Tagarchief: identiteit

Gehuld.

IngepaktEr verschijnen wat minder artikeltjes de laatste tijd. Gehuld in zwijgen? Slaat de zondagsrust ook op andere dagen toe?

Achter de schermen is het druk met de Blogparel. Veel lezen om te zien welke inzendingen genomineerd gaan worden. Dat moet natuurlijk zorgvuldig gebeuren. Bovendien moeten de kandidaten straks op de hoogte worden gesteld. Dat is aardig wat uitzoekwerk, want niet iedereen heeft een contactadres op het weblog staan.

Het tempo ligt echter wel wat lager, wegens een herhaaldelijk opstekende buik-of darmkwestie. Dat is gewoon een dienstmededeling. Details bespaar ik je, behalve dan dat er regelmatig wat rust moet worden genomen.

Verder kost ook de KoZ (Kunst op Zondag) op Sargasso aardig wat tijd. De vaste abonnementhouders hier weten dat ik onder het pseudoniem P,J, Cokema elke zondag Sargasso’s kunstgalerie opengooi, met elk week weer ander nieuws. Wil je toch meer van uw redacteur lezen, lees vandaag dan meer over kunst en gezichtsbedekking.

Gezichtsbedekking? Jazeker, een issue dat het kabinet wil verbieden, maar waar kunstenaars toch heel anders mee omgaan.
Het verbod is om meerdere redenen absurd. Weet jij wie je voor je hebt als je iemand recht in de ogen kan kijken? Waarschijnlijk alleen als het een bekende van je is en dan nog kan die zich op een dag anders voordoen dan je gewend bent.

Ook elk onbedekt gezicht kan een masker zijn en zegt dus niet altijd wat over iemands ware identiteit. De overheid gelooft je ook niet op je blauwe ogen. Daarom heeft de overheid ook het identiteitsbewijs verplicht gesteld. Je bent pas wie je bent als je een door de overheid verstrekt papier kan tonen waarop staat dat je bent wie je zegt te zijn.

Maar die boerka’s dan? Ach, een hele procedure, inclusief een horde ambtenaren, Kamervergaderingen en bijbehorend budget wordt ingezet om een paar honderd vrouwen lastig te vallen. Daar is veel, heel veel over te zeggen, maar ik ga gehuld in zwijgen verder.

Het ware gezicht van dit kabinet is nu wel bekend. Het mag mij betreft onder een boerka. Of in doeken worden gewikkeld door Christo. Inpakken dat zootje. En dan wegwezen.

We zijn allemaal gedegenereerde negers.

Afstand In de zoektocht‘Waar moet dat heen?’, vandaag aandacht voor de vraag ‘Waar komen we vandaan?’. Een deel der wetenschappers gaat er vanuit, dat het nuttig is te weten wat er was, om goed te kunnen bepalen wat er komen moet. Omzien om ver te kunnen kijken.

Meer specifiek gaan we in op de immer terugkerende vraag: Wie ben ik? Hele volkstammen blijken behoefte te hebben aan een duidelijke identiteit. Het liefst zo eenduidig mogelijk en als het even kan, anders dan anderen. Pessimisten zien daar de ellende uit voortkomen, die mensen elkaar aan kunnen doen. Optimisten zien in onderlinge verschillen een mooie toekomst.

Iedereen zal het snel met elkaar eens zijn, dat de wereld een bonte verzameling van mensen, culturen en talen is. Dat is niet altijd zo geweest. Er waren tijden dat Nederland niet eens bestond, laat staan dat Nederlanders wisten wie ze waren. Nu zijn ze er wel, maar waar kwamen ze vandaan en wat zijn ze eigenlijk?
Het antwoord, dames en heren, luidt: we zijn allemaal gedegenereerde negers.

Dat zit zo. Vroeger was slechts een klein deel der aarde bevolkt. Ergens in Afrika leefden de eerste mensen. Terwijl er toen geen sprake was van een aanlokkelijk sociaal stelsel, trokken toch enkele Afrikanen naar wat nu Nederland heet. Afrikanen staan in de volksmond bekend als negers. Zie hier een deel van het Grote Antwoord. We zijn allemaal negers. Maar gedegenereerd?

Onderzoekers zagen dat zowel in de taal, als in ons DNA de diversiteit afneemt, naar mate men verder van Afrika is verwijderd. Hoe
verder van Afrika, hoe minder taalkundige diversiteit. Zo kennen Zuid-Amerikaanse talen minder klanken dan Aziatische talen en die weer minder klanken dan Afrikaanse talen. Een patroon dat men ook herkent in het DNA. Hoe verder van Afrika, hoe minder menselijke diversiteit.
Dat komt door het zogenaamde ‘stichterseffect’. Uit een gevarieerde bevolking trekken enkelen weg. Dat groepje is minder divers. Het is familie van elkaar of het is een clubje vrienden die onderling met eenzelfde taalaccent spreekt.

