Tagarchief: Donner

Kijk, hij werkt!

Kijk, hij werkt!

Ik wou dat ik een vulkaan was. Lekker op mijn rug liggen roken en iedereen zegt: kijk, hij werkt!
(quote uit een oude show van Neerlands Hoop).

Er zijn altijd wel wat mensen die de ambitie koesteren een vulkaan te zijn. De meesten kiezen echter voor een ereplaats op het podium van de arbeidsparticipatie. Nederland is de tweede Europees kampioen arbeidsparticipatie. Een plaats die waarschijnlijk verloren gaat omdat de crisis voortwoekert.
Het UWV
berekende al dat er dit jaar en volgend jaar zeker 320.000 banen verloren gaan. Minister Donner ziet die bui ook al hangen. De crisis gaat zo lang duren dat echte ontslagen niet te vermijden zijn. Dan wordt het financieren van de deeltijd-WW veel te duur, vindt Donner en hij wil die regeling alleen nog even in sterk afgeslankte vorm voortzetten.

Tot teleurstelling van vakbonden en werkgevers. De vakbonden vrezen voor veel meer werkloosheid. De werkgevers vinden dat je een goede lopende regeling eigenlijk niet moet afbouwen.
Beiden hebben het er maar druk mee. Vakbonden moeten overal in het land in actie komen om de beste ontslagregelingen af te dwingen, omdat werkgevers bijna dagelijks personeel buiten de poort zet.
Een rondje door het nieuws van juni en juli levert 18 berichten op, waarin sprake is van ontslag voor ruim 48.000 mensen.

Grootste leveranciers van werkloosheid zijn de bouwsector (35.000 banen) en het TNT-postbedrijf (11.000 banen). Maar vele kleintjes dragen ook bij tot de oplopende cijfers. Van een klompenfabriek die 10 mensen gaat lozen, tot de redactie van het AD, die met 124 mensen minder verder gaat. Van basisscholen, die 12 volledige banen schrappen tot spoorwegbouwers, die het met zo'n 219 mensen minder denkt te kunnen doen.

Het grootste deel van de banenkrimp is gerelateerd aan de crisis, die als een borrelende vulkaan af en toe wat lava spuugt en daarmee telkens verschillende bedrijven treft. De crisis lijkt wel een natuurverschijnsel waar weinig tegen te doen valt. Iedereen draagt een steentje bij aan het reddingswerk.

De overheid bouwt de deeltijd-WW af en pompt nog eens dik 2 miljard in ABN-Amro. De werkgevers lozen, wat ze lozen kunnen. De vakbonden doen mee. Niet door voor de poort te gaan liggen, maar mee te werken aan wat zo mooi een sociaal plan heet te zijn.

En natuurlijk die 48.299 mensen die hun baan kwijt raken. Zouden die niet een bonus moeten krijgen voor hun bijdrage aan bestrijding van de crisis? Ook werkloos worden is werk. Dat mag best beloond worden.

Zwaar werken tot je 65ste?

Zwaar werken tot je 65ste? Quote van de week: “Het is niet uitgesloten dat er werknemers zijn die al jaren zeer zware arbeid verrichten en die door de verhoging geconfronteerd zouden worden met een onverwachte verlenging daarvan.
(Uit samenvatting van
de AOW-notitie (pdf!), die het kabinet vandaag naar de 2e Kamer stuurde)

Tja, het zou zomaar kunnen dat er nog mensen zijn die zwaar werk verrichten op het moment dat de pensioengerechtigde leeftijd omhoog gaat. Want dat die omhoog moet is voor het kabinet wel duidelijk. In de AOW-notitie staat immers dat van alle oplossingen die bedacht zijn om de vergrijzing betaalbaar te houden, de verhoging van de pensioenleeftijd de meest aanvaardbare oplossing is.

In de samenvatting van die notitie zegt het kabinet het geen oplossing te vinden mensen met zware beroepen eerder met pensioen te sturen. Wel zou een nog nader te bepalen tijd een uitzondering voor werknemers in zware beroepen gemaakt kunnen worden: “Als zij binnen tien jaar na invoering van de hogere AOW-leeftijd 65 jaar worden en dan veertig jaar een zwaar beroep hebben gehad, zouden zij nog op hun 65ste jaar met pensioen kunnen in plaats van met 67 jaar“.

