Tagarchief: eurocrisis

Een kostbaar telefoontje.

cc Flickr Minister-president's photostreamOnze MP heeft gebeld met de Griekse minister-president en twitterde daarna dat hij hem erop heeft gewezen dat de Grieken moeten voldoen aan alle eisen voor een nieuw programma. Een transcriptie van een paar kostbare, belasting verslindende belminuten.

R: Hi,Luc…
P: Who’s there?

R: It’s me, Mark!
P: Mark who?

R: Mark, from the Netherlands.
P: From the Neverlands?

R: No, no, from Holland.
P: Ah! You’re Dutch!

R: Yes, eh, no, I’m Mark.
P: You’re not Dutch?

R: Yes, ofcourse.
P: Well, what can I do for you, Dutchie.

R: Sorry, I’m not Dutchie, I’m Mark. The prime-minister of Holland.
P: Lucky bastard! But tell me, how did you became prime-minister? I can’t remember you’re name, so probably you’re not an ex-banker?

R: No, but I know a lot of bankers.
P: Ah, so that’s how you managed to become prime-minister!

R:No, no, I was elected, sort of…
P: Sort of, yes, that’s how things go. Now, what can I do for you?

R: I call to point you out that you have to comply with all requirements to a new program.
P: You point me out? Who do you think you are?

R: I’m Mark.
P: Yes, yes, and you’re prime-minister and you have nothing else better to do than making stupid phonecalls?

R: Well, it’s part of my job to…
P: To make lousy phonecalls?

R: Pardon me? I don’t think…
P: Exactly!

R: Exactly what?
P:You don’t think! You can’t even get your own budget straight, because of your disapointing tax revenues. That’s what you get, when you make people unemployed.

R: That’s not of your business.
P: If my unemployed people are your business, then your unemployed people are my business.

R: Hm, well, I made my point. I’m going to hang up now.
P: Oh, sorry, I didn’t ment to be that cruel to you.

R: Huh?
P: Don’t hang yourself!

R: No, I mean I have to stop this phonecall now.
P: Why?

R: My time is precious. I have more things to do.
P:  Oh? What do you do more, besides making phonecalls?

R: I have an urgent tweet to make.
P: Long live a nation in crisis, led by a prime-minister who has time for phonecalls and twitter.

Eurocrisis is traditie

EurocrisisDe schatkamer van statistieken, het CBS, heeft eindelijk tijd gevonden wat cijfers op een rij te krijgen, die u hier al op 22 oktober 2011 kon lezen. Uit die cijfers blijkt dat een hoog overheidstekort eerder regel dan uitzondering is en dat landen als Griekenland niet de enigen zijn, die zich maar niet aan de afspraken van het Verdrag van Maastricht kunnen houden.

“Nederland overschrijdt al drie jaar de Europese bovengrens van 3 procent van het bbp”, stelt het CBS, maar “een dergelijke periode van hoge tekorten is echter niet uitzonderlijk”. De jaren voor het Verdrag van Maastricht (1993) was het wel vaker mis. In de  periode 1980-1990 was het overheidstekort maar liefst 11 jaar achter elkaar flink groter dan 3 procent. Na het verdrag is het tot nu toe zes keer voorgekomen, waaronder dus de laatste drie jaar.

Het Verdrag van Maastricht heeft misschien wel een positief effect gehad. Na 1993 werd er vijfmaal een overschot gescoord, tegen één keer in de 24 jaren daarvoor.

Het overheidstekort zat sinds 1993 13 keer in de min, waarvan dus 6 keer boven de 3 procent. Slechts 5 keer viel het positief uit. Waarlijk geen geweldige prestatie waar met name twee mannen keiharde voorvechters zijn van de Maastrichtnorm. Mannen die het niet te beroerd zijn een vermanende vinger op te heffen tegen landen, die ook moeite hebben zich aan de norm te houden. We hebben het natuurlijk over de heer Zalm en zijn discipel Rutte.

Zalm eiste in 2003 sancties tegen Frankrijk en Duitsland, toen deze hun financiële problemen op wensten te lossen door het overheidstekort op te laten lopen. Zalm moest inbinden en Frankrijk en Duitsland kregen wat meer tijd en ruimte om hun tekorten binnen de afgesproken normen te krijgen.

