Tagarchief: hulpdiensten

De kost gaat voor de bezuiniging uit

De kost gaat voor de bezuiniging Even een praktijkgevalletje maakbaarheid. Eentje uit de welbekende cirkelgang: probleem, idee, proefje, oplossing werkt maar half, er moet geld bij, dat kan niet. Nettoresultaat: geen oplossing en weggegooid geld. Logisch dat voorstanders van bezuinigingen niet geloven in het argument dat je juist op innovaties niet moet bezuinigen.

Er komt geen flistersysteem. Niet te verwarren met het flitsersysteem dat wel geld oplevert. De Flister
is een technisch hulpmiddel om hulpdiensten vloeiender door het verkeer te krijgen. Het zou de veiligheid vergroten, het zou tijd schelen en patiënten worden comfortabeler door ambulances vervoerd. Drie mooie punten, waarvan de eerste twee misschien wel geld op kan leveren.

Eerst die veiligheid. Omdat ook de gewone automobilist comfortabel en veilig over de weg wil zoeven, zijn auto’s beter geïsoleerd. Nadeel: ze horen de sirenes van de hulpdiensten slechter. Je kunt je voorstellen dat een automobilist zich rot schrikt als een gillende sirene ineens pal achter hem zit. Dat verhoogt de veiligheid niet.
Dan de tijd: Hulpdiensten moeten daarom behoedzamer door het verkeer rijden. Of zich er doorheen slingeren. Natuurlijk pakt zo’n zwaailicht dan soms een stoepje mee of schuurt langs de vangrail. Waarmee genoeg is gezegd over het comfort van die patiënt in de ambulance.

De oplossing is dan niet de autofabrikanten verbieden goed geïsoleerde wagens te maken of van de autobezitters te eisen dat ze in weer en wind met de ramen open rijden. Verbieden houden we niet van en kost meer geld aan regeltjes controleren.
Maar dan is er gelukkig een genie die met de Flister komt. Een apparaatje dat een signaal uitzendt “op de specifieke FM-radiobanden van autoradio's van voertuigen die zich binnen 200 meter van het hulpvoertuig bevinden. Binnen hondersten van seconden wordt op de FM-band een akoestisch drietonig signaal uitgezonden. Zo zal dus een audio-attentie-signaal voor de bestuurder in de auto hoorbaar zijn en een tekstbericht op het radiodisplay worden weergegeven. Ook als men luistert naar een CD zal deze onderbroken worden”.

Dat kan het producerend bedrijf wel mooi zeggen, maar werkt het ook? Nee,
zegt staatssecretaris Bijleveld. Uit de proef blijkt dat de beoogde doelen niet zijn gehaald. Bovendien wordt het signaal ook opgepikt door radio’s in huizen van omwonenden. En de overheid loopt het risico dat radiozenders een vergoeding eisen, elke keer als hun signaal wordt weggedrukt door een of andere hulpdienst. Dat kost geld en dat moeten in tijden van bezuinigingen niet willen.

In een brief aan de Tweede Kamer legt de staatssecretaris
het nog eens uit (pdf!). Bij de proef werd nauwelijks positief effect gemeten. Bij de KLPD (Korps Landelijke Politiediensten) toonde de proef wel wat succes, maar de KLPD heeft maar beperkt aan de proef meegedaan.
Als het signaal beter wordt gericht, zullen omwonenden minder last hebben, maar dat gaat wat geld kosten en bovendien is daar nog het probleem van de etherfrequentie, waar de omroepen toch goed voor betaald hebben. Dus zegt de staatssecretaris: “Mede gezien de kosten die mogelijk aan het medegebruik van de FM-omroepband zijn verbonden vind ik, zeker in deze tijden van bezuinigingen, het niet verantwoord om over te gaan tot vergunningsverlening om het systeem Flister officieel te mogen voeren”.

Nou moet je natuurlijk op tijd op de rem trappen als er ongelukken dreigen. De overheid heeft al ellende genoeg van geldverslindende ITC-systemen en campagnes voor veiligheid en rampenbewustzijn, waar de burger zich maar weinig van aan lijkt te trekken. Sinds een mager mea culpa van Balkenende, heet dat tegenwoordig ‘lessons learned’. Dat past Bijleveld nu toe.

Geen dure middelen, die amper effect hebben. Zelfs als zou het signaal goed aankomen, dan werkt het nieuwe systeem soms net zo goed als de bekende sirenes, ook al zijn die inmiddels al 5 decibel harder afgesteld. Bij een druk kruispunt rijdt de Utrechtse brandweer zich toch vast (bron: AD) . De dienstdoende brandweerman weet hoe dat komt. De automobilisten weten niet goed wat te doen. Het mooiste zou zijn als ze de brandweer middendoor laten passeren. U begrijpt nu waarom er verkeersborden zijn verschenen, waarop die instructie staat aangegeven.