Nou dat valt weer reuze mee. Dit kabinet is de beroerdste niet. Maar voor het kabinet met een dergelijke regeling respect toont voor alle mensen die hun straten hebben geplaveid, hun gebouwen hebben gemetseld of hun plafonds hebben gestucd, wil het kabinet eerst weten wat dan wel zware beroepen zijn. In de samenvatting lezen we: “Aanwijzing volgens een objectief criterium is vrijwel onmogelijk. Dit is geprobeerd in het kader van de Wet VUT, Pensioen en Levensloop waarmee de fiscale voordelen van de regelingen voor vervroegde uittreding is afgeschaft“.

He kabinet houdt werkgevers en werknemers en de sociale partners in een bedrijfstak verantwoordelijk voor het verminderen van de belasting van een zwaar beroep. Het volgt daarmee een SER-advies over gezondheidsbevordering van werknemers: “Voor wie het beroep te zwaar dreigt te worden, moet het mogelijk worden over te stappen naar een minder zware functie binnen de eigen sector of daarbuiten“. De SER ziet ook geen reden voor meer prikkels bijvoorbeeld in de vorm van verdere wet- en regelgeving. De bedrijven en de werknemers lossen het zelf wel op, denkt men.
Het kabinet zegt nu dus: nou moeten jullie er snel wat aan doen, want eigenlijk willen we niet met langer met zware beroepen geconfronteerd worden. Stel je voor dat er serieus werk gemaakt moet worden van die uitzonderingsregel!

Mag ik, heel subjectief natuurlijk, stellen dat stratenmaker en verpleger/ster tot de zware beroepen horen? En dat het bekend is dat er een tekort is of zal ontstaan in deze beroepen? Dan vrees ik dat het kabinet met al de mitsen en maren om zware beroepen te sparen, de motivatie zo'n vak te kiezen er niet groter op zal maken.

Dommigheid? Welnee, dit is natuurlijk een briljante brainwave van het huidige kabinet. Die ziet de bui inmiddels dik hangen. Tegen de tijd dat de pensioenleeftijd omhoog moet, regeert de PVV mee. En die zal dan op de blote knieën in het verre oorden moeten bedelen om arbeidskrachten, die hier het laatste restantje zware werk moeten opknappen. In plaats van de grenzen dicht, moeten ze dan ineens weer open. Daar gaat de geloofwaardigheid van de PVV.

Regeren is vooruitzien, nietwaar?

De werkverschaffing komt er aan

De werkverschaffing komt er aan Dertig mobiliteitscentra zullen door de crisis getroffen werknemers aan werk helpen. Over twee weken zijn de eerste mobiliteitscentra operationeel en zal op 20 locaties de basisinfrastructuur gereed zijn. Dat belooft minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) in een brief aan de Tweede Kamer.

De economische crisis valt samen met ander ingrijpende veranderingen in de economie, de maatschappij en het klimaat, zo schrijft de minister. Hoe dat te duiden weet hij niet, maar wel “dat we aan de vooravond staan van majeure herschikkingen in de economie en daarmee ook op de arbeidsmarkt“.

De werktijdverkorting zal niet genoeg zijn om de situatie het hoofd te bieden. Dus “zal het erop aankomen de stromen op de arbeidsmarkt te accommoderen, door effectieve bruggen te bouwen van overschotsectoren naar tekortsectoren. Een effectieve ondersteuning van mobiliteit door de mobiliteitscentra, verbetering van inzetbaarheid, ook met behulp van scholing, en versterking van van-werk-naar-werk-trajecten zullen daarbij centraal staan“.

De minister vreest dat de werkloosheid tot 200.000 meer dan in 2008 op zal lopen en massaontslagen niet te vermijden zijn. Deze crisis is ernstiger dan de crises van de afgelopen halve eeuw, aldus Donner. Aanpakken dus, met mobiliteitscentra, reïntegratieprojecten, omscholingen en “nieuwe zekerheden in flexibiliteit” (zie de hele brief, hier in pdf-formaat).

Flexibiliteit: de werkverschaffing anno 2009.
Nee, we hoeven niet te vrezen voor
30'er-jaren taferelen. Geen herkaveling van het Amsterdamse Bos, herstructurering van het Twentekanaal of de ontpoldering van de Zwarte Broek onder Molenend (Tietjerksteradeel).
Hoewel, je weet maar nooit. Het kabinet heeft tenslotte ook nog wat ambities liggen bij de Afsluitdijk, het nieuwe Deltaplan, de herinrichting van de natuur en de spoedverbreding van zo'n twintig verkeersaders.