Rutte moet feestelijke dagen beleven. Niks inbinden, maar de knoet erover. Griekenland moet diep door het stof. Nu is het Griekse overheidstekort wel aanzienlijk groter dan dat van Nederland. Maar dat heeft niet alleen oorzaken in Zuid-Europese losbandigheid.  Griekenland werd na veel moeite pas in 2000 tot de Europese Monetaire Unie toegelaten. Zalm wist van de hoge tekorten, maar ging ook akkoord. Griekenland deed pogingen de tekorten weg te werken door, onder andere, worgleningen af te sluiten bij Goldman Sachs.

Rutte pleitte voor steun aan Griekenland. Niet om het land zelf te redden, maar de banken die vreesden dat Griekenland nooit meer al die leningen zou kunnen terugbetalen. Daar zat amper een Griekse bank bij.

Maar dat terzijde. Wat het CBS laat zien, is dat een overheidstekort nog steeds traditie is, ondanks het Verdrag van Maastricht. Ook in Nederland. Wat we wel zagen is dat het overheidstekort afnam als de economische groei steeg. De vraag is in hoeverre bezuinigingen effect hebben op de economische ontwikkelingen. Is overheidsbeleid slechts een druppel op een gloeiende plaat of een wezenlijke bijdrage om uit de misère te komen?

Rutte gelooft in dat laatste. Het terugdringen van het overheidstekort wordt door dit kabinet aangeprezen als wonderolie voor een haperende economie. Voorlopig kan hij niet anders dan zich voegen in de traditie van overheidstekorten boven de 3 procentnorm. Misschien bereikt hij het ideaal van een overheid zonder grote tekorten, door eens na te denken over een wezenlijk andere economie?  Want een economie gebaseerd op leningen en schulden lijkt zijn beste tijd nu wel gehad te hebben.

De gulden is terug!

GuldenDe discussie over terugkeer naar de gulden is niet eens afgerond of de munt is al terug. Dat wil zeggen: de Nederlandse Bank weet waar ze zijn. Een slordige 257 miljoen euro aan guldenbiljetten slingert bij de mensen thuis rond. De DNB schat dat er ook nog 300 miljoen guldenmunten in privébezit zijn.

De biljetten zijn nog wat waard, de munten niet, zegt de bank. Dat blijkt niet helemaal waar. Als muntaanduiding is de gulden terug op de prijslijsten van een cateraar in Badhoevedorp. Het blijkt een geste van protest.  De ondernemer baalt van het gebrek aan adequate maatregelen tegen de eurocrisis. Dat zijn klanten ‘lekker wat geld over houden’ aan deze actie, moet natuurlijk puur symbolisch worden gezien.

Een gulden met werkelijke waarde is opgedoken op de beurs van de MPO (Munten- en Postzegel Organisatie). Op een veiling kan deze gulden wel duizend euro opleveren. Het is wel een bijzonder exemplaar: een gouden gulden met een misslag. De tekst “God zij met ons’ staat er niet goed op. Wie thuis dus nog een gemankeerde gouden gulden uit 2011 heeft, kan hem maar beter naar de veiling brengen.

Even later begin een mevrouw in het Brabantse Keldonk een wisselkantoor voor guldens. Ze spaarde guldens, rijksdaalders, maar ook  kwartjes, dubbeltjes en stuivers voor het goede doel. Nu heeft ze nog zo’n 25 kilo aan oude munten en die mochten mensen inruilen voor euro’s. De ondernemende Keldonkse had lucht gekregen van een actie van pretparken. In het weekend van 10 december kon je namelijk met oude guldens de toegang betalen.

Wie niet zo gauw wist, waar hij zijn oude guldens had rondslingeren, kon bij het wisselkantoor voor € 4, 50 tien guldens krijgen.
De pretparken incasseerden 10.000 gulden aan pre-euro geld. De winst zat in de 50 procent bezoekers meer, die naar de attracties togen.

De gulden is in ieder geval keihard terug als reclamemiddel. Wat wel sneu is: niet alle euro’s hebben dezelfde waarde. Herinner je de eurokit, of het Zalmzakje nog? Het setje munten dat iedereen kreeg bij de invoering van de euro? Wel, daar krijg je niet meer voor terug dan het tien jaar geleden waard was. Hooguit 3, 88 euro.

