Tagarchief: FNV

Vaderschapsverlof

Vaderschapsverlof Twee berichten die tegenstrijdig zijn of juist alles met elkaar te maken hebben?
Gisteren liet het CBS weten dat in 2008 minder werknemers
ouderschapsverlof hebben opgenomen, dan in voorgaande jaren. Vandaag ging het Meldpuntpapa.nl van start. Bedoeld om werkgevers aan te melden, die teveel dwarsliggen bij vaders die graag een dag in de week met hun kroost willen samenzijn.

Het ouderschapsverlof kan worden opgenomen door mannen en vrouwen, die kinderen tot acht jaar hebben. Alleen werknemers die meer dan 12 uur per week werken, komen in aanmerking. Het verlof bedraagt (voor elk kind) maximaal 26 keer de werkelijke arbeidsduur (regeling per 1 januari 2009). In 2008 was dat nog maximaal dertien maal de werkelijke arbeidsduur. Dat is exclusief zwangerschaps- en bevallingsverlof.

In 2008 namen 57 duizend mensen dat verlof op. Vrouwen vaker (43 duizend) dan mannen (24 duizend). In 2007 namen 50 duizend vrouwen en 25 duizend mannen het ouderschapverlof op. Het CBS concludeert dat juist vrouwen dus minder van de regeling gebruik hebben gemaakt.
Waarom dan toch een actie voor de papa-dag?

Vorig jaar kwam het FNV met het manifest “Papa Plus”, werd gesteld dat zes op de tien mannen graag minder willen werken om meer tijd voor de kinderen over te houden. Men pleitte voor een papa-dag per week. Het zou ook de arbeidsparticipatie van vrouwen kunnen verbeteren.

De werkgevers vonden het een overbodig idee. Elke werknemer heeft de vrije keuze verlof voor de kinderzorg op te nemen. Van die vrijheid moest je geen verplichting maken, zo reageerde men.
Een beetje twijfelachtige opstelling van de werkgevers, want die willen wel graag de vrijheid snel en makkelijk mensen door ontslag alle tijd voor de kinderen te geven, wanneer hen dat uitkomt.

Anderzijds kun je stellen dat een beetje vent gewoon zijn ouderschapverlof opeist. Een werkgever kan daar weinig tegen doen. Of zou een werknemer die zijn vaderschapverlof opneemt, moeten vrezen voor zijn carrière of als eerste de laan uit worden gestuurd als de kredietcrisis zijn bedrijf treft?

Het meldpunt voor teleurgesteld papa's is een particulier initiatief. Als binnenkort blijkt dat er veel serieuze klachten binnenkomen, wordt het tijd dat de overheid dat meldpunt overneemt. Want het zou betkenen dat er werkgevers zijn die een loopje nemen met wettelijke regelingen en arbeidsparticipatie van ouders (mannen en vrouwen) saboteren.

Deze overheid houdt wel van meldpunten. Zou ze deze serieus willen nemen?

Spreek recht wat krom is

Spreek recht wat krom is Wel eens werknemers de straat op zien gaan voor minder salaris? Arbeidsonrust komt toch al niet zoveel voor, hoewel het onder Balkenende's kabinetten wel is toegenomen (zie dit artikel hier). En dat beetje opstandigheid betrof vooral de cao-onderhandelingen, ofwel eisen voor meer loon. Maar grote werknemersacties met eisen betreffende de topsalarissen, het ontslagrecht en de pensioenen (vergrijzing) hebben we nog niet op straat gezien (zie ook dit artikel).

Om te voorkomen dat we met een historische noviteit te maken krijgen en arbeiders de straat opgaan om minder (top)salarissen te eisen, maakt het kabinet werk van een grotere invloed van de ondernemingsraden bij beursgenoteerde bedrijven.

Op grond van een SER-advies krijgen die raden spreekrecht tijdens aandeelhoudersvergaderingen. De arbeiders mogen kenbaar maken wat ze vinden van benoemingen, ontslagen en beloningen van commissarissen en bestuurders. De aandeelhoudersvergadering is niet verplicht de standpunten van de OR over te nemen.

