Tagarchief: consumentenvertrouwen

Het is het geld, sufferd!

AntisthenesBloggers tikken niet alleen, ze lezen ook wel eens wat. Zo verdiepte Stroomopwaarts zich in een stukje filosofiegeschiedenis en ontmoette de Griekse cynicus Antisthenes. Die heeft ooit iets gezegd, dat volgens Stroomopwaarts behoorlijk actueel is.

Ik neem het citaat ongevraagd over. Antisthenes legde uit waarom hij een voorstander van wettelijke ordening was: Op de eerste plaats ontstaat er uit wettelijke ordening vertrouwen dat voor de mensheid in haar totaliteit van groot nut is (…). Op grond daarvan is geld een geaccepteerd middel en daarvan is er, zelfs als er maar weinig is, dan voldoende, als het maar circuleert, terwijl geld zonder vertrouwen nooit toereikend is, zelfs niet als er veel van is.

Niet gek dat de collega-blogger er enige actualiteit in ziet. Wie even doordenkt, snapt waarom het consumentenvertrouwen wordt gemeten. Dat daalde deze week dramatisch. In het licht van Prinsjesdag, is dat niet verwonderlijk. Het kabinet is van plan heel wat geld uit circulatie te nemen, door het mensen af te nemen, die het geld graag hadden willen uitgeven aan tamelijk noodzakelijke dingen. Dat levert dan weer salarissen op voor degenen die de noodzakelijk dingen produceren. En zo hebben houden al die mensen ook geld over voor, pakweg, een leuk bankstelletje. Weet u hoeveel mensen leven van hert produceren, vervoeren, verkopen en opknappen van leuke bankstelletjes?

In die circulatie dreigt de klad te komen, kon iedereen met eigen ogen lezen in de uitgelekte Prinsjesdagstukken. En ja, toen stortte het consumentenvertrouwen in. Zeker toen de penningmeester van het kabinet zei dat het misschien nog veel erger gaat worden met de economie.

Geld is slechts een hulpmiddel. Er is genoeg van, zei Antisthenes, als het maar circuleert. Dus waarom zou er bezuinigd moeten worden, omdat een paar bange speculanten de beurzen laten kelderen? Waarom geld weghalen bij consumenten, omdat een paar banken zich verrekend hebben? Welk deel van de economie is eigenlijk het belangrijkst?

Het antwoord van Rutte I: de financiële economie. Rutte heeft ook een paar leuke bankstelletjes op het oog. Bankstelletjes die niet zo heel goed op ons geld hebben gepast. Dat geld, was op een paar bonussen en gouden handdrukken na, ineens verdwenen. Toen hebben Balkenende en Bos gauw wat geld gestort. Anders waren we die bankstelletjes kwijt. Rutte vaart diezelfde koers.
In dat gedeelte van de economie circuleert het geld dus prima. Voor een deel een fictieve economie. De economie van hard werken en het loon uitgeven aan brood en spelen, de echte economie dus, zal het met minder moeten doen.

Nogmaals: geld is een hulpmiddel. Het zou de dagelijkse orde makkelijker moeten maken. Zolang dat zo is, hebben mensen wel vertrouwen. Geld kan het probleem niet zijn, ook als er weinig van is.. Als Rutte zijn klassieken kent, zou hij beter moeten weten. Helaas mikt hij op het verkeerde circulatiecircuit.
Hoewel? Met die Grieken is het niet echt goed gekomen.

Opkomst verkiezingen voorspeld

Opkomst verkiezingen voorspeld Met de lokale verkiezingen in zicht, zijn er altijd mensen die zich zorgen maken om de opkomstcijfers. Met wat meer tam-tam of andersoortige campagnes zou daar misschien wat aan te doen zijn.

Zo denkt de een dat de
Amerikaanse stijl van campagnevoeren de opkomstcijfers omhoog kunnen stuwen. Anderen menen dat de eigentijdse sociale media (Hyves, Twitter) ingezet moeten worden.
Het lijkt heel logisch de opkomst op te pimpen. Een lage opkomst betekent immers dat de politici maar bar weinig mensen gaan vertegenwoordigen? Het betekent ook dat de kiezers weinig boodschap aan de democratie hebben?
M
aar, de vraag van vandaag, kan het misschien precies het tegenovergestelde betekenen?

