Tagarchief: gedragscodes

Shariabankieren beter voor de wereld?

Shariabank“Bankieren volgens 'islamitische' codes maakt de mondiale welvaart stabieler en eerlijker”, zo citeert dagblad Trouw Mahmoud Mohieldin, een van de Wereldbankmanagers.

De  'islamitische' codes, die tot een stabielere en welvarender wereld leiden zijn, onder andere, een verbod op investeringen in alcohol, tabak en gokken. Een hele interessante is het verbod op rente en het nemen van financiële risico’s. Excessieve korte termijnrisico’s worden vermeden, aldus Trouw.

Grappig om zoiets te lezen in een christelijk dagblad. De redactie had er aan toe kunnen voegen dat christelijk bankieren ook goed is voor een mooie wereld. Was het niet Jezus die de woekeraars de tempel uit smeet? Geldt  voor christenen niet het ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’? Twee voorbeelden op grond waarvan christelijk bankieren nooit tot enige ellende kan leiden. Toch?

Wie nu gaat roepen dat menig bankier van christelijke huize aardig hypocriete hypotheken heeft verstrekt, zal in een aantal gevallen gelijk hebben. Een verdediging tegen die aantijging is dat elk principe zijn hypocrisie kent. De basisgedachten mogen heel fraai zijn, het gaat al snel fout als je die in regels gaat vatten. Principes moet je dan ook vooral als filosofische uitgangspunten zien en niet als huishoudelijk reglement.

Dat mag overigens geen vrijbrief zijn om dan maar wat aan te rommelen. Laten we optimistisch blijven en er van uitgaan dat als we streven naar het goede, er veel mis gaat maar er ook wel iets van terecht zal komen.

Als ‘islamitisch’ bankieren echt zo goed voor de wereld is als de Wereldbankmanager beweert, dan moeten dat zeker nader bestuderen, nu de noodzaak voor een ander financieel stelsel toch wel dik is aangetoond.

Ga er maar rustig vanuit dat ook aan shariabankieren nadelen kleven. Maar als het beter is voor ons geld en voor een betere wereld, dan moeten we het vandaag nog invoeren. Helaas eindigt het artikel in Trouw met een opmerking van de Franse hoogleraar Guy Sorman: “Islamitisch bankieren verschilt nog weinig van de westerse manier”.

Ja zeg, de westerse manier ligt toch op zijn gat? Als shariabankieren er zoveel op lijkt, wat hebben we daar dan aan?
Awel, zegt de heer Mohieldin, ook voor shariabankieren moet een sterke regulering gelden. En hij noemt het screenen van potentiële klanten. Verrek, dat doen christelijke en ongelovige bankiers ook al. Ze zijn er wel strenger in geworden. Zo makkelijk krijg je vandaag een hypotheek niet meer.

En nog wat, stelt Mohieldin: “Belastingvoordelen voor schulden moeten op de schop”. Toch de hypotheekrenteaftrek aanpakken? U begrijpt nu waarom de PVV daar zo tegen is. Veel te sharia voor de islamofobe angsthazen.

Het idee van shariabankieren zou voor degenen die geld het belangrijkste principe vinden een interessante optie kunnen zijn. De  ‘islamitische’ banken lijken weinig last  te hebben van de crisis. Of dat ook zo zal blijven als die sector net zo groot wordt als het christelijk financieel complex? Daar komen we alleen achter als we het eens wereldwijd uitproberen.
Of moeten we juist streven naar de scheiding van geld en geloof.

Beter laat dan nooit-code.

Technologie Alle technologie keert zich op enig moment tegen de mens. Dat is niet te voorkomen, omdat in alle technologie het menselijk tekort zit gebakken. Welk menselijk tekort? Onze genialiteit. Die ingenieuze kwaliteit om voor elk probleem een technologische oplossing te kunnen bedenken. Het optimisme daarover gaat zover, dat we minder bij onze fouten stilstaan, dan bij de lonkende perspectieven die de technologie ons biedt.

Zo vinden we de uitvinding van het vuur nog steeds geweldig en denken de bijna
50 duizend branden per jaar wel te voorkomen door betere brandmelders, brandblussers en brandwerend materiaal te ontwikkelen. Ergens in een afgezonderd laboratorium zit een doorgedraaide fysicus al jaren te knutselen aan de zelfdovende vlam. Die vlam heeft-ie al, hij kan er alleen nog geen warme chocola van maken, want net voor het pannetje op het vuur gaat, is het al uit. Voorlopig moeten we het doen met de zegeningen en de rampen van vuur.

