Tagarchief: integriteit

Lokale integriteit.

Klokkenluider U dacht dat Wikileaks bewezen heeft, wat u altijd al dacht? Namelijk dat diplomaten en wereldleiders er zo hun eigen idee over integriteit op na houden? Op kleiner schaal is het mogelijk even erg. Dat denken de plaatselijke klokkenluiders in ieder geval wel. In elf gemeenten zijn lokale wikileaks geopend. De komende week zullen nog 39 gemeenten volgen.

Tja, een politieke carrière begint natuurlijk onderop. En als geslotenheid tot de gangbare ethiek van het bestuurlijke métier hoort, dan probeer je dat als lokaal bestuurder je meteen eigen te maken. Dat is niet altijd even gemakkelijk, want waart moet een wetouder of burgemeester open en eerlijk over zijn en waarover niet?
Met het opzetten van plaatselijke wikileaks wordt het nog vervelender voor de bestuurders. Zij hebben al te maken met klachtenloketten, gemeentelijke ombudsmannen, bezwaarprocedures of boze burgers die de ruiten inkinkelen, nu komen daar ook de klokkenluiders aan.

Waar hebben gemeentebesturen dat nou aan verdiend. Ze waren zelf al lekker bezig hun eigen integriteit te onderzoeken. Maar vier procent van de gemeenten heeft nog geen integriteitsbeleid. Vier procent! Dat zijn niet meer dan negen gemeenten. Waarom dan toch nog 50 lokale wikileaks opgericht?
Zijn de zelfregulerende gedragscodes voor de ambtenaren van Maarssen of B & W van Achtkarspelen niet genoeg? Bovendien hebben we nog BING, het Bureau Integriteit waarmee de Nederlandse gemeenten de hand in eigen boezem steken. Doet prima werk. De gemeente Alphen aan de Rijn schakelde het bureau in, toen boze burgers het bestuur ervan verdachten dat ambtenaren werden voorgetrokken bij het toewijzen van woningen.

BING onderzocht de kwestie en het
gemeentebestuur meldt nu trots dat “individuele bestuurders en het college van burgemeester en wethouders hebben niet in strijd gehandeld met de bestuurlijke gedragsregels van de gemeente”.
Keurig, zou je zeggen. In hetzelfde bericht, zegt de gemeente ook: “Betrokken ambtenaren hebben wel gedragsregels van de gemeente geschonden”. Pardon? Wel regels geschonden, maar niet in strijd daarmee gehandeld?
Maakt niet uit, want BING heeft ook geconcludeerd dat “er geen sprake is van strafrechtelijke overtredingen”.

Ja, op die manier lijkt Alphen aan de Rijn wel rijp voor de klokkenluiders van Ope(N)u. En
die krijgt de gemeente ook. Na 21 december luidt het niet BING maar BENG in Alphen.
Bing, beng, beieren. Ik ben benieuwd wat de Ope(N)u-klokkenluiders aan de integriteit van het lokale bestuur zullen toevoegen. Of denkt u dat ook deze belhamels boven water krijgen, wat u al lang wist?

Corps humorisque

Diplomatenhumor Wat Wikileaks duidelijk maakt, is dat humor riskant is. Een diplomaat kan, achter de schermen, de draak steken met een president of een politicus, maar als het doelwit van de zieke grap de kritische humor ter ore komt, heeft hij een probleem.

Humor onder collega’s. Wat daar al niet mee mis kan gaan. Bekende fout: helpdeskmedewerker heeft klant aan de lijn, moet even overleggen met een collega en doet dat op zo’n grappige wijze, dat de klant een klacht indient. De medewerker vergat de lijn even in de wacht te zetten.
Zoiets is ook aan de hand met bepaalde stukken uit cablegate. Een diplomaat zal nooit recht in het gezicht van de president, in wiens land hij te gast is, zeggen dat hij hem op Batman vindt lijken. Een diplomaat dacht dat wel veilig te kunnen doen in de post die hij naar zijn eigen land stuurde. Nu ligt die opmerking op straat en is het slachtoffer van de zwarte humor natuurlijk ‘not amused’.