Eenmaal ergens gearriveerd, vertrokken ook daar weer clubjes mensen weg, met hetzelfde effect: de diversiteit nam af, naarmate men verder trok.
Dat verlies aan taalklanken, dat verlies aan een rijk geschakeerd DNA, rechtvaardigt de conclusie dat een ieder die ver van Afrika woont, een gedegenereerde neger is.

De Wie-ben-ik Test.

De Wie-ben-ik Test

Mijn identiteit is bekend. Voor de overheid ben ik een unieke streepjescode: mijn vingerafdruk. Voor de belastingsdienst ben ik een nummer. Voor mijn baas ben ik duur en voor de gezondheidszorg onbetaalbaar.

Verder ben ik gewoon Peter op dit weblog en één keer per maand te gast als P.J. Cokema op GeenCommentaar.
Verschaft dat schrijven ook een identiteit? Daar wil ik het even met u over hebben.

Er wordt wel eens gesteld dat het geschreven, zelfs als het fictie is, veel over de auteur zegt. Zelfs tussen de regels valt wellicht de unieke vingerafdruk van de schrijver te vinden.
Natuurlijk hoeft het niet zo te zijn dat de identiteit die een lezer meent te ontwaren, overeen te komen met de werkelijkheid of het zelfbeeld van de schrijver. Dat is verder ook niet zo belangrijk. Het enige dat telt is dat beide partijen hun genoegen uit de schrijverij halen. Wat dat ook moge zijn.

Nu wordt dit weblog niet voorzien van een pasfoto. Dus de lezer kan zich elk beeld van de redaktie voorstellen. Hooguit haalt men iets uit het wat algemene redaktiestatuut. Maar verder moet u het met de stukjes doen.

Puur voor de lol wil ik nu eens een lezersonderzoek doen. De Wie-ben-ik test. Niet omdat zelfreflectie tekort schiet, maar omdat het beeld dat een ander van iemand heeft, minstens zo interessant is, als het beeld dat iemand van zichzelf heeft.

Misschien wilt u de moeite nemen antwoord te geven op de vraag: welke identiteit denkt u dat deze weblogger heeft?
Er zijn bijvoorbeeld nogal wat stukjes over politieke zaken. Kunt daar uit opmaken of ik links, rechts, radicaal, conservatief, zwevende kiezer, onderbuiker of politiek onbenul ben?

En die vaste thema's over codes, keuzes en maakbaarheid? Maakt u daar uit op dat u te maken hebt met een dwangmatige neuroot of een gedreven themaonderzoeker, een dilettant die interessant wil doen of een huis-tuin-en keukenfilosoofje?

Geneer u niet, ga ongeremd u gang in de reacties. Schiet maar raak. Wellicht rolt er een profiel uit, waar ik nog mijn voordeel mee kan doen.

De hokjesgeest als onze bevrijder

De hokjesgeest als onze bevrijder Vrijheid en identiteit is dit jaar het thema dat het 4 en 5 mei-comité verbonden heeft aan Bevrijdingsdag, want “Vrijheid en identiteit staan op gespannen voet met elkaar”.

Dat kun je wel zeggen. Sterker nog: het heeft helemaal niets met elkaar te maken. Zodra je jezelf een identiteit aanmeet, gooi je jezelf in de boeien. De hokjesgeest wordt niet alleen op “de ander” losgelaten, die geest heerst op de eerste plaats in je eigen hoofd.

We gaan wel vaker te rade bij bronnen buiten onszelf, als we antwoorden op diverse vragen zoeken. Zoeken we antwoord op de vraag “wie ben ik?”, raadplegen we de hokjesgeest. Die biedt een levenlang keuzes genoeg.
Van de rolmodellen waar je in je jongste jaren identiteit aan ontleent, tot de rolmodellen die je op later leeftijd gebruikt om je tegen het eerst aangemeten patroon af te zetten. Zelfs de individuen die een poging doen zo onaangepast mogelijk door het leven te gaan, hebben hun bronnen. Zo ook de mensen die op zoek gaan naar hun enige, ware eigen identiteit. De eersten volgen beroemde bohémiens, de tweede groep volgen hun goeroes.