De vakbonden FNV en CNV zullen dus naar andere middelen moeten zoeken om hun grieven over de laatste voorstellen van de commissie Frijns opgenomen te zien in de Corporate Governance Code (Code Tabaksblat). De OR-leden, meestal vakbondsleden, krijgen spreekrecht dat nergens toe hoeft te leiden.Het

CNV meent dat Frijns ” volstrekt onvoldoende aandacht besteedt aan de positie van werknemers. Deze moet worden versterkt onder andere door meer invloed op de Raad van Commissarissen. Met de Wet op de Ondernemingsraden alleen zijn we er niet”.

Sinds 1 september 2006 zijn bedrijven wel verplicht het beloningsbeleid met de OR te bespreken (Wet Harrewijn), maar een onderzoekje van Schouten & Nelissen bracht aan het licht dat het bij driekwart van de ondernemingsraden maar niet aan de orde komt. Al

in februari dit jaar, werd duidelijk dat de SER een grondige versterking van medezeggenschapregelingen bij beursgenoteerde bedrijven absoluut niet nodig vond. Het enquêterecht van aandeelhouders is meer dan voldoende en bij multinationale bedrijven zou meer werknemersinmenging er toe kunnen leiden dat ze geen zin meer hebben hun bedrijven hier te vestigen. Dat moeten we niet willen, zegt de SER. Het kabinet denkt er blijkbaar net zo over, want het heeft inmiddels het SER-advies doorgestuurd naar de Raad van State.

Spreekrecht is toch wat anders dan een vinger in de pap. Tenzij de OR spreekt van mogelijke maatregelen op de werkvloer als de geachte aandeelhouders ideeën van de werknemers weigeren over te nemen. Maar dat is dreigen met arbeidsonrust en voor je het weet willen de aandeelhouders de zaak van de hand doen.

Waarom de OR, als wettelijke vertegenwoordiger van de werkvloer, niet als even gelijkwaardige partner in het bedrijfsbestuur opgenomen? Spreekrecht, medezeggenschap, het zijn de instrumenten der repressieve tolerantie die uit de kast werden gehaald als reactie op allerlei onrust in de 60'er en 70'er jaren. Tot op vandaag de dag worden die instrumenten verkocht als versterking van democratische processen. Aan daadwerkelijk meebeslissen is de democratie nog niet toe. De vraag is dan over wiens democratie je het hebt.

Zolang beslissingsrecht niet aan de orde is, zullen we alleen met spreken zaken recht zien te kletsen die krom zijn. Lukt dat niet, dan blijf je maatschappelijke onrust houden.

