Tagarchief: crisisbeheersing

Gecontroleerd over laten waaien.

Rook Er is geen rook zonder vuur. Een gezegde dat in Moerdijk aan diepgang heeft gewonnen. Vanaf dat de rookpluimen het zwerk kleurden, werden er al meteen vermoedens geuit dat het hier om meer dan een simpel bedrijfsongeval ging. Dat blijkt nu meer dan waar. Zowel voor de oorzaak en de aanpak, als voor de gevolgen.

De directe oorzaak is nog niet bekend, maar laat het een simpel ongelukje zijn. Er worden nu wel oorzaken bekend, die duidelijk maken waarom een simpel ongelukje zo’n groot gevolg had. Chemie-Pack heeft
stelselmatig lak aan veiligheidsvoorschriften. De controlerende instanties hadden even stelselmatig lak aan het opleggen van afdoende sancties. Het verantwoordelijke politieke bestuur vergat net zo hardnekkig op te reden. Wat bezielde de betrokken partijen voor een laat-maar-waaien strategie te kiezen?

Dan kan er wat misgaan. Hoe pak je dat dan aan? De brand bij Chemie-Pack is door de brandweer bestreden met de zogenaamde buitenaanval. Beter bekend als gecontroleerd uit laten branden. Dat is een trendy techniek geworden bij de brandweer. Niet omdat brandweerlieden dat zelf zo graag willen, maar omdat het een opgelegde beleidsmatige keuze is. Op de eerste plaats voor de veiligheid van de brandweerlieden zelf. Een brandend pand of gebied ingaan, mag alleen nog als er mensenlevens gered moeten worden. En zelfs stellen de protocollen de veiligheid van de reddingswerkers als prioriteit nummer één.

Daar is niets mis mee. Maar er wordt ook vaker gekozen voor de methode van de buitenaanval, omdat het goedkoper is. De brandweer richt zich meer op het beveiligen van de omgeving en de eigenaar van een brandend perceel mag de asresten bij elkaar vegen. Grote kans dat gecontroleerd uit laten branden de standaard methode gaat worden. Vorig jaar liet de
commissie Mans (pdf!) haar licht schijnen over de bestrijding van een (te?) dure brandweer. Een van de aanbevelingen was dat de brandweer andere inzetmethoden ontwikkelt, met als speerpunt het verbeteren van de buitenaanval, met aanpassing van voertuigen. Minder mensen, meer aangepast materiaal. Een financiële keuze.

Chemie-Pack heeft geen eigen bedrijfsbrandweer. Hulp moest dus van buitenaf komen. Dat kost wat tijd en de brand was toen zo groot dat gecontroleerd uit laten branden de enige optie was. Jammer, want dat heeft zo zijn nadelen, zegt hoogleraar crisisbeheersing Helsloot
in het NRC. Behalve de voordelen van de methode, is er ook een nadeel. Er kunnen enorme rookpluimen ontstaan met stoffen die in de omgeving terecht komen.

Het lokale bestuur is amper bijgekomen van de crisisbeheersing tijdens de brand of de volgende crisis ontwikkelt zich in sneltreinvaart. Burgers in de wijde omgeving zijn bang voor de gevolgen. De overheid koos ervoor de eerste ongerustheid weg te nemen. Na geruststellende berichten over de mate waarin gif in het milieu terecht zou zijn gekomen, meende de autoriteiten dat het een goed idee was Wikileaks voor te zijn en
publiceerde een lijst stoffen, die Chemie-Pack had opgeslagen.

Die lijst maakte de onwetende burgers natuurlijk niet wijzer. Dan maar
een vragenlijst publiceren, waarmee burgers eventuele gezondheidsklachten door kunnen geven. De snelheid waarmee de openbaarheid wordt opgezocht en besloten is Chemie-Pack te vervolgen, doen voorlopig niets af aan de ongerustheid onder de bevolking. Angst is een crisis die niet even makkelijk te bestrijden is als het eerste de beste brandje. Maar wees gerust. De verantwoordelijke instanties en overheden kiezen voor de buitenaanval: de paniek gecontroleerd over te laten waaien.

