Tagarchief: geld

Een loopje nemen met geld.

Bankrun Geld maakt niet gelukkig. Een dooddoener waar meer waarheid in zit dan we willen weten? Het is een gezegde geworden, dat onze knellende verbondenheid met geld nuanceert. Geld was ooit een middel om meer vrijheid te creëren, maar is een complexe en moeizame relatie geworden, waar we niet meer van af lijken te kunnen.

Wie, heel lang geleden, geld had verdiend en dat niet meteen uit moest geven, gaf zijn geld aan een wisselaar. Een simpel briefje vermeldde hoeveel je aan de wisselaar had gegeven. Zodra je het geld weer nodig had, haalde je het weer op. Die briefjes zijn een eigen leven gaan leiden. Je haalde het geld niet op, maar kocht met dat briefje de handel die je nodig dacht te hebben. De wissels zijn geld geworden, de wisselaars werden banken. Geld is een
handel op zichzelf geworden.

Als je nu naar de bank gaat, kan je voor akelige verrassingen komen te staan. Je mag al blij zijn als jouw bank nog bestaat. Wie al zijn geld in één keer af wil halen, moet hopen dat hij die dag niet toevallig de twaalfmiljoenste in de rij is. Want dan kan het niet. En als het aan minister Opstelten ligt, wordt dat ook nog eens verboden. We mogen wel met duizenden tegelijk ons geld op de bank storten, maar het even massaal er weer afhalen kan tot gevangenisstraf leiden.

De
bankrun wordt tot misdaad verheven. Dat banken met ons geld een loopje hebben genomen, doet even niet ter zake.Het kindeke Jezus, wiens geboorte vandaag zo in de belangstelling staat, wist wel raad met bankiers die het niet zo nauw namen. Hij gooide de woekeraars de tempel uit. Zonder exitbonus. Het is jammer dat die traditie niet even hardnekkig stand heeft gehouden als de kerstviering.

Geld, het smeermiddel van de economie, is
ouder dan de weg naar Rome. Of het nou om kraaltjes, plakjes klei of metalen munten gaat, de mensheid heeft altijd een manier gezocht om de nadelen van ruilhandel weg te werken. Inmiddels zitten we zo geketend aan geld, dat paniek toeslaat als we zonder zitten.
Als we last van een mug hebben, slaan we hem dood. Als een auto krakkemikkige kuren vertoont, brengen we hem naar de schroothoop. Als een mens doldraait, sluiten we hem op in een inrichting. Als we van geld last hebben, verzinnen we van alles om het middel te behouden voor de samenleving.

Natuurlijk is het middel zelf de boosdoener niet, maar de manier waarop ermee wordt omgegaan. Toch vraag ik me af: als geld niet gelukkig maakt, waarom schaffen we het dan niet af?

Krachtprovincies

Krachtprovincies Geld heeft niets te maken met geluk of ideeën over welzijn en vertrouwen. Maar vind daar maar eens bewijzen voor. De stelling geldt in ieder geval als je niet kijkt naar individuele burgers, maar naar provinciale burgers.

Het CBS heeft uitgevonden hoe het zit met de sociale kracht van provincies. Onder de kop “Limburg blijft in sociaal kapitaal achter bij de rest van Nederland” volgt een overzicht van de kracht van de provincies gemeten naar contacten met familie, vrienden of buren, gemeten naar deelname aan vrijwilligerswerk. En ook gemeten naar het vertouwen dat de inwoners van de diverse provincies hebben in bestuur en rechtsstaat (zie
dit CBS-rapport, pdf!).
Statistieken zijn gelukkig interpretabel. Alle parameters die het CBS in het stuk publiceert, heb ik eens op een rij gezet en bij elkaar opgeteld. Alle statistische cijfers krijgen een score. Wie statistisch het hoogste resultaat heeft, krijgt een 1, wie vervolgens lager is vermeld krijgt een 2, enzovoorts.

Worden de scores bij elkaar opgeteld, dan blijft Limburg net iets minder achter dan Groningen. De krachtpovincies op gebied van sociaal kapitaal blijken dan Friesland en Utrecht te zijn.
Om de stelling te bewijzen, moeten we het gemiddelde inkomen van de provinciale ingezeten erbij halen. Als je dat er naast zet, dan zie je dat de sociaal sterkste provincie, het armst is (Friesland). Maar de sociaal zwakste provincie blijkt ook tot de armsten te horen (Groningen).
De rijkste provincie (Utrecht) blaakt ook van sociale kracht. En Drenthe, niet echt stinkend rijk, blijkt weer bijna zo sociaal zwak als Groningen. (zie dit exceldocument).

