Tagarchief: charitas

Honger update: We zijn er bijna

giro 555Na eerdere artikeltjes op dit weblog en op Geen Commentaar, wordt het eens tijd te kijken hoe de inzamelingsactie voor de Hoorn van Afrika er nu voor staat. De SHO stelt dat er 1,1 miljard euro nodig is. Vandaag werd bekend dat de Afrikaanse Unie 263 miljoen euro doneert. Wat heeft Nederland tot nu toe gegeven?

Het kabinet stelde 5 miljoen beschikbaar en op giro 555 staat de teller op moment van dit schrijven op 23.579.680 euro. Nederland geeft dus ruim 28,5 miljoen euro.
De EU doneerde 175 miljoen, de VS gaf 75 miljoen. België deed met 4 miljoen mee en de Wereldbank trok 350 miljoen tevoorschijn. Met al deze bedragen zijn we nog dik 204 miljoen euro verwijderd van die 1,1 miljard euro.

Per hoofd van de bevolking hebben Nederlanders nu 1,34 euro aan giro 555 geschonken. Als alleen de Nederlanders het gat naar de 1,1 miljard euro zouden vullen, dan is er per hoofd van de bevolking ongeveer 12,25 euro nodig (de bevolkingsteller staat op 16.692.292 mensen). Een pas getrouwd stel zou dus 24,50 euro op moeten hoesten en een 4-persoons gezin 49 euro.

Vorig jaar werd er 27,86 euro per hoofd van de bevolking uitgegeven aan sinterklaaskadootjes. Het gehuwde stelletje gaf dus dik 55 euro uit en dat gezin was ruim 111 euro kwijt.
Het zou niet onaardig zijn als sinterklaas dit jaar wat vroeger in het nieuws komt dan gebruikelijk.

Sinterklaasprimeur.

Sint Even ander belangrijk nieuws. Ik weet ook wel dat men nu in andere delen van de wereld hoopt op de goedgeefsheid van medewereldburgers. Of dat nou uit mentale of concrete steun bestaat, het is allemaal welkom. Maar daar moeten ze toch even op wachten.

Al heeft de protesterende bevolking en de
Arabische Liga een no-fly zone boven Libië op het verlanglijstje staan, de internationale gemeenschap kan maar niet beslissen wat men de Noord-Afrikaanse en Arabische landen kado zal doen.
Het Nederlandse kabinet zit nog te wachten op het verlanglijstje van Japan, zoals ik gisteren hier schreef. De Japanners zullen eerder wat hebben aan de goedgeefsheid van de Nederlandse burgers. Een nationale hulpactie zal er nog wel van komen. De opbrengst natuurlijk verdubbeld door de overheid. Die verdubbeling zal deze keer lager uitvallen, want de VVD zit in de regering.

Herinnert u zich Haïti nog? Na de aardbeving kwamen burgers, bedrijven, verenigingen, gemeenten en provincies over de brug. Het Rijk verdubbelde de uiteindelijke opbrengst. En wat
zei de VVD toen? “Zo wordt collectief geld verdubbeld, en dat is niet de bedoeling”. De VVD was het niet eens dat de gulle gaven van provincies en gemeenten weden meegerekend bij Rijk’s verdubbelaar.
De VVD is, onder leiding van Rutte en trawanten, bezig de lokale overheden flink in te krimpen, dus de Japanners zullen deze keer blij moeten zijn met wat minder hulp.

Moeten al die mensen in de rampzalige gebieden wachten op een wonder? Want een ding is duidelijk: Nederland, althans het kabinet, is Sinterklaas niet. Niets wordt zomaar weggegeven. Het kabinet doet alleen wat kado, als het wat oplevert. Het foutje in Libië, waardoor Nederlandse militairen even in de knel zaten, is goed afgelopen. Het kabinet heeft geen concessies aan Libië gedaan, maar wel de helikopter kado gegeven. Netto-resultaat: de militairen zijn gelukkig weer terug en Gadaffi heeft er een machine bij om zijn burgers vanuit de lucht neer te maaien.

Bij zoveel ellende wil een mens weten of er nog ander belangrijk nieuws is. De Stentor, de krant voor oostelijk Nederland, heeft
de sinterklaasprimeur te pakken. Lang voor de gulle gever het nieuws zal domineren, geeft de Stentor het eerste sintbericht van dit jaar weg.
Deventer was de enige stad waar de Sint pas op 5 december zijn intrede deed. Jarenlang heeft men de traditie hoog gehouden niet aan de malligheid mee te doen al weken van tevoren de kinderen op stang te jagen met de aanwezigheid van de goedheiligman. Aan die traditie komt dit jaar een einde. Onder druk van de publieke opinie laat het welkomstcomité de vijfde december vallen, als enige juiste datum.