Er zijn wel meer situaties waar vakbroeders onder elkaar zich er sterk van bewust moeten zijn dat alles wat ze doen of zeggen, op een dag in de openbaarheid kan komen. Bijvoorbeeld de Nederlandse militairen, die elkaar filmden tijdens acties in Afghanistan.
In de
documentaire Fokking Hell (12 november op Nederland 2), doet een militair een macabere uitroep. Zijn filmende collega waarschuwt hem nog, dat-ie in beeld is. De zwarte humor kan verkeerd begrepen worden. Een woordvoerder legt in De Pers uit: “Gelukkig biedt de documentaire een deskundige context. Een psycholoog legt bijvoorbeeld uit dat een achtbaan van emoties die jongens begrijpelijkerwijs tot dat soort zwarte humor kan bewegen”.

Zelfs al zou de humor niet zo zwartgallig zijn, is het oppassen geblazen. Zoals we weten heeft God wel wat steekjes laten vallen in zijn schepping. Eén daarvan is het verschil in gevoel voor humor tussen mensen. Iedereen houdt wel van een fikse lach, niet iedereen schatert om hetzelfde. Ik bid God elke dag dat mankement eens te repareren. Het antwoord luidt steevast: Laat me niet lachen.
Jammer, want een gelijk gevoel voor humor zou, mijns inziens, de wereldvrede een stuk dichterbij brengen.

De leus van het corps diplomatique luidt: “ex amicitia pax”. Latijn voor “door vriendschap, vrede”. Wikileaks toont met een paar documenten aan dat sommige diplomaten het “ex risus discordia” lijken te huldigen. Door grappen onenigheid.
Dat is niet de bedoeling (of wel?) en daarom zijn sommige wereldleiders pissig dat de interne humor is geopenbaard.

Is nu het gevolg van cablegate dat diplomaten in het vervolg van hun onderlinge humor worden beroofd? Krijgen ze een gedragscode tegen grappenmakerij voor de kiezen?
Dat is niet nodig, natuurlijk. Als iedereen grappen over een ander achterwege laat, is er niks aan de hand. Houden we dan nog wel genoeg humor over? De meeste grappen gaan immers over mensen?

Ach, als iedereen alleen grappen over zichzelf maakt, heb je meer dan genoeg mensen om mee te lachen. Dat moet ik eens onthouden, want ook op dit weblog worden vaak grappen gemaakt over bekende personen. Nooit gevraagd wat ze er zelf van vonden.
Een verschil met de diplomatenhumor is dat dit weblog in alle openbaarheid verschijnt. Iedereen kan er dus wat van zeggen, inclusief de slachtoffers van de grap, die desnoods naar de rechter kunnen stappen, als ze de grap misplaatst vinden.

Het lijkt me wel een ethisch vraagstukje: mogen collega’s onder elkaar wel grappen maken over mensen binnen hun werkterrein? Of mag dat alleen als het verborgen blijft?

Volksvertegenwoordigende integriteit

Volksvertegenwoordigende integriteit Gemeenteraadsleden die tegen het gemeentebestuur getuigen. Kan dat? Mag dat? Een onderzoek naar die vraag maandenlang in de la houden? Mag dat? Kan dat?

De integriteit van burgemeester en twee raadsleden van de Brabantse gemeente Rucphen staat ter discussie. Een zaak die onderzocht is door hoogleraar staatsrecht Douw Jan Elzinga. De hoogleraar wordt er wel vaker bij geroepen als gemeentebestuurders en raadsleden in conflicten verzeild raken. Hij wordt immers gezien als de expert op gebied van bestuurlijk dualisme, sinds hij de regering van advies diende voor de
Wet dualisering gemeentebestuur.

Voor het online magazine Binnenlandsbestuur.nl laat hij,
als columnist, nog steeds zijn licht schijnen over bestuurlijke integriteit, bijvoorbeeld over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting voor volksvertegenwoordigers.
Ook al is Elzinga pleitbezorger voor een sterkere positie van gemeenteraadsleden, die net even iets meer vrije ruimte voor hun meningen mogen hebben, moeten gemeenteraadsleden wel op hun tellen passen. In 2005 leidde een onderzoek van Elzinga ertoe dat vijf fracties in de Amsterdamse gemeenteraad geld moesten terugstorten in de gemeentekas, omdat ze veel te ruimdenkend allerlei onkosten hadden gedeclareerd.