Ofwel: een lage opkomst kan ook betekenen dat de mensen veel vertrouwen hebben in de zittende politici. De verkiezingen met een hoge opkomst betekenen eerder dat mensen wel genoeg hebben van de zittende politici en dus maar eens uit de luie stoel komen.
Of de campagnevoerende kandidaten nu folderen, twitteren of verkiezingsspam in je mailbox dumpen, het maakt niet uit, Het maakt ook niet uit of de vermeende kloof tussen burger en politiek een gapend gat of slechts een stoeprand breed is.
De opkomst zal op 3 maart hoe dan ook rond de 60% komen te liggen. Zo’n 1,4% hoger dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen.

Waar baseer ik deze voorspelling op? Op vertrouwen.
Consumentenvertrouwen om precies te zijn. Kiezers zijn ook consumenten en baseren hun vertrouwen misschien meer op de inhoud van hun portemonnee dan op de verkiezingscampagnes. Zit het wel goed met dat consumentenvertrouwen, dan is de opkomst laag. Is het consumentenvertrouwen beneden alle peil, dan zal de opkomst hoger zijn.

Dat bestaat niet, zullen deskundigen meteen roepen. De opkomstcijfers zijn, bij alle soorten verkiezingen, vanaf 1970 vooral gedaald, terwijl het consumentenvertrouwen als een jojo op en neer ging.
Maar wil iemand dan eens uitleggen waarom voor slechts 13 van de 36 verkiezingen mijn stelling niet opgaat? Laten we de verkiezingen voor het Europees Parlement buiten beschouwing dan zijn er ook maar 13 uitzonderingen op 32 verkiezingen. Kijk maar eens naar de historische opkomstcijfers en die van het consumentenvertrouwen in dit exceldocument.

Het enige wat politici te doen staat, is dat consumentenvertrouwen beïnvloeden. Ook in tijden van crisis. Blijkbaar lukt dat nu, want het consumentenvertrouwen ligt momenteel niet desastreus laag (-10). Nog wel laag genoeg om een wat hogere opkomst te verwachten dan in 2006. En niet hoog genoeg om een nieuw dieptepunt qua opkomst te verwachten.
Iemand een andere voorspelling voor de opkomst op 3 maart?

Productencrisis

Productencrisis

Er circuleren nogal wat scenario's over de gevolgen van de kredietcrisis voor andere sectoren dan de bankwereld en huizenmarkt.

Een veel gehoord statement is dat de consument, bang geworden door al die financiële onheil, de huishoudbeurzen gesloten houdt. Fabrikanten vrezen omzetdalingen en zelfs het sluiten van complete productielijnen. Dat is dan weer niet goed voor diezelfde consument, want behalve klant is die ook werknemer.

Om de malaise het hoofd te kunnen bieden doen nu ook fabrikanten een beroep op overheidssteun: gesubsidieerde werktijdverkorting. Werknemers tijdelijk in de ww, in de hoop ze op de langere termijn te kunnen behouden.

Minister Donner wil eerst eens onderzoeken hoe hard overheidssteun nodig is. Sommige bedrijven zien dat als welwillendheid van de overheid en dus hebben nu al 36 bedrijven aangekondigd die steun zeker nodig te hebben. De kredietcrisis is een calamiteit, zo zegt men, en dus vallen ze onder de voorwaarden die voor deze uitzonderingsmaatregel gelden. Kernpunt van die voorwaarden: de bedrijven moeten aannemelijk maken dat de nood slechts tijdelijk is en dat de productie over niet al te lange tijd wel weer hervat kan worden.

Hopelijk leest minister Donner de kleine lettertjes in de paniekberichten. Natuurlijk: er zijn in september ineens minder schoenen verkocht. Maar dat kwam vooral omdat de consument zijn stappers al in de maanden daarvoor had aangeschaft en het mooie nazomerweer de behoefte aan nieuw schoeisel temperde.
En zeker, het lijkt op het eerste gezicht zorgwekkend dat Philips de productie
van scheerapparaten twee weken gaat stilleggen. Maar nadere lezing leert dat Philips dat elk jaar doet om de voorraden op te ruimen en het dit jaar bovendien goed uitkomt omdat de kerstdagen op door-de-weekse dagen vallen.

