Tagarchief: kabinet

Regels zijn er om afgeschaft te worden.

RegeldrukIedere burger wordt geacht de wet te kennen. Iedere burger weet dat het onmogelijk is alle wetten te kennen. Dat mag echter niet als smoes worden gebruikt om je niet aan de regels te houden. In Nederland is op die stelregel een consequente rechtsgelijkheid van toepassing. Van ministers en rechters, bijvoorbeeld, mag je verwachten dat ze veel meer van de wet weten, dan de gemiddelde burger. Als een minister of een rechter een foutje maakt, dan mag de burger zich beschermd weten en krijgt zo’n functionaris zijn of haar zin niet.

Nederland kent 1871 wetten, 2308 AMvB’s (Algemene maatregel van bestuur) en 5558 ministeriële regelingen. Elke regeling is samengesteld uit een aantal artikelen. De 142 artikelen van de Grondwet kent iedereen natuurlijk op zijn duimpje. Het Burgerlijk Wetboek telt 8 boeken, die samen zo’n 6961 artikelen bevatten. Het Wetboek van Strafrecht telt 479 artikelen. De Wegenverkeerswet heb je na 188 artikelen wel onder de knie. De Rijkswet op het Nederlanderschap zou je moeten kunnen dromen, want die beslaat slechts 27 artikelen.
Maar wel eens gehoord van de Hamsterwet? Gauw lezen, want die zou wel eens van pas kunnen komen in tijden van crisis.

Nu zou ik wel eens willen weten of er een burger is die alle wetten kent en of deze burger er misschien nog een of twee mist. Met zoveel wetten zal alles wel dichtgetimmerd zijn, maar je weet maar nooit. In dit tijdsgewricht is het overigens een onzinnige vraag, want ontregeling gaat het helemaal worden. Het kabinet Rutte I gaat werk maken van het vereenvoudigen en schrappen van wat wetten, Amvb’s en ministeriële regelingen.

Onder Balkenende werd de trend gezet: minder regels, meer eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Dat laatste vertaalde zich in een populair geworden alternatief voor wetgeving: de gedragscode. Het grappige, of treurige zo je wilt, is dat er niet alleen gedragscodes voor nieuwe fenomenen worden ontwikkeld. Je kunt je nog iets voorstellen bij een gedragscode voor sociale media, omdat het om een kersvers verschijnsel in de samenleving gaat. Maar er worden ook gedragscodes opgesteld, ter aanvulling van de bestaande wetgeving.

In 2004 verscheen het rapport “Alle regels tellen”. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum  (WODC) en de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie, turfde de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde van de  Rijksuniversiteit Groningen de regelgeving die tussen 1975 en 2003 was geproduceerd. Niet alleen nieuwe regelingen, maar ook wijzigingen op die regelingen.
De conclusie was dat er gemiddeld 86 nieuwe wetten en 128 AMvB’s per jaar van kracht werden. Gemiddeld, want er waren jaren van weinig productie en jaren waarin de overheid geen genoeg leek te krijgen van regulering. De onderzoekers merkten op dat de productie van wetten lijkt toe te nemen tijdens een kabinetsperiode. Vlak na het aantreden van een nieuw kabinet lijkt de productie  af te nemen.
Er waren natuurlijk uitzonderingen op die regel. De kabinetten Lubbers II, Kok II en Balkenende I waren mindere regelneven, dan alle andere kabinetten.

De grote vraag is of Rutte I Nederland voldoende zal ontregelen. Het kabinet wil in 2015 een kwart minder regels hebben en denkt volgend jaar de helft van die ontregeling al gerealiseerd te hebben. Die verlichting geldt vooral voor bedrijfsleven. Het CDA bepleit uitbreiding van de regeldrukvermindering voor de zorg, onderwijs en woningbouwcorporaties.
En de burger? Die krijgt er vooralsnog één wet bij, als het aan minister Donner ligt. Hij wil met een spoedwet de uitspraak van de Hoge Raad ongedaan maken, die bepaalde dat een ID-kaart gratis verstrekt moet worden.

Het lijkt er toch een beetje op dat de (gedeeltelijke) wetteloosheid die het kabinet nastreeft, selectief toegepast zal worden. Dat is jammer, want ik zou graag die brave burger willen zijn die geacht wordt de wet te kennen. Dan moeten er wel heel wat worden afgeschaft en uitgedund, anders slaag ik nooit voor een juridisch inburgeringsexamen.