Ja, hoor eens hier, zul je denken, die branden ontstaan niet door het vuur, maar door menselijke fouten met vuur. Het is een algemeen aanvaard idee dat technologie niet fout kan zijn. Mensen kunnen er wel foute dingen mee doen. Er zijn optimisten zijn, die dat probleem willen oplossen door de mens dan maar door technologie te vervangen. Dat idee is dan weer niet algemeen aanvaard. We gaan onszelf niet opheffen.

Hoe komen we dan uit die pijnlijke spagaat van genialiteit en brokkenmakerij? Door wat meer bij onze fouten stil te staan. Het ‘van je fouten kun te leren’, is meer een wandtegeltjeswijsheid dan een alledaagse bezigheid. Toch ligt daar de oplossing. Jammer alleen dat de brokken soms zo groot moeten zijn, voor de les geleerd is. Maar er is hoop. Een mooi voorbeeldje uit het nieuws van vandaag.
Minister Rosenthal pleit voor restricties op de export van internetfilters naar dictatoriaal geregeerde landen. In Brussel kwam de IDEA (International Digital Economy Accords ) bijeen en de minister mocht de mooie jongen uithangen, door de vrijheid van digitale meningsuiting te verdedigen. Daarbij refererend naar de opstanden in Tunesië, Egypte en Libië (hier
de hele toespraak).

Rosenthal roemt een aantal gedragscodes, die handel met obscure regimes moeten beperken. Zijn collega Bleker overweegt de Kamer te betrekken bij het verlenen van vergunningen voor wapenexport.
Ook op dat gebied is een akelige les geleerd. Nederland had immers al eens technologie, in de vorm van allerhande wapentuig, geëxporteerd naar die landen? Naast internetfilters zijn wapens ook een geliefd middel tegen vrijheid van wat voor uiting dan ook. Nu Nederland meedoet aan het handhaven van de no-fly zone boven Libië, is het natuurlijk oppassen dat die technologie zich niet tegen ons keert. Bleker wil nu de
regels voor wapenexport aanscherpen.

Mooie boodschappen. We gaan onze technologische speeltjes niet in de handen geven van kwajongens. We stoppen echter niet met het maken van dat soort technologie. Je weet maar nooit voor welke goede doelen je het zelf kan gebruiken. De technologie zelf is immers niet fout?
Nee, het is al heel wat dat gedragscodes en regels worden aangescherpt. Beter laat dan nooit, toch? De technologische genieën komen ooit nog wel met een slim stukje software, waarmee verstandige beslissingen eerder vroeg dan ooit worden genomen.

Twitter onder de pet houden?

Twitter Sociale media zijn zo lek als een mandje. Daar kan zelfs diplomatieke post niet tegen op. Wikileaks had er informanten voor nodig. Wie echter twittert, zijn foto op het digitale smoelenboek zet, hyperdehyved of zich in linke netwerken laat verstrikken, is zo opgespoord. Dat is ook de bedoeling. Alleen alles wat je dan nog de digisphere in slingert, kan tegen je gebruikt worden.

Dat heeft een hoofdopsporingsambtenaar ondervonden. Districtschef mevrouw Dijksman
is geschorst, omdat ze een voorbarige conclusie twitterde. Van het akkefietje zijn de gezamenlijke commissarissen en directeuren van bedrijven zo geschrokken, dat ze acuut een twitterbeleid op poten zetten. De politiebonden vinden dat niet nodig. De politiebonden vinden het wel een tikkeltje onprofessioneel van de chef. De vraag is alleen: vinden ze het twitteren amateuristisch of de inhoud van Dijkman’s tweet?

Dat laatste, mag ik hopen. Een opsporingsambtenaar die al een vermoeden heeft over de oorzaak van een gevalletje overlijden, nog voor de crime scene is bezocht, kan het onderzoek frustreren. Het risico van tunnelvisie ligt op de loer en voor je het weet zitten er onschuldigen achter tralies.

Dat de politiebonden laconieker reageren dan bedrijfsdirecteuren, zegt wel wat over ieders professionele eigendunk. De politie gaat er vast vanuit dat er niet zoveel onder de pet te houden valt. Ze doet gewoon haar werk en meent dat ook goed te doen. Denken de commissarissen en directeuren anders over? Waarom vrezen zij elkaars loslippigtwitterigheid?