Wel moet de huidige wtv-regeling (werktijdsverkorting) worden aangepast en zal rijk's uitgebreide “palet aan reïntegratie-instrumenten” en de bevoegdheden van gemeenten tot een geïntegreerde aanpak van werkverschaffing moeten leiden. De sociale partners wordt gevraagd flexibel mee te werken.
Wat dat concreet moet inhouden, is in de brief niet vermeld.

Zal een door de rookcrisis getroffen horeca-ondernemer straks geen ongepast werk meer mogen weigeren? Of wordt hij omgeschoold tot turbinebouwer omdat er een windmolenpark in de Noordzee moet komen? Als Corus (Hoogovens) plat gaat, worden de staalarbeiders dan ingezet om de A1 bij Diemen te verbreden of gaan ze de rails maken die alsnog nodig zijn voor de hoge snelheidstrein naar het noorden?

Met die “nieuwe zekerheden in flexibiliteit”, mag Donner wel de visionaire richtinggever van het kabinet worden genoemd. Want laten we wel zijn: mensen die zich hun hele leven laten vastroesten in één en hetzelfde baantje zijn sufkonten. En wat doen sufkonten? Die gaan zich vervelen en vervallen in liederlijke uitspattingen, waar dit kabinet graag een eind aan wil maken.

Dus als een Daf-medewerker die auto's wel heeft gezien en zijn energie gaat richten op hooliganisme bij PSV, krijgt-ie een baan in Groningen en mag de Eemshaven uitbaggeren. Dat heeft hij natuurlijk ook gauw gehad en net als hij van de ergernis een peuk op wil steken in de lokale kroeg, wordt hij overgeplaatst naar Kerkrade om zijn bijdrage te leveren aan de wederopbouw van de kolenmijnen. Da's omscholen, verhuizen en hard werken en liederlijk gedrag verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Maar goed, dat zijn zomaar wat opties. Heeft u nog ideeën om Donner's Plan van de Arbeid gestalte te geven?

Tijdmanagement

Tijdmanagement

Het is de hoogste tijd voor werktijdverkorting. De vakbonden gaan naar Den Haag om het kabinet duidelijk te maken dat het voor een slow-decision-beleid nu nog veel te vroeg is. De auto-industrie heeft last van de kredietcrisis en wil onmiddellijk steun van de overheid.

Werktijdverkorting is het toverwoord. Geld wordt, vooralsnog, niet gevraagd. Het kabinet zou immers het Amerikaanse voorbeeld kunnen volgen en geen cent in de autobusiness willen steken. Zijn er nog andere mogelijkheden?

Tuurlijk wel. NedCar en Daf zouden zich te koop aan kunnen bieden. Misschien heeft SolarWorld interesse. Deze Duitse producent van zonnepanelen heeft al een bod van 1 miljard euro uitgebracht op Opel om die om te vormen tot een fabriek die louter ecologische modellen op de markt zou moeten brengen. Opel ziet daar helemaal niets in en houdt liever de hand op bij de Duitse regering.

Het is een grappig idee van SolarWorld. Maar niet de oplossing voor dit moment, want zou de consument nu wel geld uitgeven aan een nieuwe elektrische auto? Een goed functionerend elektrisch karretje gaat echt niet goedkoper worden dan de huidige benzinemodellen.

Tijd is geld. De werktijdverkorting gaat de overheid geld kosten. Die moet namelijk uit de ww-pot worden betaald. Maar tijd kun je ook anders besteden. Een paar suggesties.

Men zou wat langzamer kunnen werken. Er is minder vraag. De autofabrikanten denken dat het een tijdelijk dipje is. Kalm aan dus.
De tijd die minder wordt besteed aan het sleutelen aan de auto’s kan productief worden gemaakt door die te besteden aan zaken die volgens het bedrijfsplan hard nodig zijn maar nog weinig ontwikkeld. Gewoon omdat men daar te weinig tijd voor had. Het duurzaamheidbeleid, de bijscholingen voor de bedrijfsveiligheid, het opzetten van personeelscommissies die hun eigen innoverende ideetjes kunnen doorontwikkelen, fitness op de werkvloer, omscholing, of wat dan ook.