Hoogleraar Elzinga werd te hulp geroepen door de Rucphense burgemeester Everaers. Die was niet zo te spreken over de gemeenteraadsleden Ton Bergenhenegouwen (PvdA) en Guido Koenen (D66). Zij hadden bewoners uit Sprundel bijgestaan in een zaak tegen de gemeente, die een bestemmingsplan had gewijzigd om nieuwbouw mogelijk te maken. De bezorgde burgers procedeerden zelfs tot aan de Raad van State en argumenteerden onder andere dat het gemeentebestuur onzorgvuldig was geweest. In maart wees de Raad van State de bezwaren
overigens af.

De twee gemeenteraadsleden hadden de bewoners geholpen met de voorbereidingen en ter zitting tegen het gemeentebestuur getuigt. Dat was voor de burgemeester aanleiding hoogleraar Elzinga te vragen de integriteit van de twee volksvertegenwoordigers
onder de loep te nemen.
Het rapport was vlot af, maar op de uitslag moesten de raadsleden nog lang wachten. Nu brengt de burgemeester het rapport alsnog in de openbaarheid.

De gemeenteraadsleden zaten niet echt fout, concludeerde Elzinga, maar hun actie stond wel op gespannen voet met de gemeentewet en de gedragscode bestuurlijke integriteit. Zodra burgers een beroepsprocedure bij de bestuursrechter of de Raad van State starten, is het beter dat volksvertegenwoordigers zich terugtrekken en zeker niet gaan getuigen tegen de gemeente, aldus hoogleraar Ezlinga.

Een beetje fout dus? Met zo’n halfslachtige uitspraak bedwing je actieve volksvertegenwoordigers natuurlijk niet. De beide raadsleden verklaren dan ook stellig, dat ze bij een volgende gelegenheid het volk weer op dezelfde wijze zullen vertegenwoordigen.
De burgemeester zal ook niet blij zijn met de conclusie, Hij vond immers dat de raadsleden niets op die zitting van de Raad van State hadden te zoeken. De gemeenteraad was in meerderheid met het bestemmingsplan akkoord gegaan. Dat die twee raadsleden niet bij die meerderheid hoorde, mag geen reden zijn dan maar hun gelijk proberen te halen, door acties van burgers te ondersteunen. Dat is toch niet loyaal ten opzichte van de gebruikelijke democratie?

Er zal in Rucphen nog wel wat over nagepraat worden. Maar de zaak is wel van belang voor de ontwikkeling van het duale bestuur. Als een gezaghebbend expert als Elzinga het eigenlijk in het midden laat, hoe weten bestuurders en volksvertegenwoordiger dan hoe ze zich ten opzichte van elkaar moeten verhouden, zonder dat ze elkaars integriteit in twijfel trekken?

Even scherp gesteld: als de aanstaande coalitie de eerste bezuiniging realiseert en een getroffen volksdeel stapt naar de Raad van State of zelfs de rechter, mogen oppositionele Kamerleden tot en met de getuigenbank hun volk vertegenwoordigen?

Politicus even integer als ambtenaar

Politicus even integer als ambtenaar No strings attached. Ongebonden, dus integer? Het zou niet alleen voor ambtenaren, maar ook voor politici moeten gelden. Dat zegt Cees Schaap van SBV Forensics, een particulier bedrijf dat zich verkoopt aan organisaties en bedrijven die met interne fraude te maken hebben.

Aanleiding is een artikel in het Financieel Dagblad, waarin een voormalig gedeputeerde van Noord-Holland, Albert Moens, gebrek aan integriteit verwijt. De gedeputeerde had net iets te vroeg een contract getekend bij Ecocern, een firma voor duurzame energie.
Een administratief foutje, meent Moens. Had niet mogen gebeuren, maar van belangenverstrengeling was geen sprake, omdat hij zich in de Provinciale Staten, niet meer bemoeide bij besluitvorming voor duurzame energie, toen bekend was dat hij in die sector zou gaan werken.

Ambtenaren die de overheidsdienst verlaten, mogen na vertrek een jaar lang hun expertise en netwerk niet gebruiken in dienst van het bedrijf waar ze naar toe zijn gegaan. Cees Schaap van SBV Forensics ziet graag een gedragscode voor politici, waarin dat ook zo is geregeld.

