Tagarchief: buren

Internet is je buurman niet.

Buren Op zoek naar ander werk, lees ik wel wat meer dan alleen vacatures. Zo ook een artikel over werkgevers, die sollicitanten natrekken op het internet. Opvallende quote: “Gebruik als richtlijn dat je alleen vertelt wat je ook aan de buren zou vertellen. Dat is voor veel mensen een stuk minder dan dat ze nu op internet achterlaten”.

Het artikel
op VKbanen, wijst er op dat alles dat je op het wereldwijde web slingert, tegen je gebruikt kan worden. Vandaar het advies op je, bijvoorbeeld, je weblog alleen zaken te zetten, die je ook met je buren deelt. Met mijn buren gaat de mededeelzaamheid niet verder dan een enkel goedemorgen of goedenavond. Dat moet dus geen probleem zijn. Ook niet voor al die twitteraars, die amper meer dan de groeten doen.
Maar stel je bent op zo’n goede voet met je buren, dat je rustig alles kan bespreken wat in je opkomt. Ik neem aan dat je dan wat voorzichtig moet zijn met dat advies. Dat geldt natuurlijk helemaal in het geval van burenruzie. Ik kan me één van de kandidaten voor de Blogparel herinneren, wiens relatie met de buren met een uitgebreid %$%$#@@#! verwoordde. Zou hij kans maken op een baan?

Natuurlijk is er ook voor zaken rond solliciteren een gedragscode bedacht. Helemaal bij de tijd, want de internetsporen achterhalen van een kandidaat zijn hierin geregeld. Nou ja, geregeld? In artikel 1.1 van die de sollicitatiecode staat: “De sollicitant en de arbeidsorganisatie zijn zich er van bewust dat beschikbare informatie van open bronnen, zoals internet en informatie via derden verkregen niet altijd betrouwbaar is”.
Dat lijkt me genoeg. Wie zich aan deze bepaling serieus neemt en toch het internet afstruint, zou elke gevonden informatie moeten controleren op de betrouwbaarheid en da’s een hoop extra werk. Doe het dan maar niet.

Toch blijken steeds meer werkgevers het niet te kunnen laten, volgens het VKbanen-artikel. Geen probleem, als het maar fatsoenlijk gebeurt en wel volgens artikel 3.2 van de sollicitatiecode: “Externe bemiddelingsbureaus en arbeidsorganisaties die gegevens van vacaturesites/internet halen, dienen bij gebruik hiervan in databases of voor bemiddelingsdoeleinden de betrokkene hiervan in kennis te stellen”.
Geen woord over werkgevers die zelf informatie over kandidaten bij elkaar zoeken. Weer zo’n lik-me-vestje code dus. Zou deze kritische noot nu een belemmering kunnen zijn, als ik een baantje bij de Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement & Organisatieontwikkeling wil? Deze NVP heeft namelijk die sollicitatiecode opgesteld.

Het enige interessante in het artikel is de opmerking dat het mogelijk zou moeten zijn informatie weer van het internet te verwijderen. Dat is namelijk erg lastig. Op Europees niveau is er een wetsvoorstel in voorbereiding om dat eens goed te regelen. Elke organisatie die op de een of andere manier aan internetbeheer doet (hostingproviders, Google en andere zoekmachines) zouden verplicht moeten worden informatie te verwijderen als de opsteller daarvan er om vraagt. Het idee van het 'vergeetrecht' op internet kan wel op goedkeuring van de Eerste Kamer rekenen.

Je kan natuurlijk ook alle tips opvolgen die over het ‘ontgooglen’ te vinden zijn, maar de meeste adviseurs benadrukken wel dat je beter eerst goed kan nadenken voor je iets op het internet smijt. Dat lijkt mij een advies dat in alle situaties aan te bevelen is, maar dat is niet te doen. Wie denkt er nou bij alles eerst na? Zo zitten mensen niet in elkaar.
Wat mensen ook gemeen hebben met elkaar, is dat niemand het leuk vindt als er stiekem in zijn spulletjes wordt geneusd. Bij sollicitaties zou eigenlijk wettelijk geregeld moeten zijn dat internetonderzoek alleen met toestemming van de sollicitant is toegestaan. Ik geef toe dat niet te controleren is of een vacatureaanbieder zich daar ook aan houdt, maar mocht hij daar toch op betrapt worden dan is er tenminste een gang naar de rechter mogelijk om verhaal te halen.