Kortom, het sociale kapitaal is niet in geld uit te drukken. Hoewel? Friesland kent gemiddeld de armste inwoners, Utrecht de rijkste. In beide provincies hebben de inwoners een hoog vertrouwen in politiek en rechtsstaat. Maar de sociale contacten en deelname aan vrijwilligerswerk liggen in Friesland een stuk hoger dan in Utrecht. Wie arm is moet het blijkbaar van familie, buren en vrijwilligers hebben.

In deze tijden is het ook interessant eens te kijken wat de burgers in de provincie te verwachten hebben van de
provinciale bezuinigingen. Er is geen statistisch verband tussen de omvang van de bezuinigingen per provincie een de sociale kracht.
Zowel Friesland als Utrecht bezuinigen niet erg veel, vergeleken met bijvoorbeeld Noord-Holland en Brabant. Overijssel, sociaal gezien redelijk sterk en met niet eens het allerlaagste gemiddelde inkomen, bezuinigt vooralsnog helemaal niet.

Tellen we de scores bij elkaar op van grootste sociale kracht, hoogst gemiddelde inkomen en minste bezuinigingen, dan blijken nog steeds Utrecht en Friesland echte krachtprovincies. In Groningen en Limburg is het in alle opzichten armoe troef. Maar ja, je hebt altijd buitenbeentjes die een wandtegeltjeswijsheid (geld maakt niet gelukkig) onderuit halen.

Alles gratis

Alles gratis Iedereen weet dat er aan “gratis” het luchtje van geld hangt. Niets voor niks. Zelfs aan gebakken lucht hangt een prijskaartje. Toch zal er steeds meer gratis worden aangeboden. Het NRC interviewde Chris Anderson, hoofdredacteur van Wired.com, die vorig jaar al aankondigde dat de “freeconomics” de handel sterk zullen domineren. Een gratis economie, die al gauw een marktwaarde van rond de 300 miljard dollar vertegenwoordigt.

Het gaat niet langer om het “twee halen, een betalen”, de gratis gadgets bij aankoop van een of ander produkt, of het gratis mobieltje dat bij een te betalen abonnement wordt geleverd. Zelfs graaidagen, waar je vijf minuten gratis mag winkelen, zullen niet tot de toonaangevende gratis economie behoren.
Bij al die handel moet je zelf nog de deur uit en in veel gevallen nog je portemonnee trekken om de gratis spulletjes te verwerven.

Chris Anderson stelt dat de virtuele economie een steeds grotere markt van gratis producten en diensten mogelijk maakt. De on-line markt kent veel lagere kosten dan een echte winkel en kan daarom goedkoop zaken aanbieden. Daarmee is het nog niet helemaal gratis.
Wat wel steeds vaker voorkomt is dat anderen betalen voor de zaken die jij gratis van inernet plukt. In het NRC noemt Anderson het gratis bellen met Skype als voorbeeld. Bellen van pc naar pc is gratis. Wie echter naar vaste en mobiele telefoons wil bellen, moet betalen. Degenen die dat doen, financieren het gratis bellen van pc naar pc.

Hoe dan ook: gratis is nooit echt kosteloos. Het gaat nog steeds om geld verdienen. Tenslotte moeten de betrokken werknemers wel brood op de plank hebben. Geld vertegenwoordigt de arbeid en de overhead zoals infrastructurele kosten, de organisatiekosten, belastingen en soms ook de hebzucht om er wat meer aan over te houden dan alleen de werkelijke waarde van een product.
Dat gaat vaak goed, regelmatig echter ook helemaal fout en heb je een crisis. In de vorm van bedrijven die kopje onder gaan in turbulent veranderende markten of wereldwijde crisissen, waarvan er een nu het inkomen van bedrijven en individuele mensen onzeker maakt.

Geld zodanig laten circuleren dat er geen ongelukken gebeuren, lijkt bijna onmogelijk. Waarom dan niet alles helemaal gratis gemaakt?
Pogingen daartoe bestaan al langere tijd. Bijvoorbeeld door lokale ruilmarkten op te zetten, zoals het
LETS-principe. Een poging die nauwelijks zoden aan de dijk zet, omdat ze ingebed blijven in een economie waar alles toch om betalen draait.

Alles gratis. Een idee dat ook onmogelijk lijkt. Vooral omdat niemand er in gelooft dat de bakker nog om vier uur 's ochtends zijn bed uitkomt, om ons dagelijks brood om negen uur in de winkel klaar te leggen.
Dat zou nog opgelost kunnen worden door dan maar zelf aan het bakken te slaan. Dat levert echter problemen op, die we ook niet willen. Heeft een chirurg dan nog wel tijd genoeg over om zijn kennis op peil te houden en heeft hij zijn hoofd er wel genoeg bij, als een operatie moet worden uitgevoerd? Voor dagelijks brood moet je namelijk wel aardig wat tijd besteden om aan meel te komen en het te kneden, in een bakblik te doen en er bij blijven om het op tijd uit de oven te halen.
Dat kan grotendeels met machines, maar hoe zit het dan met degenen die zulke machines moeten maken?