Of men neemt de tijd om de zaak grondig te verbouwen. Afgelopen met de benzineauto. Het bedrijf gereed maken voor de ecologische wagens. Tijd besteden aan de toekomst dus.
Als daar geld voor nodig is om dat te realiseren, mag wat mij betreft de staatskas worden aangesproken.

Sterkste schouders, zwaarste lasten

Dali Rinoceronte

Kabinet en 2e Kamer filosofeerden de afgelopen week over het thema De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.
Heldere stelling. Toch voor meerdere uitleg vatbaar, zoals uit de Algemene Beschouwingen bleek.

Neem de AOW. Ruim een eeuw geleden brak het inzicht door dat mensen niet moesten werken tot ze er dood bij neervielen. Als werkgever werd je op de meest onverwachte momenten met vacatures geconfronteerd. De oudere werknemers maakten het personeelsbestand tamelijk onstabiel. De vraag was wel: hoe ga je om met mensen die vanwege hun hoge leeftijd eruit gebonjourd worden? Die moesten toch enig inkomen hebben, want zo behield je ze wel als consument, de klant die een bedrijf nodig heeft om overeind te blijven.

Lange tijd was het pensioen een kwestie van particulier initiatief. Bedrijven die zelf een pensioenfonds creëerden, zoals hier de firma Stork (1881). Pas in 1917 werd een pensioenfonds opgericht die voor een hele bedrijfstak was bedoeld.
Het eerste staatpensioen, de voorloper van de AOW, werd in 1889 wettelijk geregeld in Duitsland door kanselier Otto von Bismarck.
De AOW zoals wij die kennen, stamt van 1957 en was een upgrade van de Noodwet Ouderdomsvoorziening, die onder Willem Drees tot stand kwam.

Nu, ruim honderd jaar na de eerste initiatieven en 51 jaar na de invoering van de AOW, wordt er dus opnieuw over deze ouderdomsvoorziening gefilosofeerd.
De oppositie ziet kennelijk in dat de plannen van dit kabinet niet tegen zijn te houden. Een Kamerbreed gesteunde motie om dit onderdeel van het beleid compleet van tafel te vegen heb ik niet langs zien komen.

Er is voor een andere tactiek gekozen: het op onderdelen rommelen aan de AOW-plannen. Of die tactiek vruchten af gaat werpen, moeten we nog afwachten. Balkenende verklaarde zich bereid een voorstel van GroenLinks bespreekbaar te maken. GroenLinks stelde voor om mensen die een zwaar beroep uitoefenen na 40 jaar wel een AOW te geven.

Minister Donner vindt dat maar niks. Het is, zegt hij, niet eerlijk tegenover mensen die korter hebben gewerkt. Bijvoorbeeld vrouwen die gekozen hebben een deel van hun leven te besteden aan de zorg voor hun kinderen.
's Mans wereldbeeld is duidelijk. Zorg voor kinderen is geen werk en zeker geen zwaar beroep. Sjouwen met boodschappen is een makkie, huishoudelijk werk is met de huidige technologische middelen zo licht als een veertje en eventuele geestelijke belasting valt natuurlijk niet onder zwaar werk.

Donner heeft wel het hart op de goede plaats, Hij adviseert mensen met zware beroepen op tijd naar lichter werk te solliciteren. Ik mag aannemen dat hij zijn collega's van Onderwijs en Economische Zaken op hun hart drukt dat ze het mogelijk maken dat mensen zich kunnen omscholen en dat bedrijven die mensen dan ook aan een baan helpen.
Dat zal geld kosten, maar daar heeft Donner dan weer een collega voor op Financiën, die de impopulaire maatregelen mag bedenken om de begroting dekkend te houden.

De volgende stap in de onderhandelingen is dan te bepalen wat zware beroepen zijn. Zijn dat alleen beroepen waarbij lasten van meer dan 60 kg. worden gedragen? Mogen dat ook beroepen zijn waarbij geestelijke belasting meetelt?
En moeten die 40 werkzame jaren aaneengesloten worden doorgebracht in een en hetzelfde beroep?

Mochten Balkenende en Donner de oppositie tegemoet willen komen dan moet er nog flink gesteggeld worden over de voorwaarden.
Ik heb er nu al spijt van dat ik op 14-jarige leeftijd mijn krantenwijkje zwart heb gedaan. Dat telt dus niet mee. Vijf dagen in de week, in weer en wind met een paar kilo kranten rondfietsen was heus wel zwaar werk. Zeker als je in aanmerking nam dat ik toen op de Mulo zat en een schooltas vol zware boeken voor alle veertien vakken mee moest nemen.