Voor zover er wel een direct verband lijkt tussen de voorzichtigheid van de consument en te verwachten omzetdalingen, zijn er een paar opvallende keuzes waar te nemen bij veranderingen in de kooplust.
Er lijkt een productencrisis aan te komen. Zoals banken sneuvelden omdat ze te veel risicodragende leningen verstrekten, zo lijken nu fabrieken te sneuvelen die te veel produkten maakten, waar de consument wel zonder kan.

Neem de mobiele telefoons. Producenten verwachten de nodige ellende omdat de consument nu wel twee keer op zijn hoofd zal krabben alvorens een nieuw mobieltje te scoren. Die heeft hij ook niet direct nodig. Slechts 9 procent van de huishoudens had in 2005 geen mobiele aansluiting. Steeds meer mensen bezitten meer dan één gsm. Het is treurig dat de consument zijn verstand hervonden lijkt te hebben dankzij de kredietcrisis, maar de keuze geen mobieltje met lavendelgeur aan zijn arsenaal toe te voegen, is toch ook een gevolg van de productencrisis. Een markt volplempen met nieuwe modelletjes en gadgets: overdaad schaadt.

De autobranche klaagt ook steen en been. Nu is een auto wel wat duurder dan een mobieltje. Maar blijkbaar zakt de behoefte de oude kar in te ruilen voor de fonkelnieuwe auto
van het jaar, nog voor het oude karretje echt levensmoe is. Dan maar wat langer met het Kadetje rondgereden.
Ook hier geldt dat de consument een productencrisis lijkt te veroorzaken. Meer dan één auto voor de deur, snel wisselen van model, de consument gaat even rustiger aan doen.

Het wordt nog even afwachten of dat ook opgaat voor de naderende feestaankopen. Tot nu toe haalden de kado-aankopen voor Sint en Kerst telkens nieuwe records. Maar in de Chinese speelgoedfabriek Smart Union was in juli al sprake van een productencrisis. De productie van feestelijke produkten betekende voor een chinese werknemer al gauw een verdubbeling van het doorsnee maandloontje van 75 euro. Nu moeten steeds meer werknemers onverrichter zake huiswaarts keren. Zonder dat loon wel te verstaan.

Overdaad schaadt. De banken die op een overdaad aan bonussen uit waren hebben als eerste het lid op de neus gekregen. Volgen nu de fabrikanten die een overdaad aan produkten op de markt hebben gegooid?

Feiten en cijfers

Feiten en cijfers

Het CBS houdt dit land nauwlettend in de gaten en doet met grafieken en diagrammen verslag van de toestand in de polder. Feiten en cijfers. De statistieken der alledaagse werkelijkheid.
Vandaag presenteerde het CBS een heel wonderlijk rijtje. De beweeglijke grafieken van onze economie.

Het gaat goed, volgens de consumenten. Ze klagen wel steen en been, dat doen ze al jaren, maar nu klagen ze ineens wat minder. Het vertrouwen in de economie is licht gestegen, becijferde het CBS.

Het gaat slecht, vinden de industriële producenten. Het vertrouwen in de economie is onder het nulpunt gedaald. Men vreest dat de orders zullen uitblijven, constateerde het CBS.

Het gaat goed, menen de huishoudens. En om dat te bewijzen hebben ze meer uitgegeven aan goederen en diensten dan vorig jaar. De huishoudens worden wel wat kieskeuriger. Aan voedings- en genotsmiddelen geeft men minder uit, aan duurzame goederen weer wat meer.

Het gaat slecht somberen de zakelijke dienstverleners. Ze zijn niet zo tevreden over de orderontvangsten. Echter, in tegenstelling tot hun industriële collega's blikken ze wel hoopvol de toekomst in. Men verwacht de komende drie maanden weer een hogere omzet.

Het gaat goed volgens het CBS zelf, dat een aardige banengroei noteerde. Zakelijke dienstverlening, handel en de zorg boden meer banen, de industrie en de overheid deden nauwelijks mee.

Het gaat slecht, zegt datzelfde CBS. De conjunctuur is over de top heen. Nu geen golvende grafieken en diagrammen om het te staven, maar een speeltje waarmee je zelf kan zien hoe in de afgelopen jaren en maanden de economie grotendeels floreerde, maar verwachtingen en vertrouwen de schitterende economie een stuk doffer heeft gemaakt. Vijftien indicatoren zeggen hoe het er met de nederlandse conjunctuur voorstaat.