Wil je dat echt goed regelen, dan zouden ambtenaren en politici, na hun werk voor de overheid, enige tijd op non-actief moeten worden gesteld.
Ambtenaren zijn vaak echte specialisten en het is logisch dat die binnen hun ervaringsgebied een andere baan zoeken. Ergens anders komen ze misschien niet eens aan de bak. En dan bij je nieuwe werkgever je totale expertise niet ogen gebruiken? Lijkt me bijna onbegonnen werk.

Ook politici hebben zo hun specialistische stokpaardjes. Ze beslissen echter wel mee over alles wat op de agenda staat. Waarmee het gebied waar mogelijk van belangenverstrengeling sprake kan zijn, zo'n beetje de totale arbeidsmarkt is.
Als ambtenaren en politici eerst gewoon thuis hun wachtgeld opsouperen, ontstaat er een non-actieve periode, waar ze dan hun vingers niet hoeven te branden, maar de marktwaarde wel daalt.

Maar goed, er valt wat voor te zeggen ook voor politici een jaar in de luwte af te spreken. Wie graag actief wil blijven, kan natuurlijk een jaartje vrijwilligerswerk doen of een maatschappelijke stage lopen. Hoewel ook dan belangenverstrengeling kan plaatsvinden.

Nederland scoort laag op gebied van overheidscorruptie. Het liefst wil men een volledig brandschoon imago. Dat zal niet lukken. Het zou betekenen dat politici geen enkele nevenfuncties meer mogen bekleden. Dat een ambtenaar zelfs geen bestuursfunctie in zijn voetbalvereniging mag vervullen. En dat in het jaartje afkoeling de politicus en de ambtenaar naar de neurochirurg moet, om zijn overheidsgeheugen te laten wissen.

Want een jaar is zo voorbij en daarna zou het geen probleem zijn het bestuurlijk verleden in te zetten bij een commercieel bedrijf?
Je kan het natuurlijk niet verbieden dat ook ambtenaren en politici wel eens een ander baantje willen. Dat dan kennis weglekt, is een verschijnsel dat ook in het bedrijfsleven geldt. Ook daar is soms sprake van contracten waarin is geregeld dat expertise niet in handen van de concurrentie komt. Ondersteund door uitstekende gouden handrukken. De overheid mag dat maar in zeer beperkte mate toepassen, om de uitgaven laag te houden.

Misschien zou het dan ook anders kunnen. Overheden zouden een jaar of vijf geen opdrachten mogen uitbesteden aan bedrijven waar ex-ambtenaren en ex-politici zijn gaan werken. Of die ambtenaren en politici dan nog interessant zijn voor het bedrijfsleven?

Ambtenaren, integriteit en loyaliteit

Ambtenaren, integriteit en loyaliteit

Minister Ter Horst heeft gesproken en de PVV kan gerust zijn. Mocht de partij het land regeren, dan wordt van ambtenaren niets anders verwacht dan wat ze nu ook doen. Ambtenaren die het dienen van het land niet met hun geweten in overeenstemming kunnen brengen omdat de samenstelling van het kabinet hun niet bevalt, moeten opstappen.

Minister Ter Horst beantwoordde vragen van de PVV, die de partij stelde naar aanleiding van een onderzoek onder ambtenaren en waaruit bleek dar 70 procent het een drama zou vinden als de PVV het land gaat regeren. Nog meer ambtenaren, 85 procent, denkt dat de bestuurlijke kwaliteiten van de PVV matig tot slecht zijn. Ruim 50 procent zegt niet onder een PVV-minister te willen werken.

De PVV wilde van de minister weten wat zij er nu van vindt dat “meer dan de helft van uw ambtenaren die betrokken zijn bij het onderzoek aangeven niet onder een PVV-bewindspersoon te willen werken“.

De minister hield zich wijselijk op de vlakte: “Nederlandse ambtenaren zijn vrij in hun politieke voorkeur. Het past een bewindspersoon daarom niet hier meningen over te ventileren“.
Wel voegde ze haar kijk op de politiek-ambtelijke geschiedenis aan toe: “Voor zover mij bekend is, ook in voorgaande kabinetsperiodes, in algemene zin nooit gebleken dat ambtenaren een gebrek aan loyaliteit ten opzichte van een bewindspersoon van welke politieke kleur dan ook vertoonden“.