Wie echt nog wat van waarde terug wil zien voor oude munten, moet tussen de 300 miljoen oude guldenmunten op zoek naar zilveren guldens en rijksdaalders. De koers van zilver is zodanig dat een zo’n gulden 3 euro en een rijksdaalder 7 euro kan opleveren.

De beurs bedrijft politiek.

BeursWat ook wel de virtuele economie wordt genoemd, is eigenlijk een politiek bolwerk, van waaruit de wereld wordt geregeerd. Die conclusie zou je kunnen trekken naar aanleiding van de berichten dat de beurzen sterk reageren op politieke gebeurtenissen. De Amsterdamse beurs opende vanmorgen met verlies. Dat is een reactie zijn op de Europese top, waarmee aandeelhouders en beleggers zeggen: leuke top, maar nog niet helemaal toppie!
Waarna je weer een politicus hoort roepen dat het vertrouwen in de markten moet worden hersteld en krasse maatregelen nodig zijn.

Krasse maatregelen om onrust op de beurzen te voorkomen? Ik weet er wel een: sluit de beurzen, of leg de aandelenhandel een paar maanden stil. Het is tenslotte een virtuele economie. De echte economie dat zijn wij, de mensen die elke dag naar hun werk gaan. Daar krijgen we heel wat voor terug: ons salaris. Daarmee stimuleren we de economie. We kopen elke dag spulletjes van het bedrijfsleven. En we dragen bij aan de staat. We betalen belasting. Wij zijn de grootaandeelhouders van politiek en economie.

Stel dat wij er  weinig op vertrouwen dat onze aandelen (arbeid en geld) opleveren wat wij er van verwachten. Kunnen wij dan onze aandelen massaal verpatsen op de beurzen?
Minder spulletjes kopen kan nog wel. Maar stoppen met werken en belasting betalen zou ernstige gevolgen voor onszelf hebben.  Wij worden geacht eens in de vier jaar politiek te bedrijven en niet bij elke economische rimpel te gaan staken of weigeren de belasting af te dragen.

Een belastingstaking is overigens geen onbekend idee. Het is vooral een hobby van zich liberaal noemende clowns, die zich van hun anarchistische kant laten zien als de staat niet doet wat zij voor ogen hebben. Hedendaags fenomeen is de Tea Party, die graag de belastingen flink wil reduceren en als actiemiddel een belastingvrije dag wil houden.

En herinnert u zich de oproep van Gerrit Zalm nog? In 2006 riep hij burgers op geen ozb (onroerende zaak belasting) te betalen, als protest tegen de hoge tarieven 62 gemeenten er zouden houden. Zalm was minister van Financiën en had zich verrekend. Slechts een paar gemeenten waren aan de dure kant en Zalm zag zich gedwongen excuses aan te bieden.

In Italië dreigde in datzelfde jaar de toen demissionaire premier Berlusconi met een belastingstaking, als een linkse kandidaat tot president zou worden gekozen.
Kortom: een belastingstaking is een geliefd pressiemiddel bij mensen die verder tegen elke vorm van andere stakingen zijn.

De reacties op de beurzen kunnen ook als pressiemiddel  worden gezien. Want het is opvallend dat de koersen kelderen als er politieke besluiten worden genomen, die niet helemaal in het straatje passen van de nul-belasting-idealisten. Het dumpen van aandelen mag zelfs als een vorm van obstructie worden gezien. In plaats van het bedrijfsleven te steunen door aandelen te kopen, in plaats van te verkopen, duwt men zelfs de economie verder de afgrond in.

En het gekke is dat de politiek daar geen antwoord op wenst te geven. Terwijl Occupyers voor de beurs worden weggesleept, mogen beursgangers hun gang gaan. Zelfs al weten politici dat beursgangers zich niet altijd netjes gedragen. Maxime Verhagen, minister van Economische Zaken, mocht in oktober de beursgong slaan en riep in zijn toespraak de financiële instellingen op zich verantwoordelijk te gedragen. “Dus niet om de boel te bedonderen”, zei hij letterlijk.

Hij weet het dus wel, maar doet er weinig aan. Behalve de financiële instellngen herinneren aan hun gedragscode, maar de oplopende rekening weer bij de burger leggen. Volgens Job Swank, directeur Monetaire zaken van De Nederlandsche Bank (DNB) zijn extra bezuinigingen onvermijdelijk. Het kan niet anders, zegt hij, omdat “de financiële markten momenteel dicteren wat er in de reële economie gebeurt”.
Als dat tot gevolg heeft dat wij minder te besteden hebben aan de economie, lijkt met dat een gevalletje ‘beetje dom’.