Ach, leidinggevenden zijn net mensen. Ze flappen er wel eens wat uit. De affaire Dijksman bewijst dat ouwekleppen op Twitter tot repercussies kan leiden. Moet elke professional nu zijn of haar woorden op een goudschaaltje wegen, voor het uit de strot komt of ergens wordt ingetikt?
Natuurlijk niet. Het zou jammer zijn als gedragscodes voor sociale media de mens tot zwijgen brengt. De mogelijkheid dat de digitaliteit de wereld stukje bij beetje transparanter maakt, moeten we niet tegen willen houden. Allereerst omdat het niet juist is zaken onder welke pet dan ook te houden. Dat is echt niet meer van deze tijd.

Maar ook omdat je dan mensen niet leert kennen. We zijn wat we zeggen of, in dit geval, tikken. Daar moet je voor durven staan. Komt er iets ongelukkigs uit het brein, dan kun je twee dingen doen. Erkennen dat je fout zit of niet. In beide gevallen zegt dat iets over jou.
De reactie op je uitlatingen zegt ook iets over de ontvanger. Het is goed omdat van elkaar te weten. Gedragscodes bevorderen het sociale verkeer niet, de praktische ervaringen wel.

Hoewel? Weet ik nu iets over de persoon die de tweet van districtschef veroordeelde en dat ook openbaarde? Tussen alle volgers die mevrouw Dijksman op twitter heeft, zit er minstens eentje die het op haar heeft gemunt, lijkt mij. Ook dat is goed te weten. Dat hij of zij zich op twitter bekend moge maken. Want zoals ik al zei: je moet durven staan voor wie je bent, voor wat je doet en wat je zegt en twittert.

De onberispelijke sollicitant.

C.V. Hoe is het toch mogelijk dat sollicitanten die een politieke carrière ambiëren, door de mazen van de sollicitatieprocedures glippen? Een vraag die menigeen zich wellicht stelt, nu bekend is dat niet alleen bij de PVV, maar ook bij andere politieke partijen, Kamerleden met een “vlekje” in de bankjes zitten.

Volksvertegenwoordiger is niet zomaar een baantje. Houdt dat in dat er geen afspiegeling van “het volk” in de Kamer mag zitten? Er zijn, denk ik, meer mensen met een schoon c.v. dan lui die wat op hun kerfstok hebben, dus zouden er genoeg onberispelijke sollicitanten moeten zijn, om toch van een afspiegeling van de maatschappij te kunnen spreken. Hoe voorkom je dat er toch Kamerleden worden benoemd, wiens
verleden is besmet met een boete of een veroordeling?

De NVP (Nederlandse Vereniging voor Personeelsmanagement) geeft het antwoord:
gebruik de sollicitatiecode! In die code staat dat “kandidaten aan een organisatie de informatie dient te verschaffen die deze nodig heeft om een waar en getrouw beeld te krijgen van de geschiktheid van de sollicitant voor de functie”.
Da’s mooi, maar is iemand die een keer beboet is voor een snelheidsovertreding, geheel ongeschikt voor het ambt van volksvertegenwoordiger? Dat is een ethische vraag, die buiten beschouwing moet blijven tijdens een sollicitatiegesprek.

Het is voor werkgevers heel lastig om iemands doopceel te lichten. Behalve in een aantal uitzonderlijke gevallen, mag niet gevraagd worden naar medische en strafrechtelijke persoonsgegevens. De Wbp (wet bescherming persoonsgegevens) verbiedt dat. Een medische keuring of een verklaring omtrent gedrag mag alleen gevraagd worden met toestemming van de sollicitant en dan alleen nog als het relevant is voor de functie (meer op
juristenweblkog.nl).

Veel meer is er wettelijk niet geregeld. Daar waar de wet onvoldoende steun geeft, kan een gedragscode uitkomst bieden. De
sollicitatiecode (pdf!) zou dus uitkomst bieden, volgens de NVP. In die code staat, wat de Wbp al zegt: de werkgever mag alleen nadere informatie over de sollicitant napluizen met diens toestemming en louter in relevante zaken.
In artikel 4.4 stelt de code dat de sollicitant “een waar en getrouw beeld geeft van zijn vakbekwaamheid” en “geen informatie achterhoudt waarvan hij weet of behoort te weten dat deze van belang is voor de vervulling van de vacante functie waarop hij solliciteert”.

Verder geen details hierover. Het is dus aan de werkgever en de sollicitant om dat nader in te vullen. Nu blijkt dat als de pers je antecedenten onderzoekt, het verstandiger is de publiciteit voor te zijn. Het verweer dat met een betaalde boete of een afgehandelde straf een verleden als niet relevant beschouwd mag worden, doet voor volksvertegenwoordigers niet ter zake. Hier worden ongeschreven regels geschonden. Hoewel ongeschreven regels geen enkele wettelijke betekenis hebben, blijken ze reuze relevant in de actualiteit.