Op de vraag of een eventuele weigering van een ambtenaar om voor een PVV-bewindspersoon te werken, in strijd is met de ambtseed, antwoordde de minister: “Zoals hun ambtseed aangeeft, dienen ambtenaren immers bovenal de wet te respecteren. Een ambtenaar die zich om andere redenen niet kan verenigen met het beleid dat hij moet uitvoeren, zal ten slotte een andere baan moeten zoeken“.

Het ARAR (Algemeen Rijksambtenaren Reglement) noemt in artikel 51 die ambtseed. Elke ambtenaar dient die eed af te leggen. De mogelijkheden om daar onderuit te komen zijn vrijwel nihil. Toch kan een ambtenaar in het nauw komen, want hoe zou hij/zij lid 2 en 4 van artikel 58 interpreteren, als een situatie niet naar de zin is?
Daarin is bepaald dat een ambtenaar verplicht kan worden tot andere werkzaamheden dan waarvoor hij eigenlijk is aangenomen, in uitzonderlijke tijden als oorlog, maar ook andere buitengewone omstandigheden. Bij de toepassing van dit voorschrift wordt zoveel mogelijke rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de ambtenaar.

Zouden de ambtenaren die vrezen voor een PVV-regering, die “buitengewone omstandigheden” en “persoonlijke omstandigheden” zo kunnen interpreteren, dat ze hun gezworen democratische verplichtingen niet na hoeven te komen?
Bij werkweigering in dit kader, kan door toetsing door een rechter worden bepaald of een ambtenaar zijn biezen dient te pakken. Jammer dat er nog geen onderzoek onder rechters is gedaan, hoe zij denken te vonnissen onder een PVV-regering.

Nu zullen er aardig wat mensen zijn dat de ambtenaren zo'n standpunt innemen omdat ze vrezen voor hun baantje. De PVV heeft immer de afslanking van de overheid op het programma staan. Anderen zullen stellen dat hier alweer de ambtelijke minachting voor de parlementaire democratie blijkt.
Een
eerder onderzoek liet zien dat ambtenaren niet zo'n hoe pet op hadden van de bekwaamheden van de parlementariërs. Ruim driekwart vindt dat de Kamerleden onvoldoende juridische kennis heeft. Ruim de helft vindt dat ze ondeugdelijke wetten aannemen en 46 procent zou blij zijn met minder Tweede Kamerleden.

Het huidige standpunt over loyaliteit onder PVV-bewind riekt dus sterk naar ambtelijke beïnvloeding van de publieke opinie. Hadden de ambtenaren dan niet mee moeten doen aan dat onderzoek en hun mond stijf gesloten moeten houden?
Zeker niet. Niet allen de ambtenaar, ook elke burger zou zich moeten afvragen of er omstandigheden kunnen zijn, waar grenzen liggen aan loyaliteit jegens de democratie. Bijvoorbeeld als er partijen gaan regeren die van plan zijn een deel van de bevolking van die democratie uit te sluiten. Of die grondwettelijke rechten slechts wensen voor te behouden aan een select deel van de burgers.

Toch is het voor de beurt gepraat. Regeringsdeelname van de PVV mag dan in de peilingen een optie zijn, of het er in de praktijk ook van zal komen is sterk de vraag. Wat dan wel een interessante vraag is: hoe denken ambtenaren over hun loyaliteit aan andere partijen, die standpunten van de PVV sluipenderwijs in hun programma's opnemen, in de hoop een deel van het PVV-electoraat voor zich te winnen?

Overheid met schone handen

Overheid met schone handen Onder de intrigerende titel “Overheid werkt aan schoon geweten” publiceerde de VNU-website Inoverheid.nl een interview met Alain Hoekstra, hoofd van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS).
Integriteit is geen luxe, maar een basisaspect van goed overheidsbestuur“, zegt Alain Hoekstra in dat interview. Zijn in 2006 opgerichte bureau heeft tot taak overheden te steunen om op het rechte pad te blijven. Aanleiding was, onder andere, de bouwfraude in de jaren '90, waar ambtenaren bij betrokken bleken.

