Tagarchief: Groningen

Het noorden wordt opgewarmd

Gronings bier Hier ziet u bier. Van een brouwerij ergens uit het noorden van Nederland. Een opslagmogelijkheid voor CO2? Afvangen en injecteren in bier, reageerde een van de lezers van het Dagblad van het Noorden, die de eerste informatieavonden aankondigde over mogelijke locaties voor de opslag van CO2.

Vanavond was er een bijeenkomst
in Grootegast, woensdag en donderdag volgen nog gezellige avonden in Tolbert en Ekehaar. De noordelingen worden opgewarmd voor de CO2-opslag. Zullen ze een stuk koeler reageren op de plannen dan inwoners en gemeentebestuur van Barendrecht?
Waarschijnlijk niet. In Barendrecht bleef het gemeentebestuur
demonstratief weg bij een inkoopavond die de Rijksoverheid op 15 september organiseerde. College en gemeenteraad van Assen hebben op 2 september hun standpunt al ingenomen: geen CO2 in Drentse bodem.

Vreemd dat het demissionaire kabinet nog zo’n vaart maakt met de voorbereidingen voor de CO2-opslag. In Barendrecht is het verzet zo hardnekkig, dat het definitieve besluit wordt doorgeschoven naar een volgend kabinet. Toch zet men nu in het noorden de eerste stappen. Dat is om meerdere redenen eigenaardig.

In een
eerder artikel hier zette ik de aanwijzing van noordelijke locaties tegenover een andere nota van het kabinet. Een nota waarin werd beweerd dat er nog veel ondergrondse ruimte is te benutten voor allerlei doeleinden. Bijvoorbeeld voor CO2-opslag. Het moet wel zorgvuldig moet gebeuren, stelde het kabinet. Rekening houden met de drukte onder de grond. Kabels, leidingen en misschien ook nog wat natuur. Verder moet het bovengrondse geen gevaar lopen, bijvoorbeeld door lekken.

In een ander artikel schreef ik hier dat de noordelijke locaties absoluut
niet zonder risico zijn. Een van de aangewezen locaties, Eleveld in Drenthe, is tamelijk aardschokgevoelig. Gevolg van de aardgaswinning.
Nu is niet alleen Eleveld gevoelig voor een schokje. In andere plaatsen in Drenthe en Groningen wil het ook wel eens rommelen. In augustus was er nog een lichte aardschok in Uithuizen, vorig jaar werden aardschokken waargenomen op diverse andere plaatsen in de provincie Groningen.

In een brief 27 april dit jaar, van de
Interdepartementale Projectorganisatie CCS (pdf!), staan wat voorwaarden waar de noordelijke locaties aan moeten voldoen. Eén ervan is dat de kans op een aardschok bij de injectie van CO2 ‘laag’ moet zijn.
Hoe laag is niet bekend. Wel bekend is dus dat het hele gebied te maken heeft met herhaaldelijk voorkomende aardschokken. Een leuke erfenis van de gas- en zoutwinning, dat het noordelijke ondergondse doet wegzakken. Een proces dat nog voor jaren gedonder geeft in noord-nederland.

In maart dit jaar werd bekend dat het kabinet een rapport achterhield, waarin de opslaglocaties in Barendrecht
ongeschikt werden verklaard. Voor de locaties in Drenthe en Groningen is zo’n rapport helemaal niet nodig. Een aardschokgevoelig gebied lijkt mij per definitie ongeschikt.

Buitenhuisje en herindeling

Buitenhuisje en herindeling In de broodnodige rustperiodes zoek ik vaak een buitenhuisje op. Liefst ver weg en in ruime, rustige gebieden. Het thema “buitenhuisje” blijkt dan ineens blogwaardig. Want in en rond zo’n buitenhuisje is het onrustiger dan op het eerste gezicht doet vermoeden.
(Zie ook de mini-serie van vorig jaar, over de het buitenhuisje in het algemeen, de relatie met politiek en tot welke filosofieën het kan leiden).

Deze keer iets over buitenhuisje en herindeling. Wie een buitenhuisje betrekt gaat vaak eerst de inrichting herschikken. Maar ik wil het nu niet over de binnenhuisarchitectuur van het buitenhuisje hebben. Nee, het gaat over de dreiging die als een donderbui boven het gebied hangt, waar ik deze keer een buitenhuisje heb betrokken: Friesland.

Starend uit het raam zie ik een land dat keurig is ingedeeld. Het lijkt ruim en wijds, maar dat geldt slechts de blik. Ga je buiten wandelen, dan blijkt Friesland veel minutieuzer verdeeld. Talloze sloten, watergangen en soms hele plassen versperren je de weg.
Het Friese land is verdeeld in eindeloos veel weilandjes. Nog een wonder dat de het bestuur daarover tot een paar luttele gemeenten weten te beperken. Maar op dat gebied dreigt dus nu onweer.