Nu kunnen er, als de werkgever er bewijzen voor heeft, arbeidsrechtelijke sancties volgen, als de sollicitant de hand heeft gelicht met zijn “waar en getrouw beeld”. Binnen de PVV weten de “onvolledige” Kamerleden
daar inmiddels van. Mosterd na het galgenmaal natuurlijk. De onberispelijkheid van de politiek heeft alweer een deukje opgelopen.
Hoe voorkom je dat? Een scherpere wetgeving of sollicitatiecode? Dat kan een lastige discussie worden, want aan welke criteria moet de onberispelijke sollicitant voldoen? Een kandidaat-Kamerlid afwijzen, omdat hij of zij zich in het verkeer niet heeft gedragen? Zo’n kandidaat heeft ongetwijfeld een van de 11,8 miljoen verkeersboetes gekregen. Of is het voldoende als de kandidaat dat keurig meldt in het sollicitatiegesprek?

Met regelgeving moet je oppassen. Scherpere regels kunnen tot scherpere leugens leiden. Voor je het weet zitten we met Kamerleden opgescheept die nog gewiekster met de waarheid omgaan, dan we van sommigen al zijn gewend.
Een sollicitatiecode speciaal toegesneden op volksvertegenwoordigers? Met in artikel 1: ik solliciteer volgens de waarheid en niets dan de waarheid?

Is zelfregulering effectief?

Zelfregulering Ongeruste ouders in Utrecht halen opgelucht adem. De Reclame Code Commissie oordeelde dat bierreclame niet is toegestaan bij het sportveld waar hun kinderen spelen. Omdat meer dan een kwart van de toeschouwers uit minderjarigen bestaat, was de bierreclame in strijd was met de Reclame Code.

Leuk dat de ouders en de Reclame Code Commissie een succesje boeken. Ik vroeg me af: helpen zulke uitspraken wel? Wat is het succes van zelfregulerende zaken als de Reclame Code?
De bierreclame is inmiddels verwijderd, dus ja, wat dat betreft heeft zelfregulering geholpen. Je vraagt je wel af waarom de sportclub en de bierbrouwer vooraf niet even de gedragscode over alcoholreclame rond sportvelden er op na geslagen hebben. Nu heeft het alleen maar tot vervelende reclame geleid.

Leiden zelfregulerende gedragscodes ook tot de maatschappelijk gewenste effecten? In dit geval: zet de jeugd het minder op een zuipen? In een tijd waarin plan-do-check-act cyclussen gemeengoed zijn, zal er dus makkelijk een antwoord op die vraag gevonden kunnen worden.
Niet dus. Er wordt wel veel meer onderzoek gedaan naar de invloed van reclame op de jeugd, maar nauwelijks naar effecten van gedragscodes voor alcoholleveranciers, snoepventers en vetverkopers.

De STIVA, de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik, opgericht door de gezamenlijke producenten en importeurs van drank, stelt dat jongeren
wel minder zijn gaan drinken. De club bestreed een onderzoek naar de invloed van alcoholreclame tijdens het EK voetbal van 2008. De TU Twente had wat jongeren gevraagd of de drankreclame hen wat deed en concludeerde dat ze er best wel gevoelig voor waren.
Dat onderzoek werd verricht in opdracht van STAP, het Nederlands Instituut voor alcoholbeleid. Ook al zou STIVA gelijk hebben en er minder jongeren drinken, volgens STAP drinken ze dan wel stevig. Het aantal kids met alcoholvergiftiging is toegenomen.

Van de Reclame Code Commissie wordt je niet wijzer. Daar zijn alleen de uitspraken te vinden, die naar aanleiding van klachten zijn gedaan. Geen gegevens over de impact van de commissie, wat betreft de gewenste maatschappelijke resultaten.
Maar waarom niet? De Stichting Reclame Code is tenslotte opgericht door adverteerders, reclamebureaus en media. Bedoeld om verantwoord reclame maken te bevorderen. Okee, dat is een wat ander doel dan jongeren redden van de drank. Toch denken overheid en bezorgde ouders dat verantwoorde reclame kan bijdragen aan een gezonde opvoeding. Een onderzoek dat die stelling bewijst, komt toch ten goede aan de gezamenlijke adverteerders en hun eigen gedragscodes?
Het feit dat de Reclame Code Commissie het redelijk druk heeft, zegt iets over het beperkte effect van de preventieve werking die gedragscodes beogen. Misschien dat daarom nog geen grondige evaluatie heeft plaatsgevonden?