Neem er kennis van en ga weer over tot de orde van de dag.

Ministerraad beeft mee.

Japan De vrijdagse ministerraad eindigt meestal met een persconferentie waar de premier uit de losse pols al wat van de notulen prijsgeeft. Of hij stuurt zijn plaatsvervanger, als hij zijn bezigheden buitenshuis heeft. Maar hij is niet de enige, die uit de ministerraad klapt. Vaak zijn er nog wat ministers of staatssecretarissen die ook nog wat toe te voegen hebben. Vandaag leek het wel of bijna het voltallige kabinet er op los kakelde.

Verhagen mocht namens Rutte verklaren dat hij
geschokt was door de ramp in Japan. We begrijpen de goede bedoelingen, maar hoe groot de kracht op de schaal van Richter ook was, het kabinet kan niet echt geschokt zijn. Bedroefd, jawel. Geschrokken, zeker. Ontdaan, natuurlijk. En dat Rutte zijn medeleven toont, prima. Maar medebeven?

En dan de snelle reacties van andere leden van het kabinet. Minister
Schultz van Haegen biedt de pompen en expertise van haar Rijkswaterstaat aan. Niet dat ze wat aan pompen hebben, zegt ze, maar wij zijn wel experts in watermanagement. Dat weten de Japanners heus wel, dus als ze er om vragen, reizen we af.
Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) staat ook in de startblokken. Klaar om hulpteams te sturen, als Japan daar om vraagt. En wat doet Japan? Die vraagt eerst hulp van de V.S. Of men de in Japan gelegerde militairen aan het werk wil zetten, a.u.b.

Minister
Hillen van Defensie vond het spectaculaire maar verschrikkelijke beelden. Geen woord over gereed staande helikopters die Japan in zullen vliegen om mensen uit de rampgebieden te redden. Daar heeft hij natuurlijk vrij recent vervelende ervaringen mee.
Minister van Buitenlandse zaken, Rosenthal, vindt het vanzelfsprekend aan Japan te vragen waar we het land mee van dienst kunnen zijn.
Minister van Financiën, De Jager, had als eerste door dat Japan niet meteen hulp van Nederland zal vragen. Er zijn nog geen verzoeken binnengekomen, zei hij, maar “we zullen zien wat we eventueel kunnen doen en daarover eerst contact opnemen met de Japanse autoriteiten”.

Zoveel ministers hebben we niet aan het woord gehad, toen duidelijk werd welke ramp zich in Libië voltrekt. Zoveel bereidheid hulp te geven ook niet. Nederland en de internationale gemeenschap worstelt met Libië meer, dan met Japan.
Historisch gezien niet vreemd. Natuurrampen hebben altijd al zoveel tot de verbeelding gesproken, dat ze meer hulp genereerden dan andere rampen. Naar aanleiding van de aardbeving in Haïti, schreef ik vorig jaar dat de Nederlandse charitas gemiddeld zo’n 22 miljoen euro waard is. Burgers en overheid tastten het vaakst en het diepst in de buidel bij aardbevingen en overstromingen. Aan armoede en honger geven we ook wat minder en aan de gevolgen van oorlogen nog iets minder (zie uitgebreid overzicht in dit exceldocument).

Wat oorlogen betreft, gaat de gulheid natuurlijk naar de slachtoffers. Slechts één keer is er geld gegeven aan democratisering. In 1994 bracht de actie ‘Geef Zuid-Afrika een eerlijke kans’ 1,7 miljoen euro op. Een bijdrage om de eerste, echt vrije verkiezingen een handje te helpen.
Maar er waren ook wel acties die hulp boden bij situaties die enigszins vergelijkbaar zijn met de ontwikkelingen in de Noord-Afrikaanse en Arabische landen. In 1969 werd er geld ingezameld voor de slachtoffers en vluchtelingen, die de dupe waren van de oorlog die ontstond toen Biafra onafhankelijk wilde worden van Nigeria. In 1972 werd hulp geboden, toen er na de onafhankelijkheidsverklaring van Bangladesh een vluchtelingenstroom op gang kwam.
In 1989 viel de dictatuur in Roemenië en we boden hulp bij de economische malaise die er op volgde. Verder is er ruimhartig gedoneerd voor slachtoffers van diverse burgeroorlogen in Afrika en op de Balkan. Zie ook dit
exceldocument met een overzicht van hulp bij (burger-)oorlogen.

Op dit moment is de hulp aan vluchtelingen uit Tunesië en Libië maar magertjes. De tsunami van democratiseringsbewegingen spreekt blijkbaar minder tot de verbeelding, dan echte tsunamis.
De Japanners kunnen op mijn geld rekenen. Maar waar kan ik ook geld storten voor hulp aan de burgers in Noord-Afrika en Arabië?