Kortom: we hebben altijd anderen nodig om onze identiteit te bepalen. We conformeren ons, of zetten ons af, om uiteindelijk het hokje te vinden waar we het beste in lijken te passen. Daar is geen ontsnappen aan. En da's maar goed ook, want je hele leven alleen maar op zoek naar je identiteit, dat schiet niet op. Er zijn wel belangrijker dingen die gedaan moeten worden.

Om recht te doen aan de hokjesgeest zouden we twee zaken wat beter moeten afspreken en regelen met elkaar.
Ten eerste: de hokjesgeest biedt, zoals gezegd, talloze keuzes. Cultuur-antropologische en sociaal-culturele studies leggen aardig uit waarom mensen geneigd zijn zich massaal in een enkel hokje te persen en anderen in een ander hokje op te sluiten. Daarmee is echter voldoende verklaard waarom veel mensen geen zaken dat hok in meenemen, die ze ook de moeite waard vinden.

Wellicht is het geheugen te gebrekkig alles te onthouden wat de geest etaleerde in alle hokjes die we passeerden, voor we een definitieve keuze maakten. Of is het luiheid ook nog eens al die hokjes langs te lopen die voor ons liggen.
De hokjesgeest kan ons bevrijden van de keurslijven waar we soms zo'n last van hebben. Die geest toont ons in het ene hokje een mooie groene hoed, in een volgend hokje een leuke blauwe broek, in weer een ander hokje een fraaie paarse jas. Als dan de najaarsmode de kleur bruin dicteert, lijken velen vergeten te zijn dat ze zich prima voelden bij andere kleuren.

Misschien helpt het als, ten tweede, de vrijheid een identiteit te vormen met alles wat naar je zin is, wordt vastgelegd als een ontvreemdbaar recht. Wil je een identiteit met een of twee kenmerken? Prima. Wil je er één die als een mozaïek is samengesteld. Ook goed. Een of meerdere identiteiten, het kan en het mag.
Alleen individuen zelf, zouden het recht moeten hebben zich een identiteit aan te meten. Het opleggen van een identiteit door elk ander dan het individu zelf, zou zwaar gesanctioneerd moeten worden. De overheid, die natuurlijk geen enkele rol heeft in het bepalen van een identiteit, zou daar op moeten toezien.

Waarmee ik meteen zelf in het beklaagdenbankje terecht kom. Want wie ben ik om te zeggen hoe iemands identiteit tot stand dient te komen?

De schapen van de bokken scheiden

Bok en schaapHoewel een aanzienlijk deel der wereldbevolking meent dat Jezus bij zijn terugkeer op aarde de schapen van de bokken moet scheiden (Mattheüs 25:32), zijn er nog genoeg anderen die daar het liefst vandaag nog aan willen beginnen. Dat leidt tot soms bizarre discussies, waarbij kool noch geit gespaard blijven. U kent de problemen wel van de democratisch ingestelde veerman die een kool, een geit èn een wolf wil overzetten. Hij moet daar heel wat kunst-en vliegwerk voor doen om dat voor elkaar te krijgen.
Bij het scheiden van schapen en bokken gaat het er heel anders aan toe. Sommigen willen alleen schapen met een vlekje naar een ander eiland verbannen, anderen menen dat alleen bokken met een sik daar in aanmerking voor komen. Angst en werkelijkheid lopen door elkaar, nationaliteit wordt met identiteit verward en wie het waagt een koekje bij de thee ter discussie te stellen wordt terugverwezen naar de argentijnse pampa's.
Laat ik het idee van 's heeres scheiding der dieren eens serieus nemen en, in een poging de discussies hierover definitief te beëindigen, een paar voorstellen doen hoe dat dan gerealiseerd kan worden.

1. Een ieder die het christelijk geloof aanhangt, zal zeggen van Adam en Eva af te stammen. Wetenschappers hebben vastgeteld dat die oorspronkelijk ergens in Afrika woonden. Er moet een wet komen die voorschrijft dat een ieder die geen afstand doet van het geloof, terug gestuurd wordt naar Afrika.

2. Hoort wie klopt daar kind'ren? Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.
De douane wordt vervangen door Sinterklaas en zijn hulppersoneel. Een ieder die voldoende zoetstoffen in het bloed heeft mag er in, de rest wordt er uit geranseld. Wie aan suikerfeesten heeft meegedaan, hoeft dus niks te vrezen.

3. De regering organiseert een moderne variant van de volkstelling. Er wordt een verplichte bloedafname-dag gehouden. Iedereen die ook maar een druppeltje vreemd bloed in de aderen heeft wordt verbannen naar Australië, Amerika of Elba. Rottumeroog kan ook, daar kom ik bij voorstel 4 op terug.
Bij twijfelgevallen wordt een DNA-test gedaan. Zo pikken we de nazaten van de spanjaarden die hier gedurende de 80-jarige oorlog zijn blijven hangen er uit. Evenals afstammelingen van de batavieren, de romeinen, de vikingen, franse, napoleontische soldaten, overgelopen duitse krijgslieden en amerikaanse en canadese bevrijders en hongaarse vluchtelingen. Allemaal terug naar het land van hun voorvaderen.