Het gaat goed, beweert opeens het CBS tegen haar eigen feiten en cijfers in. De economische groei nam in het tweede kwartaal van dit jaar met 3 procent toe. Er werd behoorlijk meer geproduceerd in de bouw en aardgas. Andere sectoren groeieden echter minder. Er werd wel flink geïnvesteerd.

Wat uit deze feiten en cijfers blijkt is dat je de economie net zo kunt meten als het weer. Het KNMI begon ooit naast de werkelijke temperaturen de gevoelstemperatuur weer te geven.
Het CBS doet hetzelfde. De harde cijfers over productie, import, export, consumentenbestedingen, werkgelegenheid, investeringen, kosten en prijzen, worden afgezet tegen het gevoel van consumenten en producenten.

Die laatste twee graadmeters worden meegenomen in het plaatje van de conjunctuur. Niet onlogisch. Neem opnieuw het weer. Als de gevoelstemperatuur een stuk kouder is dan de werkelijke, zouden de consumenten natuurlijk eerder behoefte hebben aan warme jassen sjaals en handschoenen.
In het economische klimaat vinden de consumenten het nog wel wat kil, maar toch een stukje warmer dan een maand of drie geleden. Wie er wat warmpjes bijzit, geeft ook wat makkelijker geld uit. Dus die wat hogere bestedingen van de huishoudens zijn daarmee verklaard.

Toch moet je oppassen met dat gevoel. Even kort door de bocht: als men in Groningen zich wat kouder voelt wegens een wat straf oostenwindje, kan dat van invloed zijn op de landelijke gevoelstemperatuur. Voor je het weet krijgen ze in Brabant de griep, terwijl het redelijk windluw was.

De sombere industriëlen en zakelijke dienstverleners zouden de stemming landelijk flink kunnen drukken. Echter, in deze zelfde maand berichtte het CBS ook dat we meer wijnboeren in ons land hebben (groei), de omzet in de computerbranche 10 procent hoger was dan vorig jaar (meer groei), de detailhandel 5,4 procent meer had omgezet (nog meer groei) en de export met 4 procent was toegenomen (en alweer meer groei).

Zonder groei geen gezonde economie, luidt het devies van ons stelsel. Als dat waar is, dan moet de depressiviteit van een paar sectoren natuurlijk niet de economische gevoelstemperatuur van heel het land omlaag jagen.

Tot nu toe is het wel gebruikelijk om andere factoren dan louter economische parameters mee te nemen om de conjunctuur te schetsen. Dat gaat dan wel om factoren die direct invloed hebben op de economie: klimaat, politiek, oorlogen, technologie en jawel, de psychologie van de consument.

Tenslotte maakt die uit of er veel of weinig wordt gekocht en dus even zoveel of weinig kan worden geproduceerd. Nou is dat een zeer betrekkelijk gegeven. Behalve dat producenten met behulp van reclame de consument “motiveren” en aan het kopen houden, blijkt een sombere consument zijn depressiviteit ook wel eens weg te willen kopen. Met lekker eten of een luxe hebbedingetje. Een depressieve consument koopt liever vandaag nog wat, want morgen kan het allemaal wel eens helemaal over zijn.

Een van optimisme blakende consument denkt wellicht dat zijn geld lekker groeit op de spaarrekening en zet hele bedragen vast. Ja, ook een consument denkt wel eens aan groei van zijn kapitaaltje. Zonde, want wat je daar al niet van kan kopen. En of een consument nou uit voorzichtig pessimisme of overmoedig optimisme zijn geld op de spaarrekening stort, het maakt niet uit.
De baas van De Nederlandse Bank zei eind 2004 al dat geld moet rollen om de economie springlevend te houden.
Niet potten, maar uitgeven dus.

Maar goed. Het CBS concludeert dat het wel even minder wordt met de algehele conjunctuur. Dat kan alleen maar kloppen als het duurzaam pessimisme van de consument wordt mee gemeten. De consument mag dan ietsjes vrolijker zijn gestemd, blijkbaar weegt dit minpunt zo zwaar, dat de plusjes van groeiende sectoren, dalende werkloosheid en stijgende investeringen teniet wordt gedaan.
Kortom: de conclusie van het CBS heeft evenveel gevoelswaarde als enkele van de door het CBS gemeten parameters.