Nederlandse aalmoes gemiddeld 22 miljoen waard

Nederlandse aalmoes gemiddeld 22 miljoen waard Trots meldde RTL dat de inzamelingsactie voor Haïti nu op de 2e plaats staat van de ranglijst hulpacties sinds 1988. Maar Nederland heeft al veel langer een filantropische mentaliteit, die ruimhartiger blijkt dan aan de zuinige volksaard wordt toegeschreven.

Tuurlijk, er blijven van die lieden die het veel te veel vinden. Zo vindt de VVD dat de Koenders verdubbelaar niet toegepast mag worden op de giften van provincies en gemeenten. “
Zo wordt collectief geld verdubbeld, en dat is niet de bedoeling”, menen de liberalen (zie onderaan gelinkte artikel).

Het is leuk dat RTL de actie op de 2e plaats zet. Een andere ranglijst gaat tot 1951 terug. Ongeveer het jaar waar Nederland definitief de wederopbouw na W.O.II in welvaart begon om te zetten. Ook het jaar waar de eerste grootschalige inzamelingsacties loos gingen.
Keurig in het promotieonderzoek van Pamela Wiepking van de afdeling Filantropische Studies van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een bron waar ik rijkelijk uit heb kunnen putten, voor de rest van dit artikel. Overigens is dat onderzoek, For the love of man, a social study on charity giving (pdf!), ook de moeite waard verder te lezen, om meer te weten over Neerlands liefdadigheid.

In
deze excelsheet kun je zien dat de actie voor Haïti voorlopig nog op de 3e plaats staat. De actie Geven voor Leven (1974), opgezet door het Koningin Wilhelmina Fonds, bracht bijna 93 miljoen euro op en staat daarmee op de 2e plaats.
In de laatste 58 jaren is er 64 gebedeld om uw aalmoes. Met een gemiddelde van zo’n 22 miljoen euro per actie, mag Nederland een gul land heten. Negentien acties scoorden boven het gemiddelde, met als topper de gulheid na de tsunami’s in Azië (2004), de enige actie die meer dan 200 miljoen euro opleverde.
Van de 45 acties die onder het gemiddelde toucheerden, waren er slechts 8 die onder de 1 miljoen bleven steken.

Azië is wel het werelddeel waar het meest aan gegeven is (zie tabblad 3). Met ruim 393 miljoen is dat deel van meer hulp voorzien dan Nederland zelf, dat ruim 299 miljoen opbracht voor allerlei hulpacties op eigen bodem.
Afrika volgt met dik 264 miljoen en de rest van 'we-are-the-wordl' moet het met veel minder doen. Zuid- en Midden Amerika kreeg 130 miljoen, Oost-Europa ontving 124 miljoen uit onze gulle handen.
De ontwikkelingslanden kregen wel 64,7% van alle opbrengsten.

Acties voor werelddelen of regio’s in de wereld leverden altijd wel meer op. Ik heb de inzamelingen die per land zijn vermeld ook even op een rij gezet (tabblad 4 in het exceldocument). Nederland steekt er dan met kop en schouders bovenuit, gevolgd door Haïti. Tot de top vijf horen dan ook nog Kosovo, Rwanda en Turkije.

Heeft de crisis nog invloed op onze gezamenlijke charitas?
Nauwelijks (zie tabblad 5). De laatste 58 jaar is er een fiks stijgende lijn te zien. De 80’er jaren brengen dan minder op dan de 70’er jaren, daarna lijkt de gulheid alleen maar groter te worden.
De fondsenwerving voor goede doelen loopt wel aardig parallel met het zogenaamde consumentenvertrouwen. Rene Bekkers, van de werkgroep filantropische studies, laat in een grafiekje zien (figuur 8 in
dit pdf-document), dat er wel drie uitzonderingen waren. Tijdens de oliecrisisjaren en in de periode 1978 tot 1983, en de periode 1988-1993, daalde het consumentenvertrouwen, maar stegen de inkomsten van de goede doelen fondsen.

De actie voor Haïti laat zien dat we veel meer hebben gegeven, dan ons licht stijgende vertrouwen in de economie deed vermoeden. Natuurrampen spreken wel erg sterk tot de liefdadige verbeelding. Meer nog dan armoede en honger of oorlog (zie tabblad 6).

Bij overstromingen wordt dieper in de buidel getast dan bij aardbevingen. Dat zal dan wel met onze historische band met het water te maken hebben.
Opmerkelijk feitje: In 1809 had Nederland weer eens flink last van het water. Lodewijk Napoleon kon de ellende niet aanzien en organiseerde een nationale collecte, die ruim
1 miljoen gulden opbracht. Een erg hoog bedrag voor die tijd. En dat zonder televisie.