In Europees verband wordt er nog nader op gestudeerd. De
voorlopige conclusies (pdf!) zijn dat de lidstaten wel geloven in positieve effecten van zelfregulering, maar echte bewijzen over het verband tussen zelfregulering en maatschappelijke resultaten zijn er niet.

Nu staat drank en jeugd centraal in dit artikel, maar gedragscodes vinden we tegenwoordig op alle terreinen. Maar nergens iets te vinden over de effecten op de samenleving. De vraag is relevanter dan ooit, want de komende vier jaar worden we geregeerd door een kabinet dat sterk in zelfregulering gelooft.
Misschien heb ik nog niet ver genoeg gezocht. Wie kent een voorbeeld van een grondig geëvalueerde gedragscode en wat waren dan de bevindingen? Is er in het woud van gedragscode ergens een bloeiend boompje te vinden of is het allemaal dood hout?

Schools gedrag

Schools gedrag De school is een wereld, waar rust heerst en orde. In regelmaat rijpt er het pril intellect.
(Regel uit het lied “De school” – 1971, Toneelwerkgroep Proloog)

Ik ga op vakantie en neem mee… de kinderen.
Zelf gezegend met een kinderloos bestaan, heb ik tijdens de vakantie met respect gekeken naar de vele ouders in staat waren hun welverdiende vakantierust te genieten. Er waren zelfs leerkrachten met eigen kroost bij!
Die rust wordt de komende weken wreed verstoord, want de nu nog lege schoolpleinen gaan weer open. Menig ouder zal met weemoed denken aan het voorbeeldige gedrag van hun kinderen op vakantie. Jengelen om een ijsje, elkaar pesten in het zwembad, pubers die na de campingdisco in de bosjes elkaar zitten te tongen, waarna de hulpdiensten ingeschakeld werden omdat het kroost met de beugeltjes aan elkaar vastgeraakt waren.

Dat is toch en stuk rustiger dan jengelen om geen huiswerk te maken, elkaar pesten op het schoolplein en gevoos in het fietsenhok. Dat laatste leidt er soms toe dat de overheid met
1,5 miljoen euro moet bijspringen om wel erg jonge ouders een handje te helpen.
Ouders hebben vorig jaar de scholen nog gevraagd om hun kinderen eens wat sociale vaardigheden bij te brengen. Een aantal scholen zijn aan die wens tegemoet gekomen.

De Leidse Universiteit heeft onderzocht
wat het resultaat is: “Het gedrag van scholieren wordt niet aantoonbaar beïnvloed door Behave, een programma dat is bedoeld om hun sociale vaardigheden te vergroten door hen een gedragscode te laten opstellen”.
Het ministerie van Justitie had de opdracht gegeven tot dat onderzoek om na te pluizen of gewelddadig en agressief gedrag op de scholen aan te pakken is. Het project Codename Future bood de scholen een programma aan, waarmee de leerlingen aan een zelfbewuste gedragscode konden werken.
Het programma heeft niet veel geholpen, stellen de onderzoekers, maar dat wil niet zeggen dat een gedragscode niet helpt. De scholen hebben te weinig gedaan om een gedragscode goed te laten werken. Te weinig tijd er aan besteed, geen draagvlak gecreëerd en het programma is niet overal uitgevoerd zoals het zou moeten.

Bijna tegelijkertijd met het persbericht van de Leidse Universteit publiceert het
dagblad Trouw een artikel over de schoolse opvoeding bij onze oosterburen. Sommige Duitse scholen zijn overgegaan tot ouderwetse tucht en discipline. Opstaan als de leerkracht het klaslokaal betreedt, bijvoorbeeld.
Natuurlijk zijn vooral conservatieve politici enthousiast over die aanpak. Critici menen echter dat het aantal probleemjongeren er niet minder om zal worden. Trouw citeert een van hen, die stelt dat “de ergste probleemkinderen (…) juist uit milieus komen waar discipline en onderdrukking traditie zijn”.

Het schoolplein waar de meeste rust en orde heerst, is een leeg schoolplein. Een buurt waar het probleemloos aan toegaat, is een lege buurt. Een bedrijf waar perfect wordt gewerkt, is een bedrijf zonder werknemers. Tenzij iedereen zich schools gedraagt.
Ach, was het nog maar vakantie. Vrij van de dagelijkse beslommeringen, vrij van al die gedragscodes op school, op het werk, in de buurt en op de sportvereniging.