En al die vakantiebaantjes. In de ongezonde lucht van de frituur van een snackbar gewerkt. Balen meel gesjouwd in een margarinefabriek, uren op de been gestaan als suppoost in een groot museum. En dan nu, ondanks alle scholing, in een baan waar de geestelijke belasting aan de orde van de dag is (personeelstekort dus overwerken, complexe problemen oplossen, agressie van bezoekers).

Iedereen kan alvast zijn of haar arbeidzame zegeningen gaan tellen. Want stel je eens voor dat het kabinet serieus werk maakt van het voorstel van GroenLinks. Dan ga ik gauw de maten en spierkracht van mijn schouders opgeven met een lijst van alle zware werkzaamheden erbij, die deze dunne schouders op zich hebben genomen.

Maar even serieus: ik mag niet klagen. Ik vrees meer voor de mensen die echt zwaar werk doen. Hoe het kabinet het voorstel van GroenLinks ook zal integreren in de gedeconstrueerde AOW, ik ben bang dat voor de stratenmakers, bouwvakkers en verhuizers het Beatles-deuntje zal gelden dat nu maar in mijn hoofd blijft jengelen: Boy, you gotta carry that weight, carry that weight a long time…..

Want al die zware beroepen hebben we met zijn allen wel nodig. Er wordt niet voor niets gejammerd over het tekort aan zulke vakkrachten.
Maar wie daarvoor “kiest” en ruim op tijd naar lichter werk wil zoeken om er zeker van te zijn überhaupt de nieuwe pensioengerechtigde leeftijd in gezondheid te halen, draagt daar natuurlijk zijn “eigen verantwoordelijkheid” voor. De escape voor het kabinet om de kosten “beheersbaar” te houden.

Kabinet betrapt op plichtsverzuim

Piet Hein Donner

De 1e Kamer was heel even boos. De senatoren voelden zich gepiepeld door de regering.
Wetsvoorstellen dienen zowel de 2e als de 1e Kamer te passeren. Maar nu werden, door toedoen van het kabinet en de 2e Kamer, de senatoren buiten spel gezet.
Gisteren vroeg de senaat, met uitzondering van de VVD, een
interpellatiedebatje aan met de heren Klink en Donner. Wat was er aan de hand?

In 1968 treedt de Europese Code inzake sociale zekerheid in werking. Een verdrag die moet garanderen dat europese burgers zeker zijn van een minimum aan zorg.

In 2006 blijkt deel VI van die code vervelende gevolgen te hebben voor het nederlandse zorgstelsel. De Centrale Raad van Beroep bepaalde een eigen bijdrage voor AWBZ-zorg niet opgelegd kan worden, als die zorg nodig is als gevolg van een bedrijfsongeval of beroepsziekte. Zo staat dat immers in deel VI van de Europese Code voor sociale zekerheid.

Dat is lastig. De nederlandse zorgwet gaat er van uit dat in alle gevallen een eigen bijdrage kan worden gevraagd. Dus ook als iemand ziek wordt van zijn baas.
Wat doet de nederlandse regering? In februari 2007 zegt zij deel VI van het verdrag op. Dat kan blijkbaar in de zo eendrachtige europese samenwerking.

Er is wel een wetsvoorstel voor nodig, die de goedkeuring van het parlement behoeft. In november 2007 wordt dat wetsvoorstel ingediend.

Op zich lijkt er weinig aan de hand, want er is al lang een Herziene Code in de maak, waarin ruimte komt voor heffing van een eigen bijdrage. Toch klinken hier en daar wat protesten. Het CNV zegt dat opzegging pas zou moeten gebeuren als de Herziene Code van kracht is. Er zou anders een juridisch hiaat ontstaan, waardoor verzekerden niets hebben om op terug te vallen.

De 2e Kamer heeft de kwestie op 4 maart besproken en op 12 maart het wetsvoorstel tot opzegging van de oude code goedgekeurd. Precies op tijd, want 17 maart zou de opzegging niet meer terug gedraaid kunnen worden.