Met dank aan een zijdelinkje van GC, stuitte ik op snode plannen van de VNO. De verenigde werkgevers willen een nieuwe Friesland. Door de drie noordelijke provincies te laten fuseren, zou er heel wat op ambtenarij bespaard kunnen worden. Dat zien de werkgevers wel vaker als oplossing
voor economische groei en bloei.
De werkgevers vinden het logisch dat de nieuwe fusieprovincie Friesland gaat heten. Wat de Groningers en Drenthe natuurlijk niet zien zitten. De Friezen ook niet, tenzij de buren gewoon Fries gaan praten, lezen en schrijven.

Kijk, een leuk proefballonnetje, die de werkgevers daar oplaten. Regelgeving, ambtenarij verdeeld over zoveel eigenwijze, zelfstandige gemeenten en provincies is niet goed voor “het land”. Voor “land” lezen we natuurlijk “economie”.
En herindeling tot grotere gehelen leidt niet alleen tot bezuinigingen op de ambtenarij, het plaveit ook de weg naar uniformere regels. Om er mee in het Noorden te beginnen, is uiterst tactisch. Het Noorden is toch al jarenlang stiefkindje van Randstedelijke politiek. Het noordelijke verzet of lobbyisme heeft zelden resultaat, dus deze koloniën kunnen gerust een volgende pesterij over zich heen hebben.

Het nieuwe Friesland een testgebied voor de uiteindelijke herindeling van gans het land, volgens de eisen en wensen van de gezamenlijke werkgevers?

Nederland kiepert om

Nederland kiepert om

Limburg stijgt, Groningen daalt.
Stel Nederland voor als een plat vlak. Dat moet niet zo moeilijk zijn. We staan om onze platheid bekend. Er zijn zelfs Nederlanders die daar trots op zijn. Dus teken de kaart van dit land op een A4-tje, hou het horizontaal voor je en laat het noorden zakken en het zuiden stijgen. Als je die beweging even volhoudt, staat heel het land ondersteboven.

Niks nieuws, zul je zeggen, Nederland staat wel vaker op zijn kop. Jawel, meestal opgeschud door mediamieke relletjes. Maar wie had gedacht dat onze eigen bodem de boel verantwoordelijk is voor het omkieperen van de bekende verhoudingen?

De afdeling luchtvaart- en ruimtetechniek van de TU Delft laat weten dat Neerlands bodem beweegt. Zo langzaam dat we het in de drukte van alledag nauwelijks merken. In vijftien jaar tijd is Zuid-Limburg tien centimeter omhoog gekomen en in Noord-Holland is een daling van 3 centimeter geconstateerd.

In het zuiden is de bodem in beweging door stijgend grondwater in de lege mijnen. Het noorden daalt vanwege de gaswinning.
Zo zie je maar wat verandering van energiegrondstoffen teweeg kan brengen.

Die paar centimeters bodembeweging in tientallen jaren, hebben wel grote gevolgen. Ondergrondse pijpleidingen en kabels kunnen breken, dijken kunnen scheuren. Het kost aardig wat geld om die zaken weer te repareren.

De metingen zijn gedaan met behulp van satellieten en radartechniek. Professor Hanssen van de TU Delft stelt dat er wel belangrijker zaken zijn om te ontdekken dan water op Mars. Hij pleit er dan ook voor dat Nederland vooral geld steekt in zijn technologie: “Europa doet er verstandig aan om te stoppen met de bemande ruimtevaart en zich te concentreren op die gebieden waar het echt voorop loopt, zoals aardobservatie”.

Met onbemande ruimtevaarttechnieken (de satellieten) is relatief goedkoop de toestand van ons land te spotten. We willen natuurlijk wel weten hoe snel Groningen ten onder gaat en Zuid-Limburg er bovenop komt. Maar met welke snelheid dat staat te gebeuren is nu niet nauwkeurig te meten.
Professor Hanssen mist nog wat data omdat “de Nederlandse overheid ('Staatstoezicht op de Mijnen', de toezichthouder) er nog niet voor wil zorgen dat de satelliet 'aanstaat' op het moment van overvliegen”.

Kwalijke zaak, vindt de professor. “De overheid heeft als taak de mensen volledig in te lichten over deze bodemdaling en gevolgen hiervan. Onafhankelijke, verifieerbare satellietmetingen zouden daarbij een grotere rol moeten spelen”.