Moresprudentie

MoresprudentieCodes zijn slechts inkt op papier”, stelde bestuursvoorzitter van de Rabobank op het Sustainability Congres in Den Haag, afgelopen donderdag.
De beste voornemens staan wel eens haaks op wat in de praktijk haalbaar is. De Rabobank wil graag een wezenlijke bijdrage leveren aan een duurzame wereld, maar hoe doe je dat, als er ook zaken gedaan moeten worden in China of Brazilië?

De Rabobank gaat dan te rade bij de eigen Commissie Ethiek. De bank, voortgekomen uit wat ooit banken met slecht lokaal belang waren (de coöperatieve Raiffeisen-bank en Boerenleenbank), doet nu wereldwijd zaken. Volgens de bestuursvoorzitter krijgt de bank dan ook te maken met controversiële zaken op het gebied van dierenwelzijn, ontbossing, genetische modificatie, mensenrechten en de wapenindustrie.

De ethische commissie van de Rabobank kan dan adviseren hoe te handelen. Noem dat “moresprudentie’. “Door bekendheid te geven aan deze moresprudentie wordt geprobeerd bij te dragen aan het ethisch handelen in de Rabobank-organisatie”,
aldus de voorzitter.

Zou elke bank, of elk bedrijf dat in het buitenland opereert een ethische commissie moeten hebben, om de moresprudentie vast te stellen?
Nee, zou het antwoord kunnen zijn. Overbodig, want wat goed of slecht is zou iedereen als vanzelfsprekend dienen te weten. Maar de eigen mores kan wel eens hemelsbreed verschillen met die van andere, verre landen. De tijd is lang voorbij dat we met elk handelsschip ook een legertje missionarissen meestuurden, om ook de eigen moraal op te leggen.

Bovendien zijn er conflicten binnen die eigen mores. China wel willen helpen bij de opbouw van de economie, in de verwachting dat de welvaart voor de gewone Chinees zal toenemen, is nobel. Maar wat, als dat betekent dat je er ook de wereldwijde milieuvervuiling een handje mee helpt?
Een lening verstrekken om soja te verbouwen, in de wetenschap dat daar hele bossen voor gekapt moeten worden?

Ja, zou het antwoord kunnen zijn, een ethische commissie is hard nodig. Het zal voor de Rabobank geen prettige reclame zijn, dat alleen de Triodusbank en de ASN-bank het zoveel beter doen in de controversiële thema’s. Althans, volgens de
eerlijke bankwijzer, die Oxfam Novib, Amnesty International, Milieudefensie en FNV Mondiaal hebben gelanceerd.
De Rabobank scoort voldoende op slechts 4 van de 8 thema’s als klimaat, mensenrechten of de wapenindustrie. En blijkt weinig goeds bij te dragen in sectoren als de landbouw, bossen, of visserij.

Maar of de zelf opgelegde moresprudentie er toe zal leiden bepaalde activiteiten alleen te financieren door wel de eigen mores op te leggen? Of beter nog: helemaal geen activiteiten ontwikkelen op gebieden waar het niet pluis is?
Wanneer zullen codes niet langer “inkt op papier” zijn, maar even geldig als de af te sluiten contracten?

Koninklijke zelfbeheersing.

Koninklijke zelfbeheersing

Zelfbeheersing is geen makkelijk te verwezenlijken deugd. Mijn ouders deden hun pedagogische best en hadden altijd wel een advies paraat om de zelfbeheersing te stimuleren. Zo klonk elke avond na een liefdevol 'welterusten', ook een dringend '.. en handjes boven de dekens'. Als meer kwaadaardige driften opborrelden, werd geadviseerd eerst tot tien te tellen.

Zij konden ook niet weten, dat ik daardoor nooit verder dan tien tellen kwam en het nu met een matig inkomen moet doen. Het is dus pure onkunde dat ik geen rijke graaierd ben geworden. Het zit wel in me, maar het komt er niet uit.
Op de momenten dat er enige lucratieve aanvulling op het inkomen wordt aangeboden, herinneren de ethische gedragscodes eraan zulke verleiding te weerstaan. Gunstbetoon bijvoorbeeld. Net als
verpleegkundigen, mag ook ik betoonde gunsten niet incasseren. Verpleegkundigen mogen geen geschenken of vergoedingen voor deelname aan congressen aannemen. Ook in mijn werk geldt zo'n ethische code en dus neem ik de aangeboden pen en kladblokje nooit mee naar huis.

Van bonussen hebben we op mij werk geen last. Anders zouden we daar natuurlijk ook een heel gedoe ober krijgen. Ook al lopen. Mede door de kredietcrisis een stijgend aantal mensen van armoe hier de daklozenopvang binnen, en scoren we dus bovenmatige targets, van een bonus is absoluut geen sprake. Dat gaat er in andere sectoren heel ander aan toe, maar het valt gelukkig reuze mee. Wouter Bos heeft ons verzekerd dat de afgesproken bonus voor Gerrit Zalm de omvang van een simpele fooi niet te boven zal gaan.