Twee heren

HerenHeer 1 (voor de kijkers rechts): Ik daag je uit het Europa-pakket niet te steunen.
Heer 2 (voor de kijkers links) : Joh, trek zelf de stekker er uit.

Heer 1: Ik heb niks te trekken, want ik zit nergens in.
Heer 2: Hou dan op met gedogen.

Heer 1: Dat kan niet.
Heer 2:  Waarom niet?

Heer 1: We hebben een herenakkoord.
Heer 2: Daar staat toch in dat jullie het niet over alles eens zijn?

Heer 1: Aan je ogen mankeert niks.
Heer 2: Nou dan…..

Heer 1: Niks, nou dan. We hebben ook afgesproken elkaar te respecteren.
Heer 2: Ja, ten koste van Henk en Ingrid.

Heer 1: Van wie?
Heer 2: Henk en Ingrid.

Heer 1: Oh ja, die was ik even vergeten.
Heer 2: Ze zijn wel jouw Henk en Ingrid.

Heer 1: Ja, ja, dat weet ik heus nog wel.
Heer 2: Die worden behoorlijk genaaid.

Heer 1: Ja hoor eens, iedereen moet er wat van voelen.
Heer 2: Hé, da’s jouw tekst niet!

Heer 1: Nou en?
Heer 2: Henk en Ingrid zullen zich wel goed beroerd voelen.

Heer 1: Geeft niks, ik heb extra verplegend personeel voor ze geregeld. Ze worden goed verzorgd.
Heer 2: Ben jij er van af.

Heer 1: Als je dat zo erg vindt, waarom steun je dan al dat geld dat naar de nieuwe moslims gaat?
Heer 2: Hè? Zijn er nieuwe moslims?

Heer 1: Jawel. De Grieken!
Heer 2: Man, dat zijn helemaal geen moslims.

Heer 1: Kan zijn, maar er gaat een hoop geld aan op. En jij doet daar niks aan.
Heer 2: Waarom doe je dat zelf niet? Jij kunt toch zeggen: tot hier en niet verder?

Heer 1: Dat zeg ik ook.
Heer 2: Maar je verbind er geen consequenties aan.

Heer 1: Nee, dat mag jij doen.
Heer 2: Ik zit niet in een positie om consequenties af te dwingen.

Heer 1: Nee, jammer hè? Lekker puh!
Heer 2: Als je een vent bent, trek je de stekker er uit.

Heer 1: Ik wacht gewoon op 2012. Het jaar van de waarheid.
Heer 2: De waarheid? Was dat niet een communistisch krantje?

Het onderste lek moet boven

Hofvijver“Laten we weer snel naar de inhoud gaan en zorgen dat iedereen zich goed kan voorbereiden op de algemene politieke beschouwingen van woensdag”, sprak Kamervoorzitter Verbeet (De Volkskrant). Ze bedoelt: laten we het nou niet teveel over het lekken van de Miljoenennota hebben.
Probeert ze een partijgenoot uit de wind te houden? Vorig jaar bekende PvdA’er Paul van der Tang het Prinsjesdaglek te zijn. De PvdA-fractie strafte hem, door hem een maand het zwijgen op te leggen. Hij moest in de Kamer zijn mond houden, terwijl hij toch de financiënspecialist was.

De uitspraak van Verbeet doet het ergste vermoeden. De grootste oppositiepartij zal er stevig tegenaan moeten in de komend begrotingsdebatten, Ze hebben dus de volledig fractie hard nodig. Als het lek weer binnen de PvdA-fractie zit, is dat nu een nog grotere blamage dan vorig jaar.

Het zal ook over het lek moeten gaan. Een overheid die zijn ICT niet waterdicht heeft en allerlei stukken laat rondslingeren, zodat Frits Wester ze voor het oprapen heeft, komt natuurlijk niet zo betrouwbaar over. Dat kan Rutte er echt niet bij hebben, nu blijkt dat hij de burger echt te grazen gaat nemen.
Het is dus belangrijk te weten waar het lek zit, al was het maar om het kabinet te vrijwaren. Want het lekken is zo’n gewoonte geworden, dat ook het kabinet verdacht kan worden. Frits Wester is ingehuurd als commercieel persbureau. Het kabinet heeft er enig belang bij dat er al wat reuring is, voor de echte debatten loos gaan. Het kabinet kan zich wat beter voorbereiden op kritieken als ze al reacties krijgt van publiek, pers en politici.