4. Elke vier jaar wordt het volksliedstaatsexamen gehouden. Iedereen die het Wilhelmus van achter naar voren foutloos uit zijn/haar hoofd weet te reciteren mag blijven. De rest wordt overgeplaatst naar Rottumeroog. Dat is weliswaar geen buitenland, maar er is zo verrekte weinig te doen dat de bannelingen alle tijd hebben dat kreng van een volkslied alsnog uit het hoofd te leren voor het herexamen dat een jaar later plaatsvindt.

Knettergekke voorstellen natuurlijk, maar dat schijnt tegenwoordig te mogen. Eén ding kan ik met zekerheid voorspellen: voer deze voorstellen uit en de economie stort in, maar het wordt wel heel stil op de weg. Kunnen die miljoenen aan filebestrijding eindelijk eens nuttiger worden besteed.

Wie je bent kies je zelf.

NationaliteitenNiet iedereen wil wereldburger zijn, niet iedereen wil landburger zijn. Er zijn er die provincieburger meer dan genoeg vinden. Ach, waarom ook niet? Ben je geboren en getogen en nog steeds woonachtig in hetzelfde dorp, waarom zou je dan ook niet pakweg de Ypecolsgase nationaliteit mogen hebben?
Nou is elke wereldburger gehecht aan deze aarde door de zwaartekracht, maar voor aardig wat mensen gaat er een grotere aantrekkingskracht uit van hun geboortegrond. Zo ook bij de fries Sjoerd Groenhof. Hij wil bij de burgerlijke stand ingeschreven staan met de
friese nationaliteit, zonder overignes de rechten die elke andere nederlander heeft te verliezen. De gemeente kan niet meewerken, zegt men, dus stapt hij naar de rechter. En als die niet meewerkt gaat Sjoerd zelfs naar het Europese hof. Hij maakt een aardige kans, want in 1951 lukte het Doekele Brouwer via het kantongerecht de friese nationaliteit te verwerven. God had hem als fries geschapen en daar gaf de rechter hem gelijk in.
Nou ben ik zelf geboren in het ziekenhuis van Zeist, toen mijn ouders in het aanpalende dorp Huis ter Heide woonden. Van die tijd weet ik niet veel. Des te meer ben ik me bewust van de de perioden die vanaf mijn 4e jaar volgden. Opgegroeid in achtereenvolgens Hilversum, het dorpje Elst (U.), de groeigemeente Zoetermeer en toen ik op eigen benen ging staan heb ik een blauwe maandag in Gouda gewoond om via Delft, Rotterdam uiteindelijk in Den Haag terecht te komen. Drie provincies en zeven gemeenten. Geen wonder dat ik niet weet wie ik ben, laat staan dat ik enige affiniteit heb met het soort gehechtheid dat Sjoerd Groenhof zo belangrijk vindt. Ik ben door al die omzwervingen misschien zelfs wel een veel grotere minderheid dan Sjoerd. Hij meent het soort minderheid te zijn die, zoals hij zelf zegt, de bescherming verdient zoals bedoelt in het
Kaderverdrag van 1995, aangenomen door de Raad van Europa. Hij haalt er zelfs de Universele verklaring van de rechten van de mens bij, waar in artikel 15 staat dat ieder het recht heeft op een nationaliteit en dat die hem niet mag worden ontnomen, noch het recht mag worden ontzegd van nationaliteit te veranderen.
Die Universele verklaring is voor geen enkele staat bindend, zoals al jaren is bewezen bij tal van conflicten, maar dat artikel 15 zou eens in de grondwet van elke natie moeten worden opgenomen. Als nationaliteit daadwerkelijk zoveel bijdraagt aan je individuele identiteit, waarom zouden we er dan niet eentje mogen kiezen die het beste bij ons past? Tenslotte hebben we wel, geheel legaal, de vrijheid om onze identiteit vorm te geven met behulp van mode, cosmetische ingrepen, transexuele operaties, naamsveranderingen, beroepskeuzes en keuze van woonplaats. Toegegeven, dat laatste is niet voor elke wereldburger even makkelijk als voor de meeste nederlanders. maar als wij die vrijheid hebben, waarom anderen dan niet?
Die meneer Groenhof mag van mij zijn friese nationaliteit krijgen en alle rechten behouden waar hij natuurlijk ook vreselijk aan gehecht is. Laat dat dan meteen voor elke inwoner van nederland gelden. Je hebt recht op je identiteit, ongeacht je nationaliteit.
Ik ga eens op zoek naar een nationaliteitje waar ik mijn zo versnipperde identiteit eindelijk eens kan vormgeven. Identiteitscrisis eindelijk opgelost.

