. Een andere manier van compenseren.
Er is land nodig om waterbuffers te creëren, anders krijgen we te vaak en te veel natte voeten. Dan wordt natuurlijk niet de stad onder water gezet, maar hele lappen boerengrond. De boer die daar zijn land voor vrij geeft mag dus ‘beloond’ worden, vindt het kabinet.

Mooi idee, waar wel meer mee kan. Voorbeeldje. Mijn werk bestaat eruit de overlast veroorzakende daklozen van de straat te houden en ze te resocialiseren. Dat is aardig gelukt de laatste jaren, maar er dreigt flink de klad in te komen dankzij gaande en komende bezuinigingen. Nu kan ik aantonen dat we de overlast duurzaam hebben teruggedrongen en dat veel daklozen inmiddels ook even duurzaam een maatschappelijk relevante dagbesteding uitvoeren (uw parken en stoepen waren nog nooit zo schoon). Kunnen we nu een beloning krijgen voor deze maatschappelijke prestaties?

Drie vliegen in één klap. De reeds behaalde doelen kunnen we verbeteren en het voorkomt ontslag van collega’s, waarmee we een bijdrage leveren aan de werkgelegenheid.

Kijk, zo maak je bezuinigingen weer ongedaan. Iemand nog meer ideeën welke maatschappelijke prestaties een beloning verdienen?

Boercode

Boerencode En de boer hij ploegde voort. De bekende regel uit de Ballade van den boer (1935) van J.W.F. Werumeus Buning, blijft opgaan voor de laatste boeren die Nederland nog heeft.

Vechtend voor hun bestaan klampen ze zich aan elke strohalm vast, om hun zo nobele werk voort te kunnen zetten. Natuurlijk voor een zo goed mogelijk inkomen.
Zo’n strohalm is de “Boercode”. Een code op producten in de supermarkt, waarmee je kunt aflezen van welke boer een agrarisch product komt, hoe het is gemaakt en hoe het in jouw supermarkt terecht is gekomen.

Da’s leuk voor de nieuwsgierige consument, maar het verbetert de relatie tussen de supermarkt en de boeren niet. Die twee partijen zijn in een continu gevecht over de prijs die grootgrutters aan de boeren willen betalen. De boeren proberen van alles om nog een beetje redelijke prijs te krijgen, maar als ze de krachten bundelen, krijgen ze een
bezoekje van de NMa (Nederlandse Mededingingsauthoriteit). Dat zie je niet gebeuren bij Albert Heijn, die de krachten al zo gebundeld heeft dat hele stadsdelen blauw ziet van hun toko’s.

Daar valt wat aan te doen, hebben de boeren bedacht. Misschien kun je over enige tijd de boercode vinden op producten die in de schappen liggen van
de Boerensuper.
De stedeling die het er wel eens op waagt en wat rondwandelt of fietst op het pittoreske platteland, zal ongetwijfeld de bordjes bij boerenerven hebben gezien, waar eitjes of bloemkolen werden aangeprijsd. Misschien heeft die stedeling het zelfs aangedurfd een zakje aardappels te kopen.

Dat schiet niet op. De LTO (Land- en Tuinbouw Organisatie) gaat investeren in supermarkts waar de boeren hun waren voor een betere prijs af kunnen zetten. Het door Foodlog-redakteur Dick Veerman zo gepromote idee, heeft tot doel de lijn tussen producent en consument zo kort mogelijk te houden.
In de Boerensuper vind je alleen producten uit de directe omgeving en alles is vers. Verder geen wasmiddelen en wc-papier.
Door alleen verse waar te verkopen, denken de boeren er meer aan te kunnen verdienen. Onder andere omdat er geen kosten worden gemaakt om bijvoorbeeld die wasmiddelen de winkel in te krijgen.

Voor een kleine 30 miljoen euro zouden er al tien van die Boerensupers opgericht kunnen worden. Dat geld zou door boeren en betrokken burgers bij elkaar geraapt kunnen worden, denkt Dick Veerman.
Dat zullen dan de burgers in de agrarische gebieden zijn. De randstedeling zie ik niet zo gauw elke week naar Overijssel rijden om de groenten en aardappelen in te slaan. In Amsterdam is er wel een winkel die verse waar direkt van boeren zegt te betrekken, maar daar denken ze op Foodlog toch wat anders over: het is geen boerensuper, maar de knuffelsuper voor de grachtengordel.