Er is dus een reden aan te nemen, dat het kabinet zelf lekt. Dat vindt Harry van Bommel (SP) ook. “Dit is met opzet gebeurd. Het is bewuste, handige strategie (…). Als het niet bewust is gedaan, eet ik mijn hoed op”, zegt hij in het NRC. Ook hij vreest dat het debat meer over het lekken zal gaan.
Het debat zal er ook over moeten gaan. Een kabinet dat plannen maakt (de stukken pas morgen publiek maken) en dat niet kan waar maken, is geen knip voor de neus waard. De burgers hebben er recht op te weten wat voor vlees ze nu precies in de kuip hebben. Is het kabinet te vertrouwen of niet?

Het kabinet lekt

LekEen dag eerder dan voorspeld, komt Frits Wester met de Prinsjesdagstukken. Althans, een deel ervan: de marco-economische verkenningen, de cijfers waarmee het kabinet haar beleid onderbouwt. De conclusie: het valt tegen met de economie. Dat komt goed uit, want zo blijven er redenen om te bezuinigen. Commentaar van Frits Wester: “Dit zal vragen om passende maatregelen en hard ingrijpen van het kabinet. Het totaalplaatje is niet goed”, aldus RTL Nieuws.

Die cijfers zijn ramingen, die per kwartaal worden bijgesteld. Het kabinet zet haar koers uitop basis van ramingen van het CPB (Centraal Plan Bureau). De Nederlandse Bank (DNB) en statistiekenboer CBS, doen ook periodiek een duit in het zakje. De cijfers van de drie orakels verschillen in tiendes van procenten.
Het slechte nieuws wijkt ook slechts tiendes van procenten af van een eerdere raming (juni). Het CPB dacht dat er een economische groei van 1,75% zou zijn. Nu denkt het kabinet dat er slechts 1% groei zal zijn. De DNB hield het in juni op 1,7% groei (pdf). Het CPB en de DNB voorspellen een dalende trend, hetgeen het CBS al bevestigde door te melden dat het tweede kwartaal van dit jaar tegenviel: slechts, 15% groei (1e kwartaal:2,8%).

Alle reden dus voor Frits Wester om een beleidsalarm af te geven. Het zal code rood worden voor het kabinet. De PVV reageert snel en ziet geen aanleiding tot extra bezuinigingen. De NOS die, net als vorig jaar, ook wat druppels uit het lek ving, levert zelf geen commentaar, maar peilt de politici.
Pechtold (D66) neemt de cijfers serieus en maant Rutte structurele hervormingen door te voeren. Cohen (PvdA) vindt het allemaal maar zorgelijk en pleit voor een eerlijke koopkrachtverdeling. Sap (GroenLinks) vreest wel extra bezuinigingen en denkt dat het kabinet daar geen ruimte meer voor heeft.
CDA en VVD willen pas reageren als het kabinet aanstaande vrijdag het complete Prinsjesdagoeuvre vrijgeeft. Ik waag ook deze keer een gokje: nog voor vrijdag zullen we ook van het CDA en de VVD reacties horen.

Nog een voorspelling: het slechte nieuws komt naar buiten om het kabinet op Prinsjesdag een mooi gezicht te geven. Iedereen denkt dat het kabinet er een verschrikkelijke schep bovenop gaat doen. Rutte heeft, zoals beloofd, uit laten rekenen wat de stapeleffecten zijn voor de minst draagkrachtigen en stelt vast dat deze groep genoeg bijdraagt. Deze keer komt hij met een wat reëler en nauwkeuriger voorbeeld van een bijstandmoeder. Het kabinet meldt heldfhaftig dat het bij de 18 miljard bezuinigingen zal blijven. Iedereen haalt opgelucht adem. Het kabinet mag de rit uitzitten.

Voor het folkloristisch plezier willen we natuurlijk weten wie er heeft gelekt. Vorig jaar was dat PvdA’er Paul Tang. Maar dat was onder de oude embargoregeling. Kamerleden kregen de stukken, maar mochten er nog niets over naar buiten brengen. Dit jaar zouden pers en politici de stukken pas aanstaande vrijdag krijgen. Het lijkt logisch dat het lek dan binnen het kabinet zit. Een lek van waarde. Want ja, de cijfers tellen teleur, maar zijn niet dramatisch veel slechter. Slecht genoeg om niet toe te geven aan de wens wat minder drastisch te bezuinigen. Mooi genoeg om de barmhartige uit te hangen en niet nog meer te bezuinigen.

De Prinsjesdagstukken

LekkenDe Kamerleden mogen wel reageren op de Prinsjesdagstukken. Ze mogen niet in discussie met elkaar. Daar moeten ze mee wachten tot de begrotingsdebatten loos gaan. Dat is de uitkomst van en overleg tussen de Kamervoorzitter en de fractieleiders.