Een slimme meid is op een crisis voorbereid.

Crisis

In den beginne vreesde ik dat dit kabinet een regelrechte ramp voor dit land zou worden (lees Bang voor gevaarlijke bestuurders?). Maar nadat het kabinet heeft vastgesteld welke rampen dit land kunnen bedreigen (zie ook Code van de zeven plagen en mijn gastlog op GeenCommentaar: Samenleving in de gevarenzone), is er nu het beleidsplan crisisbeheersing, dat minister Guusje ter Horst gisteren naar de 2e Kamer stuurde.
Het is zomerreces in Den Haag, maar de post werkt gewoon door. En ik kan nu elke avond gerustgesteld gaan slapen.

Het rapport somt naast een aantal verbeteringen, ook nog wat puntjes op die verdere aandacht behoeven. Bijvoorbeeld het versterken van de landelijke regie en aansturing bij nationale crises. De ROB (Raad voor openbaar bestuur) liet vorige week nog weten, dat het wel handig zou zijn als de minister-president de centrale regisseur bij nationale crises zou moeten zijn.

Nu hebben we natuurlijk alle vertrouwen in de huidige MP. Laat die rampen maar komen. Toch is het wel een beetje sneu voor de minister van Binnenlandse Zaken. Zoveel werk gemaakt van een betere crisisbeheersing en wie mag dan de held spelen als er eens wat aan de knikker is?

Misschien kunnen ze de rolverdeling nu al vast oefenen. Oefenen is een middel om beter voorbereid te zijn op rampen. En wat wil nu het geval? Er is een kleine ramp gaande in Den Haag.

In de rampenlijst die het kabinet eerder opstelde, werd een grieppandemie of een andere virusziekte als een ramp gezien waar grote kans op is en grote gevolgen kan hebben. Wel, in Den Haag is een uitbraak van de mazelen geconstateerd. Hoe zouden de minister en de MP dat aanpakken?

Minister: Zeg, we hebben een crisis.

MP: Ah, mooi! Dan ga ik…..

Minister: Hee, wacht even. Laat mij nou eerst….

MP: Sorry dat ik je afkap, maar je zei toch crisis?

Minister: Ja, en nou…

MP: Juist, een crisis dus. En hadden we niet afgesproken dat er een sterke, centrale regie gevoerd zou worden bij een crisis?

Minister: Zeker wel. Dus ik wou nu snel aan de slag, want anders…

MP: Ho, ho, een beetje beheersing graag!

Minister: Een beetje?

MP: Eerste regel bij crises: blijf kalm en rustig.

Minister: Ik ben kalm en rustig. Maar er is nu een crisis die beheerst moet worden.

MP: Wat is er eigenlijk loos?

Minister: De mazelen zijn uitgebroken.

MP: De wat?

Minister: De mazelen.

MP: Huh? Daar heb ik toch lang niet meer van gehoord, zeg. Potjandikkie. En waar hebben ze die gevonden?

Minister: Hier, in Den Haag.

MP: Godsammebeware…..

Minister: Ja, daar gingen die mensen die zich niet hebben laten inenten ook van uit.

MP: Zeg, nou moet je niet….

Minister: Ik moet juist wel. Dit moeten we de kop indrukken voor het zich door gans het land verspreidt.

MP: Ach, dat zal zo'n vaart toch niet lopen?

Minister: Het is wel een erg besmettelijke ziekte en er lopen meer mensen rond, die er niet tegen zijn ingeënt.

MP: Je meent het. Hoeveel mensen zijn er al ziek dan?

Minister: Nu nog maar 24 kinderen en 1 volwassenen.

MP: Die pestjeugd ook. Lijkt me meer iets voor Rouvoet.

Minister: Die is op vakantie.

MP: Zeg, weet je wat? Je lijkt me een slimme meid. Als jij nou tegen de pers zegt dat ik je heb opgedragen ons zomerreces niet te laten verzieken, mag jij dit zaakje oplossen. Vraag aan Klink wat vaccinaties en zorg dat alles weer gezond is als iedereen terug komt van vakantie.

Dit zou zomaar een scenario kunnen zijn. Een rampenscenario?