Voordat Bijleveld concludeerde dat de proef eigenlijk is mislukt, beweerde de projectleider van het experiment het tegenovergestelde en vond het tijd worden voor een veel
grotere proef. Een woordvoerder van Ambulancezorg Nederland vindt dat het project door moet gaan. Hij hoopt dat de Tweede Kamer de staatssecretaris weet te corrigeren. Het CDA-kamerlid De Rouwe wil dat debat graag aangaan.

Hoeveel er tot nu toe in is geïnvesteerd, heb ik helaas niet kunnen vinden. Omdat ervaring leert dat niet alle investeringen zich ook uitbetalen, valt er wat voor de beslissing van Bijleveld te zeggen. Maar telt de mening van de professionals dan niet?
Het hoeft niets meer te kosten. Bijleveld kan ook tegen het toeleverende bedrijf zeggen: u heeft een ondeugdelijk speeltje geleverd. U draait maar op voor de kosten om het goed werkend te krijgen. Wij hebben een oplossing besteld, niet een probleem.
Een overheid die de mond vol heeft van verantwoordelijkheden, moet zichzelf eens innoveren. De verantwoordelijkheid leggen waar die hoort. Wedden dat dat heel wat geld scheelt?

Gedragscode voor zwaailichten

Zwaalicht

De website Regering.nl is een van de sites waar je kan lezen waar het kabinet zo al mee bezig is. Gisteren stond er een nieuwsbericht op waarin een intrigerende passage is opgenomen.

Minister Eurlings is niet alleen hard aan het werk om voldoende snelwegen te bouwen, hij moet natuurlijk ook er voor zorgen dat de hulpdiensten goed hun weg kunnen vinden in al dat verkeer. Daarom komt er een aanpassing van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.

Blijkbaar is het op dat gebied een rommeltje en moet er nodig wat duidelijkheid worden verschaft. Dus krijgen alle hulpdiensten hetzelfde geluidssignaal. Het loeiende geluid van voortrazende hulpverleners wordt ook beter hoorbaar gemaakt.

Ook de zwaailichten worden verbeterd. Extra blauwe lampen en richtingaanwijzers moeten er voor zorgen dat de “voorrangsvoertuigen” zich flitsend door het verkeer kunnen snellen.

Maar nu die intrigerende alinea: “Om ongewenst gebruik van voorrangssignalen tegen te gaan, komen er gezamenlijke gedragscodes. De regeling van optische en geluidssignalen wordt aangescherpt voor wat betreft de bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van chauffeurs”.

Kijk een aan. Zou de klagende burger nu toch gelijk hebben met het idee dat de politie of brandweer snel een bamihap gaat halen en daarvoor het zwaailicht gebruikt? Of zijn er van die romantisch ingestelde ambulancerijders, die bij het passeren van hun eigen huis even de drietonige toeter aanzetten om een 'hou van jou' aan moeders of vaders thuis over te brengen? Welk 'ongewenst gebruik' heeft men het hier over?
Het zal toch niet zo zijn dat we ook al hufters met zwaailichten hebben?

Misschien dat de regering heel iets anders bedoelt. Bijvoorbeeld wie van de aansnellende hulpverleners voorrang heeft bij bepaalde situaties. In Amsterdam ging het mis toen, na een melding van een brand, zowel de brandweer als de politie gelijktijdig een kruispunt naderden. Wie heeft in zo'n geval als eerste voorrang?
Blijkbaar wisten de chauffeurs het niet goed. Een uitwijkmanoeuvre was het gevolg. De brandweer koos een broodjeszaak, de politie het hazenpad.

Tja, als die chauffeurs nou een gedragscode voor zulke situaties hebben, weten ze misschien wel hoe het moet.

Er is ook nog een andere mogelijkheid waarom de regering een gedragscode noodzakelijk vindt. De politie in Hengelo heeft kort geleden een interessante proef gedaan. Men wilde wel eens weten hoeveel sneller een auto op de plaats van onheil zou zijn, bij gebruik van de voorrangssignalen.

Men liet een wagen met en een andere wagen zonder toeters en bellen uitrukken voor een ritje van 15 kilometer. De politieauto zonder de signalen mocht wel harder rijden dan is toegestaan en waar nodig een rood verkeerlicht negeren.
Het resultaat: de wagen met licht en geluid was slechts 7 seconden sneller ter plaatse.

Zal er nu in de aangekondigde gedragscode komen te staan dat de chauffeurs alleen licht- en geluidsoverlast mogen produceren als ze er zeker van zijn dat het wel een substantiële tijdswinst oplevert?

Ik denk dat die gedragscode helemaal niet nodig is. Natuurlijk: er zal wel eens een hulpverlener het zwaailicht gebruiken om snel een broodje shoarma te halen om in de kantine net op tijd nog Nederland-Rusland te zien. Een tevreden werknemer zal toch zeker ook betere prestaties leveren als de nood aan de man is?