Het kabinet had besloten dat de pers de Prinsjesdagstukken meteen na ontvangst openbaar mocht maken. De Kamerleden moesten dan terughoudend zijn met hun reacties. Dat vonden de parlementariërs onzin. Iedereen mocht er over schrijven en praten en zij niet? Of mochten ze er wel over praten, maar geen mening erover geven?
Gerdi Verbeet en de fractieleiders zijn er vandaag uitgekomen: de Kamerleden mogen er volop tegenaan. De onderlinge discussie moet echter een paar dagen wachten. We mogen dus een eigenaardig debat verwachten. Kamerleden die elkaar in de haren vliegen over uitlatingen die ze in de pers hebben gedaan.

Het besluit van het kabinet om de pers de vrijheid te geven meteen uit de stukken te publiceren, is bedoeld om de jaarlijkse folklore rond het Prinsjesdagembargo op te heffen. Ondanks dat embargo publiceerde de pers toch hele passages. Soms zelfs nog voor de stukken waren overhandigd. Elk jaar rees de vraag: wie heeft er gelekt?
Het was natuurlijk Frits Wester, voormalig persvoorlichter van het CDA. Het spectaculaire was er wel af, toen hij vorig jaar voor de zevende keer op een rij, trots gnuivend meldde dat hij de stukken weer had. Het zat natuurlijk anders in elkaar. RTL Nieuws was het persbureau dat door Balkenende was ingehuurd, zodat het kabinet zich kon voorbereiden op de reacties uit de samenleving op de Prinsjesdagboodschap.

De pers krijgt vrijdag 16 september het materiaal. De vraag is nu: hoe lang van te voren zal Frits Wester ermee op de proppen komen? Ik gok dat uiterlijk dinsdag 13 september de stukken op straat liggen.
Om RTL Nieuws een paar slagen voor te zijn, lekt het kabinet Rutte ondertussen het een na het nader nieuwtje uit de plannen voor het komende jaar. Iedereen vreest een dramatische begroting, waarmee Rutte I flink zal doorpakken om de staatsboekhouding op orde te krijgen. Rutte en Verhagen lieten al doorschemeren dat er misschien nog meer bezuinigd moet worden, dan de geplande 18 miljard euro.

Het kabinet weet ook wel dat het slecht nieuws een paar pittige commentaren zal opleveren. Maar het debat zal gewonnen moeten worden en daarom lekt het kabinet een paar positieve berichten. Extra geld voor het technisch onderwijs en 12.000 extra banen in de zorg. Mogen we nog meer van dat soort extra’s verwachten in de aanloop naar Prinsjesdag?
Het is wel een fraaie rolverdeling. Het kabinet lekt het positieve nieuws en Frits Wester mag de ellende naar buiten brengen.

Spreektijd

Toespraken

Veel van het politieke werk gaat op aan spreektijd. Een deel daarvan hoort tot het reguliere werk: debatten, interviews, vergaderingen, overleg met de ambtenaren, enzovoorts. Een ander deel valt onder representatieve verantwoordelijkheden. Nou hebben we voor dat decorum een functionaris in dienst: Hare Majesteit. Die functie berust op een historische blunder, die de overheid heeft gerepareerd door de majesteit vooral de zwaai- en kniphandelingen te laten verrichten. Het spreekrecht is de majesteit zo goed als ontnomen.

Dat spreken moet het kabinet zelf dan maar doen. En het moet gezegd: de ministers en staatssecretarissen beoefenen het spreken in het openbaar alsof het dagelijkse kost is. In de 318 dagen dat het kabinet nu regeert, hebben de leden 307 toespraken gehouden. Bijna 1 per dag dus. Tellen we daar de talloze interviews bij op en de dagen dat er niet wordt gesproken (de recessen), dan begrijpt u wel waarom het feitelijke regeren soms zo traag gaat.

In het plaatje linksboven zie je het aantal toespraken verdeeld per ministerie en per minister en staatssecretaris. Algemene Zaken (AZ) heeft geen staatssecretaris. Rutte houdt de boel alleen draaiende. Hij heeft maar 13 toespraken gehouden, maar dat wordt goedgemaakt door zijn joviale toespraakjes die hij na elke ministerraad houdt. Opvallende koploper is het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Minister Schultz-van Haegen wordt blijkbaar vaak gevraagd een symposium of een nieuwe snelweg te openen met een toespraak. Haar staatssecretaris mocht de verbale honneurs 20 keer waarnemen en daarmee lijkt dit ministerie het vaakst aan het woord te zijn.