Overheden zijn altijd kwetsbaar“, meent Hoekstra, “ze beschikken over middelen, informatie en bevoegdheden die voor veel partijen interessant zijn. Sommige mensen zullen om deze reden een voet tussen de deur willen krijgen“.
Waar een overheid het meest kwetsbaar is, valt moeilijk aan te geven. Maar vandaag de dag is de hele overheid erg kwetsbaar. De kredietcrisis en de taakstellingen (bezuinigingen) leiden er wellicht toe dat de overheid weinig geld wil spenderen aan de bevordering van de integriteit.

Integriteit is een rekbaar begrip. De corruptie-waakhond Transparency International publiceert jaarlijks een Corruption Perception Index (CPI). Wie een 10 scoort is brandschoon, wie nul krijgt bezit geen greintje integriteit. Nederland doet het goed en scoorde in 2008, samen met IJsland, een 8,9. Denemarken (9,3), Zweden, Singapore en Zwitserland doen het beter. Het beroerdst is het gesteld in landen als Somalië, Afghanistan en Irak (het overzicht van 2008 – pdf – is hier als download in te zien).
Opvallend is wel dat geen enkel land de 10 met een griffel krijgt. Er is altijd wel ergens een ambtenaar of een politicus die bezwijkt voor aangeboden verleidingen of met ongewenst gedrag verkeerde voorbeelden afgeeft.

De Nederlandse ambtenaar vindt zich zelf redelijk integer, bleek uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam in samenwerking met Binnenlands Bestuur. De ambtenaren geen zichzelf een bescheiden voldoende (een 7), maar hebben zo hun twijfels over de bestuurders en politici.
De ambtenaren geven hun eigen organisatie (bestuur of vertegenwoordigende organen) een gemiddelde van 6,8. De rechterlijke macht scoort nog het beste (7,3) maar de Eerste Kamer (6,9), gemeenten (6,6) en provincies (6,4) scoren lager. De Tweede Kamer komt er in de ogen van de ambtenaren met een 6,2 wel erg slecht van af.

Tot zover de stand van zaken in 2008. In internationaal verband een dikke voldoende, intern hebben de ambtenaren nog wat bedenkingen.
Zijn er dan na het onderzoek van de Algemene Rekenkamer in 2004 zo weinig vorderingen gemaakt? De Rekenkamer deed een nulmeting, om een startpunt te creëren van af welke gewerkt kon worden aan het oppoetsen van de integriteit. De conclusie was: de integriteit van de overheid was
zeer gebrekkig.
Geschrokken van de reacties begon men ijverig protocollen, gedragscodes, toetsingsinstrumenten en controlemiddelen te ontwikkelen. Het BIOS werd dus in 2006 aan het werk gezet om dat een beetje vaart te geven.

Blijkbaar was dat niet genoeg, want in 2007 lanceerde minister van Binnenlandse Zaken, Ter Horst, een experiment waarbij burgers en ambtenaren anoniem schendingen van integriteit door overheidsfunctionarissen kunnen melden. Klachtenregelingen en klokkenluidersregelingen zijn kennelijk niet voldoende. Dus kan men bij het meldpunt M (Meld Misdaad Anoniem) mogelijke corruptie inleveren.
Mij is niet bekend of de proef, die een halfjaar zou duren, tot een definitief meldpunt voor anonieme tips heeft geleid. In ieder geval kun je op de website van Binnenlandse Zaken zeker
een melding doen, maar dat kan daar niet anoniem.

Zou de Nederlandse overheid ooit de schoonste handen ter wereld kunnen hebben? Dan zullen ambtenaren toch ver uit de buurt van louche projectontwikkelaars moeten blijven. Ministers en wethouders toch uitermate zorgvuldig hun reiskosten moeten declareren. En zelfs in de privé-sfeer zullen ze zich niet in tippelzones of zoenend in fietsenhokken moeten ophouden. Een ambtenaar in functie of een beëdigd politicus kan zich geen menselijke trekjes veroorloven.
Je zou zelfs kunnen stellen dat de overheid amper integer is te noemen als ze haar eigen doelstellingen niet haalt, terwijl ze de burgers wel afstraft met maatregelen als die niet meewerkt aan de hen opgelegde doelen.

