Tag archieven: inzamelingsacties

Nederlandse aalmoes gemiddeld 22 miljoen waard

Nederlandse aalmoes gemiddeld 22 miljoen waard Trots meldde RTL dat de inzamelingsactie voor Haïti nu op de 2e plaats staat van de ranglijst hulpacties sinds 1988. Maar Nederland heeft al veel langer een filantropische mentaliteit, die ruimhartiger blijkt dan aan de zuinige volksaard wordt toegeschreven.

Tuurlijk, er blijven van die lieden die het veel te veel vinden. Zo vindt de VVD dat de Koenders verdubbelaar niet toegepast mag worden op de giften van provincies en gemeenten. “
Zo wordt collectief geld verdubbeld, en dat is niet de bedoeling”, menen de liberalen (zie onderaan gelinkte artikel).

Het is leuk dat RTL de actie op de 2e plaats zet. Een andere ranglijst gaat tot 1951 terug. Ongeveer het jaar waar Nederland definitief de wederopbouw na W.O.II in welvaart begon om te zetten. Ook het jaar waar de eerste grootschalige inzamelingsacties loos gingen.
Keurig in het promotieonderzoek van Pamela Wiepking van de afdeling Filantropische Studies van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een bron waar ik rijkelijk uit heb kunnen putten, voor de rest van dit artikel. Overigens is dat onderzoek, For the love of man, a social study on charity giving (pdf!), ook de moeite waard verder te lezen, om meer te weten over Neerlands liefdadigheid.

In
deze excelsheet kun je zien dat de actie voor Haïti voorlopig nog op de 3e plaats staat. De actie Geven voor Leven (1974), opgezet door het Koningin Wilhelmina Fonds, bracht bijna 93 miljoen euro op en staat daarmee op de 2e plaats.
In de laatste 58 jaren is er 64 gebedeld om uw aalmoes. Met een gemiddelde van zo’n 22 miljoen euro per actie, mag Nederland een gul land heten. Negentien acties scoorden boven het gemiddelde, met als topper de gulheid na de tsunami’s in Azië (2004), de enige actie die meer dan 200 miljoen euro opleverde.
Van de 45 acties die onder het gemiddelde toucheerden, waren er slechts 8 die onder de 1 miljoen bleven steken.

Azië is wel het werelddeel waar het meest aan gegeven is (zie tabblad 3). Met ruim 393 miljoen is dat deel van meer hulp voorzien dan Nederland zelf, dat ruim 299 miljoen opbracht voor allerlei hulpacties op eigen bodem.
Afrika volgt met dik 264 miljoen en de rest van 'we-are-the-wordl' moet het met veel minder doen. Zuid- en Midden Amerika kreeg 130 miljoen, Oost-Europa ontving 124 miljoen uit onze gulle handen.
De ontwikkelingslanden kregen wel 64,7% van alle opbrengsten.

Acties voor werelddelen of regio’s in de wereld leverden altijd wel meer op. Ik heb de inzamelingen die per land zijn vermeld ook even op een rij gezet (tabblad 4 in het exceldocument). Nederland steekt er dan met kop en schouders bovenuit, gevolgd door Haïti. Tot de top vijf horen dan ook nog Kosovo, Rwanda en Turkije.

Heeft de crisis nog invloed op onze gezamenlijke charitas?
Nauwelijks (zie tabblad 5). De laatste 58 jaar is er een fiks stijgende lijn te zien. De 80’er jaren brengen dan minder op dan de 70’er jaren, daarna lijkt de gulheid alleen maar groter te worden.
De fondsenwerving voor goede doelen loopt wel aardig parallel met het zogenaamde consumentenvertrouwen. Rene Bekkers, van de werkgroep filantropische studies, laat in een grafiekje zien (figuur 8 in
dit pdf-document), dat er wel drie uitzonderingen waren. Tijdens de oliecrisisjaren en in de periode 1978 tot 1983, en de periode 1988-1993, daalde het consumentenvertrouwen, maar stegen de inkomsten van de goede doelen fondsen.

De actie voor Haïti laat zien dat we veel meer hebben gegeven, dan ons licht stijgende vertrouwen in de economie deed vermoeden. Natuurrampen spreken wel erg sterk tot de liefdadige verbeelding. Meer nog dan armoede en honger of oorlog (zie tabblad 6).

Bij overstromingen wordt dieper in de buidel getast dan bij aardbevingen. Dat zal dan wel met onze historische band met het water te maken hebben.
Opmerkelijk feitje: In 1809 had Nederland weer eens flink last van het water. Lodewijk Napoleon kon de ellende niet aanzien en organiseerde een nationale collecte, die ruim
1 miljoen gulden opbracht. Een erg hoog bedrag voor die tijd. En dat zonder televisie.