Melanie Schultz-van Haegen houdt een wedstrijdje met Maxime Verhagen van Economie, Landbouw en Innovatie (ELI). Beiden hebben op 11 procent van hun werkdagen tijd besteed aan toespraken.
Joop Atsma van I&M wedijvert op zijn (spreek)beurt
met staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie (VenJ). De heren hebben 20 keer de kansel beklommen.

Wie je erg weinig hoort op conferenties, openingen, feestelijke bijeenkomsten of herdenkingen, zijn de dames Schippers en en Veldhuijzen- van Zanten van VWS. Ook heer Hillen van Defensie houdt niet zo van toespraken. Of nemen zij hun werk zo serieus dat ze er geen tijd voor hebben?
Even de ranglijsten op een rij:

ToesprakenSommige bewindslieden zijn eigenlijk wel vaak buiten de deur aan het spreken. Het is gissen naar de reden hiervoor. Ongetwijfeld worden ze vaak uitgenodigd, maar waarom slaat de ene minister zo goed als alles af, en lijkt een ander bijna alles aan te nemen?
Het zou kunnen dat enkele bewindslieden hun spreekvaardigheid op peil wensen te houden. Minister of staatssecretaris is immers een ambt van niet al te lange duur. Behalve lucratieve commissariaten, zijn ook de spreekbeurten een leuke inkomstenbron, als de regeerperiode er op zit. 
Balkenende doet het voor 8500 euro. Hij wordt gemanaged door een bureau, dat ook Gerrit Zalm, Wim Kok en Gerd Leers in de aanbieding heeft.

Het kabinet zit 318 dagen in het zadel. Op 97 procent daarvan sprak het kabinet voor een of ander publiek. Ministers hielden op 62 procent van die dagen een toespraak, staatssecretarissen waren voor 35 procent aan het woord.
Waarover spraken zij? Dat kun je op de website van de Rijkspoverheid vinden, door op een van de bewindslieden te klikken en dan in de linkerkolom de link naar hun toespraken te openen.

Het Nationale Geschenk

KadoJan de Burger (JdB) in gesprek met de Gulle Gever (MR).
JdB: Uw ruimhartigheid lijkt beloond?
MR: U bedoelt?

JdB: U geeft uw excuses en uw ontvangt ruim steun, nietwaar?
MR: Wel waar! Ja, dat was mooi. Ik heb altijd gezegd: het blijft geven en nemen.

JdB: Over geven gesproken: in maart heeft u het Nationale Geschenk aangekondigd.
MR: Ik volg u even niet…

JdB: U heeft een tijdje terug gezegd dat u dit prachtige land aan de Nederlanders terug gaat geven.
MR:  Oh dat ja. Daar werken we hard aan.

JdB: Ongetwijfeld, maar heeft u enig idee wanneer dat er van gaat komen?
MR: Ter zijner tijd.

JdB: En wanneer is dat precies?
MR: Dat moeten we nog even afwachten.

JdB: Hoezo? Wat is het probleem?
MR: We hebben een minderheidskabinet zoals u weet.

JdB: Dat is toch geen reden om het land niet terug te geven?
MR: We gaan het ook teruggeven. Maar met een minderheidskabinet gaat dat niet zomaar.

JdB: Nou, dat is toch prima? Een minderheid die het land teruggeeft aan de meerderheid?
MR: Ach, minderheid, meerderheid, dat zijn rekbare begrippen.

JdB: Ah! Daarom rekt u tijd!
MR: Nee, nee, we moeten alleen zorgvuldig zijn. We staan er immers niet alleen voor.

JdB: Huh? Een heel kabinet is niet genoeg om nou eens op de proppen te komen met dat Nationale Geschenk?
MR: U weet ook wel dat we in een gedoogconstructie zitten, waarbinnen bepaalde afspraken gelden.

JdB: Vormen die dan een belemmering om het land aan de Nederlanders terug te geven?
MR: Tja, binnen de gedoogcoalitie zijn we het roerend eens met elkaar over ‘dit prachtige land’. Er is echter een klein verschil van opvatting over de term ‘Nederlanders’. We moeten het dus eens zien te worden aan wie we uiteindelijk het land terug zullen geven.

JdB: Kunt u dat niet zelf uitmaken? U bent toch de Gulle Gever en niet uw gedoogpartner?
MR: Zeker, maar om het voortbestaan van dit kabinet te garanderen moet er met respect voor elkaar gemanoeuvreerd worden.