Alles gratis kan dus leiden tot een samenleving, waar niet langer in alle hedendaagse behoeften wordt voorzien, die ook nog eens aan de eisen van deze tijd moeten voldoen.
Tegelijkertijd zou je kunnen stellen dat als geld niet meer het smeermiddel van een goedraaiende samenleving is, er heel wat waarde overblijft, die nu verdwijnt in de machinerie die het geld circuleert.
Geen banken meer nodig, beurzen zijn overbodig, een aantal ingewikkelde marktmechanismen minder en een crisis wordt in ieder geval niet meer veroorzaakt door verkeerd beheer van dat geld.

Geld is dan ook niet meer een middel om je te onderscheiden van anderen. Het arm-rijk verschil wordt er niet langer door bepaald. Status wordt niet meer in geld uitgedrukt, maar zal op een andere manier tot stand moeten komen. Bijvoorbeeld door louter en alleen je bijdrage aan de samenleving?
Wat je doet, doe je gratis. De waardering staat niet op je bankrekening, maar komt van de voldoening iets geleverd te hebben, waar andere je dankbaar voor belonen in de vorm van de bijdragen die zij weer leveren.

Stop de lespakketten

Stop de lespakketten

Scholen krijgen van alle kanten lespakketten aangeboden. Staatssecretaris voor Onderwijs, Sharon Dijksma, roept de scholen op de overdosis lespakketten door de papierversnipperaar te halen.

Op het jaarcongres van de sectoren basis- en speciaalonderwijs van CNV Onderwijs, noemde ze dat idee een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid.
De staatssecretaris beoogde de aanwezigen een hart onder de riem te steken door deze praktische tip te geven, die de werkdruk kan verminderen. “Als u tijd heeft, naast het aanleren van de basisvaardigheden, is er niks mis mee om aandacht te besteden aan een lespakket over liefde of fit zijn, maar het gaat er om dat u elf die keuzes maakt“, zo sprak zij het congres toe.
De congresgangers wilden het wel eens over andere keuzes hebben. zoals geld voor leraren en kleinere groepen. Maar dat terzijde.

Het is waar. Niet alleen uitgevers van studiemateriaal, ook belangenorganisaties, goede doelenclubs, energieleveranciers en zelfs banken belagen de scholen met lespakketten. Makkelijk voor de leerkracht. Die hoeft zelf niet bibliotheken en internet af te struinen en met een paar middagen plak- en knipwerk een interessant thema de klas in te gooien.

De prioriteiten liggen volgens Sharon Dijksma echter wel bij de basisvaardigheden taal en rekenen. Gezien de klachten over de taalvaardigheid van mbo-studenten en de povere rekenvaardigheid van aspirant-onderwijzers op de Pabo's, heeft ze daar een punt. Bovendien: wil je het met de kinderen over fit zijn hebben, moeten ze genoeg taal beheersen om je te begrijpen. Wil je ze wat over liefde leren, zullen ze toch echt eerst goed moeten rekenen.

Het is echter nog de vraag of de collega's van Dijksma blij zijn met haar oproep tot onderwijskundige ongehoorzaamheid. Straks vernietigen de scholen ook nog de lespakketten die ministeries zelf graag rondgestuurd zien.
Zo krijgen organisaties op gebied van natuur- en milieu-educatie subsidie van OCW, VROM en LNV om, onder andere lespakketten en leskisten aan te bieden. Keurig vermeld in de nota Natuur- en Milieu-educatie van 2008.

Nog een heel aardig voorbeeldje. Is het niet noodzakelijk dat kinderen ook leren hoe de geest moet waaien? Om Sharon Dijksma te ondersteunen een fris onderwijsklimaat te scheppen, moet haar collega van VROM, milieuminister Cramer, gedacht hebben dat een lespakket ventileren wel een goed idee is. Dus kreeg de GGD subsidie om uit te zoeken of een lespakket kon bijdragen aan het beter ventileren van klaslokalen.

Het kabinet wil teveel van de burgers om basisscholieren middels lespakketten levenswijs te maken. Mijn stelling is dat er zelfs teveel aan de hand is in de wereld dat honderden lespakketten èn het lesrooster van basisscholen en voorgezet onderwijs dat niet kunnen behappen.
Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. Tot zover heeft staatsecretaris Dijksma gelijk.

Maar welke lespakketten moeten naast taal en rekenen prioriteit krijgen? Lespakket de geldkoffer? In deze tijd zeer toepasselijk. Leer kinderen eerst maar veilig uitgeven, sparen, lenen en beleggen. Of toch maar een pakketje fitness? Of een goed gevulde lesbox over liefde?
Roept u maar!