De consument wordt van zulke informatie niet wijzer. Wanneer levert een winkel nou de spullen, waarvan een bewuste koper de herkomst en productiewijze wil weten?
Mits de informatie erachter klopt, is een code op producten, waarmee je met je mobieltje of op internet het verhaal erachter kan vinden, voorlopig nog het meest ideale idee.
En verder vrees ik dat de laatste boeren het breed moeten blijven zoeken. Of, om de dichter te parafraseren: en de boer, hij zocht voort.

Noot: hier meer over de dichter van de Ballade van den boer.

Boeren pas duurzaam, als burger betaalt.

Boeren pas duurzaam, als burger betaalt De overheid nog teveel wetten, vinden sommigen. De overheid moet wel afslanken en zich niet als een despoot gedragen. Dus is het een trend geworden geen wetten te maken, maar burgers en bedrijfsleven te vragen zichzelf te reguleren. Gevolg: bijna net zoveel beroeps- en gedragscodes op, als er wetten zijn.

De boeren doen het nog wat zuinigjes aan. Het zit er voorlopig niet in dat veehouders zichzelf een duurzaamheidscode opleggen. Uit een
onderzoekje van het LEI (Landbouw Economisch Instituut) en de Wageningen Universiteit, blijkt dat boeren erg hechten aan hun eigen vrijheid. Dat verhindert wel dat de beroepsgroep maar moeizaam tot een beroepscode voor duurzaam ondernemen kunnen komen, stelt het LEI.

Moet dat dan? Misschien wel, want burgers zouden steeds meer kritiek hebben op de manier waarop boeren met dierenwelzijn en milieu omgaan. Als de boeren nou zichzelf eens reguleren, ontsnappen ze misschien aan betutteling en bemoeizucht van de overheid.
Die burgers moeten niet zeuren, zeggen de boeren. Burgers zeggen wel het dierenwelzijn belangrijk te vinden, maar ze gedragen zich daar ook niet naar.

Zo zijn burgers niet voldoende bereid meer te betalen voor duurzaam varkensvlees of bio-groenten. Dat hebben ze al onderzocht op
de Rijksuniversiteit Groningen. De gemiddelde consument wil hooguit 6% meer betalen voor een duurzaam landbouw- of veeteeltproduct. Daar schieten de boeren weinig mee op, omdat zulke producten vaak 10 tot 14% meer kosten.
Het LEI stelt dat een dialoog met de samenleving erg nuttig kan zijn, zodat boeren en burgers elkaar beter begrijpen en de boeren tot goede zelfregulerende codes komen.

De kip-of-het-ei vraag: Wie moet nu wie reguleren?
Zijn dat de burgers? Als die massaal kiezen voor duurzaam geproduceerde landbouw- en veeteeltproducten, dan laten ze de boeren geen andere keus dan met verantwoord spul te komen.
Of zijn het de boeren? Als zijn consequent duurzaam produceren, dan heeft de burger geen andere keus.

Motieven emigratie

Motieven emigratie

Ruim 4,24% van de Nederlanders denkt er wel eens over te emigreren. In werkelijkheid maakt jaarlijks zo'n 0,76% die stap ook echt. Volgens het CBS hebben vooral jongeren emigratieplannen.

Op een bevolking van ruim 16,5 miljoen merk je daar natuurlijk weinig van. Slechts lokaal merken krimpende agrarische gemeenten wel eens dat er weer een paar boeren zijn geëmigreerd. Of zien universiteiten hun uitgezonden jonge wetenschappers niet meer terug, omdat ze hier te weinig perspectief zien. En talentvolle jongeren vertrekken omdat ze moeizaam aan de bak komen en last krijgen van wat Wilders hier aanricht.