JdB: Ach kom, uw gedoogpartner legt u geen strobreed in de weg. Keihard tegen het sinterklaas spelen voor Griekenland en toch mag u van de gedoogpartner miljoen of vijftig meer weggeven.
MR: Juist, ziet u, het resultaat van wederzijds respect.

JdB: Ik weet niet hoeveel dit prachtige land waard vind. Hopelijk is dat wat meer dan de 50 miljoen waar u uw excuses voor heeft aangeboden. Ik denk dat de Nederlanders het zo gauw mogelijk terug willen krijgen. Uw gedoogpartner zal niet over het bedrag vallen. Waar bent u nou bang voor?
MR:  Ik ben niet bang. Sterker nog, ik ben uitermate in content.

JdB: Waarover?
MR: Ik vind het heerlijk het land eens in mijn handen te hebben. Het is een bijna niet te beschrijven, overweldigend gevoel.

JdB: Ach nee, hè. Dus we kunnen het Nationale Geschenk wel op onze buik schrijven?
MR: Nee, u krijgt het terug.

JdB: Maar wanneer dan?!
MR: Met Sint Ruttemis.

Werk of werkloosheid als ideaal?

WerkloosHet is nog steeds een beetje wennen dat de onderbuik meer regeert dan pragmatisch verstand. Het idee dat mensen in de bijstand niet willen werken, is een van de pijlers waarop het kabinet de reorganisatie van het sociale vangnet bouwt. “150.000 tot 200.000 van de ongeveer 355.000 mensen in de bijstand kunnen werken. Of dat nu geheel of gedeeltelijk is”, aldus staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken), in een interview met het ANP. “Ik vind dat iedereen die kan werken, dat ook moet doen”, oreert hij verder en “er staan nu al 135.000 vacatures open, terwijl er 1,2 miljoen mensen een uitkering hebben. Een deel kan echt niet werken, maar een kleine half miljoen mensen kan dat wel.”

Wie het aantal vacatures afzet tegen het aantal mensen dat een uitkering heeft, op de manier zoals De Krom dat doet, vraagt zich natuurlijk af hoe die paar vacatures onvervuld blijven. Zijn er echt geen 135 duizend mensen onder die 1,2 miljoen uitkeringstrekkers te vinden, die dat werk kunnen doen. Dat gelooft niemand toch? Zelfs als je het aantal vacatures afzet tegen het aantal mensen in de bijstand, denk je al gauw dat er onder de 355 duizend mensen vast wel 135 duizend werkgeschikten moeten zijn.
De Krom gelooft dat ook en werkt hard aan wetgeving die de werklozen stimuleert meer aan werk zoeken te denken, dan aan een verblijf achter de geraniums. Laten we er even vanuit gaan dat De Krom een idealist is, die het beste voorheeft met de werkloze sloebers. Idealisten moeten echter af en toe eens op de realiteit worden gewezen. Dromen zijn mooi, maar helaas te vaak bedrog.

Eerst maar eens de cijfers. Begin dit jaar waren er 418 duizend werklozen op een beroepsbevolking van 7,777 miljoen mensen. Anders gezegd: 3,8% van de beroepsbevolking was werkloos. Ondanks de crisis kunnen we toch niet van een gigantisch probleem spreken. Het kan dan ook niet de reden zijn dat het land hierdoor in ernstige financiële problemen raakt.
Hoewel het mooi is zoveel mogelijk mensen aan het werk te zien, is het de vraag of het lonend is, geld en moeite te steken in wetswijzigingen en maatregelen. Want het ‘probleem’ is hardnekkig. Van 2001 tot nu zaten gemiddeld 336.890 mensen in de bijstand. Er waren, ook gemiddeld, 160.509 vacatures. Kortom: gemiddeld 176.381 minder vacatures dan mensen in de bijstand. Werkloosheid

Bron: CBS.
In de vijf jaren voor 2011 waren er gemiddeld 457 duizend werklozen per jaar. Daarvan zaten er gemiddeld 382 duizend in de bijstand.  Gemiddeld stonden er 169 duizend vacatures per jaar open. Ofwel zo’n 113 duizend minder dan mensen in de bijstand.
Wat prachtig zou het zijn als De Krom de geschiedenis kan herschrijven, maar vooralsnog heeft hij de historische cijfers tegen zich. Er is geen werk voor iedereen.