De economie volgens het CBS: het is net het weer. Hebben ze in Amerika ook een CBS?
Wellicht zouden ze dan niet zo'n moeite doen de kredietcrisis te bezweren. Want de feiten en cijfers geven weer: het kan vriezen, het kan dooien.

Gevoelskoersen

BlindemannetjeIs het je ook opgevallen dat de weerman het al heel lang niet meer over de gevoelstemperatuur heeft gehad? Het was een leuke vondst. Want ook al kon de weerman nog zo met keiharde cijfers aantonen wat de werkelijke temperatuur was, men werd er niet koud of warm van. Sterker nog: men bepaalde zelf wel wat men er van vond. Om de kloof tussen burger en weerman te overbruggen, is toen de gevoelstemperatuur bedacht.

Inmiddels is het heel gewoon geworden allerlei gevoel in cijfers weer te geven. Zo meet het CBS het consumentenvertrouwen. De uitslagen zijn net zo wisselvallend als het weer.
Vorig jaar juni had de consument nog alle vertrouwen in de welvaart, nu zijn ineens steeds meer mensen somber gestemd. De berichtgeving over de malaise in de VS, stijgende prijzen en een zuinig orakelende minister van financiën zullen dat gevoel wel hebben beïnvloed.
Een gevoel dat haaks staat op de eigen werkelijkheid, want veel mensen geven toch nog aardig wat uit. Maar ja, als je leest dat de voedselbanken weer meer klandizie krijgen, denk je al gauw dat jij morgen misschien aan de beurt bent voor de de armenbedeling.

De politieke barometer is ook zo'n gevoelig instrument. Het angstige gevoel voor de gevolgen van een obscuur filmpje zijn inmiddels verdwenen en de regisseur mag op meer stemmen rekenen dan in 2006.
Ook blijkt de burger gevoelig voor nieuwe verschijnselen die zich met veel reclame-tamtam aankondigen. Zo is er een mevrouw die met een enkel boottochtje 14 gevoelige zetels weet te scoren.

En dan heb ik het nog niet eens over de talloze opiniepeilingen die het land afstruinen, op zoek naar het sentiment over van alles en nog wat.
Nu lijkt de kloof tussen verstand en gevoel onoverbrugbaar. Aan de ene kant heb je onderzoeken die aantonen dat aan tal van rationele keuzes, meer sentiment ten grondslag ligt dan we denken. In de supermarkt wordt veel vaker een impulsieve aankoop gedaan, dan een weloverwogen boodschap. En bij wat duurdere en complexere keuzes, blijkt het onderbewuste een grotere rol te spelen, dan een rationele analyse van de voor- en nadelen.

Aan de andere kant zijn er ook onderzoeken die aantonen dat mensen minder op hun gevoel afgaan als ze over meer feitelijke kennis beschikken.
Zo stelden mensen hun eerste spontane oordeel over een een verdachte bij, toen ze meer over het strafdossier en de verdachte zelf wisten. Men vonniste veelal een milder oordeel dan de rechter.

Ondertussen weten we steeds meer over het gevoel. Het verstand lijkt daar nog weinig raad mee te weten. Het resultaat is dat er tweedelingen in de samenleving bestaan. Met statistieken en onderzoeksresultaten proberen mensen anderen van een werkelijkheid te overtuigen, waar mensen die meer hechten aan intuÎtie en onbewezen stellingen.
De vermeende kloof tussen burger en politiek wordt in stand gehouden door die twee groepen. Vooral omdat zowel de burger als de politicus de rationele en de gevoelsmens in zich draagt.

Cees Buddingh' schreef ooit: “Men kan de mensen verdelen in twee grote groepen: zij die zich door hun gevoel laten bedriegen, en zij die zich door hun verstand laten misleiden”. (bron: citaten.net)
Een enkel mens wordt bijna dagelijks geconfronteerd met zulk bedrog en misleiding. Hoe kunnen we daar ooit van af komen?

En voor de biechtstoel: wat is jouw meest hilarische voorbeeld waar je verstand je heeft misleid of je gevoel je heeft bedrogen?