Heer Zalm zit in een positie waar wel het goede voorbeeld gegeven moet worden. Naar mijn mening dan. Die telt niet, want ik heb nooit doorgeleerd om verder dan tien te tellen. Blij verrast was ik te merken dat ook welgeleerde mensen er ook zo over denken.
Bram Kempers, hoogleraar sociologie van kunst, zegt in een
opiniestukje in het NRC: “Een van de deugden die van oudsher voor vorsten gelden is matigheid“.

Hij heeft het niet over bankiers, maar over het koningshuis. Matigheid en zelfbeheersing. Een koningin of kroonkoning dienen een toonbeeld van deugdzaamheid te zijn, zeker in onvoorspoedige tijden. Met een opsomming van directe en verborgen kosten, verwijt hij de monarchie een gebrek aan ethisch normbesef.
Zoals bankiers meer zelfbeheersing zouden moeten tonen door de bonussen te beperken, zo zou het koningshuis met een royaal gebaar afstand kunnen doen van bepaalde verworven rechten, die dan allemaal legaal moge zijn, maar ook erg kostbaar.

Bram Kempers citeert Machiavelli die beweerde dat een vorst geen moraal hoeft te hebben, maar die wel moet tonen. Je kunt op je tien vingers natellen dat de door Kempers gevraagde moraal, niet veel meer om het lijf zal hebben dan de nieuwe kleren van de keizer.
Dat kun je de monarchen ook niet kwalijk nemen. Zij zijn opgevoed met het tellen van tienen waar aardig wat nullen achter staan. Ze weten niet beter. Bovendien staan er zware plichten tegenover hun banksaldi. Dan kun je niet vragen het Paleis op de Dam in te leveren, zoals Bram Kempers voorstelt. Stel je voor dat ze bij elke representatieve taak eerst een of ander congrescentrum moeten afhuren.

Als de monarchen niet aan zelfregulering beginnen, moeten ook zij dan aan een gedragscode worden onderworpen om zelfbeheersing en matiging af te dwingen?

Gedragscode dichter bij de burger

Gedragscode dichter bij de burger

De gedragscodes rukken verder op. Nog even en je hebt ze ook in huis. Op je werk ken je ze vast al wel, voor de openbare ruimte gelden er ook talloze en wie ze in de eigen buurt nog niet heeft, kan zich nu aanmelden om er eentje op te zetten.

Het CCV (Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid) zoekt buurten met 60 tot 80 bewoners, die mee willen doen aan een pilotproject voor gedragscodes over gewenst en ongewenst gedrag in de buurt.
De bedoeling is dat de buurtbewoners zelf afspraken in zo'n gedragscode vastleggen. Dat is net iets anders dan de beruchte Rotterdam-code.
Twee jaar geleden stelde het gemeentebestuur van Rotjeknor een reglement voor de openbare ruimte op, die onder andere inhield dat iedereen op straat Nederlands zou spreken en elkaar ook eens netjes zou groeten.

Als de pilot van het CCV is afgerond en elke buurt zijn spelregels heeft, dan is de morele verantwoording die onder Balkenende I werd afgekondigd in ieder geval op papier netjes geregeld. In 2002 verklaarde Balkenende immers al: “Burgers moeten elkaar weer kunnen en durven aanspreken op asociaal gedrag. Van buurtbewoners mag worden gevraagd zich weer gezamenlijk verantwoordelijk te voelen voor het behouden van kwaliteit van de omgeving”.

We reguleren onszelf suf. Ondertussen komt De Gedragscode dus steeds dichter bij de burger. Nog even en elk huishouden dient er eentje te hebben. Want elk huisje heeft zijn kruisje. Dat moeten we niet willen, toch?

Nou kun je dat negeren en denken: mijn rug op, ik bepaal zelf wel wat er in mijn eigen huis gebeurt. Dan zit je goed en ben je het toonbeeld van Balkenende's Brave Burger. Eigen verantwoordelijkheid heet dat. Het enige dat de overheid van je verlangt, is dat je het even keurig op papier zet.
Daar kan je beter nu al aan beginnen, want als er straks een of andere toezichthouder aan de deur komt en je blijkt geen gedragscode in huis te hebben, zou dat wel eens een fikse boete kunnen kosten. Of, en dan wordt je heel schappelijke behandeld, krijg je een organisatie op je dak die een handje komt helpen met een stappenplan om zo alsnog een voet tussen je deur te krijgen met de gewenste normen en waarden.