Dat mensen niet willen werken klopt, maar niet volgens de filosofie van De Krom en consorten. Werkloosheid is geen doel van profiteurs en notoire luilakken, maar een ideaal van werkgevers en werknemers.
Werkgevers willen een bloeiend bedrijf met zoveel mogelijk winst. In de huidige economie kan dat alleen met zo min mogelijk mensen in dienst of tegen zo’n laag salaris dat zelfs De Krom er voor zou bedanken. Werknemers willen het liefst leuk werk, met fijne collega’s en een fraaie cao. Zulk werk is er helaas niet voor iedereen.
Bovendien wijst de geschiedenis uit dat mensen alles in het werk stellen om zo min mogelijk te werken. Dat wil zeggen: werken in een dienstverband. Het wiel en het vuur zijn niet uitgevonden voor de lol. maar om zo min mogelijk en zo licht mogelijk te kunnen werken. Lui zijn we echter niet. Ons land telt 5,5 miljoen vrijwilligers, meldt onze overheid. Zo’n 44% van alle volwassenen leveren kosteloos een bijdrage aan sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn. Ruim 2,6 miljoen mensen leveren mantelzorg.

Daarnaast haasten velen zich na het werk naar sportschool, muziekvereniging, toneelclub, klaverjasvereniging of naar de hobbies thuis.
Hameren op de misvatting dat mensen niet willen werken en vervolgens de zweep erover met asociale maatregelen is dus de verkeerde invalshoek. Zeg dan gewoon eerlijk dat mensen kunnen barsten als ze geen werk kunnen krijgen of niet kunnen werken.

Regering voor de rechter

KabinetRechters krijgen het druk. Niet dat er ineens veel meer criminelen de rechtszaal worden in gesleept. Het debat over de bezuinigingen lijkt zich naar de rechtbank te verplaatsen. Twintig gemeenten en Cedris (brancheorganisatie voor sociale werkgelegenheid en arbeidsintegratie) hebben de Staat in een kort geding voor de rechter gedaagd. Ze hopen langs deze weg een extra bezuiniging van 150 miljoen te voorkomen.

Eerder deze week kondigden studenten- en GGZorganisaties ook al naar de rechter te zullen stappen. De studenten willen een wijziging in de langstudeerboete. De GGZ wil dat de eigen bijdragen voor psychiatrische patiënten geschrapt worden.
De Nationale Reisopera kondigde half juni aan naar de rechter te zullen stappen, als de aangekondigde bezuiniging niet omlaag gebracht zou worden. Het gezelschap kan op zoek naar een advocaat, want de 60 procent korting blijft gehandhaafd.

Niet alleen bezuinigingen blijken juridisch voer te worden. De gemeente Bergen roept haar burgers op bij de Raad van State in beroep te gaan tegen de gasopslag, die Verhagen zo graag in hun prachtige natuurgebied wil. De Partij voor de Dieren roept de provincie Noord-Holland op hetzelfde te doen en Natuurmomenten gaat zelf in beroep tegen de plannen.

In het verleden is het vaker voorgekomen dat de Staat voor de rechter werd gedaagd om bezuinigingen af te wentelen. En soms met succes. In 2005 verbood het gerechtshof in Amsterdam een aantal bezuinigingen in de jeugdinrichtingen. Donner, toen minister van Justitie, moest een aantal maatregelen terugdraaien.
In 2009 kreeg ActiZ (koepelorganisatie voor de thuiszorg) een bezuiniging van 70 miljoen euro van de baan en in 2010 lukte het woningbouwcorporaties de Vogelaarheffing terug te vorderen.

Zo gaat het niet altijd. In 2010 had de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen aanvankelijk succes bij de kortgedingrechter en leek een korting van 549 miljoen euro ongedaan gemaakt. Toenmalig minister van Volksgezondheid, Ab Klink, ging echter in beroep en haalde daar zijn gelijk.

De politieke debatten in de Tweede Kamer hebben we op televisie kunnen volgen. Een Haagse rechter deed het onzalige voorstel rechtszittingen op televisie uit te zenden, maar voor de zaken die de gemeenten, studenten, GGZ en Reisopera aanspannen mag misschien een uitzondering worden gemaakt. Want er zijn natuurlijk nog veel meer organisaties, die willen weten of een rechtszaak zin heeft. Als de eisers gelijk krijgen, dan kan het niet anders betekenen dat het kabinet haar bezuinigingen in ieder geval juridisch niet goed heeft onderbouwd.

Akkoord overboord?

AkkoordOp 11 mei ontwaarden we hier de eerste tegenstand tegen het bestuursakkoord tussen Rijk en lagere overheden. Met name de gemeenten zien ineens één taak teveel op zich afkomen nog meer bezuinigen.