Op de CPI krijgt Nederland een 8,9. Ambtenaren geven hun overheid een 6,8. Welk rapportcijfer heeft u over om de integriteit van onze overheid te waarderen?

Uitbraken

uitgangVroeger, toen er nog geen WOB was (Wet Openbaarheid bestuur), waren er drie manieren om belangrijke, door de overheid geheim gehouden informatie, boven tafel te krijgen. Een legale manier en twee volstrekt illegale methoden: inbraken en uitbraken.

De legale weg was: via kamervragen en amendementjes een minister dwingen de informatie pubiek te maken. Gewoon de man of vrouw het vuur aan de schenen leggen tijdens kamerdebatten.
Zelden meegemaakt dat die methode tot volledig bevredigende resultaten heeft geleid. Altijd bleef er minstens één partij met het gevoel zitten, niet de hele waarheid boven tafel gekregen te hebben.
Meest
recente voorbeeld: de notulen van een gesprek tussen parlementariër W. en de AIVD. Publiekelijk gemaakt door minister Hirsch Ballin, waarna nog steeds niet helemaal duidelijk was hoe de betekenis van die notulen nou geduid moest worden.

De illegale methoden staan dankzij GroenLinks-kamerlid Duyvendak, weer volop in de belangstellling. Hij bekende een inbraak en nu staat zijn politieke carrière op het spel.
Da's logisch. De dader is bekend, een inbraak is nog steeds een misdrijf en nu de politicus dus zelf zegt een misdadiger te zijn, hoort het tot de hier geldende politieke etiquettes dat heer Duyvendak opstapt.

Het gekke is: dat gebeurt niet onmiddelijk. Hoe kan dat?
Misschien omdat politiek Den Haag in 1985 wel op basis van de gestolen stukken met de regering debateerde en het kabinet zelfs bijna viel?
In een rechtszaak doet illegaal verkregen bewijsmateriaal er niet toe. In de politiek blijkbaar wel. Waarmee het hele Binnenhofcircus zich dus medeplichtig heeft gemaakt aan de activiteiten van Duyvendak.
Tja, dan kan je nu hooguit roepen dat heer Duyvendak zelf de consequenties van zijn stommiteiten moet beoordelen.

Het kan ook zijn dat men in politiek Den Haag wel gewend is aan illegale methoden om informatie naar buiten te krijgen. De inbraak komt niet zo vaak voor. Oneindig veel vaker heeft men te maken met de uitbraak: het lekken van informatie naar pers en of kamerleden.

Bij een enkel departement is dat zelfs een ware plaag. Vanuit het ministerie van Defensie lekken vertrouwelijke adviezen en informatie op usb-sticks in gestage stroom naar buiten.
Het meest populaire lek, dat dankzij RTL4-redacteur en voormalig CDA-woordvoerder Frits Wester bijna jaarlijks tot vermaak leidt, is de miljoenennota. Nog voor de regering die zelf op Prinsjesdag kan presenteren, is er al het een en ander in de openbaarheid te lezen.

Van al die uitbraken zijn maar weinig daders bekend. In een enkel geval wordt een ambtenaar betrapt en die kan dan ook naar huis of wordt overgeplaatst.
In zo'n klimaat is het niet verwonderlijk dat er wel wat ethische discussies worden gevoerd over de handelswijze van Duyvendak, en dat de dader, vooralsnog, op vrije voeten zijn positie mag verdedigen.

Het is wel jammer dat Duyvendak zo lang heeft gewacht met zijn bekentenis. De inbraak is verjaard en hij hoeft dus niet voor de rechter te verschijnen.
Daarmee is de democratie een kans ontnomen om uit te zoeken hoe ver een regering mag gaan in het achterhouden van belangrijke informatie waar de samenleving, vertegenwoordigt door de 2e Kamer, een oordeel over dient te vellen.
Duyvendak had wellicht kunnen aanvoeren dat er niets anders opzat dan een inbraak. De rechter had hem zeker veroordeeld, maar in de publieke opinie zou hij wellicht als een soort Robin Hood ermee weg gekomen zijn.

Nu, helaas, zullen alweer wat mensen een vervelende smaak krijgen over de integriteit van “de politiek”. Dat valt Duyvendak zeker te verwijten en is genoeg om het toneel te verlaten.