Wilders onderzoekt zijn jeugdzonde

FoutGeert Wilders wil onderzoeken of herinvoering van de gulden op lange termijn beter is dan vasthouden aan de euro. Dat onderzoek is dan indirect een research naar zijn eigen jeugdzonden. Want waar was Wilders toen de euro werd ingevoerd?

De voorbereidingen werden getroffen in de jaren voor het verdrag van Maastricht (1992). Het CDA-PvdA kabinet Lubbers III zette de laatste stappen richting invoering van de euro. De voorbereidingen liepen door onder Kok I, met VVD-minister Zalm op Financiën. De Zalmnorm werd een feit (1994) en Kok en Zalm wisten in 1997 het Stabiliteitspact van de grond te krijgen.
Al die tijd was Wilders beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van de VVD (vanaf 1990). Hij mocht zich bezig jouden met het schrijven van toespraken en het sociaal-economisch beleid.

Onder Kok II werd de euro de officiële munt waarmee wisselkoersen en obligaties werden uitgedrukt (1998). In 1999 werd de euro definitief tot officiële munteenheid benoemd. Minister Zalm joeg er in 2001 een aantal wetten door het parlement om de overgang van gulden naar euro te realiseren en in 2002 kregen we dan de euro in onze portemonnees.
Wilders was inmiddels opgeklommen van beleidsmedewerker tot lid van de VVD-fractie (vanaf 1998). Opmerkelijk feitje in deze geschiedenis: in 2000 mocht Griekenland, sinds 1981 wel lid van de EEG,  toetreden tot het Europees Monetair Stelsel. De VVD had er destijds niets op tegen.

Pas daarna (2004) stapte Wilders uit de VVD. Niet vanwege onenigheid over de euro, maar omdat hij binnen de VVD te weinig ruimte kreeg voor zijn ‘conservatief-liberale’ gedachtegoed betreffende immigratie en de islam. Toen hij in 2006 aan de verkiezing deelnam verscheen in het PVV verkiezingspamflet dan ook zijn eurospeerpunt: een referendum over de wenselijkheid de euro te behouden.

Het drama van de eurocrisis biedt hem nu gelegenheid dat speerpunt bovenaan zijn agenda te zetten. Maar niet zonder eerst een onderzoek te doen. Dat onderzoek gaat natuurlijk over de toekomst van de gulden en niet over hoe de gulden hier verdween. Toen dat allemaal werd voorbereid, ingevoerd en werkelijkheid gemaakt, werkte Wilders er aan mee en stemde er mee in.

Het is niet meer dan de jeugdzonde van een beginnend parlementariër. Hij had zich natuurlijk aan de fractiediscipline te houden. Hij stapte daar met een groots gebaar uit en even groots erkent hij nu, indirect, zijn schuld. Hulde voor deze rechtsindirecte hand-in-eigen-boezem.

Hier de euro-Wildersgeschiedenis nog even samengevat.

Eurotijdlijn

Democratie dient oudheidkundige attractie te blijven.

EkklesiaGriekenland staat bekend als de moeder der democratie. In de Griekse oudheid ontstond een vorm van volksheerschappij waarbij rechts de vingers zou aflikken, als die vandaag zou worden ingevoerd,. Iedereen, behalve slaven, vreemdelingen en vrouwen, mocht stemmen over belangrijke publieke zaken. De term volksheerschappij was dus schromelijk overdreven.

De oude Grieken deden hun best wat te maken van hun democratie. Zo voerden ze de Ekklesia in. Een volksvergadering waar alle vrije burgers, rijk en minder rijk, zich mochten uitspreken over publieke kwesties en voorstellen voor wetten mochten indienen. De Ekklesia was wel aan regels gebonden, die de ondergang van de directe democratie inluidden. Het volk bepaalde niet wat er op de agenda stond, maar een raad van 500 volksvertegenwoordigers stelde de onderwerpen vast. Die raad bestond overigens uit vrijwilligers, die maximaal twee jaar zitting hadden in de raad. De voorzitter van de Ekklesia werd door loting bepaald. Allemaal nog redelijk democratisch, in de letterlijke zin van het woord. Maar hier werd wel de kiem gelegd voor het ontstaan van politieke kasten en daarmee de scheiding tussen wetgevers en stemvee.