Dat dringt tot steeds meer lokale bestuurders door, toen ze eens gingen narekenen welke financiële consequenties de decentralisatie van taken met zich mee gaat brengen. De gemeenten zijn niet tegen de decentralisatie van jeugdzorg, de extramurale begeleiding uit de AWBZ en de hervormingen van WWB/WIJ, WSW en Wajong. Graag zelfs, vinden de meesten. Maar ze zien ernstige problemen in de uitvoering ervan, omdat het kabinet 1,8 miljard euro minder in het vooruitzicht stelt.
Tevens vinden sommige gemeentebesturen dat het Rijk te weinig de controle loslaat. Dat kan de bedoeling van decentralisatie niet zijn, vinden zij. De gemeenten willen de spelregels niet opgelegd krijgen.

Op de landelijke ledenraad van het VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) gaan de lokale overheden stemmen. Ondertussen is duidelijk hoeveel weerzin er heerst tegen de bezuinigingen op sociale werkplaatsen en reïntegratie trajecten. Reden voor het VNG terug te komen op de afspraken die ze met het kabinet hebben gemaakt. De Tweede Kamer begint ook ongerust te worden en wil weten wat er nog kan worden gered. Deze week gaat de Kamer voor de tweede keer in debat met de minister.

Op 8 juni gaan de gemeenten op de landelijke bijeenkomst van het VNG hun stem uitbrengen en zoals het er nu naar uitziet zal het bestuursakkoord afgewezen worden.
Op 11 mei waren 18 gemeentes tegen, twee waren voor en één gemeente was voorwaardelijk voor. Nu zijn 92 gemeentes tegen, 24 voorwaardelijk voor en 9 helemaal voor. Dat voorwaardelijk voor houdt in dat die gemeenten de sociale paragraaf aangepast willen zien. De bezuinigingen op de sociale sector moeten van tafel of anders over een veel langere termijn worden gespreid.
De gemeenten die voor zijn vinden dat een tegenstem mogelijk tot gevolg heeft dat er helemaal geen decentralisatie zal plaatsvinden, omdat ze vrezen dat Rutte dan het hele plan laat varen.

Een overzicht met de meest recente update van de standpunten van gemeenten vind je in dit exceldocument.  Daar zie je ook wat de stemverhouding zal zijn op het VNG-congres. Gemeenten krijgen 1 stem per 1000 inwoners, met een maximum van 75. De grote steden zijn niet zo blij met die bepaling. Ze hebben veel meer inwoners en dat maximum legt de weinig gewicht in de schaal. In het overzicht is ook de stemverhouding weergegeven, als elke gemeente 1 stem per 1000 inwoners krijgt, zonder dat maximum.
De stemverhouding nu (volgens de geldende regels): 3921 stemmen tegen, 1101 voorwaardelijk voor en 467 voor. Maar van 281 gemeenten weten we nog niet hoe zij zullen stemmen. Een potentieel van 7.452 stemmen.

Wie denkt dat het vooral oppositiepartijen als PvdA, SP, GroenLinks en D66 zich manifesteren tegen het bestuursakkoord, vergist zich in de lokale zelfstandigheid van gemeenteraadsleden en burgemeester en wethouders.
Zo zijn VVD Twenterand en VVD Strijen ook tegen het bestuursakkoord zoals dat er nu ligt. In andere gemeenten wordt getwist over de formulering van de bezwaren tegen het akkoord.
Van de 24 gemeenten die voorwaardelijk voor het akkoord willen stemmen, zal een deel een ‘ja, mits’ laten horen, zoals Aalten reageert, en anderen een ‘nee, tenzij’, zoals in Doetinchem het geval is. Die verschillen berusten vaak wel op de landelijk bekende politieke onenigheid. 

Als we de huidige stand van zaken als uitgangspunt nemen, dan zal op 8 juni 72% van de gemeenten tegenstemmen, 20% voorwaardelijk voor stemmen en 8% voor.
Dat zal afhangen van de bereidheid van het kabinet de komende dagen water bij de wijn te doen.  Tot nu toe heeft het kabinet nog geen krimp gegeven. Stevent ze af op een bestuurlijke crisis?

De laatste updates kun je volgen via Bestuursakkoord update. Uw hulp kunnen we daar goed bij gebruiken. Staat uw gemeente nog niet in het overzicht, maar is het standpunt wel bekend? Meld het in de reacties of mail naar postmaster@peterspagina.nl
Het zou mooi zijn als u een link met bronvermelding kan bijvoegen (een links naar een krantenbericht of document van de gemeentelijke website).