Dubbele ontkenning.

Leeg portretHiernaast had eigenlijk het portret moeten staan van een kersverse filosofe op het gebied van zijnsvraagstukken. Echter, omdat ik niet zeker weet of plaatsing van het bedoelde portret ook een weblogger in problemen kan brengen, al was het alleen maar door het betalen van de nodige royalty's, moet u het met een leeg portret doen. Ik waarschuw de scherpzinnige lezers! Met een leeg portret bedoel ik absloluut niet de kersverse filosofe.
Waar gaat het om? Wel, bij de presentatie van een filosofisch stuk dat over de verhouding identiteit – nationaliteit gaat, stelde zij dat
de nederlander niet bestaat. Een gewaagde uitspraak waar de honden natuurlijk weer geen brood van lusten.
Dat “niet bestaan”, het on-zijn, het persona non grata, het ik-denk-dus-ik-besta-niet, of u het ook wil noemen, werd door de filosofe fraai geïllustreerd met een paar voorbeelden. Niet bestaan is zowel de gordijnen open houden, zodat iedereen naar binnen kan kijken, als privacy errug belangrijk vinden. Het on-zijn is zowel samen emoties beleven als nuchterheid en beheersing. Het persona non grata is zowel een zuinig koekje bij de koffie als gastvrijheid en warmte. Waarmee deze filosofe de zijnsvraag een nieuwe dimensie geeft: we bestaan niet en daar zijn we erg dubbel in. Zij heeft de vraag 'wie ben ik', hiermee
maximaal beantwoord.
Want hoeveel meer kun je zijn door niet te zijn en tegelijkertijd zus en zo te zijn? Kunnen we eigenlijk wel 'niet zijn' en toch ons dubbel manifesteren?
Zeker wel. In mijn hoofd bent u wie ik denk dat u bent. U denkt dat u bent wie uzelf denkt dat u bent. Als dat wat anders is dan ik denk, is er een probleem. Mijn beeld correspondeert niet met uw beeld, waardoor u denkt dat ik denk dat u niet bestaat. Dat wordt nog eens bevestigd als u bekend maakt wie u denkt te zijn. Omdat dat niet klopt met wat ik denk, roep ik dan ook uit: Dat bestaat niet!
De eerder genoemde filosofe weet een briljante uitweg uit de identiteitscrisis die dan is ontstaan: U bent het allebei! U bent zowel wat uzelf denkt dat u bent èn u bent wat ik denk dat u bent. Zij pleit ervoor dat mensen inzien dat we die visie op het zijn met elkaar gemeenschappelijk hebben. Net zo goed als alle mensen dubbel gedrag gemeenschappelijk hebben.
Wat heeft dat voor gevolgen voor ons identiteitsbewustijn? De sleutel tot het antwoord op die vraag ligt in het zojuist gebruikte woord 'gemeenschappelijk'. Als mensen ontdekken dat de twee basisprincipes (A. we zijn niet wie de anderen denken dat we zijn en B. we zijn zowel ons eigen denkbeeld als dat van de anderen) voor elk individu geldig zijn, dan openbaart zich als vanzelf de gemeenschappelijkheid. We hoeven ons niet langer druk te maken of we anders zijn dan anderen. Dat zijn we inderdaad! En we hoeven ons ook geen zorgen meer te maken over waarom we zo hetzelfde zijn als anderen, want ook dat zijn wij zeker! Eigenlijk komt het er op neer dat we geen haar beter zijn dan wie dan ook.
Vergeef me mijn poging aan deze zienswijze iets toe te voegen. Niet uit arrogantie, nee, ik erken volledig mijn nederigheid ten opzichte van de hierboven aangehaalde filosofe (ik heb haar mogen aanhalen, ik heb haar mogen aanhalen, juichte heel zijn hart).
Mijn toevoeging: moge deze verlichte zienswijze op de persoonlijke identiteit verheven worden tot die op de nationale indentiteit. Hoe? Wel, nu we eenmaal de persoonlijke identiteit hebben vastgesteld, moet ook het land (de grond waarop wij leven) zichzelf dezelfde vragen stellen waar wij mensen zolang mee hebben geworsteld. Wij zijn die te boven gekomen, nu het land nog.