Die vorm van democratie is ons bekend en hoe tevreden we er ook over zijn, het leidt regelmatig tot gemor onder het volk. De Mauro-kwestie en de Occupybeweging zijn daar actuele voorbeelden van. Een goede wetgever kijkt dat niet zomaar aan, maar luistert goed en komt tot compromissen waar een meerderheid van het volk mee kan leven. Zodoende kan de indirecte democratie, de regenteske variant van volksheerschappij, een lang leven beschoren zijn, zonder bestorming van regerings- en parlementsgebouwen te hoeven vrezen.

De eurocrisis is zeker een kwestie van groot publiek belang. En laat nou de Griekse premier George Papandreou, ineens op het idee komen het Griekse volk een stem te geven in de beslissing de Europese steun te accepteren of niet. De reacties op deze poging tot directe democratie zijn van tirannieke aard. De beurskoersen kelderden meteen. Aandeelhouders en hedgefondshouders chanteren de democratie met een nieuwe crisis. Collega’s van Papandreou schieten uit hun slof. Zij hebben immers al moeite genoeg hun eigen democratieën in het gareel te houden, omdat niet elke burger blij is met het Europese noodfonds en de hulp aan Griekenland. Ze hebben het net een eensluidend akkoord voor elkaar gekregen. Een Grieks referendum gooit roet in het eten.

Dat de politieke leiders onderling in discussie gaan om Papandreou te overtuigen dat een referendum hier en nu misschien niet het beste middel is, hoort tot de processen van de democratie zoals we die nu zijn gewend. Maar dat aandeelhouders buiten het stemhokje om hun invloed laten gelden, is ronduit bizar en antidemocratisch. De beurzen zijn dictatoriale jojos geworden.
Eigenlijk komen de reacties van de aandeelhouders en diverse Europese leiders hier op neer: beste Papandreou, haal het niet in je hoofd een Ekklesia te organiseren. Democratie is leuk, maar alleen als oudheidkundige attractie. De democratie is een ruïne en dat moet vooral zo blijven.

Werkonderbreking

PauzeDe voltallige redactie trekt er even een paar dagen tussenuit. Hard toe aan een pauze en om een burn-out te voorkomen, betrek ik een klein buitenhuisje in het Brabantse. Niet zonder het laatste nieuws achter te laten en je op andere interessant leesvoer te wijzen. Lezers moeten tenslotte wel aan het werk gehouden worden.

Opkomend nieuws:
Vanaf vandaag tot en met maandag mag er weinig van mij worden verwacht. Wel staat voor aanstaande zondag een nieuwe aflevering van KOZ (Kunst Op Zondag) in de steigers op Sargasso. Voor wie het nog niet weet: aldaar schrijf ik onder het pseudoniem P.J. Cokema ook wel eens wat. Zondag dus een artikel met de vraag of kunstenaars van de wind kunnen leven.

Nagekomen nieuws:
Eerder deze week schreef ik over de stakende schoonmakers in Den Haag. Welnu, de stakers gaan een revolutionair stapje verder. Ze hebben een eigen kabinet en president van schoonmakers gekozen. Vooralsnog om zelf de inzet van de komende cao-onderhandelingen te bepalen, aldus het FNV. Maar hou ze inde gaten. Nog even en schoonmakers regeren het hele land.

In de herhaling:
Tijdens pauzes en vakanties heb ik af en toe over het buitenhuisje geschreven. Misschien dat er de komende dagen weer een buitenhuis-artikeltje komt, maar de overweging van vorig jaar geef ik nog even mee. De leiders van de Europese landen mogen er dan uit zijn, wat betreft de euro-crisis, maar het ging wel moeizaam. Het resultaat dat vanochtend in de heel vroege uurtjes is behaald, zal ongetwijfeld ook op ons huishoudbudget gaan drukken.
Geen geweldige oplossing en dat kan best eens voorkomen uit een keuze voor de verkeerde crisisberaadlocaties.  die Mijn advies aan de met de crisis stuntelende wereldleiders was: de boom in met je crisis. Dat mag misschien vandaag nog steeds een goed advies zijn?

Prettig leesvoer gewenst en tot volgende week dinsdag.