Nog beter is natuurlijk dat niemand met anderen dingen uitspookt, die hijzelf ook niet wil ondergaan. En verder moeten we daar niet al te moeilijk over doen. Als ik vieze mopjes op het internet verspreidt, dan ben ik blijkbaar een vunzig type. Er zijn vast even vunzige werkgevers, die dat een aanbeveling vinden.

Reik de tuinen uw hand

Reik de tuinen uw hand De overheid heeft het maar druk met de verloedering. De normen en waarden hebben ze aardig op peil, de jeugd onder curatele van Rouvoet's buro, hele wijken worden krachtig prachtig. En dan ineens gooien tuinen roet in het eten. Geen nood, deze regering weet ook dat kordaat aan te pakken. Met een handreiking.

Een handreiking is een mooi voorbeeld van gewenst burgermansfatsoen, hoewel dit begroetingsritueel soms ook aan verloedering onderhevig is. Je hebt mensen die kieskeurig zijn een hand te schudden, omdat een of ander religieus voorschrift de Mexicaanse griep al eeuwen geleden voorzien had. En je hebt mensen die een hand pakken om niet het bewuste lichaamsdeel, maar de mens erachter eens flink te schudden.

Toch hecht de regering aan de handreiking. De nieuwste heet Handreiking Aanpak Verloederde Tuinen. Er zijn namelijk tuinen die de leefbaarheid in de wijken teniet doen, zo stelt het ministerie van VROM. Met de handreiking kunnen gemeenten en woningcorporaties deze ergernis tegengaan. Bijvoorbeeld door gesprekken te voeren, lezen we op de website van VROM.

Mensen die een tuin hebben, weten wel wat een karwei het is die een beetje in het gareel te houden. Dat groeit en bloeit maar en je kunt er tegen praten wat je wilt, het is aan dovenetelsoren gericht.

Ik ben blij nu nog maar één stukje tuin te hebben. De voortuin is lang geleden door de overheid in beslag genomen. Niet wegens verloedering, maar omdat de overheid de grond voor eigen gebruik nodig had.
Ik moet zeggen dat de overheid meteen maatregelen trof om mogelijke verloedering tegen te gaan. De grond werd geasfalteerd en daarna vrij gegeven aan het verkeer. Elk sprietje dat nog de kop op steekt uit een enkel scheurtje, wordt genadeloos platgereden.

Maar de achtertuin is een probleem. Eerst was die volgezet met wat struiken die CO2 afvangen, plus nog wat zuurstofgevende gewassen. Dat was niet naar de zin van de buren. Hun strakgemaaide grasveldjes hadden te lijden onder overgewaaide zaadjes uit onze planten. Eenmaal geland op het gras van de buren, begonnen die te groeien en te bloeien en dat was tegen de natuur van de buur.

Praten hielp niet, want de buren dreigden naar de rechter te gaan. Omdat we de opvattingen van de rechter betreffende tuinonderhoud niet kenden, kozen we voor een andere aanpak.
Eigen groente en fruit kweken. We hadden de nodige kassen amper opgebouwd of daar stond de buurman aan de deur met een volledige welstandscommissie bij zich. De kassen moesten afgebroken worden. Zo gezegd, zo gedaan. Waarop de buren klaagden over het uitzicht. Het leek wel een stortplaats voor bouwafval.

Toen maar het voorbeeld van de gemeente gevolgd. De hele tuin geasfalteerd. En net toen we, met een feestelijke opening, het hek ontsloten om het verkeer er over te laten razen, stond de VROM-inspectie in de tuin. “Mogen wij u een handreiking doen?”, klonk het minzaam. Wij waren natuurlijk niet te beroerd om ook van die kant de felicitaties ontvangst te nemen.
“Nee, u krijgt van ons de Handreiking Aanpak Verloederde Tuinen”, sprak de inspecteur. Een nog grotere verrassing, dachten wij. Een prijs van de overheid voor onze voortvarende aanpak om de verwilderding van de tuin definitief te beëindigen?

Helaas. We zijn de komende jaren zoet met het afbetalen van de boetes en de laatste rekening van de hovenier. Die heeft goedgekeurde gewassen grindtegels gelegd, waarop een aantal potten met goedgekeurd groen staat. Met behulp van een door de gemeente gesubsidieerde kunstenaar ziet het er wel heel artistiek uit.
De buren vinden het prachtig. We horen, behalve hun kinderen en hun muziek, niets meer van ze.