Uit de wachtkamer van het vangnet

UitkeringenOndanks het sterk teruglopende aantal mensen dat een bijstandsuitkering nodig heeft, lopen de wachttijden voor het loket van sociale diensten niet terug. Het FNV heeft uitgevogeld dat 78% van de aanvragers langer dan een maand moet wachten tot er een besluit valt. Daardoor kunnen mensen in financiële problemen komen.
De vaste lezers hier weten dat ik dit soort onderzoeken vaak met een korreltje zout neem. De bevindingen van het FNV herken ik echter heel goed uit de praktijk van mijn werk (maatschappelijke opvang dak- en thuislozen). En dan gaat het niet om een enkel incidentje. Een paar voorbeelden.
Wat al jaren speelt is de terugkeer van gedetineerden. Na detentie moet in veel gevallen alles van de grond af worden opgebouwd: uitkering, een huis, het vinden van een baan. Veel van die mensen zijn reguliere klant van de sociale dienst. Je zou dus zeggen dat met één druk op de knop de uitkering geactiveerd zou kunnen worden. Dat is niet het geval. Het hele traject dient doorlopen te worden om vervolgens minimaal twee tot zes weken te wachten tot de eerste uitbetalingen plaats vinden. Zelfs een voorschot kan niet onmiddelijk worden verstrekt.
Het nadeel hiervan is dat, zelfs met onze hulp, de ex-gedetineerden slecht in staat zijn snel aan herstel van hun situatie kunnen beginnen. De kans op herstel is groter als men uit het oude circuit weet te blijven. Nu is men dus 2 tot 6 weken aangewezen op dat circuit, de dag- en nachtopvang. Men er ontmoet oude bekenden, men bivakkeert in de sfeer van mislukkingen, drugsgebruik en criminaliteit. De meesten zijn dan ook in korte tijd weer gedemotiveerd en raken verstrikt in bekende patronen die bijna altijd weer op de volgende detentie uitdraait. Je zou kunnen zeggen dat de wachttijden bij de sociale dienst indirect de draaideurcrimineel in stand houdt.
Maar goed, hier kun je de schouders nog ophalen en stellen dat een veel strukturelere aanpak, te beginnen vòòr of in de bajes, mensen bij de sociale dienst weghoudt. Er zijn helaas nog andere voorbeelden.
Regelmatig (1 tot 2x per maand) kloppen er mensen bij ons aan voor hulp bij voedselverstrekking. Ze krijgen dan een “overlevingspakket” mee, waar ze een paar dagen mee vooruit kunnen. Dat gaat niet zomaar. We verwijzen ze eerst door naar de voedselbanken. maar ook die kennen inmiddels wachttijden. We vragen wel de hemd van hun lijf. Waarom zit men ineens zonder geld?
Een aantal mensen is de dupe van de wachttijden bij de aanvraag voor een uitkering. De mensen hebben hun laatste centjes opgemaakt en dan komt de dag dat het op is. We komen hier mensen tegen die zelfs dan nog een paar dagen wachten tot ze hulp inroepen en hebben een aantal dagen tot soms 2 weken weinig tot niets gegeten. Wil men zo'n voedselpakket krijgen, dan willen we wel bewijzen zien van de situatie. Die kunnen de meeste mensen keurig overleggen en een telefoontje van ons naar de sociale dienst bevestigt dan vaak dat mensen nog wat langer moeten wachten. Dan krijgen ze dus dat voedselpakket en zo zijn wij de catering geworden van de wachtkamer van de sociale dienst.
Ook als de uitkering geregeld is kan het flink mis gaan. Want de sociale dienst mag dan traag zijn bij de honerering van aanvragen, veel sneller is men met het stopzetten van uitkeringen als een cliënt zich niet aan de regels houdt. Prima beleid, dat houdt de druk op de ketel en voorkomt dat een cliënt lui achterover gaat hangen en het allemaal wel best vindt.
Maar als de “strafmaatregel” op een fout bij de dienst berust, dan is dat niet zomaar hersteld. Iemand die om zo'n voedselpakket kwam vragen, deed dat, omdat de uikering was stopgezet wegens het niet inleveren van het maandelijkse controleformulier. Dat formulier was echter nooit opgestuurd. Een foutje ontstaan tijdens de verhuizing van het kantoor van de sociale dienst. De contactambtenaar had bij de cliënt toegegeven dat de fout bij de dienst lag en kon dat ook tegenover ons beamen. De cliënt had inmiddels wel een nieuw formulier gehad en onmiddelijk teruggestuurd. Twee weken nadien was de uitkering nog niet hersteld en het laatste dubbeltje op. Vijf dagen nadat de huishoudpot leeg was, klopte de cliënt pas bij ons aan, in de veronderstelling dat elke dag de uitkering weer uitbetaald zou worden.
Maandelijks één tot twee van dit soort gevallen is in een grote stad niet veel. Maar omdat we deze gevallen nu al weer ruim twee jaar aan ons voorbij zien trekken, beginnen we toch te geloven dat de wachtkamerstrategie een vast onderdeel van het ontmoedigingsbeleid der sociale diensten is geworden.