Te laat, roept de 1e Kamer. De regering en de 2e Kamer worden bedankt, maar er is geen tijd meer voor een fatsoenlijke behandeling door de senaat. De betrokken ministers Klink en Donner werden gisteren wegens plichtsverzuim op het matje geroepen.
Zij bogen diep voor de senatoren. Jawel, foutje, sorry, dat had anders gemoeten. Neem ons niet kwalijk, maar we hopen wel dat de 1e Kamer, ook al is het achteraf, het wetsvoorstel zal goedkeuren.
En nee, grondwettelijk is er niks mis, want de grondwet zegt niks over hoe je dit soort 'organisatiefoutjes' recht moet breien.

Voor de praktijk van de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg maakt het allemaal niets uit. Die staat als een huis, ook bij beroepsziektes. Maar het is wel zorgwekkend dat een slecht georganiseerde werkplanning tot arbeidsongevallen in het parlementaire werk leidt. Reden voor versoepeling van het ontslagrecht van betrokken ministers?

Werknemersbonus: ontslagrecht

OntslagrechtMinister Donner is een streng maar rechtvaardig man. Vanavond wordt hij in een spoeddebat onder vuur genomen over de mogelijke versoepeling van het ontslagrecht. Een deel van de 2e Kamer leefde in de veronderstelling dat die van de baan was, maar het lijkt er op dat Donner zijn voorstel wat aan het opknappen is, zodat zijn opvattingen over het ontslagrecht wat soepeler door de strotten van de parlementariërs zullen glijden.
Volgens mij is er maar één manier om zonder maatschappelijke onrust het ontslagrecht te versoepelen. Neem een voorbeeld aan het akkoord dat Unilever en de vakbonden hebben gesloten: niet alleen topbestuurders gaan met een extraatje de laan uit, ook de werknemers krijgen een aanzienlijke bonus.
Unilever wil drie fabrieken sluiten. Onderdeel van een sanering die alleen tot doel heeft de winstmarges te vergroten. Voor alle duidelijkheid: het gaat niet slecht met Unilever, er wordt aardig wat winst gemaakt, maar de aandeelhouders vinden dat het nog beter moet (zie ook een
eerder artikel op dit weblog).
Na wat gesodemieter aan de fabriekspoorten zijn Unilever en de vakbonden er nu uit: de fabrieken gaan dicht, de werknemers krijgen ontslag, maar wel met een aardige bonus. Het
Unilever-akkoord voorziet in een baangarantie voor drie jaar, hulp bij het zoeken naar een nieuwe baan en een ontslagvergoeding van één maand salaris voor elk jaar dat men bij Unilever heeft gewerkt.
Kijk, dat is nog eens good corporate practice. En om het akkoord een gouden randje te geven, heeft men ook besloten dat de werknemers een extra bonus krijgen als de fabrieken eerder dichtgaan dan nu in de Unilever-planning is vastgesteld.
Juist, niet alleen topfunctionarissen krijgen bij sluiting een bonus, ook de werknemers krijgen een zak geld mee. Die laatste afspraak stimuleert de werknemers wellicht flink hun best te doen de fabireken zo snel mogelijk dicht te gooien.
Minister Donner zit zich ondertussen suf te piekeren hoe hij de versoepeling van het ontslagrecht toch door het parlement krijgt. Hij peinst er niet over om het wetsvoorstel, met een likje verf hier en en enkele kwaststreek daar, slechts een cosmetische verbetering mee te geven. Als
vrijwillige klusser zei hij afgelopen zaterdag nog dat “als je maar heel even een kwast vast kunt houden, je meer teniet doet, dan dat je bereikt”. Hij heeft daar al een vervelende ervaring mee gehad, toen hij eigen(on)handig met een enkele pennestreek kamerverslagen corrigeerde.
Nou, het Unilever-akkoord biedt een uitweg voor de minister. Het gelijkheidsbeginsel: grijpen en graaien is niet alleen voorbehouden aan de top, ook de werkvloer doet mee. En als werknemers en vakbonden tevreden zijn met substantiële bonussen waarom zou de 2e Kamer dan nog dwarsliggen? Dat zou dan alleen nog kunnen gaan over het nivelleren van de bonussen. Een 62-jarig werknemer die pakweg 12 jaar bij een bedrijf werkt, zou bijvoorbeeld een evenhoge bonus kunnen krijgen als een manager van 28 die in 1 jaar tijd een bedrijf naar de knoppen weet te helpen.
Te vrezen valt dat Donner die flexibiliteit niet op gaat brengen. Hij heeft ondertussen een indrukwekkende staat van starre dienst. Leest u de imposante cv er maar op na op de site van
Grenswetenschap.nl