Altijd zonde, die braindrain en teruglopende boerenstand. Het CBS vroeg waarom mensen emigratieplannen maken. Werk komt dan op de tweede plaats. Veel vaker wordt ruimte, rust, stilte of natuur als motief genoemd.
Andere, veel lager scorende motieven zijn: familie/vrienden, belastingdruk, culturele regels bevallen niet, verloedering/criminaliteit, opleiding of Nederland is te vol.

Vooral jongeren willen wel weg. De wat groeiende groep ouderen wil weg om motief numero 1: ruimte, rust, etcetera. Dertigplussers binden het hier veel te druk en dromen van een relaxed bestaan in België, Frankrijk, Spanje of Suriname.
Jongeren willen hun ding nog doen en dan in landen waar ze meer kansen hebben of krijgen dan hier.

Als die motieven in de werkelijke emigratiecijfers een stijgende trend gaan worden, krijgen we een land waar de vergrijzing zich verplaatst naar het buitenland en de jongeren ontbreken om nog wat van het land te maken. De dure plannen voor dijkverzwaring en neo-Deltaplannen kunnen de kast in. Een leeg land kun je zonder problemen vol laten lopen.

Na rust & ruimte, scoort eigenlijk het wonderbaarlijke “overige redenen” erg hoog. Bij vrouwen komt dat op de 2e plaats, bij mannen op de 3e, na werk. Wat die overige redenen dan zijn, lezen we bij het CBS niet.
Het moet een bont scala aan zulke persoonlijke motieven zijn, dat ze statistisch niet het vermelden als categorie waard zijn. Maar omdat het bij elkaar weer wel een grote greoep vormt, ben ik toch wel nieuwsgierig naar die overige motieven. Als je een idee hebt, laat het hier dan weten.

Opvallend aan emigratieplannen en werkelijke emigratie is, dat mensen naar landen vertrekken waar evenveel op aan te merken valt, als op Nederland. Met de politiek, milieu en veiligheid is overal wel wat mis.
Werken kan je overal wel, zeker in landen waar ze in Nederland opgeleide mensen goed kunnen gebruiken. En rusten in ruimte kan zeker in bijna elk land, behalve Nederland.

Daarom is het jammer dat het CBS niet meer vertelt over de keuze-landen. De werkelijke emigratiecijfers zeggen daar wel iets over. België en Duitsland, lekker dicht bij huis, zijn populair. Spanje en Frankrijk horen bij de middenmotors en Canada en Suriname vind je bij de hekkensluiters in het rijtje doellanden.

Zelf heb ik ooit een gedacht dat Toscane (Italië) een plek was, waar ik zou kunnen leven als ik werkelijk over emigratie zou denken. Ik dacht daarbij niet een aan werk, wel aan rust en ruimte. Maar ook het klimaat, de vriendelijke mensen, het heerlijke eten en het relaxte atmosfeertje spraken mij het meeste aan.

Denk jij ook wel eens over emigratie? En zo ja, welk land heeft jouw voorkeur dan en waarom?

De toestand in de polder (41)

Lees meer bij de NOS

Minister Verburg: “Oh? Eens even bij mijn collega's informeren wat ze dan verdiend hebben als campinghouder, zorgboer, bed and breakfastboerin en landschapsbeheerder”.

Lees meer bij Nu.nl

Boer: “Ha! Wil Verburg weten wat ik verdien als landschapsbeheerder? Laat ze eerst eens helpen schoffelen. Ik kom aan het melken van de koeien niet meer toe!”

Lees meer bij New Beauty

Minister Klink: “Ah! Daar hoeven de mensen dus niet voor naar de apotheek, naar naar de boer. Bespaart aanzienlijk op de medicijnkosten”.

Lees meer bij het NRC

AH!: “Ja, om de moordende concurrentie het hoofd kunnen bieden, zijn we genoodzaakt de brandnetelthee in de aanbieding te gooien En nee, daar heeft de boer niets over te zeggen. Verkoopt-ie het niet dan mag-ie het houden”.

Lees meer bij Ned. Vakbond Pluimveehouders

Boer: “Oh? Is het kabinet daar zelf dan niet slim genoeg voor? En wie luistert er tegenwoordig nog naar boerenwijsheid?”