Geheel in de verheffende gedachte van samen leven, samen werken, aan jou nu de vraag: wat zou jij in die gedragscode zetten?

Heren en hun akkoorden

Heren en hun akkoorden

Quote: “De regering zal zich inspannen om te voorkomen dat (….), waarbij zij gebruik maakt van het herenakkoord. Op dit moment wordt gezocht naar de juridische instrumenten waarover de overheid in deze complexe materie kan beschikken (…)”

Deze quote zou volgend jaar zo uit de notulen van de Tweede Kamer kunnen komen en onderdeel kunnen zijn van het antwoord dat minister Bos geeft, naar aanleiding van vragen over de aanhoudend hoge bonussen in de financiële sector. De quote stamt echter uit 1999 en komt uit het Algemene Overleg betreffende de geluidszones rond Schiphol. De toenmalige regering meende aan een herenakkoord genoeg te hebben om de geluidsoverlast rond vliegveld Zestienhoven binnen de perken te houden.

Herenakkoorden. Een wat stoffige, belegen term. Tegenwoordig zoeken kabinetten het meer in gedragscodes en convenanten. Er sluipt nog wel eens een enkele beginselverklaring tussen, maar ook die term hoor je niet veel meer in de politieke arena.

Afijn, Wouter Bos heeft nu ook zijn herenakkoord. Of dat voldoende zal zijn als controle-instrument, moeten we afwachten. Soms werkt zoiets, soms niet. Het herenakkoord dat zijn eerste werkgever, Shell, in 1979 sloot met minister Van Aardenne (kabinet Van Agt I), werkte niet, volgens een analyse van de FNV.

Het ging er toen om de aardgaswinsten, die behoorlijk stegen tijdens de oliecrisis, aan te wenden voor investeringen in de Nederlandse economie. De olie- en gasprijzen waren flink gestegen, tegelijkertijd vroeg het kabinet Van Agt de vakbonden mee te werken aan loonmatiging ter versterking van de economie. Een motie van de PvdA om voor die versterking ook een beroep te doen op de winsten van Shell en Esso, haalde het niet omdat Van Aardenne het herenakkoord blijkbaar goed wist te verdedigen. Dat akkoord hield in dat Shell en Esso de winsten ook zouden gebruiken voor het scheppen van hooggekwalificeerde werkgelegenheid en versterking van research.

Een akkoord waar alle sociale partners zich wel goed in konden vinden en tot redelijke successen leidde, was het akkoord van Wassenaar (1982 – kabinet Lubbers I). In ruil voor loonmatiging zou arbeidstijdverkorting worden ingevoerd en de werkloosheid worden bestreden. Ook dit akkoord beoogde de economie te versterken, hetgeen in bescheiden mate lukte. Hoewel de vele bezuinigingen die kabinet Lubbers toepaste, volgens sommige deskundigen, ook sterk tot betere tijden hebben geleid.

Nou was het akkoord van Wassenaar wel iets meer dan een herenakkoordje. Alle sociale partners werkten er aan mee en stonden er achter. Eigenlijk is dat akkoord het rolmodel voor het crisisakkoord dat kabinet Balkenende heeft opgesteld.

In 2001 was er tijdens het Voorjaarsoverleg ook al rumoer over de topinkomens. Aanleiding was onder andere het Akkoord van Garderen (1999). Vakbeweging en werkgeversorganisaties hadden een deal om de toplonen niet teveel te laten stijgen en alleen met zeer goede redenen bonussen uit te keren. Er kwam weinig van terecht.
Zalm , toen minister van Financiën (kabinet Kok) stuurde wel aan op een wet openbaarmaking van de salarissen van topbestuurders, maar samen met even verantwoordelijke bewindslieden Vermeend en Bos verzuimde hij in de herziene belastingwetgeving het een en ander te corrigeren. Verder zocht men het in zelfregulering. Een ander woord voor herenakkoord.

Dat de heren nu akkoord zijn is mooi. Maar als wat voor heren zullen ze zich gedragen? De recente crisisgeschiedenis belooft niet veel goeds. Een enkel excuus, verder vasthouden aan contractuele afspraken en af en toe de mantra herhalen dat we bobo's wellicht naar het buitenland zien vertrekken.
Maar over één ding zijn de heren wel akkoord: een verscherpte wetgeving is taboe. De heren Zalm (ABN), Kok (ING) en Bos (rijksboekhouder) zitten nu toch wel in posities om tot een veel effectiever akkoord te komen?