En dus moet er geld bij. Niet om Mars, maar ons eigen land te ontdekken. Ja, en om jezelf te leren kennen, is afstand nemen soms goed. Volgens de TU Delft is de ruimte dus de beste plek om Neerlands bewegingen te doorgronden.

Vervolgens moeten de conclusies wel serieus genomen worden. Er rijzen lastige vragen. Moeten we accuut stoppen met gaswinning en de kolenmijnen in ere herstellen om het land op zijn plaats te houden?
Zouden we het nieuwste Deltaplan moeten laten voor wat het is en alle energie steken in een diepgaande bodemsanering? Of pappen en nathouden. Dijkje hier verhogen, bergje daar afgraven.

Of is het maar beter Nederland terug te geven aan zijn meest oorspronkelijke oerstaat: het water en de moerassen. Onze verre voorouders, die uit alle windstreken hierheen kwamen, hebben dat moeras gemaakt tot wat het nu is. Met kolenmijnen en gaswinning. Met onze huidige kennis zouden we zo'n moeras toch veel beter kunnen ontwikkelen, zonder nare bijverschijnselen?

Wie weet oplossingen, zodat alle hoop op een droge toekomst niet in de beweeglijke bodem wordt geslagen?

Red Pekela

VeenkolonieWaarom is de postcode kanjerprijs nog nooit in Pekela gevallen? Omdat men het geld niet heeft de loten te kopen. De statistieken van het CBS tonen genadeloos aan in welk een armoe men in noord-oost Groningen leeft en het wordt hoog tijd dat de Postcode Loterij het verpauperde gebied op de lijst van goede doelen zet.
Het CBS houdt keurig bij welke gemeenten boven of onder de norm van een gemiddeld inkomen van 21.000 euro per jaar zit.
Die 21.000 is een landelijk gemiddelde en op
een kaartje van het CBS valt te zien dat een groot deel van Nederland dat gemiddelde niet haalt. Een klein deel zit er ver boven, aardig wat zit rond dat gemiddelde, maar een behoorlijk deel zit er onder.

Om even wat duidelijkheid te scheppen: een bruto gemiddeld inkomen van 21.000 euro betekent zo'n 58 eur netto per dag.
Een modaal inkomen komt op ongeveer 66 euro uit, een minimumloner casht 35 euro per dag en wie in de bijstand zit mag het dagelijks doen met 29 euro (bedrag voor alleenstaanden).

Dat zijn al leuke verschillen, maar als je de CBS-cijfers erbij haalt, wordt het nog interessanter. Het gemiddelde inkomen in de rijkste gemeente bedraagt 91 euro netto per dag. Maar in Pekela, Reidersland en Eemsmond steekt men iedereen naar de kroon door maximaal 22 procent onder het landelijk gemiddelde te schieten, hetgeen zo'n schamele 24 euro per dag betekent. Minder nog dan het minimumloon en ook minder dan de bijstand.
Stel dat alle Bloemendalers een deel van hun inkomen zouden afstaan tot ze op modaal nivo zitten, dan zouden al die arme groningers in ieder geval op het nivo van het minimuminkomen terecht komen. Maar zo'n revolutionaire nivellering zou gegarandeerd een volksopstand betekenen in de rijkere delen van het land en dat riscico zal hier nooit genomen worden.

De opstandige groningers echter, waarvan velen ook nu nog het gedachtengoed van roemruchte figuren als Domela Nieuwenhuis en Fré Meis koesteren, worden nog steeds afgestraft voor hun rode idealen. De werkloosheid wordt maar mondjesmaat aangepakt en zelfs een snelle spoorverbinding om het gebied te ontsluiten is afgeblazen. Het gebied lijkt reddeloos verloren, tenzij de Postcode Loterij het tot haar goede doelen gaat rekenen.
De Postcode Loterij lijkt, wat prijzen betreft, het gebied te mijden als de pest, hoewel in 2005 het gehucht Kantens (gemeente Eemsmond) nog werd verblijd met een paar prijsjes van 5 euro.
Of Bert Koenders moet het op zijn begroting voor ontwikkelingshulp zetten. De wethouders en gemeenteraden die nog enige socialistisch grote bekken hebben, moeten dan wel inbinden natuurlijk. Gewoon de schop weer in de zompige gronden en pretparken en vakantiekolonies bouwen. Of het zo van godverlaten gebied omtoveren tot een mekka van opslagcentra, servercentra voor de uitdijende ict-wereld en wat er al niet meer aan bedrijventerreinen nodig is.

Wie betere ideeën heeft om Pekela, Reidersland en Eemsmond op te stoten in de vaart der volkeren mag het hier zeggen. Tenzij je het natuurlijk volstrekt acceptabel vind dat een welvaartsland zulke grote inkomensverschillen kent.